Carmen_Giannattasio

Verdi’s Simon Boccanegra. Enkele opnamen tussen 1957 – 2007

Simon standbeeld

Mogelijke voorstelling van Simone (of Guglielmo) Boccanegra aan het Palazzo San Giorgio (Genua). (bron: Wikipedia)

 

De echte Simone Boccanegra, de allereerste doge van Genua, was in tegenstelling tot zijn broer Egidio helemaal geen zeerover. Het was de Spaanse dichter Antonio Garcìa Gutièrrez  die van de twee personages één had gemaakt, waardoor een extra dimensie aan het verhaal werd toegevoegd.

Simon-Boccanegra1857

Het verhaal zelf is inderdaad zeer complex, maar niet moeilijker om na te vertellen dan bijvoorbeeld Il Trovatore. Toch was de première in 1857 een fiasco, waarna de opera voor meer dan 20 jaar in de la verdween.

In 1880 besloot Verdi het werk volledig te reviseren, waarbij hij geholpen werd door Arrigo Boito. Een gouden greep, die tevens het begin van de vruchtbare samenwerking tussen beide componisten betekende.

Boito bewerkte het libretto grondig, maakte een nieuwe finale voor de eerste acte (de raadhuisscène), en diepte het karakter van de hoofdpersoon uit. Het mocht niet baten: tot de tweede helft van de twintigste eeuw werd de opera maar mondjesmaat opgevoerd en nog steeds zijn er mensen die het werk onevenwichtig en saai vinden. Hoe onterecht!

Zelf vind ik  het één van de spannendste en mooiste opera’s van Verdi, met een zeer sterk en menselijk verhaal, en de mooiste bas-aria  ooit (‘Il lacerate spirito’).

 

Giulio Neri zingt ‘Il lacerate spirito’:

 

Toegegeven, de opera is een soort mix van stijlen, want naast de typische ‘middenverdiaanse’ muziek die af en toe sterk aan die van Trovatore, Ballo in Maschera of Rigoletto doet denken, klinkt er al de voorbode van Otello (tweede scène van de eerste acte bijvoorbeeld, wanneer de ontvoering van Amelia wordt bekendgemaakt). Niet erg, want dat maakt het werk juist gevarieerd en verrassend.

Men zegt dat de opera donker is, en dat klopt wel. Zij is ook intriest, met voornamelijk melancholisch en droevig stemmende muziek, en met maar één lichtpuntje: ‘Come in quest’ora bruna’, Amelia’s ode aan de schoonheid van hemel en zee. Maar zelfs daar klinkt de weemoed in door.

Ook het feit dat de vier van de vijf  mannelijke hoofdrollen gezongen worden door zangers met lage stemmen, is uiteraard  zeer bepalend voor de muziekkleuren.

 

1957

 

Simon Gobbi

De eerste studio opname van Simone Boccanegra  werd in 1957 door EMI (tegenwoordig Warner Classics 2435674835) gemaakt. Onder leiding van Gabriele Santini werd een werkelijk schitterende cast verzameld: Tito Gobbi als Simone, Boris Christoff als Fiesco en Victoria de los Angeles als Amelia. Heel erg mooi.

 

 

1973

 

Simon RCA

In 1973 nam RCA de opera op (RD 70729). Gianandrea Gavazenni dirigeert sloom en weinig opwindend. Jammer eigenlijk, want de bezetting is voortreffelijk. Het is één van de eerste opnamen van Katia Ricciarelli, een zangeres met de lyriek van een nachtegaal. Haar Amelia is zo zuiver, zo maagdelijk – een tienermeisje eigenlijk nog, die haar geheimpje dolgraag iets langer voor zichzelf wil houden. Ook haar liefde voor Adorno is niet echt aards, maar ja, Amelia is in feite al bijna dertig!

Katia Ricciarelli zingt ‘Come in quest’ora bruna’:

 

Piero Cappuccilli is een schitterende Simon en Ruggero Raimondi een prima Fiesco. Als Adorno is Plácido Domingo iets te dominant en standvastig, al is zijn zingen uiteraard onberispelijk

 

1977

Simon Abbado

In 1971 dirigeerde Claudio Abbado een magistrale en thans legendarische uitvoering van Boccanegra in La Scala. De regie was in handen van Giorgio Strehler en de prachtige decors werden ontworpen door Ezio Frigerio. In 1976 werd de productie in het ROH in Covent Garden vertoond. Jammer genoeg werd er geen officiële (er zijn wel ‘piraten’ in omloop) video van gemaakt, maar de volledige cast dook wel de studio in, en in 1977 werd de ultieme ‘Simone’ opgenomen (DG 4497522).

Abbado behandelt de score met zoveel liefde en zoveel eerbied als was het het grootste meesterwerk allertijden, en onder zijn handen verandert het ook in een meesterwerk zonder weerga. Wat een spanning, en hoeveel nuances! Het is zo, zo mooi, dat je er werkelijk om kan huilen.

Ook de bezetting is de beste ooit. Piero Cappuccilli (Simon) en Nicolai Ghiaurov (Fiesco) zijn aan elkaar gewaagd. Zowel in hun vijandschap als in de verzoening zijn zij diepmenselijk en altijd overtuigend, en in hun laatste duet aan het eind van de opera smelten hun stemmen samen  in een bijna bovennatuurlijke symbiose:

 

Daarvoor lieten zij al alle gamma’s aan gevoelens en stemmingen passeren, van smartelijk tot grievend, en van liefhebbend tot hatend. Hoor alleen maar Cappuccilli’s lang aangehouden ‘Maria’ aan het slot van het duet met zijn doodgewaande en teruggevonden dochter (‘Figlia! A tal nome palpito’)

José van Dam is een voortreffelijk vileine Paolo en Mirella Freni en Jose Carreras zijn een ideale liefdespaar. De jonge Carreras had een stem die zowat geschapen lijkt voor de rol van Adorno: lyrisch en een tikje driftig, waardoor Gabriele’s onbezonnenheid wordt onderstreept. Freni is meer dan alleen maar een naïef meisje, ook in haar liefde voor Adorno toont zij zich een vrouw van vlees en bloed.

 

1961

 

simon-boccanegra-gobbi-zampieri-gencer-gala-100-508-5

In 1961 werd in Wenen een prima voorstelling van Simon live opgenomen (Gala GL 100.508). Gianandrea Gavazzeni is spannender dan op zijn RCA-studio-opname, maar hij haalt het niet bij Abbado.

Toch is deze opname zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege Amelia van Leyla Gencer. De Turkse sopraan was de evenknie van Callas, had alleen maar veel minder geluk en moest het zonder platencontract te stellen. Tito Gobbi is een voortreffelijke Simone, en ook op de rest van de bezetting valt weinig aan te merken.

Leyla Gencer en Tito Gobbiin de finale van de operaaa;

 

1995

 

Simon Boccanegra(Complete), Chernov | Muziek | bol.com

In 1995 werd bij de Metropolitan Opera een nieuwe (de vorige, met Domingo, Milnes en Tomova-Sintov werd geregisseerd door Tito Capobianco en door zeer moeilijke verkrijgbare Pioneer in 1984 uitgebracht) Simon opgenomen, in een regie van Giancarlo del Monaco (DG  0731319). De enscenering is zeer naturalistisch, wat de nodige bravo’s uitlokt. Ook de kostuums en decors zijn overweldigend en uitgewerkt tot de kleinste details, mooi voor het oog, maar niet bevorderlijk  voor het drama. Men verliest zich, als het ware, in de details.

James Levine heeft inmiddels zijn tempi opgeschroefd, en er zit een behoorlijke vaart in. De regie is in het begin een beetje statisch, maar gaandeweg wordt het spannender. Robert Lloyd is een gekwelde Fiesco, maar mist de wraakzuchtigheid. Domingo is optisch iets te oud voor Adorno, te zelfverzekerd ook, maar zingen kan hij als geen ander.

Kiri te Kanawa is een problematische Amelia: haar gezicht kent maar één uitdrukking en van karakterportrettering heeft zij nog nooit gehoord, maar mooi is het zeker wel. Vladimir Chernov is zeer sterk als Simone, die hij in derde akte als een soort Jesus-figuur neerzet.

Een fragment uit de productie:

 

2002

 

Simon Mattila Abbado

Tijdens de Maggio Musicale in Florence (juni 2002) dirigeerde Claudio Abbado een prachtige productie van Peter Stein, die al eerder te zien was in Salzburg. Stein zag af van enige actualisering van de opera, en zo speelt het zich af in Genua in de XIV eeuw, inclusief de hemelsblauwe zee en de raadszaal van de doge.

Ook de kostuums zijn in stijl, prachtig mooi en in schitterende kleuren. Zo kunnen de plebejers (in het blauw) van de patriciërs (rood) onderscheiden worden. De decors daarentegen zijn zeer schaars, waardoor de weinige rekwisieten extra aandacht krijgen – een voorbeeld van een slimme manipulatie.

Karita Mattila schittert als Amelia. Haar hoge noten spint ze als juweeltjes omhoog: hoor hoe  haar ‘pace’ boven alles uittorent in ‘Plebe! Patrizi’ in de tweede akte.

Lucio Gallo zet een vileine Paolo neer en Carlo Guelfi ontroert als Simon. De meeste bravo’s zijn echter voor de ernstig zieke en sterk vermagerde Abbado. Wat hij aan het orkest, koor en de solisten weet te ontlokken grenst aan het onmogelijke (Arthaus Musik 107073)

https://www.operaonvideo.com/simon-boccanegra-florence-2002-abbado-guelfi-mattila-

 

2007

 

Simon Mariotti

De ster van de deze opname uit Bologna (Arthaus Music 101 307) heet Michele Mariotti. Hij komt op, kijkt schichtig om zich heen, schudt de handen van een paar orkestleden, tovert een zenuwachtige glimlach op zijn gezicht en bijt op zijn lippen. En dan heft hij zijn dirigentstokje op en de betovering kan beginnen.

Ik kan me de laatste keer niet heugen dat deze opera zo mooi gedirigeerd werd, zo liefdevol en met zoveel elan, spiritualiteit en bravoure. Mariotti, jaargang 1979, studeerde in 2004 cum laude in Pesaro af. Zijn in november 2007 in Bologna opgenomen Boccanegra was een zo groot succes, dat hij er zelfs meteen als de chef dirigent werd benoemd.

De cast is voornamelijk jong. Giuseppe Gipali (Adorno) beschikt over een rinkelende tenor met een ouderwets timbre, maar helaas ook met een ouderwets manier van (niet) acteren. Dat gaat de mooie Carmen Giannattasio (Amelia), die me qua klankschoonheid een beetje aan Kiri te Kanawa doet denken, veel beter af.

Roberto Frontali is een overtuigende Boccanegra, Marco Vratogna een zeer vileine Paolo en Alberto Rota schittert in de kleine rol van Pietro. De productie is vrij traditioneel, met mooie, tijdgebonden kostuums.

Nee, Il Trovatore van Verdi gaat niet over de eerste wereldoorlog!

trovatore_a4-300dpi

Voor de deur naar de woonvertrekken van graaf Luna liggen een paar van zijn dienaren te slapen. “Wordt wakker”, roept Ferrando, Luna’s vazal en kapitein van zijn lijfwachten. “De graaf moet zijn bewakers waakzaam vinden; soms brengt hij hele nachten onder het balkon van zijn geliefde door”… Wat voor beeld doemt nu voor uw ogen?

Nee, dát beeld krijgt u niet te zien in Amsterdam. Want een opera moet altijd geïnterpreteerd worden. “Dat doet iedere regisseur”, aldus Àlex Ollé van La Fura dels Baus, de interpretator van Il trovatore bij De Nationale Opera. Dat hij wellicht een stap te ver gaat, daar is hij zich van bewust. Maar tegelijkertijd voelt hij dat hij met zijn herinterpretatie “dichter bij de intenties van Verdi is gekomen”. Wat Verdi zelf er van vindt, daar komen wij niet achter: voor zo ver ik weet werd het hem niet gevraagd.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Ollé situeert de actie ‘ergens in Europa’ tijdens de eerste Wereldoorlog, inclusief de loopgraven en gasmaskers. Arágon en de bergen van Biskaje zijn in geen velden of wegen te vinden en in plaats van brandstapel en het schavot krijgen we een ordinair  pistoolschot. Ik kan er maar geen logica in ontdekken. De hele oorlog is er met de haren bij gesleept: net zo goed kon Ollé het verhaal zich op Mars laten afspelen.

Scène uit 'Il trovatore' met solisten en Koor van De Nationale Opera

©Ruth Walz

De beelden vond ik bij vlagen mooi. Ollé liet de actie af en toe bevriezen, waardoor je het gevoel had van naar een still uit een oude zwart/wit film te kijken. De belichting kon mij ook bekoren, maar van mensen die dichtbij zaten vernam ik dat de lampen meedogenloos waren voor de ogen. Over de nonnen met gasmaskers op kan ik alleen maar zwijgen. Absurdisme ten top.

trovatore

©Ruth Walz

Il Trovatore is een romantische opera bij uitstek. Het verhaal gaat dan ook over een vlammende liefde, alles verterende jaloezie en jarenlang opgekropte wraakgevoelens. Daar heeft Verdi zeer passionele muziek bij gecomponeerd die geen enkele verklaring behoeft. Men neme vijf beste zangers die er zijn en een zijn vak meer dan goed kennende dirigent, meer is er niet nodig. Wedden dat je dan subiet ook alle oorlogen vergeet?

Met de zangers zat het wel snor. Ik denk niet dat er tegenwoordig een betere Manrico te vinden is dan Francesco Meli. Hij heeft het allemaal: squillo, mordibezza, onvervalst Italiaans timbre en het onweerstaanbare mengsel van zoetgevooisde machismo. Het is dan onvergefelijk dat zijn cabaletta en stretta zowat gehalveerd werden. Wie was daarvoor  verantwoordelijk? En waarom? Meli kan het!

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora)

Francesco Meli (Manrico) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Carmen Giannattasio’s stem is misschien een tikje te klein voor Leonora, maar haar interpretatie deed veel goed. Ik verwacht dan ook dat zij, naarmate de voorstellingen vorderen, in haar rol zal groeien.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Het was een ongekend genoegen om Violetta Urmana in één van haar glansrollen terug te kunnen verwelkomen. Zij had alles in huis voor een geslaagde Azucena: mooie borstregister, goede laagte en een stem die zelfs tot de slechtste akoestische plekken in het Muziektheater doordrong. In haar interpretatie is zij, denk ik, ook moeilijk te evenaren. Brava!

trovatore0011

Simone Piazzola (Luna) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Simone Piazzola was helaas niet de beste Luna ter wereld. Zijn stem is ontegenzeggelijk mooi en zeer aangenaam om naar te luisteren, maar het droeg niet. Er ontbrak hem ook aan charisma: zijn Luna leek meer op een lieve teddybeer dan op een gevaarlijke, door de liefde geobsedeerde gek.

trovatore-carmen

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora) en Simone Piazzola ©Ruth Walz

Maar dat ‘Il balen del suo sorriso’, één van de echte showstoppers in de opera totaal mislukte was zijn schuld niet. Het was de dirigent die gewoon niet kon beslissen welke tempo hij nu ging nemen waardoor het orkest en de bariton geen seconde synchroon liepen.

centraal: Roberto Tagliavini (Ferrando), Koor van De Nationale Opera

In het midden Roberto Tagliavini (Ferrando) ©Ruth Walz

Roberto Tagliavini was een fantastische Ferrando en Florieke Beelen wist mij in haar kleine rol van Inez zeer te imponeren.

Dé hit uit de opera, het zigeunerkoor, werd meer dan subliem gezongen, maar in andere scènes vond ik het Koor van De Nationale Opera een beetje dof klinken. Maar dat kan aan het decor van betonblokken – pardon, de loopgraven – gelegen hebben.

Het orkest vond ik zonder meer prima, maar de dirigent … Maurizio Benini heeft een grote naam, maar die wist hij gisteren niet waar te maken. Hij dirigeerde behoorlijk slordig en ik kon zijn tempokeuze niet echt waarderen. Stond de boel in ‘Sì, ben mio’ zowat stil, in de daarop volgende ‘Di quella pira” kwam ik adem te kort alleen al bij het luisteren!

Bij het slotapplaus klonken enorme bravo’s voor Manrico en Azucena. Ook Leonora, Luna en Ferrando kregen een warm onthaal. Bij het regieteam en de dirigent bleef de reactie echter beperkt tot lauw handgeklap.

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Il Trovatore
Simone Piazzola, Carmen Giannattasio, Francesco Meli, Roberto Tagliavini, Florieke Beelen e.a.
Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu); Nederlands Filharmonisch Orkest olv Maurizio Benini
Regie: Àlex Ollé (La Fura dels Baus)

Bezocht op 8 oktober 2015

Voor de discografie zie:
IL TROVATORE. Discografie

Interview met Carmen Giannattasio:
CARMEN GIANNATTASIO

 

Robert le Diable van Meyerbeer uit Salerno is onvoorstelbaar goed

BRILLIANT

Nog even en Brilliant Classsics wordt een ware concurrent voor Opera Rara. De ene na andere onbekende/onbeminde/vergeten opera ontrukken ze aan de vergetelheid en hun catalogus doet een oprechte operaliefhebber watertanden. Tel daarbij vele, inmiddels klassiek geworden maar allang van de markt verdwenen opnamen van bekende(re) titels en het mocht duidelijk worden: Brilliant Classics is een uitgever om er ernstig rekening mee te houden. Zeker ook omdat het prijskaartje bijzonder vriendelijk is voor de consument.

Het verschil met Opera Rara ligt voornamelijk aan de bij BC zeer summiere presentatie. En je hoeft bij hen ook niet de eerste en/of de volledige partituur van een werk te verwachten.

De in maart 2012 live in Salerno opgenomen Robert le Diable van Meyerbeer werd dan ook geüpdatet. Er is het een en ander uit geknipt. Maar wat er over is gebleven, is drie uur onvervalst plezier, waarin u om de beurt kunt griezelen, treuren en liefhebben.

De opera was een immens succes in de tweede helft van de negentiende eeuw. Chopin, die de première in 1831 bijwoonde, vond het een echte meesterwerk, waarmee Meyerbeer zich onsterfelijk maakte. Een paar decennia later verdween de opera echter van het toneel. De reden daarvoor is zeer complex. Laten we het voor het gemak op de tijdsgeest houden.

De allereerste uitvoering na de Tweede Wereldoorlog – ingekort en in het Italiaans – was pas in 1968, tijdens Maggio Musicale Fiorentino. De schitterende cast (Merighi, Christoff, Scotto en Malagù) stond onder leiding van Nino Sanzogno en de live opname is op een “piraat” uitgebracht.

Bryan Hymel is inmiddels zowat het gezicht van de Franse Grand Opera geworden. Na Le Troyens van Berlioz heeft hij ook Robert op zijn repertoire genomen, een rol die hij onlangs ook in Londen vertolkte.

Zijn stevige maar soepele tenor, met zijn ietwat nasaal timbre, klinkt ook een beetje Frans. Af en toe doet hij een ook beetje aan de jonge Domingo denken, maar hij mist vooralsnog zijn kracht en, zeker in de hoogte wilt hij wel eens “mekkeren.”

Over Patricia Ciofi kan ik kort zijn: fenomenaal en adembenemend. Met haar “Robert, toi que j’aime” bezorgt zij de luisteraar kippenvel en tranen in de ogen.

Carmen Giannatasio (Alice) doet voor haar niet onder. Met een zeer subliem en ontroerend gezongen ‘Va, dit-elle’, zorgt zij voor een ander hoogtepunt in de opera.

Alastair Miles is een goede Bertram, al kan men horen dat hij zijn beste jaren al heeft gehad; en Martial Defontaine is een zeer idiomatische Raimbout.

Daniel Oren heeft duidelijk ‘feeling’ met het repertoire en zet zich er onvoorwaardelijk voor in.

 

Giacomo Meyerbeer
Robert le Diable
Bryan Hymel, Carmen Giannatasio, Patrizia Ciofi, Alastair Miles, Martial Defontaine e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ onder leiding van Daniel Oren
Brilliant Classics 94604

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

LES HUGUENOTS Brussel 2011

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

 

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

LE PROPHÈTE from Essen: English translation.

Carmen Giannattasio is een sterke vrouw

carmen-giannattasio-grazia-fortuna-ward-foto-victor-santiago
Carmen Giannattasio als model voor Grazia Fortuna Ward. Foto: Victor Santiago

Ze is een sterke vrouw. Net als Leonora in Il trovatore, de rol die ze in oktober 2015 bij De Nationale Opera ging vertolken. Een gesprek met de Italiaanse sopraan Carmen Giannattasio. “In feite heb ik aan niemand iets te danken. Ik heb het allemaal zelf gedaan.”

De doorsnee Nederlandse operaganger kende haar tot voor kort voornamelijk als de strenge museumdirectrice uit de Damiano Michieletto´s productie van Rossini´s Il Viaggio a Reims bij de Nationale Opera.

Trailer van de productie:

Maar Carmen Giannattasio’s faam reikt veel verder dan dat. Ze is één van de beroemdste belcantosopranen van de laatste jaren.

De op 24 april 1975 in Avellino (Zuid Italië) geboren sopraan heeft tientallen bekende en onbekende rollen op haar repertoire staan en haar discografie is veel groter dan men zou kunnen vermoeden.

In oktober 2015 kwam Giannattasio naar Amsterdam voor Leonora in Il Trovatore van Verdi, een rol die zij al eerder heeft vertolkt in o.a. Zürich, La Fenice in Venetië en de Met in New York. Een rol die zij ooit heeft ingestudeerd onder supervisie van Leyla Gencer, haar lerares en mentor. Het was Gencer die haar klaarstoomde voor haar debuut aan de Milanese La Scala in 2001 toen zij nog aan het conservatorium studeerde.

“Leyla Gencer was misschien wel de belangrijkste persoon in mijn leven. Ze heeft me gecoacht en gestimuleerd. Ze geloofde onvoorwaardelijk in me en heeft me de ‘push’ gegeven die ik nodig had om de stap naar La Scala te maken. Ze was er zelf ook bij, bij mijn debuut als Giulietta in Il Giorno di Regno.”

Muziek in het klooster

“Ik was twee jaar oud toen ik voor het eerst kennismaakte met muziek. Die dag vergeet ik niet, die staat voor altijd in mijn geheugen gegroefd”.

