Leo_Smit

Marcel Worms takes care of piano works by Jewish composers

Worms pianowerkem

We can safely call Marcel Worms the ambassador of persecuted and forgotten composers. For his latest CD, he has recorded piano works by composers from various European countries: the Netherlands, Poland, Hungary, Czechoslovakia, France and Austria. Not only the countries of origin are different, the compositions written between 1922 and 1943 also vary a lot. From jazzy and swinging through romantic, virtuoso and modest to an attempt at serialism.

The composers all have one factor in common: they were Jewish and all but three (Weinberg, Laks and Urbancic) did not survive the war. Weinberg fled to the Soviet Union, Urbancic (who was not actually Jewish but his wife and children were) to Iceland. And Laks was very lucky to survive Auschwitz, as the bandmaster of the camp orchestra.

The CD starts spectacularly with ‘Blues’ by Szymon Laks. It is unknown when this wonderful work was composed. For myself, I think of the early 1930s. Dick Kattenburg’s ‘Novolette’ from 1941 fits in perfectly with this work. As well as the very rhythmic ‘Toccata’ by Paul Hermann.

The ‘Prelude’ by Mischa Hillesum (Etty’s brother) is another story. The composition is strongly anchored in romance: never are Chopin and Rachmaninoff far away; and the two Hommage-pieces (to Sherlock Holmes and to Remmington) by Leo Smit, that you can’t actually ‘store’ anywhere, are simply delightful.

Victor Urbancic is a big unknown to me, it is the first time that I hear from him. That is not very strange: his compositions are completely forgotten and the 1922 ‘Sonatine’ has its recorded premiere here. I don’t really love it, which may be due to my unfamiliarity with his idiom.

Worms

What I really do love is the irresistible playing by the pianist. Marcel Worms plays as if his life depended on it. Full of conviction and a real pianistic zest.


Szymon Laks (1901 – 1983), Dick Kattenburg (1919 – 1944), Paul Hermann (1902 – 1944), Mischa Hillesum (1920 – 1943), Nico Richter (1915 – 1945), Erwin Schulhoff (1894 – 1942), Viktor Urbancic ( 1903-1958), Gideon Klein (1919 – 1945), Leo Smit (1900 – 1943), Mieczyslaw Weinberg (1919 – 1996)
Marcel Worms, piano
Zefir Records ZEF 9669

English translation: Frans Wentholt

Marcel Worms ontfermt zich over pianowerken van Joodse componisten

Worms pianowerkem

Marcel Worms kunnen we rustig de ambassadeur van vervolgde en vergeten componisten noemen. Voor zijn nieuwste cd heeft hij pianowerken opgenomen van componisten uit verschillende Europese landen: Nederland, Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Frankrijk en Oostenrijk. Niet alleen de landen van afkomst zijn verschillend, hun composities geschreven tussen 1922 en 1943 zijn het ook. Van jazzy en swingend via romantisch, virtuoos en ingetogen tot een poging tot serialisme.

Er is één verbindingssector: allemaal waren ze Joods en op drie na (Weinberg, Laks en Urbancic) hebben ze de oorlog niet overleefd. Weinberg vluchtte naar de Sovjet-Unie, Urbancic (die eigenlijk niet Joods was maar zijn vrouw en kinderen wel) naar IJsland. En Laks had de enorme mazzel om Auschwitz te overleven, als de kapelmeester van het kamporkest.

De cd begint spetterend met ‘Blues’ van Szymon Laks. Het is onbekend wanneer het heerlijk werkje werd gecomponeerd, zelf denk ik aan begin jaren dertig. De ‘Novolette’ van Dick Kattenburg uit 1941 sluit daar perfect aan. Alsook de zeer ritmische ’Toccata’ van Paul Hermann.

De ‘Prelude’ van Mischa Hillesum (de broer van Etty) is een andere koek. De compositie zit sterk in de romantiek verankerd: Chopin en Rachmaninoff zijn nergens ver weg; en de twee Hommage-stukken (aan Sherlock Holmes en aan Remmington) van Leo Smit die je eigenlijk nergens kunt ‘opbergen’ zijn gewoon verrukkelijk.

Victor Urbancic is voor mij een grote onbekende, het is voor het eerst dat ik iets van hem hoor. Zo raar is het niet, zijn composities zijn totaal vergeten en de ‘Sonatine’ uit 1922 beleeft hier zijn plaatpremière. Echt kapot ben ik er niet van, wat onder andere aan mijn onbekendheid met zijn idioom kan liggen.

Worms

Waar ik wel kapot van ben is het onweerstaanbare spel van de pianist. Marcel Worms speelt alsof zijn leven er van afhangt. Vol overtuiging en een echt pianistiek elan.


 

Szymon Laks (1901 – 1983), Dick Kattenburg (1919 – 1944), Paul Hermann (1902 – 1944), Mischa Hillesum (1920 – 1943), Nico Richter (1915 – 1945), Erwin Schulhoff (1894 – 1942), Viktor Urbancic ( 1903-1958), Gideon Klein (1919 – 1945), Leo Smit (1900 – 1943), Mieczyslaw Weinberg (1919 – 1996)
Marcel Worms, piano
Zefir Records ZEF 9669

Looking East: vooruitstrevende traditie verpakt in goede noten

hamburg-cover

Goede muziek is veel meer dan alleen maar een klank, een melodie of een akkoord.
Tonaal of niet – het moet je hersenen prikkelen, je ziel raken, of je diepste gevoelens en verborgen verlangens naar boven brengen. Zulke muziek schrijft Jeff Hamburg.

Werkend vanuit zijn achtergrond (hij werd in Philadelphia geboren in een familie van Joodse immigranten uit Oekraïne), creëert Hamburg een wereld waarin traditie geen doel op zichzelf is, en waarin eigen herinneringen verstrengeld raken met een soort collectief geheugen.

In 1984 schreef Hamburg de muziek voor de voorstelling Dibboek van toneelgroep Baal, die ik me nog wezenlijk herinner, niet in de laatste plaats vanwege de muziek.

Een paar jaar geleden was hij een van de initiatiefnemers van een groep componisten die af wilden van ‘de piep-knormuziek’, maar behoudend is hij allerminst. Zijn uiterst melodieuze composities zijn behoorlijk vooruitstrevend, niet zozeer in vorm, als wel in instrumentatie.

Op het Nederlandse label Future Classics zijn veel van zijn composities verschenen, waaronder de in 2003 opgenomen liederen en kamermuziekwerken. Parels zijn het, stuk voor stuk, beginnend met de door sopraan Nienke Oostenrijk in drie talen prachtig gezongen ode aan Jerusalem, en eindigend met het wondermooie strijkkwartet Hashkivenu. Het strijkkwartet refereert aan een Joods Vrijdagavondgebed en vrijelijk voortborduurt op de niet zo lang geleden gevonden schets van de in Sobibor vermoorde Leo Smit.

Marcel Beekman. Foto: Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman zingt de ‘Twee Hebraïsche Melodien’ zoals we van hem gewend zijn: wonderschoon. Zijn hoge en wendbare tenor lijkt geschapen voor de door Hamburg gecreëerde melodieën. Ik kan mij dan ook niet aan de indruk onttrekken dat Hamburg ze componeerde met Beekmans stem in zijn hoofd.

Jeff Hamburg
Looking East
Nienke Oostenrijk (sopraan), Marcel Beekman (tenor), diverse instrumentalisten
Future Classics 051

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous