cd/dvd recensies

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

Voice in the Wilderness: music as salvation

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Music can save your life. Literally. Anita Lasker-Wallfisch has survived Auschwitz. And also Bergen Belsen. She knows for sure that music was the cause of this. She was 16 when she was arrested. Her parents were already dead, but she didn’t know that yet.

wallfisch100_v-panorama

Young Anita played the cello and once in Auschwitz she was deployed in the Women’s Orchestra, which was conducted by Alma Rosé, Gustav Mahler’s niece. After the war she came to London, married pianist Peter Wallfisch and was a co-founder of the English Chamber Orchestra.

Her son, Raphael, is also a cellist. A famous one too, with many recordings to his name. And his son, Benjamin, is a conductor. Father and son Wallfisch made a recording together, which they dedicated to their relatives who were killed in the camps. The CD was released just before Holocaust Memorial Day on 27 January 2014.

wallfisch nimbus

It has become a surprising CD, because besides Bloch’s almost inevitable Schelomo also his rarely played Voice in the Wilderness is included and Ravel’s Kaddish follows André Caplet’s Epiphanie (d’après une légende éthiopienne). The latter escapes me a bit, it feels like the odd one out. I have to admit that I have no affinity with the work whatsoever. It just ripples on.

Instead I would have preferred to hear Baal-Shem by Bloch. Or something from Joseph Achron. Or Alexander Krein. Or the other two Mélodies hébraiques by Ravel. And even if I prefer the sung version of ‘Kaddish’ (can I make a recommendation? Gerard Souzay!) I have to admit that Raphael Wallfisch with his cello stole my heart. But the most beautiful thing is the orchestra. Soft. Dear. Loving.

Raphael Wallfisch discusses his Jewish music release:

ERNEST BLOCH

I am often asked if there is such a thing as Jewish music ….. Well, there certainly is! Just take Ernest Bloch. He was born in 1880 in Geneva in an assimilated family. Around the age of twentyfive he became interested in everything to do with Judaism and translated it into his language – music. “I’m interested in the Jewish soul” he wrote to Edmund Fleg, cantor and librettist of his opera Macbeth. “I want to translate all this into music.”

He developed a very personal style: his compositions reflect the atmosphere of Hebrew chant, without actually being a literal imitation of it. His intention was not to reconstruct old Hebrew music, but to write his own, good music, because, as he said, he was not an archaeologist. He succeeded.


Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rhapsody hébraïque
André Caplet – Epiphany (d’après une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales conducted by Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Muziek als redding. Voice in the Wilderness

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

terezin-von otter

De liederen die Anne Sofie von Otter, bijgestaan door de bariton Christian Gerhaher zingt op de in 2008 op Deutsche Gramophon (DG 4776546) uitgekomen cd TerezínTheresienstadt behoren tot verschillende muziekgenres. Één ding hebben ze echter gemeen: alle werden ze gecomponeerd in het concentratiekamp Terezín en hun daar naartoe gedeporteerde scheppers werden later in Auschwitz vermoord.

Het initiatief kwam van von Otter zelf: voor de Holocaustherdenking in Stockholm heeft ze een ruime selectie van de ‘Terezín-liederen’ verzameld en daar een recital van samengesteld.  Dit programma werd vervolgens op cd vastgelegd, “opdat we het nooit vergeten”.

terezin ilse weber

Ilse Weber

Het is geen cd om tussendoor te draaien, al zijn veel van de liederen afkomstig van het lichtere genre. Het meest ontroerend vind ik de liederen van Ilse Weber.

terezin wiegala

Probeer het maar droog te houden bij ‘Wiegala’, het slaapliedje dat Weber de kinderen toezong tot in de gaskamers. Of bij de huiveringwekkende woorden “ ik wil zo graag naar huis”, afkomstig uit Webers ‘Ich wandre durch Theresienstadt”.

Hieronder ‘Wiegala’ van Ilse Weber, gezongen door Anne Sofie von Otter:

terezin schulhoff

Erwin Schulhoff

De prachtige vioolsolosonate van Erwin Schulhoff hoort hier eigenlijk niet thuis, Schulhoff is nooit in Terezín geweest. Hij werd op 23 juni 1941 in Praag opgepakt en naar het concentratiekamp Würzburg gedeporteerd, waar hij in 1942 overleed aan tuberculose. Dat Daniel Hope al jarenlang aan muziek van Schulhoff  is verknocht dat hoor je, hij vertolkt het werk op een onnavolgbare manier.

