Veronica_Cangemi

Spectaculaire Ercole Amante in Amsterdam

https://i0.wp.com/pers.operaballet.nl/repository/midres/3/3/14.ercoleamante0060.jpg

Pauzes: daar houdt men in Amsterdam niet van. Soms krijg je zelfs de indruk dat men ze het liefst helemaal zou willen schrappen. In het ruim vijf (!) uur durende Ercole Amante van Francesco Cavalli mochten we er maar één hebben. Dat dat toch geen lange zit werd, en dat de verveling niet toe sloeg (want laten we wel zijn: Cavalli is geen Purcell, Händel of Monteverdi) is geheel te danken aan de spectaculaire regie van David Alden.

Alden heeft een spannende wereld gecreëerd waarin het verleden met het heden werd verweven, en waarin historische personages en Griekse goden getransformeerd werden tot stripfiguren (Conan the Barberian!). Alles zat er in: horror, humor, promiscuïteit; bovendien schuwde Alden geen uitvergrotingen en persiflages, en strooide rijkelijk met filmcitaten (Don’t look now, Child’s Play).

De opera werd geactualiseerd, zonder dat ze ge-updated werd. Zeg maar: barokke tradities met een knipoog naar het heden. Knap, hoor! En alles werd letterlijk uitgebeeld, wat een collega een zucht uitlokte dat ze echt niet hoeft te zien wat ze toch in het libretto leest. Hoezo? Zeker een onbekende opera is daar alleen maar mee gediend? De kostuums en decors waren kleurig en rijk, en de gavotte ging gepaard met disco en house.

https://i1.wp.com/pers.operaballet.nl/repository/midres/3/3/27.ercoleamantegeneral0018.jpg

Luca Pisaroni zette een voortreffelijke Ercole neer. Zijn soepel gevoerde bariton met een heerlijke sexy ondertoon paste de machoheld als een handschoen. Ook als acteur was hij meer dan overtuigend. Geen wonder dat Deianira (een zeer ontroerende Anna Maria Panzarella) hem niet kwijt wilde en best raar dat Iole (een mooie, maar een maatje te klein Veronica Cangemi) zijn saaie zoon Illo (een inderdaad saaie Jeremy Ovenden) boven hem verkoos.

Zelf was ik behoorlijk onder de indruk geraakt van Anna Bonitatibus (Giunone). Haar stem was ouderwets mooi: met vibrato, met expressie en met soepele overgangen.

https://i2.wp.com/pers.operaballet.nl/repository/midres/3/3/15.ercoleamanteorchdress0002.jpg

Het orkest (Concerto Köln) onder leiding van Ivor Bolton speelde goed, maar een beetje hoekig, voor mij mocht er meer sprankeling in, maar misschien was er niet meer uit de muziek te halen.

Gezien bij De Nationale Opera in Amsterdam in januari 2009

Fotomateriaal: © Ruth Walz

LA CONCORDIA DE’ PIANETI

caldara

Antonio Caldara, ooit een zeer succesvol en geëerd componist deelde het droeve lot van veel van zijn tijdgenoten: vergetelheid. Pas de laatste jaren wordt ook hij op zijn waarde geschat en vinden zijn werken hun weg naar de concertpodia en opnamestudio’s.

Het bekendst is ongetwijfeld zijn Stabat Mater uit 1725, maar dat ligt, denk ik, voornamelijk aan onze voorliefde voor alles wat droevig is. Maar Caldara was meer dan dat; hij was de schepper van ettelijke opera’s (veelal op teksten van Metastasio) en oratoria.

Caldara werd veertien jaar voor Bach en Händel geboren en in zijn tijd werd hij zelfs hoger dan de twee grootheden geschat. Hij werd geboren in Venetië en bracht veel tijd door in Mantua, maar zijn succesvolste jaren vierde hij in Wenen, waar hij de post van tweede kapelmeester bekleedde (hoewel hij veel meer gewaardeerd werd dan de eerste kapelmeester, wat zich onder meer in een hoger salaris uitte).

De toenmalige keizer Karel VI was gek op opera en voor hem was Caldara de belangrijkste componist aan zijn hof. Ter gelegenheid van Karels kroning als koning van Bohemen componeerde Caldara La Concordia de’pianeti (gelijkgestemdheid van de planeten). Het is eigenlijk geen opera maar een ‘componimento teatrale’ oftwel een ‘theatrale compositie’. Een serenade voor de keizerin Elisabeth, gepresenteerd op haar naamdag.

Het verhaal gaat nergens over: de planeten keuvelen vredig met elkaar over de volmaaktheid van de keizerin, maar dan wel op een zeer virtuoze muziek. De partituur werd door Andrea Marcon gevonden, afgestoofd en aan de wereld gepresenteerd.

De allereerste uitvoering na bijna 280 jaar vond plaats in januari 2014 in het Konzerthaus in Dortmund, het concerthuis dat geen premières en onbekende werken schuwt. Daar werd het ook live voor Archiv opgenomen.

Goed, toegegeven,  Alcina is het niet, maar de partituur is behalve virtuoos ook zeer rijk aan melodieën en zeer aanstekelijke ‘deuntjes’. En: vergis je niet! Meesterwerk of niet: de partituur vereist de beste stemmen die er zijn. Maar die krijgen wij ook. Bij het beluisteren van de opname stokte mijn adem dikwijls en moest ik naar adem happen.

De countertenor Franco Fagioli (Apollo) is een virtuoos zonder weerga, daar word ik echt stil van. Zijn zeer snel genomen coloraturen zijn zo perfect dat het mij werkelijk duizelt. En dan zijn hoogte! Hoe doet hij dat? Luister naar zijn ‘So ch’io dal suolo alzai’. Of ‘Questo dì così giocondo’. Onvoorstelbaar.

Of neem de aria van Mercurio ‘Madre d’ Amor tu sei’ gezongen door Daniel Behle. De tenor is voor mij een ware ontdekking. Zijn stem op zich zou ik niet gauw met barok associëren, daarvoor heeft hij, vind ik, te veel body. Maar dat er ook nog eens zo veel souplesse achter schuilt? Moeiteloos schakelt hij tussen alle registers en alle loopjes zijn loepzuiver. Tel daar zijn prachtige legatolijnen bij …. duizelingwekkend.

Maar eigenlijk zijn ze allemaal fenomenaal, alle zeven de vertolkers van de planeten. En dan heb ik het orkest nog niet genoemd. Als zelfs ik, geen barokliefhebster er voor zwicht ….


Antonio Caldara
La Concordia de’pianeti
Delphine Galou, Veronica Cangemi, Ruxandra Donose, Franco Fagioli, Carlos Mena, Daniel Behle, Luca Tittoto
La Cetra Barochorchester & Vokalensemble Basel olv Andrea Marcon
Archiv 4793356