cd/dvd recensies

Dmitri Hvorostovsky in drie opnamen

Hvorostovsky

Dimitri Hvorostovsky als Eugene Onegin © Beth Bergman 2012


LIEDEREN EN DANSEN VAN DE DOOD (VAI 4330)

Hvorostovsky Dutoit

Nadat Hvorostovsky in 1989 de Cardiff Competition had gewonnen, stonden platenmaatschappijen in de rij om een contract met hem te tekenen. Het werd Philips en prompt werden er een paar recitals en een paar complete opera’s met hem opgenomen.

Hvorostovsky in Cardiff:

Alles prematuur, Hvorostovsky was er nog niet klaar voor: hij sprak de talen niet, en zijn repertoire was te beperkt. Zijn contract werd niet verlengd, en daarna was het bergopwaarts met hem gegaan.

Maar: hij herstelde zich. En hoe! Op 18 juli 1998 gaf hij een recital voor duizenden enthousiaste toehoorders tijdens het Festival de Lanaudière. Hij zong er de Liederen en dansen van de dood van Moessorgsky, gevolgd door een aantal aria’s.

Ik moet nu eerlijk bekennen dat ik van plan was om er bij te gaan lezen, maar daar kwam niets van. Ademloos heb ik zitten luisteren naar zijn fluweelachtige stem, naar zijn weergaloze legato en zijn puntgave interpretatie, waarmee hij me tot tranen toe wist te ontroeren. Daar Hvorostovsky een zeer charismatische zanger is, is het een puur genot om naar hem te kijken.

Hvorostovsky en Charles Dutoit in Rossini’s ‘Largo al Factotum’ (Barbiere di Seviglia van Rossini):

RUSSIAN SONGS FROM THE WAR YEARS (VAI 4318)

Hvorostovsky War years

Patriottisme is een ouderwets woord geworden. Alles moet internationaal, globaal, multiculti en kosmopolitisch, en dat is misschien ook beter zo. De Tweede Wereldoorlog is tweeënzeventig jaar geleden afgelopen, en het schijnt al zo lang weg….

Toch leven er nog mensen die ‘De Grote Vaderlandse Oorlog’ meegemaakt hebben. Er zijn nog (persoonlijke) verhalen. En de liedjes. Groot ben ik er mee geworden, met de Russische liedjes uit die tijd. Mijn moeder, die de hele oorlog in het Rode Leger had meegevochten, zong ze in plaats van slaapliedjes, en dan droomde ik van de eenzame accordeonist op zoek naar zijn geliefde.

Niemand minder dan Dmitri Hvorostovsky bracht ze terug naar de concertzaal, en op 8 april 2003 trad hij hiermee op voor maar liefst 6500 toeschouwers in het Kremlin Palace op.

Hieronder zingt Hvorostovski ‘Журавли’ (Cranes) uit de film Als de kraanvogels overvliegen van Michail Kalatozov:

De arrangementen zijn ietwat aangepast, minder dik aangezet, klinken losser en voornamelijk nostalgisch. Er is geen sprake van een ‘hoera patriottisme’.

Hvorostovsky zingt duidelijk ontspannen, met een milde glimlach om zijn mond, zonder stemverheffing of een overduidelijke articulatie. Zoiets als een crooner, een Sinatra of een Bing Crosby.

Het publiek snottert en zingt geluidloos mee. Ook ik raak gefascineerd en voel een prikkelend gevoel in mijn ogen. Nostalgie? Mijn Nederlandse, op Curaçao geboren vriendin, was net zo ontroerd. Prachtig.

IL TROVATORE (Opus Arte 0848 D)

Hvorostovski Trovatore plus

Sommige opera’s zouden herdoopt moeten worden. Il Trovatore van Verdi zou eigenlijk ‘Azucena’ moeten heten, want per slot van rekening is zij degene die de scènes beheerst, vanaf het eerste moment dat zij opkomt.

Het is Azucena die de touwtjes in handen heeft en alleen zij kan alle personages redden of breken. Door haar zucht naar wraak vernielt zij alles en iedereen, en daar is geen doorsnee bariton tegen opgewassen. Nou ja, doorsnee?

In zijn roldebuut als Luna heeft Dmitri Hvorostovsky me in deze productie van het Royal Opera House meer dan verrast. Begin jaren negentig had ik nog mijn twijfels over hem, maar ik herroep alles wat ik in die tijd over hem heb gezegd. Nooit gedacht dat er nog een bariton bestaat die zo ontroerend ‘In balen del suo sorriso’ kan zingen. En inderdaad, bij de ‘Sperda il sole d’un suo sguardo…’ moest ik zelfs een traantje wegpinken, zo mooi was het.

Was ik Leonora, dan had ik voor hem gekozen. Zeker boven José Cura als Manrico, die tot het einde toe niet kon beslissen wat hij zong: was het een Otello of een Turiddu?

Meer Hvorostovsky:
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Dmitry Hvorostovsky
THE BELLS OF DOWN
JEVGENI ONEGIN. Discografie

De geheimen van Marianne Crebassa

Crebassa_Secrets_cover-1

Er is niets geheimzinnigs aan de liederen van Debussy, Ravel, Fauré en Duparc. Er is geen liedliefhebber die ze niet kent, bovendien worden ze de laatste tijd zelfs vaker opgenomen dan welke liederen dan ook, Schubert uitgezonderd.

Ook de gedichten waar de liederen hun teksten aan ontlenen behoren tot de bekendsten in het oeuvre van de Franse poëzie. Onlangs heeft Cristiane Karg een cd met een vrijwel identiek programma opgenomen, die noemde ze ‘Parfum’.

Die titel dekt de lading veel beter, want geparfumeerd zijn de liederen zeker. Niet alleen zijn de teksten van Pierre Louÿs of Verlaine erotisch geladen, ook de in de zachte tonen gehouden klanken geuren naar myrthe, jasmijn en lavendel. Een mix van Arabische mystiek vermengd met Franse lichtheid en olalalala.

Marianne Crebassa heeft een pracht van een stem die de liederen past als een handschoen. Licht en wendbaar, fluisterzacht en sterk op liefdesverklaringen lijkend.

 

Daar past de ‘Gezi Park 3’ van Fazil Say echt niet bij. De weinig verrassende vocalise, geïnspireerd door de politieke gebeurtenissen in Turkije, doet mij aan (pijn?)kreten denken en mist de poëtische lichtheid en de onbezonnen erotiek van de rest. Maar het pianospel van Say is voortreffelijk.


Secrets
Liederen van Debussy, Ravel, Fauré, Duparc en Fazil Say
Marianne Crebassa (mezzosopraan), Fazil Say (piano), Bermhard Krabatsch (fluit)
Erato 0190295768973

Meer recitals met Franse liederen:
PARFUM
Hampson
Van Tragédiennes naar Visioenen. VÉRONIQUE GENS, een mini portret

 

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

 

Bianca, de aantrekkelijke vrouw van de koopman Simone heeft een affaire met de mooie prins Guido Bardi. Simone betrapt ze en daagt Guido uit tot een duel met degens en zwaarden om hem uiteindelijk met zijn blote handen te wurgen.  Bewonderend kijkt zijn vrouw hem aan: ” Waarom heb je mij niet verteld dat je zo sterk bent?”. Op zijn beurt wordt Simone zich bewust van de schoonheid van zijn vrouw: ”Waarom heb je mij niet verteld dat je zo mooi …”.

Zemlinsky Oscar_Wilde_portrait

Oscar Wilde

 

Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky is gebaseerd op het laatste toneelstuk van Oscar Wilde. Het begin van het stuk ontbreekt: het manuscript werd gestolen toen Wilde in de gevangenis belandde. Zemlinsky heeft het probleem opgelost door een proloog te componeren, die de liefdesscène tussen Bianca en Guido moest suggereren.

De opera, die in 1917 in première is gegaan heeft voor veel gossip gezorgd. ‘Eine autobiografische Tragödie’ kopte het Wiener  Zeitung boven het artikel van Edwin Baumgartner. Alma Mahler was not amused. Zij was er zeker van dat Zemlinsky haar affaire met Walter Groppius had verbeeld.

                           Mathilde Schönberg Zemlinsky met kind en met haar man

Het Weense publiek daarentegen dacht dat het om Schönberg en zijn vrouw Mathilde, de zus van Zemlinsky, ging. Mathilde had haar man verlaten voor de jonge schilder Richard Gerstl.

Zemlinsky Gerstl_-_Bildnis_Mathilde_Schönberg

Mathilde Schönberg met kind. Schilderij van Gerstl

Toen ze naar haar echtgenoot terugkeerde heeft Gerstl zelfmoord gepleegd, hij was toen maar 25 jaar oud.

 

Zemlinsky Gerstl

Richard Gerstl: ‘selbstporträt (nackt in ein voll figur’) uit 1908. Courtesy Leopold Museum / Neue Galerie

 

All in the family in de beste traditie, aldus.

Maar wat denkt u: mag je een fictief personage in een kunstwerk als het alter ego van zijn schepper beschouwen? De levenswandel van een componist op de door hem gecomponeerde opera projecteren? Hoe ver betrek je het leven bij de kunst?

