opera/operette/liederenrecitals

Fahrende Gesellen van Ensemble Oxalys: toegewijd en respectvol

 henschel-oxalys

Deze cd is mijn eerste kennismaking met het Belgische ensemble Oxalys en dat bevalt me zeer. Ik houd van hun benadering van de muziek: toegewijd en respectvol. Al is het soms misschien een tikkeltje te. Wat meer afstand en relativiteit had de door hen gespeelde stukken nog wat meer cachet gegeven.

Voornamelijk de Berceuse van Ferruccio Busoni had daarvan kunnen profiteren. Het oorspronkelijk voor piano gecomponeerde en daarna door de componist zelf georkestreerde juweeltje kent verschillende arrangementen, waarvan die van Erwin Stein de bekendste is. Oxalis speelt het mooi, maar wie de opname van Musici Aurei kent (Eloquentia EL 1233), begrijpt waarschijnlijk wat ik mis.

Het is ook de eerste keer dat ik Debussy’s Prélude à l’aprés midi d’un faune hoor in Benno Sachs’ bewerking voor klein ensemble. Zo gespeeld klinkt het lichter en dansanter, maar ook minder erotisch. En toch, de individuele kleuren van de diverse instrumenten komen fraai tot hun recht.

Dietrich Henschel heeft misschien niet de mooiste stem ter wereld, maar zijn interpretatiekunst is zonder meer aangrijpend.

De Lieder eines fahrenden Gesellen van Gustav Mahler, in de bewerking van Arnold Schönberg, heb ik mooier uitgevoerd gehoord, maar in de liederen van Zemlinsky kent Henschel zijn gelijke niet. De expressieve en zeer tot de verbeelding sprekende liederen op teksten van Maeterlinck moet je kunnen ondergaan en daarbij biedt Henschel je een helpende hand. Zeer indrukwekkend.


Fahrende Gesellen
Debussy, Zemlinsky, Busoni en Mahler
Dietrich Henschel (bariton), Oxalys
Passacaille 1008

zie ook: MAHLER MINGARDO MUSICI AUREI

ZEMLINSKY: 7 Songs and Chamber Symphony

 zemlinsky

Tot mijn grote ergernis is Zemlinsky nog steeds een grote ontbrekende op de concertpodia en in opnamestudio’s. Na een kortstondige renaissance in de jaren negentig, voornamelijk te danken aan James Conlon en Riccardo Chailly, is het weer stil geworden rond Zemlinsky, één van de allergrootste Jugendstil-componisten van het fin de siècle. Vraag het maar aan een doorsnee muziekliefhebber: verder dan de Lyrische Symfonie komt hij niet. Mocht hij überhaupt de naam Zemlinsky kennen.

De liederen die op deze cd onder de verzamelnaam Zeven liederen van nacht en droom zijn opgenomen, dragen verschillende opusnummers in Zemlinsky’s oeuvre. De Duitse componist Richard Dünser heeft ze op thema bij elkaar gezocht en ze van een orkestarrangement voorzien – omdat ze volgens hem “om een orkest schreeuwen”. Nu vind ik orkestbegeleiding veelal aantrekkelijker dan enkel piano, maar of het hier zo goed heeft uitgepakt?

De liederen klinken beslist mooi, zeker omdat Jenny Carlstedt over een zeer prettige mezzostem met een warm timbre beschikt en haar voordracht bijzonder aangenaam is. Toch mis ik iets.

Wat het is, kan ik pas benoemen bij het beluisteren van Dünsers arrangement van het tweede strijkkwartet, waar hij een ‘chamber symphony’ van heeft gemaakt. Het is té mooi, waardoor het op den duur een beetje monochroom wordt. Wat ontbreekt, is de voor het oeuvre van de componist onontbeerlijke erotiek. Zonder dat is Zemlinsky Zemlinsky niet meer.


