Mathilde_Wantenaar

In support of Poldowski: Polish violin 2

While I was more than enthusiastic about part one, part two is, believe it or not, even better. Or, to be more precise: more surprising. More exciting. This is partly due to the pieces played by Jennifer Pike, because as well as Szymanowski, she has also immersed herself in works by Poldowski and Grazyna Bacewicz.

Now Bacewicz is not really that unknown, at least I hope so. At least not among the _real_ classical music lovers, but I suspect that the average concert and recital programmers, especially in the Netherlands, have never heard of her. Will we ever hear her compositions in the concert halls? Recordings of her works are also scarce. Why would that be? Is the ‘Einaudi-sation’ of the classical music sector a fait accompli?

Symbiosis Irena-Wieniawska-P
Poldowski

Poldowski is still very much unknown, although here and there people are finally waking up. Not long ago Philip Jarousski recorded a song by her, but the most beautiful plea comes from Merel Vercammen and Dina Ivanova who recorded Poldowski’s violin sonata in D two years ago, and how! (Gutman Records CD 191)

Who is Poldowski? Her real name is Irene Régine Wieniawski, yes the daughter of! Irene Régine (1879-1932) was born in Brussels but soon after the death of her father (he died when she was 10 months old) she and her British mother moved to London. She studied in Brussels, lived in Paris and was married to Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. She did not want to use her husband’s or her father’s name, she wanted to be judged purely for her music. That is why she adopted the pseudonym Poldowski.

The performance by Jennifer Pike is just as good as Vercammen’s and in fact everyone should get both CDs. Vercammen because of Mathilde Wantenaar and Pike because of Poldowski’s wonderful Tango, which was once recorded by no one less than Jascha Heifetz. And the highly virtuoso performance of Bacewicz’ Kaprys polski for solo violin. And don’t forget the wonderful piano accompaniment by Peter Limonov!

Szymanowski, Poldowski, Bacewicz
Jennifer Pike (viool), Peter Limonov (piano)
CHAN 20189

Mathilde Wantenaar betoont zich opnieuw een meester, maar de enscenering van Lied voor de Maan blijft daarbij achter.

Tekst: Neil van der Linden

Mathilde Wantenaar is onderhand de jeugdheld van de ‘nieuwe nieuwe’ muziek, dat wil zeggen muziek die is teruggekeerd naar de tonaliteit maar verre blijft van het repetitieve van de minimal. Haar orkestwerken zijn neo-impressionistisch, eigenlijk treedt ze in de voetsporen van Rudolf Escher. Misschien mede door de keuze van instrumenten voor het kleine ensemble in deze opera, met naast vier strijkers een klarinet/basklarinettist en gitarist, neigt de klank nu meer naar bijvoorbeeld de Kammersinfonieën van Schreker en Schönberg of bijvoorbeeld Hans Eislers ‘Vierzehn Arten den Reigen zu beschreiben’.

Het verhaal gaat over een eenzame mol die hoopt een zielsverwant te vinden in de maan, die nooit lijkt te lachen, en besluit een lied te schrijven om de maan op te vrolijken. Een sprinkhaan studeert het lied in met zijn orkest, tot ze het helemaal onder de knie hebben, en op een nacht geven ze een concert. Maar waarom kijkt de maan daarna juist heel triest? De oplossing wordt gevonden door in het lied van mollen (woordspeling op de mol) kruisen te maken. De mol lijkt daar niet helemaal gelukkig mee te zijn, maar als het orkest het lied in de nieuwe versie speelt lacht te maan en is ook de mol blij, iedereen blij.

Een lied voor de maan is gebaseerd op een boek van Toon Tellegen, een fabel over de kracht van muziek. Componiste Mathilde Wantenaar bewerkte het verhaal tot een “my first opera voor jonge bezoekers en hun ouders”,  met aansprekende personages en melodieën en tal van verwijzingen naar de muziekgeschiedenis, zoals trio’s en kwartetten die pastiches vormen op Verdi en Puccini, terwijl een virtuoos gezongen Koningin van de Nacht niet ontbrak,  en pop-hits, zoals ‘Tea for Two’.

