cd/dvd recensies

Erwin Schulhoff: genres en grenzen overschrijdende muziek

Schulhoff box

“Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme” schreef Erwin Schulhoff in 1919.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Zijn muziek was  genres en grenzen – soms zelfs die van een ‘goed fatsoen’ – overschrijdend. Hij was een man van uitersten, hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek, van alles eigenlijk voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo werd.

Schulhoff Lockenhaus

Mijn eerste kennismaking met de componist en zijn muziek was dertig jaar geleden, in het door Gidon Kremer geleide kamermuziekfestival in Lockenhaus. Het was voornamelijk zijn strijksextet, met zijn sterke Janaček-invloeden, dat mij naar adem deed happen. Sinds die dag was ik verslaafd.

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels heeft Schulhoff zijn weg naar de concertpodia en opnamestudio’s gevonden. Voornamelijk dat laatste, want op concerten wordt hij nog steeds te weinig geprogrammeerd. Waar het aan ligt? Niet aan zijn muziek. Ik vind het buitengewoon pervers dat de vermoorde componisten nog steeds vaak doodgezwegen worden. Voor de tweede keer vermoord.

Schulhoff etersen

Mijn allereerste ‘platen-encounter’ met de componist betrof de opname van de complete strijkkwartetten door het Petersen Quartet, in 1992. Tot mijn vreugde zitten die strijkkwartetten ook in de box met zes cd’s die het label Capriccio onlangs op de markt gebracht. Het betreft opnamen van veel van zijn werken (beste Capriccio: er bestaat meer!) door Deutschlandfunk Kultur tussen 1992 en 2007 gemaakt. De meeste van die opnamen zijn al eerder op Capriccio (maar ook andere, vaak niet meer bestaande labels) verschenen.

De opname uit 2007 van het Dubbelconcert voor fluit en piano, met als solist de Nederlandse fluitist Jacques Zoon is voor mij nieuw. En mooi dat het is! Nieuw voor mij is ook de opname van de tweede en de vijfde symfonie, waarin de Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding staat van de grootste pleitbezorger voor de ‘entartete componisten’, James Conlon.


ERWIN SCHULHOFF
Symfonieën nr. 2 & 5, Pianoconcert op. 34, Concerto Doppio, Concert voor strijkkwartet en blazers, Strijkkwartetten nr. 1 & 2, Strijksextet, Sonate voor viool solo, Duo voor viool en cello, Pianosonates nr. 1 & 3, Pianowerken
Jacques Zoon (fluit); Frank-Immo Zichner, Margarete Babinsky (piano); Petersen Quartett; Leipzicher Streichquartett; Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv James Conlon; Deutscher Symphonie-Orchester Berlin olv Roland Kluttig
Capriccio C7297

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Advertenties

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

Tekst: Peter Franken

.

Met een herneming van Halevy’s La Juive bij Opera Vlaanderen en twee concertante uitvoeringen van Meyerbeers Robert le Diable begin april in De Munt, staat de Grand Opéra weer even in de belangstelling in onze contreien. Een goede aanleiding om terug te kijken naar Laurent Pelly’s enscenering van Robert le Diable voor de Royal Opera, zes seizoenen geleden. Er is een BluRay van in de handel, voor zover ik heb kunnen nagaan de enige beeldopname van dit werk die momenteel verkrijgbaar is. (Opus Arte OA BD7121 D)

Bij Grand Opéra weet je nooit zeker in hoeverre een uitvoering compleet is maar deze opname heeft een looptijd van drie en een half uur en met inbegrip van een volledig ballet zal er niet al te veel gecoupeerd zijn. Pelly was verantwoordelijk voor de regie en de kostuums, het decor is van Chantal Thomas. De productie is er een met een knipoog, zeker waar het de aankleding betreft. Ridders in harnas, edelvrouwen met puntmutsen in primaire kleuren, namaakpaarden in geel, rood en blauw, decorstukken uit een vroege versie van de Efteling. De middeleeuwse uitmonstering komt karikaturaal over door de vaak felle kleuren. Soms lijkt het een beetje op een kinderspeelplaats voor volwassenen. Maar inhoudelijk klopt alles aan de productie, het is geheel libretto getrouw.

