Gastcolumns

Frau ohne Schatten in Rotterdam: een werkelijk fabuleuze matinee

Tekst: Sander Boonstra

Frosch Yannick

Yannick Nézet-Séguin © Hans van der Eoerd

Hoe vaak kun je een al zelden in Nederland uitgevoerde opera aanschouwen onder een dirigent die onder andere in dit land zijn internationaal befaamde carrière startte. Dan moet je toch wel helemaal gek zijn om thuis te blijven? Ik heb het over Richard Strauss zijn Frau ohne Schatten: het ‘zorgenkindje’ van hem en librettist Hugo von Hofmannstahl. Het romantische equivalent van Mozarts Die Zauberflöte – in de hoop van Hofmannstahl zelfs de opvolger – werd in 1919 lauw door pers en publiek ontvangen. Was het het ingewikkelde verhaal? Of de bombastische partituur? Gelukkig heeft de opera in onze tijd een plekje veroverd in de opera-canon. En terecht!

Strauss’ muziek is werkelijk prachtig en het Rotterdams Philharmonisch Orkest laat onder hun oude chef Yannick Nézet-Séguin geen moment onbenut de partituur te laten sprankelen! Dat hier sprake is van een warme, hechte band en wederzijds vertrouwen en respect hoor je. In elke noot, in elke frasering, bij elk instrument, drie uur lang. Nézet-Séguin kiest hier en daar voor grotesk en theatraal, wat even prachtig en overdonderend is als zijn klein en intiem.

Op papier is de solistische bezetting om je vingers bij af te likken. Stuk voor stuk namen die je in deze rollen wilt horen. Op Thomas Oliemans als de Bode na maakt iedereen zijn debuut bij het Rotterdamse orkest. Niemand die voor een ander onder doet, hoe groot of hoe klein de rol ook is. Oliemans met zijn warme bariton, sopraan Katrien Baerts (stem van de valk) en tenor Bror Magnus Tødenes (Verschijning) met hun parel helder klinkende stemmen, en het uitstekend bij elkaar klinkende trio van Andreas Conrad, Michael Wilmering en Nathan Berg als de broers van Barak.

Michaela Schüster is een droom van een Amme: vanaf de eerste tot en met de laatste noot vult haar warme, volle stem in de hoogte en de laagte alle hoeken en gaten van De Doelen, en zet ze met haar bewegingen en blikken een voedster neer waarmee niet te spotten valt.

Lise Lindström is een krachtige Färberin met een groot bereik, maar is op haar manier van een heel ander kaliber dan Schüster. In de hoogte klinkt ze misschien wat schel, maar ik heb er geen moment moeite mee gehad.

Frosch Elza-van-den-Heever-foto-Jiyang-Chen-1

Elza van den Heever © Jiyang Chen

Elza van den Heever is een prachtige lyrische Kaiserin, die vocaal overtuigt in haar beslissing voor het geluk van het verversechtpaar te kiezen.

Stephen Gould en Michael Volle blijven in het geheel niet achter bij de dames. Gould’s heldentenor heeft geen last van ‘matinee-stress’ en klinkt als een klok bij zijn entree. Zijn solo in de tweede akte is een waar hoogtepunt van de middag: heroïsch en toch een prachtig lyrische zachte kant van de Kaiser.

Frosch Volle

Michael Volle © Bayrischer Rundfunk

Maar Volle steelt absoluut de show! Wat een stem, die alle facetten van de verver behelst: zoekend naar de liefde van zijn vrouw gaat het over naar zijn toorn voor haar, om te eindigen in een intens gelukkige drang te jubelen. Het semi-liefdesduet tussen Barak en zijn vrouw in de derde akte heeft me tot tranen geroerd.

En zo zetten dirigent, orkest, solisten, samen met de uitstekend zingende koren (Rotterdams Symphony Chrous en het Nationaal Kinderkoor) voor een nagenoeg uitverkochte zaal een fabuleuze middag neer, die me de treinreis Leeuwarden – Rotterdam elke minuut waard was!

Frosch Sander

© Sander Boonstra

Discografie: Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

L’Orfeo van de Nederlandse Reisopera: nu al dé productie van 2020

Tekst: Sander Boonstra

Orfeo

© Marco Borggreve

Zangers die dansen, dansers die zingen… bij L’Orfeo van de Nederlandse Reisopera gebeurt het allemaal. Is het nu één lange choreografie op muziek van Montverdi of is het muziek van Monteverdi begeleid door dans en beweging? Die vraag hoef je niet te stellen: deze productie – een samenwerking tussen Monique Wagemakers (regie), Nanine Linning (choreografie), Lonneke Gordijn (Studio Drift), Marlou Breuls (kostuum) en Thomas Hade (lichtontwerp) – is een sublieme samensmelting van muziek, dans, zang, woord en beeld.

Claudio Monteverdi’s L’Orfeo (de oudste opera ter wereld) wordt in een compleet nieuwe jas gestoken. Geen gedoe met godenwereld, dodenrijk, stervelingen, nimfen en een schipper. Omdat Breuls iedereen hetzelfde kostuum geeft (alleen in de details zijn er verschillen te ontdekken), weet je eigenlijk niet wie wie is tot het moment dat er gezongen gaat worden. En vooral die keus zorgt ervoor, dat alle disciplines naadloos in elkaar overgaan en verweven worden tot één organisch geheel.

Orfeo ego

© Marco Borggreve

Aan de cast van deze L’Orfeo wordt door de hand van Gordijn een extra karakter toegevoegd. Een indrukwekkend karakter, die boven de actie zweeft, en op geheel eigen wijze reactie geeft op het gebeuren onder zich. ’Ego’, het onderbewustzijn of de gedachtenwereld van Orfeo: een imposante creatie van nylondraad die alles bij elkaar kan houden, liefdevol kan bedekken, maar ook zo klein kan worden, dat het in een doosje past.

In dat opzicht kom je ogen te kort om alles mee te krijgen, wat er op het podium gebeurt. Maar ook oren, want naast alle dans, beweging en fantastische acteerprestaties, wordt er door alle zangers loepzuiver gezongen.

Orfeo 1

© Marco Borggreve

Samuel Boden is een sterke en zeer overtuigende Orfeo, en zet na de pauze een verbluffende prestatie neer met zijn aria ‘Possente spirto’; de bassen Alex Rosen en Yannis François zijn een imposante Caronte en Plutone met hun diepe stemmen en mooi acteer- en danswerk; Luciana Mancini als onder andere Messagiera weet me diep te raken met haar stem en haar verdriet, dat ze Euridice niet heeft weten te redden

Orfeo view

© Marco Borggreve

De over het algemeen jonge bezetting (zangers én de dansers van Linning’s Dance Company) presteert boven verwachting en verdient een hele dikke pluim! De samenzang van de diverse herders/spiriti zijn prachtig om te horen; Laurence Kilsby als Apollo in het slotduet met Orfeo is om te janken zo mooi.

Het geheel wordt deskundig begeleid door La Sfera Armoniosa en staat onder leiding van Hernán Schvartzman, die zelf de recitatieven begeleid. Het ensemble doet zijn naam eer aan: het neemt een dusdanige begeleidende plaats is, dat het qua sfeer weer één geheel vormt met wat er op het podium gebeurt.

Het nieuwe jaar 2020 is misschien nog maar vers, maar wat mij betreft is deze L’Orfeo nu al de productie van het jaar. Een Gesamtkunstwerk anno nu waar Wagner met Argusogen naar had gekeken!

Orfeo Sander

slotapplaus © Sander Boonstra

Trailer van de productie

https://vimeo.com/388687890

‘Ontjoodste’ Nabucco op ongelukkig gekozen dag overtuigt maar matig, maar de zang is geniaal.

Tekst: Neil van der Linden

Nabucco costuum

Costume sketch for Nabucco for the original production

Nabucco vertelt het verhaal over de Babylonische koning Nebukadnezar die de Joden in ballingschap wegvoerde uit Palestina. In een vlaag van hoogmoed eist hij om als God te worden aanbeden. Hij wordt hij getroffen door de bliksem en raakt hij zijn verstand kwijt; zijn oudste dochter Abigaille, gebrand op macht, neemt de troon over. Haar zuster Fenene, verliefd op de Israëliet Ismael, heeft zich inmiddels bekeerd tot het Jodendom. Omdat de Joodse religie bedreigend is voor de Babylonische cultus, wil Abigaille het Joodse volk uitmoorden, en daarmee ook haar zus. Nabucco geneest nog maar net op tijd van zijn waanzin om het tij te keren. Abigaille komt tot inkeer in en pleegt zelfmoord. Maar het Joodse volk is bevrijd.

Verdi en zijn librettist baseerden zich op een succesvol Frans toneelstuk en een Italiaanse balletversie van dat toneelstuk. De historische Nebukadnezar nam inderdaad Jeruzalem in en deporteerde het grootste deel van het Joodse volk naar Babylon, maar de protagonist in Verdi’s opera heeft meer weg van Nabonidus, vijf Babylonische koningen verder, de laatste voor de Perzische koning Cyrus Babylon innam en de Joden de vrijheid gaf om terug te keren of te blijven. En van berouw bij Nabonides lijkt historisch geen sprake, evenmin als van machtige dochters; hij is de vader van Belshazzar, een regent, bekend van mene, mene, tekel, upharsin, “The writing’s on the wall”, de aankondiging van de val van Babylon.

De benadering van Verdi en zijn librettist lijkt meer bedoeld als aanleiding voor een grand opéra dan als een blijk van historische belangstelling, laat staan van begaanheid met het Joodse volk. Verdi gebruikte het verhaal als een metafoor voor de verhoopte eenwording van Italië en de bevrijding uit feodale systemen. Dus of dit de beste keuze was om op te voeren tijdens de Auschwitz-herdenking is de vraag. Bovendien zijn de Babyloniërs en het Joodse volk uit het libretto in deze enscenering aangekleed als de adel en de koninklijke familie enerzijds en het volk anderzijds in het Italië in de tijd van Verdi.

De Nederlandse première van deze van oorsprong Zwitserse productie vond plaats op de dag van 75 jaar herdenking van de bevrijding uit het concentratiekamp Auschwitz. Is dat een subtiel idee of een zeer onsubtiel idee?

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-120

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Het is niet de eerste keer dat een regisseur op het idee komt om een opera of toneelstuk te verplaatsen naar de tijd waarin het werk tot stand kwam, en het is ook niet de eerste keer dat iemand dat bedenkt omdat hij/zij vindt dat de componist of toneelauteur het over zijn/haar eigen tijd wilde hebben. Maar daardoor is deze uitvoering wel nog verder ‘ont-Joodst’, en dus eigenlijk om nog een reden misschien niet de juiste keuze voor 27 januari. Al gaat de tekst natuurlijk wel voortdurend over het Joodse volk en het lot van de Joden, vooral met boventiteling erbij valt daar niet aan te ontkomen.

Anderzijds verdient het misschien bijval dat er een poging is gemaakt. Gezien de vrijheden die Verdi en librettist namen, én de vrijheden die de regisseur neemt, kun je de opera vervolgens net zo goed interpreteren als een metafoor voor welke bevrijding dan ook, ook voor de bevrijding uit Auschwitz.

Als het inderdaad de bedoeling is geweest van de Nationale Opera om dat verband te leggen via een opera waarin het Jodendom ter sprake komt, dan is er geen populairder werk dan Nabucco. Moses und Aaron had gekund, en zou wel meer van toepassing zijn geweest, maar is moeilijker toegankelijk en moeilijker op te voeren. En La Juive is nog niet bekend genoeg, en ook toch vooral een grand opéra spektakel in plaats van een historisch stuk.

Verdi was 28 jaar toen hij Nabucco schreef, dit was zijn eerste echte succes. Het ligt misschien zowel aan onervarenheid als aan visie dat Nabucco radicaal afwijkt van wat in opera gebruikelijk was. Het koor heeft een ongekend groot aandeel en er zijn ongekend veeleisende zangpartijen, met name Abigaille, die al vrij snel na het begin hoog de hoogte in moet, maar ook veel lage passages heeft.

Onderhand kan iedereen in de wereld het Slavenkoor zingen. Maar het is aan het koor van de Nationale Opera om dat dan extra goed te doen, zoals nu gebeurde. Het moment aan het eind dat de noten van het koor zoemend wegsterven was ijzingwekkend. En ook voor het overige was het koor in topvorm.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-144

Anna Pirozzi en George Patean ©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Anna Pirozzi was ruim opgewassen tegen de eisen van de Abigaille-partij, al mocht ze misschien met het oog op mogelijke intonatieongelukken vanwege première-zenuwen bij die eerste hoge noten in een beetje achteraan staan, waardoor niet helemaal goed was te horen of ook die allerhoogste noot al vroeg aan haar partij allemaal wel goed ging.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-202a

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Ook de overige rollen waren goed bezet. Met name was mooi dat de ‘supporting role’ van Fenena goed was bezet, met Alisa Kolosova, zowel vocaal, want ook die rol vereist de nodige virtuositeit, als theatraal: naast Nabucco, die een wat onnavolgbare mentaliteitsverandering ondergaat, heeft Fenena het meest uitgewerkte karakter, als ze zich tegelijkertijd uit liefde voor Ismaele (een mooi atmosferisch zingende lyrische tenor, Freddie De Tommaso) wil aansluiten bij het Joodse volk en toch de plichten tegenover haar steeds verwarder wordende vader niet wil verzaken.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-009

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

George eatean, Nabucco, presteerde wat zangtechnisch nodig was, en ondanks het onwaarschijnlijke plot en de wat onbehulpzame enscenering wist hij een invoelbaar karakter te creëren. Bas Dmitry Belosselskiy als Zaccaria gaat lekker laag, maar in de (zeker moeilijke) hogere noten had hij moeite en zijn stem vibreerde wat.

https://www.operaballet.nl/sites/default/files/styles/1400x/public/documents/Nabucco%202.jpg?itok=HtNBNe_K

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

In deze enscenering is Zaccaria qua kleding niet te onderscheiden van het overige volk, hij is meer een leider van de opstand dan een priester. Daarmee wordt hij ook een volksmenner, niet minder fanatiek dan de Babylonische hardliners.

Hoe het libretto er overigens maar een beetje van alles bij haalt mag blijken uit de naam Ismael, weliswaar een naam uit het Oude Testament, maar door de Islam geclaimd, aangezien de Islam Ismael als stamvader van de Arabieren ziet, en hij in het Jodendom een slechte naam heeft; niemand zou zijn kind zo noemen. En dan loopt er ook nog een bediende Abdallo, Abdallah, echt een Arabische naam.

De regie was vaak wat houterig. Ja, het verhaal is wat houterig. Maar als je de dochter van de Babylonische koning hebt gegijzeld, zoals Zaccaria doet, dan ga je toch niet zo met haar smijten, zoals nu in de eerste acte gebeurt.

En ook al heb je zoveel mensen, van het gewone volk, op het toneel staan waarmee je iets kunt doen, moeten die dan zo overdreven reageren op wat de solisten doen, waardoor de mensen van het volk eigenlijk wat onnozel overkomen?

En er is een scène met Abigaille waarin terwijl zij zingt over de politieke plannen het koor dat de mannelijke bourgeoisie verbeeldt – allemaal met hoge hoeden op zoals we die van een bekende foto van Verdi kennen – synchrone danspasjes maakt. Is dit bedoeld als humor? Duitse humor dan. En het idee van de burgerij uit de tijd van het ontstaan van het werk laten zien was al mooier gedaan in de Tannhäuser vorig jaar in de regie van Christof Loy.

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Nabucco
George Petean, Freddie de Tommaso, Anna Pirozzi, Alisa Kolossova, Dmitry Belosselkiy
Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu), Residentie orkest olv Maurizio Benini
Regie: Andreas Homoki

Bezocht op 27 januari 2020

Nabucco bij ZaterdagMatinee: een feest van gouden kelen

 

Claus Guth houdt Rodelinda interessant

Tekst: Peter Franken

Rodelinda

 Als enige barokopera brengt DNO dit seizoen Rodelinda, een werk uit Händels middenperiode. Het vertoont alle kenmerken van diens oeuvre: meerdere aria’s voor alle solisten, veel herhalingen en zodoende een enorme lengte. Zonder een pakkende enscenering wordt het al gauw langdradig en op dat punt schiet regisseur Claus Guth de componist te hulp met alle middelen die hem ten dienste staan, waaronder fraaie kostuums en een uitgekiend decor, beiden van de hand van Christian Schmidt.

Rodelinda Guth

Claus Guth © Opera online

Het verhaal begint met de broedermoord van Bertarido op Gundeberto om zodoende koning der Longobarden te worden. Hij wordt echter verdreven door een van zijn vazallen, Grimoaldo, die daarbij hulp kreeg van Bertarido’s zuster Eduige. Bertarido heeft zijn toevlucht genomen tot het rijk der Hunnen en van daar komt een bericht dat hij is overleden.

rodelinda-dena-s_2020_119

©  Monika Rittershaus/DNO

Grimoaldo maakt vervolgens Bertarido’s weduwe Rodelinda het hof maar zij wijst hem af. Pas nadat de intrigant Garibaldo zogenaamd namens zijn meester dreigt haar zoon Flavio te zullen ombrengen stemt Rodelinda toe. Ze ontpopt zich echter als een horror bruid door van haar aanstaande te eisen dat hij eigenhandig haar zoontje wurgt als voorwaarde voor een huwelijk. Op die wijze verliest hij zijn eer en toont hij zich aan de wereld als een nietsontziende tiran.

Rodelinda speelt hoog spel maar ze gokt erop dat Grimoaldo teerhartiger is dan hij zich doet voorkomen. Het is echter moeilijk voorstelbaar dat Flavio dit doorziet. Inmiddels is de doodgewaande Bertarido terug van weggeweest en beginnen de verwikkelingen pas goed. Uiteindelijk valt er maar een enkele dode, de laaghartige Garibaldo. Verder is het eind goed, al goed. Behalve voor Flavio want die zit de rest van zijn leven bij de psychiater.

rodelinda-dena-s_2020_043

©  Monika Rittershaus/DNO

Guth heeft de rol van de jonge Flavio enorm opgewaardeerd. Gespeeld door de ‘vertically challenged’ acteur Fabián Augusto Gómez is hij vrijwel permanent op het toneel aanwezig met stil spel, fysiek reagerend op de gebeurtenissen, zich uitend in de vorm van tekeningen die her en der worden geprojecteerd. Bij de psychiater zal hij wel poppen aangereikt krijgen om scènes na te spelen, slechts een wonder krijgt dat kind nog aan het praten. Net als de gehele opera wordt Flavio’s optreden van verloop van tijd nogal herhalend, maar hij brengt wel leven in de brouwerij.

Rodelinda psych

©  Monika Rittershaus/DNO

Gespeeld werd in een opengewerkte villa op een draaitoneel. De slaapkamer van Rodelinda bleek bij voortduring een belangrijke bestemming en ensemblescènes speelden zich veelal af in de eetkamer. Bij wijlen deed dit denken aan het disfunctionerende gezelschap uit Luis Buñuel’s Le charme discret de la bourgeoisie. Het meest pakkende moment kwam toen Rodelinda haar absurde eis op tafel legde en haar aanstaande toevoegde: ‘als jij mijn man bent en ik jouw vrouw, dan trouw ik met de wraak en jij met de dood’. Tegelijkertijd zorgde haar aria voor enig comic relief door de wijze waarop ze haar tegenstanders te lijf ging met delen van een eigenhandig in stukken gescheurde kreeft.

Rodelinda - De Nationale Opera © Monika Rittershaus_2020_002

©  Monika Rittershaus/DNO

Tot mijn grote opluchting bleek Händel de rol van Grimoaldo te hebben geschreven voor tenor. Ook de slechterik Garibaldo is een echte man, een volwaardige rol voor bas met meerdere aria’s. Zodoende waren er slechts twee countertenoren in de cast, Bertarido en zijn helper Unulfo. De Zwitserse tenor Bernard Richter zette zowel in zijn spel als zang een goed verzorgde Grimoaldo neer. Van meet af aan weet hij door zijn gedrag twijfels te wekken of hij wel erg geschikt is voor een leven als tiran, en hij eindigt dan ook met een verzuchting dat hij maar liever een herder was geweest. Uiteraard is dat ook weer een lange aria.

De Italiaanse bas Luca Tittoto gaf fraai gestalte aan de gewetenloze Garibaldo, mooi gezongen en met verholen humor geacteerd. De Amerikaanse counter Lawrence Zazzo nam Unolfo voor zijn rekening en wist deze bijfiguur redelijk onder de aandacht te brengen.

De grote ster was natuurlijk Bejun Mehta als Bertarido. Zijn personage is een schwankend type waar je als toeschouwer maar weinig sympathie voor kan opbrengen. Dat maakt het voor zijn vertolker extra lastig maar Mehta wist die hindernis prima te overwinnen. Ik ben niet gek op dit stemtype maar als alle countertenoren zouden zingen als Bejun Mehta ligt er in de toekomst wellicht een herwaardering in het verschiet.

rodelinda-dena-s_2020_050

©  Monika Rittershaus/DNO

De rol van Rodelinda’s schoonzus Eduige werd uitstekend vertolkt door de Servische mezzo Katarina Bradić. Aanvankelijk klonk ze wat dunnetjes maar dat werd allengs beter. Acterend was ze zeer overtuigend, duidelijk de bitch van dienst.

Rodelinda Flavio

©  Monika Rittershaus/DNO

Daar kon Rodelinda niet gemakkelijk tegenop zoals in het ‘zwarte zwaan tegen witte zwaan duet’ duidelijk werd. Maar allengs wist de arme weduwe zich op te werken tot bovenliggende partij. De Britse sopraan Lucy Crowe bleek een uitstekende keuze voor de titelheldin. Bij aanvang meende ik een heel lichte rasp in haar stem te bespeuren, denk aan Hildegard Behrens maar dan veel minder, die echter spoedig verdween. Kennelijk een stem om eerst even mee vertrouwd te raken.

rodelinda-dena-s_2020_074

©  Monika Rittershaus/DNO

In dit werk beperkt het orkest zich hoofdzakelijk tot bijna onopvallend begeleiden, pas tegen het einde mogen de blazers zich eens even uitleven, en in die situatie is een pitband als Concerto Köln natuurlijk een uitgesproken luxe bezetting. De algehele muzikale leiding was in handen van Riccardo Minasi.

Al met al een goede voorstelling van een werk waar wel een uurtje in geknipt had mogen worden. Na afloop mocht ik die constatering zelfs van verklaarde Händel adepten vernemen. De lengte is voor mij als ervaren Wagneriaan geen probleem, wel het gemis aan variatie. Maar uiteraard is dat een persoonlijke voorkeur.

Trailer van de productie:

Floria Hernandez lässt Floria Netrebko vergessen

Text Mordechai Aranowicz

Tosca La scala

Im Vorfeld der Nachmittagsvorstellung von Tosca an der Mailänder Scala vom 22.12.2019 war die Absage von Anna Netrebko bekannt geworden, auf deren Auftritte sich das Hauptinteresse der diesjährigen Inaugurazione konzentriert hatte. Saioa Hernandez, die seit ihren Auftritten als Odabella in Attila keine Unbekannte mehr ist, hatte jedoch bereits einen Teil der Tosca-Proben als Alternativbesetzung absolviert und war ohnehin für die drei Vorstellungen im Januar vorgesehen.

Tosca saioa-hernandez-ph-lourdes-balduque-gallery1

Saioa Hernandez © saioa-hernandez-ph-lourdes-balduque-gallery1

Da war es nur logisch, dass sie nach der Absage Netrebkos deren beide Dezember-Vorstellungen übernahm. Hernandez ist eine in jeder Hinsicht erstklassige Tosca. Eine klare, kräftige Stimme mit schöner Intonation,  sicher geführt in allen Lagen. Eine wahre Entdeckung und ein absolut würdiger Ersatz für Anna Netrebko, von dem man hoffentlich noch viel hören wird! Für ihre musikalische Darbietung, sowie die glaubhafte und berührende Darstellung wurde Hernandez auch entsprechend vom Publikum gefeiert.

01-Tosca-with-Francesco-Meli-photo-by-Brescia-e-Amisano-Teatro-alla-Scala-2019

Francesco Meli © © Marco Brescia & Rudy Amisano | Teatro alla Scala

Bei einer so großartigen Titelrollensängerin hatten die Männer es schwer: Francesco Meli zeigte insbesondere bei ‘Recondita Armonia’ noch Anzeichen von Nervosität, seine ‘Vittoria-Rufe’ im zweiten Akt klangen jedoch deutlich frei gesungen und höhensicher, das wunderbar innig vorgetragene ‘E lucevan le stelle’ vermochte dann auch emotional zu berühren.

Tosca-with-Luca-Salsi-photo-by-Brescia-e-Amisano-Teatro-alla-Scala-2019

Luca Salsi © © Marco Brescia & Rudy Amisano | Teatro alla Scala

Luca Salsi polterte als Scarpia etwas grob stimmig durch die Vorstellung, blieb dagegen darstellerisch jedoch eher zurückhaltend und fand erst kurz vor seiner Ermordung zu der Brutalität, die der römische Polizeichef idealerweise verkörpern sollte.

Tosca-TeDeum-photo-by-Brescia-e-Amisano-Teatro-alla-Scala-2019

© © Marco Brescia & Rudy Amisano | Teatro alla Scala

Davide Livermore hatte sich bei der Produktion für eine traditionelle Inszenierung entschieden, bei der (fast) alles so passiert, wie es im Textbuch steht. Die prachtvollen Bühnenräume des Mailänder Designstudios Gio Forma (aus drei Bühnenbildnern bestehend!), sorgten für viele Überraschungseffekte und optische Abwechslung, wobei die virtuose Bühnentechnik der Scala auf ein Maximum ausgereizt wurde. Allerdings wäre im ersten Akt etwas mehr Ruhe manchmal von Vorteil gewesen.

Gianluca Falaschis Kostüme waren dagegen weniger gelungen: Neben wirklich scheußlichen Kostümen für Tosca und Scarpia, wurden für dessen Agenten Ledermäntel entworfen, deren Schnitte der napoleonischen Zeit mit Nazi-Assoziationen kombinierten, welche in der sonst so stimmigen Produktion wie Fremdkörper wirkten.

Großartig gelöst auch die Schlussszene: Wenn sich Tosca von der Engelsburg stürzt, erleben wir perfekt koordiniert, wie eine Double in Lichtstrahlen gen Himmel schwebt.

30 Tosca photo by Brescia e Amisano, Teatro alla Scala 2019

© Marco Brescia & Rudy Amisano | Teatro alla Scala

Motor und Herz dieser wunderbaren Aufführung war Riccardo Chailly, dessen abwechslungsreiches Dirigat stets Spannung und Gefühlszustände kombinierte und so einen atemlosen Opernkrimi entstehen ließ. Als Besonderheit hatte sich Chailly für die Urfassung der Oper aus dem Jahr 1900 entschieden, welche an diversen Stellen Striche öffnete, wobei jedoch einzig ein kurzer Dialog zwischen Tosca und Scarpia in der Mitte des ‘Vissi d`arte’ etwas redundant wirkte. Ansonsten war es spannend, einmal mit dieser Alternativfassung konfrontiert zu sein. Am Ende großer, nicht enden wollender Jubel für alle Beteiligten.

Tosca eind

© Mordechai Aranowicz

Boeiende Akhnaten in de serie Live from the Met

Tekst: Peter Franken

akhnaten3

© Karen Almond / Met Opera

In 2016 ging bij ENO een nieuwe productie van Akhnaten in première in een enscenering van Phelim McDermott, die na enige omzwervingen in 2019 de Metropolitan Opera wist te bereiken en recent in de bioscoop te zien was in de serie Live from The Met.

Akhnaten is Glass’ derde opera na Einstein on the beach en Satyagraha. Met dit werk is Glass  geëvolueerd tot postminimalist. Harmonie en melodie spelen in vergelijking met die eerdere werken een grotere rol, wat Akhnaten een meer herkenbaar operakarakter geeft. Daar komt bij dat hij een compleet symfonisch orkest gebruikt – weliswaar zonder violen, maar wel met alle andere strijkers – waardoor een vol klinkende begeleiding mogelijk wordt.

Akhnaten is gebaseerd op een historische figuur, de Egyptische farao die beter bekend is onder de naam Echnaton. Van deze heerser bestond tot voor kort een betrekkelijk romantisch beeld. Hij zou een utopist zijn geweest die in de veertiende eeuw voor onze jaartelling een geheel nieuw begin had proberen te maken op politiek, cultureel, maatschappelijk en religieus gebied. Echnaton verplaatste de hoofdstad van Thebe (aan de Nijl) naar een enige honderden kilometers noordelijk daarvan gelegen plek (nabij het huidige Minia) waar in korte tijd een compleet nieuwe stad uit de grond werd gestampt.

De overblijfselen van dit Tell el Amarna spreken zeer tot de verbeelding, maar zijn objectief gezien een bezoek nauwelijks waard. Echnatons opvolgers hebben er alles aan gedaan om zijn herinnering uit te wissen.

Glass schreef zijn opera in een tijd dat dit romantische beeld nog opgeld deed. Vandaag de dag ziet men Echnaton meer als een farao die een politieke strijd voerde met de heersende priesterklasse rond de god Amon. Door daar de zonnegod Aton tegenover te stellen probeerde hij dit blok aan zijn politieke been kwijt te raken. Neveneffect was het begin van een cultus rond Aton, die later op last van de farao tot de enig ware god geproclameerd werd. Hiermee deed religieuze onderdrukking vermoedelijk voor het eerst in de geschiedenis van de mens zijn intrede.

Akhnaten-foto-Karen-Almond-Met-Opera-768x580

© Karen Almond / Met Opera

Akhnaten laat de regeerperiode van Echnaton zien in een aantal losse scènes, beginnend met de begrafenis van zijn voorganger Amenhotep III. In een volgende scène kondigt de nieuwe farao in aanwezigheid van zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, en zijn moeder Tye het begin van een nieuw tijdperk aan. Vervolgens wordt de sluiting van de tempel van Amon uitgebeeld en daarna de inhuldiging van de nieuwe stad. We maken een sprongetje in de tijd (de totale regeerperiode van Echnaton bedroeg slechts zeventien jaar) en zien de koninklijke familie in isolement, vervreemd van de onderdanen. Na een opstand wordt de farao gedood en zijn familie verdreven.

Om de gang van zaken een beetje begrijpelijk te maken, is het personage Amenhotep als verteller ingezet. Deze draagt in het Engels teksten voor die zijn ontleend aan originele documenten uit de betreffende periode. Voor het overige gebruikt het werk de oude talen Egyptisch, Akkadisch en bijbels-Hebreeuws.

akhnaten-break-1600x685_

© Karen Almond / Met Opera

McDermott’s productie bleek een groot opgezet geheel met talloze figuranten waaronder een twaalftal jongleurs die eindeloos met ballen in de weer waren. Alleen in de tweede akte hadden ze een functie in de handeling toen ze jonglerend met kegels als het ware betrokken werden bij de implementatie van Akhnatens revolutie. Zeer veel aandacht voor de kostuums, veel Egyptische accenten zonder in etnografische flauwekul te belanden.

Counter tenor Anthony Roth Costanzo gaf een prachtige vertolking van de gedoemde Akhnaten, de farao die door zijn opvolgers als het ware uit de geschiedenis is gewist maar via een omweg middels de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon een revival beleefde. Zijn belangrijkste moment kwam in de vierde scène van de tweede akte, waar hij de hymne aan de god Aton ten gehore bracht. Anders dan de overige zangteksten was de taal hier die van het publiek: Engels. Deze originele tekst van Echnaton is het kernpunt van de gehele geschiedenis en het hoogtepunt van de opera.

Akhnateng-jnai-bridges-slide-5PND-mobileMasterAt3x

In her dressing room at the Metropolitan Opera, the mezzo-soprano J’Nai Bridges adds the finishing touch to her first costume for her role as Nefertiti in Philip Glass’s 1983 opera “Akhnaten.”Credit…Matthew Novak

Zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, was in handen van J’Nai Bridges. Feitelijk komen alleen de farao en de verteller solo aan het woord, de rest zingt in kleine koortjes. Individuele prestaties zijn daardoor lastig te beoordelen.

Akhnaten James

© Karen Almond / Met Opera

Het personage Amenhotep kwam voor rekening van de acteur Zachary James, een boomlange man die behalve opera ook de spreekrol van Lurch in The Adams Family op zijn cv heeft staan. Na de moord op zijn zoon nam hij diens lichaam in zijn armen bij het uitspreken van zijn afsluitende tekst, een mooi moment.

De muzikale leiding was in de zekere handen van Karen Kamensek, een Glass specialist.

Die Walküre is een tijdloos monument voor Audi

Tekst: Peter Franken

De Nationale Opera herhaalt voor de laatste keer Pierre Audi’s bijna legendarische productie van Die Walküre. Voor een uitverkocht huis vierde de voorstelling zaterdag zijn première. Jubel alom voor de sterke cast, het NedPho o.l.v. Marc Albrecht en de zeer bijzondere enscenering.

diewalkure-den-thwalz0087

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Deze Walküre ging oorspronkelijk in het seizoen 1997-98 in première en wel op 31 januari. Hierna was de productie nog in vijf volgende seizoenen te zien. Nu gaat Die Walküre voor de zevende en tevens allerlaatste keer. De decors worden na afloop van de geheel uitverkochte reeks vernietigd. Bijna 22 jaar is een lange levensduur maar eigenlijk kan Audi’s meesterstuk nog jaren mee. Niet alleen dat, Wagner trekt bijna als enige componist volle zalen in Amsterdam. Tannhäuser was vorig seizoen ook gewoon uitverkocht, dat lukt zelfs niet met Cav-Pal.

Ik heb al heel wat verschillende Ringproducties gezien en zodoende ook de nodige Walküres. De enige die een beetje in de buurt komt van het werk van Audi en decorontwerper George Tsypin is die uit de Karajan Ring voor Salzburg in 1967. Een reconstructie ervan is in 2017 uitgebracht op BluRay en daarop is een halfrond toneel met een brede catwalk te zien dat wellicht als inspiratiebron heeft gediend. Verder is ook die enscenering ontdaan van elke maatschappelijke of politieke connotatie waardoor het er allesbehalve gedateerd uitziet.

diewalkure-den-thwalz0028

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De volstrekt tijdloze Audi Ring, en dus specifiek ook Die Walküre, zou wellicht ook vijftig jaar na dato gereconstrueerd kunnen worden, in 2048. Zal ik wel niet meer meemaken.

De opera wordt gebracht als Wagners werk ontdaan van etnografische flauwekul en onnodige rekwisieten. Het mythische verhaal is in alle opzichten leidend, van een eigen interpretatie is geen sprake en dat maakt het zo verfrissend na bijvoorbeeld een wangedrocht als dat van Frank Castorf in Bayreuth doorstaan te hebben.

Marc Albrecht gaf uitstekend leiding aan zijn orkest en een topcast. Het was voor het eerst dat er bij Die Walküre een andere dirigent voor het NedPho stond nadat Hartmut Haenchen alle voorgaande voorstellingen voor zijn rekening had genomen. Weliswaar geen Ring voor Albrecht maar tenminste nog een Walküre voor hij vertrekt. Hij had er duidelijk plezier in, het was dan ook een topavond.

DIE WALKÜRE

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De acht Walküren die de derde akte zo prachtig komen opluisteren weerden zich voortreffelijk. Een mooi ensemble, prima samenspel en met schijnbaar gemak gezongen.

diewalkure-den-thwalz0002

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Stephen Milling zette een zeer opvallende Hunding neer. Ditmaal geen barse overheersende potentaat maar een man die zijn ongenode gast met superieure arrogantie tegemoet treedt. Hij intimideert niet maar kleineert. In het vervolg laat hij duidelijk blijken de ‘moral highground’ te bezetten, immers hij respecteert het gastrecht terwijl hij die ongewapende man ook gelijk om had kunnen leggen. Ik vond het moeilijk deze keer partij tegen Hunding te kiezen, meestal bijna een automatisme. Milling zong een enkele passage fluisterend, ja, een Hunding die fluistert! Uiteraard gaf hij op andere momenten zijn stem veel volume, maar alles perfect gedoseerd. Met zijn verzorgde mimiek en prachtige bas presenteerde Milling zich als de ideale bad guy in de handeling.

diewalkure-den-hwalz0033

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ook een beetje een bad ‘guy’ is Fricka die alles voor Wotan verstehrt. Okka von der Damerau pakte haar gemaal op overtuigende wijze aan, toen ze met hem klaar was had hij meer weg van een leeggelopen ballon dan van een oppergod. ‘Nur eines will ich noch, das Ende’ zal hij kort daarna verzuchten als hij in conclaaf is met Brünnhilde. Von der Damerau gaf een fraaie interpretatie van de verwaarloosde vrouw die zogenaamd opkomt voor een hoger doel maar feitelijk haar man gewoon een hak wil zetten: ‘Wider deine Kraft führt’ ich wohl Krieg, doch Siegmund verfiel mir als Knecht!‘ Een zoon verwekken bij een mens, dat was voor Fricka de limit. Siegmund moet sterven om haar eer te wreken. Prachtig gezongen hoewel iets meer variatie in het stemvolume op zijn plaats was geweest.

diewalkure-den-thwalz0095

Foto: Copyright (c) DNO 2019

De Siegmund van Michael König was een aangename verrassing. König heeft een grote staat van dienst met onder meer de titelrol in Tannhäuser en Lohengrin. Hij zong Siegmund al eens eerder in Toulouse. Tegen het einde van de eerste akte moest hij een beetje gaan doseren om het einde ongeschonden te halen maar over het geheel genomen leverde hij een mooie prestatie. Goed gezongen en prima geacteerd.

diewalkure-den-hwalz0060
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Ian Paterson had eveneens wat kleine stemproblemen. Tegen het einde van de derde akte had hij te kampen met een lichte schorheid maar daar wist hij soepel doorheen te zingen. Paterson is inmiddels een ervaren Wotan die met zijn personage kan lezen en schrijven. Een uitstekende keuze voor deze cast. Jammer dat hij bij de laatste herneming van de complete Ring in 2014 nog niet zo ver was.

DIE WALKÜRE
Foto: Copyright (c) DNO 2019

Martina Serafin debuteerde in de titelrol. Met Die Walküre wordt immers Brünnhilde bedoeld? Op mij maakte ze geen enkel moment de indruk deze veeleisende rol voor het eerst te zingen. Het is zoals Paterson in een interview opmerkte: ‘je repeteert niet tot je het goed doet, je repeteert net zo lang tot je het niet meer fout kunt doen.’ En dat traject had Serafin duidelijk doorlopen. De lastige opkomst met de hojotoho’s doorstond ze met speels gemak en daarna leek alles vanzelf te gaan. Heel mooi haar samenspel met vader Wotan die ondanks haar smeken en pleiten haar uiteindelijk toch verstoot. In Götterdämmerung zal ze het hem betaald zetten!

diewalkure-Eva

Foto: Copyright (c) DNO 2019

Natuurlijk ging de meeste aandacht uit naar de Sieglinde van homegirl Eva-Maria Westbroek. Sieglinde kwam eindelijk thuis na haar glansrol over de hele wereld te hebben gezongen. En het was het wachten waard geweest, zo bleek direct. Westbroek deed exact wat we van haar verwachtten, ze gaf ons een ideale Sieglinde. In die rol zit zoveel, het is nauwelijks bij te houden. Sieglinde is de archetypische gekochte bruid, na haar huwelijk een stuk huisraad, opgesloten in haar eigen woonomgeving. Verweesd en verhandeld, en dan plotseling ligt er iemand bij de haard die iets in haar oproept, herkenning? In elk geval de vage hoop dat ze met hem een middel in handen heeft van Hunding los te komen.

Na een kort moment van extatisch geluk slaat de schaamte en vertwijfeling toe. De dood lonkt maar moet het afleggen tegen de vreugde van een zwangerschap. Siegmund leeft in haar voort. Deze rollercoaster moet zowel zingend als acterend over het voetlicht worden gebracht en Westbroek slaagde daar buitengewoon in. Sieglinde lijkt haar lijfstuk te zijn geworden en we mogen ons gelukkig prijzen haar in deze rol in eigen land te kunnen beleven.

Al met al een geweldige Wagneravond, en dat zo kort na die fantastische Tannhäuser. Gaan we de rij af dan voorspel ik dat hierna Der fliegende Holländer wel eens aan de beurt zou kunnen komen.

Wagner: Die Walküre
Michael König (Siegmund), Stephen Milling (Hunding), Iain Paterson (Wotan), Eva-Maria Westbroek (Sieglinde), Martina Serafin (Brünnhilde), Okka von der Damerau (Fricka), Dorothea Herbert (Gerhilde), An de Ridder (Ortlinde), Kai Rüütel (Waltraute), Julia Faylenbogen (Schwertleite), Christiane Kohl (Helmwige), Bettina Ranch (Siegrune), Eva Kroon (Grimgerde), Iris van Wijnen (Rossweise)
Nederlands Philharmonisch Orkest
Dirigent: Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Gezien: 16 november 2019

Foto’s: © Ruth Walz/DNO

 www.operaballet.nl

Eva-Maria Westbroek en haar Sieglinde’s

Over drie vrij nieuwe ‘Ringen’ en een Walküre uit de archieven

 

Die Zauberflöte door Opera Zuid: te ver van het origineel vandaan

Tekst: Sander Boonstra

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_9_Joost Milde

© Joost Milde

Even afgezien van het feit, dat de Stadsschouwburg van Groningen een prachtig, statig gebouw is, deze entourage zorgde gisteravond (zondag 10 november) voor een schril contrast met de uitvoering van Mozart’s klassieker Die Zauberflöte. Regisseuse Jorinde Keesmaat zet voor een nagenoeg uitverkochte zaal een moderne versie neer, maar wat mij betreft neemt ze teveel afstand van het originele verhaal.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_5_Joost Milde

© Joost Milde

Het plot wordt bekeken door de ogen van Pamina (Lilian Farahani), die de ouverture onaangenaam onderbreekt met een monoloog over het ‘vrouw-zijn in een masculiene maatschappij’. Daaronder (wat vaker terugkomt onder de dialogen) een nog onaangenamere soundscape. Het onderbreekt de concentratie in en voor de muziek, het is geen geheel meer. Dat deze scène in het Nederlands is, vergeet ik dan maar voor het gemak.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_1_Joost Milde

©Joost Milde

Wat me nog het meeste verbaast, is dat het essentiële rekwisiet volledig ontbreekt in de enscenering: de toverfluit. Tijdens de beproevingen klinkt het instrument uit de orkestbak, maar is in zijn geheel niet aanwezig op het toneel om Tamino (Peter Gijsbertsen) en Pamina te beschermen. Het alternatief voor fluit en klokkenspel echter, werkt vermakelijk: op afstand bestuurbare autootjes met een beeltenis van de eigenaren als inzittende. Vooral Michael Wilmering als Papageno is zichtbaar als een kind zo blij met het kleinood.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_7_Joost Milde

© Joost Milde

Toch is het bij Mozart altijd weer: “gelukkig is er de muziek nog”. Is er vooral een gemis in diepgang bij de karakters, die is terug te vinden in de fantastische partituur. De philharmonie zuidnederland speelt onder leiding van Benjamin Bayle zonder overbodige opsmuk, maar gewoon zoals Mozart het bedoeld heeft. Bayle heeft alles onder controle en dat straalt uit de orkestbak.

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_4_Joost Milde

© Joost Milde

Op solistengebied blinkt niemand echt uit, iedereen doet wat van hem of haar verwacht wordt. De Papageno van Wilmering (waarbij zijn humor en speelsheid bijna een verademing is binnen het geheel) en de Koningin door Morgane Heyse (die haar première-avond speelde) wil ik toch graag even apart benoemen. Vooral de tweede aria van Heyse klinkt als een klok en staat als een huis. Brava!

Die_Zauberflöte_Opera_Zuid_2_Joost Milde

© Joost Milde

Opvallend is, dat vooral de kleinere rollen meer dan prima werk leveren: Papagena (Ginette Puylart), de Drei Knaben (op rolschoenen en in vrolijkstemmende kledij) en de Spreker van Huub Claessens verdienen wat mij betreft een dikke pluim!

Die Zauberflöte door Opera Zuid, de moeite waard voor degenen die een moderne kijk op het origineel waarderen. Voor hen die daar niet heel gek op zijn: Mozart’s muziek blijft ongeëvenaard!

toverfluit Sander

© Sander Boonstra

Die Zauberflöte is tot en met 8 december te zien. Zie voor meer informatie de website van Opera Zuid.

 

Drie ijzersterke muziektheater voorstellingen, zoals het moet

Tekst: Neil van der Linden

CLEOPATRA

CLEOPATRA 03 AYA en ZEP (foto Sjoerd Derine)

©  Sjoerd Derine

Zoals ik in een eerdere bespreking (23/10) aangaf was ik niet helemaal te spreken over de Nederlandse productie van David Bowies Lazarus, geregisseerd door Ivo van Hove. In de week ervoor zag ik drie muziektheaterproducties in een enigszins vergelijkbare pop- en elektronische categorie die elk op hun manier de vergelijking met Lazarus konden doorstaan.

Cleopatra 41 (Lex Vesseur)

© Lex Vesseur

Allereerst was dat Cleopatra van ZEP-theaterproducties en jeugdtheater-dansgroep AYA, een coproductie, naar Shakespeare’s Anthony and Cleopatra. Vaart, heldere dramaturgie, psychologisch goed uitgewerkte personages, en naast het feit dat alle rollen goed bezet waren, en helder gekarakteriseerd, waren er drie grote podiumpersoonlijkheid-ontdekkingen: Samir Hassan, een uitermate veelzijdige acteur in een aantal dubbelrollen, maar allereerst als een subtiele en slimme Octavianus, de rivaal die Antonius; Mehrnoush Rahmani (net als ik afgestudeerd arts); een geweldige gevoelige en doorleefde Cleopatra.

Cleopatra 29 (Lex Vesseur)

©  Lex Vesseur

En Sterre Konijn, die, vergeef me voor de woordspeling, de sterren van de hemel zong en speelde, virtuoos op gitaar en viool, en die, sorry dat ik het zeg, muzikaal in haar eentje tegen de hele cast van Lazarus op kon. Ok, het helpt ook als je er in de Krakeling, een veel kleiner theater dan DeLaMar, met je neus bovenop kunt zitten. Maar toch.

En dan was er ook de fantastische vertaling van Shakespeare’s tekst door rapper-dichter Gerrit-Jan Mulder, alias Brainpower, die voor theatergroep ZEP al eerder Hamlet en Othello vertaalde, en dat maakte deze voorstelling helemaal plus maal plus.

Cleopatra. Coproductie Danstheater AYA en ZEP Theaterproducties
Choreografie en regie: Wies Bloemen en Peter Pluymaekers
Oorspronkelijke tekst: William Shakespeare
Bewerking: Peter Pluymaekers
Cast en artistieke bijdrage: Anne-May de Lijser | Arend Brandligt | Isabelle Nelson | Mehrnoush Rahmani | Melisa Diktas | Michael de Haan | Samir Hassan
Vertaling in rijmvorm: Gertjan ‘Brainpower’ Mulder
Muziek concept en uitvoering Sterre Konijn

8: METAMORPHOSIS

8_MM_mail.2.4

Kort daarop volgde 8: METAMORPHOSIS van Nicole Beutler, een dansvoorstelling annex hedendaagse opera over het ‘omarmen van de aankomende veranderingen’. De productie was in première gegaan tijdens de Operadagen Rotterdam, en laaiend ontvangen. De fantastische slagwerker Frank Rosaly opent met zijn rug naar het publiek gezeten de voorstelling met een virtuoze lange drumsolo.
Vervolgens voegen zich zeven andere mannen bij hem op het toneel. Iedereen draagt modieuze strakke zakenman pakken, allemaal grijs, gelijkvormig, en toch ontstaan er, ook weer anders dan in Lazarus, personages met karakters, zelfs al hebben ze geen tekst. Zijn het industriële managers, advocaten, makelaars? Mensen die bij de wereld van geld en macht horen of willen horen. Ze zingen, dansen en acteren allemaal magistraal.

8_Metamorphosis_nbprojects_AnjaBeutler.de_1642b

© Bas de Brouwer

De muziek, van Nicole Beutlers huiscomponist Gary Shepard, en deels messcherp gezongen door de dansers, is een collage van de akkoordreeksen uit de Frostscene van Purcell’s King Arthur (de scene waarin een in het ijs gevangen geest beschrijft hoe hij langzaam verstijft en vastkleeft in de omgeving) en atmosferische elektronische klanken. Onder begeleiding van Purcell’s steeds dissonanter wordende harmonieën zien we de werelden van zekerheden verbeeld door de aankleding, inclusief de kleding van de mannen, steeds verder desintegreren.

 

Het op de ‘wiskundige overgangen in de zinsbegoochelende kunst van M.C. Escher’ geënte decor ontworpen door Minna Tiikkainen en Julian Maiwald, bestaande uit metalen buizen en oplichtende staven, lijkt eerst te staan als een huis, maar begint ook al snel schijnbaar steeds wanordelijker te bewegen.

8_Metamorphosis_nbprojects_AnjaBeutler.de_1121b

© Bas de Brouwer

Ter completering van de desintegratie veranderen de figuren in faunen of in wat figuren lijken uit een schilderij van Arcimboldo, of Bosch’ Tuin der Lusten’. Die verstijven tot slot, zoals de figuur Daphne uit de Griekse mythologie, die in een boom veranderde, beschreven in Ovidius’s ‘Metamorfosen’, als troost voor wat haar was overkomen als gevolg van de handelingen van de goden, maar wat een nare troost was dat, dacht ik al als gymnasiast, als je voortaan alleen maar sterk maar catatonisch om je heen kan kijken.

8_Metamorphosis_nbprojects_AnjaBeutler.de_1132b

© Bas de Brouwer

Intussen kijken wij uit over een monumentaal landschap dat zich ontvouwt als de scheidingswand tussen zaal en toneel omhoog gaat (het publiek zit op het toneel), en we de eigenlijke theaterzaal zien, waar een eenzame boom staat, te midden van prachtig opgebouwde mist uit de rookmachine. In het slotbeeld wordt die boom verzwolgen door de nevel. Beeldt dit het leven dat van de aarde is verdwenen uit zijn we terug naar een levenloze oertijd? Of is dit een toekomstige eenwording met de natuur, zij het niet harmonieus, maar grauw en onheilspellend, als op een schilderij van Caspar David Friedrich?

8: Metamorphosis.
Concept, regie, choreografie Nicole Beutler samen met dansers en musici
Felix Schellekens, Dominic Kraemer, Arnout Lems, Sebastian Pickering Pedersen, Rob Polmann, Timo Tembuyser, Christian Guerematchi en Frank Rosaly – performers, medemakers
Muziek Henry Purcell en Gary Shepherd
Lichtontwerp en scenografie Minna Tiikkainen en Julian Maiwald
Premiere Operadagen Rotterdam

ILIAS

Ilias img27715_227

© Ben van Duin

En een dag later was er de Ilias van de jonge theaterclub Konvooi, vijf jonge acteurs, in de regie van Belle van Heerikhuizen. Het leek alsof een corps-dispuut de belegering van Troje na te doen door verschillende leden zichzelf te laten spelen. De verhoudingen tussen Agamemnon, Odysseus, Achilles en Patroklos worden een competitie-, en competentiestrijd om wie het in deze jongenswereld voor het zeggen heeft.

En zo zat die oorlog ook wel in elkaar, als we de Ilias lezen. Eerstgenoemde drie heren hebben het niet gemakkelijk met elkaar. Agamemnon nam aanvankelijk als vanzelfsprekend de leiding in een oorlog die maximaal een week leek te zullen gaan duren, zoals hij voorspelde, maar die nu al negen jaar voortsleept (vergelijk zoveel oorlogen, zoals de Amerikaanse inval in Irak, waarvan het vervolg nog steeds voortwoekert), en aan zijn gezag wordt steeds meer getornd door de anderen. Als reactie probeert zijn positie te handhaven door steeds willekeuriger disciplinemaatregelen op te leggen.

Ilias

© Ben van Duin

Morele regels die thuis golden – waaronder de regel dat je niet zomaar iemands echtgenote of geliefde afpikt, reden waarom de Grieken de oorlog tegen Troje begonnen – hebben in het leger geen gelding mee. Om zijn gezag te bewijzen en zijn medestrijders tot het uiterste te tarten eist Agamemnon Briseis op, slavin en minnares van Achilles, de beste Griekse strijder.

Dat morele regels die thuis gelden in oorlogsomstandigheden op zij worden gezet is een kwestie die nu net weer speelt bij ons in Nederland naar aanleiding van het aan het licht komen van de omstandigheden waaronder bij een bombardement door een Nederlandse F 16 van een IS wapendepot in Noord-Irak zeventig burgers om het leven kwamen. Doet trouwens het gebruik dat je gevangengenomen vrouwen uit het tegenkamp tot seksslavin maakt niet ook denken aan praktijken die heden ten dage nog bestaan, zoals bij IS?

Achilles mag in deze voorstelling, net als – zoals ik in de eerdere recensie schreef – David Bowie in Lazarus, vooral heteroseksueel zijn, Briseis wordt gespeeld door nog een mannelijke acteur, Jesse Mensah, die ook een verleidelijke Helena speelt.

De acteurs die de militairen spelen zijn allemaal wit, Jesse Mensah heeft een donkere huidskleur, en zijn weelderig krullende haren geven hem de ambiguïteit waar de makers van Lazarus – conform het werkelijke levenspatroon van David Bowie – een beetje bangig omheen leken te draaien, zoals ik in die eerdere recensie schreef. En heel aandoenlijk: als na de dood van Patroklos Achilles aangedaan terugkeert in de Griekse gelederen, begroeten de twee andere militairen hem met troostende, en ja lange kus.

En wat kunnen deze jongens ook zingen. Messcherpe akkoorden die aan de polyfonie van Mediterrane eilanden herinneren, in een taal die ik niet kon thuisbrengen, misschien Grieks, maar emotioneel en ontroerend gezongen, alsof de gevoelens die ze als militairen niet kunnen laten merken toch moeten worden geuit, en dan maar desnoods onverstaanbaar vanuit de ziel. Dat is iets dat ik in elk van deze drie voorstellingen ervoer, en dat ik in Lazarus miste.

Concept en regie: Belle van Heerikhuizen
Concept en spel: Jacob de Groot, Bart Sietsema, Jasper van Hofwegen, Jesse Mensah en Victor IJdens
Premiere Oerol Festival Terschelling in openlucht versie, tournee in zaalversie.

8: Metamorphosis speelt niet meer in Nederland. Wel is er deze maand een Nicole Beutler retrospectief in Amsterdam. http://www.nbprojects.nl/nl/activities/nicole_beutler_collection
Cleopatra en Ilias zijn nog te zien.

In Lazarus doet David Bowie zichzelf te weinig recht.

Tekst: Neil van der Linden

https://www.musicalweb.nl/wp-content/uploads/2017/07/lazarus.jpg

David Bowie was een jeugdheld. Hoewel hij altijd iets afstandelijks en bedachts had (en ook dat paste bij zijn imago), en zijn geflirt met Amerika – terwijl hij zo door en door Engels was – mij irriteerde, was het een combinatie van zijn experimenteerzin en zijn biseksuele imago die hem onderscheidden. Dat was tot aan 1983, het jaar van één van zijn grootste commerciële hits, Let’s Dance.

Tot dan toe was hij consequent een voorloper geweest. Vaak op een eclectische manier: hij ‘kopieerde’ geregeld anderen, en je kon het soms zelfs plagiaat noemen. Maar ook in dat kopiëren was hij zijn tijd vooruit, kopiëren werd een kenmerk van het postmodernisme. Hij kopieerde cabaretmuziek, creëerde elektronische muziek, hij integreerde ‘zwarte’ funk-ritmes en baspatronen in in principe ‘blanke’ muziek, zong al vroeg over science fiction-onderwerpen (‘Space Oddity’, ‘Is there life on Mars?’), flirtte met mode (de song Fashion), schiep via alterego’s via glitter en glamour-uiterlijk in zijn live-optredens en op zijn hoezen, en koketteerde met same-sex ‘gender-neutraliteit’ door met echtgenote Angie in identieke make-up te poseren, en homoseksualiteit, al heel vroeg maar ook heel duidelijk in de film Merry Christmas Mr Lawrence uit 1982, waarin het personage, een door de Japanners krijgsgevangen gemaakte knappe Britse kolonel – Bowie –  zich overduidelijk aangetrokken voelt tot een eveneens knappe Japanse officier – de musicus Ryuichi Sakamoto.

Na die ene funk-diso-hit uit 1983, Let’s Dance, nam vernieuwingsdrang wat af, maar hij had er toen al een muzikale loopbaan van veertien jaar op zitten. Dat was langer dan de Beatles bij elkaar waren geweest.

In Lazarus, min of meer een autobiografie, geschreven door Bowie zelf samen met ene Enda Welsh, krijgen we een selectie van ‘greatest hits’ die de fans (de zaal zat vol met veertigers, vijftiger en zestigers) blij maken. Maar ik zag weinig terug van die vernieuwingsdrang, weinig dat weerspiegelde wat Bowie echt teweeg heeft gebracht.

Wat betreft het artistiek overzicht over zijn oeuvre mis ik wel wat uit zijn ‘tweede periode’, van de albums Station to Station (1976) tot en met Scary Monsters (1980). Al is het een stunt om Heroes uit 1977, één van de hoogtepunten uit zijn zogenaamde Berlijnse periode (toen hij geregeld opnam in Berlijn en hij op soms dubieuze wijze naar symboliek uit het Nazisme en het Oostduitse communisme leek te knipogen) om te vormen tot een zoetgevooisd liefdesduet, waarmee de musical afsluit. Wil Bowie met dit einde zeggen dat hij verkeerd is begrepen?

Bowie schreef deze musical in de tijd dat hij te horen had gekregen dat hij aan een ongeneeslijke vorm van kanker leed. De musical is geïnspireerd door de science-fiction roman The Man Who Fell To Earth uit 1963 van Walter Tevis, op basis waarvan de Britse regisseur Nicholas Roeg een film heeft gemaakt met Bowie in de hoofdrol als de ‘man who fell to earth’ (1976). Lazarus is een vervolg op die roman en die film. The Man Who Fell to Earth wil terug naar de ruimte. Daarvoor moet hij een raket bouwen.

Allerlei figuren uit zijn dagelijks leven storen hem hierbij. De enige die hem kan helpen is een personage uit zijn verbeelding, ‘Girl’ genaamd. Met haar hulp, maar dus eigenlijk met de hulp van zijn eigen projectie, lukt die terugtocht naar de ruimte, in elk geval in de verbeelding, en gaat hij met Girl op reis, verbeeld met videoprojecties, onder het in duetvorm zingen van Heroes.

Persfoto Lazarus DeLaMar_ otocredit- Jan Versweyveld

© Jan Versweyveld

De hoofdpersoon uit de oorspronkelijke roman, Roeg’s film en uit Lazarus heet Thomas Newton. Hij is een zware alcoholist. In het decor dat een luxueus groot modern leeg appartement voorstelt vormen zijn een onopgemaakt bed en een ijskast vol flessen gin de weinige interieurelementen. Die ijskast gaat voortdurend open, wat de onophoudelijke drankzucht van Newton uitbeeldt. Door de alcoholnevel heen kijkt Newton, gespeeld en gezongen door Dragan Bakema, terug op een verleden met een grote liefde, Marylou genaamd, die hem heeft verlaten.

In allerlei vrouwen in zijn omgeving probeert hij die oude geliefde terug te vinden, onder meer in een soort secretaresse annex huismanager (Noortje Herlaar), en verder op iedere vrouw die maar in de buurt komt. Die projecties blijken illusies, behalve bij één figuur, maar dat is een illusionair personage, Girl (Juliana Zijlstra, die op 17-jarige leeftijd al wonderlijk overtuigend op het toneel staat, en overigens ook, samen met Noortje Herlaar, de beste stem van de hoofdrolspelers heeft).

De mannen rond Thomas Newton zijn allemaal slecht of slap: managers die proberen hem aan het werk te krijgen om nog aan hem te kunnen verdienen tot en met de jaloerse echtgenoot of levensgezel van die secretaresse en huismanager. Ook al gaat het om een romanfiguur, mede gezien de koppeling aan het overzicht uit Bowies oeuvre, is het vermoedelijk ook de bedoeling Lazarus als autobiografisch te zien. Bij Bowie zou ik dan wel hebben gehoopt op minder voorspelbare en ‘burgerlijke’ en ook op karakterologisch minder vlakke personages. De vele tekst staat bovendien verdere karaktertekening eerder in de weg dan dat die mogelijkheden verruimt.

Persfoto Lazarus DeLaMar-3 Fotocredit- Jan Versweyveld

© Jan Versweyveld

Dat terugverlangen naar die ene Marylou, is dat waar de altijd zo veelzijdige Bowie op het laatst voor wilde staan? Er is overigens zelfs een bijrol personage, dat vertelt dat hij ooit ten onrechte voor homoseksueel is aangezien. Misschien is ook dat ook een alter ego van Bowie? Dan voel ik me wel verraden. Maar waarom is dat personage überhaupt op het toneel als het verder niet wordt uitgewerkt? Ja, ik begrijp dat Marylou kan staan voor alles uit het verleden, de artistieke bloeiperiode, de creatieve jaren enz. Overigens ging nou juist David Bowie tot het eind toe door met het opnemen van nieuwe en vernieuwende muziek. Maar misschien is het de schuld van Lazarus’ co-auteur Enda Walsh.

De best gekozen songs, met eraan gewaagde vertolkingen, zijn ‘The Man Who Sold the World’, een sciencefiction electrorocker helemaal uit Bowies beginperiode, het seksueel geladen ambigue cabareteske ‘Changes’ van vlak erna, 1971, inderdaad goed gezongen zoals de NRC schreef door Noortje Herlaar, ‘All the Young Dudes’ uit 1972, een voluit ambigue puberjongenssong, indertijd een hit van de glamourrock band Mott the Hoople en hier gepromoveerd tot echte Bowie-song en ‘Absolute Beginners’, een filmsong uit 1986; met de laatste twee kwamen ook niet-standaard Bowie-songs mooi voor het voetlicht. En dan is er aan het eind zoals hiervoor beschreven associaties het ooit controversiële ‘Heroes’, hier omgevormd tot een romantische musical-duet.

Persfoto Lazarus DeLaMar-7 otocredit- Jan Versweyveld

© Jan Versweyveld

De begeleidende musici waren trouwens fantastisch, en hier had regisseur Ivo van Hove’s vaste decorontwerper Jan Versweyveld iets briljants gedaan. De musici stonden achter glas in een ruimte achter het appartement van Thomas Newton, alsof je door ramen naar een belendende ruimte kijkt, in dezelfde architectonische stijl, maar overigens witter en kouder belicht. Door ze achter glas of plastic te plaatsen kon je bovendien voorkomen dat de band te hard zou klinken, en, briljant technisch detail, de drummer zat daarbinnen in nog een extra glazen of plastic kooi. Al het geluid instrumenten kwamen zo prachtig gecontroleerd elektronisch versterkt in de zaal terecht, terwijl je tegelijkertijd de musici bezig zag, maar ook vanuit een andere wereld. Is dat dan niet eigenlijk de andere wereld waarnaar Thomas Newton terug wil?

Lazarus van David Bowie en Enda Welsh.
Regie Ivo van Hove.
Gezien in DeLaMar theater, 19-10-2019

Voor meer informatie en speeldata:

https://delamar.nl/voorstellingen/lazarus/