KROSSOVER, OPERA REVISITED

krossover

Klassieke muziek was vroeger van iedereen en dat zou mezzosopraan Tania Kross graag terug willen hebben. Voor haar cd Krossover, opera revisited hebben diverse hedendaagse musici daarom ‘nieuwe oude opera-aria’s’ geschreven.

Het is een verzameling van sentimentele tot zeer sentimentele luisterliedjes (“onbekende/nog niet als zodanig erkende opera aria’s” volgens Kross), die je sterk aan de oude, mistige zwart/wit filmbeelden van een aanhoudende regen, het afscheid nemen van je geliefde, van verlaten stranden en eenzame zonsondergangen doen denken en die je een beetje desolaat achterlaten.

Het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid is sterk en de melancholie (en nostalgie) is allesoverheersend. Domenico Modugno is met zijn ‘Piove’ nergens ver weg en ook de fado komt om de hoek kijken. Maar als je goed luistert, herken je ook iets van ‘Puccini-akkoorden’.

Ik mag het wel, al realiseer ik mij dat de cd niet voor iedereen bestemd is. Menig ‘opera-diehard’ zal hier zijn neus voor ophalen en (zo stel ik mij voor) veel jonge rapliefhebbers zullen er ook geen boodschap aan hebben. Hun gemis, denk ik dan, en zet de cd opnieuw op…Hun gemis, denk ik dan en zet de cd opnieuw op.

De liedjes bieden, hoe gek dat misschien klinkt, een soort troost. Het gevoel dat je hebt nadat Mimi is gestorven; je laat je tranen rijkelijk vloeien, maar daarna kan het alleen maar beter worden.

Kross: “In de hedendaagse klassieke muziek zijn we alle verbanden met de menselijke psyche, met een hart en ziel zo’n beetje kwijtgeraakt. Mensen zijn gaan experimenteren en hebben de melodie en de herkenbaarheid overboord gegooid. Maar niemand kan ontroerd worden door dissonanten en met het intellect alleen raak je van steeds meer mensen vervreemd.”

“De klassieke muziek van vroeger was van iedereen”, vervolgt ze. “Iedereen floot de Mozart-deuntjes en zong mee met de liedjes van Schubert. Dat is waar ik weer naar verlang. Ik wil dat de mensen, zeker jonge mensen, terugkeren naar de concertzalen en operahuizen en dat ze ontroerd raken.”

Kross besloot om door te gaan waar het volgens haar allemaal is gebleven: de romantiek, de herkenbaarheid en – voornamelijk – het gevoel. Haar uitgangspunt was om een soort ‘nieuwe oude opera-aria’s’ te creëren, opera-aria’s die iedereen moesten kunnen aanspreken.

Vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse musici en tekstdichters (denk aan namen als Spinvis, Huub van der Lubbe of Lucky Fonz III) zetten zich aan het componeren, geholpen door de deskundige arrangeur en alleskunner, Bob Zimmerman, die de boel naar de klassieke wetten plooide (petje af!).

Begeleid door het zeer betrokken en zeer gevoelig spelende Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel dook Kross de studio in. Het resultaat kreeg de zeer toepasselijke titel Krossover – opera revisited

 

The making of:

 

De toon wordt gezet met ‘Mea Culpa’ van Reyn Ouwehand en Marinus de Goederen. De muziek zet zachtjes in en de stem van Tania fluistert mee, onschuldig schuldig, met de hoop op vergeving die er misschien niet komt.

Vanwaar zo veel sentimentaliteit en zo veel droefenis? De meeste opera’s gaan zelden over schuld of verlatenheid. Er wordt in gemoord, gestorven, er wordt zelfmoord gepleegd, maar de heldinnen worden zelden verlaten en/of verscheurd door een schuldbesef.

Kross (lachend): “Blijkbaar is dat een idee dat mannen van vrouwen hebben! Ik heb ze een opdracht gegeven en dat is het resultaat, blijkbaar zien mannen ons zo!
Ik wilde teruggaan naar de oorsprong en naar de primaire menselijke emoties, ik wilde nieuwe muziek maken voor het nieuwe, jonge publiek.”

Op mij maakt ‘Nichts macht mehr Sinn’ van Martijn Konijnburg en Henri Meijer zeer veel indruk. Het voelt ook echt opera-achtig aan. Door het ritme, het tempo, maar ook door de wisselende stemmingen. Kross: “Klopt. Een paar jaar geleden hadden de makers een echte hit gemaakt, met – inderdaad – veel opera-achtige uithalen en een beetje bombarie. Dat wilde ik er ook bij hebben.

Maar ook ‘Voor geen goud’ van Huub van der Lubbe zou niet in een opera, of minstens een moderne muziekproductie misstaan. Het is, wat mij betreft, het allerbeste nummer op de toch al zo fraaie cd. Het geeft Tania ook de meeste mogelijkheden om al haar kunnen te laten horen.

 


Krossover, opera revisited
Tania Kross (mezzosopraan).
Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel.
Challenge Records (CC72628)

 

Tides of life: spannende arrangementen van liederen van Wolf, Schubert, Brahms en Barber

hampson


In de winter van 2014 maakten Amsterdam Sinfonietta en de Amerikaanse bariton Thomas Hampson een tournee door Europa. In twee weken gaven ze twaalf concerten in zes verschillende Europese landen.

Speciaal voor dit tournee en in opdracht van Amsterdam Sinfonietta bewerkte de Britse componist David Matthews liederen van Wolf, Schubert en Brahms en Schuberts ‘Ständchen’ werd van een nieuw arrangement voorzien door Bob Zimmerman. Alleen ‘Dover Beach’ van Samuel Barber kreeg niet een echte ‘make over’ en bleef dicht bij de oorspronkelijke compositie.

De liederen zijn nu soms amper herkenbaar, maar ik vind het niet erg. Het is best spannend om te horen wat een arrangement met bekende melodieën kan doen.

De tekst blijft natuurlijk hetzelfde, maar de melodielijn – en zeker de toon – verandert wel. In de nieuwe arrangementen klinken de ‘Vier ernste Gesänge’ van Brahms iets minder somber en de liederen van Wolf (‘Der Rattenfänger’!) worden juist veel serieuzer van toon en minder ironisch.

In de zetting van Bob Zimmerman klinkt het lieftallige ‘Ständchen’ een beetje unheimlich. Een gevoel, dat versterkt wordt door de omdraaiing van de “rollen”: het is nu geen meisje dat bijgestaan wordt door een mannenkoor, het zijn nu de vrouwen die de man begeleiden. Het is wel even wennen, maar mooi is het zeer zeker. Het Nationaal Vrouwen Jeugdkoor weet er in ieder geval goed raad mee.

Hampsons stem is niet meer zo mooi en gecultiveerd zoals vroeger, wat hier alleen maar een pré is. Zo klinken de liederen lekker kruidig, met veel pit.

Amsterdam Sinfonietta bewijst alweer dat ze tot een van de beste kamermuziekensembles in de wereld behoren.

Tides of Life
Hugo Wolf, Franz Schubert, Johannes Brahms, Samuel Barber
Thomas Hampson (baritone), Candida Thompso (viool), Netherlands Female Youth Choir; Amsterdam Sinfonietta

Channel Classics CCS 38917 • 55’

THOMAS HAMPSON & MACIEJ PIKULSKI: Serenade

NOTTURNO: Thomas Hampson zingt liederen van Richard STRAUSS

SOL GABETTA PRAYER

Franz Schreker: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

IRRELOHE

schreker_2053_partbuch.indd

In 2010 is het opera in Bonn aan een heuse Schreker revival begonnen. In 2010 werd er Irrelohe op de planken gezet en daar door MDG (9371687-6) live opgenomen.

schreker-irrelohe

Het verhaal lijkt nog het meest op een heuse horrorfilm. De heren van het kasteel Irrelohe zijn vervloekt. Op hun huwelijksdag worden ze gek en verkrachten een maagd – een vloek die ze aan hun eerstgeborene zoon doorgeven. Alleen de vlammen kunnen de vloek ontkrachten. En die vlammen komen er ook, aan het eind, als de mooie Eva (Ingeborg Greiner) de graaf Heinrich (onweerstaanbare Roman Sadnik) boven de bastaard Peter (Mark Morouse) verkiest. U snapt hem natuurlijk meteen: Peter is de eerstgeborene zoon van de verkrachter; Heinrich (die dus zijn halfbroer is) kwam 30 dagen later ter wereld. Eind goed al goed, maar eerst gaan we huiveren, sidderen en…. genieten..

Roman Sadnik in scènes uit Irrelohe:

Van de opera bestond al een opname op Sony, in 1989 live opgenomen in Wenen.

schreker-irre

Wiener Symphoniker stond onder leiding van Peter Gülke en wellicht is het zijn schuld dat het niet heel erg opwindend klinkt. Aan de zangers (o.a. Luana de Vol en Monte Pederson) ligt het in ieder geval niet niet, al vind ik ze ook niet echt om naar huis te schrijven.

DER SCHMIED VON GENT

7776472_multipac.indd

Van Schrekers’s laatste opera, Der Schmied von Gent had ik een piratenopname uit Berlijn 1981 in mijn bezit, maar daar was ik niet echt weg van: noch van de klank, noch van de uitvoering. Bovendien was de opera zonder synopsis amper te volgen.

Met smacht zat ik dus op de eerste commerciële uitgave van te wachten en zie: daar is hij dan! ‘De Smit’ werd in 2010 in Chemnitz live opgenomen en op CPO (777 647-2) uitgebracht, hulde!

Het is een “Grosse Zauberoper” met een verhaal dat een beetje in de buurt komt van ‘Der Freischütz’, er komt ook een duivel in voor, maar ook de Heilige Petrus en … Alva (het speelt zich tijdens de 80-jarige oorlog). En ja, het komt allemaal goed.

De bezetting, met o.a. fantastische Oliver Zwarg in de hoofdrol van Smee is voortreffelijk.