Tellegen is een gewaardeerd kinderboekenschrijver. Toch vroeg ik mij af of de kwintessens in de plot zich niet boven de hoofden van het jongste publiek afspeelt. Dat van die mollen en kruisen – en ik neem aan dat dat ook aan Tellegens boek is ontleend – vergt enig begrip en bovendien gaan de ontwikkelingen in de plot juist op het moment dat dit wordt uitgelegd erg snel. Rond deze momenten er bij het jeugdige deel van het publiek flink wat geroezemoes, ook al bevonden zich onder dit premierepubliek vermoedelijk heel wat kinderen van ‘ingevoerde’ ouders. Maar misschien gaat dat straks bij schoolvoorstellingen anders.

Wat ook niet helpt is de aankleding, het decor en de dierenkostuums, inclusief poppen, die beide ogen als ouderwets kindertheater. De wijlen (net overleden) grote theaterideoloog Jan Ritsema stelde ooit dat je kinderen niet ‘kinderlijk’ moet benaderen, zoals het ook niet pedagogisch is om met peuters in peutertaal te praten. We zijn in Nederland al veel verder in jeugd- en poppentheater. Niet boven hun hoofd praten, maar je moet je ook niet ‘neerbuigend’ naar hun vermeende niveau.

Ok, mijn blik werd misschien verpest door de poppentheater-voorstelling Vrouw en Vos van Ulrike Quade, op tekst van Judith Herzberg naar het boek ‘Lady into Fox’ van David Garnett, die ik een paar dagen tevoren had gezien. Niet een jeugdtheatervoorstelling, maar wel jeugdig, mede dankij het directe taalgebruik van Judith Herzberg, maar ook dankzij het prachtige vossenmasker en hi-tech en toch aandoenlijk vos-pop, naast ingenieus, overweldigend mooi, maar simpel gebruik van licht en projecties.

Dus is het jammer dat de regie en het decorontwerp, waarvoor een Franse regisseur en een Duitse scènograaf waren ingeschakeld, achterbleven bij het niveau van het beste jeugdtheater en poppentheater dat we hier hebben. En die vos van Quade zou ook de kleinsten blijvend hebben beziggehouden.

Blijft over de fraaie muziek, al hoeft de ‘Tea for Two’-lolbroekerigheid voor de happy end-scene voor mij niet zo (bij Shostakovich kan ik er ook niet tegen), naast de enthousiaste zang van de jonge cast, met name van mol Vera Fiselier, en het uitstekende instrumentale ensemble, waarbij fluit- en piccolo-iste Mirna Ackers zich ook een ras-comédienne betoonde.

Libretto  Mathilde Wantenaar en Willen Willem Bruls naar het boek van Toon Tellegen
Regie  Béatrice Lachaussée
Decor en kostuums  Nele Ellegiers
Video  Coen Bouman
Licht  Cor van den Brink
Dramaturgie  Willem Bruls

De mol  Vera Fiselier
De veldmuis / de maan  C
De relmuis / de krekel  Eline Welle
De kikker  Jan-Willem Schaafsma
De sprinkhaan / de aardworm  Berend Eijkhout
De spitsmuis  Mirna Ackers 

Foto’s Kim Krijnen

Gezien 20 oktober in de Boekmanzaal van de Stopera.

https://www.operaballet.nl/de-nationale-opera/2021-2022

Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken: sterke debuut van Mathilde Wantenaar bij ZaterdagMatinee

Goebaidoelina groot_omroepkoor_1px_chans_van_der_woerd

Het Groot Omroepkoor  in het Concertgebouw © Hans van der Woerd

PJOTR ILJITSJ TSJAIKOVSKI

Anders dan het programma vermeldde is het concert niet met het nieuwe werk van Mathilde Wantenaar maar de delen uit de Negen geestelijke stukken van Tsjaikovski begonnen. Goed. Heel erg goed. Daardoor hoorde men goed hoe prachtig Wantenaar de traditie heeft omarmd om daarna mee aan de haal gaan. Bij wijze van spreken dan.

Goebaidoelina dirigent

Philipp Ahmann © Danny Wandelt

Voor zijn geestelijke composities voor koor a cappella putte Tsjaikovski uit de Slavische kerkmuziek. Het zijn prachtige werken die een tijdloze schoonheid ademen waarbij je tot rust komt. Even geen haast. Koren op de molen voor het waanzinnig mooi en zeer homogeen zingend Groot Omroepkoor, waarbij de Duitse dirigent Philipp Ahmann zijn naam als de grote koorspecialist bevestigde.

MATHILDE WANTENAAR

Mathilde-Wantenaar Goebaidulina

De jonge Nederlandse componiste Mathilde Wantenaar (1993) heeft al meer opdrachtwerken op haar naam staan. Zo componeerde zij al eerder voor onder andere het Nederlands Blazers Ensemble, Liza Ferschtman en vocaal ensemble Wishful Singing.  Wantenaar studeerde compositie bij Willem Jeths, iets wat goed te horen is. Zij heeft grote affiniteit met de menselijke stem en tegenwoordig studeert zij zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Geen wonder dat haar debuut bij de NTR ZaterdagMatinee dan ook een vocaal werk betrof, Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken op tekst van Herman Gorter voor Groot Omroepkoor a cappella.

Wantenaar: “Ik zag voor me hoe de dichter in een stille kamer zit aan een tafel naast het raam. De zon gaat schuil achter een eindeloos uitgestrekt wit wolkendek, het is alsof alle kleur uit de wereld is getrokken, hoewel er toch veel licht is. Buiten is er leven, maar in de kamer van de dichter klinkt alles gedempt, is het alsof de tijd stil staat en de lucht is gestold. We zitten onder een stolp, glinsterende stofdeeltjes zweven traag in de lucht en ondertussen trekt de wereld langzaam aan ons voorbij. Het is fijn om er te zijn, maar tegelijkertijd ook beklemmend en eenzaam.”

Laat ik maar meteen zeggen dat de compositie niet alleen adembenemend mooi is, maar het is ook buitengewoon sterk. Wantenaar wist de broeierige sfeer van het gedicht goed in haar noten te vangen waardoor de tekst nog sterker werd, nog meer indruk maakte. Knap, hoor!

SOFIA GOEBAIDOELINA

sofiagubaidulina

Haar Sonnengesang componeerde Sofia Goebaidoelina naar een gedicht van Franciscus van Assisi. Het is een soort is een meditatie op het leven en de dood. Net als Tsjaikovski baseerde ook zij zich op orthodoxe kerkgezangen. Religie, geloof en spiritualiteit zijn dé kenmerken van de composities van de van de kleindochter van de Tartaarse groot moefti die zich in 1970 bekeerde tot het Russisch-Orthodoxe geloof.

De religieuze kenmerken waren niet alleen hoorbaar maar ook visueel aanwezig, zeker toen de cellist Ivan Monighetti zijn strijkstok neerlegde. Hij sloeg op de grote trom en pakte op flexatone, die hij lopend aanstreek, waardoor het leek alsof hij de zaal bewierookte. Aan het eind wist hij niet alleen de mooiste maar ook de meest verontrustende pianissimo uit zijn instrument te toveren. Wat, samen met de bijna meditatieve verstilling voor de bijna fysieke ervaring van de dood zorgde.

Goebaidoleina Monighett en Rstropovitsj

Ivan Monighetti met Mstislav Rostropovitsj

Goebaidoelina componeerde het werk in 1997, voor de zeventigste verjaardag van Mstislav Rostropovitsj. Dat het nu gespeeld werd door zijn laatste leerling, Ivan Monighetti maakte de uitvoering extra aantrekkelijk en nog indrukwekkender.

Maar als ik heel erg eerlijk mag zijn: het beste stuk van die middag hoorden we helemaal aan het begin. En aangezien het maar vijf minuten duurde vraag ik mij af of het niet mogelijk was geweest om de Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken te laten bisseren.

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski Delen uit Negen geestelijke koorwerken
Mathilde Wantenaar Dit zijn de bleeke, bleeklichte weken
Sofia Goebaidoelina Sonnengesang

Groot Omroepkoor olv Philipp Ahmann
Ivan Monighetti, cello
Slagwerkers uit het Radio Filharmonisch Orkest

Gehoord op 23 maart 2019 in het Concertgebouw in Amsterdam

Het concert kan teruggeluisterd worden op de site van Radio 4

Merel Vercammen en Dina Ivanova: sprookjesachtig cd-debuut

 

Merel Vercammen en Dina Ivanova: sprookjesachtig cd-debuut

Symbiosis cover

Hier word ik heel blij van. Een fantastische jonge violiste die niet zit te wachten tot een platenmaatschappij zich aandient en het heft in eigen handen neemt. Wat, behalve het (grote, geef ik toe) gemis aan reclame en ondersteuning eigenlijk alleen maar voordelen oplevert. Althans voor ons, luisteraars, want nu worden we niet getrakteerd op de zoveelste Bach of Mozart. Ook niet op Wieniawski (al horen we van hem de laatste tijd niet zo veel meer) maar wel op zijn dochter, Irene Régine (1879-1932).

Symbiosis Irena-Wieniawska-P

Poldowski (Irene Régine Wieniawska)

De weinig bekende dochter van de grote Pools-Joodse virtuoos Henryk Wieniawski werd geboren in Brussel maar al gauw na zijn dood (hij stierf toen Irene tien maanden oud was) verhuisde zij met haar Britse moeder naar Londen. Zij studeerde in Brussel, woonde in Parijs en was getrouwd met Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. Zij wilde noch de naam van haar echtgenoot noch van haar vader willen gebruiken, zij wilde louter op haar muziek worden beoordeeld. Vandaar dat ze het pseudoniem Poldowski heeft aangenomen.

Ik kende een paar vaan haar liederen (chansons, eigenlijk), maar de Vioolsonate betekende voor mij de eerste kennismaking met de componiste in een wat ‘klassieker’ genre. En mensen, mensen, wat is het mooi! Waarom wordt het nooit gespeeld?

Symbiosis Mathilde Wantenaar

Mathilde Wantenaar © Karen van Gilst

De naam van Mathilde Wantenaar is helemaal nieuw voor mij. De in 1993 geboren componiste schrijft in een zeer romantische stijl, wat niet alleen zeer prettig is voor mijn oren maar mij ook een beetje doet verzuchten: hèhè, eindelijk weer eens iets waar ik voor het slapen gaan naar kan luisteren. De drie Sprookjes voor viool en piano doen hun titel eer aan. Ook de uitvoering is betoverend.

Merel Vercammens stokvoering is zacht en liefdevol en haar toon zoet. Toverachtig, eigenlijk. En zo passend bij die prachtige werkjes! Als ook bij de net zo toverachtige Vioolsonate van César Franck, het enige bekende werk op het recital. In de toelichting schreef Vercammen dat zij al sinds haar vijftiende verliefd is op die sonate en dat is te horen. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik het werk zo mooi uitgevoerd heb gehoord, niet sinds mijn geliefde opname van het duo Mintz/Bronfman. Daarin (en niet alleen daar in!) wordt ze fenomenaal bijgestaan door Dina Ivanova, één van de prijswinnaars op het laatste Liszt-Concours. Over symbiose gesproken!

De opname klinkt helder en de toelichting – van de hand van Merel Vercammen zelf – is zeer lezenswaardig. En nu: naar de winkels en kopen! Dat moet van mij!

Trailer van de album:

Symbiosis
Poldowski: Vioolsonate in d
Mathilde Wantenaar: Sprookjes voor viool en piano
César Franck: Vioolsonate in A
Merel Vercammen (viool), Dina Ivanova (piano)
Gutman Records CD 191