Saaie Lucrezia Borgia uit San Francisco

borgia

 

 

Toegegeven, Lucrezia Borgia behoort niet tot de sterkste opera’s ter wereld. Ook binnen het genre van Donizetti steekt zij magertjes af bij zijn Lucia’s, Linda’s en Parisina’s. Om van de Tudor – koninginnen maar te zwijgen.

Waar het aan ligt? Zonder meer aan het libretto, die zelfs in de soms ridicule wereld van flauwvallende en herstellende dames bijzonder ongeloofwaardig aandoet. De titelheldin is een gifmengster met een moederlijk hart, een monster van een vrouw, die toch één zwakte kent waaraan zij zelf (door een zelfverkozen, dat wel, dood) bezwijkt, maar niet vóór zij haar eigen zoon met al zijn vrienden naar de betere wereld heeft geholpen. Dat het een toeval was doet er verder niet toe.

 

Henriette Méric-Lalande - Wikipedia

De eerste Lucrezia Borgia:  Henriette Méric-Lalande

 

Donizetti componeerde het werk in minder dan vier werken, iets wat zelfs voor de beruchte “workalcoholic” en snelschrijver uitzonderlijk snel was. Wat niet belemmert dat de opera barstensvol mooiste aria’s, cabaletta’s, duetten en koren zit; en dat je er eigenlijk van het ene naar het andere hoogtepunt wordt meegesleurd. Dat het werk niet al te vaak wordt opgevoerd ligt dan ook voornamelijk aan de moeilijkheidsgraad: de rollen van Lucrezia en haar zoon Gennaro behoren tot de lastigste binnen het genre. Niet alleen vanwege het hondsmoeilijke trapezewerk waaraan de sopraan moet voldoen, maar ook de eindeloze gamma aan emoties, die beiden, soms binnen één en dezelfde aria, moeten tonen. Je zou bijna aan een persoonsstoornis kunnen denken!

Lucrezia Borgia is altijd het paradepaardje van de grootste belcanto-zangeressen uit de geschiedenis geweest: Beverly Sills, Montserrat Caballé, Leyla Gencer, Joan Sutherland …
Ook tegenwoordig bestaan er zangeressen (denk aan Nelly Miricioiu en Devia) die Lucrezia alles kunnen geven, wat zij nodig heeft, maar daar hoort Renée Fleming niet bij.

Ik houd zielsveel van Fleming, maar belcanto is niet meer haar ding. Het ontbreekt haar niet alleen aan de hoogte, coloraturen, trillers en de typisch belcanteske squillo; maar het lijkt ook alsof zij haar beroemde piani aan de wilgen heeft opgehangen. Zelfs in de laatste, zeer dramatische scène kan zij mij nergens overtuigen, al ontluikt er iets van een drama in haar kreet “mijn zoon is dood”. Helaas  zakt “Era desso il figlio mio” als een pudding in elkaar en mevrouw doet aan “croonen”.

Dat ‘M’odi, ah m’odi’ toch zo ongemeen dramatisch en spannend wordt dat je af en toe naar adem moet happen, ligt, behalve aan Donizetti aan de overtuigingskracht van de jonge, toen nog maar 27 (!) Michael Fabiano. In zijn afkeer van de moordenares die, nadat hij er achter komt dat de dame in kwestie zijn moeder is, in een oprechte verwondering verandert om daarna plaats te maken voor een gekwelde sentiment, toont Fabiano zich een meester in het tonen van menselijke emoties. In zijn jeugdigheid en onstuimigheid, zijn passie en verbetenheid doet hij mij, merkwaardig genoeg aan de jonge Carreras denken, al is zijn timbre toch echt anders.

 

 

Vitalij Kowaljow imponeert als de vileine Don Alfonso. Zijn sonoor klinkende bas is soepel en wendbaar en zijn ‘Vieni la mia vendetta… Qualunque sia l’evento’ behoort tot de absolute hoogtepunten van de opera.

Elisabeth deShong (Orsini) beschikt over een prachtige mezzostem met een zeer warm timbre, maar zij laat mij koud. Haar mooie stem, voorbeeldige legato en de soepele overgangen kunnen niet helpen dat ik ‘Nella fatal di Rimini’ een beetje saai vind en zelfs bij ‘Il segreto per esser felici’ wil ik niet echt wakker worden. Waar het aan ligt? Wellicht is Orsini niet echt haar rol? Of is het allemaal de schuld van de regie?

 

 

Ik weet niet wie John Pascoe is, heb ook nog nooit eerder van hem gehoord. Volgens Google heeft hij al het een en ander in de opera bereikt en behalve regisseren doet hij ook aan ensceneringen en ontwerpen van kostuums. Dat ze allemaal op elkaar lijken, ongeacht de opera, zou het een toeval zijn?

Zijn productie van Lucrezia Borgia kun je het beste als saai omschrijven. Zijn regieaanwijzingen gaan niet verder dan links, rechts, een stapje naar voren, een stapje naar achteren. Hij zet mooie, maar levenloze plaatjes neer, de ziel is ver te zoeken. Het eenheidsdecor (grijze muur, trappen) vind ik foeilelijk en de kostuums meer dan belachelijk.

Glitter, goud, metaal…. maar ze lijken eigenlijk nergens op. Inconsequent ook, want Pascoe doet aan mischmasch van stijlen. Over de bespottelijke pruiken zwijg ik maar.

Mocht u prijs stellen op een traditionele opvoering – kies dan voor Sutherland (Opus Arte OA F 4026 D), maar wilt u uitgedaagd worden dan is Gruberova met de fantastische Pavol Breslik de goede keus (Medici Arts 2072458)

Wat deze uitgave bij EuroArts niettemin aantrekkelijk maakt, is de extra dvd met bonussen: gesprekken met Fleming, Fabiano en DeShong. Zeer verhelderend en zonder meer de moeite waard.

 

 

Gaetano Donizetti
Lucrezia Borgia
Renée Fleming, Michael Fabiano, Elisabeth DeShong, Vitalij Kowaljow e.a.
San Francisco Opera Orchestra, Chorus and Dance Corps onder leiding van Riccardo Frizza
Regie: John Pasco
EuroArts  2059642|

Meer Lucrezia Borgia: 3 x LUCREZIA BORGIA uit de archieven

BLOEMEN VAN CAROLYN SAMPSON

carolyn-sampson-marco-borggreve

©Marco Borggreve

Op dinsdag 14 april 2015 maakte de, bij voornamelijk oude muziekliefhebbers, zeer geliefde Britse sopraan Carolyn Sampson haar opwachting in de Kleine Zaal van het Concertgebouw met een niet alledaags programma. Dit keer ging het niet zo zeer om de componisten, maar om …. bloemen. Dus geen Bach, Händel of Purcell of… maar, wacht even! De laatste dan weer wel, want ook hij heeft een ode aan de roos gebracht.

De website van het Concertgebouw vatte Sampsons recital mooi samen: “Normaal krijgt operadiva Sampson bloemen toegeworpen, maar vanavond offreert ze de zaal een boeket.”

Carolyn-Sampson-Concertgebouw

Sampson in het Concertgebouw

Met haar bloemenrecital reisde Sampson door heel Europa, waar ook een goede commerciële reden voor was: bij de Zweedse firma BIS werd haar langverwachte nieuwe solo album, Fleurs verschenen. Rozen, heel erg veel rozen passeren de revue, maar ook sneeuwklokjes, jasmijn en lelietjes van dalen worden niet vergeten.

De middag vóór haar recital ontmoette ik haar in het de Concertgebouwcafé. Het was alsof de weergoden haar en haar bloemen nog dat klein beetje extra gunden: de dag was warm en zonnig, met een perfect blauwe hemel. Haar dochtertje van vier speelde buiten, haar zoontje van zes moest zij thuislaten: hij gaat al naar school en dan kan je hem niet zo maar meenemen naar Amsterdam.

De kinderen zijn dan ook de voornaamste reden dat zij zo weinig opera doet, want dan moet zij vaak en veel van huis zijn en dat heeft zij er niet voor over. Thuis is Freiburg, waar zij al negen jaar samen woont met haar man die een baan heeft bij Het Freiburger Barockorchester.

“Ik doe mijn best om niet meer dan twee projecten per maand te doen, maar soms loopt het uit. In de maanden april en zeker mei ben ik altijd drukker dan mij lief is. En vraag mij niet hoe het komt, ik weet het gewoon niet
Er komen dan natuurlijk allerlei passies en paasoratoria voorbij, maar ik denk niet dat het alleen daaraan ligt. Ook mijn recitals worden vaker in die twee maanden geprogrammeerd.”