Hieronder speelt Daniel Hope ‘Andante Cantabile’, tweede deel van de sonate van Schulhoff. Het is een opname van de cd ‘Forbidden Music’, uitgebracht door Nimbus:


Ilse Weber, Hans Krása, Viktor Ullmann, Pavel Haas, Karel Svenk, Erwin Schulhoff
Terezín – Theresienstadt
Anne Sofie von Otter (mezzosopraan), Christian Gerhaher (bariton), Daniel Hope (viool), Bengt Forsberg (piano), Bebe Risengf (accordeon, gitaar en contrabas) e.a.

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Plácido Domingo zingt Wagner

TANNHAÜSER

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in de jaren tachtig en begin negentig, beslist niet vanzelfsprekend.


 

ERIK

Fliegende Hollander Sinopoli

Voor de in 1998 opgenomen Der Fliegende Holländer (DG 4377782) heeft Domingo de rol van Erik aan zijn repertoire toegevoegd. Zijn Erik is aantrekkelijk en charmant, hij zingt die rol niet alleen zeer betrokken maar ook zeer idiomatisch.

Die opname is mij bijzonder dierbaar en dat niet alleen vanwege Domingo, maar ook vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend en Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman.

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


 

LOHENGRIN

domingo lohengrin-solti

Alle zwanen ten spijt, de Lohengrins vallen niet uit de hemel. Vóór hij de rol in 1985 officieel ging opnemen (Decca 4210532), had Domingo zich er al bijna twintig jaar op voorbereid. En het resultaat was er ook naar.

De puriteinen riepen er toen schande van. Want een Germaanse held vertolkt door een Spaanse belcanto-zanger, en dat ook nog met een accent, nee, dat kon niet. Ik kan me nog levendig de recensies van toen herinneren, geschreven door de vermaarde muziekbesprekers (nee, ik ga geen namen noemen) die er niet alleen een schande van riepen, maar ook zeker wisten dat zijn carrière zowat afgelopen was, want hier zong hij zijn stem aan kapot. Nou…

Tegenwoordig, 33 jaar later weten we beter.  Niet alleen is zijn stem niet kapot, maar men geeft grif toe dat het een formidabele lezing was, door één van de beste tenoren uit de vorige eeuw. Deze Lohengrin is niet alleen heldhaftig, maar voornamelijk liefhebbend en warmbloedig, minder god, meer mens.

Jessye Norman was in die tijd de volmaakte Elsa: jong en onschuldig. En als je weet dat de dirigent Solti heet…. Gewoonweg prachtig!


domingo lohengrin hamburg

Domingo’s vuurdoop in de rol van Lohengrin was in Hamburg in 1968. Hij was toen 27 (!) jaar oud. Het was niet alleen zijn eerste Wagner, het was ook de allereerste keer dat hij een opera in het Duits zong, een taal dat hij toen nog niet beheerste.

Van de uitvoering zijn fragmenten bewaard gebleven (onder meer Melodram MEL 26510). Zijn stem klinkt als een klok, met veel brons en een gouden glans. De hoge noten zijn hoog en worden voluit gezongen. Wanneer kan je nog zo’n Lohengrin heden ten dage horen? Om te huilen zo mooi.

Zijn Elsa was Arlene Saunders, in die tijd een op handen gedragen prima donna in Hamburg, tegenwoordig totaal vergeten. Hoe onterecht! Saunders was niet alleen een waanzinnig goede zangeres, zij was ook een mooie vrouw en een voorbeeldige actrice.

Hieronder Plácido Domingo en Arlene Saunders in ‚Das süße Lied…Wie hehr erkenn’ ich‘:

PARSIFAL

domingo parsifal-0028947760067

In 2006 zong Domingo zijn laatste Parsifal (officieel althans). Het werd live in Wenen door Deutsche Grammophon opgenomen (DG 4776006). Hoewel hij hoorbaar niet zo piep is, weet hij nog steeds volkomen te overtuigen, wat eigenlijk ook voor Waltraud Meiers Kundry geldt.

