Over Macbeth van Ernest Bloch

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Rond zijn vijfentwintigste raakte hij geïnteresseerd in alles wat met het Jodendom te maken had en vertaalde het in zijn taal – muziek.

“Ik ben geïnteresseerd in de Joodse ziel” schreef hij aan zijn vriend Edmund Fleg (Flegenheimer): voorzanger, dichter, filosoof en toneelschrijver. “Dat alles wil ik in muziek vertalen”. Het is hem gelukt.

Maar Bloch is meer dan de “Joodse ziel” alleen. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Op zijn naam staan concerten, symfonieën, strijkkwartetten, pianokwintetten, vioolsonates, suites voor strijkers solo en liederen. En een opera.

Bloch was nog maar 24 jaar toen hij en Fleg een idee voor het maken van muziektheater hadden opgevat. Het was Fleg die met Macbeth op de proppen kwam. Bloch had zijn twijfels want eigenlijk wilde hij iets vrolijks componeren, maar algauw begon hij met de eerste schetsen. Het heeft vijf jaar geduurd voordat de opera werd voltooid, maar toen het eenmaal zo ver was, raakte de baas van Opéra Comique, de beroemde Albert Carré onmiddellijk geïnteresseerd.

Nu kunnen wij het ons niet meer voorstellen, maar in die tijd was “Macbeth” van Verdi amper bekend. Het werd tot die tijd noch bij de Opéra noch  bij de Opéra Comique gespeeld. De enige uitvoering in Parijs was in 1865 in het Théâtre Lyrique en dat ook nog eens met matig succes.


Albert Carré

Of de interesse van Carré oprecht was of dat het kwam omdat zijn “Prima Donna”, in de tijd één van de grootste dramatische sopranen, Lucienne Bréval (landgenote en een goede vriendin van Bloch) het zo graag wilde zingen? Daar zullen wij waarschijnlijk nooit meer achterkomen, maar op 30 november 1910 was het zo ver.

Lucienne Bréval als Lady Macbeth

De hoofdrollen werden vertolkt door de grootste zangers van de tijd, met naast Brevál de Nederlandse bariton Henri Albers.

 

Albers als Artus in Le roi Arthus van Chausson

De opera werd uiteindelijk 13 keer uitgevoerd. De reacties en meningen waren behoorlijk verdeeld: men ging van zeer juichend (onder de grootste bewonderaars was ook Romain Roland) tot vernietigend. In januari 1911 werden er nog 15 voorstellingen gegeven en dat was dat.

Pas in 1938 kwam de opera weer eens op de rol: merkwaardig genoeg in Napels in 1938. Bedenk wel: het was in het fascistische Italië van Mussolini! Er zijn dan ook niet meer dan twee voorstellingen geweest: de derde werd op gezag van Mussolini zelf afgelast.

Na de oorlog was er even sprake van een kleine “revival”, in 1953 werd Macbeth in de Italiaanse vertaling van Mary Tibaldi Chiesa in Rome op de planken gebracht.

De cast was werkelijk om te smullen: de hoofdrollen werden gezongen door Nicola Rossi Lemeni en Gianna Pederzini; Gianandrea Gavazzeni dirigeerde.

Gianna Pederzini, Ernest Bloch, Gianandrea Gavazzeni en Nicola Rossi Lemeni in Rome, 1953.

Uitvoeringen in Trieste in 1957 en in Brussel in 1958 (gesponsord door de koningin Elisabeth, die de opera prachtig vond) volgden; en na Bloch’s overlijden werd “Macbeth” ook in La Scala gepresenteerd.

Genève verzamelde in april 1960 de beste krachten uit de operawereld om de opera eer te bewijzen. Heinz Rehfuss en Lucienne Devallier zongen de hoofdrollen en de directie lag in handen van Ernest Ansermet. Als u het mij vraagt: mooier bestaat niet. Althans orkestraal

Hoogtepunten uit de uitvoering in Geneve:

 

In 1968 mocht Rossi Lemeni zijn fenomenale Macbeth-interpretatie herhalen, ook in Genève. Zijn Lady was niemand minder dan Inge Borkh, Pierre Colombo dirigeerde.

Inge Borkh als Lady Macbeth

Waar het aan ligt weet ik niet, maar de opera is nergens zo populair als in de Verenigde Staten. In 1973 werd het werk in de Engelse vertaling in het Juilliard School of Music onder de directie van Adler uitgevoerd. Frederic Burchinal (geen onbekende naam voor de Nederlandse operavrienden) zong toen de hoofdrol.

