Het een en ander over Otello van Verdi en Domingo. Maar niet alleen…

otello domingootello

Voor mij is er geen twijfel mogelijk: Plácido Domingo is de grootste vertolker van Otello, zeker in de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw.

Niet alleen als zanger, maar ook als acteur weet Domingo zich fantastisch aan zijn partners aan te passen, waardoor zijn interpretatie altijd boeiend en nooit hetzelfde is.

Sir Laurence Olivier, één van de allergrootste Britse acteurs, heeft ooit gezegd: ‘Domingo plays Othello as well as I do, and he has that voice!’

Domingo’s fascinatie met Otello is al vroeg begonnen. In 1960 maakte hij zijn debuut in de opera, maar dan als Cassio. In 1962 – het was tevens de laatste keer dat hij de rol zong – stond hij tegenover de Otello van Mario del Monaco. In zijn memoires schrijft hij dat hij toen al wist dat Otello zijn ‘droomrol’ ging worden.

 

otello-placido-domingo-katia_1_8e94452a005bdde991cf21943c48cdb0

Zijn allereerste ‘Moor uit Venetië’ zong hij in Hamburg, op 28 september 1975. Hijzelf noemt het één van de belangrijkste data in zijn carrière. Desdemona werd toen gezongen door de piepjonge Katia Ricciarelli en het werd gedirigeerd door James Levine. De complete opera is tegenwoordig op You Tube beschikbaar:

Een jaar later kwam de opera in de Milanese Scala. Het was de eerste samenwerking tussen Domingo en Carlos Kleiber (buiten de studio). Mirella Freni zong Desdemona en Piero Cappuccilli Jago. Het werd live op de Italiaanse tv uitgezonden en inmiddels staat ook op You Tube

Er bestaat ook een geluidsopname van. Het is inmiddels op verschillende piratenlabels uitgebracht en is ook op Spotify te vinden. Het is eigenlijk verplichte kost, en dat ondanks de povere geluidskwaliteit en het ontbreken van een paar maten uit de derde akte (er was iets in het publiek voorgevallen).


otello domingo en price
Een andere fantastische live-Otello komt uit Londen, opgenomen op 19 februari 1978. Carlos Kleiber was weer van de partij, maar Desdemona werd nu gezongen door Margaret Price en Silvano Carroli was Jago. Zeer spannend.

 

otello rca
Van al zijn studio-opnamen van Otello is die – ooit RCA, tegenwoordig Sony – uit 1978 mij het meest dierbaar. Desdemona werd gezongen door Renata Scotto en zij gaf de rol een extra dimensie. Zij was niet alleen maar onschuldig, maar ook hoorbaar boos, verdrietig en bang. Sherrill Milnes was een duivelse Jago en het geheel stond onder leiding van James Levine.


 

otello kiri

Opus Arte (OA R3102) heeft een ouderwets mooie voorstelling uit Covent Garden uitgebracht (regie: Elijah Moshinsky). Het werd in oktober 1992 opgenomen. Met haar mooie, lyrische sopraan is Kiri Te Kanawa een droom van een Desdemona. Haar passiviteit past goed bij de rol, zeker in het concept van de regisseur. Sergei Leiferkus (Jago) is niet echt idiomatisch, maar hij zingt en acteert goed en het orkest onder de ferme leiding van Georg Solti speelt de sterren van de hemel.

 

otello fleming

Dezelfde productie werd in 1996 in de Metropolitan Opera in New York uitgevoerd en door Deutsche Grammophon opgenomen (0730929). Het was een mijlpaal in de operageschiedenis, want met Desdemona maakte Renée Fleming haar ongeëvenaarde debuut in die rol.

Ze deed mijn hart sneller kloppen van smart en ontroering. Haar ‘Wilgenlied’ met de sterk geaccentueerde herhalingen van ‘cantiamo’, haar engelachtige ‘Ave Maria’, haar o zo menselijk gespeelde wanhoop, ongeloof en verdriet – dat kon niemand onberoerd laten.

De lyrische tenor Richard Croft was ook visueel goed gecast als Cassio, en het geheel stond onder de zinderende leiding van maestro Levine

Hieronder een fragment:

 

ALEKSANDRS ANTONENKO (CSO-resound CSOR 901 1301)

otello antonenkoNu moet u mij eerlijk vertellen: hoeveel goede Otello’s kent u, zeker als u zich tot de laatste 40 jaar beperkt (na Vickers en zeker Domingo, die zich de rol eigen heeft gemaakt)?

