cd/dvd recensies

Jacqueline du Pré. Because no reason is necessary.

Ever since the truly brilliant and now legendary movie Amadeus shattered Mozart’s reputation (or, on the contrary, boosted it), nobody is holy anymore.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In Anand Tucker’s extremely bad – in contrast to the masterful Amadeus –  Hilary and Jackie it was the turn of star cellist Jacqueline du Pré.

Trailer of the film:

It was all over with her image of a cute girl: the darling of so many fans turned out to be a nymphomaniac, who was also jealous of her sister and went to bed with her brother-in-law. The film is based on the book of du Pré’s sister and brother, so I’m sure it’s all true, but: what does it matter to a serious music lover? Will he now listen to Edward Elgar’s cello concerto in any other way? I certainly won’t.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar and Jaqueline du Pré belong together, just like Chopin and Rubinstein or Vincent van Gogh and the sunflowers. Du Pré began to study the Elgar Concerto at the age of thirteen, under the inspired guidance of her teacher and ‘cello daddy’ Wiliam Pleeth, and in 1965 she made a recording of it, conducted by John Barbirolli.  This performance was already declared legendary at the time of its appearance, and when in 1970 a live recording with her husband Daniel Barenboim came out, opinions were clearly divided.

Du Pré, Elgar and Barbirolli:


du pre barenboim

Du Pré, Elgar and Barenboim:

Even today it remains difficult to choose between the two. The recording with Barbirolli is almost perfect, but the one with Barenboim sparkles and twinkles more. It is clearly audible that two perfect soul mates are at work here. This recording was also used in ‘Hilary and Jackie’ and can be found, next to Pheloung’s music on the soundtrack from that movie (Sony 60394).

Du Pré and Barenboim performed a lot together, but made few studio recordings together. The plans were there but her illness struck and that was that. Luckily there are a lot of live recordings of their performances. Beethoven’s cello sonatas, for example. They were recorded during the Edinburgh Festival in 1970 (EMI 5733322).

In 1999 EMI collected all the recordings the BBC ever made of du Pré (now available as Warner 2435733775). Maréchal’s arrangements of the Falla from 1961 are a bit dubious, and her Couperin (1963) and Händel (1961) are a bit dated, but the joy that radiates from them compensates a lot, or perhaps everything.

Du Pré was a natural talent, her playing was inspired and characterised by great intensity, and the liberties she took are not disturbing, partly because of that. As Barenboim once said “she had a gift for making the listener feel that the music she played was being composed at that moment”.

 

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Kremerata Baltica leaves the listener open-mouthed and gasping for breath

Weinberg2

Gidon Kremer is one of the most ardent advocates of Weinberg’s music. This is also not the first time he has tackled his music. With his Kremerata Baltica and a few eminent guests, he has already recorded Weinberg’s chamber music works for CD in 2014. And the live recording of Weinberg’s violin sonata he made with Martha Argerich in Lugano has rightfully become legendary.

Kremer’s unsubtle way of playing and his almost animalistic drive are the best keys to the music of the Polish-Russian-Jewish composer who for decades – if not forgotten – had been lost in the madness of world history.

The recording of the first three chamber symphonies was made live in the Viennese Musikverein in June 2015. As expected, Kremer and his ensemble are more than ideal for the impetuous music of the composer who whimsically seemed to disregard all musical laws.

A foretaste (in poor sound quality): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

The arrangement of the 1944 piano quintet may seem superfluous, but the addition of percussion does not miss its effect and makes the work more monumental and the tension is immense.

The fourth symphony was the last work Weinberg orchestrated. The addition of the clarinet solo does not miss its effect and leaves the listener gasping for breath with an open mouth. Which is certainly also thanks to the unparalleled playing of the clarinettist Mate Bekavac and the very muscular conducting of Mirga Grazynité-Tyla.

The fact that the inflated piano quintet and the fourth symphony sound slightly better than the other works can be explained: the recording was made in the studio.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (conductor and violin), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (percussion), Mate Bekavac (clarinet), Mirga Gražinité-Tyla (conductor)
ECM 2538/39 4814604 – 155′ (2cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Fluitconcerten van Weinberg zijn het aanhoren meer dan waard!

Weunberg fluit

Als de tekst in het boekje klopt dan heeft Weinberg zijn 12 Stukken voor fluit en orkest gecomponeerd voor – en opgedragen aan de Russische fluitvirtuoos Alexander Korneyev. Daar heb ik zo mijn twijfels over want in 1947 was Korneyev pas 17 jaar oud! Maar: wie weet?

Maar het eerste fluitconcert, uit 1961 werd daadwerkelijk door Korneyev gespeeld. Sterker: er bestaat zelfs een opname van, vastgelegd vlak na de première, waarbij de solist begeleid werd door het Moskou Kamerorkest onder leiding van Rudolf Barschai.

Het is een verrukkelijk werk waar je blij van wordt en onmiddellijk zin krijgt om te gaan dansen. Iets wat ook aan de vele ‘klezmermuziek’ citaten kan liggen. Niet dat het allemaal een onbegrensde vrolijkheid is: de zeer retrospectieve Largo zorgt voor een mooi bezinningsmoment.

Het tweede concert componeerde Weinberg in 1987 en het werd pas in 2001 voor het eerst uitgevoerd, althans voor zo ver ik het na kon gaan. Er is geen groter contrast tussen beide werken mogelijk. Werd ik van nummer 1 voornamelijk vrolijk, nummer twee heeft mij in een zeer contemplatieve stemming gebracht, iets wat ik als zeer prettig heb ervaren.

De uitvoering is werkelijk fenomenaal. Claudia Stein (in het dagelijks leven solofluitiste van de Berliner Staatskapelle) speelt de stukken zeer virtuoos maar dan wel met de nodige knipoog waar nodig. En met een gezond dosis sentiment, wat nummer twee extra schrijnend maakt. Doe het haar na! Ook het orkest uit Szczecin klinkt uitstekend, het is te horen dat hun dirigent David Robert Coleman er duidelijk feeling mee heeft.

Wat de opname extra aantrekkelijk maakt zijn de onlangs ontdekte vijf stukken voor fluit en piano uit 1947 die hier hun première beleven. Hierin wordt Stein uitstekend bijgestaan door de pianiste Elisaveta Blumina.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Fluitconcert nr. 1, op. 78; nr. 2, op. 148b; 12 Stukken voor fluit en orkest, op. 29b; 5 Stukken voor fluit en piano
Claudia Stein (fluit), Elisaveta Blumina (piano), Szczecin Philharmonic Orchestra o.l.v. David Robert Coleman
Naxos 8.573931

Jonas Kaufmann zingt Ekkehard. En hoe!

Ekkehard

Ekkehard, in 1878 gecomponeerd door de Duitse Bohemer Johann Joseph Abert is totaal vergeten. Terecht? Na drie keer beluisteren kan ik volmondig ‘ja’ zeggen. Deze mix van een Marschner en een Smetana vind ik gewoon niets.

 Niet dat het niet leuk is. De ouverture is veelbelovend, jammer genoeg gebeurt daarna, muzikaal dan, weinig opwindends. Aan het orkest ligt het niet, die is voortreffelijk, maar zelfs de beste dirigent ter wereld kan er moeilijk iets van brouwen. Ekkehard is een monnik. Hij is verliefd op Hadwig. Zij ook op hem, maar dat is ook Praxedis, Haddwigs vertrouwelinge. En dan is er ook nog de graaf van Montfort die ook op Hadwig verliefd is. Het is mijn kopje thee niet, maar voor een ieder die van de Duitse ‘voor-Wagneriaanse’ romantiek houdt is die opera een ‘gefundenes fressen’.

De opname is al meer dan 20 jaar oud en dat het weer in de schappen ligt hebben wij, denk ik, aan de vertolker van de hoofdrol te danken, de toen nog totaal onbekende Jonas Kaufmann. En, mijn God, wat was zijn stem toen mooi! Lyrisch tot en met en met veel belofte voor later. Iets wat hij ruimschoots heeft ingevuld.

Nyla van Ingen is een mooie, warm getimbreerde Hadwig en in één van de kleine rollen komen we zelfs een jonge Gerhaher tegen.


Johann Joseph Abert
Ekkehard
Jonas Kaufmann, Nyla Van Ingen, Susanne Kelling, Christian Gerhaher, Henryk Böhm, Mihoko Fujimura, Alfred Reiter, Jorg Hempel
SWR Rundfunkorchester Kaiserslautern olv Peter Falk
Capriccio C5392

Renée Fleming en belcanto

Fleming Belcanto

Renée Fleming en belcanto? Toen de cd in 2010 uitkwam werd het met behoorlijk veel argwaan begroet, maar de combinatie is echt minder vreemd dan u denkt. Wordt zij tegenwoordig voornamelijk geassocieerd met Mozart en Strauss, haar carrière is zij begonnen met het zingen van (o.a.) Bellini, Donizetti en Rossini.

Fleming groeide op in een muzikale familie, haar beide ouders waren zangpedagogen. Het was ook haar moeder, die haar haar eerste zanglessen gaf. Haar eerste grote succes boekte zij 1988 in Houston, als de Contessa in Nozze di Figaro, maar haar internationale doorbraak kwam in 1993, toen zij Armida vertolkte op het Rossini festival in Pesaro. Een rol die zij daarna nog in Carnegie Hall herhaalde. Zij heeft ook de rollen in Maria Padilla, La Sonnambula, Il Pirata en Lucrezia Borgia niet alleen maar opgenomen maar ook scenisch vertolkt.

“Toen ik begon met zingen dacht ik dat de belcanto-opera’s dé basis waren van het repertoire van iedere zanger. Alle zangeressen die ik toen bewonderde: Sutherland, Callas, Caballé, Sills, Scotto zongen het. Het was best schokkend om te ontdekken dat in de professionele wereld van de opera zoiets bestond als een ‘Mozart/Strauss sopraan’, en dat die nooit belcanto zong.”

 “Als ik moest tellen dan kom ik op zeven complete belcanto rollen die ik live heb gezongen. De meesten leerde ik in de beginjaren van mijn carrière, toen ik veel met Eve Queler samenwerkte. Maar ook van Montserrat Caballé heb ik veel geleerd. Wij zongen samen in Il Viaggio a Reims en wij hebben veel over het repertoire gediscussieerd. Ook Marilyn Horne betekende veel voor mij en mijn hoge noten leerde ik van Joan Sutherland bij haar thuis”.

De Bel Canto- cd is gewoon prachtig. De muziek is schitterend en Flemings vertolkingen superieur. Haar romige sopraan en haar prachtige hoogte mogen alom bekend zijn, haar coloraturen en expressiviteit doen er niet voor onder. Door haar fabelachtige ademhalingstechniek kan zij de lange bogen uitspinnen, tot in het fijnste pianissimo.

Philip Gossett is een specialist op het gebied van de negentiende-eeuwse opera. Hij heeft al vaker met Renée Fleming al vaker samengewerkt en speciaal voor haar ‘reconstrueerde’ hij ornamentiek in de welbekende cabaletta’s, o.a. die uit La Sonnambula. Het resultaat is zeer verrassend en spannend, al moet men aan die andere noten heel erg wennen (Decca 4571012)


Ladies and Gentlemen, Miss Renée Fleming

Opera Rara en vijf vergeten Donizetti’s

LUCREZIA BORGIA Fleming

Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Kan een bariton overtuigend Werther zingen?

werther-concert Hampson

In 1902, tien jaar na de première, maakte Massenet een nieuwe versie van zijn Werther, dit op verzoek van de Italiaanse bariton Mattia Battistini, die de hoofdrol graag wilde zingen. Massenet veranderde de toonsoort niet, maar herschreef de vocale lijnen van Werthers muziek, waardoor de aria’s, ‘Pourquoi me réveiller’ incluis, nauwelijks te herkennen zijn.

De ‘bariton versie’ van de opera was en blijft een rariteit, er bestaat zelfs geen origineel manuscript van de score. De laatste tijd, met zijn hang naar steeds nieuwe uitdagingen, kwam er ook een verhoogde belangstelling voor de alternatieve versies van de bekende opera’s. De (hoge) baritons, het zingen van de slechteriken beu, herontdekken het repertoire, waarin zij al hun lyrische melancholie kwijt kunnen.

Thomas Hampson is altijd al een bewandelaar van minder bekende paden geweest en de rol van Werther heeft hij al in 1989 voor het eerst vertolkt. In 2004 zong hij een concertante uitvoering ervan in het Parijse Chatelet, en die uitvoering is door Virgin op twee dvd’s uitgebracht. Hij doet het uitstekend, maar het manisch-depressieve is een beetje weg.

Zijn Charlotte wordt subliem gezongen door Susan Graham, die de rol enkele jaren geleden ook in Amsterdam heeft vertolkt, waarbij zij het publiek en de pers tot tranen toe had geroerd. Michel Plasson heeft de drama in zijn vingertoppen en dat hoor je.

Jules Massenet
Werther
Thomas Hampson, Susan Graham, Sandrine Piau, Stéphane Degout
Orchestre National du Capitole de Toulouse olv Michel Plasson
Virgin 3592579