Long Beach Opera presenteerde de opera in 2013 met in de hoofdrol de Panamese “barihunk” Nmon Ford en de productie werd in 2014 door het Chicago Opera Theater overgenomen. Manhattan School of Music was  in december 2014 de eerste die de opera in het Frans presenteerde

Trailer uit Chicago:

En nu de opera zelf. Het verhaal is zeer Shakespeare getrouw, meer dan die van Verdi.
Het is dat hij van vijf naar drie akten is gegaan, maar voor de rest…
De muziek wordt vaak beschreven als een mix van Wagner, Moessorgski en Debussy, maar zelf voel ik het niet zo. Voor mij is het voornamelijk Debussy, maar dan wel gepeperd met een vleugje Pizzetti en Bartók (ja, Bartók!). En ik hoor er ook reminiscenties aan Verdi, maar dan aan diens  Otello.

Maar Bloch was ook zijn tijd vooruit, want de grote aria van Lady doet zeer “Hitchcockiaans” aan, zeker als je haar in de uitvoering van Inge Borkh beluisterd. Het is echt huiveren!

Borkh als Lady Macbeth, doe het haar nog eens na!

 

OPNAMEN

Voor zo ver ik weet bestaan er maar twee commerciële uitgaven op de markt. Ik heb ze allebei en allebei vind ik iets hebben.

De concertuitvoering uit Montpellier, live opgenomen op 26 juli 1997 (Actes Sud OMA34100) wordt gedirigeerd door Friedemann Layer die er een behoorlijk bombastische brei van maakt, maar Jean-Philippe Lafont is zonder meer een schitterende Macbeth. De rol vraagt om een “Frans” getimbreerde bariton die over een makkelijke en soepele hoogte beschikt, maar dan wel gecombineerd met veel diepte en resonans. Het type Golaud. Daar voldoet Lafont ruimschoots aan.

Merkella Hatziano is naar mijn smaak een iets te lichte Lady, maar haar slaapwandelscène is verschroeiend.

Het tekstboekje bevat het complete libretto, maar alleen in het Frans.

bloch-macbeth

Fragmenten zijn hier te beluisteren:
https://www.amazon.com/Bloch-Macbeth-Ernest/dp/B00004UFGQ

De andere opname (Capriccio 10889/90) komt uit Dortmund. Het was de allereerste keer dat de opera in Duitsland werd opgevoerd. De live opname uit 2001 is alles behalve perfect, maar is wel sfeervol. En de Lady, hier gezongen door Sonja Borowski-Tudor is zonder meer indrukwekkend. Er is geen libretto bij, maar de synopsis in drie talen is wel zo handig als het Frans niet je sterkste taal is!

bloch-macbeth-capriccio


En nu wij het toch over de onbekende Bloch hebben: vergeet zijn symfonisch gedicht Hiver-Printemps niet! Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne (gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde), vormen ze als het ware één geheel, een soort “Jaargetijden”, waaraan alléén de zomer ontbreekt.

Hiver-Printemps:

 

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

Gilbert Bécaud en opera? Toch wel: Opéra D’aran

Couv+Dos Opera Aran FA5495.indd

Een opera van Gilbert Bécaud, werkelijk? Waagde deze koning van het Franse chanson, de singer-songwriter van wereldhits als ‘Natalie’ en ‘Et maintenant’, zich ooit aan het operagenre? Zeker: het stuk heet Opéra d’Aran en is nu op cd verkrijgbaar.

Opéra d’Aran, naar een tekst van Pierre Delanoé, Louis Amade en Jacques Emmanuel, werd voor het eerst uitgevoerd op 25 oktober 1962, in het Théâtre des Champs-Élysées. Die uitvoering, onder leiding van George Prêtre, is ooit op lp uitgebracht en is nu ook als cd te verkrijgen.

