achtergrondartikelen

Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London

In 1957 verhuisde Benjamin Frankel naar Zwitserland. In Engeland, zijn vaderland, was hij voornamelijk bekend als filmcomponist. Geen wonder, want op zijn naam staat muziek voor meer dan 100 films, waaronder klassiekers als  The Seventh Veil, The Night of the Iguana en Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Zwitserland vond hij eindelijk de rust om zich met serieuze(re) muziek bezig te houden. In 15 jaar tijd (Frankel stierf in 1973) componeerde hij er o.a. acht symfonieën en een opera.

Benjamin Frankel werd geboren in Londen in 1906 in een Pools-Joods gezin. Op zijn veertiende ging hij in de leer bij een horlogemaker. Gelukkig voor hem werd zijn talent spoedig ontdekt.

Een tijdje speelde hij met het idee, om een Joodse componist alla Bloch te worden. Hij beschouwde zichzelf als een ‘Engelse Jood’ of een ‘Joodse Engelsman, wat hem er overigens niet van weerhield om met een niet Joodse vrouw te trouwen. Een daad, die een breuk met zijn familie veroorzaakte.

Zijn muzikale taal laat zich niet makkelijk omschrijven. In de jaren vijftig bestudeerde hij het serialisme en paste het geregeld toe in zijn eigen composities, toch klinken zijn werken nergens atonaal. Het mooiste voorbeeld hiervan is wellicht het altvioolconcert, zeer melodieus, romantisch en toch gebruikmakend van de twaalftoonstechniek.

Zijn vioolconcert componeerde Frankel – op diens verzoek – voor zijn vriend Max Rostal. De première vond plaats in 1951 op het  Festival of Britain. Het concert draagt de titel In Memory of Six Million en belichaamt Frankels persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de Europese Joden.

Het begin doet mij denken aan het vioolconcert van Korngold en in het vierde deel kom ik Mahleriaanse “deuntjes” tegen: er zit ook een citaat in uit “Verlorne Müh” uit diens Wunderhorn liederen

live opname door Max Rostal:

Ulf Hoelscher, die het concerto met Max Rostal heeft ingestudeerd speelt het virtuoos en met een intense betrokkenheid.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (viool), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra olv Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw

Frankels eerste drie strijkkwartetten werden voor het eerst uitgevoerd door het Blech Quartet in resp. 1947 en 1949, de première van het vierde werd in 1949 verzorgd door het piepjonge Amadeus Quartett (waar waren toen de opnametechnici?).

De gave van Frankel om luchtig met het serialisme om te gaan klinkt door in zijn vijfde strijkkwartet. Het uit 1965 stammende werk is het voorbeeld van de unieke vermogen van de componist om het atonale in een melodie om te zetten.


De onvolprezen firma CPO die Frankel’s muziek aan de wereld openbaarde verdient alle lof; ook voor de schitterende toelichtingen met muziekvoorbeelden geschreven door Buxton Orr, Frankel’s leerling en vriend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos-Quartett
CPO 999420

Festival Classique: van stad naar kust


Negen jaar lang huisde het Festival Classique in de Haagse binnenstad en de Hofvijver. Zijn tiende jubileum gaat het festival vieren in Scheveningen. Met meer dan honderd voorstellingen en concerten wordt het tien dagen lang feest op de Pier, aan de boulevard en in de haven. Én in het Kurhaus, waar op 17 en 18 juni de voorstelling Opera by the Sea” plaats gaat vinden.

Het is een meer dan heugelijk nieuws dat het Kurhaus weer wordt gebruikt voor muziek. Ooit was het Kurhaus dé plek voor concerten, waar veel beroemde kunstenaars en artiesten aan deel namen.

Wat dacht u van Vladimir Horowitz, Yehudi Menuhin, Maria Callas of Marlene Dietrich? Of het eerste optreden van de Rolling Stones in Nederland? Het was een concertzaal, waar de zomerconcerten van het Residentie Orkest plaatsvonden.

Nu komt het Residentie Orkest er terug, waar ze onder leiding van Antony Hermus de solisten Annemarie Kremer, Eric Laponte en Bastiaan Everink in operafragmenten Wagner, Bizet, Puccini, Britten en Bridge gaan begeleiden.

Een paar vragen aan de dirigent en de sopraan over hun collega’s, het festival en hun toekomstplannen

ANTONY HERMUS

 

“Bastiaan Everink ken ik goed. Met hem heb ik nu drie keer gewerkt: bij het concert van het Nederlands Concertkoor en het NedPho vorig jaar mei, waar we de Anne Frank Cantate van Hans Cox uitvoerden. Ook bij het Veerhavenconcert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. En laatst in februari in Enschede, waar we Wagner hebben gespeeld.

