opera/operette/liederenrecitals
WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

Ik ben een enorme fan van Ewa Podleś: een met borsttonen en al gewapende echte alt. Zangers zoals zij worden eigenlijk niet meer gemaakt en moeten gekoesterd worden. Maar zelfs zij kan niet alles zingen.
Het kan ook aan haar leeftijd liggen, maar ik vermoed dat de door haar gezongen Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz totaal ongeschikt zijn voor haar stemtype. Wat het ook is: ik vind het niet mooi. Haar interpretatie is te serieus en haar intonatie is veel te ruim. Zonde.
De prachtige jeugdliederen van Szymanowski, nog geheel en al in de neoromantiek verankerd, schreeuwen om een lichter stemtype en een minder gewichtige aanpak. Luister maar naar Piotr Beczala, die de liederen in 2004 voor Channel Classics heeft opgenomen!

Witold Lutoslawski
Het Concert voor Orkest uit 1954 is Lutosławski’s meest bekende compositie. Het ligt uiteraard aan de toegankelijkheid, de herkenbare structuur en de klassieke opbouw van het werk.
In de late jaren zestig heeft de componist geprobeerd zich er van te distantiëren maar is gelukkig snel op zijn beslissing teruggekomen. Zelfs hij kon blijkbaar niet negeren dat het niet alleen de bekendste maar wellicht ook één van zijn beste composities is.
De uitvoering door het Polish National Radio Symphony Orchestra onder zijn Duitse dirigent Alexander Liebreich is zonder meer prima, maar is voor mij niet spannend genoeg.
De discografie vermeldt ettelijke opnamen van het werk, er zijn dus genoeg goede alternatieven. Zoals de opname door het BBC Orchest onder leiding van Edward Gardner (Chandos). Of die door het Poolse Nationale Radio Orkest in de jaren zestig gemaakt onder leiding van de componist zelf (ooit EMI). Maar een cd uitbrengen met nog geen 47 minuten muziek is gewoon misdadig.
WITOLD LUTOSŁAWSKI
Concerto for Orchestra (1954)
KAROL SZYMANOWSKI
Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz Op.5 (1902)
Polish National Radio Symphony Orchestra olv Alexander Liebreich
Ewa Podleś, contralto
Accentus Music ACC 30332 • 47’
NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS
In 2014 was Richard Strauss “jarig”. Het was te merken in de aanwas van cd’s rond het oeuvre van de componist uit München. Ook de bariton Thomas Hamson heeft toen een cd met een selectie van zijn liederen uitgebracht.
Ik heb niets tegen herdenken, ook al gaat het om de overbekende componisten. Integendeel, het levert namelijk soms echte verrassingen op: zo kan een onbekende of verloren gewaande compositie (her)ontdekt worden, maar ook werken die amper nog worden uitgevoerd beleven zo hun herkansing.
Ik ben dol op liederen van Richard Strauss en ik houd van Thomas Hampson. Kan er dan nog iets misgaan? Zeker, als de cd ook een echte “Hampson touch” heeft meegekregen? De zanger heeft de liederen namelijk zelf gekozen en ze chronologisch gerangschikt; dat alles vergezeld met een persoonlijke noot in het cd-boekje.
Dat ik niet echt enthousiast over het resultaat ben geworden ligt aan Hampsons (voor mij te) gecultiveerde manier van zingen, waardoor alles zeer fraai klinkt, maar de emotie wordt onderbelicht. Dat gecultiveerde wreekt zich in de algehele beleving: op den duur wordt het een beetje eentonig.
Alleen in ‘Ach weh mir unglückhaften Mann’ trekt Hampson alle registers open, waarin hij meer dan geholpen wordt door Wolfram Riegel. Diens begeleiding is zo buitengewoon congeniaal dat men eigenlijk niet meer van een begeleider mag spreken maar meer van een ‘sparringpartner”.
Ook ‘Nottturno’ – een zwaarmoedig lied naar de tekst van Richard Dehmel – prachtig op viool begeleid door Daniel Hope, maakt veel goed. Ik kende het lied alleen maar met orkestbegeleiding, Hampson zong het in Salzburg in 2012. Zijn interpretatie is nadrukkelijker geworden, wat ook aan de begeleiding kan liggen. Het lied, dat al “minimaal” was maakt nu een nog minimalistischer en haast atonale indruk.