In een brief aan Alma Mahler schreef Zemlinsky dat “een leven moest geofferd worden om het leven van twee anderen te redden”. Maar maakt dit dan meteen tot het centrale thema van deze opera, zoals veel critici schijven? Ik weet het niet.

Een ding is zeker: Eine Florentinische Tragödie laat zich beluisteren als een spannende, donkere thriller, waarin je met geen van de personages meevoelt.

Zemlinsky Tragedie Chailly

In 1997 heeft Decca de opera opgenomen in de hun inmiddels vervallen serie ‘Entartete Musik’. Riccardo Chailly dirigeerde het Koninklijk Concertgebouworkest (Decca 4551122).


In hetzelfde jaar kwam ook een (live) opname van het Keulse Gürzenich-Orchester gedirigeerd door hun toenmalige chef-dirigent James Conlon (ooit EMI).

ZemllinskyConlonFRONT-1

Beide opnamen zijn goed en ik zou waarlijk niet weten welke te kiezen. De orkestklank bij Chailly is voller en de strijkers klinken aangenamer, maar Conlon is ontegenzeggelijk spannender, wellicht omdat het live is.

De klank van het Keulse orkest is sensueler, die van het KCO donkerder. De zangers zijn bij beide opnamen aan elkaar gewaagd, al vind ik David Kuebler (Guido bij Conlon) veel aangenamer dan een beetje schelle Heinz Kruse bij Chailly.

Iris Vermillion bij Chailly klinkt mooier en warmer dan Deborah Voight bij Conlon, maar de laatste heeft dan weer meer sexappeal. In de rol van Guido is Albert Dohmen (Chailly) verreweg te prefereren boven de niet helemaal idiomatische Donnie Ray Albert.

ZemlinskyCD Jurowski

In 2010 werd Eine Florentinische Tragödie door het London Philharmonic Orchestra opgenomen onder zeer inspirerende leiding van Vladimir Jurowsky (LPO-0078). Albert Dohmen is weer van de partij: zijn Simone klinkt nog indrukwekkender dan op Decca.

Sergey Skorokhodov is een ‘lulletje rozenwater’ Guido, met geen mogelijkheid tegen de macho Dohmen opgewassen. Zeg maar: een don Ottavio die het tegen Hunding gaat opnemen. Heike Wessels (Bianca) is een vergissing.


Op You Tube zijn er inmiddels veel (fragmenten) van de live uitvoeringen van de opera te vinden, o.a. uit Lyon:

Frühlingsbegräbnis, de cantate die Zemlinsky in contact bracht met Alma Mahler


Zemlinsky cantate fruhling

 

Van die cantate bestaat (bestond?) een hele mooie uitvoering door het Gürzenich-Orchester uit Keulen onder leiding van James Conlon, met als solisten de sopraan Deborah Voight en de bariton Donnie Ray Albert.  Ik vind het werk schitterend, het doet mij in de verte denken aan Ein Deutsches requiem  van Brahms. De cantate was ooit gekoppeld aan meer onbekende werken van Zemlinsky, die hier allemaal hun plaatpremières beleefden: Cymbeline – suite, naar de tekst van Shakespeare en Ein Tanzpoem. Helaas…. Zelfs You Tube heeft de opname van de internet weggehaald, dus tweedehands (of een vriend die het in zijn bezit heeft om een kopie vragen) blijft de enige optie.

Merkwaardig genoeg staat Frühlingsbegräbnis door Conlon wél op Spotify, maar dan in combinatie met Psalms en Hochzeitgesang in een totaal andere  uitvoering:


Op Spotify kunt u ook de opname onder Antony Beaumont te beluisteren. De uitvoering is minder mooi dan die van Conlon maar beslist niet slecht:

 


Cymbeline van Conlon is wel op You Tube te vinden:

James Conlon over Zemlinsky (en Ullmann):

“De muziek van Alexander Zemlinsky en Viktor Ullmann bleef decennia lang verborgen door de nasleep van de vernietiging, aangericht door het beleid van het nazi-regime […] Volledige erkenning van hun werken en talent ontbreekt nog steeds, meer dan 70 jaar na hun dood […] Hun leven en persoonlijke geschiedenissen waren tragisch, maar hun muziek overstijgt het allemaal. Het is aan ons om hun verhaal te waarderen in zijn volle historische en artistieke context.”

