Brett_Dean

Brett Dean’s Hamlet Live in HD

Tekst: Peter Franken

De Australische componist Brett Dean (1961) heeft zich gewaagd aan zo mogelijk Shakespeare’s beroemdste titel en zo bestaat er nu eindelijk een eigentijdse operaversie van dit toneelstuk, na die van Thomas uit 1868. Deze grand opéra moet de toeschouwer volledig uit het hoofd zetten maar de vergelijking met Shakespeare kan zonder meer worden gemaakt.

Samen met librettist Matthew Jocelyn heeft Dean het stuk teruggebracht tot 12 scènes waarin het taalgebruik zoveel als voor een hedendaags publiek mogelijk het origineel probeert te benaderen. Het resultaat is een boeiend stuk muziektheater, bij vlagen zelfs erg spannend ook al weet iedereen natuurlijk al wel hoe het gaat aflopen. De productie die vanuit de Met werd vertoond op 4 juni is een overname van Glyndebourne waar de opera in 2017 in première ging. De cast is grotendeels dezelfde gebleven met tenor Allan Clayton in de titelrol.

Trailer uit Glyndebourne;

Zijn Hamlet is van meet af aan een complete outsider, benadrukt door zijn afwijkende kleding. In de openingsscène zien we hem aan een banket met alle aanwezigen gekleed als ware het een feest in Monaco ten tijde van Rainier en Grace. Clayton loopt erbij alsof hij toevallig is komen binnenwandelen, geheel in het zwart met een korte overjas. En onmiddellijk gaat hij zingend en spelend in overdrive, bij vlagen zoals we dat kennen van iemand als Michael Wilmering. Hij schoffeert de binnenkomende Claudius en Gertrude, zijn stiefvader en moeder, en banjert over de gedekte tafel tot verbijstering van de gasten die eraan zijn gezeten.


De toon is volledig gezet, Hamlet is behoorlijk van het pad, zozeer dat zelfs het schuldige koningspaar zich niet goed kan voorstellen waar dat door komt. Immers, er gaan toch altijd vaders dood, zo werkt de natuur. En dat zijn moeder met haar zwager is getrouwd is slechts een oud bijbels gebruik, get over it.

In een volgende scène met zijn vriend Horatio, mooie rol van Jacques Imbrailo die hier vooral door zijn kapsel het evenbeeld van Britten lijkt, kalmeert Hamlet een beetje. Jocelyn laat hem hier als een soort terzijde een paar bekende citaten uit het toneelstuk debiteren, om er maar vanaf te zijn. Immers, het publiek verwacht toch ook een stukje authentiek Shakespeare.

Alan Clayton (Hamlet) zingt ‘To be or not to be’:

Het verschijnen van de geest van zijn vader is de opmaat voor de fatale afloop. Niet alleen is er nu sprake van onvermogen met de nieuwe situatie om te gaan, zijn geliefde moeder in bed met een ander dan zijn vader, alsof zijn eigen plek ingenomen. Maar ook de kennelijke moord die eraan vooraf ging, zijn moeder als medeschuldige, de roep om wraak.

Hamlet geraakt in een existentiële crisis waaruit hij zich aanvankelijk een weg probeert te banen ten koste van Ophelia. Ze was zijn vriendinnetje, later zijn partner. In haar waanzin aria windt Ophelia er geen doekjes om, ze deelden al langer het bed, alleen een huwelijk was er nog niet van gekomen. En nu stoot hij haar af: ga naar een nonnenklooster. Ik heb nooit van je gehouden. Het levert een prachtige scène op tussen die twee, waarin Brenda Rae zich niet onbetuigd liet als de verstoten geliefde.

De muziek is modern tonaal, doorontwikkeld Britten met een flinke dosis Adès. Ophelia krijgt natuurlijk een reeks stratosferische noten te zingen maar daar heeft Rae geen moeite mee. Verder is er echter van onnodig hoge noten geen sprake, de zangers kunnen op dat punt redelijk binnen hun comfortzone blijven.

Maar goed ook want acterend wordt er nogal wat van hen gevergd. Vooral voor Hamlet is het een tour de force, in 10 van de 12 scènes staat Clayton op het toneel. Door de close ups krijg je goed te zien wat hij allemaal in zijn spel legt, lijkt soms wel een zwijgende versie van iemand met Tourette.

