Ian_Bostridge

Britten, his songs and Ian Bostridge

JAMES GILCHRIST



Britten’s vocal oeuvre is almost inextricably linked with one singer, Peter Pears. For many years they were partners, both in art and in daily life. For Pears, Britten composed his songs and operas, and with his voice in his head, he made arrangements of English folk songs. So it is not easy, especially for an English tenor, to add something new and unique without going to extremes.



Robert Tear was a champion at that, as were Philip Langridge, Anthony Rolfe-Johnson and John Mark Ainsley.
James Gilchrist, too, is the prototype of an English tenor. His voice is sweet and a little dry, just on the borderline between a character tenor and a lyrical tenor. He strongly pronounces the consonants without being obtrusive, and he plays nicely with the text. His approach really suits the songs. That I am not unreservedly enthusiastic about the performance is due to Gilchrist’s low notes, which sound a bit too baritonal. Not bad in itself, but there I notice a certain disconnection between the two registers.

Anna Tilbrook is an ‘absent’ accompanist – she leaves everything to the tenor, but maybe it’s down to the recording.
The songs recorded by LINN (CKD 404) in 2012 cover ten of Britten’s composing years: from 1937 to 1947. Britten was 24 when he composed the cycle On this Island. In 1947, he was still a young man, but because of what happened in those years, he became an “early adult”.



THE CANTICLES


The Canticles were created over a period of more than 30 years and they do not form a real unity, although they have a few things in common: faith and (homosexual) love. They are wonderful songs, little operas really. Whether Ian Bostridge manages to live up to it all? At one time I thought so. When he just started singing, I thought his voice was beautiful and his diction and understanding of lyrics extraordinarily good. I have come back from that. His emphatic articulation has become more than annoying and his clearly audible enjoyment of his own voice is extremely irritating. It is a pity.

I also have some difficulty with the folk songs intended as encores, and that too is down to the singers. Christopher Maltman, despite his beautiful voice, is too neat and lacklustre, and David Daniels does not know what he is singing.


Ian Bostridge, David Daniels, Christopher Maltman
Timothy Brown (horn), Aline Brewer (harp), Julius Drake (piano)
Virgin Classics 5455252


BOSTRIDGE AND DEATH IN VENICE



And speaking of Bostridge… On 3 February 2009, Brussels’ De Munt gave a semi-concert performance of Britten’s Death in Venice at the RHC. The opera actually consists of one big monologue and the role of Gustav von Aschenbach is a real tour de force for a tenor.

Not so Ian Bostridge, for he sang and played mainly … being Ian Bostridge. Nowhere did he express any of an inner conflict. Was he at all confused by the infatuation that had suddenly come over him? It seems not; if he were in love at all it was surely only with himself. And there he stood, a slightly bored and blasé peacock, interested only in his own beautiful singing. He studied his nails extensively (even bit one off, I swear), for the rest he walked around a bit with his hands in his pockets. Did he even know what Britten’s razor-sharp and heartbreaking swan song was about?

But the rest of the cast was fantastic, with English baritone Andrew Shore leading the way. It was truly phenomenal how, with small steps and gestures, he could give shape to seven different characters and also colour them individually, so clever! The orchestra and choir (conductor Paul Daniel) were also fabulously beautiful.

More Death in Venice: Death in Venice: an autobiographical testament?


 Hoe één zanger geweldige opera om zeep kan helpen: Death in Venice uit Brussel in Amsterdam 2009

Opera concertante …
Daar is veel voor te zeggen. Doordat er geen regisseur aan te pas komt, word je niet afgeleid door rare beelden en er is geen discrepantie tussen wat je hoort en ziet. Je kunt je eigen fantasie gebruiken en je zo beter op de muziek en de zang concentreren. Amsterdam heeft een jarenlange traditie van de zaterdagmiddag matinee, waar geen één echte operaliefhebber aan voorbij kan gaan. Niet alleen is het programma zeer gevarieerd en spannend, ook de zangers (en dirigenten) zijn doorgaans van het hoogste niveau. Maar soms wordt je teleurgesteld

Op 3 februari 2009 gaf de Brusselse De Munt in het Concertgebouw een semi-concertante uitvoering van Britens Death in Venice. De opera bestaat eigenlijk uit een groot monoloog en de rol van Gustav von Aschenbach is een echte tour de force voor een tenor.

