Zdenĕk Fibich: Piano Quartet & Quintet

Fibich

Echt bekend is hij niet, zeker niet buiten de grenzen van zijn geboorteland en toch behoorde Zdenĕk Fibich, samen met Dvořak en Smetana tot de vernieuwers van de Tsjechische muziek.

Zijn oeuvre is buitengewoon groot, hij liet meer dan 600 werken na: symfonieën, pianowerken, scenische en concertante melodrama’s en maar liefst zeven opera’s, waarvan Šárka wellicht de bekendste is. Kamermuziek speelt daarin maar een marginale rol.

Twee vioolsonates, een piano trio, een strijkkwartet. En het pianokwartet en –kwintet. Meer is er niet. Het was mijn eerste kennismaking met deze – prachtige – muziek en het bevalt me zeer. Om dan meteen te roepen dat het meesterwerken zijn, nou nee, dan nou weer niet. Het zijn meer meesterlijke niemendalletjes.

Het pianokwartet heeft iets weg van een lichtvoetige Brahms, gepeperd met Slavische melodieën en geparfumeerd met een vleugje Franck.

Het kwintet is iets pittiger maar dat ligt wellicht aan de ongebruikelijke keuze van de instrumenten, want behalve piano, viool en cello doen ook klarinet en hoorn mee. Door de openingsmaat met opzwellende klarinet krijg ik meteen reminiscenties aan het klarinetkwintet van Brahms, maar meteen daarna wordt het anders. Aardser maar niet minder zoet. En o zo Tsjechisch!

De uitvoeringen zijn werkelijk meesterlijk, niet minder dan dat. Marián Lapšanský is de drijvende motor achter alles, maar ook de overige musici mogen er wezen. Zeer, zeer aanbevolen!


Zdenĕk Fibich
Piano Quartet & Quintet
Marián Lapšanský (piano), Ludmila Peterková (klarinet), Vladimira Klánská (hoorn), leden van het Panocha Quartet
Supraphon SU 3487-2 131

BORIS GODOENOV

Boris portret

Ik ga u niet met een uitgebreide uitleg over de verschillende versies van Boris Godoenov – waarvan twee van Moesorgski zelf – vermoeien. Er is al voldoende over geschreven en mocht u meer willen weten dan kunt u het een en ander op het internet vinden. Trouwens: echt helemaal uitkomen lukt niet, vrees ik. Vandaar dat ik die paar selectief gekozen opnamen louter op de uitvoering (en de regie) beoordeel.

 

DVD’S

ANDREJ TARKOVSKI

Boris Tarkovski

 

In 1983 ensceneerde Andrej Tarkovski ‘Boris Godunov’ voor de Covent Garden. Het was zijn eerste operaregie en tevens de laatste. Iets wat zeer spijtig is want zijn visie op het opus magnum van Moesorgski  is werkelijk adembenemend.

De enscenering ademt dezelfde stijl die zo kenmerkend is voor al zijn films: visionair en poëtisch. Het geheel laat zich zien als een kleurrijke film met veel (christelijke) symboliek, beelden in slow motion en een enorme aandacht voor alle details. In 1990 werd de productie overgenomen door het Mariinsky theater en rechtstreeks op de Engelse televisie uitgezonden, toen een primeur.

De hoofdrol werd eveneens in Londen vertolkt door de Engelse bas, Robert Lloyd, en zijn interpretatie behoort tot de meest indrukwekkende die ik ooit in mijn leven heb gezien. Zijn stem was toen nog werkelijk groots, zowel in volume als in timbre en in zijn acteerprestaties deed hij voor de beste toneelspeler niet onder. Daarbij wist hij zich uitstekend stand te houden tussen de verder uitsluitend Russische cast.

Over de cast trouwens, met naast Lloyd (o.a.) Olga Borodina, Alexei Steblianko en Sergei Leiferkus niets dan lof. Valery Gergiev heeft de opera in zijn vingers. Een absolute must. (Philips 0750899)

WILLY DECKER

Boris Decker

De in 2004 in Bracelona opgenomen productie van Willy Decker werd in 2001 al in Amsterdam gepresenteerd. De regie is sterk geconcentreerd rond de hoofdpersoon: voor Decker is het drama eerder psychologisch dan historisch. De aankleding verraadt Rusland van het begin van de twintigste eeuw, net voor de revolutie, en het decor is zeer minimalistisch.

De stoelen en de kleine huisjes, Decker’s handelsmerk zijn uiteraard aanwezig, een reusachtige zetel domineert het beeld vanaf het begin. Het levert een paar zeer fraaie scènes op. De bestijging van de troon, bijvoorbeeld.

Eric Halfvarson is een beetje een zwakke Pimen, maar de rest van de cast, met Matti Salminen (Boris), Anatoli Kotscherga (Varlaam) en Philip Langridge (Shuisky) voorop is werkelijk voortreffelijk.

En dan is er nog Fyodor van de onvergetelijke Brian Asawa die ons veel te vroeg is ontvallen.

Alex Grigoriev verdient een bijzondere vermelding voor zijn fantastische prestatie in de rol van Joerodivij. (Arthaus Musik 107 237)

CALIXTO BIEITO

Boris Bieito

Soms verdenk ik de operaregisseurs ervan dat zij zich een soort hedendaagse dictator wanen en ons hun eigen mening door de strot willen duwen. En als we het niet willen slikken dan worden we voor dom versleten.

Dat het machtsmisbruik van alle tijden is, dat weten tegenwoordig zelfs de kleuters. Het nieuws, of wij het willen of niet, valt onze huishoudens binnen en aan beelden – op Youtube of anders – is geen gebrek. Ik denk dan ook niet dat wij een regisseur nodig hebben die ons nog fijntjes gaat vertellen dat Poetin of Blair (?) de nieuwe Godunov is. Met de bloederige beelden erbij, anders doet de opera niet meer mee.

Maar als ik naar Boris Godunov van Moesorgski wil kijken dan verwacht ik geen Poetin en geen Pussy Riot. Ik verwacht de boyaren, de monniken en de oudgelovigen. En de kerkklokken van Sint Petersburg. De link naar het heden kan ik zelf ook maken.

U begrijpt het wel: de Boris Godoenov van Calixto Bieito (Munchen 2013) kan mij maar niet bekoren en daar druk ik mij eufemistisch uit.

Geef mij maar de productie van Willy Decker, die ook bij ons in Amsterdam te zien is geweest. Er werd er ook beter in gezongen.(BelAir BAC102)

FILM

Boris film Pirogov

In 1954 werd ‘Boris’ in de Russische studio’s verfilmd. De regie was in handen van Vera Stroyeva, een grand lady van de Sovjet-cinema, die de opera in de beste soc-realistische (denk aan Eisenstein!) tradities heeft vastgelegd.

Het is een mix van alle versies met veel coupures maar het maakt niets uit: u moet het minstens een keer gezien hebben. Alleen al voor de sfeer die de film ademt en die je werkelijk angstig dicht bij het verhaal brengt.

En er wordt waanzinnig goed in gezongen door o.a. Alexander Pirogov, Georgi Nelepp en Ivan Kozlovsky, de toenmalige sterren van het Bolsjoi. Legendarisch. (VAI 4253)

De sterfscène van Boris:

CD’S

Martti Talvela

5099973970422_god_bl_cdq301e CD Booklet - Printers Pairs

De allereerste opname van Moesorgski’s eigen partituur, de gereviseerde versie uit 1872 dan, werd in 1976 gemaakt. Wie gewend was aan de gepolijste bewerking(en) van Rimski-Korsakov (en dat waren we toen bijna allemaal), moest gewoon schrikken van het ruwe geluid. Maar eenmaal van de schrik bekomen kon je niet anders dan toegeven: het was weliswaar minder mooi, maar het paste veel beter bij het verhaal.

De, op Martti Talvela (Boris), Aage Haugland (Varlaam) en Nicolai Gedda (Grigori/Dimitri) na geheel Poolse cast is meer dan uitstekend, maar het is niet echt spannend gedirigeerd door Jerzy Semkow. (Warner Classics 5099973970422)


Boris Christoff

Boris Christoff EMI

 

We kunnen niet om Boris Christoff heen, één van de allergrootste Borissen uit de geschiedenis. Hij heeft de rol meerdere malen opgenomen, waarvan die onder André Cluytens mij het dierbaarst is.

