La Juive in Tel Aviv 2010

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Geen tijd gehad om te eten vóór de opera? Geen nood, althans niet als je een voorstelling bezoekt bij de Israeli Opera in Tel Aviv. In de enorme foyer beneden zijn er minstens vijftig stands met voedsel en elke verdieping telt er ook nog eens tientallen. Men kan zich laven aan werkelijk alles wat de goede aarde (en de kok) te bieden heeft: sushi, sashimi, pasta’s, pizza’s, gegrilde zalm, sandwiches, salades, fruit, taarten, cakes, chocolade …. Zoals een Joods spreekwoord zegt: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Het voor elke prijs overleven, ook (of misschien voornamelijk?) om zich daarna op je belagers te kunnen wreken – daar gaat het, onder andere, in La Juive van Halévy over. Zeker in de productie van David Pountney, twee jaar eerder in Zürich voor het eerst uitgevoerd.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is geen aimabele man. Gelijk Shakespeare’s Shylock is hij weerzin- en meelijwekkend tegelijk. Hij is vervuld met wrok en zint op vergelding waarvoor hij bereid is alles op te offeren, ook datgene wat hij het meeste liefheeft. Maar is hij altijd zo geweest, of zijn het omstandigheden die hem zo hebben gemaakt? Bovendien kent ook hij zijn twijfels – in zijn grote aria vraagt hij zich (en God) oprecht af of hij goed heeft gehandeld.

Poutney heeft de actie naar de negentiende-eeuwse Frankrijk verhuisd, ten tijden van het Dreyfuss-affaire, en daar is hij zeer consequent in. De productie is zeer realistisch, met overweldigende decors en kostuums. Op de bühne staat een soort draaiende poppenkast, met daarin de kathedraal, de werkplaats van Eleazar, slaapvertrekken van Eudoxie, de gevangenis en de straat met het gepeupel. Zo nodig worden de scènes uitvergroot, waardoor er meer nadruk op details kan worden gelegd.

juive-scene

foto: Yossi Zwecker

Iedere scène begint achter een doorzichtig gordijn, dat als een soort sluier het beeld wazig en daardoor een beetje onwezenlijk maakt. Na een paar minuten wordt het gordijntje opgehesen en het beeld wordt niet alleen helder, maar het doet ook pijn aan je ogen.  Goed bedacht.

Het ballet (choreografie Renato Zanella) maakt een wezenlijk deel van het verhaal. Op een zeer realistische (en zeer logische) manier wordt een verhaal verteld van vervolgingen en intolerantie en er wordt een link gelegd tussen de duivel en de Jood. Duivel is Joods, duivel uitdrijven betekent Joden vernietigen. Het is slikken voor het Israëlische publiek, men heeft hier tenslotte het nodige aan den lijve ondervonden.

Dat de première plaats vond een dag na Yom Hashoa (Holocaust Day), maakt het allemaal nog ingewikkelder. De emoties zijn dan niet alleen voelbaar maar ook zichtbaar. Laten we zeggen: het is een belevenis om de opera juist hier te zien.

Er waren maar liefst 10 voorstellingen, men werkte met een dubbele bezetting en voor de rol van Eleazar werden zelfs drie tenoren geëngageerd.

De première op 13 april 2010 werd gezongen door een cast waar men eigenlijk alleen maar van kan dromen.

juive

foto: Yossi Zwecker

Neil Shicoff is op dit moment waarschijnlijk de beste Eleazar ter wereld. Hij lijkt patent op die rol te hebben en is er zo mee vergroeid dat je soms vergeet dat hij Eleazar niet is. Zijn stem – licht nasaal en met een kantoraal timbre – is misschien niet de mooiste meer, maar wat hij ermee doet is buitengewoon indrukwekkend. Na zijn grote aria kreeg hij (terecht!) een kwartier durend applaus en er werd menig zakdoekje te voorschijn gehaald.

Annick Massis is geboren om Eudoxie te zingen. Moeiteloos sprankelde zij haar coloraturen alsof het niets was en haar hoogte was zuiver en beangstigend mooi.

Roberto Scandiuzzi (kardinaal Brogni) imponeerde niet alleen met zijn diepe, donkere bas, zijn hele verschijning was imposant en zijn handelen diep menselijk.

Robert McPherson beschikt over een prachtige, lichte tenor met een ‘Flórez-timbre’. Daar deed hij mooie dingen mee, maar voor de rol van Leopold was hij toch een maatje te klein.

De ster van de avond was de vertolkster van de titelrol, Marina Poplavskaya. Haar stem is behoorlijk gegroeid, ook wat donkerder geworden. De manier waarop ze de rol gestalte gaf grenst aan het onmogelijke, ook haar hele verschijning en acteervermogen zijn van een ongekende kwaliteit. Haar Rachel was bros maar ook vastberaden. Verdrietig en trots tegelijk. Niet alleen het slachtoffer maar ook een echte heldin. BRAVA!

juive-yossi-zwecker

foto: Yossi Zwecker

Het, althans in het begin, licht rommelige orkest werd kundig geleid door Daniel Oren. Dat hij een echte zangers dirigent is was duidelijk zichtbaar (en hoorbaar), hij ademde (en zong) met ze mee.

