opera/operette/oratorium/koorwerken

Bespottelijke L’Italiana in Algeri (regie: Davide Livermore) in Pesaro

italianadvd

Regisseur Davide Livermore maakte in de zomer van 2013 een bonte productie van L’Italiana in Algeri voor het Rossini Opera Festival in Pesaro. Zijn enscenering is op dvd uitgebracht door Opus Arte, al is de voortreffelijke cast de enige reden om daar blij mee te zijn

Olieraffinaderijen, stapels dollarbiljetten, chicks, ‘gillende nichten’, ontvoeringen, reddingshelikopters: wat je ook niet bedenkt, alle mogelijke clichés passeren je tv-scherm. Het voelt alsof ik in een duizelig makende achtbaan ben beland. En dat is dan alleen nog maar de ouverture!

Davide Livermore maakte eerder een zeer geslaagde Rossini’s  Ciro in Babilonia, maar bij zijn enscenering van L’Italiana in Algeri denk ik: hoeveel slapstick kan een mens verdragen?

Ik vind zijn regie ronduit storen en de alom tegenwoordige ‘choreografie’ (zeg maar gerust ‘copulerende bewegingen’) begint al gauw op je zenuwen te werken. Maar het ergste is dat het gedoe op de bühne je aandacht van de muziek afleidt. Zonde.

Alex Esposito is weergaloos als de oversekste macho Mustafà (een vraagje aan de regisseur: heeft hij werkelijk nog viagrapilletjes nodig?). Zijn prachtig gevoerde bas is soepel en wendbaar en zijn coloraturen zijn meer dan voorbeeldig.

De mij onbekende tenor Yijie Shi (Lindoro) vind ik een beetje kleurloos, maar hij beschikt over een echt Rossiniaans timbre en zijn hoge noten en coloraturen zijn uitstekend.

Shi’s gebrek aan charisma wordt ruimschoots vergoed door de schitterende mezzo Anna Goryachova. Haar vertolking van Isabella is een klasse apart. Wat een stem, wat een energie en wat een présence! Dat zij de saaie Lindoro boven de spannende Mustafà verkiest, daar gaat ze ongetwijfeld spijt van krijgen….

Mariangela Sicilia is een mooie Elvira, hoewel een beetje over the top (dank u wel, meneer de regisseur) en Mario Cassi zingt een prima Taddeo.

Davide Luciano (Haly) is een echte ontdekking. In het tekstboekje is helaas geen info te vinden over hem (of over welke zanger dan ook). Jammer.

Het orkest uit Bologna is onder de leiding van José Ramón Encinar zonder meer formidabel.

Trailer van de productie:

GIOACHINO ROSSINI
L’Italiana in Algeri
Anna Goryachova, Alex Esposito, Mariangela Sicilia, Raffaella Lupinacci, Davide Luciano, Yijie Shi, Mario Cassi
Orchestra and chorus of the Theatro Comunale di Bologna olv José Ramón Encinar; regie: Davide Livermore
OPUS ARTE OA 1141D

LES CONTES D’HOFFMAN door Laurent Pelly

hoffmanndvd

Niet alle hedendaagse producties kun je “eurotrash” noemen. Ik denk dat de meeste regisseurs zeer integer te werk gaan en de reden dat wij er niet zo veel over horen is heel simpel: zij veroorzaken geen schandalen en dat is voor de pers niet interessant genoeg.

Neem nou Laurent Pelly: wat hij ook niet onder handen neemt verandert in goud. Toegegeven, soms is het een beetje ‘namaak goud’, maar toch. Zij ensceneringen zijn voornamelijk intelligent en altijd trouw aan de muziek.

Zijn Les Contes d’Hoffmann  uit Barcelona, 2013, is een beetje surrealistisch en voelt als een boze droom. Iets waar ik mij zonder meer in kan vinden. Alleen al hoe hij de incarnatie van Muse in Niclausse verbeeldt is een opera-oscar waard.

Michael Spyres behoort tot de steeds groeiende groep jonge tenoren, die nu nog in het lyrische vak zitten, maar die al een belofte voor ‘dramatico’ in zich hebben. De rol van Hoffmann vereist kracht, maar moet zeer lyrisch gezongen worden, denk aan Domingo in zijn jonge jaren. Daar voldoet Spyers ruimschots aan.

Zijn interpretatie van ‘Kleinzach’ is wellicht de beste die ik in jaren heb gehoord: perfecte hoge noten, allemaal ‘al punto’ en dat ook nog met begrip voor de tekst. En zijn Frans is niet minder dan perfect.

Ook Natalie Dessay, één van de favoriete zangeressen van Pelly is van de partij. Nu niet meer als Olympia, de rol waar zij een stempel op heeft gedrukt, maar als de zieke Antonia. Een creatie om nooit te vergeten.

De jonge Kathleen Kim is een overtuigende Olympia en Tatiana Pavlovskaya een zeer sensuele Giulietta.

Ik ben een groot bewonderaar van Laurent Naouri en ook hier stelt hij mij niet teleur. Met zijn paars gelakte nagels en een “gedegen” make-up zingt hij een duivel uit duizenden. Simpelweg geniaal.

‘Légende de Kleinzack’ gezongen door Michael Spyres:

JACQUES OFFENBACH
Les Contes d’Hoffmann
Michael Spyres, Kathleen Kim, Natalie Dessay, Tatiana Pavlovskaya, Laurent Naouri, Michèle Losier e.a.
Symphony Orchestra and Chorus of the Gran Teatre del Liceu olv Stéphane Denève
Regie: Laurent Pelly
Erato 46369140

La concordia de’ pianeti van Caldara: je hoeft geen barokliefhebber te zijn om er voor te zwichten

caldara

Antonio Caldara, ooit een zeer succesvol en geëerd componist deelde het droeve lot van veel van zijn tijdgenoten: vergetelheid. Pas de laatste jaren wordt ook hij op zijn waarde geschat en vinden zijn werken hun weg naar de concertpodia en opnamestudio’s.

Het bekendst is ongetwijfeld zijn Stabat Mater uit 1725, maar dat ligt, denk ik, voornamelijk aan onze voorliefde voor alles wat droevig is. Maar Caldara was meer dan dat; hij was de schepper van ettelijke opera’s (veelal op teksten van Metastasio) en oratoria.

Caldara werd veertien jaar voor Bach en Händel geboren en in zijn tijd werd hij zelfs hoger dan de twee grootheden geschat. Hij werd geboren in Venetië en bracht veel tijd door in Mantua, maar zijn succesvolste jaren vierde hij in Wenen, waar hij de post van tweede kapelmeester bekleedde (hoewel hij veel meer gewaardeerd werd dan de eerste kapelmeester, wat zich onder meer in een hoger salaris uitte).

De toenmalige keizer Karel VI was gek op opera en voor hem was Caldara de belangrijkste componist aan zijn hof. Ter gelegenheid van Karels kroning als koning van Bohemen componeerde Caldara La Concordia de’pianeti (gelijkgestemdheid van de planeten). Het is eigenlijk geen opera maar een ‘componimento teatrale’ oftwel een ‘theatrale compositie’. Een serenade voor de keizerin Elisabeth, gepresenteerd op haar naamdag.

Het verhaal gaat nergens over: de planeten keuvelen vredig met elkaar over de volmaaktheid van de keizerin, maar dan wel op een zeer virtuoze muziek. De partituur werd door Andrea Marcon gevonden, afgestoofd en aan de wereld gepresenteerd.

De allereerste uitvoering na bijna 280 jaar vond plaats in januari 2014 in het Konzerthaus in Dortmund, het concerthuis dat geen premières en onbekende werken schuwt. Daar werd het ook live voor Archiv opgenomen.

Goed, toegegeven,  Alcina is het niet, maar de partituur is behalve virtuoos ook zeer rijk aan melodieën en zeer aanstekelijke ‘deuntjes’. En: vergis je niet! Meesterwerk of niet: de partituur vereist de beste stemmen die er zijn. Maar die krijgen wij ook. Bij het beluisteren van de opname stokte mijn adem dikwijls en moest ik naar adem happen.

De countertenor Franco Fagioli (Apollo) is een virtuoos zonder weerga, daar word ik echt stil van. Zijn zeer snel genomen coloraturen zijn zo perfect dat het mij werkelijk duizelt. En dan zijn hoogte! Hoe doet hij dat? Luister naar zijn ‘So ch’io dal suolo alzai’. Of ‘Questo dì così giocondo’. Onvoorstelbaar.