Robert

Ook de personenregie is niet steeds even serieus. De ridders vormen een jofel stel en de minstreel Raimbaut doet zijn komische rol eer aan. Maar Pelly laat Isabelle acteren als schooljuffrouw met overdreven belerende wat houterige gebaren, ze slaat nog net niet de maat. Het zal wel zijn om duidelijk te maken dat zij de prinses van Sicilië is en dus de enige echte autoriteit in het verhaal. Roberts pleegzuster Alice loopt er bij in een rode jurk met witte stippen, en daarover een groene cape. Opdat we wel beseffen dat ze een boerinnetje is. Zijn vader Bertrand, de gevallen engel en dus verpersoonlijking van het kwaad, is redelijk griezelig met een fraaie pruik die zijn kop bijna in tweeën lijkt te verdelen.

robert3

Met het ballet is het een beetje de omgekeerde wereld. Waar juist dit onderdeel vaak met ‘tongue in cheek’ wordt gebracht, is het hier een bloedserieuze aangelegenheid. De nonnen komen uit hun graven en ondanks hun robotachtige bewegingen geven ze duidelijk uiting aan de seksuele frustraties die ze tijdens hun leven hebben moeten doorstaan. Robert wordt van alle kanten belaagd, iedereen wil hem bestijgen. Santa Rosalia ligt er vredig en onbewogen tussen, een glimlach op haar gezicht en met een twijg in haar hand. Totdat Robert er in slaagt deze magische tak te roven en zich naar Isabelle spoedt om haar huwelijk met zijn concurrent te verhinderen. Richard Wagner bezocht die kapel natuurlijk ook tijdens zijn verblijf in Palermo waar hij zijn Parsifal voltooide. Zelf heb ik er ook een kijkje genomen, veel goud en sierraden en een kruis gezien, helaas geen twijg.

robert1

Overigens opvallend dat in 1831 het grote ballet een stel dode nonnen kon tonen die in het hiernamaals kennelijk aan de duivel waren vervallen. Dat zou zelfs in deze tijd nog wel tot commentaar kunnen leiden. Uiteraard past het goed in het verhaal, de middeleeuwse fascinatie met de strijd tussen goed en kwaad, god en de duivel, de permanente verzoekingen van het leven. In Die tote Stadt van Korngold komen die nonnen ook even voor, ten teken dat het verhaal een eeuw geleden nog gemeengoed moet zijn geweest voor het theaterpubliek.

Kort en goed, de voorstelling is mooi om naar te kijken. Wat deze opname echter vooral de moeite waard maakt is de zang. Deze Robert onder leiding van Daniel Oren staat als een huis en maakt duidelijk waarom het stuk in de jaren 1830 en later zo’n enorme populariteit heeft kunnen verwerven. Uiteraard sloot het goed aan bij de toen heersende mode van het Gothic repertoire, vaak met een ‘ondode’ die voor middernacht de sterveling moet corrumperen om niet terug te hoeven naar de hel. Hier heeft de gevallen engel, die zich voordoet als de duivel maar feitelijk slechts een onderknuppel is, een wat onduidelijke relatie met zijn zoon Robert maar het gebruikelijk voor middernacht ultimatum zorgt voor de noodzakelijke spanning.

Trailer van de productie:

Op de opname die is gemaakt op 15 december 2012 is een topcast te horen in de hoofdrollen. Bryan Hymel excelleert als Robert, krachtig en zonder zwakke momenten. Zijn nemesis Bertrand is in handen van John Relyea, ook zeer goed, akelig personage.

Marina Poplavskaya maakt als Alice een kenmerkend schichtige indruk. Maar ze is goed bij stem, haalt de hoge tonen gemakkelijk, oogt zeker niet als iemand die aan de rand van de vocale afgrond staat. Zij had aanvankelijk de rol teruggegeven wegens ziekte maar herstelde op tijd om alsnog Alice voor haar rekening te nemen.