Bij de voorstelling van 16 april werd Oren verontschuldigd: hij was plotseling ziek geworden en zijn plaats werd door zijn assistent, tevens koordirigent, Yishai Steckler overgenomen. Hij was zonder meer prima maar ik miste de spanning. Het was allemaal nogal braafjes.

Ook de tweede, overigens wel zeer goede cast haalde het waanzinnig hoge niveau van de première niet. Op Leopold na, dan – Mario Zeffiri had een grotere en sterkere stem, zeer wendbaar ook. Maar als acteur moest hij in McPherson zijn meerdere erkennen.

John Uhlenhopp beschikt over een mooie, dramatische tenor, maar Eleazar was voor hem nog te vroeg, daar moet hij nog in groeien. Hetzelfde geldt Dmitry Ulyanov (kardinaal). Hij heeft een stem uit duizenden, maar is voor die rol simpelweg nog te jong. Bovendien was er tussen hem en Rachel (een werkelijk schitterende Karina Babajanyan, zij kan er ook niets aan doen dat Poplavskaya de lat zo hoog heeft gezet!) totaal geen chemie, waardoor één van de meest ontroerende scènes weinig indruk maakte.

Neil Shicoff als Eleazar in Wenen 2013 (productie van Günter Krämer):

JACQUES FROMENTAL HALÉVY
LA JUIVE
Neil Shicoff /Francisco Casanova/John Uhlenhopp, Marina Poplavskaya/Karina Babajanyan, Robert McPherson/Mario Zeffiri, Roberto Scandiuzzi/Dmitri Ulyanov, Annick Massis/Jessica Pratt e.a.
The Israeli Opera Chorus en The Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion olv Daniel Oren/Yishai Steckler
Regie: David Pountney

Bezocht in Tel Aviv op 13 en 16 april 2010

Zie ook:  LA JUIVE: discografie

Anathema over en weer in grootse La Juive

Valentina Levko: Star of the Bolshoi

levko

Hoe is het mogelijk dat ik nooit eerder van Valentina Levko heb gehoord? Hoe kon een zangeres van haar kaliber zo onbekend blijven? Nu ik de bij Brilliant Classics uitgekomen cd-box van haar heb beluisterd, kan ik alleen maar met mijn hoofd schudden. Wat een pracht!

Wie ik het ook vroeg, niemand had ooit van Valentina Levko (1926) gehoord. Waren de opnamen, YouTube-filmpjes en recensies er niet geweest, dan zou je haast gaan twijfelen of ze überhaupt bestond. Gelukkig is er nu een cd-box; 11 cd’s, ingepakt in een eenvoudig doosje..

Als Russische werd Levko in het Bolshoi Theater voornamelijk in het Russische standaardrepertoire gecast. Ze had echter veel meer in haar mars! Op haar ‘eigen’ concertjes zong zij dan ook de hele ‘wereldliteratuur’ aan muziek: opera’s, maar ook liederen, oude muziek, volksmuziek en populaire liedjes. En dat alles meestal in de originele taal.

”Het liefst zing ik Bach”, scheen zij ooit gezegd te hebben. Bach ontbreekt er ook niet: haar “Erbarme dich” wordt ongekend mooi op de viool begeleid door Mark Lubotsky. Ouderwets? Ja. Dus?

 Zij was een operazangeres en dat hoor je, zeker in een zeer zwaar aangezette Schubert. Maar het heeft wat, want ook nostalgie is niet meer wat het geweest is.

 Op haar best is zij als Dalila en Carmen, maar ook het Spaanse lied ligt haar goed. Waar ik echter het meest door getroffen werd is “O Mensch, gib acht”, uit de derde symfonie van Mahler, in het Russisch. Het werd in 1961 opgenomen onder leiding van Kirill Kondrashin

Maar dat zij een Russische mezzo was en is staat buiten kijf. Zeven van de elf cd’s bevatten dan ook het Russisch repertoire: Russische opera aria’s, liederen van Tsjaikowski en twintigste-eeuwse Russische liederen. Nou moet u die laatste benaming niet al te letterlijk opvatten; op Prokofjev na klinken de liederen bijna allemaal als gewone Russische liedjes. Zeer melodieus, met een (voor wie de teksten verstaan) hoog “Sovjet – gehalte”. Zelf heb ik er niets op tegen, ik vind ze gewoon mooi.

Haar manier van zingen is zeer ingetogen en het ontbreekt haar aan de lelijke borsttonen die menige Slavische mezzo’s ontsierde. Haar interpretaties zijn ingetogen en sierlijk, nergens brullerig en heel erg ontroerend. Af en toe doet zij mij zelfs aan Fiorenza Cossotto denken.

Zij is ook onweerstaanbaar in Russische volksliederen. Onvoorstelbaar hoe ze de jas van haar klassieke opleiding weet af te zetten en in alle eenvoud  – nou, ja, eenvoud – weet te ontroeren. Doe het haar na! De oude romance ‘The Old Lemon Tree” zingt zij, zoals de Russen zeggen “dusjostjipatjelno”, zielsknijpend – daar krijg je vanzelf tranen in je ogen.

Naast studio- zijn er ook live opnamen, afkomstig van o.a. van DRA (Deutsches Rundfunkarchiv). Daar staat een mij onbekende cyclus van Sviridov bij, naar de teksten van Avetik Isaakyan, fascinerend.

Ongekend prachtig vind ik ook hoe zij Marfa’s aria uit Khovavnshchina  van Moessorgski vertolkt. Zeer visionair en de dreiging is voelbaar. Het geluid is een beetje dof en pover, maar dat vergeet je gauw, mede ook door het fantastische spel van Radio-Sinfonie-Orchester Berlin onder leiding van Kurt Masur. ‘Marfa’s Prophecy’ werd, samen met Ratmir’s aria uit Roeslan en Ludmilla (Glinka) in 1976 opgenomen. Deze box ga ik koesteren als een allergrootste schat.

Valentina Levko: Star of the Bolshoi
Diverse componisten, orkesten en begeleiders
Briljant Classics 9406 (11 cd’s)

Rita Streich: koningin van coloraturen

Streich.jpg

Hoge coloratuursopraan behoort tot de meest bewonderde stemtype. Logisch eigenlijk, want wat de dames doen valt een beetje in de categorie ‘een nachtegaal op de trapeze’. Een beetje circus, dat wel, er zijn dan ook dames die er een beroep van hebben gemaakt om kunstjes te vertonen, waarbij ze vergeten dat er ook muziek bij hun hoge noten hoort.

Zo niet Rita Streich, voor mij de allerbeste en de allermooiste coloratuur sopraan ooit. Natuurlijk is haar stem vederlicht en haar versieringen onberispelijk, maar in tegenstelling tot veel van haar vakgenoten is haar repertoire eigenlijk onbegrensd: opera, operette, liederen, oratoria

Niet in alles is ze even goed. Zo vind ik haar Schubert iets te lichtvoetig, waardoor veel van de tekst verloren gaat. Maar bij het operagenre is ze veel meer in haar element. Dan heb ik het allereerst natuurlijk over haar onaardse Koningin van de Nacht (Die Zauberflöte, Mozart) en over haar andere paradepaardje: Zerbinetta (Ariadne auf Naxos, Strauss).

Streich zingt de rol van Zerbinetta zo virtuoos dat je de virtuositeit niet eens merkt, zo vanzelfsprekend klinkt het. Luister maar naar haar vertolking van ‘Großmächtige Prinzessin’. Waar veel van haar stemgenotes in die aria aan een jongleur met noten doen denken, weet Streich het allerbelangrijkste element toe te voegen: het gevoel. Let ook op de warme gloed over haar zang, die zelfs bij de hoogste noten zijn glans niet verliest.

Hebt u ooit haar vertolking van het maanlied uit Rusalka van Dvořak gehoord? Zo vluchtig en ongrijpbaar als het zeeschuim, maar mét de verlangens van een verliefd pubermeisje:

Op haar allermooist vind ik Streich in lichte liederen van onder anderen Saint-Saëns, Delibes en Eva Dell’Acqua. Met een lichtgouden glans op haar stem doet ze me aan zo’n ouderwets porseleinen danseresje denken.

Hieronder als voorbeeld ‘De Nachtegaal’ van Alabiev. Ze zingt het in perfect Russisch, een taal die ze als een in Rusland geboren dochter van een Russische moeder en een Duitse vader goed beheerste.

Rita Streich
Königin der Koloratur: Das Beste aus Oper und Konzert
The Intense Media 600196 (10 cd’s)

 

 

 

 

Karen Cargill en Simon Lepper: een must voor een ieder die van Alma en Gustav Mahler houdt

cargillmahlercd

De Schotse mezzosopraan Karen Cargill beschikt over een zeer expressieve stem die haar in staat stelt om alle wendingen in de muziek perfect uit te beelden. Je zou kunnen zeggen dat ze met alle winden meedraait, en dat bedoel ik als een groot compliment: weinig zangers hebben de souplesse en nog minder weten er zo natuurlijk mee omgaan.

Haar stem op zich is niet echt ‘romig’, maar het ontbreekt haar niet aan fluweel, bijzonder. Ik vind het zeer boeiend, want haar zingen is veel meer dan gewoon maar mooi. Soms, zeker in de forte passages, kan zij best scherp uithalen, maar dan zonder dat het onaangenaam wordt.

Cargills vertolking van liederen van Alma Mahler is dan ook zo helemaal anders dan die ik tot nu toe hoorde. Zó uitgevoerd komt Alma op gelijke voet te staan met haar beroemdere echtgenoot.

Maar: hoe geweldig ik Cargill ook niet vind, voor mij staat zij een beetje in de schaduw van haar begeleider, pianist Simon Lepper. Het hoort niet, weet ik, maar ik betrap mij er op dat ik voornamelijk naar zijn pianospel luister.

In de Rückert Lieder laten beide kunstenaars mij naar adem happen, zo geweldig vind ik hun uitvoering. Zo anders dan alle andere, zo volkomen eigen. Het pretentieloos uitgevoerde “Ich bin der Welt abhanden gekommen” is van een zeldzame schoonheid. Soms wil Cargill te veel uithalen, maar daar is Simon Lepper weer, die brengt je terug in de wereld vol betovering.

Ook met hun weergaloos uitgevoerde Lieder eines fahrenden Gesellen doen zij mij versteld staan: zo heb ik de cyclus nog nooit eerder gehoord. Zij maken je duidelijk waar het over gaat zonder dat de tekst nadrukkelijk ‘uitgesproken’ wordt. Adembenemend. En alweer betrap ik mij erop, dat ik mijn oren niet van de pianist kan afwenden. Bijzonder.

Ik kan dan ook niet anders dan die cd aan een ieder aanbevelen die van liederen houdt en de pianist niet alleen de gelijke maar ook een onmisbare partner van de zanger vindt.


ALMA & GUSTAV MAHLER
Lieder
Karen Cargill (mezzosopraan), Simon Lepper (piano)
Linn Records CKD

Redstu Mamaloshen?

mamaloshen

‘Redstdu Mamaloshen’? Wordt aan u deze vraag gesteld, dan wil men weten of u Jiddisch spreekt. Jiddisch, de taal van Oosteuropese en Duitse Joden dreigde uit te sterven, samen met de ghetto’s en shtetls. De integratie, assimilatie, emigratie en (in)tolerantie zorgden voor het bouwen aan de toekomst zonder vooroordelen en zonder de ballast van het verleden.

Is het gelukt? Uiteraard niet. De tweede, derde en inmiddels ook al de vierde generatie van de Sjoah-overlevenden heeft op zoek naar roots ook het Jiddisch herontdekt. Die zoektocht is ook aan Mandy Patinkin niet voorbij gegaan

Patinkin, één van de grootste Broadway sterren van het moment, is niet over één nacht ijs gegaan. Met hulp en steun van de specialisten leerde hij de taal en zocht naar het repertoire. Wat hem het meest bezighield was de vraag waarom hebben de Amerikaans–Joodse componisten als Oscar Hammerstein, Stephen Sondheim en Irving Berlin geen Joodse muziek gemaakt. Zijn conclusie: de muziek was wel Joods, alleen de taal Engels. Zodoende werden de teksten van de bekende songs in het Jiddisch vertaald.

Het resultaat mag er zijn, al is het een beetje onwennig om Ikh khulem fun a vaysn Nitl  te horen in plaats van I’m  dreaming of a white Christmas.

Maria van Bernstein is veranderd in  Mayn Mirl en  Got bentsh Amerike betekent niets anders dan God bless America.

Uiteraard zingt Patinkin ook de bekende en minder bekende Jiddische liedjes en doet het op zijn ‘Patinkins’. Zijn stem en manier van zingen zijn direct herkenbaar. Van ieder liedje maakt hij een complete show met lach en traan en schuwt de overdrijving, Joodse eigenschap bij uitstek niet.

In het met een gezonde dosis schmalz gezongen Belz en de prachtige Song of the Titanic wordt hij bijgestaan door Judy Blazer en in Der Alter Tzigajner/White Christmas zorgt Nadja Salerno-Sonnenberg voor de viool solo.

Kleine waarschuwing: iedereen, die vindt dat klezmermuziek gespeeld moet worden op authentieke instrumenten en het Jiddisch gezongen door honderdjarigen die de taal nog voor de oorlog in een shtetl dagelijks spraken, moet van die cd afblijven. Voor de genieters onder ons: ‘hob fargenigen’ (veel plezier)


MAMALOSHEN
Mandy Patinkin
Nonesuch 7559-79459-2

Stunden, Tage, Ewigkeiten oftewel Heinrich Heine verklankt

Appl.jpg

Soms, heel erg soms kunnen de woorden van liederen belangrijker lijken dan de muziek. Zeker als je één van de grootste dichters als uitgangspunt van je recital neemt en je de repertoirekeuze daar volledig naar schikt. De luisteraar zal dan sneller dan gewoonlijk naar de liedteksten grijpen. Met veel meer aandacht dan anders het geval zou zijn. Als zanger heb je dan de plicht om mensen te laten weten – én ze het laten herbeleven – wat de muziek met woorden kán doen, hoe ze erdoor verrijkt kunnen worden.