ALEXANDER ZEMLINSKY
Seven songs; Chamber Symphony (based on stringquartet no.2) arranged by Richard Dünser
Jenny Carlstedt (mezzosopraan), Lapland Chamber Orchestra olv John Storgärds
Ondine ODE 1272-2

Meditation van Elīna Garanča: bij elkaar geraapt zooitje sentimenteel geestelijk verdriet…

garancameditationcd

Dat de cd voor mij in categorie “ondermaats” valt, ligt niet aan Elīna Garanča. Het behoeft geen reclame dat zij een prachtzangeres is. Haar stem is hier net zo mooi als altijd, haar zingen indrukwekkend en haar presentatie zeer zorgvuldig en verzorgd.

Ook het koor van het Letse radio is goed. Het klinkt zeer spiritueel en geïnspireerd, iets wat overigens absoluut niet gezegd kan worden van de rammelende Deutsche Radio Philharmonie Saarbrücken onder Garanča’s echtgenoot Karel Mark Chichon.

Het probleem is de cd zelf. Niet alleen is de opname onevenwichtig (soms te hard, soms te zacht, je moet continu aan de knoppen draaien), maar de zin van het hele project ontgaat mij. Bot gezegd is het een bij elkaar geraapt zooitje sentimenteel geestelijk verdriet…

Mascagni, Adam, Gounod, Bizet en William Gomez staan broederlijk naast elkaar en ook de inmiddels totaal uitgemolken Ave Maria van ‘Caccini’, die eigenlijk gewoon Vavilov heet, ontbreekt er niet. De mij onbekende Ugis Prauliņš doet in sentiment voor zijn landgenoot Pēteris Vasks niet onder, maar het absolute dieptepunt wordt bereikt met het gruwelijk toegetakelde Miserere van Allegri.

Trailer van de album:

Het klinkt misschien wrang, maar dit is de ultieme muziek bij de crematie.Ik moet er niets van hebben, maar wie niet genoeg kan krijgen van “huilmuziek” kan hier zijn hart ophalen. Voor alle anderen: u bent gewaarschuwd!


MEDITATION
Werken van Gounod, Mascagni, Mozart, Bizet, Puccini, Vasks e.a.
Elīna Garanča, mezzosopraan
Latvian Radio Choir; Deutsche Radio Philharmonie Saarbrücken Kaiserlautern olv Karel Mark Chichon
DG 4792071

From the bottom of my heart

bordewijk

Nederland is een vreemd land. Men houdt er van cultuur en het aanbod is onvoorstelbaar groot en gevarieerd, zeker voor zo’n klein landje. Maar zodra het gaat om de Nederlandse scheppende kunstenaars, geef men niet thuis. Vraag de eerste de beste muziekliefhebber hoeveel Nederlandse componisten hij kent en wees verbaasd!

Wiens schuld is het eigenlijk? En wiens schuld is het dat ik niet eerder van Johanna Bordewijk – Roepman heb gehoord? Waarom worden haar werken nergens geprogrammeerd? Waarom ken ik geen pianist die haar waanzinnig mooie Debout, éveille-toi uit 1953 op zijn repertoire heeft staan? Of de zeer Debussy’aanse Improptu uit 1960?

Pareltjes zijn het, die het  meer dan waard zijn om gehoord te worden. Marcel Worms speelt ze zeer liefdevol en zo zacht, dat je het idee hebt dat hij amper de toetsen aanraakt. Ook in de Sonata 1943 weet hij  mij bijzonder te imponeren.

De Sechs Lieder uit 1925 vind ik minder interessant: niet meer dan “aardig”. Het kan ook een beetje aan de alt José Scholte liggen. Zij zingt mooi maar tamelijk kleurloos waardoor het allemaal een beetje saai klinkt, wat meer dynamiek zou kunnen helpen. Zij is ook niet altijd goed te verstaan. Het meest storend is het in de (patriottisch bedoelde) Nederlandse liederen naar de teksten van Potgieter en Zwanniken uit 1943 en 1945.

Zeer geestig zijn de cabareteske liederen Nursery Rhymes naar de teksten van Arthur Milne.  Daar weet Irene Maessen goed raad mee, al klinkt zij af en toe klein beetje schel.