LIEDEREN

schreker_vol1

 

De onvolprezen Reinild Mees heeft er het initiatief voor genomen en is (uiteraard) zelf achter de piano gekropen om twee cd’s vol met de liederen van Schreker te begeleiden en op te nemen. Er doen Jochen Kupfer, Ofelia Sala en Anne Buter aan mee en het resultaat is werkelijk voortreffelijk (Channel Classics CCS 12098 en CCS 14398)

 

schreker-ruzicka

Ook een echte aanrader is een uitgave van Koch Schwann (3-6454-2), hopelijk nog in de handel, met daarop naast het voorspel voor Irrelohe en ‘Vorspiel zu einer grossen Oper’ een werkelijk onweerstaanbare liedcyclus ‘Vom ewigen Leben’, naar de gedichten van Walt Whitman. Het is fenomenaal gezongen door Claudia Barainsky – alleen al voor haar, met haar stralende hoogte en een enorme tekstbegrip moet je de cd toch echt hebben.

 

En dan heb ik het nog niet eens over het fantastisch spelende Deutsche Symphonieorchester Berlin. De dirigent, Peter Ruzicka snapt precies waar het in de muziek van Schreker over gaat.

 

VORSPIEL ZU EINEM DRAMA

Als toetje één van de prachtigste instrumentale werken van één van mijn geliefde componisten: Vorspiel zu einem Drama uit 1913. Het BBC Symphony Orchestra
staat onder leiding van Jascha Horenstein:

 

Meer Schreker:

De bedwelmende klank van Franz Schreker
‘Zij was toch de mijne, of was zij het niet’?

DIE GEZEICHNETEN. Discografie
DER FERNE KLANG
DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012
FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes
SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms

Franz Schreker: De Gezeichneten. Discografie

schreker-1918

Alviano: foto uit de première in Frankfurt 1918 via Green Integer Blog

Het idee kwam van Zemlinsky: hij wilde een opera maken over een lelijke man en het libretto bestelde hij bij Schreker. Eenmaal klaar met zijn werk viel het Schreker zwaar om afstand te doen van zijn tekst. Gelukkig zag Zemlinsky van de opera af en zo sloeg Schreker zelf aan het componeren.

Net als Der Ferne Klang, gaat ook De Gezeichneten over de zoektocht naar de onbereikbare idealen. Alviano, een mismaakte rijke edelman uit Genua droomt van schoonheid en volmaaktheid. Op een eiland laat hij “Elysium” bouwen, een plek waar hij zijn idealen hoopt te verwezenlijken. Wat hij niet weet, is dat de edelen zijn eiland misbruiken: zij houden zich er bezig met orgieën, verkrachtingen en zelfs met moorden.

De titel van de opera is dubbelzinnig. Niet alleen zijn de hoofdpersonen ‘getekend’ (Alviano door zijn monsterlijke uiterlijk en Carlotta door een dodelijke ziekte), ook maakt Carlotta een tekening van Alviano, waarin zij zijn ziel probeert te vangen

CD’S

EDO DE WAART 1990

schreker-vara

Deze prachtige opera, rijk aan duizenden kleuren en zwoele klanken (luister alleen maar naar de ouverture, kippenvel!) wordt de laatste tijd steeds vaker op de planken gebracht. In 1990 werd het  werk onder leiding van Edo de Waart in de Matinee uitgevoerd, met een lelijk zingende, maar zeer betrokken en daardoor zeer kwetsbare William Cochran als Alviano en een fenomenale Marilyn Schmiege als Carlotta (Marco Polo 8.223328-330).


LOTHAR ZAGROSEK 1994

schreker-decca

In 1994 heeft Decca (4444422)  De Gezeichneten in de serie ‘Entartete Musik’ opgenomen. Hier ben ik niet zo gecharmeerd van, noch van het orkest, noch van de solisten, maar het is in ieder geval helemaal compleet.


WINFRIED ZILLIG 1966

schreker-walhall

Ik ben niet kapot van Helmut Krebs in de hoofdrol van Alviano: zijn timbre is weliswaar mooi, maar zijn hoogte is geknepen. De rollen van Carlotta en de sadistische verleider Tamare zijn door het echtpaar Evelyn Lear en Thomas Stewart perfect bezet.

De Amerikaanse bariton Stewart was in die tijd een zeer gevierde Wagnerzanger, beroemd om zijn Wotans en Amfortassen. Lear werd vaak vergeleken met Elisabeth Schwarzkopf, zelf vind ik haar manier van zingen natuurlijker en aangenamer. Haar prachtige verschijning maakte haar een ideale Carlotta, het is jammer dat wij er geen beelden van hebben. Het is echter de prachtige bas Franz Cras die de opname domineert in zijn rol van hertog Adorno.

Het geluid vind ik aanvankelijk aan de povere kant, maar het lijkt beter te worden naarmate de opera vordert. Het kan natuurlijk ook dat je eraan went. Het Noord-Duitse radio-orkest onder Winfried Zillig vind ik niet echt geweldig. Ik mis de zinnelijkheid, maar het kan ook aan de opname liggen.