Geraadpleegde literatuur:
Antony Beaumont: Zemlinsky
Michael Haas: Forbidden Music. The Jewish Composers banned by the Nazis

Zie ook

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

 

 

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

DER ZWERG

Zemlinsky Zwerg dvd

 

Als geen andere dirigent van naam is James Conlon al sinds jaren een vurig pleitbezorger van de ‘Entartete-componisten’. In zijn Keulse jaren (hij was tussen 1989 en 2002 chef dirigent van de Gürzenich-Orchester en  artistiek leider van de opera) heeft hij vrijwel alle orkestrale en vocale werken van Zemlinski uitgevoerd en opgenomen. De opnamen op EMI (de meeste zijn helaas niet meer in de handel) koester ik als de grootste schat, wat het waarschijnlijk ook is.

Zemlinsky James Conlon

James Conlon

In 2006 werd Conlon aangesteld als de muzikale leider van de opera van Los Angeles en één van zijn eerste projecten was een serie ‘Recovered Voices: A Lost Generation’s Long-Fortgotten Masterpieces’. De serie is in 2008 gestart met een double-bill van Ullmann’s Der zerbrochene Krug en Zemlinsky’s Der Zwerg. (Arthaus Music 101 528)

Het idee om een opera te componeren over een lelijke man die verliefd is op een schoonheid heeft Zemlinsky zijn hele leven vervolgd, zo kwam hij ook bij Oscar Wilde en zijn The Birthday of the Infanta terecht.

Zemlinsky zwerg kostuum

Kostuumontwerp voor ‘Der Zwerg’ door August Haag, Köln 1922

Op haar achttiende verjaardag ontvangt Donna Clara een merkwaardig geschenk: een dwerg, die bovendien afzichtelijk lelijk is. Een heerlijk speeltje voor de infante, zeker ook omdat de dwerg het van zichzelf niet weet – hij heeft nog nooit zijn eigen spiegelbeeld gezien.. Donna Clara maakt hem verliefd en laat hem in de waan dat ze ook van hem houdt, waarna ze hem voor spiegels zet. Hij overleeft het niet, maar dat kan de verwende prinses niet boeien.

Zemlinksy velazquez.meninas

Diego Velázques: Las Meninas

De zeer traditionele en naturalistische setting is buitengewoon mooi en de kostuums zijn oogverblindend. Je waant je daadwerkelijk aan het Spaanse hof. Het geheel ziet er als een schilderij van Velazques uit, adembenemend.

Adembenemend is ook de uitvoering. James Johnson zingt en acteert een voortreffelijke Don Esteban. Mary Dunleavy heeft alles in huis om de verwaande infante te vertolken: zij is mooi en capricieus. Haar stem is zilverkleurig en kinderlijk licht. Ook als actrice weet ze te overtuigen.

De hoofdrol wordt hier op een onnavolgbare wijze gezongen door Rodrick Dixon. De enige die ik ooit beter vond, was Douglas Nasrawi, die ik de rol hoorde zingen tijdens de ZaterdagMatinee.

James Conlon over de door hem gedirigeerde Der zerbrochene Krug van Ullmann gekoppeld aan Zemlinsky’s Der Zwerg:

DER TRAUMGÖRGE

Zemlinsky Traumgorge “De sprookjes moeten werkelijkheid worden”, zingt Görge, nadat zijn droom door de boeren en zijn verloofde Grete is uitgelachen. En zie maar: Görge vindt zijn gedroomde prinses in de gedaante van de door de boeren uitgestotene Gertraud en zijn droom komt uit.

Het verhaal van Görge de dromer en zijn zoektocht naar het onbereikbare ideaal werd door Zemlinski van muziek van ontroerende schoonheid voorzien. Sehnsucht, zinderende erotiek, symboliek …. Noem het maar op en je vindt het. Het werk doet mij sterk aan Król Roger van Szymanowski denken, dezelfde lange, uitgesponnen lijnen in de sopraan-aria, dezelfde overweldigende koorpartijen, opzwellende orkest. Ik vind het prachtig.

Der Traumgörge (libretto van Leo Feld, naar het sprookje ‘Vom unsichtbaren Königreich’van Richard von Volkmann-Leander en het gedicht van Heine ‘Der arme Peter’) werd door Zemlinsky bedoeld als hulde aan zijn toenmalige geliefde Alma. Door omstandigheden werd de opera nooit bij zijn leven uitgevoerd, de eerste – behoorlijk ingekorte – uitvoering vond pas in 1980 plaats.

Zemlinsky Traumgorge decor

Decorontwerp van Alfred Roller voor ‘Der Traumgörge’. Weense Hofoper 1907

Dat het niet aan de muziek ligt, bewijst de eerste volledige opname uit 1999. Het Keulse orkest onder leiding van James Conlon alleen al verdient een tien met een griffel en de solisten zijn absoluut subliem.