Niets ten nadele van Ursula Schoch die uit haar viool een warme toon weet te ontlokken in de Vioolsonate (1923), maar het is (opnieuw) Marcel Worms die al mijn aandacht opeist.


Meer over de componiste:

https://bordewijkgenootschap.nl/ferdinand-bordewijk/johanna-bordewijk-roepman/

JOHANNA BORDEWIJK – ROEPMAN
From the bottom of my heart
Irene Maessen (sopraan), José Scholte (alt), Ursula Schoch (viool), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9648 • 70’

LA BELLE EXCENTRIQUE

 petiboneccencd

Ik ben nooit een grote fan van Patricia Petibon geweest. Vaak vond ik haar maar een aanstelster, maar met La Belle Excentrique weet zij mij voor het eerst te overtuigen. Het is ook het repertoire waarin zij haar ei kwijt kan: met haar vederlichte stem en haar gave om stemmetjes na te doen is zij een geboren cabaretière.

Dat de cd zo leuk en spannend is, ligt ook aan de arrangementen en het gebruik van diverse begeleiders, waarbij de accordeonist David Venitucci voor een Parijse couleur locale zorgt, iets wat Petibon een beetje het aanzien van een Piaff geeft.

Bij Rosenthals ‘Rêverie’, het eerste lied uit Trois Poèmes de Marie Roustan, had ik graag een iets meer ingetogen geluid willen horen, maar in ‘Pécheur de lune’ klinkt Petibon meer op haar gemak.

Haar Hahn en, in sterkere mate, haar Fauré kunnen mij niet overtuigen. Daarin klinkt ze voor mij te veel ‘poesje mauw’. Haar stem is in die liederen ook niet altijd stabiel

Op haar best vind ik haar in het heerlijke ‘Allons-y, Cochotte!’ van Satie, waarbij zij bijgestaan wordt door de befaamde acteur en regisseur Oliver Py.

Maar degene die mijn hart echt heeft gestolen is Susan Manoff, de pianiste. Haar Satie is om je vingers er bij af te likken. Daar wil ik meer van horen!

The making of:


La Belle Excentrique
Satie, Ferré, Poulenc, Hahn, Rosenthal, Fauré en Cockenpot
Patricia Petibon (sopraan), Susan Manoff (piano), David Levi (piano), Olivier Py (vocals), Nemanja Radulovic (viool), Christian_Pierre La Marca (cello),  François Verly (percussie), David Venitucci (accordeon),
DG 4792465

Liederen van Mahler door Christian Gerhaher: über-serieus

51egziynftl

Geen gevaarlijker dingen dan cd-opnames. Een live-uitvoering kan nog lang in je oren blijven echoën, maar wat ervan overblijft is niet meer dan de zoete (of juist niet) herinneringen. Een cd, zeker één waar je aan gehecht bent, draai je telkens weer, tot die zich in je ziel heeft gegroefd. En dan wil je het niet meer anders horen.

Soms laat je een indringer binnen, soms ga je je hart in tweeën of zelfs in drieën delen, maar je bewaakt je grenzen, want op bepaalde moment weet je al wat je wel of niet mooi vindt.

Vanwaar deze introductie? Omdat ik, hoe hard ik het ook probeer, niet warm kan lopen voor deze opname van liederen van Mahler door Christian Gerhaher. Ik kan zijn ‘über-serieuze’ aanpak niet echt waarderen, net zo min als zijn overdreven articulatie. Ik hoor een dominee die alleen maar dood en verderf predikt.

Nu zijn de Mahler-liederen niet echt wat je noemt een “zonnetje in huis”, maar zo zwaar op de hand heb ik ze eigenlijk nog nooit uitgevoerd gehoord. Het is nooit leuk om verlaten te worden door je geliefde, laat staan je kind verliezen, maar stilte kan schrijnender zijn dan schreeuwen.