Franz-Josef Selig is een fantastische Gurnemanz. Zijn warme bas met prachtig legato lijkt geschapen voor de lange monologen. Falk Struckmann zet verder een pracht van een Amfortas neer.

Van de dirigent Christian Thielemann wordt gezegd dat hij een waardige opvolger is van Furtwängler en daar zit wat in. Zijn voorliefde voor de grote Duitse componisten steekt hij niet onder stoelen of banken en zijn interpretaties daarvan worden dan ook zeer terecht geroemd.

Ook zijn grilligheid en eigengereidheid heeft hij met zijn illustere voorganger gemeen. Zijn interpretaties zijn dan ook vaak omstreden. Ik mag dat wel, want daardoor dwingt hij zijn luisteraar tot een aandachtig luisteren. In Parsifal legt hij de nadruk niet zozeer op de mystiek, als wel op het menselijke aspect van het werk. Het werkelijk briljant spelende orkest volgt hem op de voet.


 

domingo parsifal heilie graal

In 1998 heeft Tony Palmer een zeer boeiende film gemaakt, getiteld Parsifal – The Search for the Grail (Arthaus 100610). Domingo is de gastheer en vertelt niet alleen over het werk, maar ook over de geschiedenis van de heilige graal.

Het is een zeer boeiende en leuke zoektocht, geïllustreerd door onder meer fragmenten uit Indiana Jones en Monty Python en uit een opvoering in het Mariinski Theater, met naast Domingo Violeta Urmana als Kundry en Matti Salminen als Gurnemanz. Gergiev dirigeert.

Trailer van de film:

 

TRISTAN UND ISOLDE

untitled

In de winter 2004/2005 was het dan zover: de kroon op Domingo’s lange carrière. Tristan stond al lang op zijn verlanglijstje en tweemaal was het al bijna zover geweest (Bayreuth en Wenen), maar uiteindelijk durfde hij het niet aan. De kans om het dan maar op te nemen, greep hij met beide handen aan.

EMI (tegenwoordig Warner Classics 5099996686423) maakte er meteen een feest van en pakte groots uit – het schijnt dat het project bijna een miljoen euro heeft gekost!

Het resultaat is dan ook overweldigend. Nina Stemme zingt een jonge en kwetsbare Isolde en René Pape is één van de beste Marke’s die ik ooit heb gehoord. Zijn monoloog ‘Tatest du’s wirklich’ behoort tot de mooiste en ontroerendste momenten uit de opera.

Domingo is een Tristan om verliefd op te worden. Hij is een man, een mens van vlees en bloed, zo nodig heroïsch en sterk, maar ook zwak en breekbaar. Hij is trouw, maar voornamelijk verliefd, tot de dood erop volgt.

Zijn interpretatie lijkt weinig op die van andere grote Tristans uit de geschiedenis. Dat kan ook niet anders: hij is geen heldentenor. Maar zingen is wat voor mij het meeste telt en zingen doet hij! Peter Alward (de scheidende A&R-producer van EMI en het brein achter de opname) zei ooit in een interview dat het hem niet zou verbazen als een hele toekomstige generatie van Wagner-tenoren een massale harakiri gaat plegen na het beluisteren van Domingo in die rol.


DIE WALKÜRE

domingo siegmund

Domingo als Siegmund in Washington in 2007.

Met Siegmund (Die Walküre) is Domingo inmiddels zowat getrouwd, het was dan ook zijn vaakst gespeelde Wagner-rol. Ik heb het hem horen zingen in Londen, op de Proms, een ervaring om nooit meer te vergeten.

Er zijn meer dan genoeg opnamen in omloop, officieel en minder officieel dus ik neem aan dat u er zeker één hebt. Althans….. als u er in geïnteresseerd bent.

Dan maar twee video-clips: een fragment van zijn debuut in die rol (Wenen 1992) met Waltraud Meier als Sieglinde:

En de complete opname uit La Scala in Milaan (7-12-1994) olv Riccardo Muti,

 

SIEGFRIED

domingo ring scenes

Nee. Aan Siegfried heeft hij zich nog nooit gewaagd, niet op de bühne althans en het is zeer onwaarschijnlijk dat hij het nog gaat doen, maar met Domingo weet je het nooit. Tenslotte verrast hij ons ieder jaar met minstens één nieuwe rol, geen kleinigheidje als je 78 bent geworden!

Op een cd getiteld Scenes from the Ring (ooit EMI 5572422, nu waarschijnlijk uit de handel) zingt hij alle grote muziek van Siegfried uit zowel Siegfried als Götterdämmerung en dat doet hij fantastisch. Luister alleen maar naar ‘Nothung’ of ‘Dass mein Vater nicht ist’, om van ‘Brünhilde! Heilige Braut!’ maar te zwijgen. Kan het nog indrukwekkender? Wat een genoegen om hem in die rol te horen.


LOVE DUETS

domingo love duets

 

Al eerder had hij de duetten uit Siegfried opgenomen (ooit EMI 5570042), samen met de even fantastisch zingende Deborah Voight. Behalve muziek uit Siegfried staat op de cd de concertversie van het liefdesduet uit de tweede akte van Tristan und Isolde. Het werd door Wagner zelf bewerkt voor de concertzaal en deze versie bevalt me zeer.

Een liefdesnacht vol passie mag nooit als een nachtkaars uitgaan. In de opera Tristan und Isolde worden de geliefden door de bedrogen echtgenoot gesnapt waardoor hun liefdesduet abrupt eindigt. Een acte verder sterven zij, hij door een wond en zij uit verdriet. In de concertstuk Tristan und Isolde wordt ons het eind van de opera voorspeld, de muziek sterft uit op de akkoorden die we als ‘Isoldes Liebestot’ herkennen.

De uitvoering is wederom ongekend geweldig, wat we hier te horen krijgen, is belcanto (ja, ja, belcanto! Het is geen vies woord hoor, ook niet bij Wagner) in al zijn facetten: twee schitterende stemmen die samensmelten in liefde niet alleen voor elkaar, maar ook voor de muziek.


Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

Il Giuramento

Is verismo dood? Deel 2: Plácido Domingo als Andrea Chénier en Loris Ipanov

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

DOMINGO – bariton – VERDI

ENCANTO DEL MAR

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

waxman zeissl

In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de (ooit zeer gerenommeerde) klassieke muziek label Decca een onvolprezen serie ‘Entartete Musik’ opgestart. Onder supervisie van de producer Michael Haas werden er werken opgenomen van de door nazi’s vervolgde componisten van wie velen in de concentratiekampen werden vermoord en daarna decennialang werden genegeerd en zelfs vergeten.

Lang heeft het niet geduurd. De verkoopcijfers vielen tegen, Haas werd ontslagen, en de meeste van die cd’s zijn inmiddels uit de catalogus.

waxmann zeisl waxman-resize-800x955

Franz Waxman

Elke oprechte liefhebber van filmklassiekers kent de muziek van Franz Waxman. Zijn composities voor o.a. Rebecca, Sunset Boulevard en A Place in the Sun hebben hem ettelijke Oscar nominaties bezorgd en twee keer mocht hij het beeldje ook daadwerkelijk in ontvangst nemen.

waxman zeisl humoresque

Voor Humoresque van Jean Negulesco, met in de hoofdrollen Joan Crawford en John Garfield componeerde hij een regelrechte kraker: ‘Carmen Fantasie’ (in de film gespeeld door Isaac Stern), een niet uit de concertzalen en opnamen weg te krijgen virtuoze stuk voor viool en orkest.

Weinig mensen weten echter dat hij ook ‘serieuze’ muziek heeft gecomponeerd. Het wordt gewoon genegeerd.

 

waxman zeisl zeisl

Eric Zeisl

Zeisls naam is tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten. Ooit heeft Harmonia Mundi een paar van zijn kamermuziekwerken opgenomen, maar ook die opnamen is inmiddels uit de catalogus verdwenen. Beide componisten waren generatie- en lotgenoten, die op de vlucht voor de nazi’s in Hollywood belandden. Mochten hun beider lotgevallen op elkaar lijken, hun muziek doet het allerminst.

De liederencyclus Das Lied von Terezín bestaat uit acht gedichten, geschreven door Tsjechische kinderen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar tijdens hun verblijf in de concentratiekamp Theresienstadt.

Hevig aangedaan door het lot van deze kinderen componeerde Waxman in 1965 een zeer aangrijpende muziekstuk dat qua uitdrukkingskracht valt te vergelijken met Schönbergs Overlevende uit Warschau. Het gros is geschreven in twaalftoonstechniek, maar er valt ook een duidelijke invloed van Zemlinsky te bespeuren (‘Der Garten’) en in ‘Dachbodenkoncert in einer alten Schule’ wordt een motief uit de Mondscheinsonate van Beethoven geciteerd. Het geheel wordt zeer ontroerend vertolkt door de beide koren en de mezzosopraan Della Jones.

Het Requiem Ebraico van Eric Zeisl heeft als basis Psalm 92 en is opgedragen aan de vader van de componist en ‘alle slachtoffers van de Joodse tragedie in Europa’. Zeisls muziek is zeer melodieus en sterk beïnvloed door de Joodse en Hebreeuwse thema’s. Onvoorstelbaar, dat het niet vaker wordt uitgevoerd!


Franz Waxman: The Song of Terezín
Eric Zeisl: Requiem Ebraico
Deborah Riedel, Della Jones, Michael Kraus Rundfunk-kinderchor Berlin, Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin olv Lawrence Foster (Decca 4602112)

TUSSEN TWEE WERELDEN

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

 

Een paar woorden over ‘Porgy en Bess’ door Simon Rattle

porgy cd warner

Dertig jaar oud en nu al een klassieker? Zeker. De Porgy and Bess die Simon Rattle in 1988 dirigeerde in Glyndebourne is zelfs legendarisch te noemen. De dirigent had een prachtig spelend en verrassend goed swingend orkest (London Philharmonic Orchestra op zijn best) tot zijn beschikking, én een cast om je vingers bij af te likken (Warner Classics 0190295900649)


De opname uit 1988 heeft ettelijke prijzen en onderscheidingen gewonnen. In 1992 werd de productie (in vrijwel dezelfde bezetting) in Covent Garden herhaald en daarna in een studio voor de video vastgelegd, waarbij gebruik werd gemaakt van de vier jaar oudere geluidsopname.

porgy dvd warner

Het levert af en toe een beetje discrepantie tussen beeld en geluid op, maar een kniesoor die daarover klaagt. (Warner 0724349249790)

Willard White is een sensitieve Porgy. Met zijn sonore bas straalt hij zowel autoriteit als kwetsbaarheid uit. Cynthia Haymon is een ontroerende en letterlijk zeer mooie Bess.

De door Harolyn Blackwell kinderlijk naïef, maar ook zeer sensueel gezongen ‘Summertime’ klinkt als een slaapliedje voor volwassenen en Trevor Nunns realistische regie zorgt voor prachtige, zeer tot het hart sprekende beelden.

 

THE GERSHWIN MOMENT

 

Decca’s Most Wanted Recitals. Part 2

Decca-s-Most-Wanted-Recitals 2

GIUSEPPE VALDENGO

Decca Valdengo

In May 2014 Giuseppe Valdengo would have turned 100 years old. A fact that has escaped everyone, because the baritone born in Turin is now almost completely forgotten. How sad! And then to think that he was one of the beloved singers of Arturo Toscanini! He can still be admired on live radio recordings of Aida, Otello and Falstaff, led by the great maestro.

Opera News wrote about Valdengo: “Although his timbre lacked the innate beauty of some of his baritone contemporaries, Valdengo’s performances were invariably satisfying – bold and assured in attack but scrupulously musical. How true!

Below is a tribute to the baritone, made on the occasion of his hundredth birthday:

I knew him from his performance in the film Great Caruso with Mario Lanza, but he really impressed  me with his role of Alfio in the RAI filmed Cavalleria rusticana, with the inimitable Carla Gavazzi as Santuzza.

Alfio is missing on the 1949 CD recorded for London, but his Tonio from Pagliacci, a role with which he celebrated unprecedented triumphs, is included. Furthermore, two very moving arias from Rigoletto, plus the Italian sung Hamlet and Valentin (Faust), sound very touching.

Most of his recital, however, is taken up by Italian songs by Tosti, Brogi, Denza and Leoncavallo. Repertoire that fits him like a glove.


MADO ROBIN

Decca Robin

The French coloratura soprano could actually be considered the eighth world wonder Her voice was of the soubrette type with a very pleasant girlish timbre and her coloratura technique more than sublime, but there was more: her high notes were extremely high. With her voice she not only reached the F4, but even had the C4 within her reach without any problems, one of the highest notes ever sung by a human voice.

All her high notes in a row, with the description:

In the fifties she was a very celebrated radio and TV star in France, but her fame reached far beyond her national borders. She celebrated her greatest triumphs as Lakmé and Leïla (Pearl Fishers), but her Lucia and Olympia were also proverbial.

Gounod’s Mireille is not really a role we would expect from her, but it fits wonderfully well with her childishly naive timbre. I enjoyed these fragments the most, much more than her Lucia and Bellinis.


GERARD SOUZAY

Decca-Souzay-Liederkreis-op.-39

The in all respects beautiful baritone Gérard Souzay has made the big mistake to sing on for far too long. His last Philips recordings are unlistenable and with his hair dyed pitch black he looked rather pathetic. A great pity, because if you listen to his earlier recordings, you can only fall in love with him and his voice.

Souzay was without a doubt one of the greatest performers of French song and his Faurés and Ravels are a delight. But don’t underestimate his German lieder either! Listening to his recording of Schumann’s Liederkreis from 1965, one cannot escape the thought that this music should go like this, and not otherwise. Just listen to his ‘In der Fremde’; I want to bet you cannot escape the feeling of being displaced yourself.

Below Liederkreis:

His Dichterliebe is just as beautiful: with his light baritone and his sweet, sweet sound he makes you actually fall in love. The recording dates from 1953 and in addition to the cycle we get three separate Schumann songs, including an interpretation of ‘Nussbaum’, which moves me to tears:

In these recordings Souzay’s then regular accompanist Jacqueline Bonneau accompanies him. After 1954 she gave way to Dalton Baldwin (Bonneau did not like travelling). Souzay had a kind of musical marriage with Baldwin. Their collaboration guarantees ultimate beauty.

Below is Dichterliebe:

VIRGINIA ZEANI

decca zeani

Born in 1925, Zeani made her debut at age 23 as Violetta in Bologna, a role that would become her trademark. She had no less than 69 roles on her repertoire, many of which were premieres – she created the role of Blanche in 1957 in Dialogues des Carmélites by Poulenc. Her repertoire ranged from Haendel, Bellini, Donizetti, Massenet and Gounod to Wagner. And of course the necessary Verdis and Puccinis.

Her Puccini arias, recorded in 1958 under the direction of Giuseppe Patané, have – together with a recital by Graziella Sciutti – been released earlier by Decca; but her Donizettis, Bellinis and Verdis from 1956 (conductor: Gianandrea Gavazzeni) have their CD premiere.


INGVAR WIXELL

Decca Wixell

The Swede Ingvar Wixell was and remains a more than phenomenal Verdi baritone, and his Rigoletto ranks among the best creations of the role.

Below Ingvar Wixell sings ‘Cortigiani, vil razza dannata’ in Jean-Pierre Ponnelle’s 1982 Rigoletto film:

He had a sonorous sound most reminiscent of a firm oak, at first sight unshakable and yet sensitive to wind and rain. You can hear it best in ‘Tregua è cogi’ from Attila:


HILDE GUEDEN

Decca Gueden

Together with Lisa Della Casa, Hilde Gueden was one of the best performers of Richard Strauss songs. On this CD, flanked by none other than pianist Friedrich Gulda, she makes my heart sing with pleasure. The mono recording was made in 1956 in the famous Sofiensaal in Vienna, under the supervision of the legendary John Culshaw.


As a bonus we hear Gueden’s delicious Zdenka, in duet with Lisa Della Casa as Arabella, from a less known recording of highlights from the Strauss opera under Rudolf Moralt (1953). There are also two scenes from one of the most beautiful Rosenkavalier recordings I know, the one under Silvio Varviso from 1964.

Below the final scene from that recording. Besides Gueden, we hear Régine Crespin and Elisabeth Söderström:

Decca’s Most Wanted. Part one

THE STEPSISTERS OF MARIA CALLAS