“Het was in een klooster. Ik zat daar op een kleuterschooltje en ik verveelde mij dodelijk. Nu moet je weten dat ik best vervelend was, toen. Ik was alles behalve sociaal, je kan rustig zeggen dat ik behoorlijk raar was. Ons gezin werd net verrijkt met een nieuw kindje en ik was dodelijk jaloers op mijn pasgeboren broertje. Ik pestte hem en er was geen land met mij te bezeilen. Mijn ouders wilden dat ik socialer werd en met andere kinderen leerde omgaan, vandaar dat zij mij al zo vroeg naar de kleuterschool hebben gebracht.”

“En daar, in dat peuterklasje van het klooster hoorde ik voor het eerst muziek. Het kwam van achter een gesloten deur en toen ik de deur opendeed zag ik een piano. Daar zat moeder overste achter, zij was het die voor de goddelijke klank verantwoordelijk was. Dat wilde ik ook, ik wilde bij de betovering horen.Thuis ben ik net zo lang blijven zeuren tot ik op de pianoles mocht.”

Het was mijn pianolerares die mijn stem heeft ontdekt en mij naar conservatorium heeft gestuurd. Daar was ik niet zo zeker van, ik twijfelde… Bovendien had ik eigenlijk niets met opera, het raakte mij niet echt. Piano vond ik veel mooier! Mijn vader was het eigenlijk met mij eens: als pianoleraar kon ik tenminste mijn brood verdienen. Pas na drie jaar viel het kwartje, toen kreeg ik pas de smaak te pakken.”

“Muziek was voor mij niet genoeg. Ik studeerde ook Engelse en Russische literatuur. Daar heb ik ook een graad in behaald. Ik spreek goed Russisch en ik zou graag Russische opera’s willen zingen. Helaas word ik daar niet voor gevraagd. Blijkbaar denkt men dat die rollen door Russen bezet moeten worden en dat Italianen het niet zouden kunnen. Jammer.”

Operalia en Opera Rara

Bij de Operalia competitie in 2002 in Parijs won Giannattasio zowel de eerste prijs als ook de publieksprijs. Heeft het haar op weg geholpen?

“Laat ik het maar zo stellen: alles wat je bereikt doe je zelf. Domingo is buitengewoon aardig en behulpzaam. Na het winnen van het concours heeft hij mij naar Los Angeles uitgenodigd, daar mocht ik meedoen aan een Gala, waarbij ik, naast Roberto Alagna Desdemona zong in de vierde acte van Otello. Maar in feite heb ik aan niemand iets te danken, ik heb het allemaal zelf gedaan, zonder enige hulp van buitenaf”.

Giannattasio tijdens Operalia 2002:

De zin “niemand heeft me ooit geholpen, ik deed het zelf” klinkt als een soort mantra door ons hele gesprek. Giannattasio herhaalt het als we het over de onbekende belcantorollen hebben die ze voor Opera Rara heeft opgenomen. “Daar ben ik echt trots op, dat ik het deed. Niet iedereen doet het. Uiteraard. Niet iedereen wil zo veel werk verrichten voor maar één uitvoering, één opname.”

“Het is best vreemd om rollen te leren die je daarna nooit meer zingt. Je weet dat het bij die ene keer blijft, daarna is het basta. Nu ja, meestal dan. Maar ik deed het met ontzettend veel plezier. Ik was toen heel erg jong en ik wilde het meer dan graag. En daar ben ik dus echt trots op. Ik deed het!”

Elisabetta en Leonora

Eén van haar belangrijkste rollen van de laatste tijd is Elisabetta in Maria Stuarda van Donizetti. Zij zong haar in Londen en Parijs, in precies dezelfde productie maar met een totaal andere partner: in Londen was het de mezzo Joyce diDonato en in Parijs de (lichte) sopraan Aleksandra Kurzak. Zingt en kleurt ze de rol anders bij die verschillende partners?

“Welnee, helemaal niet. De rol is immers dezelfde? Je zingt je noten en je woorden, en je partner is gewoon je partner. Er verandert niets. Nou ja, een beetje, maar dat geldt niet voor mij: DiDonato is een mezzo, voor haar werd de partituur een paar noten naar beneden bijgesteld. Voor mij maakte het niets uit. Kurzak is een zeer temperamentvolle vrouw, zij barst van energie en dat vind ik prettig, want het is echt belangrijk om partners te hebben die je weten uit te dagen.”

Giannattasio en Kurzak in Maria Stuarda:

Haar interpretatie van Leonora doet mij sterk aan Gencer denken. Ik ben de enige niet. Op You Tube, onder de clip uit Zürich heeft een bewonderaar gereageerd:

“Degna studentessa della Gencer… È stata una Leonora belissima. Finalmente una voce veramente verdiana. Mamma, è divino senza più aggettivi. ”

Mij valt voornamelijk de vastberadenheid in haar stem op. Is Leonora een sterke vrouw?

“O ja, beslist! Maar: zij is voornamelijk jong, niet ouder dan 17, hooguit 18. Leonora is een teenager en teenagers zijn van alle tijden. Als zij eenmaal verliefd zijn dan denken ze dat dat het allerbelangrijkste is wat er is. Hun liefde is alles voor ze! Daarbij zijn ze ook impulsief en denken dat de wereld vergaat als er iets tussen hen en hun geliefde komt. En natuurlijk willen ze allemaal sterven, sterven van en voor de liefde. Pubers! Vergeet niet dat Leonora buitengewoon gefascineerd is door de mysterieuze man van ze niet eens weet wie of wat hij is en hoe hij eigenlijk heet!”

“Mijn mooiste herinneringen heb ik aan de productie in de Met in 2012. Mc Vicar is een regisseur die ik zeer bewonder. Hij is niet echt traditioneel, hij is behoorlijk vooruitstrevend, maar alles is bij hem logisch. Maar ik heb echt niets tegen actualisering, hoor! De rol kan je net zo goed in een T-shirt en in een spijkerbroek zingen, dat verandert helemaal niets aan het karakter.”

“Ik hou ervan om uitgedaagd te worden, anders wordt het monotoon. Je kan jezelf niet blijven herhalen. Maar er zijn grenzen, dat wel. Je mag niet aan de muziek en niet aan het libretto komen, je mag ze niet veranderen. En ik houd niet van extremen. Ik denk ook niet dat ik alles zou kunnen doen wat een regisseur van mij verlangt, maar ik ga er best ver in, ja. Gelukkig is mij nog nooit gevraagd om over mijn grenzen heen te gaan

Trailer uit de productie in Amsterdam:

Giannattasio is één van de weinige operasterren die ook modellenwerk doet: zij is het gezicht van onder andere Bulgari en Antonio Riva.

carmen-gianna-bulgari

“Je kan wel stellen dat ik een ‘fascionista’ ben. Ik prijs mij gelukkig dat er mensen zijn die in mij willen investeren en dat er merken zijn die van mij hun ambassadrice hebben gemaakt. Ik ben niet echt een model en ik zie er niet uit als een model. Ik ben een gewone vrouw, zoals miljoenen anderen.”

Toekomstplannen? Dromen?

“Ik spreek Russisch, Engels, Frans en Spaans. Geen Duits, dus geen Duits repertoire voor mij. Ik zou het niet kunnen opbrengen om een opera te zingen in een taal die ik niet beheers. Dan ben je net een papegaai, het is niets voor mij. Maar ik ben nog jong en wie weet wat er nog op mijn weg komt?”

“Ik ben meer dan gelukkig met hoe mijn leven, ook mijn privéleven er nu uitziet. En ik ben ontzettend trots op mezelf, want alles heb ik zelf bereikt, er was niemand die mij ooit heeft geholpen. Het leven is kort en ik wil niet plannen. Ik leef bij de dag, het is goed zo.”

English translation:
CARMEN GIANNATTASSIO interview in English