Hier zingt hij, behalve Boris, ook Pimen en Varlaam, wat af en toe een beetje verwarrend werkt, maar hem de gelegenheid biedt om verschillende mogelijkheden van zijn fantastische bas te laten horen. De versie is uiteraard van Rimski-Korsakov, en de opname uit 1962 klinkt nog steeds prima. (ooit EMI 5678772)


 

 

Boris Christoff liederen

Nu we het toch over Boris Christoff hebben: bij het budget label Andromeda is er niet zo lang geleden een 3-cd box heruitgegeven met alle door hem gezongen liederen van Moesorgski. De opnamen, met zowel piano- als orkestbegeleiding zijn in resp. 1951, 1955, 1957 gemaakt. Helaas geen liedteksten, en ook geen info. (ANDRCD 5098)


Meer Moesorgski: CHOVANSJTSJINA: discografie

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Musik swing

WALTER BRAUNFELS

Entertet Braunfels

In 1933 Walter Braunfels was dismissed from his post as director of the Hochschule für Musik in Cologne. Until then he had been, with Richard Strauss and Franz Schreker, one of the most frequently performed contemporary composers.  He retired to the Bodensee region (in his biography this is beautifully described as an “inner emigration’). After the war, on special request of Chancellor Adenauer, Braunfels returned to Cologne. The attention he received was limited to a few performances of his works. Disillusioned, he moved back to the Bodensee

BERTHOLD GOLDSCHMIDT

Entartet Beatrice Cenci

In 1935 Berthold Goldschmidt (1903-1996) left Germany and travelled to London. Against his better judgement he kept composing, but his works remained unperformed. In 1951 Goldschmidt won an opera composition contest with Beatrice Cenci, which had to wait until 1988 for its first concert performance.

In the 1980s, stimulated by the renewed interest in his work, Goldschmidt started to compose again. His Rondeau from 1995, written for and performed by Chantal Juilliet,  was recorded by Decca, together with his beautiful Ciaccona Sinfonica from 1936. This CD has been out of print for years now, and the composer’s works have all but disappeared from the concert platform.

 

 

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Holländer, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… a litany of names. Labelled “entartet” and banned by the Nazis, vilified, driven away, murdered. The composers who survived the war were forgotten, just like those who were murdered. Has this all really been the fault of the Nazis?

Entartet Goldschmidt en haas

Michael Haas and Berthold Goldschmidt

Michael Haas, the producer of Decca’s recording series Entartete Musik had a logical explanation. “After the war the new generation of composers felt a sense of guilt. Something similar should never happen again, and they found a remedy for that. They thought it was necessary to create objective music, without sentiment and subjected to strict rules. Music had to be universal. Serialism was born. In Darmstadt, the past was dealt with, including the composers from the 1930s. They were too romantic and sentimental, or borrowed too much from jazz and popular music. The Darmstadt school of composers became dominant, which meant an important link between the music of Mahler and Berio was lost. The bridge between the 1920s and the 1950s, the post-Schoenberg generation of composers.”

“My research started with a Weill project that unfortunately failed to take off. In the archives I discovered operas that were composed and performed in the 1920s and 1930s with immense success. I started to search for the scores, and my gut feeling was right. All of them were great compositions that deserved to be performed and recorded. Music history got back its logical order. “

WILHELM GROSZ

Enetartet Grosz

In the 1920s old values were shaken. The Great War had just ended. Countries had become independent, or had just lost their independency. Powerful new influences like jazz, blues, and exotic folklore appeared. Boundaries between classical and popular music were fading.

Of all the composers from that period, Wilhelm Grosz was perhaps the most versatile. He was born in Vienna in 1894 into a wealthy Jewish family. In 1919 he graduated from the Viennese Music Academy, where he was taught by, amongst others, Franz Schreker. In 1920 he finished his musicological studies at the Vienna University.

Grosz composed songs, operas, operettas, ballet music and  chamber music, and was a famous pianist as well. In 1928 he was appointed the artistic director of the Ultraphon record company in Berlin.

In 1929, commissioned by the prestigious Radio Breslau, he composed the song cycle Afrika Songs on lyrics by African-American poets.

Afrika Songs was premiered on 4 February 1930 and enthusiastically received. The cycle also became known as the  Jugendstil Spirituals, which probably is the most fitting description for it. There are jazz and blues influences, but the songs were also quite heavily influenced by the music of Zemlinsky, Mahler and … Puccini (compare Tante Sues Geschichten with Ho una casa nell’ Honan from the second act of Turandot!).

