Lucy_Crowe

A few words about Bohuslav Martinů’s Epic of Gilgamesh

Gilgamesh

The Epic of Gilgamesh is one of Martinů’s best, but also one of his most complicated works. He composed it in 1955, shortly after his absolute masterpiece, the three ‘Frescoes of Piero della Francesca’.

Martinu Gilgamesh tablet

Tablet V of the Epic of Gilgamesh. The Sulaymaniyah Museum, Iraq.

The ancient epic, created around 2100 BC, is one of the oldest literary works and is often compared by connoisseurs to the Bible and the story of creation. It tells the story of the king of Uruk, Gilgamesh, who – in a nutshell – is in search of immortality.

Martinu Gilgamesh

Gilgamesh battling the Bull of Heaven; terracotta relief preserved in the Royal Museums of Art and History, Brussels.

Martinů’s oratorio is a magnificent work, which can be compared to Honegger’s ‘Le Roi David’ because of its highly imaginative atmosphere and the use of spoken text – except for the choir and the soloists.

The booklet states that the work has now been recorded for the first time in the original language in which it was composed, English, but that is not entirely true. As early as 1995, the BBC Symphony Orchestra conducted by Jiří Bělohlávek made a brilliant recording of ‘Gilgamesh’ in which the singers sang in Czech, but the spoken text was recited in English by Jack Shepherd.

This new recording does not quite reach the orchestral level of the BBC recording, but the difference is actually minimal. In any case, all four soloists are second to none and Simon Callow’s recitation is irresistible.

BOHUSLAV MARTINŮ
The Epic of Gilgamesh
Lucy Crowe (soprano), Andrew Staples (tenor), Derek Welton (baritone), Jan Martiník (bass), Simon Callow (speaker)
Prague Philharmonic Choir, Czech Philharmonic olv Manfred Honeck
Supraphon SU 4225-2 – 51′

Translated with http://www.DeepL.com/Tran

Claus Guth houdt Rodelinda interessant

Tekst: Peter Franken

Rodelinda

 Als enige barokopera brengt DNO dit seizoen Rodelinda, een werk uit Händels middenperiode. Het vertoont alle kenmerken van diens oeuvre: meerdere aria’s voor alle solisten, veel herhalingen en zodoende een enorme lengte. Zonder een pakkende enscenering wordt het al gauw langdradig en op dat punt schiet regisseur Claus Guth de componist te hulp met alle middelen die hem ten dienste staan, waaronder fraaie kostuums en een uitgekiend decor, beiden van de hand van Christian Schmidt.

Rodelinda Guth

Claus Guth © Opera online

Het verhaal begint met de broedermoord van Bertarido op Gundeberto om zodoende koning der Longobarden te worden. Hij wordt echter verdreven door een van zijn vazallen, Grimoaldo, die daarbij hulp kreeg van Bertarido’s zuster Eduige. Bertarido heeft zijn toevlucht genomen tot het rijk der Hunnen en van daar komt een bericht dat hij is overleden.

rodelinda-dena-s_2020_119

©  Monika Rittershaus/DNO

Grimoaldo maakt vervolgens Bertarido’s weduwe Rodelinda het hof maar zij wijst hem af. Pas nadat de intrigant Garibaldo zogenaamd namens zijn meester dreigt haar zoon Flavio te zullen ombrengen stemt Rodelinda toe. Ze ontpopt zich echter als een horror bruid door van haar aanstaande te eisen dat hij eigenhandig haar zoontje wurgt als voorwaarde voor een huwelijk. Op die wijze verliest hij zijn eer en toont hij zich aan de wereld als een nietsontziende tiran.

Rodelinda speelt hoog spel maar ze gokt erop dat Grimoaldo teerhartiger is dan hij zich doet voorkomen. Het is echter moeilijk voorstelbaar dat Flavio dit doorziet. Inmiddels is de doodgewaande Bertarido terug van weggeweest en beginnen de verwikkelingen pas goed. Uiteindelijk valt er maar een enkele dode, de laaghartige Garibaldo. Verder is het eind goed, al goed. Behalve voor Flavio want die zit de rest van zijn leven bij de psychiater.

rodelinda-dena-s_2020_043

©  Monika Rittershaus/DNO

Guth heeft de rol van de jonge Flavio enorm opgewaardeerd. Gespeeld door de ‘vertically challenged’ acteur Fabián Augusto Gómez is hij vrijwel permanent op het toneel aanwezig met stil spel, fysiek reagerend op de gebeurtenissen, zich uitend in de vorm van tekeningen die her en der worden geprojecteerd. Bij de psychiater zal hij wel poppen aangereikt krijgen om scènes na te spelen, slechts een wonder krijgt dat kind nog aan het praten. Net als de gehele opera wordt Flavio’s optreden van verloop van tijd nogal herhalend, maar hij brengt wel leven in de brouwerij.

