Evgeni_Onegin

JEVGENI ONEGIN uit het ROH 2013: lang leve de dubbelganger!

onegin

Soms verdenk ik regisseurs ervan dat ze afspraken met elkaar maken. Zo van: nu komt er een rolstoelen jaar en het jaar daarop een van de wasmachines, om daarna plaats te maken voor alweer nieuwe “attributen”.

Nazi- symbolen zijn nog steeds gewild, maar beginnen een beetje uit de mode te raken want de regisseurs hebben iets nieuws bedacht: het gebruik van een “dubbelganger” voor de hoofdpersonen, waarvan de ene zingt en de ander danst of gewoon sierlijk beweegt.

De truc kán werken. Maar dat dat niet altijd lukt, heeft Stefan Herheim al in 2011 Amsterdam bewezen. En in 2013 deed Kasper Holten het hem na in Londen.

De opzet is in beide gevallen hetzelfde: de ouder geworden protagonisten kijken terug naar hun jeugd, vergetend dat de tijd onomkeerbaar is. Nu gaat Holten niet zo ver om dan meteen de hele Russische geschiedenis de revue te laten passeren en zijn regie is blij vlagen zeer ontroerend, maar “mijn Onjegin” is het niet.

Er wordt ontegenzeggelijk goed in gezongen, al vind ik Krassimira Stoyanova nu toch echt te oud voor Tatjana, althans optisch. Haar stem klinkt nog steeds als een klok en haar pianissimi zijn meer dan ontroerend, maar een echt jong meisje is zij niet. De dansende dubbelgangster was daarbij ook niet behulpzaam.

Voordat u mij ervan gaat beschuldigen dat ik de oudere zangers afschrijf: een paar jaar geleden hoorde ik de zeventigjarige (!) Mirella Freni in de rol, in de Metropolitan Opera. En geloof mij of niet: zij was Tatjana. Waar het aan lag? U mag het zeggen.

Simon Keenlyside weet zelfs van een telefoonboek een echt karakter maken, maar ook hij is Onjegin ontgroeid. Bij hem mis ik het ‘onnozele’, wat (voor mij) een onmiskenbare karaktertrek is van een dandy.

Pavol Breslik (Lensky) heeft de nodige elegantie, lyriek en de smachtende tonen paraat, maar hij doet mij Piotr Beczala niet vergeten.

Het orkest onder leiding van Robin Ticciati klinkt prima maar niet uitzonderlijk.

Kasper Holten over zijn productie van Onegin:

Trailer van de productie:

PYOTR IL’YICH TCHAIKOVSKY
Eugene Onegin
Simon Keenlyside, Krassimira Stoyanova, Pavol Breslik, Peter Rose, Elen Maximova, Diana Montague, Kathleen Wilkinson
Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House olv Robin Ticciati; regie: Kasper Holten
OPUS ARTE OA 1120 D

JEVGENI ONEGIN. Discografie

JEVGENI ONJEGIN van Stefan Herheim

Advertenties

MARIUSZ KWIECIEN: Slavic Heroes

kwiecienheroescd

De jonge Poolse bariton Mariusz Kwiecień (moeilijk uit te spreken? Ik ga u helpen! Het is, op zijn Hollands gezegd: Marjoesj Kfjetsjenj) is hot, echt hot. Speciaal voor hem werd ooit de ‘Barihunks’- site opgericht. Toch ….. hoezeer ik de acteerprestaties en het charisma van de jonge Pool bewonderde – zijn stem liet mij meestal koud. Maar kleine jongens worden groot en de waarheid moet nu gezegd worden: ik heb mij vergist

Toen ik zijn Onjegin in de regie van Dmitri Tcherniakov (Bel Air BAC046) zag, toen al heb ik mij gewonnen moeten geven, maar nu, met zijn eerste (sic!) solo-cd, kan ik alleen maar mijn hoofd diep buigen in bewondering. Vooraleerst is het de repertoire keuze. Naast zijn grootste glansrollen: Jevgeni Onegin en Krol Roger van Szymanowski zingt hij voornamelijk onbekende schatten uit de Slavische opera’s.