Gerhaher is ontegenzeggelijk een zeer goede zanger, wellicht zelfs één van de besten van zijn generatie. Hij is ook buitengewoon intelligent, maar misschien ligt juist daar het probleem? Misschien moet je meer op je gevoel afgaan en minder op je verstand?

In de lyrische passages weet hij mij soms even te overtuigen, tenminste – zolang hij zich een beetje gedeisd houdt. Helaas. Het duurt nooit lang eer er weer tot een uitbarsting komt.

Er is ook iets in zijn manier van zingen wat mij tegenstaat. Hij trekt een toon omhoog, houdt hem net niet vast en rolt dan naar beneden, naar de diepere regionen, waar het hem aan kracht ontbreekt. Persoonlijk vind ik zijn laagte gewoon niet goed, niet diep genoeg.

Ik moest vaak aan de bijna smekende toon van Hermann Prey denken, aan dat diepe verdriet dat, zonder dat hij zijn stem ervoor moest verheffen, voelbaar was tot in je tenen.

En aan Thomas Hampson, die je in ‘Um Mitternacht’ (Rückert-Lieder) deed geloven dat hij daar daadwerkelijk zat, bij het open raam, starend naar de sterrenloze hemel. Zijn zachte stem, geholpen door de weergaloze steun van Bernstein met de Wiener Philharmoniker, deed pijn, heel erg pijn…

Kent Nagano is geen Bernstein en ook geen Haitink. Hij dirigeert goed en betrokken, maar het wil nergens beklijven. In tegenstelling tot zijn solist blijft hij netjes, een beetje op de achtergrond. Ik mis de klemtonen, de accenten, de uitgesponnen passagio’s.

Aan de andere kant: als óók hij zich had laten gaan, dan hadden we ons zorgen moeten maken om het welzijn van moeder aarde, want een tornado of een aardbeving is tegenwoordig zo veroorzaakt.

Hermann Prey, Thomas Hampson, Thomas Allen of zelfs Sara Mingardo – waar zijn jullie?


Gustav Mahler
Lieder eines Fahrenden Gesellen; Kindertotenlieder; Rückert-Lieder
Christian Gerhaher, bariton
Orchestre Symphonique de Montréal olv Kent Nagano
Sony 8883701332

Philippe Jaroussky zingt Verlaine

 green

Waarom zou een countertenor niet voldoende sensitiviteit en techniek kunnen hebben om Franse chansons en mélodies te zingen? Door deze vraag op zijn cd Green te stellen geeft Jaroussky meteen het antwoord: inderdaad, waarom niet?

 

 

Nu is Philippe Jaroussky een beetje een buitenbeentje, ook in de alsmaar groter en beter wordende wereld der countertenoren. Zijn timbre is van zo’n hemelse schoonheid dat je soms denkt naar een engel te luisteren.

Dat hij affiniteit heeft met het Franse lied uit het fin-de-siècle heeft al met zijn eerdere album Opium (nog niet in huis? Onmiddellijk kopen!) bewezen. Met Green gaat hij nog een stapje verder. Behalve Hahn, Fauré, Debussy en Massenet zingt hij de vrijwel onbekende componisten zoals Józef Zygmunt Szulc en Poldowski (pseudoniem van Régine Wieniawski: ja, de dochter van..). Én hij zingt Franse chansons. Alles op teksten van Paul Verlaine.

Het absolute hoogtepunt is voor mij ‘Le Sourdine’ van Reynaldo Hahn. Daarin wordt Jaroussky ook op onnavolgbare wijze bijgestaan door pianist Jérôme Ducros. Ook het verstilde ‘Un grand sommeil noir’ van Varèse is meer dan prachtig.

In het met Nathalie Stutzman gezongen ‘Rêvons, c’est l’heure’ van Massenet word je je even bewust van alle geijkte ‘waarheden’, of eigenlijk vooroordelen, over de menselijke stem, want het lage, donkere geluid behoort in dit duet juist de vrouw toe. Als je niet beter wist…

De cd is echt een hebbeding. Niet in de laatste plaats ook vanwege het omhulsel. In het doosje vind je behalve de twee schitterende cd’s ook een dik boek met liedteksten, veel informatie en tientallen sfeerfoto’s van de componisten en de dichter.

