Josqun, The Undead, forever, althans tot en met 2021

TEKST: NEIL VAN DER LINDEN

Hoe zou ‘oude muziek’ in de tijd van de componisten hebben geklonken? Dat is dezelfde vraag als wat legitiem is bij een uitvoering van een Brahms-symfonie of een Verdi-opera: wat stond de componist voor ogen?

Een groot probleem is dat we van persoonlijke opvattingen van componisten van vóór ongeveer Bach in veel gevallen bitter weinig weten, en bij componisten van 1600 weten we soms überhaupt nauwelijks iets over hun leven, soms niet eens hun naam. Bovendien was een groot deel van de muziek van vóór 1600 aan het eind van de eeuw daarop al bijna vergeten.

Maar gelukkig is er in de uitvoeringspraktijk van muziek van voor 1600 steeds vaker een vraag bijgekomen, namelijk hoe kan die muziek klinken op een manier waarbij een hedendaags publiek misschien iets van hetzelfde ervaart als een toehoorder van toen, ook als we niet precies weten hoe die toen klonk?

De CDs die het afgelopen jaar verschenen ter herdenking van het vijfhonderdste sterfjaar van Josquin des Prez bieden een mooie gelegenheid om te zien hoe in de meest recente muziekpraktijk met dit vraagstuk wordt omgegaan.

Aanvankelijke waren het Engelsen die het voorbeeld gaven in meer authentieke benaderingen: het Hilliard Ensemble, de Clerks’ Group en de Tallis Scholars. De eerste twee bestaan niet meer en de Tallis Scholars vervallen wel eens in mooizingerij, ‘glass’ zoals een recensent van de BBC het onlangs uitdrukte. Gelukkig kwamen er Belgische ensembles bij die hun Vlaamse meesters als het ware terugvorderden: het Huelgas Ensemble, Capilla Flamenca en Graindelavoix. En Franse, Italiaanse en Spaanse ensembles (met Jordi Savall voorop) legden zich ook overtuigend toe op deze componisten, waarvan een groot deel hun geluk in het Europese zuiden hadden beproefd, zoals Josquin des Prez. Het Josquin des Prez resulteerde aldus in zes kenmerkende CDs door ensembles uit elk van deze invloedssferen.

Stile Antico is een typisch Engels gezelschap, dat mij tijdens het afgelopen Festival Oude Muziek (in een Dowland-programma) nogal tegenviel. Hun bijdrage aan het Josquin-jaar heet The Golden Renaissance: Josquin des Prez. Beslist welluidend. Ze klinken een beetje zoals de Tallis Scholars in het begin, en die begonnen hun Josquin CD reeks ook met de Missa Pange Lingua. Maar toch echt meer voor wie van de strakgestrokken Engelse vibratoloze zangstijl houdt.

Het Vlaamse Graindelavoix bracht een album uit met de intrigerende titel Josquin – The Undead, Laments, Deplorations and Dances of Death. Wil het gezelschap suggereren dat Josquin een voorloper was van ‘zombie-muziek’? De titel kan ook slaan op de onsterfelijkheid van Josquins oeuvre. Sterker nog, en dat is waarschijnlijk de reden van de titel: hij was zo onsterfelijk dat muziekuitgevers na zijn dood nog allerlei stukken uitgaven onder de naam Josquin waarvan de toeschrijving twijfelachtig is. Op deze CD staat een aantal stukken waarvan het auteurschap kan worden betwijfeld. Maar als het om namaak ging gaat het in elk geval om goede namaak. Maar misschien vandaar Undead.

Graindelavoix maakt er intussen een levendige boel van. Elk arrangement verschillend, wat een beetje het idee geeft als vroeger bij een nieuwe Beatles of Stevie Wonder-LP indertijd: elke song is anders. En eigenlijk behandelt Graindelavoix de stukken als popsongs. En daarbij bedoel ik niet het aanbrengen van jazzy basjes of blue-notes op een zinc. Je kunt je bij elk chanson of motet een gelegenheid voorstellen waarbij het werd uitgevoerd, een Bourgondisch of Toscaans banket, een kroeg waar de gasten massaal een chanson meezongen, een mis waarbij de hertogelijke of keizerlijke (Karel de Vijfde) familie aanzat, een begrafenis. Graindelavoix laat ons stylistische en emotioneel alle hoeken van de kamer zien, of liever gezegd de kathedraal, of eigenlijk de privékapel; ook mooi is hoe Graindelavoix in elk stuk laat horen hoe intiem deze muziek eigenlijk was.