Patrizia Ciofi als Isabelle klinkt aanvankelijk een beetje schril maar zingt wel gemakkelijk. Ze was kort voor de première ingevallen voor Jennifer Rowley die niet geheel tegen de hoge eisen van de rol bleek opgewassen. Ciofi was een van de zeer weinigen die de rol op haar repertoire heeft staan en bleek toevallig beschikbaar.

robert2

Marina Poplavskaya

Alice zou de laatste grote nieuwe rol worden die Poplavskaya op haar repertoire nam voor haar carrière een duikvlucht nam. In mei 2013 moest ze na de première de rol van Violetta bij DNO al aan Joyce El Khoury laten, het begin van het einde. Hier is ze nog goed in vorm, lijkt er weinig aan de hand. In die zin is de opname een mooi tribuut aan deze zangeres die korte tijd de zangershemel bestormde en thans werkzaam is als makelaar in Manhattan.

Fotomateriaal © ROH

ROBERT LE DIABLE

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

LES HUGUENOTS Brussel 2011

Ouverturen van Lortzing meesterlijk gedirigeerd door Jun Märkl

Lortzing Ouvertures

Albert Lortzing (1801-1851) behoort tot de meest uitgevoerde componisten, althans in Duitsland. Geen wonder: zijn muziek is zeer Duits. Meeste muziekliefhebbers kennen hem als de schepper van romantische sprookjes, maar Lortzing was meer dan dat. In zijn opera’s behandelt hij een keur aan verschillenden onderwerpen wat zijn werken meer dan interessant maakt.

Hij was ook politiek betrokken, wat hem op een heus verbod kwam te staan. Neem zo’n Regina bij voorbeeld: het verhaal speelt zich af in een fabriek, waar, behalve de romantische verwikkelingen ook heuse stakingen plaatsvinden en waar arbeiders in opstand komen. Helaas kun je niets van dat alles in de ouvertures sec horen, waardoor de cd een niet meer dan een leuk niemendalletje is. Ergens las ik dat de werken onbekend zouden zijn, maar dat is niet zo. Vijf van de ouvertures zijn overbekend en zelf kende ik alleen de Andreas Hofer uit 1832 niet.

Maar de uitvoering is zonder meer goed. Alles klopt, de tempi, de noten, de betrokkenheid. En toch ontbreekt er iets. Het ligt aan de muziek zelf, denk ik. Het zijn noten, heel erg veel aangename noten die nergens iets te vertellen hebben. Mijn petje af dus voor Jun Märkl die de ouvertures behandelt als waren ze door Mozart, Wagner of God zelf gecomponeerd.


ALBERT LORTZING
Opera Ouvertures
Malmo Opera Orchestra olv Jun Märkl
Naxos 8573824

Stiffelio in Parma: Graham Vick stelt niet ‘teleur’

Stiffelio Vick

Ik vermoed dat Stiffelio één van de meest problematische opera’s van Verdi is. Een protestantse dominee die zijn overspelige vrouw vergeeft met een citaat uit het Johannes-evangelie, ‘Laat hij die is zonder zonde de eerste steen werpt’ is niet een thema waar Italiaanse publiek op zat te wachten. ‘Een Italiaan vergeeft zijn overspelige echtgenote niet, hij steekt haar neer’. La Vendetta!

Het is pas de laatste tijd dat Stiffelio wat vaker wordt uitgevoerd, al is het voornamelijk concertante. Daar is zonder meer iets voor te zeggen, zeker met in het vooruitzicht een moderne conceptuele regisseur die het libretto naar zijn eigen concepten en (waan)ideeën ombuigt.

Graham Vick behoort tot die categorie regisseurs, en ook nu werd ik niet ‘teleurgesteld’. In Vicks visie is Stiffelio een conservatieve sekteleider die geconfronteerd wordt met vrouwen- en gayright’s activisten en verder klopt er ook niets van. Het begint al met de ouverture die gespeeld wordt als de toeschouwers binnenlopen en … blijven staan, er zijn namelijk geen stoelen. In Vickers visie figureren ze letterlijk in de actie die zich op een soort mobiele platformen afspeelt.

Gelukkig kunnen wij (ik deed het wel) ogen dichtdoen, waarna we onbeschaamd kunnen genieten van de fantastische zangers en hun prestaties (bedenk hoeveel moeite ze moesten doen om de dirigent op al die monitors te kunnen volgen!).

Lucio Ganci is een fantastische Stiffelio, met de juiste uitstraling en een stem uit duizenden. Maria Katzareva zingt een zeer dramatische Lina en Francesco Landolfi is een zeer overtuigende Stankar.

Guillermo Garcia Calvo dirigeert het orkest uit Bologna met veel elan. Waarom hebben ze de opname niet op gewoon op cd uitgebracht?

GIUSEPPE VERDI
Stiffelio
Luciano Ganci, Maria Katzarova, Francesco Landolfi, Emanuele Cordaro, Blagoj Nacoski, Cecilia Bernini
Coro del Teatro Comunale di Bologna (Andera Faidutti), Orchestra del Teatro Comunale di Bologna olv Guilermo Garcia Calvo
Regie: Graham Vick
Naxos 2110590

Weergaloze Liszt-recital door Boris Giltburg

Liszt Giltburg

Allemachtig wat is die cd geweldig! Viel Giltburgs uitvoering van het Derde Concerto van Rachmaninoff mij een beetje tegen (ik vond het te krachtpatserig en te gejaagd), nu moet ik gewoon toegeven dat ik mij wellicht had vergist.

Neem alleen de ‘Rigoletto parafrases’ waarmee hij zijn recital opent: mamma mia! Bij de eerste maat al veer ik op want zo moet dat, zo en niet anders. Het spettert de boxen uit, maar wat nog belangrijker is: Giltburg neemt ruimschoots de tijd om de poëtische, salon-achtige zo je wilt, kant van Liszt naar boven te brengen. Hier word ik echt stil van.

Maar het draait uiteraard om de twaalf Études d’exécution transcendante, werken die vroeger onspeelbaar werden geacht en waar alleen de aller-allergrootste meesterpianisten zich waagden. Giltburg speelt ze – allemaal – vanzelfsprekend, gedecideerd, alsof het niets is. Goed: zijn attaque kan nog steeds fel uitpakken, maar hij kan ook adembenemende, betoverende pianissimo uit de toetsen toveren. En die glissandi!

Boris Giltburg spelt Bach -Busoni ‘Chaconne in D minor op de Arthur Rubinstein Piano Master Competition:

De Israëlische, in 1984 in Moskou geboren pianist Boris Giltburg (1984) studeerde in Tel Aviv bij de legendarische Arie Vardi. In 2011 won hij de tweede prijs op de Arthur Rubinstein Piano Master Competition en in 2013 was hij de winnaar van het Koningin Elisabethwedstrijd. Met deze cd heeft Giltburg bevestigd dat hij tot de allergrootsten behoort.


FRANZ LISZT
Paraphrase de concert au Rigoletto; 12 Études d’exécution transcendante S 139/R 2b – 3; Études de concert S 144/R 5 (nr. 2 La leggierezza)
Boris Giltburg
Naxos 8.573981

International Arthur Rubinstein Piano Master Competition. Wedstrijd met menselijk gezicht

Boris Giltburg speelt Rachmaninoff

Merel Vercammen en Dina Ivanova: sprookjesachtig cd-debuut

Symbiosis cover

Hier word ik heel blij van. Een fantastische jonge violiste die niet zit te wachten tot een platenmaatschappij zich aandient en het heft in eigen handen neemt. Wat, behalve het (grote, geef ik toe) gemis aan reclame en ondersteuning eigenlijk alleen maar voordelen oplevert. Althans voor ons, luisteraars, want nu worden we niet getrakteerd op de zoveelste Bach of Mozart. Ook niet op Wieniawski (al horen we van hem de laatste tijd niet zo veel meer) maar wel op zijn dochter, Irene Régine (1879-1932).

Symbiosis Irena-Wieniawska-P

Poldowski (Irene Régine Wieniawska)

De weinig bekende dochter van de grote Pools-Joodse virtuoos Henryk Wieniawski werd geboren in Brussel maar al gauw na zijn dood (hij stierf toen Irene tien maanden oud was) verhuisde zij met haar Britse moeder naar Londen. Zij studeerde in Brussel, woonde in Parijs en was getrouwd met Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. Zij wilde noch de naam van haar echtgenoot noch van haar vader willen gebruiken, zij wilde louter op haar muziek worden beoordeeld. Vandaar dat ze het pseudoniem Poldowski heeft aangenomen.

