Franz Xaver was ook een Mozart!

Mozart Bonney

Wat een leuke verrassing! Heeft u ooit de liederen van Franz Xaver,  Mozarts jongste zoon gehoord? Sterker nog: wist u überhaupt, dat hij iets meer dan een pianoconcert had gecomponeerd? Ik zeker niet, wat me heel nieuwsgierig naar deze cd deed grijpen.

Het werd een zeer aangename kennismaking. De liederen halen het niveau van de grote Mozart niet wat helemaal niet erg is. Ik vind ze leuker dan leuk en wat mij betreft horen ze in het standaardrepertoire thuis.

https://basiaconfuoco.com/wp-content/uploads/2019/08/a4d92-65815092_446922695858596_2354159870906262509_n.jpg

Franz Xaver was nog maar een baby toen zijn vader stierf. Zijn moeder was vastbesloten om een beroemde musicus van hem te gaan maken, zodoende kreeg hij zijn eerste muzieklessen toen hij nog maar twee jaar oud was. Een curiositeit: onder zijn leraren bevond zich ook … Salieri.

De ontdekking van Franz Xavers liederen is aan Barbara Bonney te danken. Haar intuïtie volgend, is ze in de archieven en op het internet op zoek gegaan naar nog meer getalenteerde Mozarts.

In de  jaren 1990 – 2000 werd Bonney beschouwd als één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie, en daar was – en ben ik –  het mee ens. Haar timbre is zeer aangenaam en haar vertolking van de liederen van Mozart junior buitengewoon fraai. En al is haar uitspraak van het Duits een beetje vreemd, ach … Ik heb enorm genoten.


Franz Xaver Mozart
The other Mozart
Barbara Bonney (sopraan), Malcolm Martineau (piano)
Decca 4756936

De strijd om Lucia di Lammermoor is nog niet gestreden

lucia-di-lammermoor-by-gaetano-donizetti-score-cover-first-edition-KFRB72


MARIA CALLAS, JOAN SUTTHERLAND, BEVERLY SILLS

Lucia di Lammermoor is altijd, misschien meer nog dan Norma, een strijdpunt geweest tussen de aanhangers van Maria Callas en Joan Sutherland. De prestaties van beide dames zijn inderdaad fantastisch en bovendien totaal verschillend. Welke van de twee moet u hebben? Niet makkelijk. Kwestie van smaak, zal ik zeggen?

Amazon.co.uk: This is Luciano Pavarotti

Joan Sutherland is ongekend virtuoos en haar coloraturen zo perfect dat het pijn doet. En toch blijf ik er onaangeroerd bij. Waarom? Wellicht omdat het te perfect is? Ik weet het niet. Het kan ook aan mij liggen.

Lucia Callas

Waar u ook voor kiest: u kunt echt niet zonder minstens één Callas. Probeer Naxos (8110131-32) met Giuseppe di Stefano en Titto Gobbi, onder Tulio Serafin, want al is Francesco Tagliavini (Warner Classics 2564634081) een veel mooiere Edgar, de rest van de cast (inclusief Callas zelf!) is hier veel sterker.


Lucia Sills

Zelf kies ik voor Beverly Sills (Westminster 4712502), zeker als we het over studio-opnames hebben. Haar portrettering verenigt het beste van beide diva’s: de virtuositeit, stemschoonheid en zuivere intonatie van la Stupenda en het grote acteren van la Divina. Niet echt een grote tragédienne (maar dat is Lucia ook niet), meer een passief kindmeisje dat het allemaal over zich heen laat komen. Ook de rest van de cast (Carlo Bergonzi, Piero Cappuccilli, Justino Diaz) is van zeer hoog niveau en Thomas Schippers dirigeert zeer ferm. Maar wat die opname werkelijk bijzonder maakt, is het gebruik van een glasharmonica in de waanzinscène, precies zoals Donizetti het oorspronkelijk had voorgeschreven.


RENATA SCOTTO

Lucia Scotto

Mijn geliefde Lucia, Renata Scotto, heeft de rol nooit in de studio opgenomen. Er zijn wel verschillende piratenopnames met haar in omloop, met als Edgardo onder andere Luciano Pavaratti, Alfredo Kraus, Carlo Bergonzi en Gianni Raimondi.

Van die vier is de opname met Raimondi me het dierbaarst, niet in de laatste plaats vanwege de zeer energieke en dramatisch evenwichtige directie van Claudio Abbado. Het werd opgenomen in La Scala in december 1967 en is ooit op Nuova Era (013.6320/21) verschenen. Helaas is die opname zeer moeilijk verkrijgbaar, maar wie zoekt….

Hieronder Gianni Raimondi en Giangiacomo Guelfi (Enrico) in Orrida è questa notte..

Scotto’s interpretatie van de gekwelde heldin is wel op dvd beschikbaar (VAI 4418). De productie is in 1967 in Tokio opgenomen. Het circuleerde jarenlang op piratenvideo, maar aangezien de geluids- en beeldkwaliteit bijzonder matig was, zijn er met de commerciële uitgave heel veel operaliefhebbers bijzonder blij gemaakt. Het geluid is een beetje scherp, waardoor Scotto’s hoge noten nog metaliger klinken dan normaal, maar: who cares?

Haar interpretatie is zowel zangtechnisch als scenisch van een ongekend hoog niveau. Met een kinderlijk verbaasde uitdrukking (mijn broer doet het mij aan?) op haar gezicht stemt ze in, al is het niet zonder morren, met het gedwongen huwelijk met Arturo (een in alle opzichten afgrijselijke Angelo Marchiandi).

Hieronder Scotto zingt ‘Il dolce suono’. Doe het haar na!

Na haar waanzinaria krijg je de neiging de stekker eruit te trekken, want alles wat erna gaat komen, kan niet anders dan als een koude douche werken. Maar daar vergis je je in. De twee aria’s van Edgardo, gezongen door Carlo Bergonzi, brengen je regelrecht de (zangers)hemel in.

Na afloop kan je niet anders dan huilen, want: waar zijn ze gebleven, de zangers van toen? Klein, lang, dik, mager, met of zonder het acteertalent… Geen van hen was een ballerina, maar zingen konden ze! En enkel door middel van hun stem konden ze alle gevoelens overbrengen waar je nu een heel ‘artistiek team’ voor nodig hebt. Ondanks de toen gebruikelijke coupures een absolute must.

Hieronder zingt Bergonzi ‘Fra poco a me ricovero’

PATRICIA CIOFI IN HET FRANS

Lucia Ciofi

In 1839 bewerkte Donizetti zijn opera voor Parijs en Lucia werd Lucie. Het is niet de alleen de taal die de beide versies onderscheidt, want Donizetti heeft zowel aan het libretto als aan de muziek behoorlijk gesleuteld. Zo werd Alisa (Lucia’s hofdame) uit de opera geknipt en is onze heldin als enige vrouw in een verder louter mannengezelschap gebleven, wat haar nog eenzamer en nog kwetsbaarder maakt.

Normanno heet nu Gilbert en zijn rol werd behoorlijk uitgebreid. Zijn valse spel en manipulaties maken van hem zowat een sleutelfiguur en hij groeit uit tot bijna Iago-achtige proporties. Ook Arturo is als Henri driedimensionaler geworden. En al mis ik ‘Regnava nel silenzio’ en scènes tussen Lucia en Raimondo, ik moet toegeven dat de Franse versie dramatisch veel beter in elkaar steekt.

In deze opname (ooit TDK, hopelijk nog te bestellen) is Patrizia Ciofi niet minder dan fenomenaal als een behoorlijk neurotische Lucie, Ludovic Tézier prachtig als een vileine Henri en Roberto Alagna helemaal in zijn element als Edgar. Het was (toen) één van zijn beste rollen.

Het regisseursduo Patrick Courier/Moshe Leiser stelt zelden teleur. Hun producties zijn altijd realistisch, ingebed in historische perspectief, maar met genoeg ‘knipoog’ naar het heden. Bovendien doen ze wat regisseurs voornamelijk horen te doen: zorgen voor een goede mise-en-scène en zangers in hun spel goed begeleiden om ze overtuigend te laten overkomen.

OVER DRIE LUCIA’S VAN DE LAATSTE TIJD

ANNA NETREBKO

Lucia Netrebko
Deutsche Grammophon bracht de Live in HD-uitzending van Lucia di Lammermoor die in 2009 door de Metropolitan Opera in New York werd uitgezonden uit op dvd en Blu-Ray (DG 0734545). Anna Netrebko zong de hoofdrol. Lucia vond ik nooit echt bij haar passen. Bovendien was ze in die tijd meer bezig zichzelf te etaleren dan dat ze zich om de zielenroerselen van de door haar gespeelde tragische heldin bekommerde.

Piotr Beczala, toen nog geen grote ster, was de lastminutevervanger voor de ziek geworden Rolando Villazón en het moet gezegd worden: samen met zijn landgenoot Mariusz Kwiecien (Enrico) stal hij de show. De regie van Mary Zimmermann is mooi om te zien, maar voegt eigenlijk niet veel toe. Voer voor de vele Netrebko-fans, maar voor de rest?

NATALIE DESSAY

Lucia Dessay

Het Mariinski Theater van Valery Gergiev heeft een Lucia di Lammermoor uit eigen huis op cd gezet (MARO 512). Natalie Dessay is een begenadigd artieste. Ze beschikt over een pracht van een stem met een ongekende hoogte, waarmee ze de moeilijkste coloraturen en fiorituren zingt alsof het niets is. Mooi is zij ook en ze kan waanzinnig goed acteren; het is altijd een plezier om haar in actie zien.

Maar niet al te grote stem kent echter ook zijn beperkingen. Scenisch weet ze die achter haar acteren te verbergen, maar zonder beeld wil er weleens iets misgaan. Dat hoor je ook op deze live-opname uit 2010. Haar coloraturen zijn perfect maar leeg; het heeft geen inhoud. Deze Lucia wordt gek zonder dat je weet waarom. Maar als ze eenmaal gek is, doet ze je duizelen.

Piotr Beczala is, zoals altijd, een fantastische Edgardo, maar ook alle andere zangers zijn prima. Allemaal beschikken ze over een individueel timbre, waardoor je in het zeer homogeen gezongen sextet ook afzonderlijke stemmen kan herkennen.

Valery Gergiev dirigeert energiek en zwiept het orkest op, wat soms resulteert in halsbrekende tempi. De ‘waanzinscène’ (met glasharmonica, bravo!) rekt hij juist uit


DIANA DAMRAU

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/71cVsKQYuIL._SX522_.jpg

Diana Damrau, één van ’s werelds beste en beroemdste sopranen, lijkt geknipt voor de rol van Lucia in Lucia di Lammermoor. Zij zong de partij al in 2008 in de New Yorkse Metropolitan Opera. Vijf jaar later verblijdde ze het duidelijk aan haar voeten liggende publiek in haar geboortestad München met haar vertolking. De concertante uitvoeringen werden live door Erato opgenomen en het resultaat valt mij tegen.

Niet dat er iets mis is met de coloraturen van Damrau. Die zijn nog steeds onberispelijk, maar in mijn oren zijn ze leeg, zonder inhoud. In haar waanzinscène lijkt ze meer op de mechanische pop Olympia uit Les contes d’Hoffmann dan op een gek geworden vrouw van vlees en bloed.

De mannenrollen zijn allemaal prima ingevuld. Joseph Calleja (Edgardo) zingt zijn rol soepel en met zo’n gemak dat ik aan de jonge Pavarotti moet denken. Ludovic Tézier en Nicolas Testé zijn misschien niet helemaal idiomatisch, maar op hun onberispelijke zang valt niet veel op te merken. Zelfs de kleine rol van Normanno wordt door een voortreffelijk zingende Andrew Lepri Meyer ingevuld.

De tempi van Jesús López-Cobos vind ik op zijn minst opmerkelijk. Dan wordt er gerend, dan staat de boel weer stil. Af en toe herken ik de muziek niet. Het lijkt alsof er nieuwe versieringen zijn aangebracht.

De opname zelf is eveneens onevenwichtig. Dat de opera niet in één keer op één avond is opgenomen is vanzelfsprekend, maar er werd ook het één en ander in de studio ‘verbeterd’ en dat is helaas hoorbaar.


Na al die jaren is mijn top drie nog steeds ongewijzigd:

1. Renata Scotto met Carlo Bergonzi, VAI 4418.

2. Beverly Sills met Carlo Bergonzi, Westminster 4712502

3. Maria Callas. Ongeacht welke, eigenlijk

 

Peter Gijsbertsen en Liesbeth Devos laten de liederen van Duparc opbloeien als nooit tevoren

Duparc

Soms kun je je niet aan het soort ‘wat als’ spelletje te onttrekken. Stel je voor, dat Henri Duparc niet geestesziek was geworden? Stel je voor dat hij niet bijna al zijn werken had vernietigd? Naar de niet meer dan veertigtal stukken na die het hebben overleefdte oordelen is de wereld heel wat moois armer geworden. Onder de stukken dat hij vernietigde was ook Roussalka, een (incomplete) opera naar het gedicht van Poesjkin.

In een brief aan zijn goede vriend, de componist Jean Cras schreef hij: (ik citeer de Wikipedia):
Na 25 jaar in een prachtige droom te hebben geleefd, komt het hele idee van muzikale conceptie me – ik herhaal het voor je – walgelijk voor. De andere reden van deze vernietiging, die ik niet betreur, is de gehele morele transformatie welke God op me heeft uitgeoefend sinds mijn 20ste en die in een enkele minuut mijn hele afgelopen leven verlaten heeft. Vandaar, dat Roussalka (de opera) geen enkele verbinding met mijn nieuwe leven meer heeft en derhalve niet dient te bestaan.

Op zijn 36te was het gedaan met de muziek: Duparc hield op met het componeren en werd vrijwel vergeten. Het was pas in de jaren zestig dat zijn liederen werden ‘herontdekt’, maar het heeft nog langer geduurd eer ze gemeengoed werden.

Drie jaar geleden werden al zijn liederen door de Italiaans bas, Andrea Mastroni opgenomen. De cd droeg de titel Lamento en lamento was het. Zwaar, zwaarmoedig en om te huilen. Wat een verschil met de prachtige, met een echte Franse zwier gezongen interpretatie van Peter Gijsbertsen! Deze cd heeft als titel Extase gekregen en dat dekt de lading veel beter.

De liederen van de hypersensitieve Duparc kun je het beste met lichte penseel geschilderde watertekeningen vergelijken. Niet eens zo gek als je bedenkt dat zijn laatste levensjaren in het teken stonden van het schilderen van aquarellen. Zo zingt Gijsbertsen ze ook.

Wat ik ook zo mooi in de interpretatie van Gijsbertsen vind is zijn voortreffelijke maar nergens overheersende dictie. Je verstaat alles wat hij zingt maar de woorden, die heb je niet eens nodig om te weten waar het over gaat.

Een van mijn geliefde liederen van Duparc is het ‘Romance de Mignon’ en die neemt Liesbeth Devos voor haar rekening. Haar lichte, meisjesachtige timbre voelt buitengewoon prettig en past het lied als de handschoen. Ontroerend.

In ‘La Fuite’, een zeer sensueel lied naar de tekst van Théophile Gautier worden de beide zangers met elkaar verenigd, hun beider stemmen met elkaar verstrengeld. Zoals het bij geliefden gaat. Jozef de Beenhouwer maakt de ménage à trois compleet.


Henri Duparc
Extase – Complete Songs
Peter Gijsbertsen (tenor), Liesbeth Devos (sopraan), Jozef de Beenhouwer (piano)
Phaedra PH 292040

Duparc en de ondraagelijke zwaarheid van het bestaan

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodloot: De kinderen der Zee van Lodewijk Mortelmans

Peter Gijsbertsen zingt liederen van RICHARD STRAUSS

Lady Rattle, toen zij nog Magdalena Kožená heette

Het begint ongelukkig. Allereerst vergeet ik het tijdsverschil met Engeland en bel ik te vroeg op. Één uur later krijg ik te horen dat ze niet thuis is, en dat ik het maar op haar mobiel moet proberen. Het komt niet gelegen zegt ze, ze is in een museum, bovendien wist ze niets van het interview af. Dan maar meteen een nieuwe afspraak maken.

Driemaal is scheepsrecht. Nu is zij thuis en buitengewoon lief. Vooraleerst wil ze zich verontschuldigen, er moest iets mis zijn gegaan. Het geeft niet, zeg ik. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Haar spreekstem lijkt op haar zangstem: zilverkleurig, warm en zacht. Donker ook, wat met dat vleugje Tsjechische accent heel aantrekkelijk klinkt.

Allereerst wil ik het over haar laatst uitgekomen cd hebben

– Wie koos het programma?
“Ik. DG wilde een cd maken met meer instrumenten dan alleen maar een piano. Ze stelden Il Tramonto van Respighi voor, de rest heb ik uitgezocht. Ja, het klinkt ietwat melancholisch, maar ik denk dat het ook met de tijd te maken heeft, de meeste van die composities ontstonden tussen de twee wereldoorlogen. De droevigste muziek is die van Schulhoff, maar hij was ook een tragische figuur. Een Jood, overleden in een concentratiekamp. Voor mij hebben zijn liederen ook iets van de Slavische melancholie.”

– Op die cd zing je liederen in vijf verschillende talen, spreek je ze ook?
“Min of meer, ja. Russisch leerde ik nog op school, mijn Engels en Frans spreek ik vloeiend. Ook mijn Italiaans is goed en het Duits leerde ik toen ik een paar jaar in Wenen woonde”.

– Op je opnamen, en het zijn er behoorlijk veel, zing je muziek van Bach tot Martinů, en van Gluck tot Verdi. Ook op de bühne?
Lachend: “Nou, nee. Zeker geen Verdi. Maar het is helemaal anders als je een recital met opera-aria’s samenstelt. Het is ontzettend moeilijk om zoveel verschillende karakters binnen 5 minuten tot leven te wekken, daar heb je een hele opera voor nodig. Daarom, dat denk ik althans, moet je er zoveel mogelijk verscheidenheid in aanbrengen, anders wordt het saai. Het idee van Verdi kwam overigens van Marc Minkowski. In het begin hadden we zelfs ruzie daarover, maar uiteindelijk wist hij me te overtuigen. Hij zei dat die aria (van Eboli uit Don Carlos) klinkt als een Spaans volksliedje, en ik denk dat hij gelijk had.”

“Minkowski was de eerste grote dirigent die ik tegenkwam, zo’n zeven jaar geleden. Hij betekent heel erg veel voor mij, hij is mijn muzikaal maatje. Tegenwoordig zien we elkaar niet zo vaak meer, maar in het begin deden wij 4 à 5 projecten per jaar samen. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Als je een beginneling bent probeer je zo mooi mogelijk te zingen. Hij leerde me, dat muziek zoveel meer is dan alleen maar schoonheid.

Heel lang praten we over haar Zerlina in Salzburg,in 2002. Ik was er bij en zeg dat ik haar prachtig vond maar die productie haatte. En weer moet ze lachen: “Ik hield van die productie! Toen me die rol werd aangeboden nam ik het alleen maar aan omdat het Salzburg was. En Harnoncourt. Zerlina was voor mij altijd het synoniem van een dom blondje, maar hier heeft ze wat meer karakter gekregen.”

– Eigenlijk vind ik je stem bijzonder geschikt voor het Frans repertoire, voornamelijk Massenet. Ben je van plan het ooit op de planken te zingen?
“Ik zou het graag willen, voornamelijk Cendrillon, maar het wordt zo weinig gespeeld, zelfs in Frankrijk niet. Daarbij zien de meesten me nog steeds het liefst in opera’s van Mozart en Händel.

Ze woont in Parijs, maar is zeer zelden thuis, het laatste jaar maar 40 dagen. Haar man, een Franse bariton, ontmoet ze meestal ergens onderweg.

Denk ze aan kinderen?
“Het lijkt me leuk, maar dan zal ik veel van mijn leven moeten opgeven, zeker als de kinderen naar school moeten”.

Vooralsnog zit ze vol met plannen.

Kozena Schulhoff

Dit is een werkelijk buitengewoon interessante cd met een onalledaags programma. Onalledaags, want op de Chansons Madécasses van Ravel na en, wellicht ook Il Tramonto van Respighi, is de rest voor de meeste luisteraars onbekend. Alle liederen werden in de eerste helft van de vorige eeuw in vijf verschillende Europese landen gecomponeerd, en stralen een zware melancholie en nostalgie uit.

Ook het accompagnement is exceptioneel, de liederen worden niet alleen door de piano, maar ook door viool, strijkkwartet, fluit, cello en piano begeleid. Stuk voor stuk bijzondere composities, door Kožena met veel tekstbegrip gezongen. Zelf heb ik een klein beetje moeite met haar Russisch, voor mij is het een tikje overgearticuleerd, maar dit is eigenlijk muggenzifterij.

In Il Tramonto hoor ik liever een donkerdere en iets meer dramatische stem, maar zoals zij het doet kan het ook. In haar interpretatie krijgt het geheel iets meisjesachtigs, met een andere kleur van verdriet.

Als onbetwist hoogtepunt beschouw ik de drie liederen van Schulhoff, het zijn drie kleine meesterwerkjes en het is te hopen, dat Kožena ze in haar repertoire houdt.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (fluit), Christoph Henschel (viool), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartett (DG 4715812)

Kozena Martinu

Hier werd ik stil van. De melancholie van Dvořák, de typische ritmiek van de taal van Janáček, de eigenzinnigheid van Martinu, dat alles maakt, dat je je er niet meer los van kunt maken.

Het meest interessant vind ik de cyclus Liederen voor een vriend van mijn land van Martinů, die hier zijn plaatpremière beleeft. Martinu componeerde het in 1940 in Aix-en-Provence, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s die hem naar Amerika zou brengen, en is opgedragen aan Edmond Charles-Roux. De cyclus werd pas in 1996 gevonden. Het is een enorme aanwinst voor het liedrepertoire maar: wie zingt het nog? Zeer ontroerend.


Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kozená mezzosopraan, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Sterven met Dame Janet Baker

Janet Baker

Ik geef het toe, ik háát Händel. En nu wil ik u een cd aanbevelen die voor bijna de helft gevuld is met zijn aria’s. Kan dat? Ja, dat kan, want ware schoonheid ontstijgt alle vooroordelen en preferenties.

De korte ‘O had I Jubal’s Lyre’(Joshua) is gauw vergeten bij de eerste noten van ‘Che farò senza Euridice’ .

Janet Baker in opname uit Glyndebourne 2004:

Zo mooi en zo smachtend gezongen dat je niet eens op de daaropvolgende ‘Care selve’ (Atalanta) let. En bij ‘Plaisir d’amour’ weet je al, dat je die cd nooit meer kwijt wilt, en je geeft je gewonnen.

Janet Baker zingt “Plaisir d’amour” (TV recital, 1982):

Je valt in zwijm bij ‘Amarilli mia bella’, want niemand op aarde heeft het mooier gezongen. Bij ‘Che puro Ciel’ vullen je ogen zich met tranen en je bent er zeker van dat dit het hoogtepunt van de cd is. Want nog meer ontroering, nog meer schoonheid… nee, dat kan niet. En dan komt het: de klaagzang van Dido uit Dido & Aeneas van Purcell.

Janet Baker als Dido (opname uit 1966):

De jonge Baker (de opname is uit 1962) maakt van jou haar Belinda, haar vertrouwelinge. Je ziet hoe haar lippen trillen en wilt haar troosten en zeggen dat het allemaal goed komt, maar het komt niet meer goed en je sterft met haar samen.


The legendary dame Janet Baker
Händel, Gluck, Mozart, Purcell. Martini, Giordani
Philips4751562

Isata Kanneh-Mason eert Clara Schumann

Schumann Isata

Voor mij is ‘diversiteit’ gewoon een modewoord dat niets met de werkelijkheid te maken heeft. Omdat het moet en omdat de quota gehaald moeten worden, moet nu ook de klassieke muziek business er aan geloven. En dan bedoel ik niet de operafiguren zoals Aida of Otello, want die moeten nu juist ontkleurd worden. Vandaar ook dat de orkesten en platenmaatschappijen bijna krampachtig op zoek zijn naar mensen van kleur.

Nu moet u mij niet verkeerd begrijpen: ook ik denk dat het heel erg goed is en juich het van harte toe, maar dan wel met één voorwaarde: kwaliteit. En de kwaliteit is bij de Engelse pianiste Isata Kanneh-Mason hoog, zeer erg hoog. Zij is de oudste van de zeven Kanneh-Mason kinderen die allemaal muziek maken: vier van haar broers en zussen studeren aan The Royal Academy of Music, waar de 22-jarige Isata zelf nog steeds les heeft. Haar broer Sheku die cellist is, is haar in roem al vóór gegaan.

Clara Wieck-Schumann was een wonderkind dat uitgroeide tot een pianovirtuoos. Dat zij ook componeerde werd lange tijd genegeerd: als moeder van acht kinderen werd zij geacht voor haar beroemde man te zorgen.

Op haar eerste cd-opname speelt Isata Kanneh-Mason werken die zowat het hele leven van Clara beheersen. Zo begint zij met het pianoconcert dat Clara componeerde toen zij dertien jaar oud was en waar zij de première van speelde toen zij zestien was. Mendelssohn dirigeerde.

Isata Kanneh-Mason speelt het zeer virtuoos en haalt er alles van wat er uit te halen is: niet veel eigenlijk. Wat niet erg is, want zo gespeeld wordt het concerto naar hogere regionen opgetild en dat mag. Daarbij wordt zij uitstekend begeleid door het orkest van Liverpool. Het mooist vind ik echter de vioolromances, gecomponeerd voor Joseph Joachim. Samen met de violiste Elena Urioste zorgt Kanneh-Mason voor een onvergetelijk ervaring. Top!


CLARA SCHUMANN
ROMANCE
Pianoconcert; 3 Romances voor piano op. 11; Scherzo no.2 in c, op. 14; 3 Romances voor viool en piano, op. 22; Pianosonate in G minor, e.a.
Isatha Kanneh-Mason (piano), Elena Urioste (viool, op. 22), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Holly Mathieson
Decca 4850020

Jacqueline du Pré. Omdat er geen reden voor is.

-du-pre-christopher-nupen_d

Sinds de, werkelijk geniale en inmiddels legendarische film Amadeus korte metten met de reputatie van Mozart heeft gemaakt (of het juist heeft opgevijzeld), is niemand meer heilig.

https://m.media-amazon.com/images/M/MV5BYjdlZjU3M2UtMjg3Yi00MTMyLWE0MTktMzgzNWQ0ZTYxMmRiXkEyXkFqcGdeQXVyODc0OTEyNDU@._V1_.jpg

In de, in de tegenstelling tot de meesterlijke Amadeus buitengewoon slechte Hilary and Jackie (regie: Anand Tucker) was de stercelliste Jacqueline du Pré aan de beurt.

Trailer van de film:

Het was gedaan met haar imago van een schattig meisje: de lieveling van de zovele fans bleek een nymfomane, die ook nog eens jaloers was op haar zus en met haar zwager naar bed ging. De film is gebaseerd op het boek van de zus en broer du Pré, dus het zal wel allemaal waar zijn, maar: wat kan het een serieuze muziekliefhebber schelen? En: zal hij nu anders naar het celloconcert van Edward Elgar luisteren? Ik in ieder geval niet.

dy pre elgar_wide-4cedfd9218869a63bd15fc09f7625b2e0b01eca4-s800-c85

Cellist Jacqueline Du Pre records Elgar’s Cello Concerto with conductor John Barbirolli at Kingsway Hall in London, 1965.
David Farrell/EMI Classics

Elgar en Jaqueline du Pré horen bij elkaar, net als Chopin en Rubinstein of Vincent van Gogh en de zonnebloemen. Du Pré begon het in te studeren op haar dertiende, onder het bezielde oog van haar leraar en ‘cellopappa’ Wiliam Pleeth, en in 1965 maakte zij er een opname van, onder leiding van John Barbirolli.  Deze uitvoering werd al bij het verschijnen legendarisch verklaard en toen in 1970 een liveopname met haar echtgenoot Daniel Barenboim verscheen, waren de meningen duidelijk verdeeld.

Du Pré, Elgar en Barbirolli:


 

du pre barenboim

Du Pré, Elgar en Barenboim:


Ook vandaag blijft het moeilijk om tussen die twee te kiezen. De opname met Barbirolli is bijna volmaakt, maar die met Barenboim sprankelt en twinkelt meer. Het is duidelijk hoorbaar dat hier twee perfecte soulmates aan het werk zijn. Deze opname werd ook in ‘Hilary and Jackie’ gebruikt en bevindt zich, naast de muziek van Pheloung, op de soundtrack uit die film (Sony 60394)


Du Pré en Barenboim traden veel met elkaar op, maar samen maakten zij weinig studio-opnamen. De plannen waren er wel maar haar ziekte sloeg toe en dat was dat. Gelukkig bestaan er veel live opnamen van hun optredens. De cellosonates van Beethoven, bij voorbeeld. Ze werden opgenomen tijdens het Edinbourgh Festival in 1970 (ooit EMI 5733322)


In 1999 heeft EMI (tegenwoordig Warner 2435733775) alle opnamen gebundeld die de BBC ooit van du Pré maakte. Maréchal’s bewerkingen van de Falla uit 1961 zijn een beetje bedenkelijk, en de uitvoering van de werken van Couperin (1963) en Händel (1961) doet een beetje gedateerd aan, maar het speelplezier dat er uitstraalt vergoedt veel. Zo niet alles.


Du Pré was een natuurtalent, haar spel was bezield en werd gekenmerkt door een grote intensiteit en de vrijheden die zij zich veroorloofde, zijn mede daardoor niet storend. Barenboim: “zij had een gave, om een luisteraar het gevoel te geven dat de muziek die zij speelde op dat moment werd gecomponeerd”.

The final word on Turandot has not yet been spoken

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

VIENNA 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, with no less than 21 Tony Awards to his name, one of the biggest (if not the biggest) musical producers/directors, tackled ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) in 1983, with very impressive results. He created a world of illusion ruled by fear, where the inhabitants, dressed in dazzling costumes, hide themselves (and their true feelings) behind masks. Beautiful and terrifying at the same time.

Eva Marton sings a phenomenal Turandot and Katia Ricciarelli is a fragile, pitiful Liù. Her “Signore ascolta” spun out with the most beautiful pianissimi is heartbreaking.

And José Carreras… He makes me cry too, because at the age of 37 he had one of the most beautiful (lyrical) voices in the world. But Calaf was not his role. He sings it beautifully, but one hears him crossing his own boundaries. And yet …. His hopeless macho behaviour, which goes against all odds, not only fits the concept of the director, it also illustrates Calaf’s character perfectly. At least for me.

The orchestra from Vienna is conducted by Lorin Maazel. Not my favourite conductor, but in this case, I have no reason to complain.

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

There was a period when I thought I’d had enough of the larger than live productions by Franco Zefirelli. I only thought so, because now I yearn to see them again. All the more so because it was not just pomp and circumstance: Zefirelli was undeniably a very good personal director, with him the interaction between the characters was always perfectly timed as well.

Plácido Domingo is a different story. As many of you know (if not, you know it now) he is my absolute hero and idol, but he is so kind! And sweet! He sings the role better than Carreras (incidentally – neither gentlemen was a champion of high notes). His voice is bigger and stronger, but in terms of drawing a character Carreras wins.

Leona Mitchell (what happened to her?) is a very moving Liù. And her skin colour means you can feel for her as a slave (so not good enough for Calaf).

VALENCIA 2008

For lovers of fairy tales, stunningly beautiful and colourful costumes, overwhelming sets, and opera ‘as opera is supposed to be’: the production from Valencia, recorded in May 2008, will make your heart beat faster and even with your ears closed, you will enjoy it immensely.

The famous Chinese film director Chen Kaige (a.o. ‘Farewell to my Concubine’) pulls out all the stops and lets you gasp for breath from the very first moment. There is no lack of visual pleasure, which does not mean that it is musically not good.

Maria Guleghina is not the most subtle of contemporary sopranos. She always remains a bit unapproachable and cold, but she has a huge voice and her high notes are as solid as a rock: here we have the perfect interpreter of the title role. Marco Berti is the prototype of an ‘old-fashioned Italian tenor’: straightforward, little movement. However, his sound is also unmistakably ‘old-fashioned Italian’: grand, ringing, with a touch of Bergonzi in his timbre and a beautiful height.

Alexia Voulgaridou is a very moving Liù and the three ministers are extremely convincing.

The orchestra (Orquestra de la Comunitat Valenciana) under maestro Mehta does its best to sound as Chinese as possible, which they do wonderfully well (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

I’m having a hard time with this. I watch and listen to Salvatore Licitra and cannot control my tears. He has never been my favourite tenor, but knowing  that you are watching and listening to what was probably his very last recording (in September 2011 he had a fatal accident on his native island, Sicily), makes judging, let alone ‘enjoying’ this very difficult.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

And what can I say about the production itself? It’s a good old Zefirelli, with all the frills, although he does change things a little here and there. But the atmosphere in Verona is to be jealous of, so beautiful.

The moon is lit and you imagine yourself in the middle of a fairy tale. The images are undeniably beautiful and it remains a fascinating spectacle, especially if you are sensitive to it.

And the execution? Maria Guleghina was the reigning Turandot at the time and she is doing very well, but she has also grown older and a certain routine has crept into her voice and her portrayal. I also hear a frayed edge in her heights.

Luiz-Ottavio Faria is a very moving Timur and Tamar Iveri a beautiful, if not really memorable Liu. Difficult (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Do you hate Calaf as much as I do? He has to be one of the most unsympathetic opera heroes: selfish, egocentric and keen on money and power, capable only of loving himself. Once started he can’t be stopped by anything or anyone: neither by the supplications of Liu and his father, nor by the wise words of Ping, Pang and Pong. The world to which he wants to belong is one of glitter and false appearances, where only the outside counts.

Or do you really think he is in love with Turandot?

Sometimes I suspect Puccini deliberately didn’t finish his opera. How do you create a happy ending to a fairy tale that is a series of tortures, murders and suicides?

Maybe I’m not the only one. Director Andrei Serban stops the opera for one long minute after Liu’s death, in which all actions freeze. I am very grateful to him for this, because Timur’s cry for help (“wake up Liu, it’s morning already”) resonates so strongly in your head.

The thirty-five year old production – which, after travelling half the world, returned to Covent Garden in 2013 – has lost none of its beauty and still fascinates from start to finish. The performance, with its beautiful choreography, is a feast for the eyes: dazzling and colourful, with a very dominant colour red.

Marco Berti is a fine although somewhat stately Calaf and Lise Lindstrom sings an absolutely convincing Turandot. Something I unfortunately can not say of Eri Nakamura (Liu).

The young Henrik Nánási has a long way to go before he can call himself a ‘Puccini conductor’. He still lacks a dose of healthy sentiment. But he is capable.

This is not the best performance of Turandot, but perhaps, at least to me, it is one of the most beautiful to watch.

Below is a trailer of the production:

AND ON CD

Turandot Cigna

For years the recording with Birgit Nilsson, led by Francesco Molinari-Pradelli (once EMI 7693272) was my absolute favorite. It couldn’t and can’t be better, basta. Until a while ago I re-listened an old CD with Gina Cigna (Naxos 8.110193-94) I had not heard in ages and now I am not so certain any longer.


Both Nilsson and Cigna have great voices with which they can easily handle the role, but Cigna has much more ‘italianitá’. On the other hand there is the icy chill in Nilsson’s timbre, which makes her a personification of the ice princess.

Franco Corelli and Francesco Merli are equally matched: macho and powerful. But Merli sounds a little more distant than the warmer and very seductive Corelli.

Turandot Scotto

Renata Scotto is a very fragile and moving Liu, but so is the young Magda Olivero. Difficult. The choice is yours. Although: who says you should choose?


ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano with Puccini

Finally, a few words about the ‘Alfano ending’. Twenty-five years ago (does time go so fast!?) it was performed at the Vlaamse Opera in Antwerp and since then I’ve become a real fan of it. It’s such a shame that it was never officially recorded!

The CD on which Josephine Barstow sings the original Alfano ending with Lando Bartolini (Decca 4302032) has unfortunately been out of print for years. It really deserves to be re-issued.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

Rosa Raisa: from the Bialystok ghetto to La Scala in Milan

Over de Belcanto Zomerschool van 2011

belcantoIVC-Masterclass-Nelly-Miricioiu.-Fotografie-Hans-Hijmering-660x330

Nelly Miricioiu (foto: Hans Hijmering)

“ Van 3 tot en met 7 september biedt het IVC jonge zangers weer de kans om deel te nemen aan het IVC Belcanto Summer School. Wereldberoemde zangers Nelly Miricioiu en Jennifer Larmore dragen samen met dirigent Giuliano Carella hun kennis over aan twaalf deelnemende zangers. Op het programma staan drie erg belangrijke onderdelen van het zingen: techniek, interpretatie en rolpresentatie. Pianisten Hans Eijsackers, Somi Kim en Diego Mingolla ondersteunen daarbij. Dit jaar gaan de jonge zangers aan de slag met het repertoire van de Italiaanse grootheden Bellini, Rossini, Donizetti en de jonge Verdi.”

Het is niet de eerste keer dat het IVC een Summer School organiseert. In september 2015 verzorgden ze ‘zomerschool’ rond de Russische opera- en liedrepertoire en het Belcanto is ook al eerder aan de beurt geweest, in september 2011. Dat is wat ik er toen over heb geschreven.

belcanto IVC Matteuzzi-Hélène-van-Domburg-2

De vier masters in 2011, vlnr Luca Gorla, David Parry, Nelly Miricioiu en William Matteuzzi (foto: Hélène van Domburg).

Het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) in Den Bosch is meer dan een concours. Veel meer. Veel wereldsterren hebben er hun eerste stappen gezet, denk alleen maar aan Elly Ameling, Robert Holl, Thomas Hampson, Ileana Cotrubas of Nelly Miricioiu, om een paar te noemen. Maar het is inmiddels veel meer dan een concours alleen.

Annett Andriessen wil werkelijk veel meer voor de jonge zangers betekenen dan het organiseren van de wedstrijd alleen. Zij doet alles om ze in hun carrière verder te helpen. Dit jaar heeft zij een Summer School in het leven geroepen: een week lang masterclassen in belcanto. Voor zangstudenten en jonge zangers, door de ‘belcanto-masters’: Luca Gorla, Nelly Miricioiu, David Perry en William Matteuzzi.

Afbeeldingsresultaat voor Gilbert den broeder

Gilbert den Broeder

Gilbert den Broeder (één van de twee pianisten die bij de masterclassen actief was en het slotconcert begeleidde): ,,Er waren 31 aanmeldingen voor de 16 plaatsen, dus er was een wachtlijst. Niet makkelijk, zeker ook omdat de selectie werd gemaakt door middel van het opsturen van beeld- en geluidsopnames. De leerlingen werden per vier ingedeeld en hadden dan elke ochtend les van een andere master. In de middag was er een groepsles.”

,,Het programma voor het slotconcert is twee dagen voor het concert samengesteld. Om het feestelijk te maken voor het publiek zijn er duetten, een kwartet en een sextet toegevoegd. De ene zanger had meer ervaring dan de andere en kon dus ook meer verantwoording dragen. De masters kwamen met de suggesties voor het repertoire en dat moest dan soms snel ingestudeerd worden, want het meeste was voor de zangers ook nieuw.”

belcanto Matteuzzi-Hélène-van-Domburg

Matteuzzi geeft les in Den Bosch (foto: Hélène van Domburg).

,,Het grote voordeel van Nelly Miricioiu en William Matteuzzi was dat ze veel konden voordoen en dat was een grote hulp. Zeker ook met bepaalde vocalen en consonanten die voor ons moeilijk zijn. Ook Luca Gorla en David Parry benadrukten het. Eerst de uitspraak en dan pas verder, daar werd echt op gehamerd. Zeer streng, maar liefdevol: de enkele medeklinker en de dubbele, doppioconsonante en dat de klank toch blijft stromen. En dat de ‘r’ tussen twee vocalen weer anders wordt uitgesproken, enzovoort. Zo belangrijk en ook zo onderschat”.

Ik was er niet bij, bij de masterclassen, dus vond ik het leuk en leerzaam om te weten hoe het in zijn werk ging. Maar ik was er wel zaterdagavond, bij het slotconcert. Voor mij was het ook een mooi weerzien met Luca Gorla, die van 1993 tot 2004 artistiek leider van het Belcanto Festival in Dordrecht is geweest.

Het concert vond plaats in het Sint-Jacobskerk, die na jaren leeg te hebben gestaan in 2007 omgetoverd werd tot het Jheronimus Bosch Art Center. De locatie was meer dan prachtig, al bezorgden de overal hangende ‘Bosch-figuren’ je af en toe een unheimlisch gevoel. Maar ik was er voor de muziek en de zang gekomen en ik werd niet teleurgesteld.

Het niveau was wisselend, maar in het algemeen toch wel echt hoog. Zeker als je in aanmerking nam dat er niet alleen maar – inmiddels – professionele zangers aan mee deden, maar ook de echte beginners en studenten. In dat kader was het optreden van de tweedejaars (!) Indonesische tenor, Farman Purnama, zeer opmerkelijk te noemen. Zijn stem was dan niet echt groot, maar zijn timbre bijzonder prettig.

 

Belcanto-Fiselier

Nicole Fiselier en Luca Gorla (foto: IVC).

De avond werd zeer sterk begonnen met een werkelijk fantastisch optreden van Nicole Fiselier (jaargang 1982). Haar ‘Saper vorreste’ uit Un Ballo in Maschera heeft mij onmiddellijk in feeststemming gebracht. Haar Oscar was precies wat hij moest zijn: een spring-in-het-veld opgewonden ventje. Daar zij er ook heel erg leuk uitzag in haar jongenspakje met de wapperende rode haren was natuurlijk een heerlijke bijkomstigheid.

Mijn hart werd gestolen door de zeer jonge (1985!) Letse bariton, Agris Hartmanis. Ik heb sterk het vermoeden dat hij richting bas-bariton kan gaan, maar dat moeten we natuurlijk nog afwachten. Vooralsnog: zijn ‘Come Paride Vezzoso’ (L’elisir d’amore) was meer dan alleen maar goed gezongen. Hij maakte ook contact met het publiek, iets wat absoluut niet onderschat mag worden.

Belcanto-Mitu

Sopraan Ioana Mitu in actie (foto: IVC).

Het contact met het publiek maken – daar win je de harten van je publiek mee. Daar weet de bloedmooie Roemeense sopraan Ioana Mitu (1985) alles van. Zij bespeelde ons waar bij zaten en wij gaven ons gewonnen. Ook operabusiness is een showbusiness.

De andere zanger die er alles van weet, is de Braziliaanse bariton Felipe Olivera. Geboren in 1977 was hij wellicht niet alleen de oudste deelnemer, maar wellicht ook iemand met de meeste bühne-ervaring. Met een ongekende charme sleepte hij ons door al zijn aria’s en duetten mee. Ook bij hem gaf ik mij gewonnen.

Bijzonder gecharmeerd werd ik ook door de Russische Elnara Shafigullina. Hoogzwanger wist zij ons (althans mij) te overtuigen, dat zij de onschuldige Mimi is. Haar oogopslag deed de helft van het werk.

Elnara Shafigullina:

’s Avonds laat, toen het bijna middernacht was, baadde de stad nog steeds in het felle licht. Er was volle maan (volgens de maankalender de helderste en meest schitterende dit jaar), de straten en cafés waren verlicht en om de paar minuten bliksemde het – de hemel leek door een flash van een fotograaf te zijn overgenomen. Gelukkig werd het donderen in ‘Keulen’ achterwege gelaten en viel er geen spatje regen.

Met de honderden mensen op straat en de statige Sint Jan op de achtergrond kreeg Den Bosch een grandeur en splendeur van een Italiaanse stad in de warme nazomerse avond. Een passende afsluiting voor een overheerlijke belcantoavond.

Gilbert den Broeder: ,,Ik vind deze cursus zeer belangrijk voor het doorgeven van de belcantokunst en kan Annet niet genoeg prijzen voor het initiatief. Ik hoop dat dit een vervolg krijgt. Geweldig dat er leerlingen van de verschillende conservatoria kwamen kijken, je zou ze allemaal er met hun leraren bij willen hebben, want het is zo inspirerend! Opera is een levende kunstvorm, en de passie waar hier mee werd gewerkt geeft hoop voor de toekomst”

Voor de informatie over de Zomerschool 2019:

https://www.ivc.nu/summer-school-belcanto

Het Internationaal Vocalisten Concours 2018: veel goede kandidaten, spannende halve finale en een teleurstellende finale

Internationaal Vocalisten Concours ‘s-Hertogenbosch 2014

IVC: RUSSISCHE SUMMERSCHOOL september 2015

ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

 

 

L’Amour. Als het maar met Floréz is

https://www.freundederkuenste.de/uploads/pics/Juan_Diego_Florez-Album.jpg

“Een operazanger uit Peru is als een stierenvechter uit Noorwegen – eigenlijk onmogelijk.” Ik heb het niet verzonnen, de quote komt van Juan Diego Floréz, een Peruaan en een operazanger. Hij stond toen nog aan het begin van zijn carrière. Inmiddels behoort de tenor tot de grootste en belangrijkste zangers van onze tijd. Zijn stem, met zijn ietwat nasale timbre, doet een beetje aan Raoul Gimenez denken. Zijn techniek is fenomenaal en zijn hoogte stralend en loepzuiver.

In 2014 heeft hij, na vier jaar stilte, een nieuwe solo-cd uitgebracht: L’Amour. Het resultaat is het lange wachten meer dan waard. Naast het bekende repertoire staan er gelukkig ook minder bekende aria’s op, sommige zeer verrassend. Neem alleen al ‘À la voix d’un amant fidèle’ uit La Jolie fille du Perth van Bizet: de muziek is van zo’n ongekende schoonheid! Onvoorstelbaar dat de aria (laat staan de hele opera) nog maar zo zelden wordt uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor La Favorite van Donizetti. Samen met de mij onbekende bariton Sergey Artamanov zingt Floréz het schitterende duet ‘Un ange, une femme inconue’. Adembenemend mooi.

Alleen al voor deze twee nummers zou je de cd moeten kopen, maar er staat natuurlijk veel meer moois op. ‘Mes amis’ bijvoorbeeld, uit Le postillion de Lonjumeau van Adam. Het is een echt shownummer voor tenor, met vele hoge d’s om uit te pakken. Laat dat maar aan Floréz over, hij weet precies met ze om te gaan! Zo hoort dat. Zo en niet anders.

Het repertoire beslaat een periode van 1825 tot 1892. De aria’s variëren enorm en het is interessant om te horen wat een ontwikkeling de opera in nog geen 70 jaar heeft doorgemaakt. Een beetje moeite heb ik met Werther. Voor die rol ontbreekt het Flórez aan voldoende kracht en donkere tonen in zijn stem.

Trailer van de opname:

Het orkest uit Bologna onder Roberto Abbado (de neef van) toont zich een perfecte begeleider. Het is een cd om te koesteren!

Om Barbara Hannigan te citeren: “Ik zou best ooit La fille du Régiment van Donizetti willen zingen, als het maar met Floréz is!”


L’Amour
Aria’s van Boildieu, Donizetti, Gounod, Delibes, Offenbach, Massenet e.a.
Juan Diego Floréz (tenor)
Orchestra e coro del Teatro Comunale di Bologna olv Roberto Abbado
Decca 4785948

Juan Diego Flórez: The Mozart Album

Een onweerstaanbare La Fille du Régiment van Laurent Pelly

ITALIA. Juan Diego Flórez