Nymphes, Nappes van Josquin

Musae Jovis, epitaph for Josquin van Nicolas Gombert

Niet Spaans maar wel Argentijns zijn de musici die halverwege het jaar The Josquin Songbook uitbrachten: Maria Cristina Kiehr, sopraan, Jonathan Alvarado (tenor), Ariel Abramovich, luit en vihuela.

Een wondermooie combinatie. Kiehr, die vroeger vaak zong bij Savall als een muzikaal alterego van Montserrat Figuerras, blijkt nu wat lager en ook mannelijker te zingen. Wel kan de formule op den duur eentonig worden. Is Dulces Exuviae, met nog kleinere bezetting, namelijk Romain Bockler, zang, en Bor Zuljan, luit, dan niet nog net iets afwisselender?

Het Franse ensemble Metamorphoses bracht een CD met de missen Malheur Me Bat en L’Ami Baudichon. De authentieke intervallen worden knap gezongen, maar ik mis focus op individuele stemmen en het geheel wordt op den duur wat eenvormig.

Ik vond Rebecca Stewart bij Capella Pratensis altijd wat droog-wetenschappelijk, een beetje gekunsteld. Maar dit album, opgenomen met de piepjonge mensen van Seconda Pratica en Cantus Modalis, overtuigt wel. Ook al geloof je nog steeds niet dat de zangers indertijd altijd zo hun best deden om mooi te klinken, je zou je toch ook kunnen voorstellen dat er indertijd een hertog of aartsbisschop was die juist gecharmeerd was van deze wat gemaniëreerde manier van zingen. Maar dat maakt het vaak ook mooi. Ze laveren tussen Graindelavoix en pakweg the Hilliard Ensemble. De interpretatie is ook filmisch gedetailleerd. Choreografen en filmmakers zouden eens aan deze muziek moeten denken, in deze uitvoering.

Interview Rebecca Stewart:

https://www.nporadiReo4.nl/klassiek/vrije-geluiden/6942024d-f55d-488f-bc54-dd9ef673fab8/orgel

De laatste noten van de opname:

Om de verfijnde architectuur van Josquins muziek te beseffen ben je ook goed uit bij de Gesualdo Six, op de CD Josquin’s legacy. Ik had niet gedacht dat een op zichzelf typische representant van de serene Engelse stijl me zo bij de keel zou grijpen. Engels, maar intenser dan ooit.

Hyperion zet geen CDs op Spotify. Deze Youtubeclips geven een indruk.

Diezelfde Gesualdo Six hebben ook een CD gemaakt samen met het Italiaanse Odhecaton, Giosquino, Josquin Desprez in Italia. Allemaal werken voor Italiaanse broodheren, onder meer de Missa Hercules dux Ferrariæ, gecomponeerd voor de hertog van Ferrara Ercole I d’Este. Als het om helderheid gaat, geef ik wel de voorkeur aan de Gesualdo Six zonder Odhecaton, maar het is het verschil tussen een groot en klein bezette Matthäus.

Rita Streich: Queen of the coloraturas

Streich.jpg

High coloratura soprano is one of the most admired voice types. It’s only logical, because what these ladies do falls a bit into the category of “nightingale on a trapeze”. Sometimes it really is a bit like a circus; there are those ladies who have made it their profession to perform tricks, forgetting that their high notes should also be music.

Not so Rita Streich, for me the very best and most beautiful coloratura soprano ever. Of course, her voice is light as a feather and her embellishments impeccable, but in contrast to many of her colleagues, her repertoire is actually unlimited: opera, operetta, songs, oratorios…

She is not equally good at everything. I find her Schubert a little too light-hearted, so that much of the text is lost. But in the opera genre she is much more in her element. I am referring, of course, to her unearthly Queen of the Night (Die Zauberflöte, Mozart) and to her other showpiece: Zerbinetta (Ariadne auf Naxos, Strauss).

Streich sings the role of Zerbinetta in such a superior way that you do not even notice its virtuosity; it sounds so natural. Just listen to her performance of  ‘Großmächtige Prinzessin’. Where many of her colleagues in that aria remind you of someone juggling notes, Streich manages to add the most important element: feeling. Note also the warm glow of her singing, which does not lose its lustre even at the highest notes.