David Kuebler zet met een stralende hoogte een schitterende Görge neer. Zijn stem vermengt de juiste dosis metaal met sottovoce, wat nodig is voor deze rol.

Patricia Racette, toen nog een grote onbekende is onwerkelijk mooi als Gertraud (de fluwelen tonen in ‘Och! Ich wil zu dir in die Welt’ zijn van een Korgoldiaanse schoonheid) en  Andreas Schmidt boers genoeg voor Hans. De liveopname klinkt uitstekend.


DER KÖNIG KANDAULES 

Zemlinsky KK Gerome

Jean-Léon Gérôme (1824-1904): ‘King Candaules’

In 1938 vluchtte Zemlinsky naar New York. In zijn koffertje bevond zich de onvoltooide opera Der könig Kandaules. Eenmaal in New York, hoopte hij op de uitvoering in de Metropolitan Opera.

Zemlinsky Andre Gide

André Gide

Helaas voor hem was het op het toneelstuk van André Gide gebaseerde libretto (koning Kandaules wil zijn geluk en [de schoonheid van] zijn vrouw met iedereen delen. Door de koning aangemoedigd en door een onzichtbaar makende ring geholpen, brengt Gyges een nacht door met de koningin. Als zij achter de ware toedracht komt, spoort zij Gyges aan om de koning te vermoorden waarna hijzelf tot koning wordt gekroond), te gewaagd voor het Amerikaanse publiek. Toen Zemlinsky in 1942 stierf, was zijn opera nog steeds onvoltooid.

Zemlinsky Beaumont

Antony Beaumont

Het was pas de Engelse musicoloog én Zemlinsky-biograaf Antony Beaumont die het partituur voltooide. In oktober 1996 werd de opera in Hamburg uitgevoerd, met enorm veel succes. De uitvoering werd live opgenomen en op het label Capriccio (600712) uitgebracht.

Zemlinsky KK Capriccio

De uitvoering onder leiding van Gerd Albrecht is zonder meer uitstekend en de hoofdrollen zijn met James O’Neal (Kandaules), Monte Pederson (Gyges) en Nina Warren (Nyssia) zeer adequaat bezet. In de kleine rol van Nicomedes horen we een jonge debutant, Mariusz Kwiecień.


Zemlinsky KK Nagano

In 2002 heeft Salzburg de opera op het programma gezet en de live opgenomen – fenomenaal beztte – uitvoering werd in een zeer verzorgde uitgave op 2 cd’s uitgebracht (Naïve 3070). De rol van Kandaules werd vol overgave gezongen door Robert Brubacker en Wolfgang Schöne was een uitstekende Gyges. De Zweedse Nina Stemme, die toen nog in het lyrische ‘fach’ zat, zong een mooie Nyssia. Het Deutsche Symphonie Orcherst onder leiding van Kent Nagano klinkt zeer spannend.

Onze onvolprezen ZaterdagMatinee heeft de opera in november 2007 concertante uitgevoerd, helaas bestaat er geen opname van. Jammer, want de dirigent Bernhard Kontarsky dirigeerde met veel overgave en Stuart Skelton en Jeanne-Michèle Charbonnet waren onvergetelijk als de koningspaar.

Gyges (of was het Zemlinsky zelf?):  „Der, der ein Glück hält, soll sich gut verstecken! Und besser noch, sein Glück vor Andern“.

Deel 1: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Deel 2: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: LYRISCHE SYMPHONIE

Deel 4: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

Zemlinsky LS partituur

Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar de allereerste naoorlogse uitvoering van de Lyrische Symphonie dateert uit eind jaren zeventig van de vorige eeuw. Dit absolute meesterwerk werd gecomponeerd tussen 1922-23 en beleefde zijn première in Praag 4 juni 1924. Het is, net als Das Lied von der Erde van Mahler een soort kruising tussen een orkestrale liederencyclus en een symfonie.

Zemmlinsky Rabindranath-Tagore+Der-Gärtner

Zemlinsky schreef het werk op de tekst van de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore The Gardener, in de Duitse vertaling van Hans Effenberger. De zeven liefdesgedichten zijn gegoten in de vorm van een dialoog tussen een prins (bariton) en een verliefd meisje (sopraan). Veel musicologen beschouwen het werk als autobiografisch en daar zit zeer zeker iets in.

Of het om de (nog steeds?) onverwerkte breuk met Alma Schindler ging, zoals sommige critici willen geloven? Dat denk ik niet, zelf ben ik veel meer geneigd om Antony Beaumont (dé Zemlinsky kenner en biograaf) te geloven dat het om zijn in die tijd net begonnen relatie met Louise Sachsel ging.