When he Nazis came to power, Grosz returned to Vienna. In 1934 he was forced to flee again, this time to London. There his popular works grew more distinct from his serious ones. His name became forever attached to a series of world wide hits. The Isle of Capri, for example, was the big hit of 1934.

ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 Grosz left for Hollywood. He composed the music for Along the Santa Fe Trail, a movie with Errol Flynn, Olivia de Havilland and Ronald Reagan in the leads. He had a heart attack in 1939 and died, aged only 45.

 

AFRIKA SONGS AND MORE

Entartete Gosz Africa

After almost sixty years Grosz was rediscovered, although only briefly. It is hard to believe, but the Afrika Songs were not recorded until 1996! The Matrix Ensemble performed them for the firs time at the Proms in 1993. The CD also includes the song cycle Rondels, Bänkel und Balladen and the hits Isle of Capri, When Budapest Was Young and Red Sails in the Sunset, songs we all know but never knew who composed them.

Vera Lynn sings Red Sails in the Sunset in 1935

Mezzo Cynthia Clarey and baritone Jake Gardner are splendid in the Afrika Songs and Andrew Shore makes a party of Bänkel und Balladen. Nothing but praise for the  Matrix Ensemble.

 

UTE LEMPER

Entartet Lemper

We meet the Matrix Ensemble again, this time accompanying Ute Lemper on a recording of Berlin cabaret songs. Cabaret in Berlin in the 1920s and the 1930s.  Countless books and articles have been written about it, and it has inspired many movies. Cabaret really was a world of its own, with the venerable Rudolf Nelson as its undisputed king. Pretty soon the younger generation made its mark on the cabaret scene:  Mischa Spoliansky and Friedrich Holländer. The lyrics (mainly by Marcellus Schiffer, but also by Tucholsky) scrutinised the spirit of the times. Everything was mocked, but serious topics were not eschewed either.

Ute Lemper sings Der Verflossene by Berthold Goldschmidt

Lemper’s choice of material is outstanding. Apart from a few widely known schlagers (Peter, Wenn die beste Freundin, Raus mit den Männern) she sings lesser known repertoire, amongst others a composition by Berthold Goldschmidt, Der Verf‌lossene. Goldschmidt was present during the recording sessions, just like the daughters of Spoliansky and Holländer.

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Holländer, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… a litany of names.  With the naming of these names the documentary from the 1990s on Entartete Musik started.  I doubt the DVD is still for sale somewhere…

 

It is probably remaindered, like the entire prestigious Decca recording series. No money could be made from it. As Michael Haas remarked: “The series is very successful, it wins awards and it is praised. But it does not sell.”

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Betwee two worlds

In 1944 Korngold wrote music for the movie Between two worlds. It was to be one of his last movie compositions. In London, during World War II, a concert pianist tries to leave by boat to the United States but is refused an exit permit. He then decides to commit suicide. His wife joins him.

Those who commit suicide are refused at the gates of heaven. The pianist and his wife are therefore doomed to remain on a mysterious ship where the dead come to be judged.

 

Almost thirty years after the rediscovery of the once banned and rarely performed composers we still find ourselves between two worlds. The world of great fame and that of oblivion.

I really wonder one day listeners will again appreciate this music purely for the quality of it? I was optimistic then, but much less so nowadays.

English translation: Remko Jas

In Dutch: TUSSEN TWEE WERELDEN

More Entartete Music in English:
Forbidden Music in World Word II: PAUL HERMANN
SZYMON LAKS. MUSIC OF ANOTHER WORLD
JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.

In German:
Entartete Musik, Theresienstadt und Channel Classics. Deutsche Übersetzung

LE COMTE ORY in Malmö

Rossini Le comte Ory.jpg

Met Le Comte Ory heeft Rossini een geheel nieuw genre in het leven geroepen, dat van operakomedie met de oorsprong in het vaudevilletheater. Het is eigenlijk een klucht die dankbaar gebruik maakt van talrijke vermommingen en verkledingen.

Het was de laatste komische opera van Rossini, de première vond plaats in 1828 in Parijs. En als de muziek u enigszins bekend voorkomt dan heeft u gelijk: Rossini hergebruikte het een en ander van zijn drie jaar oudere Il Viaggio a Reims.

De (anti)held van de opera is de oversekste jonge graaf Ory. Hij heeft zijn zinnen heeft gezet op de mooie gravin Adele die treurig de terugkeer van haar man van de kruistochten afwacht maar ondertussen zelf verliefd is geworden op haar page Isolier.

De productie die in 2014 in Malmö werd opgenomen is zeer grappig zonder dat het meteen verandert in het theater van de lach. De in Stockholm geboren Zweeds-Indiase Linda Mallik en haar team zijn verantwoordelijk voor de kleurrijke enscenering en de uitvoering is op topniveau.

De Uruguayaanse tenor Leonardo Ferrando had een broertje kunnen zijn van Juan Diego Flórez: niet alleen lijkt hij op zijn beroemde landgenoot maar zijn stem heeft vrijwel dezelfde, licht nasale timbre. Zijn hoogte klinkt dan iets minder gemakkelijk maar mooi is het wel. Een echte tenor leggero.

Erika Miklósa is een voortreffelijke Adele en Daniela Pini schittert als Isolier. Zeer onder de indruk ben ik ook van de bas Lars Arvidson (Ory’s leermeester) en de bariton Igor Bakan (Raimbaud).

Het orkest uit Malmö onder leiding van Tobias Ringborg speelt op wereldniveau.

GIOACHINO ROSSINI
Le Comte d’Ory
Leonardo Ferrando, Lars Arvidson, Daniela Pini, Igor Bakan, Erika Miklósa. Irina de Baghy e.a.
Malmö Opera Orchestra and chorus olv Tobias Ringborg
Regie: Linda Mallik
Naxos 2110388

“THEY COULD HAVE BEEN BIRDS” *

Burkhardt Söll:  Kinderdinge. A requiem for an old doctor and his orphans

Korczak met de kinderen

Korczak with the children

Korczak’s real name was Henryk Goldszmit. He first used his pen name Janusz Korczak in 1898 when he participated in a literary contest organised by Ignacy Paderewski, the famous pianist and future Prime Minister of Poland.

Korczak

Janusz Korczak

Korczak was born in Warsaw into an assimilated Jewish family.  After studying medicine he briefly practiced pediatrics until 1912 when he became director of Dom Sierot, an orphanage for Jewish children.  He carried out his utopian vision of a children’s republic there:  a community of children, with its own parliament, court and newspaper, all run by the children themselves. After World War I Korczak founded a second orphanage: Nasz Dom (Our House).

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

As well as being a doctor and director of an orphanage,  Korczak was also a pedagogue, teacher, writer and Bible scholar. He worked for the Polish radio and gave lectures. His fame was immense, and not confined to Poland. He was published abroad too, to great critical acclaim, and his pedagogical methods were used all over Europe.

Korczak en kinderen

Korczak and children.

In November 1940 the orphanage was forced to relocate to the Warsaw Ghetto. At the beginning of August 1942 the children, together with Korczak and his deputy Stefania Wilczynska, were put on a transport to Treblinka. Even the Nazis respected the famous pedagogue and offered Korczak the opportunity to save his own life. He refused and chose to die with his children instead of compromising his principles. They were all murdered in the gas chambers of Treblinka shortly after arriving there on August 7, 1942.

Korczak den de kindern Yad_Vashem_BW_2

Monument “Janusz Korczak and the children” in Yad Vashem

 

About Korczak:

In 1972 Korczak was posthumously awarded the prestigious Peace Prize of the German Book Trade. Books have been written about him, and his life story has been the subject of several biographical movies. In the 1990s the German-Dutch composer Burkhardt Söll composed a piece in memory of Korczak and his children: Kinderdinge. Manuela du Bois-Reymond, a sociologist and pedagogue who is also married to the composer, wrote the lyrics to the songs.

Korczak Kinderdinge

 

KOrczak KInderdinge

This stunningly beautiful composition consists of short pieces (children’s scenes) flowing into each other. The first scene Canto d’amore  is followed by the sound of clappers (The Only Instruments). There are quotes from Klezmer music and Yiddish songs. We hear train sounds, a grim March of Suitcase, shoes and coats and several songs.

Song I is about fear. Song II about children’s furniture that no longer inspires trust, and Song III about being locked in a dark closet. A closet so small there is only room for one leg. All three songs are filled with immense fear and darkness and death (“bei den Toten ist mein Haus und in der Finsternis is mein Bett gemacht”).

The fourth and final song (The End. What really happened) is based on the eyewitness report by Marek Rudnicki, which was published in the Polish Tygodnik Powszechny in 1988.

Kinderdinge is a concert version of Söll’s earlier piece of musical theatre Ach und Requiem from 1994/1995, which in turn was preceded by Little Requiem composed in 1991.

Korczak Söll

Burkhardt Söll

What interested me was why Söll wrote a piece of musical theatre on Korczak? Where did his interest in the fate of the old doctor and his children come from? Is it at all possible to tell his story in music? These questions were enough reason to visit the composer in Leiden where he has lived since 1977.

Burkhardt Söll was born in Marienberg in 1944. His mother was Jewish. During his first violin lessons, which he took from his aunts, he was allowed to play klezmer music by the one, but not by the other!

Söll studied viola with the famous Rudolf Kolisch. Already in school he composed for the school orchestra. He continued his training at the Hochschule der Künste in Berlin where he studied composition with Boris Blacher and Paul Dessau and painting with Horst Antes. Afterwards, he was the assistant of Bruno Maderna and later of Otmar Suitner at the Berlin Staatsoper Unter den Linden.

 

Korczak Söll zelfportret

Burhardt Söll self portrait

In the seventies Söll took part in a research project on children’s aesthetics. He developed a teaching strategy combining music composition with painting. In 1985 he was appointed as a teacher at the Utrecht School of the Arts. His paintings were exhibited in Berlin, Frankfurt, Paris, The Hague, and other places.

korczak king Matt

Söll has known Janusz Korczak and his books since his early childhood. Krol Macius I (King Matt the First) is still his favourite book. The life of the old doctor has always fascinated him: someone who put his life at the service of (orphan) children and remained faithful to his own ideals until death.

Reinhart Büttner’s designs for black and misshapen children furniture inspired Söll to write his piece of musical theatre. Ach und Requiem was performed only once in 1995, but luckily a recording exists. It is a shame the textbook, with a Jewish child playing the violin on its cover, is almost illegible. The letters are too small, and the colour combination (dark brown and light blue) makes it even harder to read.

Fragments can be listened to here:

https://www.muziekweb.nl/Link/AEX1367/Kinderdinge-music-for-Korczak-and-his-children

*Taken from the Dutch novella by Karlijn Stoffels We hadden vogels kunnen zijn,  inspired by a song by Itzhak Katzenelson Dos Kelbl written in the Warsaw Ghetto after the death of his wife and children.  The song became a global hit in the sixties under the tile Donna, donna.

English translation: Remko Jas

Original Dutch: “ZIJ HADDEN VOGELS KUNNEN ZIJN” *

Burkhardt Söll
Kinderdinge
Music for Korczak and his children
Djoke Winkler Prins (soprano),
Mary Oliver (viola), Alison McRae (cello), Huub van de Velde (double-bass), Jörgen van Rijen (trombone),Wilbert Grootenboer (percussion), Dil Engelhard (flute), Jan Jansen (clarinet), Henri Bok (saxophone)
Conductor: Peter Stamm
BVHAAST CD 9703

LA REINE DE CHYPRE

Halevy La Reine du Chypre

Jacques Fromental Halévy heeft meer dan veertig opera’s gecomponeerd maar mocht men hem überhaupt kennen dan komt het door ‘Rachel! quand du Seigneur la grâce tutélaire’, de tenorale hit uit La Juive, de enige van zijn opera’s die tot voor kort sporadisch werd uitgevoerd. Maar zie: de tijden veranderen en na de overal – behalve Nederland – gaande Meyerbeer-revival is men nu bezig om Halévy te herontdekken.

Richard Tucker zingt ‘Rachel! quand du Seigneur’ uit La Juive:

 

La Reine de Chypre is in 1841 in première gegaan en de daarbij aanwezige Richard Wagner die de opera voor de Dresden Abend-Zeitung recenseerde, prees de score de hemel in als zijnde “nobel, hartstochtelijk en vernieuwend”.

Het verhaal doet een beetje aan ‘Don Carlo’ denken en al verloopt de actie behoorlijk dramatisch, het loopt allemaal goed af.

Catarina Cornaro is de enige vrouwelijke rol in de verder louter mannelijke cast. Het zit zo: Rosine Stolz, de primadonna die de rol creëerde was beroemd en berucht om haar diva gedrag, ze duldde geen andere vrouwen naast zich. Zo eiste ze ook dat het thema van ‘haar’ aria niet al in de ouverture verklapt zou worden.

Begin juni 2017 werd de opera op het Vijfde Festival Palazzetto Bru Zane concertante uitgevoerd en door Ediciones Singulares live opgenomen. Zonder problemen gebeurde het niet.

Zo werd Marc Laho, die de rol van Gérard de Cousy oorspronkelijk zou zingen, ziek. Hij werd vervangen door Cyrille Dubois die het ook moest laten afweten en de rol werd overgenomen door de tenor nummer drie die de score amper kende. Op de opname horen we Dubois en hij doet het uitstekend.

Étienne Dupuis laat als Jacques de Lusignan een gespierd geluid horen maar het is de diva, Véronique Gens die de show steelt met haar zeer stijlvolle vertolking van de hoofdrol.

Hervé Niquet dirigeert het Orchestre de Chambre de Paris met veel elan en gevoel voor dramatiek en het Vlaamse Radiokoor is absoluut onweerstaanbaar. Een must.


JACQUES FROMENTAL HALÉVY
La Reine de Chypre
Véronique Gens, Cyrille Dubois, Étienne Dupuis, Éric Huchet, Christophoros Stamboglis e.a.
Orchestre de chambre de Paris; Flemish Radio Choir olv Hervé Niquet
Palazzetto Bru Zane series (Ediciones Singulares) Volume 17

Meer Halévy:
LA JUIVE: discografie
LA JUIVE Tel Aviv 2010
CLARI

Tomas Bretón: La Dolores

La Dolores

Tomas Bretón ken ik als één van de beste zarzuela-componisten en zijn La Verbena de la Paloma belandt regelmatig in mijn cd-speler. Van La Dolores kende ik – tot voor niet zo lang geleden -alleen een aria en een duet die zich in mijn Domingo verzameling bevinden.

Plácido Domingo zingt ‘Jota’ uit La Dolores:

Het werd dus een zeer spannende en zeer aangename kennismaking want bij de eerste inzet al ging ik rechtop zitten. De prachtige kleuren die aan het orkest ontlokt werden konden alleen maar het werk zijn van een maestro van formaat.

 

TOMAS BRETON

Tomas Bretón

Het voorspel deed mij sterk aan Cavalleria Rusticana denken wat alleen maar versterkt werd door de daaropvolgende koorpartij. Maar juist toen ik al dacht het allemaal eerder gehoord te hebben (behalve het al eerder genoemde ‘Cavalleria’ meende ik ook ‘Carmen’ te herkennen), nam het een totaal andere wending aan.

Ja, het is onmiskenbaar Spaans en vaak moest ik ook aan El Gato Montés van Manuel Penella Moreno denken, zeker in de schitterende scènes voorafgaand aan het stierengevecht. Maar waar ik eigenlijk het meest verbaasd over was: waarom werd La Dolores niet eerder opgenomen? De eerste opvoering in 1895 kende een enorm succes en de opera werd zelfs verfilmd.

Manuel Lanza (geen familie van) beschikt over een fraaie baritonstem die mij sterk aan Carlos Álvarez deed denken.

Tito Beltrán heeft sinds 1993, toen hij het concours van Cardiff won, een paar solo-cd’s opgenomen en het voelde goed om hem in een complete operaregistratie tegen te komen.

En Plácido Domingo is, zoals (bijna) altijd, superieur.

Het grootste belang echter ligt in de muziek zelf en het is te hopen dat de Decca opname uit 1999 nog te koop is want de hoop om het ooit eens live te kunnen horen heb ik al lang geleden opgegeven.


Tomas Bretón
La Dolores
Elisabete Matos, Raquel Pierotti, Plácido Domingo, Tito Beltrán, Manuel Lanza, Stefano Palatchi
Cor del Gran Teatre del Liceu, Orquestra Simfònica de Barcelona i National de Catalunya olv Antoni Ros Marbà
Decca 4660612