Ik kende een paar vaan haar liederen (chansons, eigenlijk), maar de Vioolsonate betekende voor mij de eerste kennismaking met de componiste in een wat ‘klassieker’ genre. En mensen, mensen, wat is het mooi! Waarom wordt het nooit gespeeld?

Symbiosis Mathilde Wantenaar

Mathilde Wantenaar © Karen van Gilst

De naam van Mathilde Wantenaar is helemaal nieuw voor mij. De in 1993 geboren componiste schrijft in een zeer romantische stijl, wat niet alleen zeer prettig is voor mijn oren maar mij ook een beetje doet verzuchten: hèhè, eindelijk weer eens iets waar ik voor het slapen gaan naar kan luisteren. De drie Sprookjes voor viool en piano doen hun titel eer aan. Ook de uitvoering is betoverend.

Merel Vercammens stokvoering is zacht en liefdevol en haar toon zoet. Toverachtig, eigenlijk. En zo passend bij die prachtige werkjes! Als ook bij de net zo toverachtige Vioolsonate van César Franck, het enige bekende werk op het recital. In de toelichting schreef Vercammen dat zij al sinds haar vijftiende verliefd is op die sonate en dat is te horen. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik het werk zo mooi uitgevoerd heb gehoord, niet sinds mijn geliefde opname van het duo Mintz/Bronfman. Daarin (en niet alleen daar in!) wordt ze fenomenaal bijgestaan door Dina Ivanova, één van de prijswinnaars op het laatste Liszt-Concours. Over symbiose gesproken!

De opname klinkt helder en de toelichting – van de hand van Merel Vercammen zelf – is zeer lezenswaardig. En nu: naar de winkels en kopen! Dat moet van mij!

Trailer van de album:

Symbiosis
Poldowski: Vioolsonate in d
Mathilde Wantenaar: Sprookjes voor viool en piano
César Franck: Vioolsonate in A
Merel Vercammen (viool), Dina Ivanova (piano)
Gutman Records CD 191

 

Jan Lisiecki gelooft in Mendelssohn

Lisiecki Mendelssohn

Jan Lisiecki is nog maar 23 jaar oud, maar de cd met pianoconcerto´s van Mendelssohn is al zijn vijfde opname voor de Deutsche Grammophon. Toeval of niet: ook Mendelssohn was 23 toen hij zijn eerste pianoconcerto heeft gecomponeerd. Zo ongeveer.

Mendelssohn-Horace_Vernet-1831-464

Felix Mendelssohn in 1831 door Horace Vernet

Dat de componist ook een geweldige pianist is geweest weten we uit de overleveringen van zijn tijdgenoten. Onder andere van Robert Schumann die behoorlijk onder de indruk was van zowel het concerto als ook de uitvoering. Lisiecki: “Ik geloof in Mendelssohn. De concerten zitten vol emotie, virtuositeit, schoonheid, drama, maar ze vragen om een delicate benadering en een ongelooflijke precisie’.

Dat hij erin gelooft, dat hoor je. Zijn uitvoering is dan ook verbluffend en toch heb ik iets te mekkeren! Het is mij te virtuoos, te snel, te energiek, te gespierd. Mendelssohn wist als geen ander om op het randje tussen het nieuwe van de romantiek en het ietwat conservatieve van het classicisme te balanceren. Dat mis ik. Wat er ontbreekt zijn de lichtere tinten, de pastellen, de zachtheid.

Hieronder speelt Lisiecki ‘Venetian Gondola Song’:

Gelukkig speelt Lisiecki nog de Variations sérieuses en het Rondo capriccioso en daar weet hij mij voor honderd procent te overtuigen. Net als in ‘het toetje’, het ‘Venetiaanse gondellied’ uit Lieder ohne Worte. Daarin toont hij zich een echte klavierleeuw die zijn poëtische kant mee laat prevaleren.


FELIX MENDELSSOHN
Pianoconcerto’s; Variations sérieuses in d, op. 54; Rondo Capriccioso in E, op.14; Lieder ohne Worte op. 19b nr. 6 (Venetian Gondola Song)
Jan Lisiecki (piano), Orpheus Chamber Orchestra
DG 00028948364718