Becaud dress rehearsal

Marlene Dietrich, Gilbert Bécaud, Jean Cocteau en Margarethe Wallmann tijdens de generale van ‘Opéra d’Aran’ in  Théâtre des Champs-Elysées op 26 oktober 1962

Het was nogal een karwei om erachter te komen waar de opera over gaat, want de cd-uitgave is buitengewoon onzorgvuldig samengesteld. Er is geen libretto en zelfs geen synopsis. Je moet ook je best doen om de rolverdeling te vinden. Maar hier gaan we (fasten your seatbells!):

Angelo, een uit de zee opgeviste drenkeling, wordt tot leven gewekt, doet zich voor als een prins uit een ver land en wordt verliefd op Maureen, die tijdens de afwezigheid van haar verloofde Sean, van wie iedereen denkt dat hij dood is, op zijn blinde moeder past. Dan komt Sean terug en er volgt een duel. Maureen wordt blind en alles eindigt daar waar het begonnen is: in zee. Zeg maar een postmoderne ‘Senta en Holländer’.

Hieronder the making of:

 

De muziek is zeer filmisch. Geen wonder: Bécaud werkte, voordat hij Edith Piaf ontmoette en zijn ware roeping vond, als filmcomponist. De met Ierse volksmuziek gelardeerde opera doet zeer veristisch aan. Maar ik bespeur ook een vleugje Britten (Peter Grimes!).

De uitvoering is, met uitzondering van Alvino Misciano (Angelo) werkelijk fenomenaal. In haar laatste aria in de eerste acte weet Rosanna Carteri (Maureen) mij zeer diep te ontroeren.

Agnés Disney (Mara) is voor mij een ware ontdekking, zeer imponerend hoe zij de blinde vrouw gestalte weet te geven. Georges Prêtre dirigeert zeer bevlogen en geeft het werk de grimmigheid dat het verdient.


Gilbert Bécaud
Opéra d’Aran
Rosanna Carteri, Agnès Disney, Alvino Misciano, Peter Gottlieb, Frank Schooten e.a.; Orchestre de la Société des concerts du Conservatoire olv Georges Prêtre
FA 5495

Nostalgias: kolkende passie vermengd met zuchtende verlangens

nostalgias

Is uw Frans niet goed dan heeft u niets aan het cd-boekje. Is uw Frans goed? Dan kunt u het interview met Agnès Jaoui lezen. Voor de rest bent u net zo ver als de niet Frans sprekende melomaan, want het boekje bevat geen info. Noch over de zangeres, noch over de auteurs van de liedjes. En de liedteksten zijn niet vertaald. Jammer.

Agnès Jaoui is een gelauwerde dichteres, schrijfster en regisseur. Zij componeert ook. En zij zingt. En dat alles op het hoogst mogelijke niveau.

Jaoui is in Frankrijk geboren, maar met haar Joods Tunesische roots en haar grote liefde voor Argentinië staat zij garant voor een kolkende passie vermengd met zuchtende verlangens.

Met Si yo pudiera wordt je meteen meegezogen in de wereld van de grote gebaren, waarin zelfs de overbekende Alfonsina y el mar van Ariel Ramirez een nieuwe betekenis krijgt.

Behalve Frans, Spaans en Ladino zingt Jaoui ook Ivrith en het satirische Yeladim ze simcha interpreteert zij nog leuker dan Dana International.

De zeer weemoedige Como la cigarra van Maria Elena Welsh doet mij sterk denken aan ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld (ok, ok, La Montagne van Jean Ferrat)

Of er inderdaad een verband is? Wie het weet mag het zeggen. Prachtige cd.


Nostalgias
Agnès Jaoui y el quintet official
Warner Classics 0825646075751

Kan een cd te liefelijk zijn?

 duet

Waarom gebeurt het niet vaker? Waarom solitair de wereld veroveren als je het ook
samen kan doen? Met zijn tweeën de bühne op of de studio in en dan lekker duetten? Twee stemmen die elkaar opzoeken, elkaar ondersteunen en in elkaar overgaan. Af en toe een eigen weg inslaan om dan terug te keren naar het volmaakte unisono… Noem het een ouderwets huwelijk. Of gewoon een vriendschap. En het gekke is: ook de luisteraar kan er dubbel plezier aan ontlenen.

Zo ook aan deze heerlijke cd met duetten van Schumann, Mendelssohn en Cornelius. Het recital begint met een zeer fraai door de bariton gezongen Dein Angesicht van Schumann, een mooie en warme binnenkomer. Daarna komt de sopraan er bij en het feest kan beginnen.

De zes duetten op.16 van Cornelius zijn misschien niet het hoogste wat een liedkunst heeft voortgebracht, aangenaam is het wel. Denk aan de bloemenvelden in ‘wunderschönen monat mai’. Denk ook aan een schilderij met alleen maar pasteltinten: zacht en lief. Dat is ook meteen mijn (enige!) bezwaar: deze cd is gewoon té liefelijk. Wat meer afwisseling in het gezongen repertoire was niet overbodig geweest, want zo duurt een uur een beetje lang.