Thomas Hampson zingt ‚Notturno‘ in Salzburg:
Al met al: net geen top, maar wel van harte aanbevolen!
Notturno
Lieder von Richard Strauss
Thomas Hampson, bariton; Wolfram Riegel, piano; Daniel Hope, viool
DG 4792943
Meer recitals door Thomas Hampson:
TIDES OF LIFE
THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade
Barbara Kozelj en Thomas Oliemans overtuigen in liederen van Raff
Dat de liederen van Joseph Joachim Raff, die hier hun première beleven als complete cyclussen, niet zo bekend zijn verbaast mij niets: met de beste wil kan ik ze niet echt spannend vinden.
Sanges Frühling is eigenlijk ook geen echte cyclus, het is een bundel van dertig op zichzelf staande liederen. Het is ook niet aan te raden om ze achter elkaar te draaien: zo veel van hetzelfde is moeilijk te verdragen.
Geeft niet, niet alles moet meteen een meesterwerk zijn. Bovendien is het een en ander te verhelpen met de uitvoering. Helaas is die niet helemaal optimaal. Het ligt voornamelijk aan Noëmi Nadelmann. De ooit zo sprankelende sopraan klinkt mat en niet altijd zuiver. Het voelt als een echte verademing zodra haar mezzo-collega Barbara Kozelj het van haar overneemt.
Kozelj beschikt – behalve over een mooi, warm timbre – over een vermogen om de luisteraar aan haar lippen te laten hangen. Haar manier van zingen verraadt een echte verhalen vertelster.
Gelukkig komen de meeste liederen in de veel interessantere cyclus Maria Stuart voor haar rekening. Daarin neemt de, zoals altijd onweerstaanbare Thomas Oliemans de ‘rol’ van haar tweede echtgenoot Henry voor zijn rekening. Jan Schultsz begeleidt goed, maar bij vlagen te hard.
JOSEPH JOACHIM RAFF
Sanges Frühling op.98; Maria Stuart op.172
Noëmi Nadelmann (sopraan), Barbara Kozelj (mezzosopraan), Thomas Oliemans (bariton), Jan Schultsz (piano)
DIVOX CDX -20806/07-6 • 115’ (2 cd’s)
Verismo van Krassimira Stoyanova is eigenlijk té mooi
De Bulgaarse Krassimira Stoyanova, is één van de fijnste soprano’s die we tegenwoordig hebben. Haar elke nieuwe opname is eigenlijk een feestje en iets om je op te verheugen. De titel alleen al van de nieuwste cd van Stoyanova deed mij likkebaarden, maar ik werd een beetje teleurgesteld. Het klinkt misschien raar, maar het is de schoonheid van haar stem die er voor zorgt dat de cd iets minder bij mij in de smaak valt dan ik zou willen.
Alles wat zij zingt klinkt prachtig mooi, maar voelt alsof zij het niet aandurft om zich volledig te laten gaan. Dat wreekt zich. Zo mist haar ‘Senza mamma’ (Suor Angelica) de wanhoop van de radeloze moeder. Ontroerend? Jazeker, maar hartbrekend? Niet echt.
De meer lyrische rollen gaan haar beter af. Haar Liu is zowat volmaakt en ook in ‘Son pochi fiori’ (L’Amico Fritz) raakt zij bij mij een gevoelige snaar.
Maar wat de cd tot een absolute must maakt, is haar vertolking van ‘Ah! Il suo nome’ uit Lodoletta, die is verschroeiend. Bovendien zingt zij niet de aria “sec”, maar neemt de aanloop er naar toe ook even mee. Zo, met maar liefst dertien minuten speelduur krijgt u meer indruk van wat de, zo verschrikkelijk verwaarloosde opera te bieden heeft.
Jammer dat men – op Edgar, Lodoletta en L’Amico Fritz na –gekozen heeft voor het ijzeren repertoire van de bekendste Puccini aria’s. Plus de onvermijdelijke krakers uit Andrea Chénier, Adriana Lecouvreur en La Wally.
Het Münchner Rundfunkorchester onder leiding van Pavel Baleff begeleidt prima, maar niet uitzonderlijk.
PUCCINI, CILEA, MASCAGNI, CATALANI
Verismo
Krassimira Stoyanova (sopraan)
Münchner Rundfunkorchester olv Pavel Baleff
Orfeo C 899171 A • 70’
VIVA LA MAMMA (Le convenienze ed inconvenienze teatrali)
Het gebeurt niet vaak dat het operabedrijf door een operacomponist zelf in de maling wordt genomen. Maar ik kan me ontzettend goed voorstellen dat je er soms zo genoeg hebt van verwende diva’s en divo’s met hun onmogelijke eisen, beginners die zich al heel wat vinden en de hele familiecircus er achteraan … Met de Italiaanse moeder voorop.
La Mamma wordt gezongen door een potige bariton in travestie (zou de maker van ‘Hairspray’ de opera hebben gekend?) die ook nog eens vals zingt; en alle karakters en hun ego’s zijn behoorlijk uitvergroot.
Alle vooroordelen worden uit de kast getrokken en we bevinden ons midden in een slapstick of een ‘theater van de lach’ en daar is niets op tegen.
Het is voor het eerst dat de opera uitgevoerd werd in La Scala en een betere ‘première’ kon het werk zich niet wensen: het is in één woord: GEWELDIG! De regie van Antonio Albanese is intelligent en to the point, de kostuums zijn prachtig en het orkest onder Marco Guidarini sprankelend.
Alle rollen zijn voortreffelijk bezet door de voornamelijk (zeer) jonge zangers die een deel uitmaken van het Accademia del Teatro alla Scala, een Italiaans equivalent van onze Opera Studio.
De ‘convenienze ed inconvenienze teatrali’ betekent letterlijk ‘de gemakken en de ongemakken van het theatrale leven’ en heeft betrekking op de strakke regels van toen. Die zijn er gelukkig niet meer, maar de diva’s van weleer hebben plaats gemaakt voor een regisseur. Hebben we nog ergens een Donizetti rondlopen?
Daar wordt een mens vrolijk van.
Gaetano Donizetti
Le convenienze ed inconvenienze teatrali (Viva la mamma)
Jessica Pratt, Simon Bailey, Christian Senn, Vincenzo Taormina, Aurora Tirotta, Leonardo Cortelazzi e.a.
Orchestra, Solisti en Coro dell’Accademia del Teatro alla Scala olv Marco Guidarini
Regie: Antonio Albanese
BelAir BAC063
Teleurstellende LUCIA DI LAMMERMOOR van Diana Damrau
Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.
Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.
Op de clip uit Münich doet zij ook nog eens aan overacting, iets wat bij mij nogal smakeloos overkomt:
De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.
De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.
De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.
Gaetano Donizetti
Lucia di Lammermoor
Diana Damrau, Joseph Calleja, Ludovic Tézier, Nicolas Testé, David Lee, Marie McLaughlin, Andrew Lepri Meyer
Münchner Opernchor, Münchner Opernorchester olv Jesús López-Cobos
Erato 0825646219018
Revive: Elīna Garanča zingt van alles maar er zitten ook pareltjes tussen

Elīna Garanča is een prachtige zangeres: letterlijk en figuurlijk. Haar soepele stem lijkt net fluweel en haar manier van zingen, met veel tekstbegrip en inlevingsvermogen verraadt een ras-actrice. Volmaaktheid ten top.
Dat ik niet overenthousiast over deze cd ben ligt dan ook voornamelijk aan het repertoire. Men heeft er te veel bijgehaald, waardoor het maar niet echt één geheel kan worden.
Nu hoeft dat ook niet echt, verzamel cd’s zijn immers bedoeld om de solist in het zonnetje te zetten. Toch is het jammer dat al die verschillende aria’s tenminste niet anders werden gegroepeerd. Want: hoe schakel je van Mascagni (Cavaleria Rusticana) naar Moessorgsky (Boris Godoenov) als je onderweg nog Berlioz, Verdi en Saint-Saëns moet passeren? Waarna je opgeschrikt wordt door de (sopraan!) aria uit Adriana Lecouvreur. Jammer. Ook, omdat niet alles wat Garanča zingt goed bij haar stem past.