De partituur is, zoals toen gebruikelijk was, behoorlijk ingekort. Jammer, maar het is niettemin een zonder meer bijzonder belangrijke uitgave! (Walhall WLCD 0376)


FRANZ SCHREKER 1928 (fragmenten)

schreker-eigen

Op een box met drie cd’s (Symposium 1271/1272/1273) waarop Schreker te bewonderen valt als dirigent van onder meer zijn eigen werk, staan ook een paar fragmenten uit Die Gezeichneten, opgenomen in 1928, met zijn vrouw Maria in de rol van Carlotta.

schreker_wife

Franz en Maria Schreker

DVD:

LEHNHOFF/NAGANO 2005

schreker-dvd1

In 2005 werd in Salzburg een alom bejubelde productie van Nikolaus Lehnhoff live opgenomen en op DVD (EuroArts 2055298) uitgebracht. Persoonlijk ben ik er niet onverdeeld enthousiast over, al moet ik toegeven dat het allemaal zeer spectaculair en zeer spannend is geënsceneerd.

Om te beginnen vind ik het decor (het liggende lichaam van een dode vrouw, het hoofd gescheiden van de romp, waarover volop gewandeld word) te nadrukkelijk aanwezig en beladen met goedkope en overbodige symboliek. Ook de eindscène vind ik getuigen van slechte smaak: tegenwoordig heb je heel wat meer nodig dan ontvoerde jonge maagden om te choqueren, dus Lehnhoff laat ze nadrukkelijk jong zijn. Deze maagden, inclusief Ginevra Scotti, zijn niet ouder dan 10 jaar oud, het antwoord van de regisseur heet dus pedofilie. Ja, dat komt inderdaad schokkend over, maar was het nodig? Daar ben ik niet zo zeker van.

Maar in vergelijking met de afschuwelijk platte enscenering van Kušej bij De Nederlandse Opera (gelukkig niet opgenomen, wat wel zonde is van de geweldig goede hoofdrol van Gabriel Sadè) is Lehnhoff natuurlijk een held.

Dus toch maar Lehnhoff aanschaffen, want er valt ontegenzeggelijk veel te genieten. Ten eerste is er de muziek zelf, prachtig en zeer erotisch gespeeld door het Berlijnse Deutsches Symphonie-Orchester onder leiding van Kent Nagano. De beelden zijn mooi, de kleuren (met overheersend diep blauw) zijn mooi en de zangers/acteurs, gestileerd naar hedendaagse sterren als Johnny Depp en Tom Cruise, zijn mooi – alles tenslotte draait hier om de uiterlijke schoonheid, en dat weet Lehnhoff met zijn team mooi te benadrukken.

Robert Brubakker is een aandoenlijke Alviano, en al snap ik niet helemaal waarom hij in het begin in vrouwelijke kleren wordt gestoken – indrukwekkend is het wel. Anne Schwanewilms is een mooie, koele Carlotta, en Michael Volle overtuigt als de viriele graaf Tamare.

Trailer van de opname:

Scènes met Robert Brubakker:

De bedwelmende klank van Franz Schreker

DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

DER FERNE KLANG

SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms

‘Zij was toch de mijne, of was zij het niet’?

Schrekers Der Schatzgräber in de regie van Ivo van Hove

schatsgraber-o1

© Nederlands Philharmonisch Orkest

Dé klank. Daar was Schreker door geobsedeerd en gefascineerd. Een klank die vanzelf afstierf, maar dan niet heus, want die moest nog na blijven klinken – al was het alleen maar in je gedachten. Het moest een pure klank zijn, maar dan één met orgastisch verlangen en vervlochten met visioenen.

Natuurlijk had het ook met de tijdgeest te maken, ook andere kunstenaars waren er mee bezig, misschien niet zo fanatiek.
Dé klank, die heeft Schreker nooit losgelaten, zelfs toen hij, aan het einde van zijn korte leven een andere kant op leek te gaan

Deze klank, die volgens onze chef-dirigent Marc Albrecht ‘narcotiserend werkt’, is in Der Schatzgräber volop aanwezig. Het was Albrechts diepste wens om de opera ooit te dirigeren, een droom die in september 2012 is uitgekomen.

En daar is hij goed in, in het maken van de volmaakte klanken. Ze moeten nog wel geperfectioneerd worden, want het geluid bij de première was, zeker in het begin, veel te hard. Gelukkig werd het na pauze lyrischer en zachter, waardoor je door de muziek gewiegd werd, net als in het bloedmooie slaapliedje van Els, aan het begin van de derde akte.

The making of:

Over de aankleding kan ik kort zijn: knudde. In de eerste twee akte kon ik mij nog iets bij de verwaarloosde, agressieve sekteleden (?) voorstellen. De mooie Els had iets weg van Catherine Deneuve in Belle de Jour, met haar blonde pruik en de zeer hoge hakken onder haar korte, sexy jurkjes. Iets wat ook een beetje doorgetrokken werd naar de Koningin (goede stomme rol van Basja Chanowski).

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els) © Monika Rittershaus

Maar het geriatrische ziekenhuis/verpleeghuis, met de strompelende oudjes met rollators? Sorry, dat heeft mij niet eens tot nadenken gezet; ik vond het lelijk en overbodig. En als we het dan toch over films hebben: ik moest een beetje aan Breaking the Waves van Lars von Trier denken. Het ultieme offer

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

©Monika Rittershaus

De videoprojecties waren voor mij te veel van het goede. Veel voegde het ook helemaal niet toe of lag juist te voor de hand (witte paard, kinderen die geboren worden of een flonkerende sterrenhemel tijdens de liefdesnacht – ‘2001 Odyssee’ van Kubrick?). Ik werd er onrustig van. Schreker’s muziek moet je ondergaan, dan komen er vanzelf genoeg beelden.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els) en Raymond Very (Elis) ©Monika Rittershaus

Ik moet wel toegeven dat van Hove zich redelijk aan het libretto heeft gehouden, er waren zeer weinig discrepanties tussen wat je zag en wat je las. Wat hij wel heeft gedaan is het Middeleeuws sprookje naar ons hedendaags (hyper)realisme vertalen en dat mag. In zijn inleiding zei hij niet van een concept uit te willen gaan, wat hij wilde was het creëren van een universeel drama.

Het was een première voor iedereen. Voor de regisseur, voor de dirigent en voor het orkest. En voor alle, meer dan voortreffelijke zangers. Daar neem ik mijn petje voor af.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els), Raymond Very (Elis) ©Monika Rittershaus

Allereerst de vertolker van de titelrol, Raymond Very. Zijn tenor is lyrisch en wendbaar, zijn hoge noten gooit hij de lucht in alsof het niets kost en hij wist zich met de bij vlagen zeer heftige muziek niet te overschreeuwen. Wat een verademing om van de lange Schrekeriaanse bogen zo volkomen in stijl te kunnen genieten. Je merkte wel dat hij het tegen het eind moeilijker kreeg, maar sta daar eens in zijn schoenen! Drieverf BRAVO!

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Raymond Very (Elis), Manuela Uhl (Els) ©Monika Rittershaus

Ook Manuela Uhl (Els) was tegen het einde een beetje op. Maar wat ze daarvoor heeft gepresteerd grenst aan het onmogelijke. Mooie vrouw met meer dan gemiddelde acteerkwaliteiten en met een stem die van fluisterzacht tot loeihard en van zeer laag tot zeer hoog ging, chapeau.

Een bijzonder sterke indruk maakte op mij Kay Stieferman. Zijn bariton is van een immense omvang en gezegend met duizenden kleurnuances. Dat had hij als Der Vogt ook zeker nodig, want er gingen mij toch emoties schuil achter zijn personage. Hij wist ze allemaal duidelijk te overbrengen, waardoor je zelfs enigszins sympathie voor zijn handelen kon opbrengen. Zeer indrukwekkend.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Raymond Very (Elis), Manuela Uhl (Els), Graham Clark (Der Narr) ©Monika Rittershaus

Over Graham Clark (Der Narr) hoef ik u niets te vertellen. Hij was precies wat van hem verwacht werd – niet minder dan geweldig!

Trailer van de productie:

De voorstelling is live opgenomen en op cd’s uitgebracht op Challenge Records:


Franz Schreker
Der Schatzgräber
Raymond Very, Manuela Uhl, Graham Clark, Kay Stiefermann, Tijl Faveyts, André Morsch, Andrew Greenan e.a.
Nederlands Philharmonisch Orkest en het Koor van de Nederlandse Opera olv Marc Albrecht
Regie: Ivo van Hove

Bezocht op 1 september 2012 in het Muziektheater Amsterdam

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

DIE GEZEICHNETEN. Discografie

DER FERNE KLANG

FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes

SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

TUSSEN TWEE WERELDEN

 

Monna Vanna van Rachmaninoff: what a beauty!

 monna

Rachmaninoff associeer je niet gauw met de opera. Toch heeft hij er vier gecomponeerd. Eenakters, dat wel. En echt succesvol waren ze geen van allen, op Aleko na. Waarom? Geen idee. Ik vind ze mooi. Voornamelijk The Miserly Knight, een heerlijk operaatje, gebaseerd op een tekst van Poesjkin en met veel Wagner-invloeden.

Als er niet een misverstand, een ongeluk of gewoon een dom vergeten in het spel was geweest, dan hadden we wellicht ook een lange opera van de Russische maestro gehad. Monna Vanna, naar het toneelstuk van Maeterlinck, was al best ver gevorderd toen het Rachmaninoff te binnen schoot dat hij vergeten was de rechten bij de schrijver aan te vragen. Te laat! De rechten waren verkocht aan Henry Février en die gaf geen toestemming voor de opera. En dat was dat.

De eerste akte was toen al voltooid, maar nog niet georkestreerd. Dat gebeurde pas bijna 80 jaar later. Op verzoek van Rachmaninoffs schoonzus ontfermde Igor Buketoff zich over de pianopartituur en werd Monna Vanna (of eigenlijk ‘de aanzet tot’) voor het eerst uitgevoerd. Dat was in 1984 in Saratoga, met in de hoofdrollen Tatiana Troyanos en Sherrill Milnes.

Chandos (8987) nam de opera een paar jaar later op. Helaas zonder Troyanos (de rol van Monna Vanna werd overgenomen door Blyth Walker), maar Milnes was weer van de partij in de rol van Guido. De uitvoering is meer dan uitstekend. Het is alleen jammer dat de tekst in het Engels vertaald werd.

In 2009 werd Monna Vanna in een nieuwe orkestratie van Gennady Belov eindelijk ook in Rusland, en in het Russisch, uitgevoerd. Het conservatorium van Moskou had de primeur. Het werd live opgenomen en onlangs bracht Ondine de registratie op cd uit.

Het verhaal: Pisa wordt aangevallen en belegerd. Om de stad van de totale ondergang te redden moet generaalsvrouw Monna Vanna de tent van de aanvoerder van het vijandelijke leger opzoeken – alleen en naakt onder haar mantel. De afloop kunt u, met een beetje fantasie, zelf bedenken en voor inspiratie kunt u naar haar portret kijken, geschilderd door Dante Gabriel Rosetti.

Monna Vanna 1866 by Dante Gabriel Rossetti 1828-1882

Monna Vanna 1866 Dante Gabriel Rossetti 1828-1882 Purchased with assistance from Sir Arthur Du Cros Bt and Sir Otto Beit KCMG through the Art Fund 1916 http://www.tate.org.uk/art/work/N03054

Ook in Monna Vanna zijn de invloeden van Wagner onmiskenbaar aanwezig, maar als je goed luistert dan hoor je flarden Borodin (Prins Igor!) en die nemen, naarmate de opera vordert, het voortouw in.

De uitvoering is meer dan voortreffelijk, zeker als je bedenkt dat alle rollen bezet zijn door de studenten van het conservatorium in Moskou. Ook het koor en het orkest komen daarvandaan. Daar word ik even stil van, van het niveau. Zou het alleen aan de perfecte directie van Vladimir Ashkenazy liggen?

De laatste vijftien minuten van de cd worden ‘opgevuld’ met zeven van Rachmaninoffs bekendste liederen. ‘U moyego okna’, ‘Siren’ en ‘Zdes’ khorosho’ ontbreken dus niet.

Sopraan Soile Isokoski zingt de liederen anders dan ik gewend ben. Haar stem is rijper dan het gebruikelijke ‘lievemeisjesgeluid’ en dat is even wennen. Maar mij bevalt haar lezing zeer. Zo veel diepgang en tekstbegrip hoor je zelden.

Het meeste ben ik onder de indruk van ‘Zdes’ khorosho’ (alles is fijnhier). Ze zingt het met een zweem van melancholie, die je niet onberoerd kan laten.

Maar ook ‘Son’ (droom) laat je niet koud. In haar interpretatie vertonen beide liederen, ondanks hun poëtische, droevige ondertonen (Russen zo eigen), ook prozaïsche trekken.

Zelfs van het bijna kapot gezongen ‘Vocalise’ weet Isokoski meer dan een stemoefening te maken. Ik vind het zonder meer indrukwekkend. Vladimir Ashkenazy begeleidt haar daarbij niet minder dan congeniaal op de piano. Een waarlijk prachtige cd!


Sergei Rachmaninoff
Monna Vanna; Liederen
Moscows Conservatory Opera Soloists, Moscow Conservatory Students Choir en Symphony Orchestra olv Vladimir Ashkenazy (Monna Vanna)
Soile Isokoski (sopraan) en Vladimir Ashkenazy (piano)
Ondine ODE 1249-2

TROIKA

Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

THE SILVER AGE

ELISABETH SÖDERSTRÖM op BBC Legends

Onweerstaanbare Mireille van Gounod

mireille

Het heeft lang geduurd, maar in 2010 werd er eindelijk dvd met Gounods Mireille uitgebracht.

Echt succesvol is de opera nooit geweest – waar een behoorlijk gerommel met verschillende versies debet aan zal zijn geweest. In 2009 zette Nicolas Joel, die dat jaar baas van de Opéra National de Paris werd, de opera echter op het toneel van het Palais Garnier, als opening van het seizoen.

Gounod’s muziek is zeer theatraal, wat door de regie en de betoverende belichting alleen maar werd onderstreept. Hier geen concepten (wat een verademing!), wel een voortreffelijke personenregie en geweldige mise-en-scène.

Het bühnebeeld doet mij aan het begin een beetje denken aan Sound of Music. Maar het pastorale, bijna serene begin verandert gaandeweg in een horror story met een Manon Lescaut-achtig einde. Ik was in tranen!

Inva Mula (Mireille) vind ik een ware ontdekking. Zowel qua stem als qua uiterlijk en gebaren doet zij mij aan drie van de grootste zangeressen van de laatste 50 jaar denken: Scotto, Freni en Cotrubas.

Charles Castronovo zingt een lichte maar in alle opzichten prettige Vincent en Alain Vernhes imponeert als Mireilles vader.

De dirigent, regisseur en dramaturg vinden Mireille een meesterwerk en daar kan ik het, na het bekijken van dvd, alleen maar mee eens zijn.