Komt Bach haar in die maanden weleens de neus uit?
“Kan iemand te veel aan Bach hebben? O nee, o nee! Bach verveelt echt nooit, zeker de beide passies niet. Ik kan er altijd iets nieuws in ontdekken”.

(meer…)

Rêves d’Espagne: Don Quichotte als de rode draad

neven

Bent u ook zo moe van de zoveelste opname van een Schwanengesang of een symfonie van Mahler? Ik wel. Vandaar een hartenkreet richting de (grote) platenmaatschappijen: beste firma’s, met de voor de tweehonderdste maal opgenomen muzikale kraker krijgen jullie heus niemand meer de winkel in. Willen jullie overleven, dan moet het roer definitief om. Hoe? Neem een voorbeeld aan Onyx. Dat label heeft onlangs een schitterend album van bariton Henk Neven en zijn vaste partner Hans Eijsackers uitgebracht.

Deze overheerlijke cd is gevuld met (veelal onbekende) pareltjes uit de Franse, Russische en Spaanse liedliteratuur, waarop (de dromen van) Spanje en Don Quichotte als rode draad fungeren. Er staan liederen op van o.a. Ibert, Sjostakovitsj, de Morales en Ravel. En van Arne Dørumsgaard, een mij onbekende Noorse dichter en componist, die de Spaanse en Sefardische volksliedjes van een nieuw arrangement voorzag.

Sjostakovitsj componeerde zijn Zes Spaanse Liederen in 1956, drie jaar na de dood van Stalin. Voor zijn cyclus putte hij dankbaar uit de Spaanse folklore, waarvoor hij de Russische vertalingen van Spaanse balladen gebruikte. Oorspronkelijk waren ze bedoeld voor de mezzosopraan Zara Dolukhanova, maar zij heeft ze nooit uitgevoerd.

Verschillende componisten, verschillende tijden, verschillende talen en toch: wat een eenheid! Deze cd kan als voorbeeld dienen voor een intelligent en fantasievol samengesteld recital met veel respect voor de luisteraar.

Henk Nevens dictie en zijn uitspraak zijn in alle drie de talen: Frans, Spaans en Russisch voorbeeldig. Zijn vertolking van de ‘Don Quichotte liederen’ van Jacques Ibert doet mij aan hun eerste vertolker, Fyodor Sjaljapin denken (heeft u ooit de Don Quixote film van George Wilhelm Pabst gezien? Als niet: rennen naar de internetwinkels!), wat een prestatie! Af en toe zou ik wat meer kleur willen horen en wat meer differentiatie, maar ach….

Dat de cd zo waanzinnig mooi is geworden is echter ook aan de pianist te danken. Zijn manier van spelen doet mij denken aan een alwetende verteller die zijn verhaal met een weergaloze spanning vooruit stuwt, maar niet zonder de luisteraar af en toe wat rust te gunnen.

Eijsackers interpretatie van de Danzas Espagnolas van Granados springt erboven uit. Sinds de opname van Alicia De Larrocha heb ik ze nooit meer zo mooi gespeeld gehoord. Dansant, maar o zo weemoedig.


Jacques Ibert, Dmitri Shostakovich, Isaac Albéniz, Maurice Ravel, Enrice Granados, Arne Dørumsgaard, Cristóbal de Morales
Rêves d’Espagne
Henk Neven (bariton), Hans Eijsackers (piano)
Onyx 4132

Meer Henk Neven:
THE SEA. Henk Neven & Hans Eijsackers
LA CLEMENZA DI TITO door het Orkest van de Achttiende Eeuw

Nietszeggende Brahms door François-Frédéric Guy

brahms-guy

Muziek is geen verzameling van wiskundige formules. Alles staat of valt met een interpretatie, want niet iedereen kan in zijn hoofd de notenschrift in klanken overzetten. En om het lijfelijk te (kunnen) ondergaan heb je een tussenpersoon nodig die je – naar eer en geweten – de taal van de componist naar je oren en hart weet te vertalen.