Over de uitvoerders niets dan lof: Lucy Crowe, William Berger en Iain Burnside vormen een echte poëtische eenheid.



ROBERT SCHUMANN, FELIX MENDELSSOHN, PETER CORNELIUS
Duet
Lucy Crowe (sopraan), William Berger (bariton), Iain Burnside (piano)
Delphian CD34167 • 60’

Nicolas Alstaedt en celloconcerten van Lutoslawski, Sjostakovitsj en Weinberg

alstaedt

Moeten we blij zijn met deze cd? Een beetje wel, vanwege Lutosławski. De opnamen van Mała Suita zijn dun gezaaid en vraag mij niet waarom. In tegenstelling tot wat in het tekstboekje staat vermeld werd het stuk níet gecomponeerd om het regime te ‘pleasen’. Anders dan het Sovjet Rusland was Polen, ook in tijden van het communisme behoorlijk vooruitstrevend  wat muziek betreft. Maar het op de Poolse volksmuziek gebaseerde heerlijke niemendalletje duurt maar 8 minuten en om daarvoor een dure cd te kopen?

Het concerto van Sjostakovitsj valt mij behoorlijk tegen. De uitvoering mist schwung en gedrevenheid, er is iets krampachtigs aan de manier hoe Nicolas Alstaedt zijn instrument hanteert. Deutsches Symphonie-Orchester Berlin is ook weinig behulpzaam. Of het aan de dirigent ligt weet ik het niet, maar voornamelijk de blazers klinken nogal slordig. Er is ook iets vreemd met de tempo. Over deel twee, moderato (!) doet Anstaedt maar liefst twee minuten korter dan Capuçon of Gabetta; en toch klinkt hij slepend.

Wat het cello concerto van Mieczysław Weinberg betreft: Rostropovitsj heeft het een paar keer opgenomen en welke versie u ook kiest u bent veel beter af dan met Alstaedt. Een ding zou ik toch echt willen weten: waarom staat het concert nu opeens in C (en geen D) mineur?

SHOSTAKOVICH, LUTOSŁAWSKI, WEINBERG
Cello Concertos
Nicolas Alstaedt (cello), Deutsches Symphonie-Orchester Berlin olv Michał Nesterowicz
Channel Classics CCS 38116 • 72’

Rachmaninov door Zlata Chochieva gaat ten onder aan gebrek van spanning


zlata

Degene die verantwoordelijk is voor de tekst in het cd-boekje mag zich bij mij komen verantwoorden voor SHIMANOVSKY. Dat hij/zij blijkbaar niet weet wie Szymanowski was en waarom een concours op zijn naam bestaat (waar de pianiste op deze cd nota bene een laureate van was!) is op zich al onvergefelijk, maar een naam netjes kopiëren moet toch niet al te moeilijk zijn? Bij mij gaat hier onherroepelijk een dikke punt af.

Van de recital zelf word ik ook niet erg warm. Jazeker, Zlata Chochieva heeft veel in haar mars. Goede techniek, om te beginnen, een ferme aanslag en – zo te horen – een sterke overtuiging van eigen gelijk. Dat is altijd een goed begin. Het grootste probleem nochtans is om ook je luisteraar van je gelijk weten te overtuigen en met mij lukt het haar niet.

De door Chochieva zeer nuchter gespeelde Etudes van Rachmaninoff klinken zeker virtuoos, maar als iemand mij vertelde dat zij met Etudes van Czerny bezig was, dan had ik het ook geloofd.

Wat ik haar echter het meest kwalijk neem is een totale gebrek aan spanning. Dat je van het softe imago van Rachmaninoff de virtuoze superromanticus af wil, dat kan ik nog snappen, maar: moet het zo ontzettend saai?


 

SERGEI RACHMANINOFF
Études-Tableaux Op.33 en Op.39
Zlata Chochieva, piano
Piano Classics PCL0095 • 61’

 

Het wordt tijd dat de wereld Leo Kok leert kennen. Om te beginnen in Nederland

Kok
 

Als je sterren zou kunnen geven voor het ‘belang’ van een cd, dan had deze cd met
Lieder und Kammermusik van Leo Kok (1893-1992 ) van mij ************** gehad.
De naam van de componist heb zelfs ik, een doorgewinterde Entartete Music  (of zo u  liever wilt ‘Verboden’of  ‘Vervolgde’ muziek) verzamelaar nog niet eerder gehoord.