Rodelinda psych

©  Monika Rittershaus/DNO

Gespeeld werd in een opengewerkte villa op een draaitoneel. De slaapkamer van Rodelinda bleek bij voortduring een belangrijke bestemming en ensemblescènes speelden zich veelal af in de eetkamer. Bij wijlen deed dit denken aan het disfunctionerende gezelschap uit Luis Buñuel’s Le charme discret de la bourgeoisie. Het meest pakkende moment kwam toen Rodelinda haar absurde eis op tafel legde en haar aanstaande toevoegde: ‘als jij mijn man bent en ik jouw vrouw, dan trouw ik met de wraak en jij met de dood’. Tegelijkertijd zorgde haar aria voor enig comic relief door de wijze waarop ze haar tegenstanders te lijf ging met delen van een eigenhandig in stukken gescheurde kreeft.

Rodelinda - De Nationale Opera © Monika Rittershaus_2020_002

©  Monika Rittershaus/DNO

Tot mijn grote opluchting bleek Händel de rol van Grimoaldo te hebben geschreven voor tenor. Ook de slechterik Garibaldo is een echte man, een volwaardige rol voor bas met meerdere aria’s. Zodoende waren er slechts twee countertenoren in de cast, Bertarido en zijn helper Unulfo. De Zwitserse tenor Bernard Richter zette zowel in zijn spel als zang een goed verzorgde Grimoaldo neer. Van meet af aan weet hij door zijn gedrag twijfels te wekken of hij wel erg geschikt is voor een leven als tiran, en hij eindigt dan ook met een verzuchting dat hij maar liever een herder was geweest. Uiteraard is dat ook weer een lange aria.

De Italiaanse bas Luca Tittoto gaf fraai gestalte aan de gewetenloze Garibaldo, mooi gezongen en met verholen humor geacteerd. De Amerikaanse counter Lawrence Zazzo nam Unolfo voor zijn rekening en wist deze bijfiguur redelijk onder de aandacht te brengen.

De grote ster was natuurlijk Bejun Mehta als Bertarido. Zijn personage is een schwankend type waar je als toeschouwer maar weinig sympathie voor kan opbrengen. Dat maakt het voor zijn vertolker extra lastig maar Mehta wist die hindernis prima te overwinnen. Ik ben niet gek op dit stemtype maar als alle countertenoren zouden zingen als Bejun Mehta ligt er in de toekomst wellicht een herwaardering in het verschiet.

rodelinda-dena-s_2020_050

©  Monika Rittershaus/DNO

De rol van Rodelinda’s schoonzus Eduige werd uitstekend vertolkt door de Servische mezzo Katarina Bradić. Aanvankelijk klonk ze wat dunnetjes maar dat werd allengs beter. Acterend was ze zeer overtuigend, duidelijk de bitch van dienst.

Rodelinda Flavio

©  Monika Rittershaus/DNO

Daar kon Rodelinda niet gemakkelijk tegenop zoals in het ‘zwarte zwaan tegen witte zwaan duet’ duidelijk werd. Maar allengs wist de arme weduwe zich op te werken tot bovenliggende partij. De Britse sopraan Lucy Crowe bleek een uitstekende keuze voor de titelheldin. Bij aanvang meende ik een heel lichte rasp in haar stem te bespeuren, denk aan Hildegard Behrens maar dan veel minder, die echter spoedig verdween. Kennelijk een stem om eerst even mee vertrouwd te raken.

rodelinda-dena-s_2020_074

©  Monika Rittershaus/DNO

In dit werk beperkt het orkest zich hoofdzakelijk tot bijna onopvallend begeleiden, pas tegen het einde mogen de blazers zich eens even uitleven, en in die situatie is een pitband als Concerto Köln natuurlijk een uitgesproken luxe bezetting. De algehele muzikale leiding was in handen van Riccardo Minasi.