Met Eric Laporte heb ik een aantal keer gewerkt, o.a. in een productie van de Parelvissers in Dessau.

Met Annemarie heb ik nog nooit gewerkt, maar we willen al zo lang iets samen doen, dat dit natuurlijk een perfecte gelegenheid was!”

Hoe zit het met het programma? Wagner en Puccini hebben voor jou geen geheimen meer, denk ik, maar hoe is het met Britten en Bridge?

“Het programma is samengesteld door Annemarie Goedvolk, natuurlijk in nauw overleg met mij en de solisten. Britten heb ik al eerder gedirigeerd, Bridge nog niet. Beiden hebben geraffineerde instrumentaties die zeer precies tot klinken moeten worden gebracht! Het wordt een uitdaging waar ik mij enorm op verheug!”

“En tja, mijn plannen… Ik ben momenteel in Göteborg bezig met Macbeth, heb net aan de Komische Oper De Vampyr van Marschner gedaan, volgend jaar doe ik het Sluwe Vosje in Strasbourg. Verder ben ik volgend seizoen natuurlijk veel in Groningen bij het Noord Nederlands Orkest – o.a. Mahler 5, Mahler 1, Petrouchka, La mer. Ik doe volgend jaar ook Mahler 6 met het NJO, ga naar de BBC Philharmonic in Manchester, Orchestre de la Suisse Romande (2e x), Philharmonia London (3e x). Genoeg te doen dus!”

http://antonyhermus.com/

ANNEMARIE KREMER

 “Eric Laporte heb ik niet eerder ontmoet. Bastiaan Everink trouwens ook niet, maar we hebben al levendige telefoongesprekken gevoerd, over het vak gepraat en elkaar via FB veel aangemoedigd en bewonderd. Ik kijk er echt naar uit om met hem te zingen! Antony ken ik al heel lang, maar we hebben niet eerder samengewerkt. Wel waren we al een tijd bezig om – in plaats om het af te wachten – zelf iets te organiseren en van dat voornemen zijn deze concerten het resultaat. “

Butterfly heb je al veel en vaak gezongen, hoe zit het met Senta? Hoe zie je haar?

“Ik heb de rol ooit gestudeerd, maar haar nog niet op de Bühne gespeeld. Ik zie haar als een jonge meid die het ingeslapen dorp waar ze woont en de tradities die van haar enkel een traditionele vrouwenrol verwachten zat is. Haar vriendje is een vrij zwak en saai persoon en haar vader wil haar gewoon verkopen. Daar wil ze uit weg vluchten en het visioen en de legende van de zeeman in nood komen haar als geroepen. Zij wordt er door  geobsedeerd. Haar bestemming vindt zij in opofferingsgezindheid en mededogen Met niets anders achter zich dan dat vervelende dorp, de vader en het suffe vriendje, kiest ze voor de dood om de Holländer en daarmee zichzelf te verlossen.”

“Ik ben nu in Dresden voor ‘Mathis der Maler’ van Hindemith. Mijn rol, Ursula is die van een lyrisch- dramatische sopraan, alla Strauss/Wagner. Deze opera heeft niet de meest toegankelijke muziek, maar er zitten prachtige lijnen en grote contrasten in tussen lieflijk tot zeer dramatisch en zelfs bombastisch. De bekende Australische dirigente Simone Young pakt het groots aan, emotioneel. Ik geniet ervan om met haar te musiceren, ze fraseert heel goed, maar je moet haar wel voortdurend in het oog houden, ze doet het altijd weer een beetje anders. Zij heeft mij persoonlijk uitgekozen voor Ursula omdat ze iets in mijn stem herkende als het typische Strauss-sopraan- geluid, ze is ook heel enthousiast over mijn vertolking van de rol. Young kun je een “Mathis-specialist” noemen, zij heeft deze opera al een aantal keren eerder gedirigeerd.

We zijn hier in Dresden neergestreken voor een paar maanden met ons gezin, man Gerard en hond Lou, in het hippe deel van de stad, “Neustadt’ en wandelen tussen de repetities door langs de Elbe met aan de overkant de imposante skyline van de (na de bombardementen overgebleven) historische kern van Dresden. Het werken aan de Semperoper is heel speciaal, je voelt de historie in dit theater. Ik werd hier als een echte ster onthaald, heel erg leuk. Het klikt ook met de andere solisten, ik heb het hier erg naar mijn zin.