De Dichterliebe van Schumann (en ook de liederen uit het Schwanengesang van Schubert) kunnen we allemaal dromen en al is de interpretatie door de jonge Benjamin Appl buitengewoon fraai, mijn hart zou er niet sneller door gaan kloppen. Maar wie zijn cd-recital Stunden, Tage, Ewigkeiten noemt, die neemt verplichtingen op zich op en die neemt Appl zeer serieus.

Buiten Schumann, Schubert en de Mendelssohns buigt Appl zich ook over de zelden uitgevoerde Heine liederen van Anton Rubinstein. “Der Asra” kende ik van de pianobewerking van Liszt, maar het is mijn eerste kennismaking met de gezongen versie. Het lied over de rijke sultansdochter en de op haar verliefde jonge slaaf is schrijnend in zijn eenvoud. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn ogen licht vochtig werden en dat is natuurlijk het beste teken dat het goed zit.

De jonge Duitser beschikt over een onwaarschijnlijk mooi timbre waar je meteen verliefd op wordt. Zijn tekstbeheersing is voorbeeldig, ieder woord is duidelijk verstaanbaar, maar dan zonder te overheersen.

James Baillieu toont zich zijn gelijkwaardige partner: hoe mooi zijn touché is hoor je in “Du bist wie eine Blume” van Rubinstein. Chapeau!

 


SCHUMANN, FELIX & FANNY MENDELSSOHN, SCHUBERT, GRIEG, RUBINSTEIN
Stunden, Tage, Ewigkeiten
Heinrich Heine – Lieder
Benjamin Appl (bariton), James Baillieu (piano)
Champs Hill Records CHRCD112 • 70’

Tehilim: psalmen tussen Jodendom en Christendom

Tehilim

Mooi, mooier, mooist. Dat heb ik ooit op een cursus Nederlands geleerd. Inmiddels ben ik er achter dat er veel meer woorden in het Nederlands bestaan om ‘mooier dan mooist’ te verwoorden. ‘Goddelijk’ is er één van. Een zeer toepasselijke variant voor de nieuwe cd van het Nederlands Kamerkoor. U kunt het ook letterlijk opvatten.

Tussen hemel en aarde bestond er altijd zoiets als een ‘gesprek’, al was het meestal eenrichtingsverkeer. Geen idee wat de hemel de aarde heeft gegeven behalve het onvoorwaardelijke geloof, maar de aarde heeft de hemel behoorlijk wat geschonken. Onder meer poëzie en muziek. En als de twee in een perfecte harmonie samensmelten, dan is het resultaat gewoon hemels.

Koning David was, behalve een brave man en een stoute echtgenoot, ook een geniale dichter. Zijn psalmen behoren nog steeds tot het mooiste dat de dichtkunst ooit heeft opgeleverd. Zij waren – en nog steeds zijn –  de inspiratiebron voor alle kunsten en zijn dan ook door verschillende componisten op muziek gezet, o.a. Bach, Allegri, Schütz, Strawinski, Kodaly.

Die namen ontbreken op Tehilim (Hebreeuws voor psalmen), maar wat we wel krijgen is een waaier van de bekende en minder bekende componisten die verankerd zijn in de zowel christelijke als Joodse traditie. Met de laatste worden niet alleen synagogale gezangen bedoeld, men heeft ook voor de wereldlijke composities gekozen.

Impressie van de cd-opname:

 

Van Sweelinck en Rossi tot Schönberg en Avni wordt er een tijdspanne van ruim 600 jaar overbrugd, waarin de meer dan 4000 jaar oude traditie van het psalmzingen wordt behandeld. Nou ja behandeld… Het is een cadeau aan hemel en aarde, want zo mooi, zo ‘goddelijk’, wordt er zelden gemusiceerd.

Als solist brillieert de Israëlische bas Gilad Nezer – behalve lid van het koor ook de voorzanger bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam.


ROSSI, MENDELSSOHN, SWEELINCK, LEWANDOWSKI, SULZER, GOKKES, SCHÖNBERG, ROSENBLATT, AVNI
Tehilim: Psalms between Judaism and Christianity
Nederlands Kamerkoor onder leiding van Klaas Stok
Gilad Nezer, bas
GLOBE GLO 5247

Martha Argerich en haar vrienden in Lugano 2014

martha

Heeft u ooit La création du monde van Darius Milhaud in bewerking voor pianokwintet gehoord? Nee? Doen! Het, toch al zo fantasievolle ballet wint er niet alleen aan spanning mee, maar krijgt onverwacht een zeer eigentijds tintje. Adembenemend.

Het kwintet plus nog veel meer zeer verrassende heerlijkheden zit in een box met drie cd’s. Allemaal muziek live opgenomen in Lugano in 2014, met als rode draad de onvermoeibare Prima Donna van de piano: Martha Argerich. Die overigens niet aan alles meedoet.

Zo is er Francesco Piemontesi die, in het te zelden gespeelde cellosonate van Poulenc, Gautier Capuçon voortreffelijk op de piano bijstaat. In de cellosonate van Frank Bridge krijgt de hier zeer gevoelig klinkende Capuçon (wat een cellist is hij toch!) even fijnbesnaarde bijstand van Gabriela Montero.

Behalve het kwintet van Milhaud het meest werd ik geraakt door de vioolsonate van Mieczysław Weinberg. Gidon Kremer behoort niet tot de subtielste onder de violisten, maar het ruige, ongeremde en bij vlagen krassende past Weinberg als een handschoen. De, soms zeer wrang klinkende, sonate heeft namelijk ook in zijn meest lyrische passages iets wat ik het beste kan omschrijven als schurende weemoed.

Jammer alleen dat het Orchestra della Svizzera italiana, die onder leiding van Jacek Kaspszyk La Argerich in het twintigste pianoconcert van Mozart begeleidt, niet bijster geïnspireerd klinkt.


MOZART, POULENC, MILHAUD, WEINBERG, BORODIN, MENDELSSOHN, BRIDGE, SCRIABIN
Martha Argerich & Friends
Diverse uitvoerenden
Warner Classics 0825646134601 • 195’ (3cd’s)

Robert le Diable van Meyerbeer uit Salerno is onvoorstelbaar goed

BRILLIANT

Nog even en Brilliant Classsics wordt een ware concurrent voor Opera Rara. De ene na andere onbekende/onbeminde/vergeten opera ontrukken ze aan de vergetelheid en hun catalogus doet een oprechte operaliefhebber watertanden. Tel daarbij vele, inmiddels klassiek geworden maar allang van de markt verdwenen opnamen van bekende(re) titels en het mocht duidelijk worden: Brilliant Classics is een uitgever om er ernstig rekening mee te houden. Zeker ook omdat het prijskaartje bijzonder vriendelijk is voor de consument.

Het verschil met Opera Rara ligt voornamelijk aan de bij BC zeer summiere presentatie. En je hoeft bij hen ook niet de eerste en/of de volledige partituur van een werk te verwachten.

De in maart 2012 live in Salerno opgenomen Robert le Diable van Meyerbeer werd dan ook geüpdatet. Er is het een en ander uit geknipt. Maar wat er over is gebleven, is drie uur onvervalst plezier, waarin u om de beurt kunt griezelen, treuren en liefhebben.

De opera was een immens succes in de tweede helft van de negentiende eeuw. Chopin, die de première in 1831 bijwoonde, vond het een echte meesterwerk, waarmee Meyerbeer zich onsterfelijk maakte. Een paar decennia later verdween de opera echter van het toneel. De reden daarvoor is zeer complex. Laten we het voor het gemak op de tijdsgeest houden.

De allereerste uitvoering na de Tweede Wereldoorlog – ingekort en in het Italiaans – was pas in 1968, tijdens Maggio Musicale Fiorentino. De schitterende cast (Merighi, Christoff, Scotto en Malagù) stond onder leiding van Nino Sanzogno en de live opname is op een “piraat” uitgebracht.

Bryan Hymel is inmiddels zowat het gezicht van de Franse Grand Opera geworden. Na Le Troyens van Berlioz heeft hij ook Robert op zijn repertoire genomen, een rol die hij onlangs ook in Londen vertolkte.

Zijn stevige maar soepele tenor, met zijn ietwat nasaal timbre, klinkt ook een beetje Frans. Af en toe doet hij een ook beetje aan de jonge Domingo denken, maar hij mist vooralsnog zijn kracht en, zeker in de hoogte wilt hij wel eens “mekkeren.”

Over Patricia Ciofi kan ik kort zijn: fenomenaal en adembenemend. Met haar “Robert, toi que j’aime” bezorgt zij de luisteraar kippenvel en tranen in de ogen.

Carmen Giannatasio (Alice) doet voor haar niet onder. Met een zeer subliem en ontroerend gezongen ‘Va, dit-elle’, zorgt zij voor een ander hoogtepunt in de opera.

Alastair Miles is een goede Bertram, al kan men horen dat hij zijn beste jaren al heeft gehad; en Martial Defontaine is een zeer idiomatische Raimbout.

Daniel Oren heeft duidelijk ‘feeling’ met het repertoire en zet zich er onvoorwaardelijk voor in.

 

Giacomo Meyerbeer
Robert le Diable
Bryan Hymel, Carmen Giannatasio, Patrizia Ciofi, Alastair Miles, Martial Defontaine e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ onder leiding van Daniel Oren
Brilliant Classics 94604

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

LES HUGUENOTS Brussel 2011

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

 

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

LE PROPHÈTE from Essen: English translation.

Carmen Giannattasio is een sterke vrouw

carmen-giannattasio-grazia-fortuna-ward-foto-victor-santiago
Carmen Giannattasio als model voor Grazia Fortuna Ward. Foto: Victor Santiago

Ze is een sterke vrouw. Net als Leonora in Il trovatore, de rol die ze in oktober 2015 bij De Nationale Opera ging vertolken. Een gesprek met de Italiaanse sopraan Carmen Giannattasio. “In feite heb ik aan niemand iets te danken. Ik heb het allemaal zelf gedaan.”

De doorsnee Nederlandse operaganger kende haar tot voor kort voornamelijk als de strenge museumdirectrice uit de Damiano Michieletto´s productie van Rossini´s Il Viaggio a Reims bij de Nationale Opera.

Trailer van de productie:

Maar Carmen Giannattasio’s faam reikt veel verder dan dat. Ze is één van de beroemdste belcantosopranen van de laatste jaren.

De op 24 april 1975 in Avellino (Zuid Italië) geboren sopraan heeft tientallen bekende en onbekende rollen op haar repertoire staan en haar discografie is veel groter dan men zou kunnen vermoeden.

In oktober 2015 kwam Giannattasio naar Amsterdam voor Leonora in Il Trovatore van Verdi, een rol die zij al eerder heeft vertolkt in o.a. Zürich, La Fenice in Venetië en de Met in New York. Een rol die zij ooit heeft ingestudeerd onder supervisie van Leyla Gencer, haar lerares en mentor. Het was Gencer die haar klaarstoomde voor haar debuut aan de Milanese La Scala in 2001 toen zij nog aan het conservatorium studeerde.

“Leyla Gencer was misschien wel de belangrijkste persoon in mijn leven. Ze heeft me gecoacht en gestimuleerd. Ze geloofde onvoorwaardelijk in me en heeft me de ‘push’ gegeven die ik nodig had om de stap naar La Scala te maken. Ze was er zelf ook bij, bij mijn debuut als Giulietta in Il Giorno di Regno.”

Muziek in het klooster

“Ik was twee jaar oud toen ik voor het eerst kennismaakte met muziek. Die dag vergeet ik niet, die staat voor altijd in mijn geheugen gegroefd”.

“Het was in een klooster. Ik zat daar op een kleuterschooltje en ik verveelde mij dodelijk. Nu moet je weten dat ik best vervelend was, toen. Ik was alles behalve sociaal, je kan rustig zeggen dat ik behoorlijk raar was. Ons gezin werd net verrijkt met een nieuw kindje en ik was dodelijk jaloers op mijn pasgeboren broertje. Ik pestte hem en er was geen land met mij te bezeilen. Mijn ouders wilden dat ik socialer werd en met andere kinderen leerde omgaan, vandaar dat zij mij al zo vroeg naar de kleuterschool hebben gebracht.”

“En daar, in dat peuterklasje van het klooster hoorde ik voor het eerst muziek. Het kwam van achter een gesloten deur en toen ik de deur opendeed zag ik een piano. Daar zat moeder overste achter, zij was het die voor de goddelijke klank verantwoordelijk was. Dat wilde ik ook, ik wilde bij de betovering horen.Thuis ben ik net zo lang blijven zeuren tot ik op de pianoles mocht.”

Het was mijn pianolerares die mijn stem heeft ontdekt en mij naar conservatorium heeft gestuurd. Daar was ik niet zo zeker van, ik twijfelde… Bovendien had ik eigenlijk niets met opera, het raakte mij niet echt. Piano vond ik veel mooier! Mijn vader was het eigenlijk met mij eens: als pianoleraar kon ik tenminste mijn brood verdienen. Pas na drie jaar viel het kwartje, toen kreeg ik pas de smaak te pakken.”

“Muziek was voor mij niet genoeg. Ik studeerde ook Engelse en Russische literatuur. Daar heb ik ook een graad in behaald. Ik spreek goed Russisch en ik zou graag Russische opera’s willen zingen. Helaas word ik daar niet voor gevraagd. Blijkbaar denkt men dat die rollen door Russen bezet moeten worden en dat Italianen het niet zouden kunnen. Jammer.”

Operalia en Opera Rara

Bij de Operalia competitie in 2002 in Parijs won Giannattasio zowel de eerste prijs als ook de publieksprijs. Heeft het haar op weg geholpen?

“Laat ik het maar zo stellen: alles wat je bereikt doe je zelf. Domingo is buitengewoon aardig en behulpzaam. Na het winnen van het concours heeft hij mij naar Los Angeles uitgenodigd, daar mocht ik meedoen aan een Gala, waarbij ik, naast Roberto Alagna Desdemona zong in de vierde acte van Otello. Maar in feite heb ik aan niemand iets te danken, ik heb het allemaal zelf gedaan, zonder enige hulp van buitenaf”.

Giannattasio tijdens Operalia 2002:

De zin “niemand heeft me ooit geholpen, ik deed het zelf” klinkt als een soort mantra door ons hele gesprek. Giannattasio herhaalt het als we het over de onbekende belcantorollen hebben die ze voor Opera Rara heeft opgenomen. “Daar ben ik echt trots op, dat ik het deed. Niet iedereen doet het. Uiteraard. Niet iedereen wil zo veel werk verrichten voor maar één uitvoering, één opname.”

“Het is best vreemd om rollen te leren die je daarna nooit meer zingt. Je weet dat het bij die ene keer blijft, daarna is het basta. Nu ja, meestal dan. Maar ik deed het met ontzettend veel plezier. Ik was toen heel erg jong en ik wilde het meer dan graag. En daar ben ik dus echt trots op. Ik deed het!”

Elisabetta en Leonora

Eén van haar belangrijkste rollen van de laatste tijd is Elisabetta in Maria Stuarda van Donizetti. Zij zong haar in Londen en Parijs, in precies dezelfde productie maar met een totaal andere partner: in Londen was het de mezzo Joyce diDonato en in Parijs de (lichte) sopraan Aleksandra Kurzak. Zingt en kleurt ze de rol anders bij die verschillende partners?

“Welnee, helemaal niet. De rol is immers dezelfde? Je zingt je noten en je woorden, en je partner is gewoon je partner. Er verandert niets. Nou ja, een beetje, maar dat geldt niet voor mij: DiDonato is een mezzo, voor haar werd de partituur een paar noten naar beneden bijgesteld. Voor mij maakte het niets uit. Kurzak is een zeer temperamentvolle vrouw, zij barst van energie en dat vind ik prettig, want het is echt belangrijk om partners te hebben die je weten uit te dagen.”

Giannattasio en Kurzak in Maria Stuarda:

Haar interpretatie van Leonora doet mij sterk aan Gencer denken. Ik ben de enige niet. Op You Tube, onder de clip uit Zürich heeft een bewonderaar gereageerd:

“Degna studentessa della Gencer… È stata una Leonora belissima. Finalmente una voce veramente verdiana. Mamma, è divino senza più aggettivi. ”

Mij valt voornamelijk de vastberadenheid in haar stem op. Is Leonora een sterke vrouw?

“O ja, beslist! Maar: zij is voornamelijk jong, niet ouder dan 17, hooguit 18. Leonora is een teenager en teenagers zijn van alle tijden. Als zij eenmaal verliefd zijn dan denken ze dat dat het allerbelangrijkste is wat er is. Hun liefde is alles voor ze! Daarbij zijn ze ook impulsief en denken dat de wereld vergaat als er iets tussen hen en hun geliefde komt. En natuurlijk willen ze allemaal sterven, sterven van en voor de liefde. Pubers! Vergeet niet dat Leonora buitengewoon gefascineerd is door de mysterieuze man van ze niet eens weet wie of wat hij is en hoe hij eigenlijk heet!”

“Mijn mooiste herinneringen heb ik aan de productie in de Met in 2012. Mc Vicar is een regisseur die ik zeer bewonder. Hij is niet echt traditioneel, hij is behoorlijk vooruitstrevend, maar alles is bij hem logisch. Maar ik heb echt niets tegen actualisering, hoor! De rol kan je net zo goed in een T-shirt en in een spijkerbroek zingen, dat verandert helemaal niets aan het karakter.”

“Ik hou ervan om uitgedaagd te worden, anders wordt het monotoon. Je kan jezelf niet blijven herhalen. Maar er zijn grenzen, dat wel. Je mag niet aan de muziek en niet aan het libretto komen, je mag ze niet veranderen. En ik houd niet van extremen. Ik denk ook niet dat ik alles zou kunnen doen wat een regisseur van mij verlangt, maar ik ga er best ver in, ja. Gelukkig is mij nog nooit gevraagd om over mijn grenzen heen te gaan

Trailer uit de productie in Amsterdam:

Giannattasio is één van de weinige operasterren die ook modellenwerk doet: zij is het gezicht van onder andere Bulgari en Antonio Riva.

carmen-gianna-bulgari

“Je kan wel stellen dat ik een ‘fascionista’ ben. Ik prijs mij gelukkig dat er mensen zijn die in mij willen investeren en dat er merken zijn die van mij hun ambassadrice hebben gemaakt. Ik ben niet echt een model en ik zie er niet uit als een model. Ik ben een gewone vrouw, zoals miljoenen anderen.”

Toekomstplannen? Dromen?

“Ik spreek Russisch, Engels, Frans en Spaans. Geen Duits, dus geen Duits repertoire voor mij. Ik zou het niet kunnen opbrengen om een opera te zingen in een taal die ik niet beheers. Dan ben je net een papegaai, het is niets voor mij. Maar ik ben nog jong en wie weet wat er nog op mijn weg komt?”

“Ik ben meer dan gelukkig met hoe mijn leven, ook mijn privéleven er nu uitziet. En ik ben ontzettend trots op mezelf, want alles heb ik zelf bereikt, er was niemand die mij ooit heeft geholpen. Het leven is kort en ik wil niet plannen. Ik leef bij de dag, het is goed zo.”

English translation:
CARMEN GIANNATTASSIO interview in English