Of neem de aria van Mercurio ‘Madre d’ Amor tu sei’ gezongen door Daniel Behle. De tenor is voor mij een ware ontdekking. Zijn stem op zich zou ik niet gauw met barok associëren, daarvoor heeft hij, vind ik, te veel body. Maar dat er ook nog eens zo veel souplesse achter schuilt? Moeiteloos schakelt hij tussen alle registers en alle loopjes zijn loepzuiver. Tel daar zijn prachtige legatolijnen bij …. duizelingwekkend.

Maar eigenlijk zijn ze allemaal fenomenaal, alle zeven de vertolkers van de planeten. En dan heb ik het orkest nog niet genoemd. Als zelfs ik, geen barokliefhebster er voor zwicht ….


Antonio Caldara
La Concordia de’pianeti
Delphine Galou, Veronica Cangemi, Ruxandra Donose, Franco Fagioli, Carlos Mena, Daniel Behle, Luca Tittoto
La Cetra Barochorchester & Vokalensemble Basel olv Andrea Marcon
Archiv 4793356

LA GIOCONDA uit Salerno 2012

Opus Arte
Een vrouw verscheurd tussen de liefde voor haar moeder en haar minnaar, die haar nota bene ontrouw is en eigenlijk nooit van haar heeft gehouden. Nee, het is geen alledaags thema voor een opera.

Dat zij uiteindelijk voor haar moeder kiest (na eerst haar minnaar geholpen te hebben om samen met zijn geliefde – haar rivale – te ontsnappen) wordt haar fataal, maar heeft ons met ‘Suicidio’ wel één van de mooiste aria’s uit de operageschiedenis gegeven.

Ondertussen krijgen we passie, bedrog, moord en zelfmoord, voor elk wat wils. Melodrama? Me dunkt. En van het beste kaliber!

La Gioconda van Amilcare Ponchielli is gebaseerd op Angelo, tyran de Padoue van Victor Hugo en het libretto is door niemand minder dan Arrigo Boito vervaardigd. Het is een zeer gepassioneerde, bij vlagen bombastische opera, en bevat een keur aan (over)bekende aria’s. En natuurlijk het ballet, want wie ken de ‘urendans’ niet?

Toch wordt La Gioconda tegenwoordig nog maar zelden opgevoerd, ook al staat zij zeer hoog bij operaliefhebbers aangeschreven. Het is simpelweg buitengewoon lastig om al die zes hoofdrollen goed te bezetten, maar zou het alleen daar aan liggen?

De Chinese Hui He (Gioconda) maakte haar Met debuut in 2010 als Aida, een rol die haar naar de grootste en belangrijkste podia ter wereld heeft gebracht. Zij beschikt over een bijzonder sterk spinto-sopraan, met een enorme draagkracht en een perfecte hoge noten. Haar Italiaans is perfect en haar inleving in haar personage werkelijk adembenemend.

Hui He’s stem lijkt buitengewoon geschikt voor de zwaardere Verdi’s, voor Puccini en voor verismo. Haar ‘Suicidio’ is vol passie, verdriet en twijfel en wordt – uiteraard – beloond met een open doekje.

Hugh Smith (Enzo) kennen we nog uit Amsterdam, waar hij in 2004 een zeer sterk debuut bij de NTR ZaterdagMatinee maakte als Des Grieux in Manon Lescaut, met in de hoofdrol Charlotte Margiono. Daarna kwam hij nog één keer terug, voor de ‘disaster-Norma‘ bij De Nederlandse Opera.

Smith (een Amerikaan) is een echte ‘Italiaanse’ spinto. Niet de subtielste ter wereld, maar zijn geluid mag er wezen: groot en rinkelend. In ‘Cielo e mar’ wil hij zijn hoge noten wel eens knijpen, maar de aria op zich staat als een huis. Mij doet hij een beetje aan Richard Tucker denken. Die rol van Enzo heeft hij al vaker gezongen, onder meer bij de New Israeli Opera.

In het duet ‘Stella del marinar!’ met Laura (Luciana D’Intino) gaat het een beetje mis, niet in laatste instantie door dirigent Yishai Steckler; zijn tempi vind ik hier te langzaam. Bovendien mengen de twee stemmen hier niet echt. Best jammer, want D’Intino is ook zo’n ouderwetse mezzo, met mooie borsttonen, warme laagte en een makkelijke hoogte. Haar stem heeft ook een bepaalde resonans die mij zeer prettig in de oren klinkt.