 

leo-kok-portret.jpg

© Leo Smit Stichting

Het is aan de onvolprezen Leo Smit Stichting te danken dat, nadat de ene na de andere schat uit het donkere verleden werd geopenbaard ook de naam van Leo Kok terug tot het leven werd gewekt.

Kok verloor zijn beide ouders toen hij nog maar een kind was en werd grootgebracht door zijn oma. Hij speelde piano, componeerde en … voetbalde, alle drie als een prof. Hij zat in het verzet en overleefde de hel van Buchenwald. Na de oorlog vestigde hij zich in Ascona, waar hij een klein antiquariaat dreef.

Kok Libreria_della_Rondine_Ascona

Leo Kok voor zijn antiquariaat Liberia della Rondine in Ascone

Wat kan ik u nog meer vertellen? Dat zijn stijl eigenlijk geen stijl is, want hij was van alle markten thuis?  Dat de prachtige Mémoires uit 1935 onder de handen van Marcel Worms je aan een aquarel penseeltekening doen denken en dat de Trois Danses Exotiques het bloed in je aderen sneller doen stromen?

Marcel Worms Foto: Rivka Worms

Irene Maessen is een zeer overtuigende pleitbezorgster van zijn liederen, al had ik persoonlijk wat meer expressie willen horen.

Ursula Koch (viool) mist een beetje dat ‘smachtende’, maar is zeer ontroerend in de twee werkjes uit het Enfence -cyclus

Kok nfents

Alleen al het prachtige boekwerk met veel foto’s, muziekfragmenten, facsimile’s van de partituren, affiches en de begeleidende tekst in vier talen verdient meer dan lof. Op naar de winkel, zou ik zeggen. Deze uitgave mag niemand missen

Een kort documentaire over Leo Kok:

Leo Kok
Lieder und Kammermusik
Marcel Worms (piano), Irene Maessen (sopraan), Ursula Schoch (viool)
Deutschlandfunk gb 006 • 75’

SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Gerald Finley

shost-finley

Een cd met allemaal wereldpremières en dat ook nog uit de pen van één van de beroemdste componisten! Kan dat? Ja, dat kan, maar dan moet je het woord “premières” met een korreltje zout nemen.

Suite on poems by Michelangelo Buonarroti is al meerdere keren opgenomen, zowel met piano als met orkestbegeleiding (de originele versie met opus nummer 145 was gecomponeerd voor de basstem en piano, het “A” erachter kwam bij orkestbewerking, van de hand van Sjostakovitsj zelf) zij het in de Russische vertaling van de gedichten door Avram Efros. Het nieuwe van deze opname houdt in dat de liederen gezongen worden in de taal van de dichter, het middeleeuwse Italiaans, een taal die bariton Gerald Finley ooit heeft gestudeerd.

Of het verschil nu echt wezenlijk is kan ik niet beoordelen. Voor mij klinkt het nog steeds Russisch, maar misschien ken ik de liederen gewoon te goed? Mooi is het in ieder geval wel, zeker omdat het zo prachtig gezongen wordt.

Ook de Six Romances in de versie voor orkest zijn al eerder opgenomen geweest. Rozdestvensky is Sanderling al in 1986 voor geweest. Of het allemaal iets uitmaakt? Nee. De liederen zijn waanzinnig mooi en de uitvoering… daar kom ik superlatieven voor tekort.

Ik houd van Gerald Finley, ik houd van zijn stem met zijn unieke timbre die je het gevoel geeft van een warm bad. Hij is ook een intelligente zanger, die zeer zorgvuldig met de teksten omgaat zonder ze meteen nadrukkelijk te declameren.

Dat Thomas Sanderling er een feeling mee heeft, met de composities van Sjostakovitsj, is meer dan evident. Samen met het Helsinki Philharmonic Orchestra zorgt hij voor een werkelijk sensationele lezing van de werken: zwaarmoedigheid en somberheid blijven behouden zonder dat ze te zwaar op je hart drukken.

Er staat één echte première op de cd: de Schotse ballade Annie Laurie. Die beleeft hier wel degelijk zijn eerste orkestrale uitvoering.