Nu zijn de interpretaties (en onze perceptie ervan) altijd subjectief: ze kunnen ons enthousiasmeren of tegenstaan. Maar soms gebeurt er iets ongewoons: je luistert naar een cd en er gebeurt niets. Je hoort klanken die maar geen geheel willen worden. Er zit geen verhaal achter. Of je hoort het niet. Nee, je vindt het niet slecht. En nee, je ergert je er ook niet aan. Er gebeurt gewoon niets en het allerergste is dat je niet weet wat je er van moet vinden.

François-Frédéric Guy is zonder twijfel een voortreffelijke pianist. Voor het label Evidence heeft hij alle drie de pianosonates van Brahms ingespeeld en hij doet het prima. Alle noten zijn er, de tempi zijn naar behoren. Het is virtuoos en bewonderenswaardig. Wat is er dan mis mee? Niets. Of, alles, eigenlijk. Het is nietszeggend. Meer kan ik er niet van maken.


JOHANNES BRAHMS
François-Frédéric Guy
Complete piano sonatas
Evidence  EVCD 022 • 94’ (2 cd’s)

BRAHMS Geoffroy Couteau

JONATHAN PLOWRIGHT speelt BRAHMS

Lukas Geniušas speelt Brahms & Beethoven

Teo Gheorghiu: pianist zonder grenzen

gheorghiu

23 jaar oud is hij en behalve een gevierd pianist ook acteur. Zijn ouders komen respectievelijk uit Canada en Roemenië, maar zelf is hij in het Zwitserse Mänendorf geboren. Na het winnen van het San Marino International Piano Competition in 2004 studeerde hij in het Purcell School in Engeland. Theo Gheorghiu is een “pianist zonder grenzen”.

Zijn talent, zijn muzikaliteit en zij charisma staan buiten kijf, maar hij is ook een beetje een jonge hond. Zijn vertolking van Schuberts Impromptus lijkt nog het meest op een rit met een achtbaan: het is duizelingwekkend, maar je krijgt geen tijd om ergens even bij stil te staan.

De voor piano en orkest door Liszt bewerkte Wandererfantasie is een lastig stuk.
Ik denk niet dat ik het mooi vind, het laat mij namelijk volstrekt koud, zeker in deze uitvoering. Het ligt voornamelijk aan het zeer rommelig spelende orkest, dat ook nog eens ongeïnteresseerd klinkt.

De zeer lyrische en poëtische La Vallée d’Obermann is, door zijn ingetogenheid behoorlijk lastig te spelen. Want: hoe houd je al die noten in bedwang terwijl zij zich los lijken te willen maken van hun pianissimo keurslijf om aan iedereen te laten zien dat ze heus niet minder virtuoos zijn dan hun heftige ‘Liszt broertjes’? De uit zijn voegen barstende beheersing, daar was Horowitz ooit zo’n meester in en dat is iets wat Gheorghiu nog moet leren.


Excursions
Franz Schubert, Franz Liszt, Liszt/Schubert
Impromptus, D 899; Années de Pèlerinage (Suisse), S.160; Wandererfantasie, S.366
Theo Gheorghiu,piano;
Musikkollegium Winterthur olv Douglas Boyd
Sony 8875010832 • 60’

Duparc en de ondraagelijke zwaarheid van het bestaan

duparc
Wie het onzalige idee heeft gekregen om de lichter-dan-lichte liederen van Henri Duparc te laten zingen door een bas, die verdient straf. Hiermee wordt geweld gedaan niet alleen aan de liederen, maar ook aan de, denk ik, voortreffelijke zanger.

Andrea Mastroni beschikt over een mooie, warme bas met een zeer aangenaam timbre en met mijn ogen dicht zie ik hem al op de operabühne staan!
Helaas: liedzanger is hij niet. Hij weet mijn aandacht geen seconde vast te houden en de prachtige liederen klinken bij hem saai en ongeïnspireerd. Ik durf het bijna niet zeggen, maar bij vlagen klinkt hij zelfs vals.

De zware uithalen waarop hij ons in Romance de Mignon trakteert vind ik hoogst irritant en L’invitation au voyage gaat zo verschrikkelijk ten onder aan de ‘ondraaglijke zwaarheid van het bestaan’ dat ik het kleinootje amper heb kunnen herkennen. Dat is geen interpreteren meer, dat is de leed van de hele wereld op je schouders te nemen en het iedereen te laten weten ook.