<



Have you ever heard her performance of the Moon Song from Dvořak’s Rusalka? As volatile and elusive as sea foam, but filled with the desires of an adolescent girl in love:


I find Streich at her very best in light songs by Saint-Saëns, Delibes and Eva Dell’Acqua, among others. With the light golden sheen to her voice, she reminds me of an old-fashioned porcelain dancer.


Below, as an example, is ‘The Nightingale’ by Alabiev. She sings it in perfect Russian, a language that she, as a Russian-born daughter of a Russian mother and a German father, has mastered well.



Various composers
Rita Streich
Königin der Koloratur: Das Beste aus Oper und Konzert
The Intense Media 600

Lulu-achtige Manon van Natalie Dessay

Manon van Jules Massenet is, sinds de inmiddels legendarische opvoering met Anna Netrebko en Rolando Villazon in de hoofdrollen (Berlijn,  april 2007), een ware hype geworden. Wie de voorstelling ooit gezien had, kon zich oprecht, net als Verdi’s Ford (‘Falstaff’), afvragen: ‘e sogno o realtà’?

Het was een realiteit die achteraf toch een droom bleek te zijn, want Netrebko vond een nieuwe liefde en liet Villazon met hart- en stemproblemen achter. Het was ook tot de laatste repetitiedag niet helemaal duidelijk of hij de, voor juni 2007 geplande voorstellingen van Manon in Barcelona zou zingen.

Hij kwam wel, en al zong hij onder het niveau dat we -toen- van hem gewend waren, hij wist met zijn spel en (soms iets te) intense betrokkenheid iedereen volledig te overtuigen.

Zijn Manon wordt schitterend geportretteerd door een spectaculair zingende en vooral acterende, Lulu-achtige, Natalie Dessay.

Manuel Lanza is een prima Lescaut, maar voor Samuel Ramey, een zanger die ik zeer bewonder, komt Comte des Grieux helaas te laat in zijn carrière.

De mise-en-scène en personenregie van David McVicar, voor mij toch echt één van de beste hedendaagse regisseurs, waren meer dan voortreffelijk. De kostuums waren fraai om te zien en de (traditionele) enscenering was vaak echt verrassend, des te meer daar McVicar er af en toe een eigentijdse draai aan wist te geven.

Een groot minpunt van deze uitgave is het ontbreken van de synopsis en de tracklist. Maar als bonus krijgt u wel een ‘kijkje in de keuken’. Door een werkelijk fascinerende documentaire kunt u de sterren volgen tijdens hun repetities met McVicar.

Basia con fuoco’s top tien 2021

En alweer is een jaar voorbij. Alweer een jaar met amper concerten en live voorstellingen. Gelukkig hadden we livestreams en er werd best veel opgenomen. Veel mooie dingen ook. Het was dan ook een echt karwei om 10 mooiste opnamen, althans voor mij, van het jaar te kiezen. Zeker ook omdat ik dan wel veel heb beluisterd maar niet alles gerecenseerd. Zodoende hebben jullie de strijkkwartetten van Korngold door het Alma Quartet nog te goed. Ook de prachtige cd met kamermuziek van vrouwelijke componisten door het The Hague String Trio is nog niet besproken en dat, terwijl het eigenlijk een must is! Die (en nog meer) hebben jullie van mij nog te goed.

Maar er moest keuze gemaakt worden en na veel wikken en wegen…. hier zijn ze dan, in de alfabetische orde, naar de componist, titel of uitvoerende

1. Decades deel 4

Het programma is zeer gevarieerd en kent grenzen noch genres, en de emoties wisselen elkaar in rap tempo af. Zweden, Rusland, Frankrijk, Duitsland en Italië staan broederlijk naast elkaar, een soort EU avant la lettre waarin elk land zijn individuele karaktereigenschappen behoudt.

in English:

https://basiaconfuoco.com/2021/12/08/a-century-of-songwriting-like-an-eu-avant-la-lettre/

2, Feinberg

Geen makkelijke muziek, je moet er echt moeite voor doen, maar de moeite, die loont zich

In English:

https://basiaconfuoco.com/2021/12/28/feinberg-to-appreciate-this-music-a-little-effort-is-needed/

3. Kozena

Wat de cd zeer interessant maakt zijn de liederen van Béla Bartók, want die hoor je niet vaak.

4. Liszt

Grosvenors lezing van de sonate is volkomen eigen. Virtuoos, voornamelijk. Zo virtuoos dat ik in ademnood kwam door het luisteren alleen. Zijn techniek is fabelachtig. Wat ik nog meer bewonder is zijn, hoe moet ik het zeggen, acteervermogen? Acteren op de piano en spanning opbouwen met toetsen alleen tot je beschikking

https://basiaconfuoco.com/2021/03/16/liszt-door-grosvenor-fabelachtig-en-virtuoos/

5. Onslow

In een tijd van steeds meer hetzelfde is het fijn om iets nieuws te ontdekken en dat verdient

6.  Polish violin deel 1

deze cd is eigenlijk een must voor alle viool-, kamermuziek of gewoon muziekliefhebbers. Alles is er mooi aan. Echt alles

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/12/19/polish-or-not-polish-this-cd-is-a-must/

7.  Polish violin deel 2

Alleen al vanwege Poldowski’s heerlijke Tango, die ooit door niemand minder dan  Jascha Heifetz werd opgenomen. Én de zeer virtuoze uitvoering van Bacewicz’ Kaprys polski voor viool solo. Vergeet trouwens niet de schitterende pianobegeleiding door Peter Limonov!

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/12/20/in-support-of-poldowski-polish-violin-2/

8. Rözycki

De uitvoering door Janusz Wawrowski en het Royal Philharmonic Orchestra olv Grzegorz Nowak is net als de concerten zelf: goddelijk mooi

In English:
https://basiaconfuoco.com/2021/05/17/rising-like-a-phoenix-from-the-ashes-rozyckis-violin-concerto/

9. Solo Nuala McKenna

zelden zat ik zo aan mijn stoel gekluisterd als nu, bij het beluisteren van deze cd. Ongelooflijk spannend vanaf het eerste moment. En de spanning vervaagde niet en was tot de laatste noot ijzingwekkend, bijna thrillerachtig voelbaar.

https://basiaconfuoco.com/2021/03/01/knock-out-geslagen-door-het-eerste-solo-album-van-nuala-mckenna/

10. Weinberg pianokwintet

Het is niet de eerste keer dat Elisaveta Blumina zich over het kwintet ontfermt […}Dat zij haar Weinberg ‘under the skin” heeft is nogal wiedes

10 + . Weinberg strijkkwartetten

Ik kan gewoon niet wachten op het vervolg. Bravo Arcadiërs! En Chapeau alweer Chandos!

In English

https://basiaconfuoco.com/2021/03/12/string-quartets-by-weinberg-played-by-the-arcadia-quartet-perfection-at-hand/

Top tien van Peter Franken 

Peter Franken:

“Mijn muzikale jaar werd gekenmerkt door de wensdroom dat ik weer gewoon live voorstellingen zou kunnen recenseren in plaats van dvd ‘s.”

Peters top tien in willekeurige orde:

The merchant of Venice

Een bijzondere opera met heikele thematiek van de vergeten 20e eeuwse Pools joodse componist André Tchaikovsky.

Zaza

Een aardige rariteit van Leoncavallo verrukkelijk vertolkt door Svetlana Aksenova die hier nu niet eens een lief teruggetrokken meisje speelt.

Träume

De debuut cd van Jenufa Gleich waarin ze nadrukkelijk haar visitekaartje afgeeft als toekomstige Brünnhilde.

Owen Wingrave

Owen Wingrave (TV Movie 2001) - IMDb

Gerald Finley excelleert als het personage dat Brittens pacifistische levensvisie volledig herkenbaar over het voetlicht brengt.

Mathis der Maler

Een prachtige opname van Hindemiths zelden opgevoerd meesterwerk over een verontrustend thema met de prachtige Manuela Uhl als Ursulu.

Tiefland

Verismo op z’n Duits van Eugen d’Albert in een sterke bezetting met Petra Maria Schnitzner als het groot geworden misbruikte weeskind Martha.

Ariane et Barble Bleu

Een mooie productie waarin de bevrijde vrouwen een verblijf bij Blauwbaard verkiezen boven de wereld die ze zijn ontwend. De ultieme Stockholm syndroom opera.

Heimwee naar Moll en Meier

Grote stemmen uit het recente verleden komen samen in een schitterende uitvoering van Parsifal

Dr Atomic

Een aansprekend voorbeeld van een eigentijds werk over een grote historische gebeurtenis.

Billy Budd

dvd_bri_billybudd

Een analyse van de driehoeksverhouding tussen Billy, Vere en Claggart naar aanleiding van de fraaie vertolking door Jacques Imbrailo.

Van het Mirakel aan de Kalverstraat tot een miraculeuze Upload aan het Waterlooplein en een klein mirakel in Bellevue.

Neil van der Lindens tien favoriete muziekevenementen van 2021. In willekeurige volgorde.

Polyfonie aan de Kalverstraat. De jonge Capella Sacelli met muziek uit de Codex Occo, een manuscript rond 1515 gemaakt in opdracht van de bankier Pompejus Occo voor de ‘Heilige Stede’, het bedevaartsoord aan de Kalverstraat in Amsterdam.

Die ersten Menschen van Rudi Stephan, door de Nationale Opera in het Holland Festival.

De door Corona noodzakelijkerwijs kleinere productie van deze te onbekende opera had geen betere vervanging kunnen zijn van de oorspronkelijk beoogde La Damnation de Faust.

Das Rheingold van Richard Wagner, in de Zaterdag Matinee

Ik vond het ‘andere’ van de ‘authentieke’ uitvoering minder anders dan anderen, maar het was hoe dan ook een geweldige ervaring.

Le Grand Macabre van György Ligeti, in de Zaterdag Matinee

Spectaculaire en aangrijpende uitvoering van één van de innovatiefste opera’s van de tweede helft twintigste eeuw.

Bewerkingen van muziek Ryuichi Sakomoto door Alexandre Kordzaia met het ASKO/Schönberg ensemble in het Holland Festival, vanwege het theaterbeeld van Boris Acket.

Baanbrekende Passies van Burck en Selle, Festival Oude Muziek, Utrecht, door Vox Luminis. Koude rillingen in de zomer, vawege 16e en vroeg 17eeuwse Protestantse muziek uit Duitsland, met de zangers overal door de Domkerk verspreid, onder meer een vierstemmig koor pal achter mij.

Larmes de Résurrection, muziek van Heinrich Schütz en Hermann Schein door La Tempête, Festival Oude Muziek, Utrecht. Live zo mogelijk nog beter dan de CD, met als evangelist George Abdallah, die, net als Jezus na de in de muziek uitgebeelde herrijzenis, in de kerk op onverwachte momenten op onverwachte plaatsen opdook.

Over de CD:

Knock-out, Jakop Ahlbom Company en ISH Dance Collective, gezien 15 september, DeLaMar theater Amsterdam. Virtuoos mimetheater in combinatie met virtuoos urban dance theater resulteerden in een eigen hilarische ode aan de film noir, kung fu filmsen slasher-movies.

Upload van Michel van der Aa bij de Nationale Opera.

Een met volmaakt in totaaltheater uitgebeeld visioen van een door techniek gedomineerde nabije toekomst, waarin mensen met emoties van nu moeten zien te overleven.

Vrouw of Vos naar Judith Herzberg door de Ulrike Quade Company met muziek van Rutger Zuydervelt, een ‘poor man’s Upload’, met simpeler maar nog steeds uiterst geraffineerde technische middelen vormgegeven sprookje met een vos in een bos, futuristisch en in het heden, in Theater Bellevue.

En als bonus twee toppers buiten wat ik recenseerde in Basia con Fuoco:

Franz Schmidt, Vierde Symfonie, Radio Filharmonisch Orkest onder Markus Stenz, Zaterdag Matinee. Midden in de lockdown kwam deze eerste echte kennismaking met dit tragisch werk en daarmee met Schmidt in het algemeen, geholpen door de programmatoelichting van Bas van Putten en het radiocommentaar van Hans Haffmans.

https://www.nporadio4.nl/uitzendingen/ntr-zaterdagmatinee/dfce5d77-3a54-43a5-acf6-34f0dff853ee/2021-07-24-ntr-zaterdagmatinee

Beginning van de Georgische Dea Kulumbegashvili, een soundtrack gecomponeerd door de Chileense elektronische muziek componist Nicholas Jaar. Interessant is dat de film geen noot muziek bevat, alleen subtiel geordende natuurgeluiden, die het dramatische geluidsdecor vormen van het ijzingwekkende verhaal over een vrouw in een gehate conservatieve gemeenschap,  Jehovagetuigen,  binnen een andere conservatieve gemeenschap, de orthodox-katholieke maatschappij, als zwijgen niet meer de enige manier van overleven kan zijn.