Muzikaal is het erg gevarieerd, vaak dreigend maar soms ook onbekommerd vrolijk. Als het theatergezelschapje opkomt klinkt er accordeon muziek en dat wordt later in een andere scène nog eens herhaald. Door musici links en rechts op de balkons te plaatsen komen ontregelende klanken uit alle hoeken zo lijkt het. In de bioscoop was dat ook prima te horen.

Ongebruikelijke instrumenten zoals een tam tam, schuurpapier en een knikker in een kom werken vervreemdend. Evenals een achtkoppig koortje in de orkestbak dat een woordloze vocale bijdrage levert als waren het een extra instrument.

Jocelyn biedt veel ruimte aan de bijfiguren die in de Hamlet van Thomas geen plaats hebben gekregen. Zo is er een soort Jansen en Jansen act van Rosencrantz en Guildenstern, twee countertenors die bestudeerd asynchroon steeds hetzelfde willen zingen, leuke rollen van Aryeh Nussbaum Cohen en Christopher Lowrey. Verder William Burden als de van zichzelf vervulde Polonius wiens dood de fatale afloop inluidt.

David Butt Philip haalde werkelijk alle uit de rol van Laertes die Hamlets dood wenst om die van zijn vader en zuster Ophelia te wreken. Het leidde tot een bloedstollend degengevecht tussen die twee dat voor een leek niet van echt te onderscheiden was. Gevechtscoach Nicholas Hall moet er zijn handen vol aan hebben gehad.

John Relyea vertolkte zowel de geest van Hamlets vader als de leider van de toneeltroupe en de grafdelver. Vooral in die tweede rol vond ik hem uitblinken.

En het malafide koningskoppel kwam voor rekening van Rod Gilfry en Sarah Connolly. Gilfry was als Claudius op zijn best in de scène waarin hij samenzweert met Laertes en Connolly in de scène met Hamlet als hij haar confronteert met haar medeplichtigheid aan zijn vaders dood. In plaats van die man neer te steken wordt zoals bekend de meeluisterende Polonius het slachtoffer van Hamlets adrenaline stoot.

Regisseur Neil Armfield werd bijgestaan door Raph Meyers (decor), Alice Babidge (kostuums) en Jon Clark (licht). Maar een speciale vermelding verdient hier ‘movement director’ Denni Sayers voor de wijze waarop hij Hamlet als een bijna ongeleid projectiel liet rond stuiteren maar vooral voor de choreografie van Ophelia’s madscene. Fenomenaal wat hij met Brenda Rae ervan had weten te maken. Zij zong met het gemak van een Zerbinetta en bewoog als Rosalba Torres Guerrero, de danseres die door Warlikowski in meerdere opera’s werd gecast (The Bassarids, Lulu).

Brenda Rae (Ophelia) in haar ‘madscene’:

Het orkest van The Met leek zich goed thuis te voelen in Deans partituur, mede dankzij de prima leiding van dirigent Nicholas Carter. Het was een bijzondere avond.

Trailer:


_

Benjamin Frankel: from watchmaker’s apprentice to the sound wizard

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London
In 1957 Benjamin Frankel moved to Switzerland. In England, his homeland, he was mainly known as a film composer. No wonder, because to his name is music for more than 100 films, including classics such as The Seventh Veil, The Night of the Iguana and Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Switzerland he finally found the peace to engage in serious(er) music. In 15 years (Frankel died in 1973) he composed eight symphonies and one opera.

Benjamin Frankel was born in London in 1906 into a Polish-Jewish family. At the age of fourteen he was apprenticed to a watchmaker. Luckily for him, his talent was soon discovered. For a while he played with the idea of becoming a Jewish composer alla Bloch. He considered himself an ‘English Jew’ or a ‘Jewish Englishman’, which did not prevent him from marrying a non-Jewish woman. An act that caused a break with his family.

His musical language is not easy to describe. In the fifties he studied serialism and regularly applied it in his own compositions, yet his works do not sound atonal anywhere. Perhaps the best example of this is the viola concerto, which is very melodic, romantic and yet uses the twelve-tone technique.