Charles Gounod
Mireille
Inva Mula, Charles Castronovo, Alain Vernhes, Franck Ferrari, Sylvie Brunet, Anne-Catherine Gillet
Orchestre et Choir de l’Opéra National de Paris olv Marc Minkowski
Regie Nicolas Joel
FRA (002)

Joseph Beer: Polnische Hochzeit. What a discovery!

beer-cover

“In der Heimat blüh’n die Rosen – nicht für mich den Heimatlosen”, sings Count Boleslav in his first big solo in Polnische Hochzeit: “In my home country roses are blossoming, but not for me, I am without a homeland.” These are words from the 1937 show, premiered in Switzerland, that could just as easily come from the biography of the composer himself.

beer-jong

Joseph Beer in Vienna

Joseph Beer was born in 1908 in Lemberg (Lwów, Lviv). Back then, this was part of the Austrian-Hungarian empire, but 10 years later it was to become one of the most important cities of Poland. Beer studied in Vienna, after the “Anschluss” in 1938 he fled to France.

beer-and-his-siblings

Joseph Beer with his siblings

He first went to Paris. Helped by the director of the Théâtre du Châtelet he earned his living by writing music for the film Festival du Monde. After failing to reach the Unites States, he ended up in Nice. During his years in hiding Beer composed Stradella in Venice there, an opera in the verismo style (premiere Zurich, 1949), which turned out to be his final one. After the war Beer got the news that his parents were killed in Auschwitz. Also his friend, mentor and librettist of Polnische Hochzeit, Fritz Löhner-Beda, had not survived the camps.

beer-fritz-lohenr-beda

Fritz Löhner-Beda

In the early fifties Beer married Hanna Königsberg, also a Holocaust survivor (Königsberg fled Germany as a child, with her parents). Together with her and their two daughters he remained in Nice until his death in 1987.

beer-1986

Joseph Beer in 1986 at his balcony in Nice

Beer never got over the sad news of the loss of his family. He withdrew from public life and stopped composing. Instead, he threw himself into studying musicology. In 1966 he defended his thesis: ‘The Evolution of Harmonic Style in the Work of Scriabin.’

After the war, Polnische Hochzeit was never performed again. Beer himself refused to give permission. We can only guess why he did so, but apparently the confrontation with the operetta was too painful for him. The operetta and its subject matter were too close to his heart.

But Beer never denied his roots. According to his daughter Béatrice he always felt a Jew in the first place, and immediately after, a Pole. Not an Austrian, please, but also not a Frenchman. He lived in France for almost fifty years, and was declared a French citizen after the war, but his heart remained in Lwów, although he never saw that city again. He also spoke Polish fluently, which no doubt helped him to get the rhythms in his score right.

beer-polnische-hochzeit-poster-world-premiere

It is hard to believe, but Beer composed Polnische Hochzeit in only three weeks. Because of the difficult theater situation in Austria, the show was first presented in Switzerland – with a libretto by Kalman’s and Lehár’s co-authors Alfred Grünwald and Fritz Löhner-Beda, who also collaborated with Abraham. The premiere in 1937 in Zurich was an immediate hit. It was translated into eight languages and had 40 subsequent productions elsewhere, outside of Nazi Germany.

beer-poster-world-premiere-polnische

Under the title Les Noces Polonaises the new production of the opera was planned for October 1, 1939, in the Théâtre du Châtelet. Jan Kiepura and Martha Eggerth were supposed to sing the leading roles, but a month before opening night the Nazis started World War II.

Polnische Hochzeit is a voluptuous operetta in the Viennese tradition. One can detect echoes of Emmerich Kálmán and Paul Abraham, but the score is also filled by Polish folk dances and Jewish melodies. But there are also many “modern” syncopated numbers, e.g. the duet “Katzenaugen” (Cat’s Eyes), a veritable Charleston.

What sets Polnische Hochzeit apart is the patriotic story set in 1830 Poland, a country occupied by the Russians. Childhood sweethearts Boleslav and Jadja meet once more when Boleslav returns home. Jadja is now engaged to Boleslav’s rich uncle Staschek, but the witty maid Suze (a female sort of Figaro) finds a way to untangle the engagement and get Boleslav and Jadja together in the end. Just think of Don Pasquale..

Nikolai Schukoff is someone I encounter more and more often in operettas, and that makes me very happy. His tenor is very suited for the genre, much more than for his usual Wagnerian repertoire which has left traces in his voice. They are not dramatic, but he needs time to vocally warm up (it’s a live recording). By the time he sings the mazurka “Polenland, mein Heimatland” (Poland, my home country) he – and his voice – are in full swing. He dazzles with some glorious top notes and demonstrates a great sense of rhythm. In this, he is perfectly supported by conductor Ulf Schirmer. And the longing and passionate way Schukoff sings “Du bist meine große Liebe” (You are my big love) is something even colleagues like Nicolai Gedda couldn’t top.

