Hugo_Wolf

Soile Isokoski, een ster voor de fijnproevers

Isokoski

Beroemd is zij wel, maar het is niet de beroemdheid van een Pavarotti of een Bartoli. Nog steeds kan ze makkelijk incognito de straat op, maar de echte stemliefhebber weet wel beter, en haar fans volgen haar optredens overal ter wereld.

Haar carrière begon in 1987 toen ze de tweede prijs won in Cardiff, maar het is pas een jaar of vier geleden, dat haar naam werkelijk werd bevestigd. Genegeerd door de grote platenmaatschappijen moest ze het hebben van haar optredens en van mond op mondreclame.

Voor het eerst hoorde ik haar als donna Elvira in Parijs, met Bo Skovhus als don Giovanni. Het was Skovhus voor wie ik de reis ondernomen had, en het was Soile Isokoski die mijn hart sneller deed kloppen. Haar Elvira was hartverscheurend en meelijwekkend, ja, bij haar kon ik me al die tranen om de verleider voorstellen.


Het is ook uitgerekend Bo Skovhus, met wie Isokoski het Italienisches Liederbuch van Hugo Wolf heeft opgenomen, met aan de piano Marita Viitasalo, haar vaste begeleidster. De miniatuurtjes van Wolf hebben nooit betere protagonisten gehad, want de beide stemmen hebben heel veel gemeen: perfecte dictie, muzikaliteit, het grote kunst om met je stem alleen te kunnen ‘acteren’, en een ietwat zoetig timbre.

Voor haar uitvoering van de Vier letzte Lieder van Strauss heeft zij, volkomen terecht, een Grammy Award gekregen en haar opname van Finse liedjes (alles op Ondine) hoort bij iedere liedliefhebber thuis.


Hugo Wolf
Italienisches Liederbuch
Soile Isokoski (sopraan), Bo Skovhus (bariton), Marita Viitasalo (piano)
Ondine ODE 998-2 (2cd’s)

Advertenties

Dietrich Fischer-Dieskau zingt liederen van Wolf en Reger

Wolf Reger fiDi

Liederen van Hugo Wolf behoren nog steeds niet tot de dagelijkse kost, en georkestreerd hoor je ze eigenlijk bijna nooit. De componist zelf heeft 24 van zijn liederen gearrangeerd, maar voor deze live opname is een selectie gemaakt van maar zeventien, waarvan er drie door resp. Günter Raphael, Max Reger en de Finse bas Kim Borg zijn georkestreerd. Ik vind het zonder meer mooi, maar gek genoeg wordt de angel, de bitterheid en de ernstige satire, de componist zo eigen, er iets minder voelbaar door.

Het ligt zeker niet aan de dirigent: Stefan Soltész heeft er duidelijk affiniteit mee. In 1990 was Dietrich Fischer-Dieskau al lang over zijn hoogtepunt heen en zijn – voor mij – hinderlijke manier om alles over te articuleren vind ik gewoon storend.

Op de tweede cd, met de orkestliederen van Max Reger (opname 1989) vind ik het minder hinderlijk, maar echt mooi? Reger behoorde niet tot Fischer-Dieskaus standaardrepertoire en ik denk niet dat hij erin geloofde. Op de een of andere manier komt het niet overtuigend over. Althans niet op mij.

Die liederen zijn eigenlijk geen liederen. Denk meer richting cantates, zeker ook omdat er in twee van de werken, ‘Der Einsiedler’ en ‘Het Requiem’ een groot aandeel is aan de – uitstekende, overigens – koren toebedeeld. Gerd Albrecht verricht wonderen met zijn Philharmonisches Staatsorchester uit Hamburg.

Beide cd’s zijn al eerder op de markt geweest, maar de combinatie van de twee componisten bij – en naast – elkaar biedt een verfrissende kijk op de manier hoe ze elkaar hebben beïnvloed.


HUGO WOLF
MAX REGER
Orkestliederen
Dietrich Fischer-Dieskau (bariton)
Münchner Rundfunkorchester olv Stefan Soltész
St. Michaelis-Chor en Monteverdi-Chor Hamburg
Philharmonisches Staatsorchester Hamburg olv Gerd Albrecht
Orfeo MP 1902