Zemlinsky Berg en Fuchs

Alban Berg en Hanna Fuchs

In dit kader bezien is het misschien leuk te weten dat Alban Berg het derde deel van de symfonie (‘Du bist mein Eigen’) in het Adagio Apassionato van zijn Lyrische Suite voor strijkkwartet citeerde. U weet toch wel dat Berg in die tijd een heimelijke liefdesaffaire had met Hanna Fuchs, voor wie hij het werk componeerde?

Hieronder het Adagio appassionato uitgevoerd door het Galimir String Quartet. De opname dateert uit 1935:

Van het ooit zo genadeloos vergeten maar inmiddels het bekendste en het vaakst uitgevoerde werk van Zemlinsky bestaan best veel uitvoeringen. Daar springen er meteen twee uit, van  James Conlon en Riccardo Chailly.

Orkestraal wint Chailly het, voornamelijk vanwege de ongeëvenaarde klank van het KCO, maar in het vierde deel weet Conlon zijn orkest zulke zoete tonen te ontlokken dat ik er helemaal voor ga.

Zemlinsky LS Chailly

Opname onder Riccardo Chaillly:


Zemlinsky LS Conlon

Ook de solisten vind ik bij Conlon geschikter. Bo Skovhus overtuigt mij veel beter dan Håkan Hagegård. De tweede heeft een warme, ronde bariton met iets rustgevends in zijn timbre en dat vind ik hier een nadeel, de rusteloosheid in de stem van Skovhus geeft zijn woorden wat meer impact.

Zijn voordracht vind ik ook helderder en zijn uitspraak duidelijker. Luister hoe hij de woorden  “Du bist mein Eigen, mein Eigen, du, die in meinen endlosen Träumen wohnt...zingt! Ook Soile Isokoski is te prefereren boven de (prachtig zingende, dat wel) sopraan van Chailly, Alexandra Marc.

Opname onder James Conlon:


Bo Skovhus is altijd iemand geweest die de Entartete Musik een meer dan een warm hart toedraagt. Dat liet hij merken door – onder andere – de keuzes voor de door hem gezongen werken.

De Lyrische Symphony stond vaak in zijn concertprogramma’s overal ter wereld, ook in Amsterdam (maart 2007, met Hillevi Martinpelto en het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Donald Runnicles) en behalve voor EMI heeft hij het werk ook voor RCA opgenomen, deze keer met een onvoorstelbaar mooie lyrische sopraan Luba Orgonasova.

Zemlinsky LS Flor

De directie van Claus Peter Flor is een beetje onevenwichtig, maar de zes liederen die er aan vastzitten, door Skovhus gezongen en schitterend op piano begeleid door Helmut Deutsch, maken een boel goed.

Hieronder een opname met Bo Skovhus, Maria Bengtsson en het Staatskapelle Berlin onder leiding van Kirill Petrenko, opgenomen in het Berlijnse Philharmonie op 30 december 2011:

https://www.youtube.com/watch?v=C9G0J9Ljt7E

In de opname van BBC Classics uit 1996 worden de zangpartijen met veel begrip en nog meer nuancen gezongen door Thomas Allen en Elisabeth Söderström. Michael Gielen toont enorm veel affiniteit voor de partituur.

Zemlinsky LS Allen

Zie ook: deel 1
EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

deel 3: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

deel 4: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Lyrische Suite van Alban Berg: Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Mahler 5 onder Mariss Jansons: daar ben ik niet blij mee

Mahler 5 Jansons

Ik ken geen land dat een grotere Mahler-traditie heeft dan Nederland. Wellicht is dat ook de reden dat er elke nieuwe chef-dirigent van het KCO aan zijn eigen Mahler-cyclus begint? Mariss Jansons deed het in zijn Amsterdamse periode en nu hij zijn tijd voornamelijk in München doorbrengt doet hij het ook met zij Bayerische omroeporkest.

Maar ook voor de Müncheners is Mahler geen terra incognita: al in de jaren zestig hebben ze al zijn symfonieën opgenomen onder hun toenmalige chefdirigent Rafael Kubelik. Op papier ziet de uitgave er dus veelbelovend uit, maar van het resultaat gaat mijn hart niet sneller lopen.

Ik sta open voor allerlei interpretaties en laat mij graag overtuigen maar van de dirigent verlang ik dat hij minstens de tempo aanduidingen van de componist respecteert. De beroemde Adagietto hoort ‘Sehr langsam’ gespeeld te worden, maar dat doet Jansons niet. Net zo min als de ‘Trauermarsch (In gemessenem Schritt . Streng. Wie ein Kondukt)’! Vergelijk zijn tempi maar eens met die van Bernstein of mijn absolute favoriet, Eliahu Inbal!