Ian Bostridge zong hem zonder meer goed, maar hij speelde voornamelijk zichzelf.. Nergens was er iets van de tweestrijd in zijn hoofd voelbaar. Verward door de hem plotseling overkomen verliefdheid? Welnee, als hij al verliefd mocht zijn dan was het op zichzelf. En dus daar stond hij dan, een lichtelijk verveelde en blasé ijdeltuit, die maar geïnteresseerd was in zijn eigen mooie zingerij. Al zijn aandacht besteedde hij aan zijn nagels die hij nauwkeurig bestudeerde, liep heen en weer met zijn handen in de zakken.

En daar gaat het in Brittens messcherpe en hartverscheurende zwanenzang niet over.

Maar de rest van de cast was fantastisch, met de Engelse bariton Andrew Shore voorop. Het was werkelijk fenomenaal hoe hij, met kleine pasjes en gebaartjes de gestalte kon geven aan zeven verschillende personages en ze bovendien individueel wist te kleuren. Knap hoor!

Ook het orkest en het koor (dirigent Paul Daniel) waren fabelachtig goed.

Death in Venice: een autobiografisch testament?

Immo Karaman regisseert Britten in Düsseldorf. Deel 3: Death in Venice

Britten, zijn liederen en Ian Bostridge

JAMES GILCHRIST

Het vocale oeuvre van Britten is vrijwel onlosmakelijk verbonden met één zanger, Peter Pears. Jarenlang waren ze partners zowel in de kunst als in het dagelijks leven. Voor Pears componeerde Britten zijn liederen en opera’s, en met diens stem in zijn hoofd  maakte hij arrangementen van Engelse volksliedjes. Het valt dus niet mee, zeker voor een Engelse tenor, om hier iets nieuws en eigens aan toe te voegen zonder in extremen te vervallen. Daar is Robert Tear kampioen in geweest, maar ook Philip Langridge, Anthony Rolfe-Johnson en John Mark Ainsley konden er wat van.

Ook James Gilchrist is het prototype van een Engelse tenor. Zijn stem is zoetig en een beetje droog, net op de grens tussen een karaktertenor en een lyrico. De medeklinkers worden door hem sterk geprononceerd zonder dat het opdringerig wordt en hij speelt mooi met de tekst. Het past ook bij de liederen. Dat in onverdeeld enthousiast ben over de uitvoering de uitvoering ligt aan Gilchrists lage noten, die klinken iets te baritonaal. Op zich niet erg, maar er ik merk een breuk tussen de twee registers.

Anna Tilbrook is een ‘afwezige’ begeleidster – zij geeft alle ruimte aan de tenor over, maar misschien ligt het aan de opname.

De liederen die LINN (CKD 404) in 2012 heeft opgenomen behelzen tien van Brittens componistenjaren: van 1937 tot 1947. Britten was 24 toen hij de cyclus On this Island componeerde. In 1947 was hij nog steeds een jonge man, maar door wat er in die jaren gebeurde, werd hij ‘vroegoud volwassen’.



THE CANTICLES


The Canticles ontstonden in een periode van meer dan dertig jaar en vormen geen echt geheel, al hebben ze een paar dingen gemeen: het geloof en de (homoseksuele) liefde. Het zijn wondermooie liederen, kleine operaatjes eigenlijk. Of Ian Bostridge het allemaal waar weet te maken? Ooit vond ik van wel. Toen hij pas begon met zingen vond ik zijn stem mooi en zijn dictie en tekstbegrip buitengewoon goed. Daar ben ik nu van teruggekomen. Zijn nadrukkelijke articuleren is meer dan hinderlijk geworden en zijn duidelijk hoorbare genot van eigen stem is buitengewoon irritant. Jammer.

Ook heb ik moeite met de als toegift bedoelde volksliedjes en ook dat ligt aan de zangers. Christopher Maltman is, ondanks zijn mooie stem, te netjes en weinig opwindend, en David Daniels weet niet wat hij zingt.

Ian Bostridge, David Daniels, Christopher Maltman
Timothy Brown (horn), Aline Brewer (harp), Julius Drake (piano)
Virgin Classics 5455252

BOSTRIDGE EN DEATH IN VENICE



En nu ik het toch over Bostridge heb… Op 3 februari 2009 gaf de Brusselse De Munt in het KCG een semi-concertante uitvoering van Brittens Death in Venice. De opera bestaat eigenlijk uit een groot monoloog en de rol van Gustav von Aschenbach is een echte tour de force voor een tenor.

Niet voor Ian Bostridge, want hij zong en speelde voornamelijk … Ian Bostridge. Nergens was er iets van die tweestrijd in zijn hoofd voelbaar. Verward door de hem plotseling overkomen verliefdheid? Welnee, als hij al verliefd mocht zijn dan was het op zichzelf. En daar stond hij dan, een lichtelijk verveelde en blasé ijdeltuit, die maar geïnteresseerd was in zijn eigen mooie zingerij. Hij bestudeerde uitgebreid zijn nagels (beet zelfs er één af, ik zweer het), voor de rest liep hij wat rond met de handen in zijn zakken. Zou hij hebben geweten waar Brittens messcherpe en hartverscheurende zwanenzang over gaat?

Maar de rest van de cast was fantastisch, met de Engelse bariton Andrew Shore voorop. Het was werkelijk fenomenaal hoe hij, met kleine pasjes en gebaartjes, de gestalte kon geven aan zeven verschillende personages en ze bovendien individueel wist te kleuren, knap hoor! Ook het orkest en het koor (dirigent Paul Daniel) waren fabelachtig mooi.




THOMAS ADÈS: The Tempest

untitled

De Brit Thomas Adès (1971) behoort tot de meest succesvolle jonge componisten. Geen wonder, want hij schrijft goede noten. Bovendien heeft hij wat te vertellen en dat verpakt het niet in een ontoegankelijke brij. Zijn muziek is spannend, prikkelend, vooruitstrevend en toch toegankelijk.

The Tempest, naar het toneelstuk van Shakespeare, beleefde zijn première in 2004. Bij de herneming in 2008 werd de opera live voor de cd opgenomen. Het is een beetje jammer dat we het beeld moeten missen, maar soms is het fijn om ook iets aan je fantasie over te laten.

De hoofdrol van de tovenaar Prospero wordt zeer overtuigend gezongen door Simon Keenlyside. Deze magnifieke  bariton klinkt, ondanks zijn lichte timbre, autoritair genoeg om vanaf het begin de hele (overigens schitterende!) cast te domineren.

Cyndia Sieden (Ariel) weet een esoterisch geluid met een weergaloos stemacrobatiek te combineren, een gave die je naar adem doet happen. Haar opkomstaria “Five fanthoms deep”, met maar liefst zeventien hoge e’s op een rij, maakt nog grotere indruk dan de beruchte aria van de Koningin van de Nacht.

Ik houd niet van Ian Bostridge’s gemaniëreerde, narcistische manier van zingen, maar voor de ijdeltuit van een Caliban klopt dat wonderwel.


Thomas Adès
The Tempest
Simon Keenlyside, Cyndia Sieden, Ian Bostridge, Kate Royal, Toby Spence, Philip Langridge, Donald Kaasch
The Orchestra of the Royal Opera House olv Thomas Adès
Warner Classics 5099969523427

Shakespeare songs door Ian Bostridge & Antonio Pappano: alleen al voor het repertoire zou je de cd willen hebben!

 bostridge

Deze cd met liederen naar de teksten van William Shakspeare had alles in zich om de cd van het jaar te worden. En wellicht zelfs meer, mits… mits de zanger van dienst iemand anders dan Ian Bostridge was.

Toen Bostridge nog aan het begin van zijn carrière stond vond ik zijn gemaniëreerde voordracht iets schattigs hebben. Doctorsbul in de geschiedenis verklaarde zijn neiging tot overintellectualisering en zijn neiging tot nonchalance nam ik op de koop toe. Het had iets verfrissends.

Tegenwoordig vind ik zijn manier van zingen alleen maar irritant en narcistisch. Zeker nu zijn stem nog dunner is geworden. Het is niet echt storend in de liederen van Byrd, Morley, Wilson of Johnson, maar in Korngold absoluut onaanvaardbaar.

Al in het openingsnummer ‘Come away Death’ van Gerald Finzi kan hij het niet laten om zich boven de componist te verheffen en voegt er accenten aan toe die er niet in staan.

Maar eerlijk is eerlijk: op den duur treedt er een soort gewenning op en let je minder op de zanger en meer op het repertoire. En die is niet mis, hier is goed over nagedacht. Alleen al daarvoor zou je de cd willen hebben.

De overgang van de Elizabethaanse luitsongs naar het in het Engels gezongen ‘An Sylvia’ van Schubert is niet minder dan geniaal en de luitbegeleiding van Elisabeth Kenny weergaloos. Om over de pianospel van Antonio Pappano maar te zwijgen.


SHAKESPEARE SONGS
Liederen van Finzi, Johnson, Gurney, Korngold, Schubert, Warlock, Britten, Quilter e.a.
Ian Bostridge (tenor), Antonio Pappano (piano), Elisabeth Kenny (luit), Adam Walker (fluit), Michael Collins (klarinet), Lawrence Power (altviool)
Warner 0825646106639 • 67‘