Nu nog de verwachtingen waarmaken in de komende première op zondag 1 mei, maar daar heb ik alle vertrouwen en veel zin in!”

Kremer als Ursula in ‘Mathis der Maler in Dresden:

Wat zijn je plannen en wanneer kunnen je weer in Nederland bewonderen?

“Over komende projecten in Nederland kan ik kort zijn. Er werden mij de 4 Letzte Lieder van Strauss het Nationaal Ballet in Amsterdam bij aangeboden, iets wat ik heel graag wilde doen, maar ik was al bezet want dan zing ik Marie/ Marietta (Die Tote Stadt van Korngold) in Teatro Colon in Buenos Aires. Ik zal bij het Gelders Orkest de Nieuwjaars concerten zingen met een heel mooi programma, daar heb ik veel zin in. Meer is er niet, ook niet bij de Nationale Opera. Pierre Audi was ontzettend enthousiast over mijn Butterfly die hij in Carre heeft gezien en zei dat hij heel graag met mij wilde werken, maar tot nu toe heb ik nog niets gehoord.”

“Verder staan onder andere Butterfly aan de opera van Tel Aviv; Salome in Hannover, Essen en Leipzig; Marschallin (Der Rosenkavalier) in Beijing in de komende jaren op het programma. Kortgeleden heb ik gehoord dat de opera die ik aan de MET zou doen in 2018 –La Clemenza di Tito– ik zou Vitellia doen, in de ijskast is gezet vanwege de gezondheid en positie van James Levine, hij zou het dirigeren. Daarnaast ben ik door de MET gevraagd om hun Salome in december dit jaar te coveren, maar daar heb ik vanaf gezien omdat ze me geen voorstelling konden garanderen omdat t contract met Catherine Naglestadt al lang vast stond. Ioan Holender had me bij hen aanbevolen als Salome. Mijn debuut bij de MET laat dus nog even op zich wachten!”

Kremer als Salome in Napels:

“Overigens: ik vind het superleuk om in het Kurhaus te komen zingen, daar heeft mijn man me in 1998 ten huwelijk gevraagd! Dat geeft deze concerten een romantisch randje, we zijn namelijk nog altijd heel gelukkig getrouwd!”

http://www.annemariekremer.nl/welcome.html

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

Een gewetensvraag: bestaat er zoiets als Joodse muziek? Zo ja: wat is het? Is het de klezmer?  De chassidische nigoenim? De Spaanse romanceros, de Jiddische liedjes, de synagogale gezangen, de psalmen? En: kan klassieke muziek Joods zijn? Ligt het aan de componist? Is de muziek Joods als de componist Joods is? Of ligt het aan de door hem/haar gebruikte thema’s? Een kleine zoektocht.

Muziek speelde een belangrijke rol in het leven van de oude Hebreeërs. Net als de meeste volkeren van het Oosten waren zij zeer muzikaal en muziek, dans en gezang waren voor hen van groot belang: zowel in het dagelijkse leven als in de synagogale diensten. Men bespeelde ook verschillende instrumenten: zo nam één van de vrouwen van Solomon meer dan duizend verschillende muziekinstrumenten uit Egypte mee.

Na de vernietiging van De Tempel verdwenen – op de sjofar na – alle instrumenten uit de synagogen en pas in de XIX eeuw keerden zij er terug.

Er bestaat helaas weinig geschreven muziek van voor het jaar 1700. Wel werd in 1917 het tot nu toe oudst bekende muziekmanuscript gevonden – het dateert van ±  1100.

 KOL NIDRE

Het bekendste gebed uit de joodse liturgie is ongetwijfeld Kol Nidre: verzoek om vergeving en om nietigverklaring van alle geloften gedaan jegens God en jegens zichzelf die men gedurende het afgelopen jaar op zich heeft genomen.

Het gebed zou nog voor de verwoesting van de Tempel zijn ontstaan, maar er bestaan ook legenden die de oorsprong van het gebed in de handen leggen van de Maranen (Spaanse Joden, die zich onder dwang van de inquisitie tot het katholieke geloof bekeerden, maar in het hart Joods bleven): zo werd de vergeving gevraagd voor de gedwongen gemaakte geloftes.

Zeker is dat Rabbi Jehuda Gaon al in 720 de Kol Nidre introduceerde in zijn synagoge te Sura. Het is ook een feit dat de melodie, zoals wij die kennen, enige verwantschap vertoont met een bekend Catalaans lied. In de loop der jaren werd het door verschillende voorzangers bewerkt, de bekendste versie stamt uit 1871 en werd gemaakt door Abraham Baer.

De melodie  werd een inspiratiebron voor vele componisten: de bekendste ervan is het werk voor cello en orkest van Max Bruch.

De motieven van Kol Nidre vinden wij ook in de symfonie van Paul Dessau en in het vijfde deel va het strijkkwartet op. 131 van Ludwig van Beethoven. En dan moeten wij ook het “Kol Nidre” van Arnold Schönberg voor spreekstem, koor en een orkest niet vergeten. Hij componeerde het in 1939, op bestelling van een van de Joodse organisaties.

http://www.schoenberg.at/index.php/de/joomla-license-sp-1943310035/kol-nidre-op-39-1938


INVLOEDEN

Joodse volksmuziek is niet onder één noemer te brengen en kent een tal van tradities: na hun verstrooiing belandden Joden in verschillende delen van Europa, Azië en Afrika.

De grootste ontwikkeling van de eigen cultuur manifesteerde zich merkwaardig genoeg in de centra, waar Joden de minste vrijheid hadden. Joodse volksmuziek was dus eigenlijk muziek van het getto. Daar, waar Joden in een redelijke vrijheid leefden, vervaagde hun eigen “ik”.

In de landen rondom de Middellandse Zee woonden de zgn. Sefardim (van Sfarad, Hebreeuws voor Spanje). Hun romanceros zongen zij in het ladino, een soort verbasterd Spaans. Na hun verdrijving uit Spanje en later uit Portugal werden zij beïnvloed door de muziek van hun nieuwe gastland.

Hieronder: ‘Por Que Llorax Blanca Nina’, een Sefardisch lied uit Sarajevo

In landen zoals Polen en Rusland leefden Joden in een voortdurende angst voor vervolgingen die niet zelden ontaardden in pogroms. Als een soort “tegenreactie” ontstond er het chassidisme, een beweging die gebaseerd was op het  mysticisme, spiritualisme en magische doctrines. Het verkondigde de levensvreugde, een soort van gelukzaligheid, die bereikt kon worden door middel van muziek, dans en gezang. Alleen zo kon het directe contact met God bereikt worden. Chassidische muziek werd sterk beïnvloed door de Poolse, Russische en Oekraïense folklore. Met later ook de muziek van vaudevilles en de walsen van Strauss. Het karakter van de werken bleef echter Joods.

Bratslav nigun – Jewish tune of Bratslav (by Vinnytsia), Ukraine:

Op hun beurt hebben de chassidische melodieën enorme invloed op klassieke componisten gehad: denk alleen al aan Baal Shem van Ernest Bloch of  Trois chansons hebraïques van Ravel.

Hieronder: Isaac Stern speelt ‘Baal Shem’ van Bloch:

   JOSEPH ACHRON

joods-achron

Courtesy of the Department of Music, Jewish National & University Library, Jerusalem, Achron Collection.

Arnold Schoenberg zei ooit over hem, dat hij de meest onderschatte onder de hedendaagse componisten was. Hij roemde zijn originaliteit, en was er zeker van dat zijn muziek een absolute eeuwigheidswaarde had. Toch is Joseph Achron niet echt beroemd geworden.

De doorgewinterde vioolliefhebber kent ongetwijfeld  zijn Hebrew Melody:  een zeer geliefde toegift uit het repertoire van menig violist, te beginnen met Heifetz. Het werk is geïnspireerd op een thema die Achron ooit in een synagoge in Warschau hoorde toen hij

nog maar een kleine jongen was. Hij schreef het in 1911, het was één van zijn eerste composities en tevens zijn ‘kleur bekennen’: hij werd lid van de Vereniging voor de Joodse Muziek.

Zijn loopbaan als componist begon echter pas in de jaren twintig. In St. Petersburg sloot hij zich aan bij de componisten die verenigd waren in de “Nieuwe Joodse School”. In 1924 maakte hij reis van enkele maanden naar Palestina, waar hij niet alleen optrad, maar ook  alle volksmuziek verzamelde, die hij tegenkwam. De aantekeningen die hij toen maakte, werden later in zijn composities gebruikt, zo zijn er in zijn vioolconcert op. 30 enkele Jemenitische thema’s te bespeuren. In de jaren dertig vluchtte hij, gelijk Schoenberg, Korngold en veel andere Joodse componisten uit Europa, naar Hollywood, waar hij in 1943 overleed.

Jossif Hassid speelt Jewish Melody van Achron:

 EEN EIGEN JOODS GELUID

Al tegen het einde van de negentiende eeuw ontstond er in Petersburg (en later ook in Moskou) een Joodse nationale school van de muziek. De componisten erin verenigd trachtten muziek te componeren, die trouw zou zijn aan hun Joodse wortels.

De belangrijkste vertegenwoordigers ervan waren, behalve Joseph Achron, Michail Gnessin en Alexandr Krein.Hun muziek was verankerd in de Joodse tradities van voornamelijk een chassidische nigoen (melodie).

De beweging bleef niet beperkt tot Rusland, denk aan de Zwitser Ernest Bloch en de Italiaan Mario Castelnuovo–Tedesco die op zoek naar hun roots een volkomen eigen, ‘Joodse stijl van componeren’ hebben ontwikkeld.

Synagogale gezangen vormden inspiratiebron voor o.a. Sacred Service van Bloch, Sacred Service for the Sabbath Eve van Castelnuovo-Tedesco, Service Sacré pour le samedi matin van Darius Milhaud en The Song of Songs van Lucas Foss.

Hieronder Darius Milhaud: Service Sacré pour le Samedi Matin


Castelnuovo-Tedesco greep ook naar de oude Hebreeuwse poëzie van de dichter Moses-Ibn-Ezra, die hij gebruikte voor zijn liederencyclus The Divan of Moses Ibn Ezra:


 In USA was het (onder anderen) Leonard Bernstein, die heel bewust joodse thema’s in zijn muziek ging toepassen (3e symfonie, Dybbuk Suite, A Jewish Legacy).

Minder bekend zijn Paul Schoenfield en zijn prachtige altvioolconcert King David dancing before the ark:

En Marvin David Levy die sefardische motieven gebruikte in zijn cantate ’Canto de los Marranos’:

De Argentijn Osvaldo Golijov (1960, La Plata) weet in zijn – zowel klassieke als filmcomposities Joodse liturgische muziek en klezmer met de tango’s van Astor Piazzolla te combineren. Hij werkt vaak met de klarinettist David Krakauer en voor het Kronos Quartet heeft hij een zeer intrigerend werk ‘The Dreams and Prayers of Isaac the Blind’ gecomponeerd:


  DMITRI SJOSTAKOWITSJ

shosty

Wat voor reden de niet Joodse Sjostakowitsj had om joodse elementen in zijn muziek te gebruiken is niet helemaal duidelijk, maar het leverde in ieder geval prachtige muziek op. Zijn piano trio op.67 schreef hij al in 1944. Bij de eerste uitvoering ervan, moest de laatste, het ‘Joodse deel’ herhaald worden. Het was tevens de laatste keer dat het gespeeld werd tijdens het stalinisme.

In 1948 componeerde hij een liederencyclus voor sopraan, mezzosopraan en tenor Uit de Joodse Volkspoëzie – inmiddels al vele malen opgenomen en (terecht!) zeer geliefd.

Oude Melodia opname van de cyclus:

In 1962 componeerde hij de 13esymfonie de Babi Jar, naar en gedicht van Jevgenij Jevtoesjenko Babi Jar is de naam van een ravijn in Kiev. In 1941 werden er door de nazi’s meer dan 100.000 Joden vermoord.


In 1990 werd de stichting The Milken Archive of American Jewish Music opgericht om alle schatten van de Joodse muziek, ontstaan in de loop van de Amerikaanse geschiedenis, op te nemen. Het archief bestaat inmiddels uit (onder andere) meer 700 opgenomen muziekwerken, verdeeld in 20 thema’s.

De cd’s worden wereldwijd gedistribueerd door een budgetlabel Naxos. Niemand, die geïnteresseerd is in de (geschiedenis van) Joodse muziek kan daar omheen.

* Deze zin staat vermeld op de herinneringssteen, die op de begraafplaats Muiderberg is geplaatst, ter nagedachtenis aan de door de nazi’s vermoorde dirigent Sam Englander en zijn Amsterdamse Joodsche Koor van de Grote Synagoge

Deutsche übersetzung: SEIN LIED SOLL NICHT VERSTUMMEN *

In English:  HIS SONG WILL NOT BE SILENCED *

Dromen zijn bedrog

krasa-cover

Stel je voor: je bent jong, mooi en heimelijk verliefd op een revolutionair, die op zijn sterfbed ligt. Jullie verhouding is ‘not done’ en een huwelijk uitgesloten. Je woont in een kleine stad, waar geen toekomst voor je is.

Op een dag dient zich een prins aan. Het is waar: hij is oud en versleten. Zijn baard en snor zijn vals, hij draagt een pruik en is een beetje kinds. Maar hij is rijk en eigenlijk best aardig. Van zijn geld kun je je geliefde naar de Spaanse zon sturen, waar hij beslist beter zal worden. En als de prins sterft staat niets je meer in de weg om te huwen wie je wilt. Hiervoor wil je je toch best opofferen, nietwaar?