Niet dat Jansons aan het sprinten is, dat ook weer niet, maar opeens moet ik aan de andere vijfde symfonie denken, die van Beethoven. Geen goed teken. Bij de Rondo-Finale (tempo aanduiding: Allegro) aangekomen heeft de dirigent zijn trein al gehaald en doet hij er twee en een halve minuut langer over dan Bernstein en zelfs drie dan Bruno Walter!

Hoezeer ik Jansons ook niet bewonder: deze cd ga ik niet koesteren.


GUSTAV MAHLER
Symphony nr.5
Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv Mariss Jansons
BR Klassik 900150 • 74’

Meer Mahler door Mariss Jansons:

MAHLER 8 van Mariss Jansons

MAHLER 4 Jansons

Mahler 2 onder Jansons: de klank die het van de inhoud wint

 

Cornelius Meister dirigeert Das Klagende Lied: de zangers zijn uitstekend

Das Klagende Lied Meister

Mahler was amper twintig toen hij in 1880 Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische maar o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in de strijd om macht en liefde beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf – zoals hij later schreef – ‘in dem ich mich als “Mahler” gefunden habe’. Daar had hij gelijk in want dat het werk ‘des Mahleriaans’ is staat buiten kijf.

In de cantate, waarvoor Mahler zelf de tekst – ontleend aan sprookjesverzamelingen van Ludwig Bechstein en gebroeders Grimm – schreef, hoor je al de aanzet tot zijn eerste twee symfonieën. Toch – het werk uitgevoerd zien te krijgen ging niet van leien dakje.

In 1893 herzag Mahler het werk waarbij deel één sneuvelde. Die versie dirigeerde hij het voor het eerst in 1901, in Wenen.

Het was pas in 1969 dat het origineel manuscript van de driedelige versie werd ontdekt. Das Klagende Lied wordt niet zo vaak uitgevoerd en het is ook zijn minst opgenomen werk; iedere nieuwe opname, mits goed, is dan ook zeer welkom.

De opname onder Cornelius Meister is zonder meer goed, maar niet zo goed dat het mij de versies onder Sinopoli, Tilson-Thomas of Rozhdestvensky doet vergeten.

Het ligt niet aan de zangers, van wie ik voornamelijk Tanja Ariane Baumgartner en Adrian Eröd zeer overtuigend vind, het ligt aan het orkest. In hun spel mis ik de specifieke klank die van Mahler Mahler maakt.


GUSTAV MAHLER
Das klagende Lied
Simone Schneider (sopraan), Tanja Ariane Baumgartner (mezzosopraan), Torsten Kerl (tenor), Adrian Eröd (bariton)
Wiener Singakademie en het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Cornelius Meister
Capriccio C 5316 • 60’

Verrassend fraaie Vaughan Williams uit Duitsland

Vaughan Williams Steffens

Ralph Vaughan Williams mag dan één van de belangrijkste Britse componisten uit het begin van de twintigste eeuw zijn geweest, zijn muziek is buiten zijn geboorteland niet heel erg populair. Daar komt nog bij dat de meesten van de vele opnamen met zijn composities werden gemaakt door Engelse (of Amerikaanse) orkesten en dirigenten.

Dat het zo is, is verklaarbaar: Vaughan Williams – en zijn meest naaste collega en vriend Gustav Holst hebben er alles aan gedaan om hun muziek vrijwaren van Duitse invloeden en echte ‘Britse muziek’ te creëren.

Vaghan Williams werd sterk beïnvloed door de muziek uit de zestiende eeuw (Thomas Tallis was de grootste favoriet), daarbij heeft hij rijkelijk uit de Engelse volksmuziek geput en (her)gebruikte hij liederen en dansen van het platteland. En jazeker: dat het hem gelukt is is nogal wiedes, zijn muziek ís anders. Zelf vind ik het prachtig, maar menig – zeker Duits georiënteerde – muziekliefhebber haalt er zijn neus voor op.

Een opname gemaakt door een Duits orkest en gedirigeerd door een Duitse dirigent behoort dan ook tot rariteiten. Maar ook aan muzikale rariteiten geen gebrek op deze cd want de meeste van de door Capriccio opgenomen werken hoor je eigenlijk zelden of nooit.

De aanpak van de Duitsers vind ik buitengewoon fraai. Je hoort nog steeds dat het niet anders dan Engels kan zijn, maar ergens in de verte doemt ook Dvořak op. Dat hoor ik voornamelijk in de ouverture van de opera The Poisoned Kiss, een heerlijk zes minuten durend werkje uit 1927.

Maar het mooist vind ik Fantasia on Sussex Folk Tunes, een onvervalste celloconcerto, meesterlijk en zeer aanstekelijk gespeeld door Martin Rummel. Wist u trouwens, dat het niemand minder was dan Pablo Casals die het werk in 1930 voor het eerst heeft uitgevoerd?


RALPH VAUGHAN-WILLIAMS
The Poisened Kiss; Fantasia on Sussex Folk Tunes; In The Fen Country; Three Portraits from “The England of Elisabeth”
Martin Rummel (cello)
Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz olv Karl-Heinz Steffens
Capriccio C5314 • 70’

Mélancolie van Miki Aoki is gewoon waardeloos

Melancolie

Ik had gewaarschuwd moeten zijn. Wie zijn recital Melancholie noemt stevent met voorbedachte rade op beoogd effect: de potentiële luisteraar bij voorbaat in de gewenste stemming te brengen.

Maar ook op de verkoopcijfers want niets verkoopt zo goed als zieligheid en tristesse. Als het maar in mineur staat! Nu is er helemaal niets mis met beiden, maar dan moet men kwaliteit kunnen bieden, want de zak met treurigheid is werkelijk onuitputtelijk. Laat dat nou net niet het geval zijn: het niveau van de mij onbekende Miki Aoki is werkelijk bedroevend.

Het  eerste nummer al, de ‘Mélancolie’ van Francis Poulenc is niet anders dan een cascade van lege klanken, van een nietszeggende gepingel. De noten staan er wel op, dat wel, maar verder?

Hier wordt ik hysterisch van en krijg de neiging om te gaan gillen, al was het om de iele pianoklanken te doen verstommen. Ik pak even de opname van Julien Lellac er bij en kan weer ademhalen.

Hieronder trailer van de opname:

‘Souvenir de Chopin’ van Arthur Honegger zou de reminiscentie aan de grote Pool moeten zijn, maar dat is het niet. Wat moet ik nog meer zeggen? Dat haar Satie ronduit saai is? En dat de ‘Prélude’ van Georges Auric (onderdeel van Album de Six) zo hard klinkt dat de door haar beoogde melancholie met schrik is verdreven?


MÉLANCOLIE
Pianowerken van Eric Satie, Francis Poulenc, Darius Milhaud, Arthur Honegger, Louis Durey, Georges Auric, Germaine Taifferre
Miki Aoki, piano
Profil Hänssler PH15023 • 66′

Béatrice et Bénédict uit Glyndebourne stelt behoorlijk teleur

Beatrice et Benedict

Verheugend nieuws: de ouverture wordt gespeeld met de doek dicht! Nu is de ouverture het bekendste stuk van de hele opera, dat hem dus alle ruimte wordt gegund is bijna vanzelfsprekend. Voor de rest is Béatrice et Bénédict niet echt wat je noemt een kassacracker. Geen wonder: de opera is niet echt spannend, mede veroorzaakt door de ellenlange lappen gesproken tekst.

Het verhaal (Berlioz schreef zelf het libretto naar de Much Ado About Nothing van Shakespeare) stelt niets voor, maar de muziek is bij vlagen toverachtig mooi.

De productie uit Glyndebourne 2016 stelt mij behoorlijk teleur. Laurent Pelly behoort tot mijn geliefde operaregisseurs, maar hier heeft hij zich aan vertild. Het ‘out the box denken’ van de hoofdpersonen heeft hij té letterlijk opgevat en het uiteindelijke resultaat is net zo grauw en grijs als de kleuren van de decors, de kostuums en zelfs de schmink van de zangers.

Gelukkig zijn de zangers allemaal prima. In haar eerste aria ‘Je Vais le Voir’ zet Sophie Karthäuser’ (Héro) nog te zwaar aan, maar haar duet met uitstekende Katarina Bradić (Ursule) ‘Nuit paisible et sereine!’ klinkt zoals het hoort te zijn, als een echt juweeltje.

Stephanie D’Oustrac is een fantastische Béatrice en de seksuele aantrekkingskracht tussen haar en Paul Appleby (Bénédict) is vanaf het begin voelbaar. Maar het is de jonge bariton Philippe Sly die de show steelt als de slungelige Claudio.

HECTOR BERLIOZ
Béatrice et Bénédict
Sophie Karthäuser, Stephanie D’Oustrac, Katarina Bradić, Paul Appleby, Philippe Sly e.a.
The Glyndebourne Chorus (Jeremy Bines), London Philharmonic Orchestra olv Antonello Manacorda
Regie: Laurent Pelly
Opus Arte OA BD7219 D • 118’

Meer Berlioz:
Roméo et Juliette van BERLIOZ. Mini discografie.

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam