Auteur: Basia Jawoski

muziek journalist

Het seizoen 2024/25 van NTR ZaterdagMatinee

En alweer is er een jaar voorbij. Dag zomer, dag vakanties, dag strand en lange (soms) zonnige dagen en avonden. Maar we krijgen heel wat voor terug: muziek, voor zo ver nog niet wegbezuinigd. En in het grote aanbod aan opera’s, concerten, recitals en crossovers, waar de nadruk tegenwoordig steeds meer op diversiteit en inclusie ligt, springt het programma van ZaterdagMatinee er uit. Alle genres zijn ruim vertegenwoordigd: opera, oude muziek, hedendaagse muziek met een keur aan opdrachten en premières. Bijzondere concerten, de beste zangers en het schitterende RFO die door de beste dirigenten (wat boffen we toch met Karina Canellakis!) geleid mag worden.

Uit het immens en gevarieerd aanbod blijf ik stilstaan bij werken, componisten en/of uitvoerenden die mij lief zijn of waar ik nieuwsgierig naar ben en zelf heel graag zou willen bijwonen. Mijn persoonlijke, subjectieve keuze:

OPERA

DER FLIEGENDE HOLLÄNDER

We beginnen met Der Fliegende Holländer van Wagner, want een opera seizoen zonder minstens een Wagner is natuurlijk geen operaseizoen. Jaap van Zweden dirigeert. De bezetting is zonder meer goed, met (o.a.)  Brian Mulligan (Holländer), Miina-Liisa Värelä (Senta), Benjamin Bruns (Erik) en Iris van Wijnen (Mary).
Zaterdag 7 september 13.00

https://www.npoklassiek.nl/concerten/60801e8e-1658-412f-ace6-f1e09964ce58/jaap-van-zweden-der-fliegende-hollander

LORELY

Op de volgende operamiddag moeten we helaas bijna twee maanden wachten, maar dan krijgen we onverwacht cadeautje en dat niet alleen voor de liefhebbers van zelden gespeelde opera’s. Want: wie kent Catalani’s Lorely? Een romantische opera pur sang die de wereld van mythes en symbolen koppelt aan de toen gangbare realisme (Catalani was Puccini’s tijdgenoot). Daar verheug ik mij enorm op. Ook omdat de cast zonder meer voortreffelijk is. Andrea Battestini dirigeert.

Ewa Płonka (c) Alena Novotna



https://www.npoklassiek.nl/concerten/ce32268b-d323-4359-951c-0cfd9a41e3aa/trouw-aan-de-romantiek-catalanis-loreley

UIT EEN DODENHUIS

© Eduarduslee Groot

Arsilda van Vivaldi op 1 februari sla ik over (sorry liefhebbers) en maak een lange sprong naar 22 maart. Karina Canelakis vervolgt haar Janacek cyclus met de uitvoering van zijn zwarter dan zwart muzikale vertolking van Uit een dodenhuis van Dostojewski. Moeilijke opera, dat wel, ook vanwege het onderwerp, maar laat je meevoeren! Het is een meesterwerk!
Onder de uitvoerende ontwaar ik de naam van Frank van Aken, eindelijk weer!

https://www.npoklassiek.nl/concerten/581dd518-7234-4fb7-986f-c90ced37bbf6/karina-canellakis-dirigeert-uit-een-dodenhuis

ITHAKA


 

Over Otto Kettings Ithaka kan ik kort zijn: daar heb ik niets mee. In 1985 gezien als de opening van DNO en toen al met moeite volgehouden. Maar, wie weet? Wellicht denk ik nu er anders over? Ik laat mij verrassen. De opera wordt gedirigeerd door Antony Hermus, het is al een plus.

VOCAAL

DIE LEGENDE VON DER HEILIGEN ELISABETH

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het werk niet ken, heb het nooit gehoord, wat mij natuurlijk extra nieuwsgierig maakt.

De brochure vermeldt: “In 1855 schilderde Moritz von Schwind zes fresco’s over het leven van Sint Elisabeth voor de Wartburg in Thüringen. Liszt liet zich daar inspireren tot een werk waarin dramatiek hand in hand gaat met statische vroomheid.”
Daar zou ik dus heel graag naar toe willen



https://www.npoklassiek.nl/concerten/4ab7e65a-e2bc-40c5-b72e-bc6f099412ca/de-vrome-legende-van-liszt

AMSTERDAM: 750 JAAR STADSRECHTEN

© Michiel van Nieuwkerk

Daar ben ik dus zeer nieuwsgierig naar. Koninklijk Concertgebouworkest speelt onder leiding van Bas Wiegers werken van Sweelinck, Esscher en Andriessen, en er worden ook nieuwe composities van Jeff Hamburg en Calliope Tsoupaki ten gehore gebracht. Dat alles met Groot Omroepkoor, sopraan Katrien Baerts en Maxim Februari (spreekstem)
8 maart 2015

https://www.npoklassiek.nl/concerten/5a6c9726-294d-462e-8b4d-ec3eb5aa07b1/amsterdam-750-jaar-stadsrechten

Over Jeff Hanburg en zijn composities:

Looking East: vooruitstrevende traditie verpakt in goede noten

Oídipous van Calliope Tsoupaki:

GROTE ORKESTEN  (I en II, chronologisch)

21 september

©Julia Vesely

Nederlandse première van Variations van Samuel Abrams, gevolgd door het derde pianoconcert van Bartók gespeeld door Pierre-Laurent Almard en gedirigeerd door Karina Canellakis… Dat belooft veel vuurwerk en genoot.
De Beethoven 3 na de pauze zou ik voor lief nemen of…
De keuze is aan u

https://www.npoklassiek.nl/concerten/fe50adf4-623a-4cd3-8755-5a01c3d1d81f/de-wonderschone-eenzaamheid-van-samuel-adams

26 oktober

De helemaal complete Peer Gynt: wanneer hoor je dat? Allemaal zijn we bekend met de twee orkestsuites, maar de hele theater-muziek die Grieg schreef in opdracht van Ibsen wordt nog maar zelden uitgevoerd. Het orkest staat onder leiding van Stéphane Denève en als solisten horen we  Liv Redpath, Aylin Sezer en Raoul Steffani. De uitvoering wordt gecombineerd met tekst en regie van het Vlaamse gezelschap Het Banket en acteur Filip Jordens.

https://www.npoklassiek.nl/concerten/7a53492e-2916-4c00-b431-d3d9990dd3d8/noordse-faust-peer-gynt-van-ibsen-grieg

9 november

“Ongrijpbare noten en strijkkwartet”.. Dat klinkt spannend, zeg! En spannend wordt het, ongetwijfeld. Programma vermeldt Strange oscillations (uit Vierde strijkkwartet ‘What remains’) van Roukens; Absolute Jest van John Adams en de vierde symfonie van Sjostakovitsj.
Het wordt een samenwerking van het Dudok Quartet en RFO onder leiding van Vasily Petrenko

https://www.npoklassiek.nl/concerten/0cbb5c2e-d759-4898-a855-73d787240a20/sjostakovitsj-vierde-symfonie-ongrijpbare-noten-en-een-strijkkwartet

7 december

© Marco Borggreve

“Muziek uit de nieuwe wereld”. Never mind Dvořàk 9, maar het celloconcert van Gulda (solist: Kian Soltani) en de wereldpremière van het nieuw werk van Joey Roukens maken mij nieuwsgierig. En als je weet dat het RPhO onder leiding staat onder Lahav Shani, nou, dan wil ik ook die Dvořàk horen!

https://www.npoklassiek.nl/concerten/c7c6bee7-572e-414e-8a7c-78ab7d3e5ba3/muziek-uit-de-nieuwe-wereld

1 maart

Randall Goosby © Jeremy Mitchell

Waarom het tweede vioolconcert van Florence Price (solist: Randall Goosby) ingepakt moet zitten tussen Mozart 35 en Beethoven 7? Dé manier om de liefhebbers van het ijzeren repertoire met iets nieuws kennis te laten maken? Dat denk ik, maar ik denk niet dat het zal werken. Of? Aan de dirigent (Michele Mariotti) zal het in ieder geval niet liggen.

https://www.npoklassiek.nl/concerten/4118f4dd-0c9b-4d7d-b42d-04cbd8bb5b89/erkenning-voor-florence-price

OUDE MUZIEK

Abramo ed Isaaco van Josef Mysliveček, daar heb ik nooit van gehoord dus daar ga ik naar luisteren. Zangers zijn goed, in ieder geval goed, voor de rest: afwachten

https://www.npoklassiek.nl/concerten/df726af8-1e96-44a3-af74-4d044a6bf91a/myslivecek-waar-mozart-de-mosterd-haalde

16 november

Mari Eriksmoen (c) Astrid Walle

Autentieke Idomeneo? Hmm… Weet ik niet. De opera beleeft tegenwoordig zijn renaissance en wordt steeds vaker gespeeld en opgenomen. Men moet van goeden huize komen om met de al bestaande, goede opnamen op te nemen

15 februari

Maria Vespers van Monteverdi, daar zeg ik nooit ‘nee’ tegen, al vallen mij veel laatste opnames voornamelijk tegen. Te veel naar Jordi Savall geluisterd?
 Maar ik ga zeker naar luisteren

Neil van der Linden over de uitvoering door La Tempête:

https://www.npoklassiek.nl/concerten/bc616a21-d848-4f62-bdb7-4b5975a82012/monteverdis-sollicitatie-de-onvolprezen-mariavespers

15 maart

Coro e Orchestra Ghislieri

Nog meer Vespers. In dit geval Vespro di Santa Cecilia van Scarlatti.  Het programmaboekje spreekt van “Scarlatti’s late meesterwerk. Wellicht. Ik ga in ieder geval radio aan doen, ik hou van verrassingen

https://www.npoklassiek.nl/concerten/6fd648be-0df8-413d-9dbd-8f11fc2251b0/scarlattis-late-meesterwerk-de-vespro-di-santa-cecilia





HEDENDAAGS

Hier kan ik kort over zijn: aangezien de meeste werken hun wereldpremières gaan beleven zou ik ze allemaal willen horen. Daar wil ik nog wat tijd er in steken en waar mogelijk zou ik van tevoren nog even over berichten, de keuze is immens!

De volledige brochure kunt u hier downloaden:

https://cms-assets.nporadio.nl/npoRadio4/ZM0370-Brochure-binnenwerkomslag.pdf?v=1711029397

Lohengrin: my little selection of recommendations and turn-offs

Lohengrin arrives in Antwerp, painting from the Lohengrin mural cycle, by August von Heckel , Neuschwanstein Castle

For me (definitely not a Wagnerian!), Richard Wagner’s Lohengrin ranks as high as his Tannhäuser : I can never get too much of it. No wonder my Lohengrin shelf is well-stocked. A selection of recommendations and turn-offs.


CD’S

GEORG SOLTI

My favourite CD recording is the one conducted by Georg Solti (Decca 4210532), mainly because of the conductor. It starts already with the overture: very mysterious yet with both feet on the ground. Very sensitive, but also emphatically real without any sectarianism; no Hare Krishna here, but no Halleluja either.

Despite all the swans, Lohengrins do not usually fall out of the sky. Before officially recording the role Domingo had been preparing for it for almost twenty years. His Lohengrin is loving and warmblooded.

Jessye Norman was the perfect Elsa in those days; young and innocent with a voice that completely blows you away. Fischer-Dieskau’s Heerrufer is a matter of taste, but Siegmund Nimsgern and Eva Randová are a perfectly vicious pair!





Domingo’s baptism of fire in the role of Lohengrin was in Hamburg in 1968. He was then 27 (!) years old. It was not only his first Wagner, it was also the very first time he sang an opera in German, a language he did not yet master.


Fragments of the performance have been preserved (e.g. Melodram MEL 26510). His voice sounds like a bell, with a lot of bronze and a golden shine. The high notes are high and sung in full. Where can you still experience a Lohengrin like this? So beautiful that it makes you want to cry.


His Elsa was Arlene Saunders, at that time a much-loved prima donna in Hamburg, today she is totally forgotten. How unjust! Saunders was not only an amazingly good singer, she was also a beautiful woman and an exemplary actress.

 




MAREK JANOWSKI



Marek Janowski is considered one of the best Wagner conductors of our time, but his Lohengrin, recorded live in Berlin in November 2011 (PentaToneClassics PTC 5186403) is a little disapppointing to me.

Janowski conducts very carefully, too carefully for me, making the overture most like an overly- stretched mush. Fortunately, he soon recovers and in the second act he makes the menace palpable. In the Wedding March, he makes the notes flow nicely into each other and he succeeds very well with his choice of tempi, all the while neatly restraining the orchestra. Yet I cannot escape the impression that he loses himself into the details.


I am not a fan of Annette Dasch, I find her voice a bit ‘ordinary’, but perhaps it does suit the character of Elsa? Susanne Resmark is a decent Ortrud, with a big voice and a nice dark timbre. But her ample vibrato is sometimes annoying.

The rest of the singers are certainly superb, but there is one problem: they do not blend. Klaus Florian Vogt’s sound is very ‘white’, his timbre quite sweet and his approach very lyrical. Beautiful, yes, but frankly I’ve had it by now with the same thing over and over again: he doesn’t develop. Moreover, he cannot compete with the deep low sound of Günther Groisböck (Heinrich) and the truly phenomenal volume of Gerd Grochowski (Telramund). In the ensembles, he simply shrinks away to nothing.


Below Günther Groisböck sings the ‘Gebet des König Heinrich’





BERTRAND DE BILLY



One of the newer Lohengrins, at least on CD, was conducted by Bertrand de Billy and recorded live at the Frankfurter Opern in March 2013 (OEHMS classics OC946).
Judging by pictures in the textbook, we are to be happy that the production was not released on DVD but on CD!

Camilla Nylund is a wonderful Elsa, for me perhaps the best Elsa of recent years. Michaela Schuster, meanwhile, has made Ortrud into one of her showpieces, although there is something in her interpretation that displeases me a little. For Falk Struckman (King Heinrich) I am willing to commit murder, so I will forgive him for his voice becoming a bit unstable.
The German-Canadian tenor Michael König (Lohengrin) is new to me. His voice and interpretation really make me quiet, so beautiful and so moving! Just because of him and Nylund, I am going to cherish this recording!




ERICH LEINSDORF



Back in time for a moment.
In 1943, Erich Leinsdorf conducted a wonderful Lohengrin at the Metropolitan Opera in New York (Sony 88765 42717 2). The overture is to die for, just like a fairytale. I can’t get enough of it.

Lauritz Melchior is of course the Lohengrin of the era and Astrid Varnay sounds surprisingly lyrical. It’s a pity that she pronounces the consonants so very emphatically, something I don’t like. Alexander Sved is a very authoritative Telramund and Kerstin Thorborg a good Ortrud.




FRITZ STIEDRY



Opposite Leinsdorf’s recording is a 1950 recording under Fritz Stiedry (Walhall WLCD 0146). His approach is very down-to-earth, straightforward, which is also amplified by the poor sound quality. But it is undeniably beautiful and very surprising.

The singers also: Helen Traubel is a delightful Elsa and Astrid Varnay has been promoted from Elsa to a very impressive Ortrud after those seven years. And then Herbert Janssen’s Telramund: what a voice and what an impressive interpretation.




DVDS

AUGUST EVERDING


Even on DVD there is no shortage of good, not so good or even ridiculous performances (long live the director!). I start with an undoubtedly fine performance from the Metropolitan Opera, recorded in 1986 (DG 0734176) .


August Everding’s production is very traditional, with ditto costumes and sets. It is very beautiful, but for me there is something missing, as if the soul has been taken out of the performance.

But then there is Leonie Rysanek (Ortrud) and you have to keep looking at her with fascination. Just watch her glance at Elsa’s accusation. Delightful!
James Levine conducts with verve and gives all the shine to the score, truly magnificent. Watching his face while he conducts is also fascinating; it shows complete commitment to the music.


Below, Leonie Rysanek as Ortrud:





GÖTZ  FRIEDERICH



It was August Everding who first recognised Götz Friedrich’s enormous qualities. It was also he who ensured that Friedrich was appointed chief producer in Hamburg after his escape from the GDR.

Contrary to what is written about him, Friedrich never saw himself as a representative of ‘Regietheater’. On the contrary, his productions are very faithful to the libretto and the music. Do not expect strange concepts from him.

The Lohengrin he made in Bayreuth in 1982 (Euroarts 2072028) is, for me, among the opera’s finest productions. It moves between harsh reality and the utopian dream world of an adolescent girl.
Karan Armstrong is a beautiful woman and a great actress, but her tremolo is very annoying at times. Peter Hofmann is in every way a dream Lohengrin: with his handsome looks, clad in white and silver, he seems to have literally stepped out of a girl’s reveries. Elisabeth Connell is an impressive Ortrud and Bernd Weikl a terrific Heerrufer.


Below is a short excerpt from the production:




NIKOLAUS LEHNHOFF



That Nikolaus Lehnhoff was very familiar with Friedrich’s production is obvious. Like Friedrich, he omits the swan. Lohengrin (Klaus Florian Vogt in one of his best roles) is preceded by a ray of light, giving him the allure of a 1950s pop star. Talk about girlish dreams!

Light and soft, like the first rays of the rising sun, this is how the first bars of the overture sound. In the middle of the stage, shrouded in shades of dark blue and black, Elsa ( a very poignant Solveig Kringelborn) comes up, her hands on a chair. This chair will remain the centre of her universe, and her only foothold, from now until the end of the opera. The feeling of loneliness takes hold of you, and you realise that things will never work out, all the knights and swans notwithstanding.
The most striking thing about this brilliant Baden-Baden production is its matchless lyricism. The singers seem to have walked straight out of Bellini operas and even Ortrud, in the interpretation of the phenomenal Waltraud Meier, is like a Lady Macbeth with human traits. After Götz Friedrich, this is for me the best Lohengrin on DVD (Opus Arte OA 0964D)

Below is a scene between Elsa and Ortrud:




RICHARD JONES



Does the libretto speak of a regime? Dictatorship? Persecution and/or lack of democracy? Yes? Hup, then we simply move the action to the 1930s. So banal, and so clearly a lack of inspiration! I blame Richard Jones especially for the latter. His Lohengrin, in its banality, is not only weird, but also predictable and uninspired. At least for me.

Right at the start the beautiful overture, sublimely and sensitively played by the Bayerischer Staatsorchester under Kent Nagano, is totally destroyed by the picture. We see a girl with dark braids, dressed in green dungarees, sitting at a drawing table, drawing a house.

Lohengrin (Jonas Kaufmann) is a hippy dressed in jeans. He emerges, with under his arm, a big, white plastic swan, which is also mechanically controlled: it pecks around and into its feathers. I find it tacky.

The Munich production, July 2009 (Decca 0743387), marked Kaufmann’s debut in the role of Lohengrin. Did he succeed? Yes and no. His voice is naturally powerful and lyrical at the same time and with a big volume. He does not have to force anything and his highs and lows are beautifully balanced. Yet I miss something in his performance, that little ‘etwas’… Maybe it’s because it’s his debut, but on me he makes a not too happy impression.

Anja Harteros is a heartbreaking Elsa. She plays the role very impressively and manages to combine girlishness with a budding femininity.

Michaela Schuster did not know how to be portray Ortrud at the time, but Wolfgang Koch (Telramund) makes up for a lot. Such a beautiful voice! Deep, grand, supple, lithe, majestic and authoritative. He also manages to impress particularly as an actor. Evgeny Nikitin is a convincing Heerrufer.

Below is the trailer of the production:





HANS NEUNFELS

Recorded in Bayreuth in 2011, Hans Neuenfels’ production (Opus Arte OA 1071 D) is a bit obscure. Because, what are rats doing in Lohengrin? Now… here’s the thing: the Brabanders have been turned into rats by failed experiments and Lohengrin comes to help them, like someone from the animal liberation front. Something like that. Sort of.
No, I didn’t think it up and I wouldn’t have been able to understand it if I hadn’t read the reviews. But apparently the enthusiastic (yes, the production was enthusiastically received!) fellow reviewers are either clairvoyant, or they had a special sit-down with the director.
Even the overture is teeming with (animated) rats in pink, white and grey. And that’s just the beginning. And to also give away the ending: Elsa’s little brother is a just-born fat baby with the umbilical cord still on….
Annette Dasch looks beautiful and innocent and acts well and Klaus Florian Vogt sings beautifully and lyrically. Once and never again.


Below is an excerpt:



BONUS:

Stephen Fry and his love for Wagner

Stephen Fry takes in the view from Neuschwanstein Castle in Germany, one of the stops on a pilgrimage to explore his complicated feelings about the life and work of Richard Wagner.

Of course every film and stage lover knows Stephen Fry, one ot the greatest English actors of the last decades. But Fry is much more than that. As he had been very open about his homosexuality and his psycological problems (he suffers from manic-depressive disorder, about which he has made a movie called “The Secret Life of the Manic Depressive), he has made himself extremely vulnerable.




He is also a huge Wagner fan, something that has reinforced his bipolarity; Stephen Fry is Jewish and the majority of his family were murdered in the Holocaust. He also made a film about that, Wagner & Me (1102DC).



The documentary has won awards at several festivals. Quite rightly so, as the result is not only hugely fascinating because of the internal conflict or call it a dilemma which a Jewish Wagner enthusiast finds in himself, but it also provides us with images that a mere mortal normally never gets to see.

Because, should you ever manage to get tickets to Bayreuth: you’ll never get behind the stage. I think.



Entire film:

Bit more:


Debate Verdi vs Wagner:

A little laughter: joke by Darren Duton; X Factor Special Stephen Fry on Wagner:





Stephen Fry’s website:

https://www.stephenfry.com/

Erkend Europa in de hoofdrol

Tekst: Peter Franken

Antonio Salieri (175-1825) schreef meer dan veertig opera’s, lange tijd allemaal vergeten. Nadat Salieri als persoon weer enigszins in de belangstelling kwam te staan zijn er voorstellingen geweest van zijn opera’s Tarare en Falstaff, beiden op dvd verkrijgbaar. Inmiddels is daar een derde bijgekomen: Europa riconosciuta.

Poster van de première bij de inauguratie van La Scala op 3 augustus 1778

Dit werk werd in 1778 geschreven ter gelegenheid van de opening van het Nuovo Regio Ducal Teatro di Milano, tegenwoordig La Scala. Sindsdien werd het nooit meer opgevoerd.

Riccardo Muti besloot in 2004 de opera nieuw leven in te blazen ter gelegenheid van de heropening van de Scala, nadat het theater een aantal jaren gesloten was geweest in verband met een grondige renovatie. Vreemd genoeg heeft het twaalf jaar geduurd voordat de opname van die première op dvd werd uitgebracht.

Dat Europa riconosciuta (‘Europa erkend’) meer dan twee eeuwen veronachtzaamd is, heeft niets te maken met de kwaliteit van het werk. Het is een uiterst fraai voorbeeld van een klassieke opera seria met een mythologisch thema, zoals er zo veel zijn geschreven. Maar om het goed te bezetten is een heksentoer. De muziek is geschreven voor twee coloratuursopranen, de koninginnen Semele en Europa, die allebei in staat moeten zijn tot vocale acrobatiek van de hoogste orde, met een F en voor Europa zelfs een hoge G als topnoot.

Riccardo Muti zou vermoedelijk nooit zijn plan om de opening van 1778 te emuleren hebben doorgezet als hij niet had kunnen beschikken over iemand als Diana Damrau voor de rol van Europa. Als Semele werd de toen nog zeer jonge Désirée Rancatore aangetrokken, en ook hierin had Muti een gelukkige hand.

De oorspronkelijk voor castraat geschreven partijen van Asterio en Isséo werden heel mooi vertolkt door respectievelijk de mezzosopranen Genia Kühmeier en Daniela Barcellona. Giuseppe Sabbatini vertolkte de rol van ‘bad guy’ Egisto, met een bijna baritonale laagte in de passages waarin zijn minder prettige karakter doorklinkt.

“The Abduction of Europa” by Johann Heinrich Tischbein the Elder (1722–1789)

In de Griekse mythologie is Europa een Fenicische prinses die door Zeus – in de gedaante van een stier – wordt ontvoerd naar Kreta, waar zij hem twee kinderen baart. Wat aardser is de operaversie, waarin Europa wordt ontvoerd door koning Asterio, die haar meeneemt naar zijn rijk op Kreta, daar met haar trouwt en een zoontje bij haar krijgt.

De problemen ontstaan als het koppel terugkeert naar Fenicië om Europa’s rechten op de troon op te eisen. Die zijn inmiddels overgegaan op haar nicht Semele, die haar positie wil versterken door de veldheer Isséo naast zich te plaatsen als koning. Het geval wil echter dat Isséo en Europa op het punt stonden te trouwen toen zij ontvoerd werd. Het weerzien leidt tot veel problemen, waar Egisto, een andere Fenicische veldheer, een slaatje uit probeert te slaan.

‘Va coll’aura scherzando’:  Desirée Rancatore (Semele) en Giseppe Sabbatini (Egisto):

Europa geeft Isséo te kennen dat hij haar uit zijn hoofd moet zetten en met Semele moet trouwen. Als hij aarzelt, maant zij hem zich te vermannen en een voorbeeld aan haarzelf te nemen. Zij heeft zich geschikt in haar lot, heeft trouw gezworen aan haar echtgenoot en is nu moeder van diens kind. Maar als Isséo afdruipt, laat Europa haar werkelijke gevoelens zien in de aria ‘Numi, respiro… Ah, lo sento’. Dit is een absolute showstopper, op zich al voldoende reden om deze dvd aan te schaffen.

Aangezien er bij de feestelijke opening van het seizoen, tevens heropening van het theater, liefst ook een rol moest zijn weggelegd voor het ballet van La Scala werd aan het einde van de eerste akte een groot dansnummer ingelast.

Gedurende bijna twintig minuten was een omvangrijk corps de ballet in fantasiekleding – eind achttiende eeuw, met Grieks ogende hoofdtooi – te zien, gevolgd door een optreden van twee solisten. Niet onaardig, maar zonder enige relevantie met de opera. Hiervoor was balletmuziek opgediept die Salieri ooit voor een andere gelegenheid had gecomponeerd.

De regie van deze productie was in handen van Luca Ronconi. De decors en kostuums waren ontworpen door Pier Luigi Pizzi. Pizzi had ruim gebruikgemaakt van de nieuwe technische mogelijkheden die het theater bood na de renovatie. Al met al zijn er zo’n twintig scènewisselingen bij geopend doek, allemaal heel snel en feilloos uitgevoerd.

Tijdens de ouverture is een schip te zien dat in tweeën splijt, een metafoor voor schipbreuk. Verder zijn er veel gesloten trappen op beweegbare plateaus. In de tweede akte is er als achtergrond een stellage met open trappen tegen de achterwand.

Alle hoofdfiguren zijn schitterend gekleed, waarbij Semele als regerend koningin wordt verwend met meerdere glitterjurken, bij elke verschijning weer een andere.

Het koor en het orkest gaven onder leiding van Muti de solisten de noodzakelijke ondersteuning. Het publiek reageerde luidruchtig enthousiast. Niettemin is sindsdien van Europa riconosciuta niets meer vernomen, tot deze dvd door Erato werd uitgebracht. Een mooie gelegenheid om met het werk van Salieri nader kennis te maken. 

Een beetje aangeschoten… Anne Sofie von Otter zingt Offenbach

“Ach, wat was dat voor een lekker etentje, en wat voor een exclusieve wijn” zingt von Otter in de gedaante van de Peruaanse la Périchole. Zij is duidelijk aangeschoten, en zo voel ik me ook. 70 minuten lang heb ik me kunnen laven aan het mooiste wat Offenbach te bieden heeft, en dat is inderdaad met de beste wijn vergelijkbaar.

De echte naam van Offenbach was Jakob Eberst. Hij werd in 1819 geboren als het zevende kind van Isaac Judah Eberst, een verdienstelijk amateur violist die in zijn kost voorzag met het geven van muziek- en zang lessen. Toen vader Eberst aangesteld werd als de voorzanger in een Keulse synagoge, veranderde hij zijn naam in Offenbach, naar zijn geboorteplaats.

Ook Jakob was met vioollessen begonnen, maar algauw wisselde hij van instrument, om definitief voor de cello te kiezen. In 1833 stuurde zijn vader hem naar Parijs, om hem daar aan het conservatorium te laten studeren. Daar aangekomen, speelde Offenbach – inmiddels geen Jakob meer maar Jacques – enkele jaren cello bij het Opéra-Comique.

Offenbach as cello virtuoso / Alexandre Laemlein, 1850

Offenbach was een echte cello virtuoos die verliefd was op zijn instrument. Hij schreef ettelijke composities voor zijn instrument en was vijf jaar werkzaam als dirigent aan het Théatre Français. In 1855 kwam zijn droom in vervulling: aan de Champs Elysées opende hij zijn eigen theater, Bouffes-Parisiens.

Advertising poster for the Théâtre des Bouffes-Parisiens 1865 season / Nada

Na zijn overlijden werd Offenbach geroemd als de vader van de operette. Rossini noemde hem niet voor niets  “de kleine Mozart van de Champs-Elysees”! In zijn leven componeerde hij meer dan 600 werken maar het gros bleef niet uitgegeven. Enkele van zijn operettes werden her en der opgevoerd, maar tot aan 1999, toen er een monumentale editie met al zijn werken in de oorspronkelijke versie werd uitgebracht, was er geen sprake van revival en het grote publiek kende hem voornamelijk als de schepper van Les Contes d’Hoffman, een opera die hij niet eens afmaakte.

Het was niet de eerste keer dat Minkowski zich met Offenbach bezighoudt. In 2001 dirigeerde hij in Parijs een spectaculaire uitvoering van La Belle Hélène

die concertante ook in Londen en Keulen te horen was, en daarna door Virgin werd opgenomen

Het was ook Minkowski, die op von Otter’s voorstel om samen een cd met franse aria’s op te nemen, voor Offenbach had gekozen.

Les Musiciens du Louvre, het orkest dat in 1982 door Minkowski werd opgericht, speelt zowel op authentieke, als op moderne instrumenten. Voor zijn Offenbach project heeft Minkowski gekozen voor het moderne instrumentarium, maar reduceerde zijn orkest tot 40 musici. Uit de nieuwe kritische editie van Jean-Christophe Keck koos hij de op te nemen scènes, en engageerde nog  zeven andere zangers. Wat als een enkel cd-project was geboren, eindigde in december 2001 in Théatre du Chatelet in Parijs als een wervelende show. En die cd kwam er toch, want het geheel werd in 2002 door DG live opgenomen.

Anne Sofie von Otter is vanaf haar debuut in 1982 nog steeds “hot item”, een stem virtuoos die thuis is in alle vocale gebieden, al beslaat het geven van liedrecitals het belangrijkste deel van haar carrière. Von Otter is een familiemens en wil niet al te lang van huis zijn, iets wat helaas onlosmakelijk verbonden is met de wereld van de opera en de eindeloze repetities die erbij horen. Van Offenbach zong zij ooit Nicklausse in de Hoffman’s Vertellingen

Anne Sofie von Otter en Stéphanie d’Oustrac in ‘Belle nuit, ô nuit d’amour’ uit Les contes d’Hoffm\


En het is te hopen, dat die samenwerking met Minkowski haar interesse in nog meer Offenbach heeft kunnen opwekken en dat er nog meer komt.

Ik in ieder geval ben de eerste om bijvoorbeeld een complete Fantasio * toe te juichen, want de hier gepresenteerde ballade en het duet smaken naar meer, wat een mooie muziek is dit!

Het “samenzweerders sextet” uit Madame l’Archiduc is meer dan kostelijk, en doet voor de beste Rossini niet onder.

Van ‘Symphonie de l’avenir’, een geestige Wagner parodie afkomstig uit  “Le carnaval des revues” moest ik schaterlachen, en die champagne stemming bleef ik tot het eind van de cd houden.

Het publiek was duidelijk enthousiast, net als ik. En ik vraag mij nog steeds af of het teveel is gevraagd om zoiets ook naar Nederland te halen. Het is een retorische vraag

Anne Sofie van Otter, Gilles Ragon, Magali Léger, Laurent Naouri, Jean-Christophe Keck, Jean-Christophe Henry, Christophe Grapperon, Stéphanie d’Oustrac; Les Musiciens du Louvre olv Marc Minkowski
DG 4715012

In alle opzichten mooie Roméo et Juliette in Salzburg

Tekst: Peter Franken

In 2008 stond Gounods grote romantische opera op het programma van de Salzburger Festspiele. Rolando Villazón zou bij die gelegenheid in Salzburg herenigd worden met Anna Netrebko waarmee hij in 2005 zoveel succes had geboekt in La traviata. Het mocht niet zo zijn, Netrebko moest afzeggen wegens zwangerschap. Geen nood, opkomst Nino Maichadze, een tot dan toe minder bekende sopraan die hier haar spreekwoordelijk invalmoment beleefde.

Photo © Ralph Orlowski/Getty Images)

De nog pas 25 jarige Georgische oogt en acteert als een tiener en zingt alsof ze al jaren actief is op de grote podia. De chemie tussen de twee lovers is aanstekelijk en op hun zang valt niets aan te merken: a perfect pair in alle opzichten. Met Villazon zou het al vrij snel bergafwaarts gaan vanwege chronische stemproblemen.

Maichadze is tot op heden een veelgevraagde sopraan met zo nu en dan een opmerkelijke repertoire keuze. Zo zong ze in 2024 bij Oper Frankfurt tweemaal Desdemona: zowel in de versie van Rossini als van Verdi.

Photo © Ralph Orlowski/Getty Images)

Regisseur Bartlett Sher en kostuumontwerper Catherine Zuber hadden zich naar eigen zeggen laten inspireren door Fellini’s film Casanova en een van de figuranten is dan ook uitgedost als deze archetypische rokkenjager. Om die reden is het verhaal verplaatst van de zestiende naar de achttiende eeuw.

Trailer van Felini’s Casanova:



Het moet gezegd, van die kostuums is zeer veel werk gemaakt en alle spelers zien er prachtig uit, al loopt Juliette om onduidelijke redenen na afloop van de eerste akte verder in een nachtjurk. Overigens moet mij van het hart dat de Fellini-citaten ons wel erg vaak om de oren vliegen, zijn verzameld werk wordt een must voor elke recensent.

Het toneel van de Felsenreitschule is ondiep wat de scènes met koor en figuranten tot een drukke onoverzichtelijke boel maakt. Sowieso was het beter geweest deze grote vijf-akter in het Großes Festspielhaus te programmeren. Nu moet alles in de breedte worden uitgespeeld wat soms tamelijk geforceerd overkomt, zeker in de schermscènes. In 2016 zou de productie worden overgenomen door de Metropolitan Opera en voor die gelegenheid werd door Michael Yeargan een nieuw decor ontworpen waarin de enscenering meer tot zijn recht kwam.

Roméo et Juliette is zo ongeveer het ultieme liefdesverhaal en behoeft geen enkele actualisering om het schrijnend karakter van deze geschiedenis bij de huidige toeschouwer ‘binnen te laten komen’. Geheel in overeenstemming daarmee volgt Bartlett keurig het libretto, afgezien dan van die ‘Casanova-aanpassing’.

Ik moest gaandeweg de voorstelling denken aan de uitspraak over opera van componist en intendant Rolf Liebermann in het liber amicorum voor Hans de Roo: ‘Het is de edelsteen in het bloeiende bloembed van de cultuur, een noodzakelijke luxe die het de mensen gemakkelijker maakt het hoofd te bieden aan de agressies van de maatschappij, een toverschip naar de oevers van de verbeelding. Een noodzakelijke luxe.’ Toepasselijker kan het haast niet dezer dagen.

Wat opvalt is de kwaliteit van de gespeelde gevechten. Als hiervoor gespecialiseerd personeel was ingezet had het er nauwelijks geloofwaardiger uit hebben kunnen zien. Mooi ook om vast te stellen dat er gewoon doorgezongen wordt tijdens het vechten. Elkaar beledigen is immers net zo belangrijk als elkaar verwonden, doden komt niet op de eerste plaats, dat is meer een bedrijfsongeval.

De rollen zijn over de gehele linie goed tot zeer goed bezet. Behalve de twee titelfiguren treedt Mikhail Petrenko op als Frère Laurent, oogt beetje jong maar compenseert dit met een perfecte voordracht die geen tegenspraak duldt.

Falk Struckmann is een opvallende keuze voor Le Comte Capulet maar het gaat hem goed af. Hij zingt in welluidend Frans en weet zijn stempel op de scènes te drukken waarin hij opkomt. Zijn flinke vibrato neem ik maar op de koop toe.

Russel Braun krijgt als Mercutio zelfs een open doekje voor zijn verhaal over reine Mab, niet eenvoudig om dit moeizame nummer tot leven te brengen.

Cora Burggraaf krijgt eveneens een warm onthaal na haar ‘Que fais tu, blanche trourterelle?’ Juan Francisco Gatell maakt van zijn Tybalt een ongelofelijke eikel, mooie typering, prima spel.

Yannick Nézet-Séguin heeft de muzikale leiding. Hij staat voor het Mozarteum Orchester Salzburg en het Konzertverein Wiener Staatsopernchor. Zij completeren het muzikale succes van de voorstelling.  

Laatste scène:


Bonus: dood van Juliette in verschillende talen



Ik ben Nino Machaidze!

Romeo en Julia volgens Gounod, Bellini en Zandonai

Ciboulette, or what happened to Rodolfo?




Has anyone ever wondered what happened to Rodolfo after Mimi’s death? To be honest, I hadn’t. Until I came across him in Reynaldo Hahn’s operetta Ciboulette.



Rodolfo has renounced love and poetry, joined the Commune and works under the name Duparquet as a market supervisor at Les Halles in Paris. Like a good fairy, he helps a vegetable seller to find the love of her life: the rather dull but young and very rich Antonin de Mourmelon, who is himself suffering from heartbreak because his beloved has exchanged him for a macho and virile hussar.




In this direction by Michel Fau, the first act of Ciboulette is shrouded in shades of black-grey-white and it exudes an atmosphere of the early years of cinema. It is only with the arrival of Ciboulette that colour also enters the story. The effect is grand: it is as if the invisible, drab curtain behind which the fairy colours have been hiding, is pushed aside.

Jean-François LapoinCoiste is irresistible as Duparquet. Effortlessly he switches from hilarious dialogues and an upbeat duet with Ciboulette (very catchy “Nous avons fait un beau voyage”)

to the very moving sung “C’est tout ce qui me reste d’elle”, in which he reminisces about Mimi. And, am I mistaken or do I hear there, softly and far away in the background, snatches of Puccini’s music?

Julien Behr’s tenor (Antonin de Mourmelon) is not particularly beautiful, he is also a bit stiff, but it suits the role.

Eva Ganizate is a delightful grisette Zénobie and Bernadette Lafont provides some extra fun with her role of Madame Pingret.




Ciboulette is sung by young French soprano Julie Fuchs. Her beautiful, spring-like appearance and her light, agile voice make her an exemplary “happy-go-lucky” girl who does not yet know what she wants until she meets the real thing.



At the end, we get a real sing-along that sticks into your ears even if you don’t know the operetta or even the language!



Suffering from the winter blues? Hounded, stressed, abandoned by a loved one? Buy the DVD and be cheered up! What a feast!

Trailer:

Seizoen 2024/25 van De Nationale Opera. Wat staat ons te wachten?

Een jaar geleden, toen het seizoen van De Nationale Opera bekend werd gemaakt, schreef ik:

“Het nieuwe seizoen is bekend gemaakt. Ik heb er een paar weken over gedaan om er iets van te vinden, want eigenlijk vond ik er niets van. Een oneliner? Ja, zeker, vandaar dat ik het een en ander ga toelichten. Want: moeten we juichen? Nee. Mogen we teleurgesteld zijn? Ja. Zijn er veel herhalingen en te veel van hetzelfde? Ja. Zijn er dan helemaal geen verrassingen en leuke dingen? Ja, die zijn er, maar heus?”

Helaas kan ik geen betere introductie tot het seizoen 2024/25 bedenken.



RIGOLETTO

We beginnen met de herneming van de – voor mij – afschuwelijke Rigoletto in de regie van Damiano Michieletto. De productie is zeven jaar oud:

https://basiaconfuoco.com/2017/05/10/rigoletto-van-damiano-michieletto-amsterdam-2017/

Alleen: zeven jaar geleden hadden we een werkelijk fantastische cast gehad en van de nieuwe zangers weet ik niet zo veel. Ik ken alleen Roman Burdenko, de vertolker van de hoofdrol. Ook de dirigent, Antonino Fogliani  is voor mij niet echt een bekende naam, wat natuurlijk niets zegt. Wellicht worden er nieuwe sterren ontdekt? Je weet maar nooit!

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/rigoletto

PETER GRIMES

In oktober worden we getrakteerd op de nieuwe productie (regie: Barbora Foráková) van Peter Grimes van Britten. Daar ben ik blij mee want deze fantastische opera wordt bij ons veel te weinig uitgevoerd! Viotti dirigeert en de namen van zangers klinken veel belovend, dus; wie weet?

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/peter-grimes

In november volgen twee nieuwe titels: een kinderopera Lennox

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/lennox

en Le Lacrime di Eros met muziek van o.a. Caccini, Peri en Monteverdi.
Concept, regie, decors en kostuums zijn van Romeo Castelucci en het muzikaal concept muzikale concept is van de dirigent Raphaël Pichon

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/le-lacrime-di-eros

DIE FLEDERMAUS

en dan is er december. Feesten! Kerst, Nieuwjaar en, uiteraard Sylvesterparty, waar traditioneel Die Fledermaus bij hoort. Na de vele herhalingen van de ooit leuke maar inmiddels zeer verouderde (35 jaar oud en eindeloos herhaald, voor het laatst in 2008) productie van Johannes Schaaf  krijgt de prachtige operette een nieuwe boost.


Barrie Kosky keert terug om zijn liefde voor de operette ook aan Nederlanders te verklaren en Viotti laat ons, hoop ik, swingen. Pardon, walsen.


In de cast ontdek ik tot mijn grote plezier drie Nederlanders: Thomas Oliemans (Dr.Falke), Mark Omvlee (Dr. Blind) en Frederik Bergman (Frank).

De grootste verrassing is echter de bezetting van Orlofsky: hij wordt gezongen door niemand minder dan Marina Viotti, de zus van onze dirigent

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/die-fledermaus

EEN LIED VOOR DE MAAN

Ook aan de kinderen wordt in december gedacht:  Mathilde Wantenaars Een lied voor de maan komt terug.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/een-lied-voor-de-maan

Neil van der Linden bezocht de voorstelling in oktober 2021.
Zijn recensie:

DIE ERSTEN MENSCHEN




In de maan januari wordt Die Ersten Menschen van Rudi Stephan herhaald. Het is een productie van Calixto Bieito die oorspronkelijk gedirigeerd werd door Xavier Roth.
Roth komt niet meer terug en het is nog onbekend wie hem gaat vervangen. Gelukkig kregen we dezelfde, fantastische cast als in juni 2021.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/die-ersten-menschen



recensie van Neil van der Linden:

https://basiaconfuoco.com/2021/06/08/mystery-and-eroticism-after-paradise-rudi-stephans-die-ersten-meschen/

IDOMENEO

Zo te zien is Idomeneo opeens hot, very hot. Althans de opera van Mozart. Lange tijd zelden gespeeld,  is de opera nu bezig met zijn grote inhaal manoeuvre. Niet erg, het werk is het meer dan waard. Mits, en hier beginnen mijn twijfels. Niet over de zangers, want met Idomeneo van Daniel Behle en Elettra van Jacquelyn Wagner zitten we snor. Net als met Anna El-Khashem (Ilia) en Cecilia Molinari (Idamante).

Wat kunnen we verwachten? Veel ballet, dat zeker. Zeker als je weet dat de regie in handen ligt van Sidi Larbi Cherkaoui.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/idomeneo-re-di-creta

OPERA FORWARD FESTIVAL


Maart is al jaren gereserveerd voor het Opera Forward Festival, met veel (voornamelijk) nieuwe en avantgardistische werken. Het is altijd afwachten, maar spannend is het wel.


Zelf kijk ik uit naar OUM, muziektheatervoorstelling over Oum Kalthoum, zonder meer de grootste en belangrijkste Egyptische zangeres.

Volgens de makers Kenza Kouchoukali en Bushra El-Turk gaat de voorstelling over “het terugvinden van je wortels waarin Oum Kathoum invloedrijke muzikale universum gecombineerd wordt met het boek Visage retrouvé van schrijver en regisseur Wajdi Mouawad”.

Kenza Koutchoukali: “Waar ik naar zoek is radicale empathie”

https://www.operaballet.nl/artikelen/regisseur-kenza-koutchoukali-over-haar-makerschap

Meer over het Festival kunt u lezen op:

https://www.operaballet.nl/nieuw-seizoen-24-25/de-nationale-opera

DIE FRAU OHNE SCHATTEN

In april krijgen we een nieuwe productie van Die Frau ohne Schatten, (FROSCH in de wandelgangen) van Richard Strauss. Voor veel Straussiannen het summum van het summum. Regie is van de hand van Katie Mitchell, Marc Albrecht dirigeert.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/die-frau-ohne-schatten

De bezetting is veelbelovend met (o.a.) Aušrinė Stundytė als de Färberin en Sara Jakubiak als de Keiserin.

DIDO AND AENEAS (concertante)

Het is alleen maar concertante, maar er is wel een regisseur: Rosemary Joshua.
Het is een coproductie met Nederlandse Reisopera en Opera Zuid en  het wordt uitgevoerd door leden van De Nationale Operastudio

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/dido-and-aeneas-concertant

ANANSI

In mei krijgen we Anansi terug, ‘een spetterend totaalkunstwerk’ en ‘wervelend en fantasievol muziektheater’. Althans zo werd de nieuwe dansopera Hoe Anansi the stories of the world bevrijdde bij de wereldpremière in 2021 ontvangen. Het is een “kleurrijke familievoorstelling” over spin Anansi.

Muziek is van Neo Muyanga , choreografie van Shailesh Bahoran. Lochlan Brown dirigeert en Kenza Koutchoukali regisseert. In de cast ontdekken we o.a. Katia Ledoux, Frederik Bergman en Claron McFadden


Recensie van Neil van der Linden:

https://basiaconfuoco.com/2021/11/15/hoe-de-nationala-opera-de-nederland-caraibische-cultuur-in-huis-haalde/

BORIS GODOENOV



Met Boris Godoenov is het altijd afwachten voor welke versie er wordt gekozen. Er zijn er zo veel, waarvan maar liefst twee van Moessorgski zelf. De nieuwe productie in Amsterdam die gespeeld wordt in het kader van Holland Festival wordt geregisseerd door Kirill Serebrennikov en dat belooft hedendaagse machtsspel in een Rusland van Poetin.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2024-2025/boris-godoenov

Het Koninklijk Concertgebouworkest staat onder leiding van Vassily Petrenko en de hoofdrol wordt gezongen door de Poolse bas-bariton Tomasz Konieczny is Godoenov.
De, bijzonder in Amsterdam geliefde Raehann Bryce-Davis keert terug naar DNO als Marina Mnisjek


Mocht iemand zich al willen inlezen:

https://basiaconfuoco.com/2018/09/06/boris-godoenov/

Glyndebourne, Carmen and Tania Kross. Memories

GLYNDEBOURNE

Glyndebourne is closer than you think. You can even – if you do your best – go there, see the show and then fly back home, all in one day. You take the plane to Gatwick (less than an hour), then the train to Lewes (half an hour), and there the shuttle bus is already waiting to take you to the opera (10 minutes).

The bus costs £6 (you can get a taxi for a pound more) and for that money you also get the return trip. You have to make haste, because the bus leaves right after the performance.

It is not for me. I don’t like to have to hurry, besides, this is my first visit to the famous Festival, so I fly to London the day before and I  return the day after.

© Basia Jaworski


Lewes is a small (16 thousand inhabitants), hilly town in the county of East Sussex, you can take a lovely walk and admire the picturesque cottages and wide views, and I take plenty of time for that too.

© Basia Jaworski



Glyndebourne itself is nothing more than a huge mansion (the opera house), lush gardens and fields of sheep. I stroll around and think about the genesis of what has grown over the years into one of the most prestigious Opera Festivals in the whole world





HISTORY



The Glyndebourne estate belonged to the very wealthy John Christie, who inherited it in 1920 and, together with his wife, the singer Audrey Mildman, turned it into a magnificent opera house. They conceived the idea during their honeymoon, which took them to Salzburg and Bayreuth, among other places.



Initially, only Mozart operas were performed there, but nowadays even Wagner is performed. The theatre was rebuilt and adapted several times, until it, so to speak, almost burst at the seams. In 1992 it was closed and demolished, and on 28 May 1994, exactly 60 years after the very first performance, the public was allowed to admire a completely new opera house: more modern and larger, but still with the great acoustics.

© Basia Jaworski



PERFORMANCES

The performances at Glyndebourne are always very long ones. There are many intermissions, one of which is over an hour and a half long – and people go on picnics. Now imagine all those posh people, ladies in evening gowns and men in dinner jackets, they sit at tables, or quietly whip out a rug in the middle of the grass and feast on the tastiest snacks, full meals and bottles of champagne.


© Basia Jaworski

You order the baskets (with contents) in advance and collect them when the break starts. But you can also bring your own basket, which is a lot cheaper, although I don’t think the audience (who have already spent a lot!) will care much. My eye is caught by a beautifully dressed elderly lady, with one hand on a walker, and the other one holding a glass of pink champagne.

© Basia Jaworski





CARMEN AND TANIA KROSS

Tania Kross (Carmen) and Brendan Jovanovich (Don José) © Glyndebourne festival


I have Tania Kross to thank for getting me there: she invited me to attend her debut as Carmen at Glyndebourne. Well – you don’t say ‘no’ to that, do you?

Tania Kross (as Carmen) and Brandon Jovanovich ( as Don Jose) in Georges Bizet opera “Carmen” directed by David McVicar at Glyndebourne. (Photo by robbie jack/Corbis via Getty Images)



I really liked McVicar’s production. I already knew it; it was broadcast live on TV in 2003 and then released on DVD. I liked it then, but in real life you really get to experience the whole. The stage in Glyndebourne is quite small, so it is a bit crowded, especially in the first and second acts. The third act started with a foggy atmosphere, very cinematic, and very emotional, and in the fourth act you got everything it takes to populate Seville: the toreros, the matadors, the beautifully dressed Spanish Doñas and Dons complete with all the trimmings… it is breathtaking. And Carmen’s death was thriller-like suspense.

Stéphane Denéve and Tania Kross © Basia Jaworski



Stéphane Denéve conducted more than superbly, very French, with a great sense of rhythm, but also with an eye to lyricism. Tania Kross was an excellent Carmen: agile, sexy and provocative. Both the conductor and the director thought she was an ideal Carmen.

David McVicar en Tania Kross © Basia Jaworski

Afterwards, everyone ended up in the pub. The bus had long since left, but I was promised a lift back to London. It was an experience never to be forgotten.



http://www.glyndebourne.com/


Trailer of On Such a Night,  “a charming and captivating piece of Glyndebourne history”:

The whole movie:

https://player.bfi.org.uk/free/film/watch-on-such-a-night-1955-online

More Tania Kross (in Dutch):

Uit de archieven: twee interviews met Tania Kross

KROSSOVER, OPERA REVISITED

Katibu di Shon: de eerste Curaçaose opera

Die Fledermaus en La traviata als een tweeluik

Alfano’s Risurrezione biedt Russisch verismo

Tekst: Peter Franken

Franco Alfano componeerde zijn opera Risurrezione begin 20e eeuw. Het werk op een libretto van Cesare Hanau is gebaseerd op de ‘gelijknamige’ roman van Tolstoi uit 1899.

De première vond plaats in 1904 in Turijn. Met deze keuze sloot Alfano aan bij zijn collega Giordano die een vergelijkbaar onderwerp had gekozen voor zijn Siberia (1903). Ook diens Fedora (1898) past in de grote belangstelling voor Russische dramatiek die in die tijd opgeld deed. Verbanning naar een strafkamp in Siberië na een dramatische gebeurtenis is ook aan de orde in Lady Macbeth van Sjostakovitsj terwijl Janaceks Aus einem Totenhaus zich concentreert op de gebeurtenissen in zo’n kamp.

Door Dynamic is een opname uitgebracht van een voorstelling in Teatro del Maggio Musicale Fiorentina in januari 2020. Het betreft een productie die door Rosetta Cucchi is gemaakt voor het Wexford Festival. Het decor is van Tiziano Santi en de kostuums werden ontworpen door Claudia Pernigotti.

De eerste akte laat Prins Dimitri na lange tijd weer eens logeren bij zijn tante op het platteland. Daar ziet hij zijn vroegere speelkameraadje Katerina terug, een boerenmeisje dat inmiddels tantes gezelschapsdame is en door Dimitri Katyusha wordt genoemd.

Ze had een crush op hem en laat zich na enige fysieke aandrang door hem verleiden. Als Dimitri de volgende ochtend naar het front vertrekt om tegen de Turken te vechten laat hij honderd roebel voor haar achter. Alsof hij haar heeft willen betalen voor de seks.

Nogal voorspelbaar in zo’n verhaal wordt Katyusha zwanger na deze one night stand met als gevolg dat ze door Dimitri’s tante op straat wordt gezet. Als ze hoort dat Dimitri gewond is en bij zijn tante komt herstellen krijgt ze hoop. Hij moet echter al direct weer vertrekken en haar enige kans is nu dat ze hem op het station kan ontmoeten. Daar ziet ze Dimitri in gezelschap van een prostitué en bovendien wordt ze door het spoorwegpersoneel bij de instappende reizigers weggehouden. Deze tweede akte speelt zich af op het station.

De derde akte toont een vrouwengevangenis met vrouwen achter een groot aantal naaimachines. Katyusha is de nieuwkomer in hun gezelschap na haar veroordeling tot 20 jaar strafkamp in Siberië. Voor haar is dit gevang slechts een tussen station. Na de geboorte van haar kind, dat inmiddels is gestorven, is ze in een bordeel terecht gekomen waar ze in korte tijd de favoriet werd van een groot aantal vermogende klanten. Ze schept erover op, mooie kleren, prachtige kamer, juwelen en zo meer. Ze is er vals van beschuldigd een klant te hebben vergiftigd en die dubbele tegenslag in haar leven heeft Katyusha onherkenbaar veranderd.

Van een lief onschuldig meisje is ze geworden tot een rauw scheldend ‘viswijf’ dat aan alles en iedereen lak heeft. Als ze wat geld door een bewaker krijgt aangereikt dat is gestuurd door haar vroegere madam koopt ze daar onmiddellijk aquavit voor dat ruimhartig wordt verdeeld onder de medegevangenen.

Als iedereen is afgemarcheerd om de mis bij te wonen verschijnt Dimitri. Hij laat Katyusha terughalen om met haar te kunnen spreken. Ze wil hem niet herkennen en bezweert dat ze Maslava is, haar bordeelnaam. Gaandeweg trekt ze bij, wil weten wat hij komt doen. Dimitri vertelt dat hij jurylid was bij haar proces en weet dat ze onschuldig is. Aan de herroeping van het vonnis wordt gewerkt. Katyusha schoffeert hem op alle mogelijke manieren en als hij al weg wil gaan vertelt ze hem over zijn dode zoon. Overmand door schuldgevoel vraagt hij haar om met hem te trouwen. Katyusha heeft liever wat roebels en dan oprotten graag.

De vierde akte speelt zich af in een kamp in Siberië in de omgeving van Tomsk. Een zeer empathische medegevangene Simonson is verliefd op Katyusha geworden. Ze is tot zichzelf teruggekeerd, is weer haar vroegere zelf, de volwassen versie van het lieve meisje van weleer. Als Dimitri verschijnt met een brief waarin staat dat ze is vrijgesproken vertelt Simonson hem dat hij met haar wil trouwen. Hij beseft dat ze dat nooit zal doen als Dimitri haar niet wil opgeven. Die stelt Kayusha voor de keus. Ze verklaren elkaar alsnog hun liefde maar Katyusha besluit niettemin bij Simonson te blijven. Als vrij persoon om medegevangenen bij te staan. Het is haar persoonlijke ‘wederopstanding’.

De cast heeft een enorme omvang door het grote aantal bijfiguren, van huishoudelijk personeel tot gevangenisbewaarders. Verder staan er veel koorleden op het toneel die dubbelen als figuranten.

De drie hoofdrollen komen voor rekening van een sopraan, tenor en bariton waarbij de bariton deze keer aan het langste eind trekt.

De Koreaanse bariton Leon Kim geeft een roerende vertolking van Simonson, geheel in overeenstemming met dit van empathie overlopende personage. Tegen hem blijkt Prins Dimitri uiteindelijk niet opgewassen. Katyusha houdt dan wel van hem maar hij vertegenwoordigt haar vroegere leven. Daarvan heeft ze definitief afscheid genomen. De Amerikaanse tenor Matthew Vickers is een zeer lyrische Dimitri die vooral in de langere solopassages heerlijk is om te beluisteren. Het werk is grotendeels doorgecomponeerd waardoor van echte aria’s geen sprake is maar zo nu en dan komen die toch aardig in beeld

Alle ogen zijn natuurlijk gericht op Katyusha die werkelijk fantastisch tot leven wordt gebracht door de Franse sopraan Anne Sophie Duprels, een acterende zangeres die ruwheid niet schuwt. Ze doet me denken aan iemand als Ausrine Stundyte. De transformatie van onschuldig meisje in gevallen topbitch en terug naar een soort Florence Nightingale lijkt haar moeiteloos af te gaan. En op haar zang is werkelijk niets aan te merken, een top optreden.

Interview met Anne Sophie Duprels:

Koor en orkest van Maggio Musicale Fiorentina staan onder leiding van Francesco Lanzillotta.

Trailer:

Interview met Francesco Lanzillotta:

Fotomateriaal © Michele Monasta 

Magda Olivero

“Magda Olivero had het geluk dat ze bij het instuderen van de rol van Katjusha gecoacht werd de componist zelf en zijn vrouw Marta. Ze zong de rol voor het eerst in 1937 met naast haar Tito Gobbi en de laatste keer 34 jaar later in 1971 in Turijn. De clip hieronder komt uit een film die opgenomen werd in 1964 in Napels en de beelden werden gesynchroniseerd met geluidsopname van een radio-uitzending, opgenomen op 18 februari 1957 in Florence “ (vrije vertaling van de tekst op YouTube).

Er bestaat ook opname met Olivero, uit Turijn 1971 (audio):

Carla Gavazzi

En laten we Carla Gavazzi niet vergeten: deze opname is uit 1951: