Brilliant_Classics

2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

parelvissers

La Scala 1886: finale vam de eerste acte

Kunt u zich het voorstellen dat ‘Les Pêcheurs de perles’ (oftewel de ‘Parelvissers’ in de volksmond), ooit één van de meest uitgevoerde werken in Nederland was?

Maar tijden (en de daarmee gepaarde mode) veranderen en de generatie die na de jaren zestig geboren is, kent de opera vrijwel alleen van zijn twee grootste hits: ‘Je crois entendre encore’, een tenoraria die op geen enkele verzamel-cd ontbreekt, en natuurlijk hét duet Au fond du temple saint’. En dat terwijl de opera zo veel meer te bieden heeft!

Neem alleen al de cavatina van Léïla, ‘Me voilà seule dans la nuit’. Het is alsof je Juliette van Gounod hoort. Verlangend, maar ook delicaat en o zo zuiver! En vergeet ‘De mon amie’ niet, een hartverscheurend duet tussen Léïla en Nadir.

Maar ‘omnia mutantur, nihil interit’ (alles verandert, niets gaat ten gronde) en dus komen veel hits van weleer terug in onze operahuizen. Zo ook Les pêcheurs de perles. Na bijna vijftig jaar van afwezigheid zet het ene na het andere operahuis het werk op het affiche, waaronder ook de Nederlandse Reisopera.

SALERNO 2012

 5028421944340_600

Een in mei 2012 in Salerno live opgenomen productie van Bizets opera werd kort erna op Brilliant Classics uitgebracht. Dirigent Daniel Oren schuwt het spektakel niet, maar blijft lyrisch en geeft de zangers alle ruimte. En dat het soms niet helemaal niet in de pas loopt, ach…

De zeer virtuoze Desirée Rancatore overtuigt als de verscheurde priesteres en Celso Albelo (Nadir) is voor  haar een perfecte match: ietwat schuw maar wel vastberaden. Mooie stem ook, maar dat wisten we al van zijn optreden als Roudi in Rossini’s Guillaume Tell tijdens ZaterdagMatinee.

Luca Grassi is een meer dan een adequate Zurga. Hij beschikt over een zeer gespierd geluid en weet alle dramatische en psychologische ontwikkelingen van zijn personage goed uit te drukken.

Het is alleen jammer dat de productie niet op DVD is uitgebracht, want naar de foto’s en Youtube fragmenten te oordelen was het ook een feest voor het oog!


Desirée Rancatore, Celso Albelo, Luca Grassi, Alastair Miles
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ olv Daniel Oren
Brilliant Classics 94434

(meer…)

Advertenties

ALESSANDRO DELJAVAN speelt Etudes van CHOPIN

 chopin-deljavan

De Italiaan Alessandro Deljavan is een ware meesterpianist. Zijn briljante techniek is zo volmaakt dat je niet eens hóórt hoe moeilijk de Etudes van Chopin zijn. Daar zit hem ook het euvel, denk ik. Deljavan glijdt over de stukken heen met een soort vanzelfsprekendheid die bijna aan zelfgenoegzaamheid grenst.

Nou wil ik niet beweren dat de etudes, wellicht op de nr.12 op.25 (die heet dan niet voor niets ‘Revolutionair’) na iets van een ‘conceptuele programma’ willen uitdragen of een boodschap overbrengen, maar een klein beetje bij de inhoud stilstaan zou Deljavan zeker sieren.

Ik denk niet dat het hem ontbreekt aan verbeelding of dat hij er niet over heeft nagedacht, maar soms bekruipt mij het gevoel dat het allemaal nergens toe leidt. Of wel: tot een oppervlakkigheid. Het mooist vind ik hem in de etude nr.3 op 10: hier toont hij zich iets minder een virtuoos en wat meer een lyricus. Hij kan het dus wel.

Wat mij opvalt: zijn tempi zijn veel langzamer dan die van Pollini en toch lijkt het alsof hij in de sneltrein zit. Zou het aan de enorme tempofluctuaties binnen een nummer kunnen liggen? Maar eerlijk is eerlijk: het is pianistiek van een allerhoogst niveau.


FRÉDÉRIC CHOPIN
Complete Etudes
Alessandro Deljavan
Brilliant Classics 95207 • 70’

Pianowerken van OTTORINO RESPIGHI en GIUSEPPE MARTUCCI

respighi

Ik ben een groot bewonderaar van Ottorino Respighi. Voornamelijk zijn opera’s en zijn vocale werken kunnen mij bekoren: voor La Fiamma en Il Tramonto kan je mij midden in de nacht wakker maken.

Zijn pianowerken zijn nieuw voor mij en eerlijk gezegd weet ik niet wat ik er van moet vinden. Het zijn leuke stukken, maar ze pingelen zo door!

Het ligt niet aan de uitvoering want Michele d’Ambrosio heeft heel wat in zijn mars. Hij had het al eerder bewezen met zijn prachtige opname van pianomuziek van Alfredo Cassella.

D’Ambrosio’s aanslag is slank, sierlijk en warm en het ontbreekt hem niet aan virtuositeit. Maar hij dwingt mij niet tot luisteren, waardoor ergens halverwege mijn aandacht verslapt. Wellicht gelooft hij er zelf niet in?

Beide Sonates (P016 en P004) en de Suite P022 zijn jeugdwerken, gecomponeerd toen Respighi nog maar 16, 17 jaar oud was. Ze verraden sterke invloed van Robert Schumann, maar halen zijn niveau nergens.