Het is niet dat er geen pogingen werden ondernomen. De meest geslaagde vond ik nog die van José Cura, maar ook zijn invulling van de rol vond ik niet meer dan goed. De rol vereist namelijk een kanon van een stem, een enorm uithoudingsvermogen, een solide laagte en een buitengewoon ontwikkeld middenregister. En dan heb ik het niet eens over de terecht beruchte ‘Esultate’, met de op volle sterkte gezongen hoge noten, die je paraat moet hebben zonder enige opwarming vooraf. En je moet kunnen acteren, echt goed acteren, al is het alleen maar met je stem.

Aleksandrs Antonenko had dat allemaal. Toen de in 2011 in Chicago opgenomen cd werd uitgebracht     was ik oprecht heel erg blij en vond hem de eerste na Domingo die de rol geloofwaardig neerzette. Zijn krachtige tenor is (Of moet ik zeggen ‘was’?) gezegend met een zeer aangenaam vleugje metaal, zonder dat er aan warmte wordt ingeboet. In alle registers, die ook nog eens soepel overlopen, klinkt hij zuiver en nergens forceert hij. Daarbij verliest hij de humane kant van zijn held niet uit het oog: de opkomst en de ondergang van de ‘Leeuw uit Cyprus’ weet hij zeer overtuigend over te brengen.

Hieronder Antonenko in ‘Dio mi potevi’, opgenomen in Salzburg 2008.

Krassimira Stoyanova is, naar mijn mening, de beste Desdemona van vandaag. Haar interpretatie stijgt boven het gemiddelde uit. Ze is meer dan een onschuldig meisje, ze is een liefhebbende vrouw, die ook begaan is met het lot van anderen en die niet tegen onrecht kan. Haar verdriet om een ander in ‘Salce’ gaat perfect over in het verdriet om haar eigen lot in ‘Ave Maria’. Angstig? Ja, maar nergens berustend. Daar ben ik stil van geworden.

Een beetje moeite heb ik met Carlo Guelfi. Voor mij klinkt hij niet gemeen genoeg, wellicht omdat zijn Jago niet slim genoeg is? Hij is een schurk, maar dan één van een laag allooi. Meer een doener dan een denker. Een gewone schurk, geen ‘brein erachter’. Het ligt een beetje aan zijn stem. Zijn op zich prachtige bariton mist verleidelijke noten – een eigenschap die een Milnes of Diaz juist zo afstotend en gevaarlijk maakte.

Juan Francisco Gatell is een goede Cassio met een (voor mij) iets te feminine klank – iets meer machismo zou de rol wat meer sieren. Wellicht had Michael Spyres (Roderigo) die rol moeten zingen?

Het orkest onder de voortreffelijke leiding van Riccardo Muti speelt alsof hun leven ervan afhangt en de spanning is werkelijk om te snijden.


 

SIMON O’NEILL (LSO Live LS 00700 (2SACD)

otello davisOp papier zag het er niet echt idiomatisch uit. Een Nieuw-Zeelandse tenor als Otello, een Duitse sopraan als Desdemona, een Canadese bariton als Iago en een Engels orkest onder leiding van een Engelse dirigent. Mijn verwachtingen waren dan ook niet hooggespannen toen ik de, in december 2009 in het Londense Barbican live opgenomen Otello ging beluisteren.

Deels kwamen mijn verwachtingen uit. Simon O’Neill (Otello) heeft een iel, dun geluid. Nergens klinkt hij als een veldheer en in zijn liefdesduetten klinkt hij eerder monotoon dan lyrisch. Maar hij was een ‘last minute’-vervanger voor Torsten Kerl en dan wil je veel door de vingers zien.

Anne Schwanewilms (Desdemona) is voor mij een regelrechte misbezetting. O ja, zij heeft een prachtige, romige sopraan, maar ik mis de onschuld, de angst, de liefde, de oprechtheid. Zij intoneert niet helemaal zuiver en heeft bovendien een nare gewoonte om de tonen naar boven te trekken.

Maar Gerald Finley maakt als Iago erg veel goed. Wat een verrassing! Zijn bariton klinkt echt Verdiaans en hij kleurt en speelt met zijn stem dat het een lieve lust is. Alleen al voor hem zou ik de opname niet meer willen missen.

Het London Symphony Orchestra zet Verdi’s partituur onder leiding van Sir Colin Davis ferm neer. Wat een tempo voor 82-jarige dirigent!


Rolf Liebermann In Memoriam

Liebermann

Rolf Liebermann © Claude Truong-Ngoc (1980)

De Zwitserse componist Rolf Liebermann (14 september 1910 – 2 januari 1999) wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme waarin de grens tussen het toelaatbare en belachelijke opgezocht en vaak overschreden wordt.

Onder zijn leiding groeide de Hamburgse Staatsopera, waar hij tussen 1959 en 1973 veertien  jaar de scepter zwaaide tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken, bouwde een fantastisch artiestenensemble op en trok buitenlandse sterren en would-be sterren (in Hamburg begon de wereldcarrière van Plácido Domingo) aan. Arlene Saunders, William Workman, Raymond Wolansky, Franz Grundhebber, Tom Krause, Hans Sotin, Toni Blankenheim – allemaal vormden ze een vast en hecht ensemble, waar af en toe een grotere (lees: voor het grote publiek bekendere) naam aan werd toegevoegd: Lucia Popp in Fidelio en Zar und Zimmerman, Cristina Deutekom, Dietrich Fischer-Dieskau en Nicolai Gedda in Die Zauberflöte, Sena Jurinac in Wozzeck.

 

Liebermann boek

En hij gaf compositie opdrachten. In de jaren van zijn managent beleefden maar liefst 28 opera’s en balletten hun wereldpremière, een score waar menig operahuis jaloers op zou moeten zijn. Zijn tijd aan de Hamburgse Staatopera beschreef Liebermann later in zijn autobiografische boek ‘Opernjahre’ als de gelukkigste tijd van zijn leven. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als je zoveel moois op zo’n hoog niveau wist te realiseren kan je niet anders dan intens gelukkig zijn.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet regisseur Joachim Hess dertien producties voor de tv vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio. Met de toen beschikbare middelen was het onmogelijk om geluid en beeld tegelijk op te nemen, dus werd eerst de soundtrack gemaakt, waardoor de zangers het in de studio zeer precies konden na-mimen, zodat alles synchroon liep.

Liebermann box

Een jaar of tien geleden werden de opera’s door Arthaus Musik op dvd’s uitgebracht. Naar de hedendaagse technische maatstaven is het allemaal uiteraard verre van perfect. Het geluid is mono en de cameravoering nogal statisch maar voor de liefhebber valt er waanzinnig veel te genieten, niet in de laatste plaats vanwege het repertoire.

PENDERECKI: DIE TEUFEL VON LOUDON

Liebermann Penderski

In 1967 benaderde Liebermann Krzysztof Penderecki met het verzoek een opera voor Hamburg te componeren. Het werd Die Teufel von Loudun, waarvoor de componist zelf het libretto had geschreven. Het verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis: door het toedoen van een priores van de Ursulinenorde werd in het Franse Loudun in 1634 een priester van duivelse praktijken beschuldigd en tot de brandstapel veroordeeld.

De opera beleefde zijn wereldpremière op 20 juni 1969 en kort erna werd hij verfilmd. De hoofdrol van moeder Jeanne werd op een zeer indrukwekkende manier vertolkt door Tatiana Troyanos, een andere grote ster wiens carrière in Hamburg was begonnen (toen ze een beurs van de Rockefeller Foundation had gekregen om zich in Europa verder te bekwamen, deed ze auditie in Hamburg waar Liebermann haar meteen een contract aanbood). Haar portrettering van de door duivels geplaagde gebochelde non met seksuele visioenen is duizelingwekkend. Alles aan haar, van top tot teen, acteert. Haar gezichtsuitdrukking verandert met elke gezongen frase en haar stem gaat door merg en been.

De horrorachtige muziek met haar vele glissandi en octavensprongen roept een gevoel van onbehagen op en maakt dat je, ondanks de immense spanning, toch wel ongemakkelijk in je stoel blijft zitten. De enscenering, met veel bloot en expliciete seksscènes is voor die tijd zeer vooruitstrevend en ik kan me voorstellen dat het toentertijd als shockerend werd ervaren.

Trailer van de productie:

Over muziek gesproken: wist u dat William Friedkin muziek van Penderecki gebruikte voor zijn film The Exorcist?

GIAN CARLO MENOTTI: HILFE, HILFE DIE GLOBOLINKS!

Liebramann Globolinks

Speciaal voor Hamburg heeft de Italiaans-Amerikaanse componist en regisseur Gian CarloMenotti  Hilfe, Hilfe Die Globolinks!, een opera ‘voor kinderen en voor hen die van kinderen houden’ gemaakt. De première vond plaats in 1968 en een jaar later werd het in de studio verfilmd.

Ik moet u bekennen dat ik niet zo’n liefhebber van kinderopera’s ben maar hier heb ik toch schaamteloos van zitten genieten. Het is een onweerstaanbaar sprookje over aliens (Globolinks) die allergisch zijn voor muziek en alleen door middel van muziek bestreden kunnen worden.

De beelden zijn voor die tijd zeer sensationeel, vol kleur en beweging en het bos waar de kleine Emily (onweerstaanbare Edith Mathis) met haar viooltje doorheen moet om hulp te gaan halen is werkelijk beangstigend. De aliens zijn volgens de hedendaagse begrippen een beetje knudde, maar het geeft niet,  het geeft het geheel een aaibare glans. Het werk zit barstensvol humor en ironie, er wordt naar de muziekbarbaren uitgehaald: de schooldirecteur die muziek niks vindt verandert zelf in een alien.

Er wordt ook rijkelijk met oneliners gestrooid (“muziek leidt je naar de juiste weg” of “als de muziek sterft is het eind van de wereld nabij”). Onbegrijpelijk dat zoiets niet standaard voor alle scholen (en ik bedoel hiermee niet alleen de kinderen) wordt opgevoerd, het onderwerp is (en blijft) zeer actueel.

De bezetting van alle rollen, inclusief de kinderen, kan gewoon niet beter, en bewijst nog eens de hoge standaard van het Hamburgse ensemble, want waar vind je nog zoveel geweldige zangers/acteurs bij elkaar, die zoveel verschillende rollen op zo’n hoog niveau kunnen brengen?

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

LE NOZZE DI FIGARO deel 2

Amati Ensemble zet strijkkwartetten van Paganini op de kaart

Paganini AmatiWat weet een gemiddelde muziekliefhebber van en over Nicoló Paganini?
Dat hij een duivelskunstenaar was en wellicht zelfs een ‘vioolspelende duivel’? De schepper van ‘Cappriccio’s’ die iedere violist hoofd- en vingerbrekens bezorgen alleen al als zij er aan denken? De componist van de hondsmoeilijke vioolconcerten en duetten voor viool en gitaar?

De maestro uit Genua had veel meer in zijn mars en op zijn notenbalken. Onder andere heerlijke, overromantische strijkkwartettten. Niet dat ze zo makkelijk zijn om te spelen maar bij de luisteraar komen ze meer dan gemoedelijk over. Niemendalletjes? Zonder twijfel, maar zo, zo ontzettend lekker! Zeker als het zo aanstekelijk uitgevoerd wordt.

Het Amati Ensemble dat in een steeds wisselende samenstelling, maar altijd onder de meer dan bezielde leiding van de sterviolist Gil Sharon (ooit de concertmeester van het Limburgs Symfonie Orkest) optreedt, doet de naam van de uitgever alle recht aan. Briljant!

Heeft u een winterdiep? Slecht geslapen? Is uw minnaar met de dochter van de buurman ervandoor? Ik weet een remedie! De strijkkwartetten van Paganini. Mensen: ren naar de winkel, koop de cd of bezoek Spotify. Ga lekker achterover zitten en schaamteloos genieten. Wedden, dat al uw problemen, net als de sneeuw, tegen die tijd zijn gesmolten?


Nicolò Paganini
Strijkkwartetten 1 t/m 3
Amati Ensemble String Quartet: Gil Sharon, Sonja van Beek, Ron Ephrat & Floris Mijnders
Brilliant Classics 94287

Die Lustige Witwe en The Merry Widow

DIE LUSTIGE WITWE

Witwe Gilfrey

De operette mag weer gezien en gehoord worden en zelfs in de deftigste opera huizen komt ze tegenwoordig op het repertoire voor. Vaak wordt er voor Die Lustige Witwe gekozen en niet zonder reden: dit is een prachtig werk, vol stervensmooie melodieën en geestige dialogen.

Helmuth Lohner, aanvankelijk een film- en toneelacteur en operettezanger legt zich de laatste jaren toe op het regisseren en dat doet hij voortreffelijk. Zijn uit 2004 daterende productie uit Zurich is zeer traditioneel, rijk aan kleuren en bewegingen, en zijn satirische karakterisering van de personages is zeer logisch.

Wel permitteert hij zich een kleine ‘aanpassing’: na het mannensextet ‘Wie die Weiber’ laat hij de  vrouwen een equivalent ervan zingen.

Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de ietwat schrille Dagmar Schellenberg (Hanna), maar gaandeweg wordt zij alleen maar beter en revancheert zich met een perfect uitgevoerd Vilja-lied.

Rodney Gilfrey is een onweerstaanbaar charmante en sexy Danilo, Ute Gferer een kittige Valencienne en Piotr Beczala doet met zijn prachtige, lyrische tenor de goede oude tijden van een Kiepura herleven (Arthaus Music 100451)

THE MERRY WIDOW

Witwe Skovhus

Ja, het is in het Engels. So what? De ‘unvergessenliche süsse melodien’ klinken er niet minder mooi om. Deze productie van Franz Lehárs Die Lustige Witwe door de San Francisco Opera is gewoon wonderschoon.

The Merry Widow was in 2003 de laatste productie van Lotfi Mansouri, sinds meer dan veertig jaar het gezicht van de San Francisco Opera. Voor die gelegenheid werd een nieuwe Engelse vertaling van het libretto gemaakt, althans van de Franse versie ervan. Hierin speelt de laatste akte zich niet bij Hanna thuis, maar in het echte ‘Maxim’.

Mansouri ziet Hanna als een al wat rijpere vrouw, die gezongen dient te worden door een zangeres die Marschallin al heeft vertolkt. In dit concept past Yvonne Kenny, die hiermee haar roldebuut maakt, wonderwel. Ze beschikt over een schitterende charisma, haar stem is romig, fluwelig en betoverend.

Ook Bo Skovhus is een Danilo naar Mansouri’s hand: jeugdig en onweerstaanbaar aantrekkelijk. Zijn stem klinkt als een klok, hij is een begenadigd acteur en een voortreffelijke danser.

„Ik doe wat ik kan”, antwoordt hij op Hanna’s: „U danst goddelijk”. Nou, hij kan echt zeer veel en het verbaast me dus niet dat hij niet alleen dé Danilo maar ook één van de belangrijkste baritons van de laatste tien van de vorige en de eerste tien jaar van deze eeuw was geworden. De te zware rollen hebben zijn stem inmiddels een beetje aangetast maar hij blijft een belangrijke bühne-persoonlijkheid.

Angelika Kirschschlager en Gregory Turay excelleren als Valencienne en Camille, en ook de rest van de cast is voortreffelijk. Een wonderschone productie (Opus Arte OA 0836 D)

Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

HEART’S DELIGHT. Piotr Beczała zingt operette

Gustav Klimt domineert Die Fledermaus uit Glyndebourne

Fledermaus Glyndebourne Allen

Het is allemaal de schuld van de champagne, zeggen ze. Zou best kunnen, want het bruist, bubbelt, schittert en spettert dat het een lieve lust is. De bubbels zijn ook letterlijk ‘omnipresent’ in deze schitterende productie van Die Fledermaus, die in augustus 2003 in Glyndebourne werd opgenomen (Opus Arte OA 0889D).

Het geheel is zeer Art Deco en Jugendstil, met decors die lijken te zijn ontworpen door Otto Wagner en geschilderd door Gustav Klimt. Die laatste is eveneens alomtegenwoordig, ook in de kleding: van de jurk van Rosalinde tot de ‘schlafrok’ van von Eisenstein, waarin de arme Alfred de gevangenis ingaat.

Voor deze productie zijn nieuwe dialogen geschreven (de regisseur, Stephen Lawless, ziet het stuk als een toneelstuk met muziek), makkelijk te volgen dankzij de Nederlandse ondertitels.

Thomas Allen zet een kruidige Von Eisenstein neer, die duidelijk aan een midlifecrisis lijdt in een ietwat ingeslapen huwelijk. Pamela Armstrong is een pittige Rosalinde.

Malena Erdmann is een fantastische Orlofsky en Lybov Petrova en kittige Adele. Eigenlijk zijn ze allemaal fantastisch, inclusief de dirigent – de sprankelende Vladimir Jurowski – die ook actief deelneemt aan de actie.

Zet de champagne maar vast koud, geniet en drink. Niet noodzakelijk met mate.

Sir Thomas Allen over Eisenstein:

 

DRIE ‘FLEDERMAUSEN’ DIE NIEMAND MAG MISSEN

Let Beauty Awake: SIR THOMAS ALLEN

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

altviool voice of the viola

The viola sonata by Dick Kattenburg (1919-1944) consists of only one movement, allegro moderato. The reason is simple: before Kattenburg could complete the work, he was arrested during a raid in a cinema and sent to Westerbork on 5 May 1944. Two weeks later, on 19 May 1944, he was deported to Auschwitz, where he was murdered. Kattenburg was only 24 years old.

Max Vredenburg (1904 -1976) is now mainly known as co-founder of the National Youth Orchestra. In the 1920s he left for Paris where he studied with Paul Dukas and Albert Roussel, composers who influenced him greatly. In 1941 he fled to Batavia and in 1942 he ended up in a Japanese camp. He survived the war but a large part of his family was murdered in Sobibor and Auschwitz. He composed the Lamento in 1953 in memory of his sister Elsa.

altvioool VredenburgMax1

Max Vredenburg © Maria Austria MAI

The sonata by Mieczysław Weinberg, originally composed for clarinet and piano, is perhaps the most complex of all the other works on this CD. It is also the only composition that is not only sad: you can also recognize fragments of klezmer and Jewish folklore in it.

And if you think you recognize the opening measures of Beethoven’s Mondscheinsonate in ‘Adagio’, you are right. Those notes are indeed in it. Just as in the adagio, the final movement of Dmitri Shostakovich’s sonata. The work, dating from 1975, was his last composition, and shortly after the completion of the sonata he died of lung cancer.

I can only be brief about the performance: the absolute TOP! The sound that Ásdís Valdimarsdóttir elicits from her viola is of a rare beauty. It is so beautiful that it hurts. Listen to the Adagio of Weinberg’s sonata. Terrifying.

Marcel Worms, surely one of the greatest pianists/accompanists of our time, keeps himself a bit in the background, giving his Icelandic colleague all the honour of wearing glasses. But just listen carefully and experience how compassionate his contribution is. That’s what I think is called ‘partners in crime’. I can’t describe it any better.

Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (viola), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657

Translated with www.DeepL.com/Translator

Article in Dutch: The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

Forbidden Music in World WAR II: PAUL HERMANN

Kan iemand zich Inessa Galante noch herinneren?

Galante foto

Het geval Inessa Galante is een schrijnend voorbeeld van wat een ‘slachtoffer van de commercie’ zou kunnen heten. Haar eerste recital Debut, uitgebracht in 1995 werd (overigens: zeer terecht) een enorm succes, wat voornamelijk te danken was aan het Ave Maria van ‘Giulio Caccini’.

Puur bedrog, bleek later want het nummer dat een enorme hit werd (wist u dat het in de Top 100 van begrafenisuitvaarten staat?) bleek omstreeks 1970 gecomponeerd te zijn door ene Vladimir Fyodorovich Vavilov, een Russische componist, luitspeler en gitarist.


Debut  bleef op nummer één op alle hitlijsten staan waarna Galante ettelijke cd’s met meer van hetzelfde moest opnemen.

Doodzonde! Dat zij veel meer was dan het zoveelste studioproduct kon een ieder die haar live heeft meegemaakt beamen. Haar Violetta’s en Lucia’s zijn onvergetelijk en het spijt mij bijzonder dat er niets van is vastgelegd.

Galante

In januari 2000 heeft zij haar debuut in de befaamde Wigmore Hall gemaakt. De BBC heeft het opgenomen en het (nog bestaande?) label Campion zette het op cd, waarvoor ik beiden zeer dankbaar ben.

Bij haar Londense optreden zong Galante liedjes van Russische componisten, alle voorzien van een laagje weemoed en verlangen. Haar stem leent zich er uitstekend voor en met haar vermogen om emotie te doseren en de accenten op de juiste plekken te zetten, heeft zij er mini kameroperaatjes van gemaakt. Luister alleen naar haar zucht aan het eind van ‘Zhavaronok’ (Leeuwerik) van Glinka, alles conform de tekst. En kunt u net als ik, ook amper uw tranen onderdrukken bij het gedicht van Tolstoi, zo schitterend op muziek gezet door Tsjaikovski (Sred’ sjoemnavo bala)?

Inessa Galante beschikt over een pracht van een sopraan, met een gezonde dosis morbidezza en Roger Vignoles is een voorbeeldige ‘partner in crime’. (Campion RRCD 1348)