Marja Alexandrowna is een sluwe vrouw. Zij weet hoe zij haar dochter Sina zo ver kan krijgen, dat zij instemt met haar plannetje om de prins aan de haak te slaan (al is het met tegenzin). De prins krijgt een forse maaltijd voorgeschoteld, rijkelijk besprenkeld met wijn. Sina zingt een aria, de prins krijgt nog een likeurtje toe, en ja hoor: hij vraagt om Sina’s hand. Helaas, alles loopt in de soep.

Paul, een ver familielid van de prins en verliefd op Sina, en Nastassja, een arme verwante van Marja Alexandrowna en zelf in de prins geïnteresseerd, gooien roet in het eten.

Als de prins van zijn dutje ontwaakt neemt hij gaarne van Paul aan dat zijn aanzoek slechts in een droom plaats vond. Intussen zorgt Nastassja er voor dat alle dames van het stadje van het voorval op de hoogte worden gebracht. Moeder en dochter worden uitgelachen, Sina biecht het vooropgezette plan toe, de prins vergeeft  het haar en vertrekt. En intussen sterft Sina’s geliefde.

De Verlobung im Traum is een bijzondere opera. De handeling is gevat in een raamvertelling. Het verhaal wordt ons verteld door een archivaris van Mordasov. In de proloog stelt hij de hoofdpersonen aan ons voor, in de epiloog horen wij hoe het met Sina en haar moeder verder afloopt. Het verhaal, letterlijk naar Dostojewski’s Ooms droom werd tot een libretto verwerkt door Rudolf Fuchs en Rudolf Thomas.

Trailer van de uitvoering in Karlsruhe in 2014:

Verlobung im Traum werd in 1933 onderscheiden met de Staatsprijs voor de Compositie en in hetzelfde jaar werd het ook uitgevoerd: eerst voor de Praagse Radio en een paar maanden later in het Duitse Theater in Praag. Georg Szell dirigeerde en Hilde Konetzny zong Sina. Het succes was groot, maar verdere uitvoeringen waren uitgesloten. Het was immers al 1933.

De muziek is nergens atonaal, men bespeurt sterke invloeden van Poulenc, maar ook Mahler komt om de hoek kijken. Krása strooit rijkelijk met jazz invloeden en de saxofoon neemt een prominente plaats in het orkest. Het meest opmerkelijk is wellicht het ‘wraak-duet’ aan het eind van de eerste akte: een ironische  vervanging van het gebruikelijke ‘liefdesduet’?

Anda-Luise Bogsa zingt Sina:

En dan hebben wij nog ‘Casta Diva’: Sina, in haar poging om de prins te verleiden zingt de prachtige aria uit Bellini’s Norma. In plaats van het oorspronkelijke koor, krijgen wij een kwintet: de moeder, de prins en de achter het scherm afluisterende Nastassja en Paul leveren elk hun commentaar op Sina’s gezang.

krasa6

Hans Krása in Teresienstadt tijdens een concert gedirigeerd door Karel Ancerl

De in 1899 geboren Krása was een echte bon-vivant. Zijn dagen bracht hij door in het koffiehuis, in de opera of schakend met zijn vriend Thomas. Voor het componeren bleef weinig tijd over.

Op uitnodiging van zijn geestverwanten van Les Six verbleef Krása korte tijd in Parijs, maar de heimwee naar Praag was sterker. Hij keerde terug naar zijn vaderland, net op tijd om naar Teresienstadt gestuurd te worden. Op 17 oktober 1944 werd hij in Auschwitz vergast, samen met o.a. Pavel Haas en Gideon Klein.

 “Das schönste sind im Leben diese Träume, die erfüllen, was unerfüllbar ist”

Hans Krása
Verlobung im Traum
Christianne Berggold, Charlotte Hellekant, Juanita Lascarro, Jane Henschel, Albert Dohmen e.a.
Ernst Senff Chor Deutsches Symphonie-Orchester Berlin olv Lothar Zagrosek
Decca 4555872

Meer over ‘Theresienstadt- componisten’:

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

.

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Muziek kan je leven redden. Letterlijk. Anita Lasker-Wallfisch heeft Auschwitz overleefd. En ook Bergen Belsen. Dat het door de muziek komt, dat weet zij zeker. Zij was 16 toen zij opgepakt werd. Haar ouders waren toen al dood, maar dat wist zij nog niet.

wallfisch100_v-panorama

Jonge Anita speelde cello en eenmaal in Auschwitz werd zij ingezet in het Vrouwenorkest, dat geleid werd door Alma Mahler, het nichtje van Gustav. Na de oorlog kwam ze naar Londen, trouwde met de pianist Peter Wallfisch en was een medeoprichtster van het English Chamber Orchestra.

