cd/dvd recensies

Rita Streich: koningin van coloraturen

Streich.jpg

Hoge coloratuursopraan behoort tot de meest bewonderde stemtype. Logisch eigenlijk, want wat de dames doen valt een beetje in de categorie ‘een nachtegaal op de trapeze’. Een beetje circus, dat wel, er zijn dan ook dames die er een beroep van hebben gemaakt om kunstjes te vertonen, waarbij ze vergeten dat er ook muziek bij hun hoge noten hoort.

Zo niet Rita Streich, voor mij de allerbeste en de allermooiste coloratuur sopraan ooit. Natuurlijk is haar stem vederlicht en haar versieringen onberispelijk, maar in tegenstelling tot veel van haar vakgenoten is haar repertoire eigenlijk onbegrensd: opera, operette, liederen, oratoria

Niet in alles is ze even goed. Zo vind ik haar Schubert iets te lichtvoetig, waardoor veel van de tekst verloren gaat. Maar bij het operagenre is ze veel meer in haar element. Dan heb ik het allereerst natuurlijk over haar onaardse Koningin van de Nacht (Die Zauberflöte, Mozart) en over haar andere paradepaardje: Zerbinetta (Ariadne auf Naxos, Strauss).

Streich zingt de rol van Zerbinetta zo virtuoos dat je de virtuositeit niet eens merkt, zo vanzelfsprekend klinkt het. Luister maar naar haar vertolking van ‘Großmächtige Prinzessin’. Waar veel van haar stemgenotes in die aria aan een jongleur met noten doen denken, weet Streich het allerbelangrijkste element toe te voegen: het gevoel. Let ook op de warme gloed over haar zang, die zelfs bij de hoogste noten zijn glans niet verliest.

Hebt u ooit haar vertolking van het maanlied uit Rusalka van Dvořak gehoord? Zo vluchtig en ongrijpbaar als het zeeschuim, maar mét de verlangens van een verliefd pubermeisje:

Op haar allermooist vind ik Streich in lichte liederen van onder anderen Saint-Saëns, Delibes en Eva Dell’Acqua. Met een lichtgouden glans op haar stem doet ze me aan zo’n ouderwets porseleinen danseresje denken.

Hieronder als voorbeeld ‘De Nachtegaal’ van Alabiev. Ze zingt het in perfect Russisch, een taal die ze als een in Rusland geboren dochter van een Russische moeder en een Duitse vader goed beheerste.

Rita Streich
Königin der Koloratur: Das Beste aus Oper und Konzert
The Intense Media 600196 (10 cd’s)

 

 

 

 

Karen Cargill en Simon Lepper: een must voor een ieder die van Alma en Gustav Mahler houdt

cargillmahlercd

De Schotse mezzosopraan Karen Cargill beschikt over een zeer expressieve stem die haar in staat stelt om alle wendingen in de muziek perfect uit te beelden. Je zou kunnen zeggen dat ze met alle winden meedraait, en dat bedoel ik als een groot compliment: weinig zangers hebben de souplesse en nog minder weten er zo natuurlijk mee omgaan.

Haar stem op zich is niet echt ‘romig’, maar het ontbreekt haar niet aan fluweel, bijzonder. Ik vind het zeer boeiend, want haar zingen is veel meer dan gewoon maar mooi. Soms, zeker in de forte passages, kan zij best scherp uithalen, maar dan zonder dat het onaangenaam wordt.

Cargills vertolking van liederen van Alma Mahler is dan ook zo helemaal anders dan die ik tot nu toe hoorde. Zó uitgevoerd komt Alma op gelijke voet te staan met haar beroemdere echtgenoot.

Maar: hoe geweldig ik Cargill ook niet vind, voor mij staat zij een beetje in de schaduw van haar begeleider, pianist Simon Lepper. Het hoort niet, weet ik, maar ik betrap mij er op dat ik voornamelijk naar zijn pianospel luister.

In de Rückert Lieder laten beide kunstenaars mij naar adem happen, zo geweldig vind ik hun uitvoering. Zo anders dan alle andere, zo volkomen eigen. Het pretentieloos uitgevoerde “Ich bin der Welt abhanden gekommen” is van een zeldzame schoonheid. Soms wil Cargill te veel uithalen, maar daar is Simon Lepper weer, die brengt je terug in de wereld vol betovering.

Ook met hun weergaloos uitgevoerde Lieder eines fahrenden Gesellen doen zij mij versteld staan: zo heb ik de cyclus nog nooit eerder gehoord. Zij maken je duidelijk waar het over gaat zonder dat de tekst nadrukkelijk ‘uitgesproken’ wordt. Adembenemend. En alweer betrap ik mij erop, dat ik mijn oren niet van de pianist kan afwenden. Bijzonder.

Ik kan dan ook niet anders dan die cd aan een ieder aanbevelen die van liederen houdt en de pianist niet alleen de gelijke maar ook een onmisbare partner van de zanger vindt.


ALMA & GUSTAV MAHLER
Lieder
Karen Cargill (mezzosopraan), Simon Lepper (piano)
Linn Records CKD

Redstu Mamaloshen?

mamaloshen

‘Redstdu Mamaloshen’? Wordt aan u deze vraag gesteld, dan wil men weten of u Jiddisch spreekt. Jiddisch, de taal van Oosteuropese en Duitse Joden dreigde uit te sterven, samen met de ghetto’s en shtetls. De integratie, assimilatie, emigratie en (in)tolerantie zorgden voor het bouwen aan de toekomst zonder vooroordelen en zonder de ballast van het verleden.

Is het gelukt? Uiteraard niet. De tweede, derde en inmiddels ook al de vierde generatie van de Sjoah-overlevenden heeft op zoek naar roots ook het Jiddisch herontdekt. Die zoektocht is ook aan Mandy Patinkin niet voorbij gegaan

Patinkin, één van de grootste Broadway sterren van het moment, is niet over één nacht ijs gegaan. Met hulp en steun van de specialisten leerde hij de taal en zocht naar het repertoire. Wat hem het meest bezighield was de vraag waarom hebben de Amerikaans–Joodse componisten als Oscar Hammerstein, Stephen Sondheim en Irving Berlin geen Joodse muziek gemaakt. Zijn conclusie: de muziek was wel Joods, alleen de taal Engels. Zodoende werden de teksten van de bekende songs in het Jiddisch vertaald.

Het resultaat mag er zijn, al is het een beetje onwennig om Ikh khulem fun a vaysn Nitl  te horen in plaats van I’m  dreaming of a white Christmas.

Maria van Bernstein is veranderd in  Mayn Mirl en  Got bentsh Amerike betekent niets anders dan God bless America.

Uiteraard zingt Patinkin ook de bekende en minder bekende Jiddische liedjes en doet het op zijn ‘Patinkins’. Zijn stem en manier van zingen zijn direct herkenbaar. Van ieder liedje maakt hij een complete show met lach en traan en schuwt de overdrijving, Joodse eigenschap bij uitstek niet.

In het met een gezonde dosis schmalz gezongen Belz en de prachtige Song of the Titanic wordt hij bijgestaan door Judy Blazer en in Der Alter Tzigajner/White Christmas zorgt Nadja Salerno-Sonnenberg voor de viool solo.

Kleine waarschuwing: iedereen, die vindt dat klezmermuziek gespeeld moet worden op authentieke instrumenten en het Jiddisch gezongen door honderdjarigen die de taal nog voor de oorlog in een shtetl dagelijks spraken, moet van die cd afblijven. Voor de genieters onder ons: ‘hob fargenigen’ (veel plezier)


MAMALOSHEN
Mandy Patinkin
Nonesuch 7559-79459-2

Stunden, Tage, Ewigkeiten oftewel Heinrich Heine verklankt

Appl.jpg

Soms, heel erg soms kunnen de woorden van liederen belangrijker lijken dan de muziek. Zeker als je één van de grootste dichters als uitgangspunt van je recital neemt en je de repertoirekeuze daar volledig naar schikt. De luisteraar zal dan sneller dan gewoonlijk naar de liedteksten grijpen. Met veel meer aandacht dan anders het geval zou zijn. Als zanger heb je dan de plicht om mensen te laten weten – én ze het laten herbeleven – wat de muziek met woorden kán doen, hoe ze erdoor verrijkt kunnen worden.

De Dichterliebe van Schumann (en ook de liederen uit het Schwanengesang van Schubert) kunnen we allemaal dromen en al is de interpretatie door de jonge Benjamin Appl buitengewoon fraai, mijn hart zou er niet sneller door gaan kloppen. Maar wie zijn cd-recital Stunden, Tage, Ewigkeiten noemt, die neemt verplichtingen op zich op en die neemt Appl zeer serieus.

Buiten Schumann, Schubert en de Mendelssohns buigt Appl zich ook over de zelden uitgevoerde Heine liederen van Anton Rubinstein. “Der Asra” kende ik van de pianobewerking van Liszt, maar het is mijn eerste kennismaking met de gezongen versie. Het lied over de rijke sultansdochter en de op haar verliefde jonge slaaf is schrijnend in zijn eenvoud. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn ogen licht vochtig werden en dat is natuurlijk het beste teken dat het goed zit.

De jonge Duitser beschikt over een onwaarschijnlijk mooi timbre waar je meteen verliefd op wordt. Zijn tekstbeheersing is voorbeeldig, ieder woord is duidelijk verstaanbaar, maar dan zonder te overheersen.

James Baillieu toont zich zijn gelijkwaardige partner: hoe mooi zijn touché is hoor je in “Du bist wie eine Blume” van Rubinstein. Chapeau!

 


SCHUMANN, FELIX & FANNY MENDELSSOHN, SCHUBERT, GRIEG, RUBINSTEIN
Stunden, Tage, Ewigkeiten
Heinrich Heine – Lieder
Benjamin Appl (bariton), James Baillieu (piano)
Champs Hill Records CHRCD112 • 70’

Tehilim: psalmen tussen Jodendom en Christendom

Tehilim

Mooi, mooier, mooist. Dat heb ik ooit op een cursus Nederlands geleerd. Inmiddels ben ik er achter dat er veel meer woorden in het Nederlands bestaan om ‘mooier dan mooist’ te verwoorden. ‘Goddelijk’ is er één van. Een zeer toepasselijke variant voor de nieuwe cd van het Nederlands Kamerkoor. U kunt het ook letterlijk opvatten.

Tussen hemel en aarde bestond er altijd zoiets als een ‘gesprek’, al was het meestal eenrichtingsverkeer. Geen idee wat de hemel de aarde heeft gegeven behalve het onvoorwaardelijke geloof, maar de aarde heeft de hemel behoorlijk wat geschonken. Onder meer poëzie en muziek. En als de twee in een perfecte harmonie samensmelten, dan is het resultaat gewoon hemels.

Koning David was, behalve een brave man en een stoute echtgenoot, ook een geniale dichter. Zijn psalmen behoren nog steeds tot het mooiste dat de dichtkunst ooit heeft opgeleverd. Zij waren – en nog steeds zijn –  de inspiratiebron voor alle kunsten en zijn dan ook door verschillende componisten op muziek gezet, o.a. Bach, Allegri, Schütz, Strawinski, Kodaly.

Die namen ontbreken op Tehilim (Hebreeuws voor psalmen), maar wat we wel krijgen is een waaier van de bekende en minder bekende componisten die verankerd zijn in de zowel christelijke als Joodse traditie. Met de laatste worden niet alleen synagogale gezangen bedoeld, men heeft ook voor de wereldlijke composities gekozen.

Impressie van de cd-opname:

 

Van Sweelinck en Rossi tot Schönberg en Avni wordt er een tijdspanne van ruim 600 jaar overbrugd, waarin de meer dan 4000 jaar oude traditie van het psalmzingen wordt behandeld. Nou ja behandeld… Het is een cadeau aan hemel en aarde, want zo mooi, zo ‘goddelijk’, wordt er zelden gemusiceerd.

Als solist brillieert de Israëlische bas Gilad Nezer – behalve lid van het koor ook de voorzanger bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam.


ROSSI, MENDELSSOHN, SWEELINCK, LEWANDOWSKI, SULZER, GOKKES, SCHÖNBERG, ROSENBLATT, AVNI
Tehilim: Psalms between Judaism and Christianity
Nederlands Kamerkoor onder leiding van Klaas Stok
Gilad Nezer, bas
GLOBE GLO 5247

Martha Argerich en haar vrienden in Lugano 2014

martha

Heeft u ooit La création du monde van Darius Milhaud in bewerking voor pianokwintet gehoord? Nee? Doen! Het, toch al zo fantasievolle ballet wint er niet alleen aan spanning mee, maar krijgt onverwacht een zeer eigentijds tintje. Adembenemend.

Het kwintet plus nog veel meer zeer verrassende heerlijkheden zit in een box met drie cd’s. Allemaal muziek live opgenomen in Lugano in 2014, met als rode draad de onvermoeibare Prima Donna van de piano: Martha Argerich. Die overigens niet aan alles meedoet.

Zo is er Francesco Piemontesi die, in het te zelden gespeelde cellosonate van Poulenc, Gautier Capuçon voortreffelijk op de piano bijstaat. In de cellosonate van Frank Bridge krijgt de hier zeer gevoelig klinkende Capuçon (wat een cellist is hij toch!) even fijnbesnaarde bijstand van Gabriela Montero.

Behalve het kwintet van Milhaud het meest werd ik geraakt door de vioolsonate van Mieczysław Weinberg. Gidon Kremer behoort niet tot de subtielste onder de violisten, maar het ruige, ongeremde en bij vlagen krassende past Weinberg als een handschoen. De, soms zeer wrang klinkende, sonate heeft namelijk ook in zijn meest lyrische passages iets wat ik het beste kan omschrijven als schurende weemoed.

Jammer alleen dat het Orchestra della Svizzera italiana, die onder leiding van Jacek Kaspszyk La Argerich in het twintigste pianoconcert van Mozart begeleidt, niet bijster geïnspireerd klinkt.


MOZART, POULENC, MILHAUD, WEINBERG, BORODIN, MENDELSSOHN, BRIDGE, SCRIABIN
Martha Argerich & Friends
Diverse uitvoerenden
Warner Classics 0825646134601 • 195’ (3cd’s)

Robert le Diable van Meyerbeer uit Salerno is onvoorstelbaar goed

BRILLIANT

Nog even en Brilliant Classsics wordt een ware concurrent voor Opera Rara. De ene na andere onbekende/onbeminde/vergeten opera ontrukken ze aan de vergetelheid en hun catalogus doet een oprechte operaliefhebber watertanden. Tel daarbij vele, inmiddels klassiek geworden maar allang van de markt verdwenen opnamen van bekende(re) titels en het mocht duidelijk worden: Brilliant Classics is een uitgever om er ernstig rekening mee te houden. Zeker ook omdat het prijskaartje bijzonder vriendelijk is voor de consument.

Het verschil met Opera Rara ligt voornamelijk aan de bij BC zeer summiere presentatie. En je hoeft bij hen ook niet de eerste en/of de volledige partituur van een werk te verwachten.

De in maart 2012 live in Salerno opgenomen Robert le Diable van Meyerbeer werd dan ook geüpdatet. Er is het een en ander uit geknipt. Maar wat er over is gebleven, is drie uur onvervalst plezier, waarin u om de beurt kunt griezelen, treuren en liefhebben.

De opera was een immens succes in de tweede helft van de negentiende eeuw. Chopin, die de première in 1831 bijwoonde, vond het een echte meesterwerk, waarmee Meyerbeer zich onsterfelijk maakte. Een paar decennia later verdween de opera echter van het toneel. De reden daarvoor is zeer complex. Laten we het voor het gemak op de tijdsgeest houden.