In ‘E un anatema’, Laura’s duet met Gioconda, gaat het er veel spannender aan toe. Beide dames zijn aan elkaar gewaagd en het drama spuit er vanaf. Hier neemt de dirigent een zeer geslaagde revanche: de spanning is om te snijden en houdt het aan tot de laatste noten van de tweede akte.

Aan het einde van de derde akte bereikt Steckler een echte climax (vergeet het aandeel van het koor niet!) en in akte vier pakt hij echt uit en sleurt alles en iedereen mee, zowel in het zeer lyrisch gehouden trio ‘Ah, il cor mi si ravviva’ als in de zeer dramatische confrontatie van Gioconda met Barnaba. OPERA!

Lado Atanelli is misschien niet de beste, maar zeker een prima Barnaba, er zijn tegenwoordig zo weinig baritons die de rol nog kunnen zingen!

De opera werd in 2012 in Salerno live opgenomen en afgaande op de foto’s vind ik het jammer dat het niet op dvd is verschenen. Niettemin: ik raad iedereen aan om de opname, zeker ook gezien de prijs, aan te schaffen!


Amilcare Ponchielli
La Gioconda
Hui He, Luciana D’Intino, Carlo Striuli, Francesca Franci, Hugh Smith, Lado Atanelli e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’, Coro del teatro dell’opera di Salerno olv Yishai Steckler
Brilliant Classics 94607

2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

parelvissers

La Scala 1886: finale vam de eerste acte

Kunt u zich het voorstellen dat ‘Les Pêcheurs de perles’ (oftewel de ‘Parelvissers’ in de volksmond), ooit één van de meest uitgevoerde werken in Nederland was?

Maar tijden (en de daarmee gepaarde mode) veranderen en de generatie die na de jaren zestig geboren is, kent de opera vrijwel alleen van zijn twee grootste hits: ‘Je crois entendre encore’, een tenoraria die op geen enkele verzamel-cd ontbreekt, en natuurlijk hét duet Au fond du temple saint’. En dat terwijl de opera zo veel meer te bieden heeft!

Neem alleen al de cavatina van Léïla, ‘Me voilà seule dans la nuit’. Het is alsof je Juliette van Gounod hoort. Verlangend, maar ook delicaat en o zo zuiver! En vergeet ‘De mon amie’ niet, een hartverscheurend duet tussen Léïla en Nadir.

Maar ‘omnia mutantur, nihil interit’ (alles verandert, niets gaat ten gronde) en dus komen veel hits van weleer terug in onze operahuizen. Zo ook Les pêcheurs de perles. Na bijna vijftig jaar van afwezigheid zet het ene na het andere operahuis het werk op het affiche, waaronder ook de Nederlandse Reisopera.

SALERNO 2012

 5028421944340_600

Een in mei 2012 in Salerno live opgenomen productie van Bizets opera werd kort erna op Brilliant Classics uitgebracht. Dirigent Daniel Oren schuwt het spektakel niet, maar blijft lyrisch en geeft de zangers alle ruimte. En dat het soms niet helemaal niet in de pas loopt, ach…

De zeer virtuoze Desirée Rancatore overtuigt als de verscheurde priesteres en Celso Albelo (Nadir) is voor  haar een perfecte match: ietwat schuw maar wel vastberaden. Mooie stem ook, maar dat wisten we al van zijn optreden als Roudi in Rossini’s Guillaume Tell tijdens ZaterdagMatinee.

Luca Grassi is een meer dan een adequate Zurga. Hij beschikt over een zeer gespierd geluid en weet alle dramatische en psychologische ontwikkelingen van zijn personage goed uit te drukken.

Het is alleen jammer dat de productie niet op DVD is uitgebracht, want naar de foto’s en Youtube fragmenten te oordelen was het ook een feest voor het oog!


Desirée Rancatore, Celso Albelo, Luca Grassi, Alastair Miles
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ olv Daniel Oren
Brilliant Classics 94434

(meer…)

Sprankelende La gazza ladra uit Bad Wildbad

la-gazza-ladra

La Gazza Ladra – een semiseria tweeakter van Rossini met als titelheldin een stelende ekster – behoorde tot voor kort tot zijn minder bekende opera’s. Maar zo onbekend als de opera zelf was, zo overbekend is de ouverture, die ontbreekt dan ook zelden bij recitals en concerten. Daar de nadruk meestal op het komische aspect wordt gelegd, kan het de luisteraar volkomen ontgaan hoe vernuftig de muziek in elkaar zit.