Frankel composed his violin concerto – at his request – for his friend Max Rostal. The premiere took place in 1951 at the Festival of Britain. The concert is entitled In Memory of Six Million and embodies Frankel’s personal commitment to the fate of the European Jews.

The beginning reminds me of Korngold’s violin concerto and in the fourth movement I encounter Mahlerian ‘tunes’: there is also a quote from ‘Verlorne Müh’ from his Wunderhorn songs.

Live recording by Max Rostal:

Ulf Hoelscher, who rehearsed the concerto with Max Rostal, plays it virtuoso and with an intense involvement.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (violin), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra conducted by Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw
Frankel’s first three string quartets were first performed by the Blech Quartet in 1947 and 1949 respectively, and the fourth was premiered in 1949 by the very young Amadeus Quartet (where were the recording engineers then?).

Frankel’s gift for a light-hearted approach to serialism can be heard in his fifth string quartet. The work, which dates from 1965, is an example of the composer’s unique ability to transform the atonal into a melody.

The unsurpassed company CPO, which revealed Frankel’s music to the world, deserves all praise; also for the splendid explanations with music examples written by Buxton Orr, Frankel’s pupil and friend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos Quartett
CPO 999420

In Dutch:
Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London

In 1957 verhuisde Benjamin Frankel naar Zwitserland. In Engeland, zijn vaderland, was hij voornamelijk bekend als filmcomponist. Geen wonder, want op zijn naam staat muziek voor meer dan 100 films, waaronder klassiekers als  The Seventh Veil, The Night of the Iguana en Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Zwitserland vond hij eindelijk de rust om zich met serieuze(re) muziek bezig te houden. In 15 jaar tijd (Frankel stierf in 1973) componeerde hij er o.a. acht symfonieën en een opera.

Benjamin Frankel werd geboren in Londen in 1906 in een Pools-Joods gezin. Op zijn veertiende ging hij in de leer bij een horlogemaker. Gelukkig voor hem werd zijn talent spoedig ontdekt.

Een tijdje speelde hij met het idee, om een Joodse componist alla Bloch te worden. Hij beschouwde zichzelf als een ‘Engelse Jood’ of een ‘Joodse Engelsman, wat hem er overigens niet van weerhield om met een niet Joodse vrouw te trouwen. Een daad, die een breuk met zijn familie veroorzaakte.

Zijn muzikale taal laat zich niet makkelijk omschrijven. In de jaren vijftig bestudeerde hij het serialisme en paste het geregeld toe in zijn eigen composities, toch klinken zijn werken nergens atonaal. Het mooiste voorbeeld hiervan is wellicht het altvioolconcert, zeer melodieus, romantisch en toch gebruikmakend van de twaalftoonstechniek.

Zijn vioolconcert componeerde Frankel – op diens verzoek – voor zijn vriend Max Rostal. De première vond plaats in 1951 op het  Festival of Britain. Het concert draagt de titel In Memory of Six Million en belichaamt Frankels persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de Europese Joden.

Het begin doet mij denken aan het vioolconcert van Korngold en in het vierde deel kom ik Mahleriaanse “deuntjes” tegen: er zit ook een citaat in uit “Verlorne Müh” uit diens Wunderhorn liederen

live opname door Max Rostal:

Ulf Hoelscher, die het concerto met Max Rostal heeft ingestudeerd speelt het virtuoos en met een intense betrokkenheid.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (viool), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra olv Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw

Frankels eerste drie strijkkwartetten werden voor het eerst uitgevoerd door het Blech Quartet in resp. 1947 en 1949, de première van het vierde werd in 1949 verzorgd door het piepjonge Amadeus Quartett (waar waren toen de opnametechnici?).

De gave van Frankel om luchtig met het serialisme om te gaan klinkt door in zijn vijfde strijkkwartet. Het uit 1965 stammende werk is het voorbeeld van de unieke vermogen van de componist om het atonale in een melodie om te zetten.


De onvolprezen firma CPO die Frankel’s muziek aan de wereld openbaarde verdient alle lof; ook voor de schitterende toelichtingen met muziekvoorbeelden geschreven door Buxton Orr, Frankel’s leerling en vriend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos-Quartett
CPO 999420