Haar zoon, Raphael is ook een cellist. Een beroemde ook nog, met veel opnamen op zijn naam. En zijn zoon, Benjamin, is een dirigent. Vader en zoon Wallfisch hebben samen een opname gemaakt, die zij aan hun in de kampen gedode familieleden hebben opgedragen. De cd is vlak voor de Holocaust Memorial Day op 27 januari 2014 uitgebracht.

Walfisc

Het is een verrassende cd geworden, want naast – bijna vanzelfsprekende – Bloch’s Schlemo staat er ook diens  zelden gespeelde Voice in the Wilderness bij en Ravel’s  Kaddish  volgt op André Caplet’s Epiphanie (d’apre une légende éthiopienne).

Dat laatste ontgaat mij een beetje, het voelt als een vreemde eend in de bijt. Ik moet ook eerlijk bekennen dat ik geen affiniteit met het werk heb. Het kabbelt maar voort. Daarvoor in de plaats had ik liever Baal-Shem van Bloch gehoord.
Of iets van Joseph Achron. Of van Alexander Krein.

Of de andere twee van Ravel’s Mélodies hébraique. En al prefereer ik de gezongen versie van ‘Kaddish’ (mag ik een aanbeveling doen? Gerard Souzay!) dan moet ik bekennen dat Raphael Wallfisch met zijn cello mijn hart heeft gestolen. Maar het allermooiste vind ik het orkest. Zacht. Lief. Liefdevol.

 

ERNEST BLOCH

Wallfisch Bloch

Ernest Bloch

Vaak wordt mij gevraagd of er zoiets bestaat als Joodse muziek …. Nou en of!
Neem alleen maar Ernest Bloch. Hij werd geboren in 1880 in Genève in een geassimileerd gezin. Rond zijn vijfentwintigste raakte hij geïnteresseerd in alles wat met het Jodendom te maken had en vertaalde het in zijn taal – muziek.

“Ik ben geïnteresseerd in de Joodse ziel” schreef hij aan Edmund Fleg, voorzanger en librettist van zijn opera Macbeth. “Dat alles wil ik in muziek vertalen”.

Hij ontwikkelde een zeer eigen stijl: zijn composities geven de sfeer weer van Hebreeuwse gezangen, zonder het in feite te zijn. Het was namelijk zijn bedoeling niet om oude Hebreeuwse muziek te reconstrueren, maar om zijn eigen, goede muziek te schrijven, want, zoals hij zei, hij was geen archeoloog. Het is hem gelukt.

Hieronder vertelt Raphael Wallfish over zijn opname:

Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rapsodie hébraïque
André Caplet – Epiphanie (dápres une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales olv Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

 

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden

JASCHA NEMTSOV en de Joodse muziek

SZYMON LAKS. Muziek uit een andere wereld

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?

 

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

entart

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw kwam muziekminnend wereld (en hier bedoel ik niet alleen de luisteraars, maar ook de publicisten, recensenten en muziekdeskundigen mee) er achter dat er meer was tussen hemel en aarde, of, nu wij het over muziek hebben: tussen Strauss en Stockhausen. Men begon zich te realiseren dat er een hele generatie componisten uit de geschiedenisboeken en concertpodia was gewist. Zo maar. En het was niet alleen de schuld van de nazi’s.

In 1988 werd de tentoonstelling ‘Entartete Muziek’ in Düsseldorf opgezet, precies 50 jaar na de oorspronkelijke Nazi-vertoning. De tentoonstelling heeft ook andere steden, waaronder ook Amsterdam, aangedaan en werd de aanzet tot het stellen van vragen.

entart-du

De term ‘entartet’ (ontaard) werd niet door de nazi’s uitgevonden. Al in de negentiende eeuw werd het gebruikt in de criminologie, het betekende zoiets als “biologisch gedegenereerd”. De term werd gretig door de machthebbers van de Derde Rijk geleend om de kunstuitingen te verbieden die zij ‘onarisch’ vonden. Modernisme, expressionisme, jazz  En alles wat met Joden te maken had, want die waren bij voorbaat al gedegenereerd, als ras dan.

entertet zwe vielschreiber

Wat als verbod was begonnen ontwikkelde zich al gauw tot uitsluiting en resulteerde in moord. Degenen die het gelukt was om naar Amerika of Engeland te vluchten hebben de oorlog overleefd. Wie in Europa was gebleven was gedoemd.

Vele, voornamelijk Tsjechische componisten werden via Terezín naar de vernietigingskampen gedeporteerd, velen belandden daar rechtstreeks. Na de oorlog werden ze totaal vergeten, en zo voor de tweede keer vermoord. Wie het overleefde werd voor hopeloos ouderwets uitgemaakt en niet gespeeld.

Het was pas eind jaren tachtig, dat er besef kwam dat Korngold meer was dan een componist van Hollywod-scores; dat zonder Schreker en Zemlinski er waarschijnlijk ook geen Strauss was geweest en dat Boulez en Stockhausen niet de eersten waren die met serialisme speelden. De kentering kwam voor de meeste van de overlevenden te laat …

 In Duitsland werd een stichting Musica Reanimata opgericht, maar ook Nederland bleef niet achter. Onder de naam Musica Ritrovata hebben een paar enthousiastelingen een poging gewaagd om de muziek terug naar de concertpodia te brengen.

Dat het lukte, was mede aan Channel Classics te danken. De Nederlandse cd-label, opgericht door Jared Sachs was de allereerste die de muziek van “vergeten” componisten begon op te nemen.

Al in al 1991 en 1992  hebben ze vier cd’s uitgebracht met de muziek van de “Theresienstadt – componisten” van wie men bijna nooit eerder had gehoord: Gideon Klein, Hans Krása, Pavel Haas, Viktor Ullman… En dat, terwijl de laatste drie toch echt een begrip waren, vóór de oorlog. Gideon Klein had de kans niet gehad– hij werd al op zijn 24-ste vergast.

HANS KRÁSA

entartete brundibar

 

De eerste vier cd’s van Channel Classics waren echt pionierswerk.

Van Hans Krása werd in Praag de kinderopera Brundibar opgenomen. De opera werd nog al voor de oorlog gecomponeerd, maar zijn première vond plaats in Terezín, in 1943.

 

De cd (CCS 5198) werd gecombineerd met liederen van Domažlicky. Geen hoogvlieger, maar zonder meer interessant.

 

krasa

Geweldig daarentegen is de opname van Krása’s kamermuziek door het La Roche Quartet (CCS 3792), wellicht de beste uitvoering die er van bestaat:

PAVEL HAAS

haas

Van alle leerlingen van Janácek, slaagde Pavel Haas er het beste in de invloeden van zijn leraar met een eigen muzikale taal te combineren. Op verzoek van de bas Karel Berman schreef hij in 1944 Vier liederen bij de  Chineze gedichten. Berman, die de oorlog overleefde, heeft ze samen met zijn eigen liederen (CCS 3191) opgenomen.

Hieronder zingt Berman ‘Far Away Is The Moon Of Home’:

 

GIDEON KLEIN

entartete klein

Maar het mooiste vind ik de opname met, naast het derde strijkkwartet van Victor Ulmann, vier werken van de 24-jarige Gideon Klein. Luister naar zijn Trio en huiver (CCS 1691)

 

SCHULHOFF, WOLPE AND KOFFLER. EN MEER

entartete griebel schulhoff

Channel Classics gaat door – nu in samenwerking met de onvolprezen Werner Herbers en zijn Ebony Band. Door hem zijn er veel componisten meer dan een vermelding in de Wikipedia geworden. Denk aan Schulhoff: u kent toch wel zijn cd met door Dada geïnspireerde werken , met de tekeningen van Otto Griebel?)

Hieronder: Ebony Band speelt H.M.S.Royal Oak, jazzoratorium van Schulhoff

 

entart-ebon

Denk aan Joseph Wolpe van wie hij tijdens  het HF de opera Zeus und Elida heeft uitgevoerd en wiens muziek hij nog steeds opneemt – de nieuwste  heet Dancing.

Hieronder speelt Ebony Band Tanz (Charleston) van Wolpe:

Behalve Wolpe, Milhaud en Martinů staan er werken van Emil František Burian en Mátyás Seiber op.

 

entartkof

En denk aan Poolse Józef Koffler, de eerste Poolse componist die de dodecafonie heeft gebruikt. Koffler werd samen met zijn familie door de Nazi’s vermoord, waarschijnlijk in de stad Krosno. Zijn strijktrio en de prachtige cantate Die Liebe (gezongen door Barbara Hannigan) staat naast het Quintet van de andere onbekende Pool, Konstanty Regamey (CCS 31010)

Hieronder ‘Die Liebe’ (Miłość):

 

DROMEN ZIJN BEDROG

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

TUSSEN TWEE WERELDEN