Virtuosi Brunensis, een  speciaal voor het festival in Bad Wildbad samengesteld kamerorkest laat zich van zijn beste kant kennen. Onder de spirituele leiding van de Rossini-veteraan Alberto Zedda laten ze de muziek sprankelen dat het een lieve lust is.

De opera moet het voornamelijk van twee voortreffelijke bassen hebben en zowel Bruno Praticò (Fernando) als Lorenzo Regazzo (Gottardo) voldoen aan de eis ruimschots. De Spaanse sopraan Maria José Moreno is een verrukkelijke, zeer charmant klinkende Ninetta. Hun trio ‘Siamo soli’, ongetwijfeld dé hit uit de eerste acte heb ik niet eerder zo mooi uitgevoerd gehoord.

Kenneth Tarver (Giannetto) doet mij af en toe aan John Osborn denken, wat wellicht meer aan zijn timbre dan aan zijn virtuositeit ligt. Wat eigenlijk meer zegt over Osborn dan Tarver. De opera werd al in 2009 live in Bad Wildbad opgenomen, maar is pas in 2015 op de markt gebracht.

Gioachino Rossini
La Gazza Ladra
María José Moreno, Kenneth Tarver, Lorenzo Regazzo, Bruno Praticò, Mariana Rewerski, Giulio Masstrototaro, Luisa Islam-Ali-Zade;
Classica Chamber Choir, Virtuuosi Brunensis olv Alberto Zedda
Naxos 8660369-71 (3cd’s)

Das Käthchen von Heilbronn

kaatje

Carl Martin Reinthaler (1822-1896) wist als componist geen eeuwige roem te vergaren zoals bijvoorbeeld zijn vriend Johannes Brahms. Een opera-opname uit zijn geboortestad Erfurt bewijst echter dat zijn oeuvre alleszins de moeite waard is.

Tot voor kort kende ik Reinthaler voornamelijk vanwege zijn prachtige koorwerken. Mooie, zeer romantische muziek, die mij vaak deed denken aan Mendelssohn, Schubert en Schumann. Zijn opera’s (hij heeft er twee gecomponeerd) kende ik alleen van naam.

Dat Erfurt zijn bekende inwoner (Reinthaler werd er in 1822 geboren) met de opvoering van Das Käthchen von Heilbronn eerde is meer dan lovend. De opera, Rheinthaler’s tweede moest bijna 120 jaar wachten op de herkansing, onbegrijpelijk eigenlijk waarom.

‘Kaatje’, naar het verhaal van Heinrich von Kleist is een typisch Duits-Romantische opera op haar best, met veel koren en wapengekletter. Er is liefde in het spel, een beetje magie, men duelleert en steekt elkaars burchten in de fik, er is een bedrogen en op wraak beluste minnares, maar aan het eind komt alles goed.

De heerlijke muziek klinkt bij vlagen heroisch-pathetisch, maar ook liefelijk waar nodig. De uitvoering (de opera werd in 2009 in Erfurt live opgenomen) is zeer goed, iets wat ik voornamelijk op het conto van de dirigent schrijf. Samuel Bächli is van huis uit koordirigent en dat merk je.

De Nederlandse sopraan Marisca Mulder brilleert als Kaatje, maar Ilia Papandreou (Kunigunde) doet voor haar niet onder. Richard Carlucci is een prima Graf.

Een aanwinst!


CARL REINTHALER
Das Käthchen von Heilbronn
Marisca Mulder, Richard Carlucci, Ilia Papandreou, Peter Schöne, Máté Sólyom-Nagy; Opernchor des Theaters Erfurt, Philharmonisches Orchester Erfurt olv Samuel Bächli
CPO 777474-2 • 139’

DONIZETTI: ARISTEA

aristea

Naxos heeft de cantate Aristea van Gaetano Donizetti op cd gezet, een werk dat sinds de eerste opvoering in 1823 volledig vergeten was. Een wereldpremière!

Aristea is een gelegenheidswerk. Donizetti componeerde de cantate (eigenlijk een mini-opera) voor de naamdag van Ferdinand, koning van Sicilië. Het werk beleefde zijn première in 1823, maar werd daarna volledig vergeten. Hoe onterecht! Het is een heerlijk niemendalletje en het beluisteren ervan bezorgde mij ontzettend veel plezier.

In mijn oren klinkt Aristea zeer Rossiniaans, maar ook Mozart is niet ver weg. En als je goed luistert dan hoor je al de flarden van Don Pasquale voorbij fietsen.

Licisco is een prins die moet onderduiken. Zijn dochter Cloe, die eigenlijk Aristea heet (of andersom), wordt door een schaapherder opgevoed. In het geheim is zij getrouwd met Filinto. Corinna is ook verliefd op Filinto. En Licisco komt terug. Meer weet ik niet van de plot, want er is geen synopsis in het cd-boekje opgenomen en Google weet ook van niets (het is tenslotte een wereldpremière). Maar ik neem aan dat alles gewoon goed komt.

Beide sopranen: Andrea Lauren Brown (Aristea/Cloe) en Sara Hershkowitz (Filinto) zijn zonder meer voortreffelijk. Hun duet: “La bell’alma che nel petto” is wonderschoon en verdient het om vaker uitgevoerd te worden. Ook de rest van de cast is gewoon goed.

Er is maar één minpuntje: het koor intoneert niet altijd zuiver. Maar als je weet dat het uit muziekstudenten en liefhebbers uit de omgeving bestaat dan leg je de lat toch wel iets lager. Zeker als je hoort hoeveel plezier zij hoorbaar hebben en als het eindresultaat werkelijk heel erg leuk is.

De Duitse organist en dirigent Franz Hauk maakt zich al jaren sterk voor de muziek van Simon Mayr; op zijn naam staan heel wat opnamen van de onterecht vergeten componist uit Beieren. De vroege Donizetti past hem dan ook als een handschoen.


Gaetano Donizetti
Aristea
Andrea Lauren Brown, Sara Hershkowitz, Caroline Adler, Cornel Frey, Robert Sellier, Andreas Burkhart
Members of the Bavarian State Opera Chorus; Simon Mayr Chorus and Ensemble olv Franz Hauk
Naxos 8573360 • 72’

Dorian Grey van Hans Kox: wat een ontdekking!

Ik ben altijd een enorme bewonderaar van Hans Kox geweest. Mijn eerste kennismaking met zijn muziek was eind jaren tachtig toen ik zijn L’Allegria heb gehoord, onvoorstelbaar mooi gezongen door Lucia Meeuwsen.

 

Het waren niet de eerste de besten die zijn muziek vertolkten: Szymon Goldberg, Victor Liebermann, Anner Bijlsma, John-Edward Kelly, Pauline Oostenrijk, Vesko Eschkenazy en het Radio Philharmonisch…

Tweede vioolconcert van Hans Kox

 

Toch leek het er toen op dat ik één van de weinigen was die zijn muziek zo bewonderde. Veel van mijn collega’s vonden dat er iets aan mijn ‘goede smaak’ mankeerde. Ik hield immers ook van de andere ‘eclectische’ componisten die toen ook ‘persona non grata’ waren: Korngold en Szymanowski.

dorian-gray

 

Van Dorian Gray heb ik alleen maar gehoord: de première in 1974 was een fiasco en zo was ook de heropvoering een paar jaar later. De recensies waren genadeloos en er werd zelfs van een “culturele moord” op de componist gesproken.

De reden? Serialisme was nog steeds zeer “hot” en wij zaten midden in de culturele revolutie, met de naweeën van Flowerpower en de Notenkrakers. Alles moest anders, want Roodkapje was dood. Maar de “vernieuwers” hebben geen rekening gehouden met een mens, een human being, die de muziek anders dan een optelsom van wiskundige formula’s kan – en wil – ervaren.

Dorian Gray is een pracht van een opera. Het libretto, van de hand van de componist zelf, is gebaseerd op een grimmig verhaal van Oscar Wilde. De muziek (geen “knor piep boem”)  is herkenbaar: denk aan Britten met een vleugje Prokofjev en heel erg veel Hans Kox.

Over de uitvoering – live opgenomen in de Amsterdamse Stasschouwburg op 6 december 1982 – kan ik kort zijn: TOP! Lees alleen maar de namen van de zangers en als u dan nog niet gaat watertanden….

Ga het kopen en laat Kox en zijn muziek je huizen binnen, daar zult u geen spijt van krijgen!

 

Dorian Gray – Suite:

 

Meer Hans Kox: HANS KOX: Anne Frank Cantate SHOSTAKOVICH: Symphonie nr.5

 

HANS KOX
Dorian Gray
Philip Langridge, Timothy Nolen, Lieuwe Visser, Roberta Alexander, Jan Blinkhof, Joep Bröcheler, Timothy Nolen e.a.;
Radio Kamerorkest olv Hans Kox
Attacca 2012.130.131 • 112’

FANTASIO

fantasio_front_cover_final

Rossini noemde hem ‘de kleine Mozart van de Champs-Élysées’ en na zijn overlijden ging hij de geschiedenis in als de ‘vader van de operette’. Jacques Offenbach (1819-1880) was een grootheid in zijn tijd en componeerde maar liefst zeshonderd werken.

Het grote publiek zal Offenbach vooral kennen van Les contes d’Hoffmann, een opera die hij niet eens afmaakte. Verder worden enkele van zijn operettes (Orphée aux enfers, La Belle Hélène, La Vie Parisienne) met enige regelmaat opgevoerd. Lange tijd bleef het daar echter bij, ook omdat veel van zijn oeuvre niet was uitgegeven.

In 1999 kwam hier verandering in, toen de Franse musicoloog Jean-Christophe Keck bij Boosey & Hawkes een monumentale editie van alle werken van Offenbach in hun oorspronkelijke versie begon uit te geven. Van een Offenbach-revival spreken gaat te ver, maar de operawereld is hierdoor zeker geïnteresseerd geraakt.

Een jaar of 12 geleden heeft Anne Sofie von Otter een pracht van een cd vol met Offenbach’s heerlijkheden gezongen, een cd die aan mij een hartenkreet ontlokte: ”ik ben de eerste om een complete Fantasio toe te juichen, want de hier gepresenteerde ballade en het duet smaken naar meer. Wat een mooie muziek is dit!”

En zie hier: de onvolprezen Opera Rara heeft mijn gebeden gehoord. Men (lees: Jean-Christophe Keck) is teruggegaan naar de allereerste Parijse versie uit 1872, wat voor de nodige hoofdbrekens heeft gezorgd. In december 2013 werd de opéra comique live uitgevoerd, waarna het in 2014 in de studio werd opgenomen voor de cd.

Het verhaal in het kort: om in de nabijheid van zijn geliefde prinses Elsbeth te kunnen komen, verkleedt Fantasio, een jonge student uit München zich als een nar. En passant weet hij nog de oorlog met Mantua te voorkomen, waardoor hij als beloning in de adelstand wordt verheven.

Sarra Connolly is een warmbloedige, melancholische maar waar nodig ook een ferme Fantasio en als Elsbeth kon men geen mooiere sopraan kiezen dan Brenda Rae. In hun duet bereiken de Britse mezzo en de Amerikaaanse sopraan een volmaakte symbiose van twee stemmen die elkaar strelen en met elkaar verstrengeld raken. Adembenemend mooi.

Ook alle andere solisten waaronder Russell Braun, Brindley Sherrat en Neal Davies, zijn heerlijk om naar te luisteren en samen met het voortreffelijk zingende Opera Rara Chorus vinden ze in Sir Mark Elder (artistiek directeur van Opera Rara) en het Orchestra of the Age of Enlightenment de beste ondersteuning.

Voor iedereen die zo genoten heeft van L’étoile bij De Nationale Opera: luister naar de door het koor geïnitieerde “Quand l’ombre des arbres” gevolgd door Elsbeths aria “Cachons l’ennui” aan het begin van de tweede akte en dan weet u waar de meeste deuntjes van Chabrier vandaan kwamen. Een MUST!

Hieronder spreken Sarah Connolly en Sir Mark Elder over Fantasio:


JACQUES OFFENBACH
Fantasio
Sarah Connolly, Brenda Rae, Russell Braun, Brindley Sherratt, Robert Murray e.a.
Opera Rara Chorus (chorus director: Renato Balsadonna), Orchestar of the Age of Enlightenment olv Sir Mark Elder
Opera Rara ORC 51

Offenbachs Fantasio door Opera Zuid doet het niet onder de Eurovisie Song Festival