Egon_Wellesz

About music that was banned

The term “entartet” (degenerate) was already in use in criminology in the 19th century, it meant something like “biologically degenerate”. The Nazis made grateful use of this idea; that it was something to be wary of, a bad influence that had to be banned. Modernism, Expressionism, jazz … and Jews of course, they were degenerated from the start, they could make Aryan souls sick. They all had to be banned.

What had started as prohibition soon developed into exclusion and resulted in murder. Those who managed to flee to America or England usually survived the war, but at what cost?

Those who stayed in Europe were doomed. Many composers were deported via Theresienstadt to the concentration and extermination camps, many ended up there directly. After the war they were totally forgotten and thus murdered a second time. Those who survived were called hopelessly old-fashioned and therefore their works were not performed. The turnaround finally came in the 1990s, too late for most.


Michael Haas, then a very efficient producer for Decca, started an unsurpassed series called ‘Entartete Musik’. Unfortunately, it did not last: it did not sell. Haas was fired and most of those CDs are now out of the catalogue.


Michael Haas at Tonzauber Studios Vienna, photo Georg Burdicek


In 2004, Michael Haas was back, in Amsterdam of all places: together with Jan Zekveld and Mauricio Fernandez (respectively artistic director and head of casting of the Matinee) he put together a beautiful series for the Saturday Matinee in the Amsterdam Concertgebouw, starting with a magnificent performance of Schreker’s Die Ferne Klang.


But the small German firms CPO, Cappricio and Orfeo assiduously continued to record special treasures of forgotten works. Orfeo even devoted a special series to that music, called ‘Musica Rediviva’. This included the opera Die Bakchantinen by Egon Wellesz (Orfeo C136 012H), which was also performed at the Matinee.



Schulhoff’s vocal symphonies (Orfeo C056031 A) are not to be despised either. Composed in the years 1918/19, they breathe the unadulterated atmosphere of the fin de siècle: dark and heavily melancholic they show us another Schulhoff, the romantic pur sang. The warm, dark timbre of Doris Soffel fits the melancholic melodies like a glove.


An absolute must is the DVD entitled ‘Verbotene Klange. Komponisten in Exil’ (Capriccio 93506). It is a documentary on German and Austrian composers who, as the commentator puts it, “instead of being revered, were despised”. And who, thanks to emigration, survived. With interviews with, among others, Ernst Krenek and Berthold Goldschmidt: the latter we meet at the very first recording (after 50 years!) of his string quartets. And the almost centenarian Krenek says something that could be called typical for that generation: “I am caught between continents. In America I don’t really feel ‘heimisch’, but I would never consider going back to Europe. There is no home for me anywhere. Not anymore.

Die Opferung des Gefangenen by Egon Wellesz: an extremely interesting hybrid.


“This West Indian tragedy has remained the sole dramatic work of a heroic world in pre-Columbian times that, after a flourishing heyday, was abruptly terminated by foreign violence” (Egon Wellesz in 1925).

Die Opferung des Gefangenen; what exactly is it supposed to be?: it is both opera and ballet and at the same time it is neither an opera nor a ballet. It’s a hybrid, and an extremely interesting one indeed! Wellesz was always deeply invested in developing his own style, so that almost all his compositions speak a different ‘language’. He was trained by Schönberg who, in addition to the twelve-tone technique, also taught him to use a large dose of expressionism.

Die Opferung des Gefangenen has the subtitle ‘Ein Kultisches Drama für Tanz, Sologesang und Chor’ and it was composed on a libretto by Eduard Stücken after the Mayan play ‘Rabinal Achi’. It is about a conflict between the Quiché and the Rabinal Indian tribes, at the beginning of the fifteenth century. The premiere took place on 2 April 1926 in Cologne, and it was conducted by Eugen Szenkar.

After the Anschluss in 1938, Wellesz (Jewish and author of ‘Entartete Musik’) fled to Oxford where he died in 1974. Nowadays we rarely hear his music.

The recording that Capriccio has now (re?) released on CD is from 1995 and it is an absolutely good one, for which I am very grateful. But how I would love to experience this work live, because on CD you miss half of it, namely the ballet!

Die Opferung des Gefangenen van Egon Wellesz: een buitengewoon interessante hybride

“This West Indian tragedy has remained the sole dramatic work of a heroic world in pre-Columbian times that, after a flourishing heyday, was abruptly terminated by foreign violence” (Egon Wellesz in 1925).

Die Opferung des Gefangenen is moeilijk in een la te stoppen: het is zowel een opera als een ballet en tegelijk ook geen opera noch ballet. Een hybride, maar een buitengewoon interessante hybride. Wellesz was altijd geïnteresseerd in het ontwikkelen van zijn eigen stijl waardoor vrijwel al zijn composities een andere ‘taal’ spreken. Zijn opleiding genoot hij bij Schönberg die hem, behalve de twaalftoonstechniek ook een grote dosis expressionisme had bijgebracht.

Die Opferung des Gefangenen heeft als bijtitel ‘Ein Kultisches Drama für Tanz, Sologesang und Chor’ en is gecomponeerd op een libretto van Eduard Stücken naar het Mayaanse spel ‘Rabinal Achi’ over een conflict tussen de Quiché en de Rabinal Indianenstammen aan het begin van de vijftiende eeuw. De première vond plaats op 2 april 1926 in Keulen, onder leiding van Eugen Szenkar.

                                            Egon Wellesz door Oscar Kokoschka

Na de Anschluss in 1938 vluchtte Wellesz (Joods en schrijver van ‘Entartete Musik’) naar Oxford waar hij in 1974 overleed. Tegenwoordig horen we zijn muziek nog maar zelden.

De opname die Capriccio nu op cd heeft (her?)uitgebracht stamt uit 1995 en is zonder meer goed waarvoor mijn grote dank. Maar wat zou ik graag dit werk live willen meemaken, want op cd mis je de helft, het ballet.

Egon Wellesz: Die Opferung des Gefangenen
Wolfgang Koch (Feldherr), Robert Brooks (Schildträger des Prinzen), Ivan Urbas (Der Älteste des Rates)
Wiener Konzertchor, ORF Vienna Radio Symphony Orchestra olv Friedrich Cerha
Capriccio C5423

Renée Fleming zingt Berg, Wellesz en Zeisl

Fleming Berg Zeisl

Aan opnamen van de Lyrische Suite van Berg geen gebrek. Zowel in de versie voor strijkkwartet als bewerkt voor een (kamer)orkest: de keuze is groot. Of het Bergs bedoeling was dat het laatste deel, Largo Desolato ook gezongen zou worden is zeer twijfelachtig, maar logisch is het wel.

Theodor Adorno, Bergs leerling en vertrouweling beschouwde het werk als een latente opera en daar zit wat in. Adorno was, als één van de weinigen, op de hoogte van diens affaire met de getrouwde Hanna Fuchs, voor wie hij het werk componeerde. Voor Berg was Fuchs niet alleen zijn geliefde en zijn muze, maar ook zijn Isolde en zijn Lulu.

Hanna Fuchs

Het is pas de laatste jaren dat er openlijk over de affaire wordt gesproken en de wetenswaardigheid is zonder meer van invloed is geweest op de interpretatie van de “Emerson’s”. Wat ze ook ruimschoots toegeven.

Het is niet de eerste keer trouwens, dat het gedicht van Baudelauire, dé inspiratiebron voor het laatste deel van het kwartet, ook daadwerkelijk wordt gezongen. Kronos Quartet en Dawn Upshaw hebben de versie al in 2003 opgenomen, er bestaat ook een opname van Quator Diotima met Sandrine Piau. De “Emerson’s” echter bieden ons beide versies aan: met en zonder zang.

De beslissing om Berg’s Lyrische Suite aan de liederen van Egon Wellesz te koppelen is niet minder dan geniaal. Beide componisten hadden hun opleiding bij Schönberg genoten, die ze, behalve het twaalftoonstechniek ook een grote dosis expressionisme had bijgebracht. Iets, wat je zeer duidelijk hoort in de cyclus Sonette der Elisabeth Barrett Browning.

Fleming Wellesz door Kokoschka

Egon Wellesz door Oskar Kokoschka

Dat de liederen niet vaker worden opgevoerd is niet alleen vreemd maar ook een grote schande. Dat heeft  natuurlijk alles te maken met het “ooit verboden en daarna vergeten”, wat ook Eric Zeisl noodlottig is geweest. Zijn korte lied Komm Süsser Tod smaakt naar meer: kon er niet wat meer Zeisl aan de cd toegevoegd worden? Het ligt niet aan onvoldoende ruimte: met krap 56 minuten is de cd aan een zeer korte kant.

Fleming Zeisl

Eric Zeisl door Gertrud Zeisl ©Dr. Barbara Zeisl-Schoenberg

De romige, gecultiveerde sopraan van Renée Fleming, én haar maniërisme passen de liederen als een handschoen. Met als resultaat een prachtige kruising van Gustav Klimmt met Max Beckmann. De zeer beeldende en uitdrukkingsvolle uitvoering van het Emerson String Quartet draagt bij aan de totale belevenis. Een must.

Alban Berg, Egon Wellesz, Eric Zeisl
Lyric Suite; Sonette der Ellisabeth Barrett Browning; Komm Süsser Tod
Renée Fleming, sopraan; Emerson String Quartet
Decca 4788399

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico