Reynaldo_Hahn

The Songs Of Reynaldo Hahn On Palazzetto Bru Zane

The Palazzetto Bru Zane edition of Reynaldo Hahn's complete songs, with baritone Tassis Christoyannis and pianist Jeff Cohen.

For many, he’s just another famous representative of the Belle Époque, but there are few people that really know much about him, let alone about his music. He went down in history as the lover of Marcel Proust, but Reynaldo Hahn (1874-1947) was much more than that. And here is a 4 CD set of his melodies that allows you to rediscover the man and his music afresh

Born in Caracas, Venezuela, Hahn was the son of a German-Jewish father and a Venezuelan mother of Spanish-Basque origin. Apart from being a pianist and composer, Hahn was a highly esteemed conductor; know among other things for his Mozart interpretations. He was also a critic, writing for the newspaper Le Figaro; he wrote books on music, and in 1945 he was appointed director of the Paris Opéra.

When he arrived in Paris – on his own – he was but four years old. He was sent there because his father was threatened by the politics of president Antonio Guzmán Blanco. At the age of 11 Hahn began to study music at the Paris conservatory and became a student of Jules Massenet.

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

The young Reynaldo Hahn (l.) and his lover Marcel Proust

Hahn’s career florished mostly in Paris and in aristocratic circles, he was a welcomed guest in the world of salons, most notably that of the eccentric Princess Mathilde (Napoleon’s niece),accompanying himself on the piano as he sang arias by Jacques Offenbach. At the age of eight, Hahn composed his first songs. And of course he sang it, too. As he did his many other songs that followed over the years.

Marcel Proust famously wrote about Hahn and his singing: “His head a little thrown back, his mouth mournful and slightly indignant, from where flowed, rhythmically, the most beautiful, the saddest and warmest voice that never existed.”

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Reynaldo Hahn sitting at the piano, painted by Lucie Lambert in 1907.

Jean Cocteau added: “He sang with a cigarette positioned in the corner of his mouth, delivering his delightful voice from the other part, the eyes painting towards the sky.”

Hahn composed more than 100 songs that are rarely performed today. Why?

Don’t ask me, because I find them wonderful. All of them. And that is something everyone can now experience thanks to Palazzetto Bru Zane who have issued them in a box set, many of them in world premiere recordings.

Just listen to the song cycle Chansons grises based on poems by Paul Verlaine. What a discovery it is to hear these for the first time!

In the beginning I was worried that the songs might become a little monotonous with just one singer all the way through. But I was surprised and easily convinced of the opposite. Greek baritone Tassis Christoyannis has precicely the right timbre to do justice to these songs: light, elegant, and very sensual in a way that made me think of Gerard Souzay, again and again.

Christoyannis’ interpretation is polished and perfect, and for every song he finds a different shading, a new tone. And my God – it is beautiful. For me, this is the CD of the year.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

A caricature of Reynaldo Hahn as Beau Brummell by Rip (Georges Gabriel Thenon), 1931.

 

I recently read somewhere that we may expect more Hahn on disc soon. His operas L’Ile du Reve and La Carmelite are on the to-do list of Palazzetto Bru Zane, the be recorded live. All I can say about that is: please don’t forget to include his operettas Ciboulette (1923) or Brummell (1931) about the infamous British dandy Beau Brummel (1778-1840).

Not to mention Hahn’s other musical comedies, such as Mozart (1925) or O mon bel inconnu (1933), Une Revue (1925) and Malvina (1935). Some of them are available in historic French recordings, but a fresh and new interpretation would be very welcome.

English translation: Kevin Clarke

http://operetta-research-center.org/melodies-reynaldo-hahn/?fbclid=IwAR1kbpjk3refYMhiIorfhuPInm7t-Zo7c9dS6tyR9K1tKB4BAUqDLV05k7s

In Dutch:
Weergaloze liederen van Reynaldo Hahn weergaloos uitgevoerd door Tassis Christoyannis en Jeff Cohen

Advertenties

Weergaloze liederen van Reynaldo Hahn weergaloos uitgevoerd door Tassis Christoyannis en Jeff Cohen

Hahn alle liederen

Hij wordt dan wel als dé vertegenwoordiger van La Belle Epoque beschouwd, maar er zijn maar bar weinig mensen die zijn naam, laat staan zijn werken kennen. Hij is de geschiedenis ingegaan als de minnaar van Marcel Proust, maar Reynaldo Hahn – want over hem hebben we het – was zo veel meer!