Het meest kan zij mij in het Russische en Franse repertoire bekoren, zo is haar ‘Venge-moi d’une suprème offense’ (Herodiade van Massenet) van ongekende schoonheid. Of wat dacht u van ‘Reine! je serai reine!’ (Henry VIII van Saint-Saëns): een parel! Voor meer van zulke schatten zou ik graag alle Verdi’s en Ponchielli’s willen omruilen.
Orquestra de la Comunitat Valencìana olv RobertoAbbado begeleidt uitstekend, al had ik in Don Carlo wat meer vuur willen horen.
MASCAGNI, CILEA, SANT-SAËNS, MASSENET, LEONCAVALLO, MUSSORGSKY, BERLIOZ, VERDI, THOMAS
Elīna Garanča (mezzosopraan), Orquestra de la Comunitat Valencìana olv Roberto Abbado
DG 4795937 • 61’
Meer Garanča:
MEDITATION. Elīna Garanča
SÌ, SÌ, SÌ, SÌ! Marie-Nicole Lemieux zingt ROSSINI
Marie-Nicole Lemieux in een interview met het OpéraOnline: “Weet je wat merkwaardig is? Met Rossini heb je twee maal zo veel te zingen, maar je bent maar half zo moe aan het eind van het optreden. Rossini begrijpt de stem volkomen”.
Andersom geldt ook: Lemieux begrijpt Rossini volkomen. Dat hoor je. Meteen al in ‘Cruda sorte!’ (Italiana in Algeri) laat ze alle remmen los en trakteert ons op één van verrukkelijkste uitvoeringen van de aria, te vergelijken alleen met Marylin Horne of Ewa Podleś. Net als in adembenemend virtuoos – én spannend! – gezongen ‘Di tanti palpiti’.
Bij ‘Lasciami: non t’ascolto’ (beide Tancredi) wordt zij bijgestaan door de sopraan Patrizia Ciofi, die in virtuositeit niet onderdoet. En ontroerend dat het is! Het Kattenduet aan het eind is precies wat het moet zijn: een verrukkelijke uitsmijter en de kers op de taart.
Een spannend én verrassend recital (deze live registratie dateert van december 2015) samenstellen is geen sinecure. Want al doe je je best, je ontkomt niet aan de onvermijdelijke krakers. Maar, beste plattenmaatschappijen: zelfs een geheel Rossini-recital kan zónder ‘Una voce poco fa’! Zeker in geval van een lang gevestigde zangeres die niets meer hoeft te bewijzen. Voor de rest niets dan lof over deze album. Marie-Nicole Lemieux: Sì, Sì, Sì, Sì!
Rossini
Sì, Sì, Sì, Sì!
Marie-Nicole Lemieux (alt). Met medewerking van Patrizia Ciofi (sopraan) en Julien Veronèse (bas)
Choeur et Orchestre de l’Opéra National Montpellier Languedoc-Roussillon olv Enrique Mazzola
Erato 0190295953263
KROSSOVER, OPERA REVISITED
Klassieke muziek was vroeger van iedereen en dat zou mezzosopraan Tania Kross graag terug willen hebben. Voor haar cd Krossover, opera revisited hebben diverse hedendaagse musici daarom ‘nieuwe oude opera-aria’s’ geschreven.
Het is een verzameling van sentimentele tot zeer sentimentele luisterliedjes (“onbekende/nog niet als zodanig erkende opera aria’s” volgens Kross), die je sterk aan de oude, mistige zwart/wit filmbeelden van een aanhoudende regen, het afscheid nemen van je geliefde, van verlaten stranden en eenzame zonsondergangen doen denken en die je een beetje desolaat achterlaten.
Het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid is sterk en de melancholie (en nostalgie) is allesoverheersend. Domenico Modugno is met zijn ‘Piove’ nergens ver weg en ook de fado komt om de hoek kijken. Maar als je goed luistert, herken je ook iets van ‘Puccini-akkoorden’.
Ik mag het wel, al realiseer ik mij dat de cd niet voor iedereen bestemd is. Menig ‘opera-diehard’ zal hier zijn neus voor ophalen en (zo stel ik mij voor) veel jonge rapliefhebbers zullen er ook geen boodschap aan hebben. Hun gemis, denk ik dan, en zet de cd opnieuw op…Hun gemis, denk ik dan en zet de cd opnieuw op.
De liedjes bieden, hoe gek dat misschien klinkt, een soort troost. Het gevoel dat je hebt nadat Mimi is gestorven; je laat je tranen rijkelijk vloeien, maar daarna kan het alleen maar beter worden.
Kross: “In de hedendaagse klassieke muziek zijn we alle verbanden met de menselijke psyche, met een hart en ziel zo’n beetje kwijtgeraakt. Mensen zijn gaan experimenteren en hebben de melodie en de herkenbaarheid overboord gegooid. Maar niemand kan ontroerd worden door dissonanten en met het intellect alleen raak je van steeds meer mensen vervreemd.”
“De klassieke muziek van vroeger was van iedereen”, vervolgt ze. “Iedereen floot de Mozart-deuntjes en zong mee met de liedjes van Schubert. Dat is waar ik weer naar verlang. Ik wil dat de mensen, zeker jonge mensen, terugkeren naar de concertzalen en operahuizen en dat ze ontroerd raken.”
Kross besloot om door te gaan waar het volgens haar allemaal is gebleven: de romantiek, de herkenbaarheid en – voornamelijk – het gevoel. Haar uitgangspunt was om een soort ‘nieuwe oude opera-aria’s’ te creëren, opera-aria’s die iedereen moesten kunnen aanspreken.
Vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse musici en tekstdichters (denk aan namen als Spinvis, Huub van der Lubbe of Lucky Fonz III) zetten zich aan het componeren, geholpen door de deskundige arrangeur en alleskunner, Bob Zimmerman, die de boel naar de klassieke wetten plooide (petje af!).
Begeleid door het zeer betrokken en zeer gevoelig spelende Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel dook Kross de studio in. Het resultaat kreeg de zeer toepasselijke titel Krossover – opera revisited
The making of:
De toon wordt gezet met ‘Mea Culpa’ van Reyn Ouwehand en Marinus de Goederen. De muziek zet zachtjes in en de stem van Tania fluistert mee, onschuldig schuldig, met de hoop op vergeving die er misschien niet komt.
Vanwaar zo veel sentimentaliteit en zo veel droefenis? De meeste opera’s gaan zelden over schuld of verlatenheid. Er wordt in gemoord, gestorven, er wordt zelfmoord gepleegd, maar de heldinnen worden zelden verlaten en/of verscheurd door een schuldbesef.
Kross (lachend): “Blijkbaar is dat een idee dat mannen van vrouwen hebben! Ik heb ze een opdracht gegeven en dat is het resultaat, blijkbaar zien mannen ons zo!
Ik wilde teruggaan naar de oorsprong en naar de primaire menselijke emoties, ik wilde nieuwe muziek maken voor het nieuwe, jonge publiek.”
Op mij maakt ‘Nichts macht mehr Sinn’ van Martijn Konijnburg en Henri Meijer zeer veel indruk. Het voelt ook echt opera-achtig aan. Door het ritme, het tempo, maar ook door de wisselende stemmingen. Kross: “Klopt. Een paar jaar geleden hadden de makers een echte hit gemaakt, met – inderdaad – veel opera-achtige uithalen en een beetje bombarie. Dat wilde ik er ook bij hebben.
Maar ook ‘Voor geen goud’ van Huub van der Lubbe zou niet in een opera, of minstens een moderne muziekproductie misstaan. Het is, wat mij betreft, het allerbeste nummer op de toch al zo fraaie cd. Het geeft Tania ook de meeste mogelijkheden om al haar kunnen te laten horen.
Krossover, opera revisited
Tania Kross (mezzosopraan).
Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel.
Challenge Records (CC72628)