DMITRI SHOSTAKOVICH
Six Romances on verses by W.Religh, R.Burns and W. Shakespeare, op.62A
Annie Laurie, Scottish Ballad
Suite on poems by Michelangelo Buonarroti, op.145A
Gerald Finley (baritone)
Helsinki Philharmonic Orchestar olv Thomas Sanderling
Ondine ODE 1235-2 • 62’

Zie ook:
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky

Wilhem Latchoumia en Wagner: Extase Maxima

extase

Wilhem Latchoumia is niet direct een naam die bij mij een belletje doet rinkelen. Echt onbekend is hij niet, maar aangezien hij zich ver van het ‘wereldje’ ophoudt heeft hij het niet tot de Grote Meesterpianist gebracht. Al verdient hij de titel meer dan ruimschoots!

De in 1974 in Lyon geboren Fransman heeft wel een paar gewonnen concoursen op zijn naam staan, maar begeeft zich voornamelijk in het circuit van de moderne muziek en improvisatie.

extase-m

Extase Maxima bevat twee originele composities van Wagner zelf (Fantasia, Elegie) en vijf stukken van Liszt, Gérard Pesson, Alfred Jaëll en Hugo Wolf die geïnspireerd zijn door zijn diens opera’s, waarvan maar liefst drie door Tristan und Isolde. Van de drie bevalt mij En haut du mât van Gérard Pesson het minst. Ik mis de structuur, maar het ergste vind ik de saaie voorspelbaarheid.

Latchoumia’s aanslag is zeer licht en bijzonder poëtisch, soms lijkt het alsof hij de toetsen amper aanraakt. Ik vind het echt mooi. Het roept bij mij een vertrouwd gevoel op van iets bekends, maar dan wel met vreemde wendingen. Denk aan een sprookje, dat eigenlijk geen sprookje wil worden omdat de schone slaapster geen zin heeft om te gaan slapen. Of wakker gekust te worden. Zoiets.


 

RICHARD WAGNER, FRANZ LISZT, GÉRARD PESSON, ALFRED JAËLL, HUGO WOLF
Wilhem Latchoumia
La dolce volta LDV 16 • 69’

Looking East: vooruitstrevende traditie verpakt in goede noten

hamburg-cover

Goede muziek is veel meer dan alleen maar een klank, een melodie of een akkoord.
Tonaal of niet – het moet je hersenen prikkelen, je ziel raken, of je diepste gevoelens en verborgen verlangens naar boven brengen. Zulke muziek schrijft Jeff Hamburg.

Werkend vanuit zijn achtergrond (hij werd in Philadelphia geboren in een familie van Joodse immigranten uit Oekraïne), creëert Hamburg een wereld waarin traditie geen doel op zichzelf is, en waarin eigen herinneringen verstrengeld raken met een soort collectief geheugen.

In 1984 schreef Hamburg de muziek voor de voorstelling Dibboek van toneelgroep Baal, die ik me nog wezenlijk herinner, niet in de laatste plaats vanwege de muziek.

Een paar jaar geleden was hij een van de initiatiefnemers van een groep componisten die af wilden van ‘de piep-knormuziek’, maar behoudend is hij allerminst. Zijn uiterst melodieuze composities zijn behoorlijk vooruitstrevend, niet zozeer in vorm, als wel in instrumentatie.

Op het Nederlandse label Future Classics zijn veel van zijn composities verschenen, waaronder de in 2003 opgenomen liederen en kamermuziekwerken. Parels zijn het, stuk voor stuk, beginnend met de door sopraan Nienke Oostenrijk in drie talen prachtig gezongen ode aan Jerusalem, en eindigend met het wondermooie strijkkwartet Hashkivenu. Het strijkkwartet refereert aan een Joods Vrijdagavondgebed en vrijelijk voortborduurt op de niet zo lang geleden gevonden schets van de in Sobibor vermoorde Leo Smit.

Marcel Beekman. Foto: Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman zingt de ‘Twee Hebraïsche Melodien’ zoals we van hem gewend zijn: wonderschoon. Zijn hoge en wendbare tenor lijkt geschapen voor de door Hamburg gecreëerde melodieën. Ik kan mij dan ook niet aan de indruk onttrekken dat Hamburg ze componeerde met Beekmans stem in zijn hoofd.

Jeff Hamburg
Looking East
Nienke Oostenrijk (sopraan), Marcel Beekman (tenor), diverse instrumentalisten
Future Classics 051

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous