Verfrissenede Chopin door Benjamin Grosvenor

Chopin Grosvenor

Benjamin Grosvenor: “Het vervelende van de huidige tijd is dat musici blootstaan aan te veel vastgeroeste tradities en zienswijzen. Ik moet me de geschiedenis eigen maken, maar die moet dan wel naar het nu worden vertaald”. Dat het kan bewijst hij met de opname van de pianoconcerto’s van Chopin.

De concerto’s zijn razend populair: de catalogus vermeldt tientallen (zo niet meer) goede en zelfs voortreffelijke uitvoeringen. Valt er nog iets aan toe voegen? Blijkbaar. De jonge Brit die in 2004 op 11-jarige leeftijd de BBC Young Musician Competition won laat zien dat het hem niet zo zeer om de techniek gaat – daar is trouwens ook niets mis mee – als wel om het verhaal achter de noten.

Waar hij het vandaan haalt weet ik niet, maar zijn spel maakt dat het voelt alsof ik de concerten voor het eerst hoor, terwijl ik ze eigenlijk kan dromen. Hij schuwt de grote gebaren niet, gelukkig maar, en toch doet zijn spel kamermuziekachtig aan. Het is alsof hij – intuïtief? – aanvoelt dat ook de meest romantische muziek gebaat kan zijn door je, al is het af en toe, in te houden.

Ergens las ik dat hij jarenlang zijn slaapkamer deelde met zijn broertje die het syndroom van Down heeft: zou zoiets hem extra gevoelig kunnen maken? Pure speculatie, uiteraard.

Het Royal Scottish National Orchestra onder leiding van Elim Chan voelt de interpretatie van de pianist congeniaal aan: samen zijn ze een eenheid waar geen speld tussen te krijgen is. De opname klinkt uitstekend.


FRYDERYK CHOPIN
Pianoconcerto’s
Benjamin Grosvenor (piano)
Royal Scottish National Orchestra olv Elim Chan
Decca 4850365

A few words about Bohuslav Martinů’s Epic of Gilgamesh

Gilgamesh

The Epic of Gilgamesh is one of Martinů’s best, but also one of his most complicated works. He composed it in 1955, shortly after his absolute masterpiece, the three ‘Frescoes of Piero della Francesca’.

Martinu Gilgamesh tablet

Tablet V of the Epic of Gilgamesh. The Sulaymaniyah Museum, Iraq.

The ancient epic, created around 2100 BC, is one of the oldest literary works and is often compared by connoisseurs to the Bible and the story of creation. It tells the story of the king of Uruk, Gilgamesh, who – in a nutshell – is in search of immortality.

Martinu Gilgamesh

Gilgamesh battling the Bull of Heaven; terracotta relief preserved in the Royal Museums of Art and History, Brussels.

Martinů’s oratorio is a magnificent work, which can be compared to Honegger’s ‘Le Roi David’ because of its highly imaginative atmosphere and the use of spoken text – except for the choir and the soloists.

The booklet states that the work has now been recorded for the first time in the original language in which it was composed, English, but that is not entirely true. As early as 1995, the BBC Symphony Orchestra conducted by Jiří Bělohlávek made a brilliant recording of ‘Gilgamesh’ in which the singers sang in Czech, but the spoken text was recited in English by Jack Shepherd.

This new recording does not quite reach the orchestral level of the BBC recording, but the difference is actually minimal. In any case, all four soloists are second to none and Simon Callow’s recitation is irresistible.

BOHUSLAV MARTINŮ
The Epic of Gilgamesh
Lucy Crowe (soprano), Andrew Staples (tenor), Derek Welton (baritone), Jan Martiník (bass), Simon Callow (speaker)
Prague Philharmonic Choir, Czech Philharmonic olv Manfred Honeck
Supraphon SU 4225-2 – 51′

Translated with http://www.DeepL.com/Tran

Een openbare liefdesverklaring

love muziek pinterest

foto: Pinterest

De zomer is voorbij. Meestal het moment van bezinning, meer nog dan bij het aanbreken van het nieuwe jaar. Zeker voor een ‘cultuurganger’. Er wordt namelijk vaarwel gezegd aan zon, strand en het ‘dolce far niente’. Men bereidt zich voor op de opening van het seizoen, vol nieuwe muziek, fantastische concerten en de mogelijkheid om de tijdens de uitverkoop in Salzburg voor een habbekrats gekochte prachtjurken te etaleren.

Tenminste: zo was het vroeger, want zelfs de vier jaargetijden zijn niet meer wat ze geweest zijn. Dus niks geen vaarwel aan het strand, want de hele zomer regende het pijpenstelen. En de jurken kun je, als je geluk hebt, in een tweedehandswinkel verkopen, want aan gala doen wij, de Nederlandse klassieke muziekliefhebbers, niet. Dat laten wij aan de ‘proleten’ op de rode loper.

Maar ook het ‘dolce far niente’ gaat niet meer op, want hadden wij niet het Holland Festival, de Robeco Zomerconcerten, het Grachtenfestival, de Parade en weet ik wat dies meer? Lang leve de Hollandse zomer, ondanks de regen.

Maar de zomer is dus nu echt voorbij en het echte seizoen is begonnen. En eerlijk is eerlijk – beter kon het niet. Tenminste niet bij wat vroeger de ‘Matinee op Vrije Zaterdag’ heette. Vorige week knalde de boel met de geniale uitvoering van De vuurengel van Prokofjev. En gisteren werd ik – oude, nukkige knor – zowat tot tranen toe geroerd. Iets wat mij tegenwoordig toch nog maar zelden overkomt. Ik ben niet zo verliefderig. Vlinders in mijn buik? Mhaw… meestel ben ik er veel te nuchter voor. Zeker op mijn leeftijd. Te veel meegemaakt?

Nietsvermoedend ga ik naar het Concertgebouw. Het programma ziet er aardig uit, maar niet meer dan dat. Sibelius: leuk, maar verrassend? Eerste vioolconcerto van Szymanowski? Aardig, maar het haalt het niet bij het tweede. En kan een Hollandse violiste (mij alleen van naam bekend, SORRY!) hier iets mee?

Dan een opgedragen stuk van Richard Rijnvos (maar eens afwachten of het wat is) en als uitsmijter Wotans monoloog, gezongen door een bariton die het voor het eerst doet. Mijn verwachtingen zijn niet al te hoog gespannen en dan… Dan gebeurt hét.

Vandaar mijn persoonlijke en uiterst subjectieve LIEFDESMANIF

1. Ik verklaar mijn liefde aan Sibelius en Szymanowski. Hun muziek brengt mij in andere sferen en doet mij de dagelijkse portie ellende vergeten. Al is het voor even.

Liefde Rijnvos

Richard Rijnvos © John Snijders

2. Ik verklaar mijn liefde aan Richard Rijnvos. Hoe hij, voortbordurend op de oude thema’s een totaal nieuwe muziek heeft weten te creëren, niet wars van (oprechte!) sentimenten, maar wel met nieuwe, verrassende wendingen… Muziek waar een mens zich eindelijk weer mens bij voelt, begrepen maar ook uitgedacht. Chapeau!

Liefde Segerstam

Leif Segerstam Photo: Seilo Ristimäki

3. Ik verklaar mijn liefde aan Leif Segerstam, de waanzinnig goede dirigent/componist, die het aandurft om de muziek zelf te laten spreken. Bij hem geen frapatsen, geen onnodige tempowisselingen, geen gekunsteldheid, geen ‘wat zullen we nou eens bedenken om het spannender te maken’-idioterieën. Bij hem is muziek puur. En daardoor weer eens spannend.

LIEFDE simonelamsma-otto-van-den-toorn-1280x608-

simonelamsma © otto van den toornn

4. Ik verklaar mijn liefde aan Simone Lamsma. Ik kan mij werkelijk niet herinneren wanneer ik voor het laatst zo’n pure vioolklank heb gehoord. Heel erg ouderwets misschien, maar één waar mijn hart sneller van gaat kloppen en mijn keel zo dicht geknepen wordt dat ik mijn tranen voel vloeien. Simone: ga je ook Korngold spelen? Daar wil ik bij zijn!

liefde rombout ernest1140x500

Ernest Rombout © Concours de Genève

5. Ik verklaar mijn liefde aan Ernest Rombout, die van zijn hobo een hemels instrument wist te maken.

6. Ik verklaar mijn liefde aan Johan Reuter, die mij met zijn lezing van ’Leb’ wohl’ werkelijk op het puntje van mijn stoel liet belanden

7. En als laatste (but not least!) verklaar ik mijn liefde aan de Matinee op de vrije zaterdag/Vara Matinee/of hoe ze ook tegenwoordig mogen heten. ‘The place to be’ voor een echte muziekliefhebber.

Was getekend:
Basia Jaworski

Jean Sibelius: De thuisreis van Lemminkäinen; De Zwaan van Tuonela
Karol Szymanowski: Eerste vioolconcert
Richard Rijnvos: Riflesso sull’acqua
Richard Wagner: Leb Wohl (Wotans Abschied)
Simone Lamsma, viool; Ernest Rombout, hobo; Johan Reuter, bas-bariton;
Radio Filharmonisch Orkest olv Leif Segerstam

Gehoord op 11 september 2010

Music as ecstasy: Kathryn Stott plays Erwin Schulhoff

Schulhoff hot

In 1919 Erwin Schulhoff wrote: “Music should bring primarily physical pleasure, even ecstasy, to the listener. It is not philosophy: its roots lie in ecstatic situations and its expression lies in rhythm.”  No wonder the synthesis of jazz and classical music was not only a challenge for him, but eventually became his artistic credo.

In his time, Schulhoff (1894-1942) was highly appreciated as a composer and a virtuoso pianist. One review even speaks of an ‘absolutely perfect technique’ and a remarkable gift for improvisation.

The latter was particularly appreciated during his (live) radio performances, in which, of course, he also promoted his own jazz compositions. In 1928 he recorded several of his compositions for Polydor, including three from his Cinq Études de Jazz. These are particularly difficult works, which demand almost the impossible from the performer.

That Kathryn Stott has the required technique is obvious. Her recordings of piano music by Fauré, among others, earned her world fame and numerous prizes. She also deserves the greatest praise for her performance of Schulhoff’s jazz compositions. She plays the Etudes much slower than the composer, yet very rhythmical and extremely virtuosic. And yes: the pleasure of listening is indeed physical.

Ervín Schulhoff
Hot Music
Katryn Stott (piano)
BIS 1249

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Jacqueline du Pré. Because no reason is necessary.

Ever since the truly brilliant and now legendary movie Amadeus shattered Mozart’s reputation (or, on the contrary, boosted it), nobody is holy anymore.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In Anand Tucker’s extremely bad – in contrast to the masterful Amadeus –  Hilary and Jackie it was the turn of star cellist Jacqueline du Pré.

Trailer of the film:

It was all over with her image of a cute girl: the darling of so many fans turned out to be a nymphomaniac, who was also jealous of her sister and went to bed with her brother-in-law. The film is based on the book of du Pré’s sister and brother, so I’m sure it’s all true, but: what does it matter to a serious music lover? Will he now listen to Edward Elgar’s cello concerto in any other way? I certainly won’t.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar and Jaqueline du Pré belong together, just like Chopin and Rubinstein or Vincent van Gogh and the sunflowers. Du Pré began to study the Elgar Concerto at the age of thirteen, under the inspired guidance of her teacher and ‘cello daddy’ Wiliam Pleeth, and in 1965 she made a recording of it, conducted by John Barbirolli.  This performance was already declared legendary at the time of its appearance, and when in 1970 a live recording with her husband Daniel Barenboim came out, opinions were clearly divided.

Du Pré, Elgar and Barbirolli:


du pre barenboim

Du Pré, Elgar and Barenboim:

Even today it remains difficult to choose between the two. The recording with Barbirolli is almost perfect, but the one with Barenboim sparkles and twinkles more. It is clearly audible that two perfect soul mates are at work here. This recording was also used in ‘Hilary and Jackie’ and can be found, next to Pheloung’s music on the soundtrack from that movie (Sony 60394).

Du Pré and Barenboim performed a lot together, but made few studio recordings together. The plans were there but her illness struck and that was that. Luckily there are a lot of live recordings of their performances. Beethoven’s cello sonatas, for example. They were recorded during the Edinburgh Festival in 1970 (EMI 5733322).

In 1999 EMI collected all the recordings the BBC ever made of du Pré (now available as Warner 2435733775). Maréchal’s arrangements of the Falla from 1961 are a bit dubious, and her Couperin (1963) and Händel (1961) are a bit dated, but the joy that radiates from them compensates a lot, or perhaps everything.

Du Pré was a natural talent, her playing was inspired and characterised by great intensity, and the liberties she took are not disturbing, partly because of that. As Barenboim once said “she had a gift for making the listener feel that the music she played was being composed at that moment”.

 

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Kremerata Baltica leaves the listener open-mouthed and gasping for breath

Weinberg2

Gidon Kremer is one of the most ardent advocates of Weinberg’s music. This is also not the first time he has tackled his music. With his Kremerata Baltica and a few eminent guests, he has already recorded Weinberg’s chamber music works for CD in 2014. And the live recording of Weinberg’s violin sonata he made with Martha Argerich in Lugano has rightfully become legendary.

Kremer’s unsubtle way of playing and his almost animalistic drive are the best keys to the music of the Polish-Russian-Jewish composer who for decades – if not forgotten – had been lost in the madness of world history.

The recording of the first three chamber symphonies was made live in the Viennese Musikverein in June 2015. As expected, Kremer and his ensemble are more than ideal for the impetuous music of the composer who whimsically seemed to disregard all musical laws.

A foretaste (in poor sound quality): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

The arrangement of the 1944 piano quintet may seem superfluous, but the addition of percussion does not miss its effect and makes the work more monumental and the tension is immense.

The fourth symphony was the last work Weinberg orchestrated. The addition of the clarinet solo does not miss its effect and leaves the listener gasping for breath with an open mouth. Which is certainly also thanks to the unparalleled playing of the clarinettist Mate Bekavac and the very muscular conducting of Mirga Grazynité-Tyla.

The fact that the inflated piano quintet and the fourth symphony sound slightly better than the other works can be explained: the recording was made in the studio.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (conductor and violin), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (percussion), Mate Bekavac (clarinet), Mirga Gražinité-Tyla (conductor)
ECM 2538/39 4814604 – 155′ (2cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Fluitconcerten van Weinberg zijn het aanhoren meer dan waard!

Weunberg fluit

Als de tekst in het boekje klopt dan heeft Weinberg zijn 12 Stukken voor fluit en orkest gecomponeerd voor – en opgedragen aan de Russische fluitvirtuoos Alexander Korneyev. Daar heb ik zo mijn twijfels over want in 1947 was Korneyev pas 17 jaar oud! Maar: wie weet?

Maar het eerste fluitconcert, uit 1961 werd daadwerkelijk door Korneyev gespeeld. Sterker: er bestaat zelfs een opname van, vastgelegd vlak na de première, waarbij de solist begeleid werd door het Moskou Kamerorkest onder leiding van Rudolf Barschai.

Het is een verrukkelijk werk waar je blij van wordt en onmiddellijk zin krijgt om te gaan dansen. Iets wat ook aan de vele ‘klezmermuziek’ citaten kan liggen. Niet dat het allemaal een onbegrensde vrolijkheid is: de zeer retrospectieve Largo zorgt voor een mooi bezinningsmoment.

Het tweede concert componeerde Weinberg in 1987 en het werd pas in 2001 voor het eerst uitgevoerd, althans voor zo ver ik het na kon gaan. Er is geen groter contrast tussen beide werken mogelijk. Werd ik van nummer 1 voornamelijk vrolijk, nummer twee heeft mij in een zeer contemplatieve stemming gebracht, iets wat ik als zeer prettig heb ervaren.

De uitvoering is werkelijk fenomenaal. Claudia Stein (in het dagelijks leven solofluitiste van de Berliner Staatskapelle) speelt de stukken zeer virtuoos maar dan wel met de nodige knipoog waar nodig. En met een gezond dosis sentiment, wat nummer twee extra schrijnend maakt. Doe het haar na! Ook het orkest uit Szczecin klinkt uitstekend, het is te horen dat hun dirigent David Robert Coleman er duidelijk feeling mee heeft.

Wat de opname extra aantrekkelijk maakt zijn de onlangs ontdekte vijf stukken voor fluit en piano uit 1947 die hier hun première beleven. Hierin wordt Stein uitstekend bijgestaan door de pianiste Elisaveta Blumina.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Fluitconcert nr. 1, op. 78; nr. 2, op. 148b; 12 Stukken voor fluit en orkest, op. 29b; 5 Stukken voor fluit en piano
Claudia Stein (fluit), Elisaveta Blumina (piano), Szczecin Philharmonic Orchestra o.l.v. David Robert Coleman
Naxos 8.573931