GREEN: mélodies françaises sur des poèmes de Verlaine
Faurè, Debussy, Chausson, Hahn, Ferré, Poldowski, Massenet, Varèse e.a
Philippe Jaroussky (countertenor), Nathalie Stutzmann (alt), Jérôme Ducros (piano), Quatuor Ebène
Erato 0825646166954

Kaleidoscope of love: mooie cd van een sympathieke zangers, maar…..

kaleidoscope

Soms bekruipt mij het gevoel dat de countertenor de meest populaire zangstem is geworden. De ene na de andere hooggestemde heer verlaat het conservatorium met weinig perspectief: het repertoire voor het stemtype is nu eenmaal beperkt. Vandaar ook dat de meeste countertenors hun horizon met romantiek en zelfs chansons verbreden.

Bijkomend ‘probleem’ is dat de zangtechniek vandaag de dag zo onvoorstelbaar ontwikkeld is, dat een stem die nog geen tien jaar geleden tot de absolute top zou behoren, nu niet meer is dan ‘gewoon goed’. Dat is ook het geval bij Kaspar Kröner. De sympathieke, in Nederland wonende jonge Duitser beschikt over een mooie stem met een aantrekkelijk timbre, maar een Philippe Jaroussky of een Lawrence Zazzo is hij niet.

Op zijn debuut-cd ‘Kaleidoscope of love’ heeft Kröner Engelse liederen uit de zestiende en de twintigste eeuw bij elkaar verzameld en zo zijn liefde aan het repertoire verklaard. Ik vind de cd mooi, maar niet meer dan dat en ik betwijfel of ik het nog een keer zal draaien.

Kröner is een voortreffelijke interpreet die heel erg goed weet wat hij zingt en dat is een enorm plus. Maar de verstilde, warme, toverachtige sfeer die bijvoorbeeld bij de liederen van Vaughan Williams hoort, die blijft achterwege. Daar is – het spijt mij om het te moeten zeggen – de weinig geïnspireerde pianist ook debet aan.


Een (gewetens)vraag voor conservatoria: misschien wordt het tijd om de focus te verleggen naar echte Verdi-baritons? Dáár hebben we nu gebrek aan.

Trailer van de cd:

Kaleidoscope of love
Dowland, Vaughan Williams, Gurney, Finzi, Britten e.a.
Kaspar Kröner (countertenor), Arjen Verhage (luit), Stewart Emerson (piano)
7 Mountain Records 7MNTN-004

Verdi aria’s voor bariton door de tenor/bariton Plácido Domingo.

domingo

Het fenomeen Domingo …. Nee, ik ga u niet doodgooien met feiten en weetjes, die u allemaal al lang weet want de pers kan er niet genoeg van krijgen.

Nu is het zo dat ik, behalve een echte fan ook een kritische luisteraar ben en ik doe mijn best om mijn ratio en mijn anima elkaar niet voor de voeten te laten lopen. Of het mij lukt moet u, mijn lezer, het beoordelen.

Hoofdschuddend lees ik wat sommige van mijn collega’s over Domingo schrijven. Het wordt hem kwalijk genomen dat hij baritonrollen zingt terwijl hij geen echte bariton is. Nee, dat is hij niet (hoor ik iets over Ramon Vinay?), maar wat mij het meeste stoort is dat dezelfde critici Domingo vroeger nooit als de echte tenor hebben beschouwd. Alles, en zeker een menselijke stem is meestal een kwestie van smaak. Maar hoe je je kritiek opbouwt (of juist niet), is meer dan dat, het gaat ook om het fatsoen.

En nu terug naar waar het over gaat: cd met de bariton-Verdi aria’s door de tenor/bariton Plácido Domingo.

Domingo heeft een Verdi-curriculum waar je u tegen zegt, zo hij heeft in de meeste van opera’s van Verdi live geschitterd. Maar er is meer, hij heeft namelijk ook al zijn belangrijke tenoraria’s opgenomen.