Het verhaal begint met een brandbom,

Ja, en als er meer plaats was geweest in een top tien had ik Der Müde Tod ook opgenomen, nieuwe muziek door Steven Kamperman voor Wishful Singing bij een klassieke film van Fritz Lang. En de Luistermutant van Micha Hamel, over het al dan niet universele van muziekbeleving, al was het alleen maar omdat ik meer dan ooit heb leren houden van Mendelssohns Die Hebriden. En ja, Summer of Soul was een ontroerend geweldig goed gemaakt document over Amerika’s zwarte muziek-cultuur eind jaren zestig.

Feinberg: to appreciate this music, a little  effort is needed


Samuïl  Feinberg. Who still knows him? Once a world-famous piano virtuoso, he was the first in the USSR to perform Bach’s complete ‘Well-Tempered Clavier’. As a composer he was also quite famous in his time and that despite the travel ban.



In total, Feinberg wrote twelve piano sonatas, all composed between 1915 and 1923. And all of them were performed and published at that time. With one exception: the third. The composer himself prevented its publication. Why? According to Nicolo-Alexander Figowy (himself a pianist and a Feinberg expert, who provided us with all the important insider information in the accompanying textbook) Feinberg thought his composition went a bit too far. He thought the world was not yet ready for it.


Personally, I do not find his third sonata less approachable than the other five. None of them are easy pieces that you can just absorb;  they all require the listener to pay some very concentrated attention.

And you need a really good performer to make that happen. I can think of no better ‘guide’ than the Canadian master pianist Marc-André Hamelin, who is one of the greatest advocates of unknown repertoire, forgotten works and their creators. His playing is unequalled in its grandeur. It is not easy music, you really have to make an effort, but the effort pays off.


The merchant of Venice: de opera

TEKST: PETER FRANKEN

Dit werk is de enige opera van André Tchaikowsky (1935-1982). De opera kreeg pas zijn eerste opvoering tijdens de Bregenzer Festspiele van 2013. We kunnen we ons gelukkig prijzen dat er uiteindelijk toch een wereldpremière heeft plaatsgevonden waarvan een opname op dvd is uitgebracht.

De keuze voor de stof is opmerkelijk: de componist was een Poolse jood die de oorlog wist te overleven en na zijn emigratie de Britse nationaliteit aannam. Het zal zijn grote waardering voor het werk van Shakespeare zijn geweest die hier de doorslag gaf, de joodse woekeraar Shylock zal voor hem toch een wat minder aantrekkelijk personage zijn geweest.

Het libretto van John O’Brien doet nadrukkelijk recht aan de relevante delen van het originele toneelstuk maar de meer komische passages zijn grotendeels weggelaten. We kijken niet naar een blijspel met liefdesperikelen waarin toevallig ook nog een jood belachelijk wordt gemaakt, het gaat hier primair om de onbeantwoorde liefde die Antonio voelt voor zijn vriend Bassanio en om de joodse bankier Shylock die zich talloze keren door Antonio vernederd heeft gevoeld.

Die grenzeloze hopeloze liefde brengt Antonio er toe om met inzet van zijn eigen leven borg te staan voor een lening die Bassanio wil afsluiten, uitgerekend om de door hem beminde Portia het hof te maken. Shylock ziet zijn kans schoon om nu eens die gehate Antonio te vernederen door hem te laten instemmen met die onzinnige voorwaarde dat hij hem een pond van zijn vlees moet afstaan als de lening niet binnen de gestelde termijn is terugbetaald. En dan komen Antonio’s schepen niet terug, naar later blijkt gewoon niet op tijd. Shylock houdt vast aan het contract, accepteert geen vervangende betaling, ook niet na aandringen van de hertog. ‘Jullie scholden mij uit voor hond zonder enige aanleiding, nu zal ik je laten zien dat die hond tanden heeft.’

De verbittering van Shylock is tussentijds nog toegenomen doordat zijn dochter Jessica er met de christen Lorenzo vandoor is gegaan, met medeneming van het grootste deel van zijn dukaten en juwelen. Hierom werd hij uitgelachen en ruw bespot door de omstanders toen hij thuis kwam in een leeg huis, een situatie die doet denken aan Rigoletto, ook iemand die een dochter gevangen hield voor de boze buiten wereld.

In de tweede akte bevinden we ons in Belmont waar would be echtgenoten moeten kiezen uit drie kisten, van goud, zilver en lood, met in één daarvan Portia’s portret.

Tijdens de rechtszaak toont Shylock zich onverbiddelijk. Bassanio en zijn wat losbollige vriend Gratiano, die inmiddels is getrouwd met Portia’s vriendin Nerissa, putten zich uit in hyperbolen. Ze zouden graag het leven van hun vrouwen opofferen om Antonio te redden. Probleem is dat die twee inmiddels in de rechtskamer aanwezig zijn, vermomd als geleerd jurist en zijn griffier. Portia mompelt dan ook zachtjes dat een dergelijke uitlating door hun vrouwen niet in dank wordt afgenomen. Nadat Portia door een list Shylock op de knieën heeft gekregen, alleen vlees en geen bloed, en exact een pond op straffe van Shylocks dood wegens moord, eist ze van Bassanio een beloning. Ze wil de ring die hij draagt, uitgerekend de ring die hij van haar heeft gekregen. De opgeluchte Antonio brengt hem er echter toe de ring toch te geven, een kunstje dat Nerissa ook met Gratiano uithaalt.

Het drama is ten einde maar het is een blijspel dus komt er nog een lachmoment. Als de mannen zich weer melden in Belmont zijn de twee vrouwen net op tijd terug om hen te laten smeken om vergeving als blijkt dat ze ringloos zijn gearriveerd. Hieraan voorafgaande is er een lang duet van Jessica en haar geliefde Lorenzo die ook in Belmont waren opgedoken na die schaking en op Portia’s landgoed mochten passen tijdens haar afwezigheid.

Het toneelbeeld in de productie van Keith Warner wordt tijdens de eerste akte bepaald door verrijdbare dikke wanden waarvan het oppervlak oogt als een verzameling bankkluizen. Alles draait hier om geld. De ontmoeting van Antonio en Shylock vindt plaats in een zaal die zoiets als de verzekeringskamer van lloyds Register moet voorstellen, met veel werknemers achter lessenaars. Iedereen in Edwardian style kleding, ook Shylock. Het is de tijd dat joden nog redelijk goed geassimileerd en geaccepteerd leken, uiteindelijk vooral doordat ze de spil waren van de financiële wereld. Ook in Venetië kon iemand als Shylock wel degelijk zijn recht claimen, zonder hem en zijn collega’s voer er immers geen schip uit?

Met klein spel wordt de afkeer van Antonio voor Shylock belicht, tussen hen beiden bestaat regelrechte vijandschap. Het zegt vooral iets over Antonio’s crush voor Bassanio dat deze ontmoeting überhaupt plaatsvindt.

De tweede akte is vaudeville in vergelijking met het voorafgaande. Daarna zien we een rechtskamer waarin Shylock zijn koffer uitpakt. Er komt een eenvoudige weegschaal tevoorschijn en een set chirurgisch gereedschap. Over en weer worden beledigingen uitgewisseld die de kloof tussen joden en christenen reflecteren.

De countertenor Christopher Ainsly vertolkt de rol van de relatieve outsider Antonio die uiteindelijk alleen achterblijft, een formele relatie zit er voor deze homofiele man niet in. Op zich prima gedaan maar ik hou niet van zo’n stem. Zijn directe tegenspeler Shylock krijgt een fenomenale vertolking door Adrian Eröd, perfecte type cast mede dankzij de nodige kap en grime. Hij gaat helemaal op in zijn rol en weet bij de toeschouwer lange tijd een zekere empathie te bewerkstelligen. Maar net als bij Medea gaat dat verloren zodra hij daadwerkelijk een moord wil plegen om zijn gram te halen.

Charles Workman neemt de rol van Bassanio op zich, doet me iets teveel denken aan zijn graaf Elemer in Arabella maar kan ermee door. Portia en Nerissa zijn in goede handen bij respectievelijk Magdalena Anna Hofmann en Verena Gunz. En Kathryn Lewek mag zich uitleven als de rebelse dochter Jessica. De overige rollen zijn adequaat bezet.