Al met al een goede voorstelling van een werk waar wel een uurtje in geknipt had mogen worden. Na afloop mocht ik die constatering zelfs van verklaarde Händel adepten vernemen. De lengte is voor mij als ervaren Wagneriaan geen probleem, wel het gemis aan variatie. Maar uiteraard is dat een persoonlijke voorkeur.

Trailer van de productie:

Een paar woorden over Epic of Gilgamesh van Bohuslav Martinů

Gilgamesh


The Epic of Gilgamesh
behoort tot Martinů’s beste, maar ook de meest gecompliceerde werken. Hij componeerde het in 1955, kort na zijn absolute meesterwerk, de drie ‘Fresco’s of Piero della Francesca’.

Martinu Gilgamesh tablet

Tablet V of the Epic of Gilgamesh. The Sulaymaniyah Museum, Iraq.

Het oeroude epos, ontstaan circa 2100 v.Ch. behoort tot de oudste literaire werken en wordt door de kenners vaak vergeleken met de Bijbel en het scheppingsverhaal. Het verhaalt van koning van Uruk, Gilgamesh die – even kort door de bocht – op zoek is naar de onsterfelijkheid.

Martinu Gilgamesh

Gilgamesj in gevecht met de ‘hemelstier’; terracotta reliëf bewaard in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel

Martinů’s oratorium is een groots werk, dat vanwege de zeer tot de verbeelding sprekende sfeertekening en het gebruik van – behalve het koor en de solisten – gesproken tekst vergeleken kan worden met ‘Le Roi David’ van Honegger.

In het tekstboekje staat dat het werk nu voor het eerst opgenomen werd in de originele taal waarin het werd gecomponeerd, het Engels, maar dat is niet helemaal waar. In 1995 al heeft het BBC Symphony Orchestra olv Jiří Bělohlávek een schitterende opname van ‘Gilgamesh’ gemaakt waarin de zangers weliswaar in het Tsjechisch zongen, maar de gesproken tekst werd door Jack Shepherd in het Engels voorgedragen.

 

De nieuwe opname haalt het orkestraal niveau van de BBC-opname niet helemaal, maar het verschil is eigenlijk minimaal. Alle vier de solisten zijn in ieder geval weergaloos en de voordracht van Simon Callow onweerstaanbaar.


BOHUSLAV MARTINŮ
The Epic of Gilgamesh
Lucy Crowe (sopraan), Andrew Staples (tenor), Derek Welton (bariton), Jan Martiník (bas), Simon Callow (spreker)
Prague Philharmonic Choir, Czech Philharmonic olv Manfred Honeck
Supraphon SU 4225-2 • 51‘

BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

BOHUSLAV MARTINŮ: Madrigals

Kan een cd te liefelijk zijn?

 duet

Waarom gebeurt het niet vaker? Waarom solitair de wereld veroveren als je het ook
samen kan doen? Met zijn tweeën de bühne op of de studio in en dan lekker duetten? Twee stemmen die elkaar opzoeken, elkaar ondersteunen en in elkaar overgaan.
Af en toe een eigen weg inslaan om dan terug te keren naar het volmaakte unisono…

Noem het een ouderwets huwelijk. Of gewoon een vriendschap. En het gekke is: ook de luisteraar kan er dubbel plezier aan ontlenen.

Zo ook aan deze heerlijke cd met duetten van Schumann, Mendelssohn en Cornelius.

Het recital begint met een zeer fraai door de bariton gezongen Dein Angesicht van Schumann, een mooie en warme binnenkomer. Daarna komt de sopraan er bij en het feest kan beginnen.

De zes duetten op.16 van Cornelius zijn misschien niet het hoogste wat een liedkunst heeft voortgebracht, aangenaam is het wel. Denk aan de bloemenvelden in ‘wunderschönen monat mai’. Denk ook aan een schilderij met alleen maar pasteltinten: zacht en lief.

Dat is ook meteen mijn (enige!) bezwaar: deze cd is gewoon té liefelijk. Wat meer afwisseling in het gezongen repertoire was niet overbodig geweest, want zo duurt een uur een beetje lang.

Over de uitvoerders niets dan lof: Lucy Crowe, William Berger en Iain Burnside vormen een echte poëtische eenheid.



 

ROBERT SCHUMANN, FELIX MENDELSSOHN, PETER CORNELIUS
Duet
Lucy Crowe (sopraan), William Berger (bariton), Iain Burnside (piano)
Delphian CD34167 • 60’