De in Caracas (Venezuela) geboren Hahn, zoon van een Duits-Joodse vader en een Venezolaanse van Spaans-Baskische afkomst, was behalve pianist en componist ook een zeer gewaardeerde dirigent, vermaard voornamelijk vanwege zijn Mozart vertolkingen. Hij was ook muziekrecensent voor Le Figaro, schreef boeken over muziek en in 1945 werd hij directeur van de Parijse Opéra.

Hij was maar vier jaar oud toen hij – alleen! – in Parijs arriveerde. Dat, omdat zijn vader die toen de van president Antonio Guzmán Blanco politiek bedreigd werd. Op zijn elfde begon hij met zijn studie aan het Parijse conservatorium waar hij de leerling werd van Jules Massenet.

Hahn

Reynaldo Hahn

Hahns carrière speelde zich voornamelijk in de Parijse aristocratische salons waar hij vermaard – en aanbeden – werd niet alleen als de componist, maar ook als uitvoerder van zijn eigen liederen.

Marcel Proust over Hahn: “his head a little thrown back, his mouth mournful and slightly indignant, from where flowed, rhythmically, the most beautiful, the saddesr and warmest voice that never existed.”

Jean Cocteau: “he sang with a cigarette positioned in the corner of his mouth, delivering his delightful voice from the other part, the eyes painting towards the sky”.

Hahn componeerde meer dan 100 liederen die nog maar zelden worden uitgevoerd. Waarom? Vraag het niet aan mij want ik vind ze allemaal prachtig. Allemaal. Wat wij nu, dankzij het label Palazzetto Bru Zane kunnen ervaren: het merendeel van de opgenomen liederen zijn wereldpremières. Luister alleen maar naar de cyclus Chansons grises gecomponeerd naar de gedichten van Paul Verlaine! Wat een aanwinst!

Hahn Tassis Christoyannis

Tassis Christoyannis

Aanvankelijk was ik bang dat het eentonig kon worden, vier cd’s en maar één stem, maar ik werd prettig verrast. De Griekse bariton Tassis Christoyannis heeft precies het timbre om de liederen recht te doen: licht, elegant en sensueel wat mij af en toe aan Gerard Souzay liet denken. Zijn interpretatie is gewoon weergaloos en in ieder lied weet hij een andere, juiste toon aan te slaan. Mijn God wat is het mooi! Voor mij nu al cd van het jaar!

Elders las ik dat we binnenkort veel meer Hahn kunnen verwachten. Zij opera’s L’Ile du Reve en La Carmelite staan op de lijst van Palazzetto Bru Zane om live opgenomen te worden. Voor het zo ver is: vergeet u zijn Ciboulette niet?


Reynaldo Hahn
Complete songs
Tassis Christoyannis (bariton), Jeff Cohen (piano)
Palazetto Bru Zane BZ 2002 (4 cd’s)

.

 

Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

gens c Alexandre Weinberger Virgin Classics

In 1999 werd Véronique Gens door de Franse ‘Victoires de la Musique’ uitgeroepen tot zangeres van het jaar, maar haar carrière begon dertien jaar eerder, toen zij werd voorgesteld aan William Christie. Haar stem was nog niet geschoold en dat was precies waar hij naar op zoek was. In 1986 debuteerde zij als lid van zijn beroemde barokensemble Les Arts Florissants. Zeer snel groeide zij uit tot de zangeres van de barokmuziek en werkte met de grootste namen uit het circuit: Marc Minkowski, Philippe Herreweghe, René Jacobs, Christophe Rousset en Jean-Claude Malgoire.

Gens zingt ´Ogni vento´ uit Agrippina van Hàndel, olv Malgoire:

Het was Malgoire die haar haar eerste Mozart rollen: Cherubino (Le Nozze di Figaro) en Vitellia (La Clemenza di Tito) liet zingen, maar als iemand haar twintig jaar geleden had voorspeld dat zij ooit Contessa uit Le Nozze of  Elvira (Don Giovanni) zou zingen, dan had ze het stellig niet geloofd.

Véronique Gens als Donna Elvira in Barcelona:

Zingen wilde zij altijd al, maar haar familie van vrijwel alleen maar artsen en farmaceuten vond het maar niks. Geen vast inkomen, geen pensioen  … Dus ging zij Engels studeren in haar geboorteplaats Orléans, en daarna op de Sorbonne.