Teaser for the cpo CD “Polnische Hochzeit” by Joseph Beer with Nikolai Schukoff:

Martina Rüping is a wonderful Jadja. She sings “Wenn die Mädel zu Mazurka gehen” with warm soprano tones, and she adds a certain melancholy that is touching, as is the song itself. Just like the duet “Herz and Herz” (heart to heart). I melted away.

Michael Kupfer-Radecky is an impressive Count Staschek, and Susanne Bernhard a wonderful as Suze.

It’s certainly one of the best CPO operetta releases.

The 1st page of the young heroin Jadja’s gorgeous aria (Wunderbare Träume)beer-aria-jadjaBéatrice Beer (composer’s daughter) sings Wunderbare Träume:

 

Joseph Beer
Polnische Hochzeit
Martina Rüping, Susanne Bernhard, Nikolai Schukoff, Michael Kupfer-Radecky, Mathias Hausmann e.a.
Chor des Staatstheater am Gärtnerplatz; Münchner Rundfunkorchester olv Ulf Schirmer
CPO 5550592

English translation: Kevin Clarke and Remko Jas

In Dutch:POLNISCHE HOCHZEIT van JOSEPH BEER

More Schukoff:
EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

DER ZIGEUNERBARON

 

Harnoncourt dirigeert Genoveva van Robert Schumann: dvd versus cd. CD wint.

DVD:

genoveva

Al vanaf de première in 1850 werd Genoveva, Schumanns enige opera, als mislukt beschouwd. En daar zit wat in: het is in feite een symfonie met stemmen.

Nikolaus Harnoncourt is echter al decennia lang pleitbezorger van Genoveva. Volgens hem is de opera een waar meesterwerk, misschien zelfs de belangrijkste opera uit de tweede helft van de negentiende eeuw. En ook daar zit wat in, want de muziek is wonderschoon en met een goede regisseur valt er ontegenzeggelijk iets prachtigs van te maken.

Martin Kušej plakt in zijn productie voor het Opernhaus Zurich het verhaal vast aan het personage van Golo, in wie hij Schumann zelf – de componist, de dichter, de revolutionair – ziet en wiens zielsroerselen het ‘echte’ verhaal vormen. De actie speelt zich merendeels af in een soort witte doos, met alle personages permanent op de bühne, alsof ze daar zitten opgesloten.

Best interessant en ongetwijfeld spannend, maar voor mij te ver gezocht en behoorlijk warrig. De liefhebber van het conceptualisme kan echter zijn hart ophalen, want de personenregie is uitstekend en de muzikale kant meer dan voortreffelijk.

Een superieure Shawn Mathey zingt Golo. Zijn mooie en warme tenor straalt inderdaad iets van een dichter uit. Juliane Banse is een ontroerende Genoveva.

 

Juliane Banse, Shawn Mathey, Martin Gantner, Cornelia Kalish
Orchestra and the Chorus of the Zurich Opera House olv Nikolaus Harnoncourt
Regie: Martin Kušej
Arthaus Musik 101 327

 

CD:

genoveva-cd

Wilt u een zowat volmaakte Genoveva horen, zonder poespas en zonder concepten?
Ga dan voor de cd opname die Harnoncourt in 1996 voor Warner Classics (0825646912612) maakte, met het Chamber Orchestra of Europe en als solisten Oliver Widmer, Ruth Ziesak, Deon van der Walt, Marjana Lipovsek en Thomas Quasthoff. Beter krijgt u het niet.


 

Henk Neven en Hans Eijsackers. En de zee

neven

Ik weet niet hoe u er over denkt, maar ik word zo ontzettend moe van de vergelijkingen! Henk Neven, één van onze fijnste jonge zangers, werd al bij de bespreking van zijn eerste cd in The Grammophone, als de ‘opvolger van’ bestempeld. Hoe onterecht! Nevens dictie en zijn uitspraak, van zowel het Duits als het  Frans zijn zonder meer voorbeeldig, maar niet te nadrukkelijk: hij declameert niet, hij zingt.

Zijn timbre vind ik buitengewoon prettig: warm en ongedwongen. Hij zingt je toe, zoals iemand je over je bol aait. Het mooist vind ik hem in het midden en het hoge register, daar klinkt zijn stem helemaal vrij. Daar weet hij ook prachtig met kleuren te spelen en dwingt hij zijn luisteraar naar zijn fluistertonen te luisteren. Daarmee doet hij mij af en toe aan een iets donkerder getimbreerde Gerard Souzay denken.

In Hans Eijsackers heeft hij niet alleen een begeleider maar ook een “soulmaatje” gevonden. Zoals de twee op elkaars verlengde zitten en elkaar zonder woorden, met wellicht alleen een knipoog begrijpen … Pure magie!

De cd is zeer weemoedig, dus beluister het niet op de veranda op een waaierige, donkere dag met de ziltige regendruppels op je gezicht. Of misschien juist wel?


The Sea
Liederen van Debussy, Fauré en Schubert
Henk Neven (bariton), Hans Eijsackers (piano)
Onyx 4102 • 64’

Meer Henk Neven:
Rêves d’Espagne
LA CLEMENZA DI TITO door het Orkest van de Achttiende Eeuw