Zijn pianist, Mattia Ometto, is een grote afwezige. Zo te horen schikt hij zich naar wat de bas wil: zo goed mogelijk de hopeloze ellende naar de goede slechte einde te brengen. Jammer. De cd draagt de titel Lamento. Terecht. Het is één en al treurigheid.


HENRI DUPARC
Lamento
Complete songs
Andrea Mastroni (bas), Mattia Ometto (piano
Briljant Classics 95299 • 62’

Zo vader zo zoon: ontmoet de Prégardiens

pregardien-father-and-son

Friedrich Silcher was behalve een in zijn tijd beroemd liedcomponist ook een verwoed verzamelaar van volksliedjes, die hij vervolgens arrangeerde voor zangstem en piano. Daar werd er in de (voornamelijk) negentiende eeuw dankbaar gebruik van gemaakt: zo wisten hele families, inclusief vrienden en buren zich er avondenlang mee met te vermaken.

Hier moest ik sterk aan denken toen ik de prachtige cd met Duitse liederen in handen kreeg die vader en zoon Pregardién voor ons (en zonder twijfel voor zichzelf) hadden opgenomen.

Prégardien junior heeft samen met pianist Michael Gees liederen van onder anderen Schubert en Brahms bewerkt voor twee tenoren en piano en het resultaat is behalve verrassend en fris ook adembenemend mooi. De ‘Erlkönig’ van Schubert, hier letterlijk als gesprek tussen vader en zoon gepresenteerd, krijgt zo een extra emotionele lading. Heftig.

Zeer verrassend klinkt ook ‘Die Nacht’, een van oorsprong voor mannenkoor a capella gecomponeerd lied van Schubert: twee stemmen en een piano maken er een nieuw lied van. De vijf duetten met mondharmonica begeleiding van de Duitse componist Hermann Zilcher zijn dan wel een curiosum, maar wat een verrukkelijk curiosum!

Maar we moeten Friedrich Silcher zelf ook niet vergeten. Zijn ‘Loreley’ behoort ongetwijfeld tot de bekendste Duitse liederen dat werkelijk door alles en iedereen werd gezongen, inclusief Mireille Matthieu en er bestaat zelfs een versie voor karaoke. Het mooist vind ik het lied in de uitvoeringen van Heinrich Schlusnuss en Richard Tauber, maar de heren Prégardien kunnen er ook wat van! Mede dankzij het baritonale timbre van vader Christoph en het licht zoetige van zijn zoon, lijkt het alsof Tauber en Schlusnuss speciaal bij elkaar kwamen om in het lied verenigd te worden.

Michael Gies heeft er blijkbaar net zo veel plezier in als de zangers. En de luisteraar, natuurlijk. Heerlijke cd!

een uitgebreide trailer van het album:

FATHER AND SON
Liederen van Silcher, Schubert, Zilcher, Brahms, Schumann
Christoph & Julian Prégardien (tenor)
Michael Gies (piano); Fabienne Waga & Patricia Messner (mondharmonica)
Challenge Classics CC72645

Maak kennis met Le Duc ‘Albe van Donizetti en denk vooruit naar Les vêpres siciliennes van Verdi

duc

Le Duc D’Albe, een weinig bekende opera van Donizetti verhaalt van een wrede dictator, moord, doodslag en wraak. Van een onderdrukt volk en dappere opstandelingen. Maar het gaat ook over liefde. Tussen man en vrouw, maar ook – of misschien voornamelijk – over ouderliefde. Dé tiran die op zijn knieën voor de liefde van zijn zoon bidt.

Het verhaal in het kort: hertog Alva, de bloederige afgezant van koning Philips, bestiert het Vlaanderen met ijzeren hand. Hij heeft de graaf van Egmond laten onthoofden en Hélène, Egmond’s dochter, zweert wraak. Haar geliefde Henri de Bruges blijkt in werkelijkheid de zoon van Alva te zijn en als Hélène de tiran wil vermoorden, werpt hij zich tussenbeide. Henri dood, Hélène verbouwereerd en de naar Lissabon vertrekkende Alva wanhopig van verdriet. Einde opera. Als het libretto u enigszins bekend voorkomt dan heeft u gelijk. Verdi gebruikte het ook in zijn Les vêpres siciliennes.

Donizetti componeerde de opera in 1839 voor Parijs, maar het werk is onafgemaakt gebleven. De voornaamste reden, om het even simplistisch te stellen, was een strijd tussen de primadonna’s.
Al een paar jaar na de dood van de componist werden er pogingen gedaan om de opera te voltooien: men ging toen uit van de Italiaanse vertaling van het libretto. Her en der waren er opvoeringen, maar echt populair werd de opera nooit. Jammer eigenlijk, want hiermee is de weg naar Verdi en zijn Don Carlo geplaveid.

Sir Marc Elder over de opera:

Zoals gebruikelijk heeft de Opera Rara team de best mogelijke krachten verzameld en het resultaat liegt er niet om: wat een productie!

Met Laurent Naouri is de rol van Alva meer dan perfect bezet. Zijn bariton klinkt autoritair en bij vlagen angstaanjagend. Maar ook smekend. Je zou medelijden met hem hebben!

Angela Meade is een zeer ferme Hélène. Haar coloraturen zijn stevig en secuur maar verwacht geen flauwvallende heldin a’la Lucia of Elvira: deze dame heeft guts! Wat niet zegt dat zij ook niet fluisterend lief kan hebben, maar dat wraak haar prioriteit is, is nogal wiedes. Luister even naar het liefdesduet in de tweede akte: ‘Ah! Oui, longtemps en silence’ en de daaropvolgende heldhaftige ‘Noble martyr de la patrie’, waarin Hélène de boventoon voert.

Het is overduidelijk: Michael Spyres’ Henri is, ondanks zijn heroïsche timbre, het meest softe personage. Niet in zijn zangprestaties, o nee, want met zijn rol zet hij een nieuwe maatstaf voor belcanto in het Frans; maar als karakter. In confrontatie met zijn vader laat hij zich van zijn meest gevoelige kant zien. De scéne is trouwens één van de hoogtepunten van de opera. Donizetti op zijn best, hier had Verdi zich niet voor hoeven te schamen.


Opera Rara beperkt zich met deze opname tot het onaffe origineel, waardoor het verhaal eindigt met de arrestatie van Henri. De rest moeten wij er bij fantaseren. Of naar de opname luisteren die Dynamic live heeft gemaakt tijdens de voorstellingen in Antwerpen. Daar werd de Franse partituur in een door Giogio Battistelli ‘afgemaakte’ versie op de planken gebracht (Dynamic CDS 7665/1-2)

duc-d

Gaetano Donizetti
Le Duc d’Albe
Angela Meade, Michael Spyres, Laurent Naouri, Gianlucca Buratto e.a.
Opera Rara Chorus (instudering: Stephen Harris); Hallé onder leiding van Sir Mark Edler
Opera Rara ORC54

De voorstelling van ‘Le Duc d’Albe’ door Opera Ballet Vlaanderen in 2012:
DONIZETTI: Le Duc d’Albe. Antwerpen 2012

Meer over Opera Rara:
Gefascineerd door onbekende opera’s: op bezoek bij OPERA RARA.
Opera Rara en vijf vergeten Donizetti’s

In gesprek met Chen Reiss

Chen Reiss

Chen Reiss (foto: Paul Marc Mitchell).

In maart 2015 was Chen Reiss in Amsterdam te bewonderen op het toneel van De Nationale Opera. Ondanks haar drukke repetitieschema heeft zij tijd kunnen vinden om mij te woord te staan.

De avond dat wij elkaar in de kantine van DNO ontmoeten is Chen Reiss moe, heel erg moe. Het was een lange repetitiedag: van 10.30 tot 18!!! Wel met pauze, maar toch…
Zes weken daarvoor kwam zij naar Amsterdam voor Pamina in Die Zauberflöte en de enscenering van Simon McBurney eist behoorlijk veel fysieke inspanning van iedereen.
Valt niet mee, zeker als je ook nog eens moeder bent en je dochtertje van bijna 2 jaar bij je hebt. Wat dan weer inhoudt dat zij geen tijd heeft om naar het nieuws te luisteren. Gelukkig, want dat stemt haar niet vrolijk..

 “Ik ben zeer pessimistisch en bang. Als Joodse en Israëlische voel ik mij steeds minder op mijn gemak in Europa. Ik houd mijn hart vast, maar ik vrees dat het allemaal de verkeerde kant op gaat lopen. Geen leuk perspectief, zeker niet als je een kind hebt. Gelukkig heb ik geen tijd om naar het nieuws te luisteren. Ik ontbijt om acht uur met mijn dochter, dan komen de repetities. En ’s avonds, als ik thuiskom is het gewoon laat, ik ben moe en vaak moet ik nog leren.. “

“Ik houd zielsveel van Mozart: misschien nog meer van zijn geestelijke werken dan van zijn opera’s. Die zing ik echt het liefst, de muziek is zo mooi! Het is vol passie, maar dan wel stijlvol en elegant.
Van welke van de Mozart rollen ik het meeste houd? Ilia (Idomeneo), denk ik, maar ik vind ze eigenlijk allemaal prachtig!”

“Pamina passief? O nee, integendeel! Zij is juist zeer dapper en ondernemend! Het is niet niets wat haar allemaal overkomt. Ze wordt ontvoerd en daarna bijna verkracht. Dan komt haar moeder en eist van haar dat ze haar vader vermoordt. Als ze weigert, wordt ze uitgescholden en vervloekt. En dan wordt ze voor de tweede keer bijna verkracht… En als je denkt dat ze dan alles wel heeft gehad: nee, dan wil haar geliefde niet meer met haar spreken! Zij gaat door een hel en is zo desperaat dat zij alleen maar aan zelfmoord kan denken. De beslissing om ook aan de beproevingen deel te nemen en daarin haar geliefde tot het uiterste te volgen komt geheel van haar zelf. Doe het haar maar na!”

Íride Martínez (Königin der Nacht), Chen Reiss (Pamina)

Íride Martínez (Königin der Nacht), Chen Reiss (Pamina) foto: Hans van den Boogaard

Eternal Love? Vraag ik.
Daar moet zij hard om lachen, want welke liefde is niet eeuwig in de opera?

(meer…)

Le Rossignol et la Rose

chen-reiss-1024x1024

De Israëlische sopraan  (haar naam spreek je op zijn Nederlands uit: Chen dus en niet Tsjen) Chen Reiss behoort tot ’s wereld mooiste en meest geliefde sopranen.
Haar discografie vermeldt vijf solo albums, waarvan La Rossignol et la Rose een voorbeeld is van een perfect samengesteld recital.
Inderdaad: zoals een nachtegaal en een roos, de match made in heaven.

Het motto van het recital: “De nachtegaal zong de hele nacht door en met zijn zoete geluid liet hij de rozen bloeien” leidt een verhaal in vijf delen in; een verhaal van liefde, verlangen, eenzaamheid en pijn. En humor, want ook in het leven van de mistige romantiek valt wel eens wat te lachen.

De titel van de cd is ontleend aan de vocalise van Saint Saëns, waarin Reiss ons al haar kunnen op een schotel presenteert en dat is niet niets.

Bijzonder geroerd werd ik door Die Nachtigall van Krenek, een lied dat ik niet kende en niet gauw met de componist zou associëren. De prachtige tekst is van Karl Kraus, een dichter die volgens de componist een grote invloed op hem heeft gehad. Reiss doet je naar adem happen van bewondering: haar hoge noten zijn loepzuiver en zoet.

Bellini’s Vanne o rosa fortunata is een heerlijk niemendalletje, maar La Rosa y el sauce van Guastavino kan je niet onberoerd laten. Het verhaalt over een roos die in de schaduw van een wilg opbloeide, maar geplukt werd door een jong meisje, de wilg treurend achterlatend. Samen met Reiss. En met ons.

In Shnei shoshanim van Mordechai Zeira laat Reiss ook de donkere kant van haar stem horen. Hierin doet zij mij een beetje aan Nethania Devrath denken, een van de beroemdste Israëlische sopranen uit de jaren zestig. Maar ook Victoria de los Angeles is niet ver weg.

Haar Mahler vind ik iets minder en in Heidenröslein van Schubert doet zij mij haar voorgangsters (Lucia Popp!) niet vergeten. Maar dan komt de “reddende engel” in de gedaante van de pianist. Charles Spencer is meer dan een begeleider alleen. Luister maar naar de intro tot Krenek of de parelende noten in Rosenblätter van Meyerbeer. BRAVI!

Le Rossignol et la Rose
Purcell, Hahn, Mahler, Meyerbeer, Strauss, Bellini, Guastavino, Berg e.a.
Chen Reiss (sopraan), Charles Spencer (piano)
Onyx 4104 • 72’