Ik vind het best leuk om de pianoversie van één van Respighi’s beroemdste werken, Antiche danze ed arie per liuto te horen. En het heeft ook wat om in de Tre Preludi su melodie gregoriane de voorloper van Vertrate di chiesa te ontdekken.

Het is een charmante cd met veel primeurs geworden, maar of het een blijvertje is?


OTTORINO RESPIGHI
Complete solo piano music
Michele d’Ambrosio
Brilliant Classics 9444 • 133’ (2 cd’s)

 

 

martucci

Net als Respighi was ook Giuseppe Martucci op zijn zestiende begonnen met het schrijven van korte pianostukjes. En ook hij werd daarin beïnvloed door Schumann.

Anders dan zijn land- en tijdgenoot componeerde hij geen opera’s. Zijn oeuvre bevat voornamelijk orkest- en kamerwerken, maar echt beroemd is hij geworden met de liederencyclus La canzone dei Ricordi. Geen wonder: geen romantische ziel kan er omheen

Hieronder: Renata Tebaldi zingt ‘La canzone dei Ricordi’:

 

 

Zijn werken voor piano zijn van wisselende kwaliteit. De twee Notturni op 78 genieten een bescheiden bekendheid, maar dan wel in de bewerking voor (kamer)orkest. Zo kende ik ze ook en het valt niet mee om om te schakelen. En toch: eenmaal gewend kan ik er buitengewoon van genieten. Zo doen  ze me sterk aan Chopin denken en dat vind ik mooi.

Iets meer moeite heb ik met andere stukken op de cd, die vind ik niet bijzonder interessant. Het zijn net salonstukjes, leuk om op de achtergrond te hebben, meer niet. Maar Alberto Miodino speelt ze alsof het de grootste pianomeesterwerken zijn die ooit gecomponeerd zijn en dat ontroert mij zeer.

De zeer virtuoze Fantasia op.51 voorziet hij van een heuse ‘Liszt-schwung’ en de 6 Pezzi op.44 geeft hij de allure van een sprankelende waterval.

 


GIUSEPPE MARTUCCI
6 Pezzi op.44, Novella op.50, Fantasia op.51, 2 Notturni op.70
Alberto Miodini piano
Brilliant Classics 94800 • 70’

ROBERT LE DIABLE

 BRILLIANT

 

Nog even en Brilliant Classsics wordt een ware concurrent voor Opera Rara. De ene na andere onbekende/onbeminde/vergeten opera ontrukken ze aan de vergetelheid en hun catalogus doet een oprechte operaliefhebber watertanden. Tel daarbij vele, inmiddels klassiek geworden maar allang van de markt verdwenen opnamen van bekende(re) titels en het mocht duidelijk worden: Brilliant Classics is een uitgever om er ernstig rekening mee te houden. Zeker ook omdat het prijskaartje bijzonder vriendelijk is voor de consument.

Het verschil met Opera Rara ligt voornamelijk aan de bij BC zeer summiere presentatie. En je hoeft bij hen ook niet de eerste en/of de volledige partituur van een werk te verwachten.

De in maart 2012 live in Salerno opgenomen Robert le Diable van Meyerbeer werd dan ook geüpdatet. Er is het een en ander uit geknipt. Maar wat er over is gebleven, is drie uur onvervalst plezier, waarin u om de beurt kunt griezelen, treuren en liefhebben.

De opera was een immens succes in de tweede helft van de negentiende eeuw. Chopin, die de première in 1831 bijwoonde, vond het een echte meesterwerk, waarmee Meyerbeer zich onsterfelijk maakte. Een paar decennia later verdween de opera echter van het toneel. De reden daarvoor is zeer complex. Laten we het voor het gemak op de tijdsgeest houden.

De allereerste uitvoering na de Tweede Wereldoorlog – ingekort en in het Italiaans – was pas in 1968, tijdens Maggio Musicale Fiorentino. De schitterende cast (Merighi, Christoff, Scotto en Malagù) stond onder leiding van Nino Sanzogno en de live opname is op een “piraat” uitgebracht.

Bryan Hymel is inmiddels zowat het gezicht van de Franse Grand Opera geworden. Na Le Troyens van Berlioz heeft hij ook Robert op zijn repertoire genomen, een rol die hij onlangs ook in Londen vertolkte.

Zijn stevige maar soepele tenor, met zijn ietwat nasaal timbre, klinkt ook een beetje Frans. Af en toe doet hij een ook beetje aan de jonge Domingo denken, maar hij mist vooralsnog zijn kracht en, zeker in de hoogte wilt hij wel eens “mekkeren.”

Over Patricia Ciofi kan ik kort zijn: fenomenaal en adembenemend. Met haar “Robert, toi que j’aime” bezorgt zij de luisteraar kippenvel en tranen in de ogen.

Carmen Giannatasio (Alice) doet voor haar niet onder. Met een zeer subliem en ontroerend gezongen ‘Va, dit-elle’, zorgt zij voor een ander hoogtepunt in de opera.

Alastair Miles is een goede Bertram, al kan men horen dat hij zijn beste jaren al heeft gehad; en Martial Defontaine is een zeer idiomatische Raimbout.

Daniel Oren heeft duidelijk “feeling” met het repertoire en zet zich er onvoorwaardelijk voor in.

 

Giacomo Meyerbeer
Robert le Diable
Bryan Hymel, Carmen Giannatasio, Patrizia Ciofi, Alastair Miles, Martial Defontaine e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ onder leiding van Daniel Oren
Brilliant Classics 94604

Meer Meyerbeer:
LES HUGUENOTS Brussel 2011

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

LE PROPHÈTE from Essen: English translation.