Het is een beetje een onwerkelijke ervaring om hem nu in dezelfde opera’s zijn rivalen of vaders te horen zingen. Zijn voordeel: hij kent de opera’s door en door. Uw voordeel als luisteraar: een totaal andere benadering van die rollen dan u gewend bent. Hij begrijpt de andere kant ook!

Dat zijn Simon Boccanegra de meeste indruk maakt is niet verwonderlijk: die rol heeft hij al een paar jaar op zijn repertoire staan en heeft hem overal ter wereld (nee, niet in Nederland, op de een of andere manier telt Nederland als “de wereld” niet meer) vertolkt.

Domingo zingt ‘Plebe! Patrizi’ uit Simon Boccanegra (Met 2010):

’Ecco la spada’ is van zo’n intensiteit dat ik naar adem moet happen. Hierin wordt hij bijgestaan door (onder anderen) Angel Joy Blue, een sopraan die hem ook in Ziggo Dome in Amsterdam ter zijde stond. Van die dame gaan we nog meer horen.

Zijn vader Germont (La Traviata) en Rigoletto verraden ook een zekere ervaring op de bühne: in ‘Cortigiani, vil razza dannata’ klinkt hij niet minder dan hartverscheurend.

Ook Luna (Il Trovatore) heeft hij zich inmiddels eigen gemaakt. ‘Il balen’ klinkt nu al indrukwekkend, maar in ‘Qual suono’, met de meer dan uitstekende bijdrage van het koor uit Valencia laat hij zich helemaal gaan en het resultaat is verbluffend

Het Orquesta de la Comunitat Valenciana onder leiding van Pablo Heras-Casado klinkt zeer bekwaam en geeft de ster alle ruimte om te schitteren, wat hij ook ruimschoots doet.

The making of:


DOMINGO – VERDI
Aria’s uit Macbeth, Rigoletto, La Traviata, Simon Boccanegra, Ernani, Il Trovatore, Con Carlo, La Forza del destino
Plácido Domingo
Orquesta de la Comunitat Valenciana olv Pablo Heras-Casado
Sony 88883733122

 Lees ook het interview met Pablo Heras-Casado: PABLO HERAS-CASADO

TUTTO BUFFO

 bordogna

Klassieke cd’s verkopen niet.

Nee, ik ken de cijfers niet, maar de kranten, mochten ze überhaupt nog over klassieke muziek schrijven, zeggen dat het zo is. Dé reden dat de grote labels zich in principe alleen tot de grootste hits beperken en wie een solo album wil volspelen of -zingen moet zich goed kunnen presenteren op de cover.

Dat laatste is ook geval met de mij weinig bekende Paolo Bordogna. En toch schijnt de in 1972 geboren Italiaan één van de ’s werelds beste buffo – baritons te zijn. “Serieus grappig” kopte de Australische Limelight Magazine en noemde hem verder “the thinking man’s clown”.

Ik denk, nee, ik neem onmiddellijk aan dat het allemaal klopt, maar daarvoor moet je de zanger toch echt eerst in actie zien. Denk ik.

Naar de foto’s in het boekje te oordelen is de prettig ogende Bordogna ook een echte kameleon die zich volkomen aan zijn personages weet aan te passen. Maar, wat zonder het visuele overblijft is een zeer aangename, maar op den duur eentonige stem. Ondanks de verschillende stemmetjes die hij weet op te zetten.

Het is allemaal ontzettend knap wat hij doet, maar ik denk niet dat ik de cd vaak zal draaien: sommige aria’s horen gewoon in de complete opera thuis. Bovendien: hoeveel lol achter elkaar kan een mens verdragen?


Tutto buffo
Cimarosa, Mozart, Rossini, Donizetti, Verdi, Puccini, Mascagni, Rota
Paolo Bordogna (bariton); Filharmonica Arturo Toscanini olv Francesco Lanzillota
Decca 4811685 • 61’