De muziek doet denken aan Alban Berg en Benjamin Britten al heb ik met name in de tweede akte vooral associaties met Prokofjev. Wat daar gebeurt is uiteraard in zijn ongerijmdheid te vergelijken met diens The love of three oranges en muzikaal klinkt het navenant.

De Wiener Symphoniker staan onder leiding van Erik Nielsen.

André  Tchaikovsky spelt Beethovens Piano Sonata No.31, Op.110 in A flat major:

In support of Poldowski: Polish violin 2

While I was more than enthusiastic about part one, part two is, believe it or not, even better. Or, to be more precise: more surprising. More exciting. This is partly due to the pieces played by Jennifer Pike, because as well as Szymanowski, she has also immersed herself in works by Poldowski and Grazyna Bacewicz.

Now Bacewicz is not really that unknown, at least I hope so. At least not among the _real_ classical music lovers, but I suspect that the average concert and recital programmers, especially in the Netherlands, have never heard of her. Will we ever hear her compositions in the concert halls? Recordings of her works are also scarce. Why would that be? Is the ‘Einaudi-sation’ of the classical music sector a fait accompli?

Symbiosis Irena-Wieniawska-P
Poldowski

Poldowski is still very much unknown, although here and there people are finally waking up. Not long ago Philip Jarousski recorded a song by her, but the most beautiful plea comes from Merel Vercammen and Dina Ivanova who recorded Poldowski’s violin sonata in D two years ago, and how! (Gutman Records CD 191)

Who is Poldowski? Her real name is Irene Régine Wieniawski, yes the daughter of! Irene Régine (1879-1932) was born in Brussels but soon after the death of her father (he died when she was 10 months old) she and her British mother moved to London. She studied in Brussels, lived in Paris and was married to Sir Aubrey Dean Paul, 5th Baronet. She did not want to use her husband’s or her father’s name, she wanted to be judged purely for her music. That is why she adopted the pseudonym Poldowski.

The performance by Jennifer Pike is just as good as Vercammen’s and in fact everyone should get both CDs. Vercammen because of Mathilde Wantenaar and Pike because of Poldowski’s wonderful Tango, which was once recorded by no one less than Jascha Heifetz. And the highly virtuoso performance of Bacewicz’ Kaprys polski for solo violin. And don’t forget the wonderful piano accompaniment by Peter Limonov!

Szymanowski, Poldowski, Bacewicz
Jennifer Pike (viool), Peter Limonov (piano)
CHAN 20189

Polish or not Polish: this CD is a must

No, there is no such thing as a ‘Polish violin’. British violinist Jennifer Pike plays a Guarneri del Gesù from 1733 and there is nothing Polish about it. But the four composers on her album are Polish. At least as far as nationality is concerned, because their works, apart from Wieniawski’s Polonaise de concert (who was Jewish, nota bene) are not ‘Polish’.

Not that it matters. A CD has to sell and a catchy title is always a bonus. But if not only the repertoire but also the performance is truly phenomenal, I will not complain.

For anyone who loves violin concerts, Henryk Wieniawski is a well-known name, although these days he is not being performed very often. Szymanowski, after years of silence and ridicule, has become one of the most played composers today. His Myths, for me one of his most beautiful compositions, is also appearing more and more often in recitals. And even the arrangement of Roxane’s song from Król Roger has been recorded before.

Moritz Moszkowski is probably still known here and there for his piano concerto, but you just never hear Mieczyslaw Karlowicz. Why? Who knows? This composer, who was born in December 1876 and died in February 1909 (he was caught in an avalanche during a skiing trip in the high Tatra mountains), left behind a large oeuvre of brilliant works: symphonies, concertos, chamber music and irresistible songs. So it is a pity that the duo Jennifer Pike and Petr Limonov have only recorded one piece by Karlowicz. Especially since they have an audible affinity with it. Something for the future?

But anyway: this CD is a must for all violin, chamber music or just music lovers. Everything about it is beautiful. Really everything. Pike’s phrasing is sensual, even almost erotic , which  fits the music like a glove. Petr Limonov is her best ‘partner in crime’ and together they provide a ‘once in a lifetime’ experience. Don’t miss this CD!


Szymanowski, Moszkowski, Karlowicz, Wieniawski
Jennifer Pike (violin), Petr Limonov (piano)
Chandos CHAN  20082