De allereerste uitvoering na de Tweede Wereldoorlog – ingekort en in het Italiaans – was pas in 1968, tijdens Maggio Musicale Fiorentino. De schitterende cast (Merighi, Christoff, Scotto en Malagù) stond onder leiding van Nino Sanzogno en de live opname is op een “piraat” uitgebracht.

Bryan Hymel is inmiddels zowat het gezicht van de Franse Grand Opera geworden. Na Le Troyens van Berlioz heeft hij ook Robert op zijn repertoire genomen, een rol die hij onlangs ook in Londen vertolkte.

Zijn stevige maar soepele tenor, met zijn ietwat nasaal timbre, klinkt ook een beetje Frans. Af en toe doet hij een ook beetje aan de jonge Domingo denken, maar hij mist vooralsnog zijn kracht en, zeker in de hoogte wilt hij wel eens “mekkeren.”

Over Patricia Ciofi kan ik kort zijn: fenomenaal en adembenemend. Met haar “Robert, toi que j’aime” bezorgt zij de luisteraar kippenvel en tranen in de ogen.

Carmen Giannatasio (Alice) doet voor haar niet onder. Met een zeer subliem en ontroerend gezongen ‘Va, dit-elle’, zorgt zij voor een ander hoogtepunt in de opera.

Alastair Miles is een goede Bertram, al kan men horen dat hij zijn beste jaren al heeft gehad; en Martial Defontaine is een zeer idiomatische Raimbout.

Daniel Oren heeft duidelijk ‘feeling’ met het repertoire en zet zich er onvoorwaardelijk voor in.

 

Giacomo Meyerbeer
Robert le Diable
Bryan Hymel, Carmen Giannatasio, Patrizia Ciofi, Alastair Miles, Martial Defontaine e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ onder leiding van Daniel Oren
Brilliant Classics 94604

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

LES HUGUENOTS Brussel 2011

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

 

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

LE PROPHÈTE from Essen: English translation.

Autumn songs door Youri Egorov: poëtische melancholie in herfst

egorovDe in 1988 op drieëndertigjarige leeftijd aan Aids overleden Egorov was bij leven al legendarisch. Dat had hij te danken aan zijn geschiedenis (gevlucht uit USSR, asiel aangevraagd en gekregen), zijn stoere manier van leven, zijn openlijke homoseksualiteit, zijn knappe verschijning en zijn zeer hoge aaibaarheidsfactor. En, last but not least aan zijn poëtische manier van pianospelen. Soms had je het gevoel dat hij de toetsen niet eens aanraakte, dat hij ze alleen lichtjes aaide.

Piet Tullenaar, gepensioneerd geluidsrechercheur bij de NOS en groot Egorov-fan, wist na een intensieve speurtocht live-opnamen van zijn idool te ontdekken die nog niet eerder werden uitgebracht. Ze bevonden zich in de archieven van verschillende omroepen, o.a. de VARA

Die opnamen zijn nu op twee cd’s bij Etcetera uitgebracht met als titel Autumn Song, naar een compositie van Tsjaikovski, die op de cd’s twee keer voorkomt, geregistreerd resp. in 1974 en 1987

Zelden gebeurt het dat een titel de lading zo perfect dekt zoals nu het geval is. Bijna alle hier verzamelde pianostukken ademen een melancholische, herfstige sfeer uit, ongeacht of het Tsjaikovski, Bartók of Scarlatti betreft.

Egorov speelt Scarlatti (niet op deze cd):

Bij de acht sonaten van Scarlatti (mijn favorieten op deze uitgave) werkt het wonderwel, maar bij andere stukken mis ik het aardse. Alles klinkt mooier dan mooi, maar ook de prachtigste poëzie moet gedoseerd geconsumeerd worden.


 

TCHAIKOVSKY, LISZT, BARTÓK, BRAHMS, PROKOFIEV, SCARLATTI, RAVEL
Autumn Song
Youri Egorov
Etcetera KTC 1520 • 118’ (2cd’s)

Deze Poolse vioolconcerten verdienen beter

bacewicz

Ik beschouw Grażyna Bacewicz (1909-1969) als één van de grootste hedendaagse componisten. Onvoorstelbaar eigenlijk dat zij nog steeds  zo weinig wordt uitgevoerd.

Joanna Kurkowicz speelt het derde deel, Vivace uit het eerste vioolconcert van Bacewicz:

Haar vioolconcerten ken ik in de uitvoering van Joanna Kurkowicz, en daar kan de mij onbekende Piotr Plawner niet aan tippen. Onder zijn handen klinkt het concert uit 1937, niet haar sterkste overigens, gewoon krasserig. Voornamelijk het laatste deel, Vivace moet het ontgelden.

Cinq pièces pour violon et petit orchestre uit 1930 van Alexandre Tansman gaat ten onder aan de te langzame tempi. Het klinkt best snel, weet ik, maar Plawner doet er echt minuten langer over dan alle andere violisten die ik ken.

De eerste twee delen van het concerto van Andrzej Panufnik uit 1971 klinken al veel beter, helaas wordt ook hier Vivace ontsierd door het krasserige. Ik kan er niet zo goed tegen.

Vioolconcerto van Panufnik, hier gespeeld doro Alexander Sikovetsky:

Maar wat de opname niettegenstaande meer dan aantrekkelijk maakt is het maar 9 minuten durende concert van Michał Spisak uit 1954. Die hoor ik hier voor het eerst en het smaakt naar meer! Of het aan het romantische idioom ligt weet ik niet, maar hier is de toon van Plawner veel warmer. Toch bekruipt mij het gevoel dat er meer uit te halen valt.

Dat ik er maar niet echt enthousiast over wil worden ligt in ieder geval noch aan de dirigent noch aan het orkest: Kammersymphonie Berlin onder leiding van Jürgen Bruns begeleidt uitstekend.

POLISH VIOLIN CONCERTOS
BACEWICZ, TANSMAN, SPISAK, PANUFNIK
Piotr Plawner (viool). Kammersymphonie Berlin olv Jürgen Bruns
Naxos 8573496 • 55’

Pretty Yende geeft visitekaartje af

pretty-yende-a-journey-sony-classical

Ik heb helemaal niets met ‘Una voce poco fa’ (Il Barbiere di Sevilla). Dat je het op concoursen zingt snap ik wel: je moet jury te laten horen dat je alle coloraturen en trillers paraat hebt, al weet ik uit ervaring dat ook de juryleden het vaak niet meer kunnen hóren. Pretty Yende zingt de aria virtuoos, aanstekelijk en levendig, maar vlekkeloos is het niet.

Dat het met Kate Aldrich gezongen duet uit Lakmé niet helemaal overtuigt, ligt voornamelijk aan het bloedeloos spelende orkest, want het Franse repertoire is iets waarin Yende mijns inziens uitblinkt. Ik had dan ook graag iets uit Thaïs of Manon gehoord, zeker in plaats van Lucia, die zo te horen nog niet haar sterkste rol is.

Album preview:

Maar verder niets dan lof over de debuut-cd van deze prachtige zangeres. Haar hoogte is prima en haar kristalheldere stem is mooier dan mooi. Haar meisjesachtig timbre maakt haar geknipt voor Juliette (Romeo et Juliette van Gounod) en ook Bellini past haar als een handschoen: Beatrice di Tenda zet zij helemaal naar haar hand.

Ook I Puritani, waarin zij wordt bijgestaan door de Gianluca Burato en Nicola Alaimo ligt haar perfect. Maar echt schitteren doet zij met Le Comte Ory van Rossini. Met die rol heeft zij in 2013 haar Met-debuut gemaakt, die zit blijkbaar dan ook helemaal in haar systeem. Ongeëvenaard.


A Journay
Rossini, Bellini, Donizetti, Bizet, Gounod
Pretty Yende sopraan
Kate Aldrich (mezzosopraan), Gianluca Burato (bas), Nicola Alaimo (bariton)
Coro del Teatro Muncipale di Piacenza; Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI olv Marco Armiliato
Sony 88985321695