Als operaliefhebber kent u wellicht de baritonaria uit Sadko van Rimski-Korsakov en misschien ook ‘Oh Mariya, Mariya’ uit Mazeppa van Tsjaikovski. Maar heeft u ooit van Čertova stěna van Smetana gehoord? Of van Verbuum Nobile van Stanislaw Moniuszko? Dat bedoel ik maar!

Buiten de repertoirekeuze hebben we nog met een stem te maken en – het moet gezegd, zijn stem klinkt als een klok! Mooi, warm en zeer aantrekkelijk.
Ook het Poolse Radio Orkest onder leiding van Łukasz Borowicz klinkt voortreffelijk.



 

Mariusz Kwiecień
Slavic Heroes
Aria’s van Tchaikovsky, Moniuszko, Szymanowski, Rachmaninov, Borodin, Dvorak en Smetana
Polish Radio Symphony Orchestra olv Łukasz Borowicz
Harmondia Mundi HMW906

 

 

JEVGENI ONJEGIN van Stefan Herheim

onegindvd

Jevgeni Onjegin is een ware ‘antiheld’. Sterker: hij is een nogal saaie en verveelde kwast. Door nalatenschap is hij een rijk man geworden en heeft toegang tot de high society, maar alles verveelt hem en eigenlijk weet hij zelf niet wat hij wil. Hij kleedt zich volgens de laatste mode, de vraag is alleen of hij het doet omdat hij van mooie kleren houdt, of omdat het nu eenmaal zo hoort.

Want hoe de dingen horen dat weet hij wel. Hij maakt ook amper een ontwikkeling door in de loop van de opera. Hij doodt zijn beste vriend en zelfs dat laat hem onberoerd. Pas aan het eind wordt hij ‘wakker’ en er komt iets van een gevoel bij hem binnen. Niet echt iemand aan wie je een opera kan ophangen, vandaar ook dat voor veel mensen de echte hoofdpersoon niet Onjegin maar Tatyana is.

Wellicht. Maar één ding weet ik zeker: de opera gaat niet over de geschiedenis van Rusland. Net zo min trouwens als de roman in verzen van Poesjkin, waar het libretto, geschreven door de componist zelf, zeer losjes op is gebaseerd.

Er zijn veel prachtige voorstellingen van de opera gemaakt: denk aan Carsen, Tsjernjakov of Deborah Warren, om maar een paar te noemen. Daar hoort Herheims visie volgens mij niet bij. Bij de première vijf jaar geleden was het DNO-publiek buitengewoon enthousiast en de meeste recensenten spraken er met lof over.

Zelf vond het een misselijkmakend samenraapsel van van alles: bruine beren, astronauten, geestelijken, KGB, circus, Syberië, tsaren en de nieuwe rijken (lees: de Russische maffia). Maar het allerergste wat Herheim deed was het om zeep helpen van één van de ontroerendste tenoraria’s uit de operageschiedenis. Terwijl de arme Lenski (prima Andrej Dunaev) afscheid neemt van zijn liefde en zijn leven, wordt het beeld verstoord door de weggevoerde gevangenen.

Om één van mijn Engelse collega’s te citeren: “If a director wants an opera of Pushkin’s Onegin he should write a new libretto and commission appropriate new music. Otherwise, he deserves a visit from Tchaikovsky’s vengeful ghost….”

Bo Skovhus, ooit één van mijn lievelingszangers, voor wiens Onjegin ik ooit naar Parijs ben afgereisd, was de rol inmiddels ontgroeid. Maar het is nog steeds heel erg fijn om naar hem te kijken en te luisteren.

Krassimira Stoyanova daarentegen vind ik nog steeds één van de ontroerendste Tatyana’s uit de geschiedenis en Mikhail Petrenko zet een zeer imponerende Gremin neer, al oogt hij te jong voor zijn rol.

Het KCO onder Mariss Jansons klinkt werkelijk fantastisch: Jansons dirigeert volovergave, met brede gebaren, maar ook zeer lyrisch.

Trailer van de productie:

 

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski
Jevgeni Onjegin
Bo Skovhus, Krassimira Stoyanova, Andrej Dunaev,
Mikhail Petrenko e.a.
Royal Concertgebouw Orchestra Amsterdam olv Mariss Jansons
regie: Stefan Herheim
Opus Arte OA 1067 D