Le_Nozze_di_Figaro

LE NOZZE DI FIGARO deel 2

Yannick Nézet-Séguin

Nozze Yannick

Waar de meeste melomanen naar hebben uitgekeken is de nieuwste opname onder Yannick Nézet-Séguin. De charismatische Canadees is voor DG bezig om negen Mozart-opera’s live vast te leggen en Nozze is de vierde in de reeks. Onder zijn baton staat Chamber Orchestra of Europe, één van de beste (zo niet het beste) kamerorkesten ter wereld en zijn cast leest als een “who is who” van de operawereld. Het kan niet anders dan een top worden, zou je denken.

Helaas, het resultaat valt mij behoorlijk tegen. Nézet-Séguin schuwt de vaart niet en zijn tempi zijn aan de hoge kant. Op zich is dat niet erg – hij houdt het orkest licht en sprankelend – maar af en toe vertraagt hij zijn tempi drastisch, waardoor er een kunstmatig dramatisch effect ontstaat dat de zangers soms in de problemen brengt.

Figaro van Pisaroni is, zeker in de eerste acte een beetje onevenwichtig. Hampson is voor mij geen echte Graaf, daarvoor mist hij de vileine air van superioriteit.

Sonya Yontcheva (de Gravin) stelt mij behoorlijk teleur. Zij zingt prachtig, dat wel, maar echt stilistisch is het niet. Hetzelfde probleem heb ik met Christine Karg: mooi, maar Susanna wordt zij nergens. Anne Sophie von Otter is niet echt een Marcellina waar ik warm van word, maar Villazon vind ik een heerlijke Basilio. O ja, hij chargeert dat het een lieve lust is, maar Basilio kan het hebben. En zijn grote aria in IV is ronduit heerlijk.

Regula Mühlemann is een schitterende Barbarina, maar laten we eerlijk zijn: wie koopt Le Nozze vanwege Basilio en Barbarina? (DG 4795945)


Salzburg 2015 Sven-Eric Bechtolf

Nozze Salzburg

De voortvarende opkomst van dirigent Dan Ettinger voorspelt een enorme vaart, maar dat valt mee. Of tegen. Zijn tempi zijn bedeesd en de accenten die hij legt vind ik op zijn minst vreemd. Het doet mij denken aan de “goede” beginjaren van de authentieke uitvoeringspraktijk. Duwen en trekken, en duwen en trekken…

Ettinger is zijn carrière als bariton begonnen, het is dan onbegrijpelijk dat hij zo weinig oog heeft voor de zangers, ze niet ondersteunt en ze zelfs aan hun lot overlaat. Zo raakt hij zijn Figaro (Adam Plachetka niet op zijn best) al in de eerste aria kwijt. Zo slepend heb ik het niet eerder gehoord! Maar ook ‘Porgi Amor’ en ‘Voi che sapete’ gaan aan de langzame tempi ten onder.

Van de regisseur moeten we het ook niet hebben. Sven-Eric Bechtolff heeft het een en ander bij David McVicar afgekeken, alleen de logica ontbreekt. McVicar situeerde zijn productie in een kasteel in het postrevolutionaire Frankrijk, waardoor hij de veranderende sociale verhoudingen op scherp kon zetten. Bechtolf neemt ons mee naar een Engels landhuis in de jaren twintig van de vorige eeuw. Denk aan Upstairs, downstairs.

Decors en kostuums zijn weelderig en heel erg mooi, maar waarom moeten we het hele huis, waar alles tegelijk gebeurt in split screen (een nieuwe hype?) aanschouwen? Gedoe. Dat Bechtolf van gedoe houdt liet hij al in zijn Don Giovanni van een jaar eerder zien. Ik kan er niet zo goed tegen: het ging mij zo duizelen dat ik het beeld heb uitgezet.

Maar ook zonder visie valt er niet veel om van te genieten. Luca Pisaroni werd van Figaro naar de Graaf bevorderd en dat is zijn rol zeer zeker niet. Annett Fritsch is een koele Gravin en Martina Janková (wel een pracht van een stem!) is als Susanna misbezet. Zij oogt te ouwelijk en nergens wordt zij het “raak-mij-niet-zonder-handschoenen-aan-katje”, voor Susanna onontbeerlijk. (Euroarts 2072958)

(meer…)