Inmiddels heeft zij honderden – waarvan vele bekroonde – opnamen gemaakt en haar repertoire breidt zich steeds uit: na Mozart kwam Berlioz  – zo zong zij de rol van Marie in L’enfance du Christ, en voor haar opname van Les Nuit d’été werd zij uitverkoren als de ´Editor’s Choice´ van het Engelse Gramophone. Ook haar cd getiteld Nuit d’étoile met liederen van Fauré, Poulenc en Debussy werd overal zeer enthousiast ontvangen.


Voor Virgin was zij in 2006 op een ontdekkingsreis door de veelal onbekende schatten van de Franse barok gegaan en het resultaat mag er wezen.

 

Gens Tragediennes

Begeleid door het Ensemble Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset nam zij aria’s op van de opera’s van Lully, Campra, Rameau, Leclair, de Mondonville, Royer en Gluck Die zogenaamde “tragédie-lyriques” waren geïnspireerd door de grote klassieke toneelstukken, waarin het tragische element als het belangrijkste gold. Ook bevatten ze lange dramatische scènes, die de toenmalige diva’s de mogelijkheid gaven om het hele scala aan emoties te kunnen tonen.

Véronique Gens past dit allemaal als een handschoen. Zij neemt ons op een ontdekkingreis mee, waarin heel wat vergeten pareltjes voor een enorm plezier zorgen. Maar hoe prachtig ze ook allemaal niet zijn, het absolute hoogtepunt bereikt ze in ‘Dieux puissants que j’atteste…’, Clytamnestra’s schrijnende hartenkreet om haar dochter, uit Iphigénie en Aulide van Gluck.

Daar stijgt zij met de snelheid van een achtbaan tot enorme hoogtes in, en laat de luisteraar naar adem happend en met hartkloppingen achter. Brava.


TRAGÉDIENNES
Aria’s uit vroege Franse opera’s van Lully, Campra, Rameau, Mondonville, Leclair, Royer, Gluck
Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset
Virgin 346.762-2 • 70’

NÉÈRE

Gens Neere

Voor haar album Néère, genoemd naar de titel van het openingslied van Reynaldo Hahn, heeft Véronique Gens een meer dan schitterende selectie gemaakt uit de mooiste liederen van Reynaldo Hahn, Henri Duparc en Ernest Chausson.

Vrolijk kan je ze niet noemen: allemaal ademen ze een zeer weemoedige en melancholische sfeer uit en zijn – hoe kan dat anders als de Fransen het over hun ‘amour’ hebben? – één en al ‘tristesse’.

De prachtige mélodies passen Gens’ donker getinte en licht gevoileerde stem met sensuele ondertonen als een fluwelen handschoen.

Trailer:

Niets anders dan lof ook voor de pianiste. Susan Manoff speelt meer dan subliem en in haar begeleiding klinkt zij als Gens’ tweelingzus: de perfectie waarmee zij de kleuren die de stem van de zangeres rijk is (en dat zijn er veel!) naar de toetsen weet te transponeren is werkelijk onvoorstelbaar.

Zeldzaam mooi.


 

NÉÈRE
Liederen van Reynaldo Hahn, Henri Duparc en Ernest Chausson
Susan Manoff (piano)
Alpha 215 • 66 ’

VISIONS

Visions Veronique Gens

Om deze cd kan niemand heen. Palazetto Bru Zane had al lang een faam moeten krijgen die alle landen en grenzen overstijgt want bijzonderder krijgt u het niet. Kijk alleen maar naar hun programmering en al hun uitgaven!

Niet alleen is hun repertoire extreem zeldzaam en buitengewoon fascinerend, hun uitgaven zijn tot in de puntjes verzorgd. Iets wat niet alleen maar een pluim maar ook de hoogste prijzen verdient.

Ook hun nieuwste project, Visions overstijgt alle verwachtingen en wensen. Althans die van mij. De cd zit barstensvol onbekende aria’s uit onbekende opera’s en oratoria van de grotendeels minder bekende en/of vergeten componisten. Alle hier verzamelde stukken hebben als motto ‘religieuze visioenen’ en ademen een sfeer die aan heiligdom en martelaarschap grenst maar dan wel geserveerd met een extreem groot gebaar dat alleen opera kan bieden.

Trailer van de opname:

Véronique Gens zingt de aria’s met veel élan en een enorme inleving. Haar voordracht is dramatisch, soms zelfs een tikkeltje té. Dat de aria’s om een gezonde dosis hysterie vragen is nogal wiedes, maar met een beetje meer devotie en piëteit was het resultaat nog beter, nog indrukwekkender geworden.

Het heeft geen zin om te speculeren wat een zangeres zoals Montserrat Caballé van al dat materiaal had kunnen doen: ten eerste heeft zij het (op La Vierge van Massenet na) bij mijn weten nooit gezongen en ten tweede bestaan zangeressen van haar kaliber echt niet meer.

Montserrat Caballé zing ‘Rêve infini, divine extase’ uit La Vierge van Massenet:

In dit kader bezien voldoet Véronique Gens meer dan uitstekend. Dat niet alleen vanwege haar voorbeeldige dictie en verstaanbaarheid, maar ook omdat haar stem zich tot een echte ‘Falcon sopraan’ heeft ontwikkeld en een niveau had bereikt dat zich voor dit repertoire meer dan uitstekend leent.

Voor Palazetto Bru Zane heeft met Gens al een paar vergeten opera’s van o.a. David en Godard opgenomen, het wachten is nu op meer. En meer….


VISIONS
Aria’s uit de opera’s van: Alfred Bruneau, César Franck, Louis Niedermeyer, Benjamin Godard, Félicien David, Henry Février, Camille Saint-Saëns, Jules Massent, Frometal Halévy, Georges Bizet
Münchner Rundfunkorchester olv Hervé Niquet
Alpha 279 • 56 ’

Ciboulette. Of hoe het Rodolfo verging

Ciboulette

Heeft iemand zich ooit afgevraagd hoe het verder met Rodolfo ging, na de dood van Mimi? Ik eerlijk gezegd niet. Tótdat ik hem plotseling tegenkwam in de operette Ciboulette van Reynaldo Hahn.

Rodolfo heeft de liefde en de dichtkunst afgezworen, is in dienst gegaan bij de gemeente en werkt onder de naam Duparquet als marktopzichter van Les Halles in Parijs. Als een goede fee helpt hij een groenteverkoopster om de liefde van haar leven te vinden: een beetje saaie, maar jonge en steenrijke Antonin de Mourmelon die zelf met liefdesverdriet kampt omdat zijn minnares hem heeft omgeruild tegen een potente huzaar.

De eerste akte van Ciboulette is in deze regie van Michel Fau gehuld in zwart-grijs-witte tinten en straalt een sfeer uit van de beginjaren van de cinema. Pas met de komst van Ciboulette komt ook de kleur in het verhaal. Het effect is groots: het is alsof het onzichtbare, grauwe gordijn waarachter de feeërieke kleuren zich hebben verscholen opzij wordt geschoven.

Jean-François Lapointe is onweerstaanbaar als Duparquet. Moeiteloos schakelt hij van de hilarische dialogen en een vrolijke duet met Ciboulette (zeer aanstekelijke ‘Nous avons fait un beau voyage’) naar de zeer ontroerend gezongen ‘C’est tout ce qui me reste d’elle’, waarin hij herinneringen aan Mimi ophaalt. En, vergis ik mij of hoor ik daar, zachtjes en ver weg op de achtergrond, flarden van de muziek van Puccini?

Julien Behr’s tenor (Antonin de Mourmelon) is niet echt mooi, hij is ook een beetje stijfjes, maar het past wel bij de rol. Eva Ganizate is een heerlijke grisette Zénobie en Bernadette Lafont zorgt voor extra humor in haar rol van Madame Pingret.

Ciboulette wordt gezongen door de jonge Franse sopraan Julie Fuchs. Haar mooie, lenteachtige voorkomen en haar lichte, wendbare stem maken van haar een voorbeeldige “spring in het veld” meisje die nog niet zo goed weet wat zij wil, totdat zij de ware tegenkomt.

Aan het eind krijgen we nog een heuse meezinger die zich in je oren nestelt, ook al ken je de operette niet en zelfs de taal niet machtig bent!

Last van winterblues? Opgejaagd, gestrest, door een minnaar verlaten? Koop de dvd en laat je opbeuren! Wat een feest!

Trailer van de productie:

REYNALDO HAHN
Ciboulette
Julie Fuchs, Jean-François Lapointe, Julien Behr, Eva Ganizate, Ronan Debois, Bernadette Lafont e.a.
Orchestre symphonique de l’Opera de Toulon olv Laurence Equilbey
Regie: Michel Fou
Solisten: FRAMusica FRA 009