cd/dvd recensies

Jiří Belohlávek wervelt in Smetana’s Prodaná Nevěsta

Smetana Verkochte bruid

Mařenka en Janík houden van elkaar, maar haar vader wilt haar aan de zoon van een rijke landeigenaar uithuwelijken. Met behulp van een slimme list komt uiteindelijk alles goed, want het blijkt dat Janík de oudste zoon van de rijkaard is.

Prodaná Nevěsta, de eerste nationale Tsjechische opera, was vanaf het begin een enorme hit. De heerlijke melodieën, de aanstekelijke volksdansjes, het feelgoodverhaal… zeg daar maar eens nee tegen!

De populariteit van de opera beperkte zich niet tot de Tsjechische landsgrenzen, al lijkt het bij de grens van Nederland wel op te houden. Want voor zover ik weet werd de opera hier de laatste 30 jaar nergens uitgevoerd.

Er bestaan een paar goede opnamen van, maar de meeste zijn oud en veelal in het Duits, een nieuwe is dus meer dan welkom.

Ik ben een enorme fan van dirigent Jiří Belohlávek en mijn bewondering voor hem stijgt met de dag. Zelden heb ik de muziek van De verkochte bruid zo aanstekelijk horen spelen. Zo wervelend, zo uitnodigend tot glimlachen.

De mij onbekende zangers zijn allemaal goed. Dana Burešova (Mařenka) doet mij Lucia Popp niet vergeten (wie wel?), maar haar timbre is heerlijk licht, net van een mokkend kind.

Thomáš Juhás lijkt een beetje op de jonge Peter Dvorský en Aleš Voráček is een voortreffelijke Vašek.


Bedřich Smetana
Prodaná Nevěsta
Dana Burešova, Thomáš Juhás, Aleš Voráček, Jozef Benci e.a.
BBC Symphony Orchestra olv Jiří Belohlávek
Harmondia Mundi HMC 902119.20

Vitězslav Novák: een romanticus pur sang

Novak

Stelt u zich voor: het is een mooie zomerdag en u dobbert in een bootje langs de mooiste oevers. Af en toe waait het, al stelt het niet veel voor. Uw gedachten dwalen af, uw ogen vallen dicht. U slaapt niet, maar toch bent u een andere wereld in gevaren, de wereld van poëzie, de wereld van Vítězslav Novák.

Novák (1870 –1949), leerling van Dvořak, is zijn leraar en meester altijd trouw gebleven. Zijn stijl werd voornamelijk gekenmerkt door de pure klankschoonheid. Hij was geen vernieuwer en zijn werken waren alles behalve baanbrekend, wellicht de reden voor de vergetelheid die hij zeker niet verdient. Novák was een romanticus pur sang. Hij hield van de natuur en de Tsjechische folklore, dat alles inspireerde hem tot het componeren van wat je een programmatische muziek zou kunnen noemen. Of, simpel gezegd: symfonische gedichten.

Der Korsar is gebaseerd op het gedicht van Lord Byron dat ook Verdi gebruikte in zijn Il Corsaro. Voor de ouverture Marysa werd Novák geïnspireerd door een toneelstuk van de gebroeders Alois en Wilhelm Mrstik, een tragisch verhaal over liefde en bedrog.

Serenade, wellicht Novák’s bekendste compositie, is precies dat, wat men onder de serenade verstaat: een ongecompliceerd, makkelijk in het gehoor liggend muziekwerkje dat in de zomeravonden buiten werd uitgevoerd.

Het Bergische Symphoniker onder leiding van Romely Pfund speelt heel erg mooi al had ik wat meer betrokkenheid, meer schwung willen horen.

Vitězslav Novák
Serenade, Der Korsar, Marysa
Bergische Symphoniker olv Romely Pfund
MDG 601 1159-2

Midsummer Night met Kate Royal

Kate Royal

Als een nachtegaal in de zwoele zomernacht, zo klinkt Kate Royal op haar tweede recital-cd voor EMI (tegenwoordig Warner) uit 2009. Al bij de eerste maten van de openingsaria (‘Midsummer Night’ uit Miss Julie van William Alwyn, tevens de titel van dit album) veer ik op en krijg tranen in mijn ogen, want wat we hier te horen krijgen, is niet alleen onalledaags, maar ook bloedmooi.

Royal heeft voor een repertoire gekozen dat, op een paar uitzonderingen na, zelden of nooit gespeeld wordt. Alles gecomponeerd in de twintigste eeuw, en voor het merendeel afkomstig uit Engeland (behalve Alwin veel Britten en Walton) en Amerika (Barber, Floyd en Herrmann).

De aria’s zijn verhalen op zich, vol liefde, verwachtingen en verlangens. Hun heldinnen zijn onschuldig naïef, zich niet bewust van hun aantrekkingskracht (Susannah). Maar ze zijn niet gespeend van ontluikende seksuele gevoelens (Miss Julie) of het van alles verterende vuur na het lange wachten (Vanessa). Ze lijken te berusten, maar ze blijven dromen (Wuthering Heights). En soms zijn ze wanhopig en teleurgesteld (Peter Grimes). Maar, zoals het ook in de zomerse nachten gaat – er zingen ook nachtegalen, en aan de hemel schitteren maan en sterren.

Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Af en toe zingt Royal met vreemde maniertjes, een beetje à la Renée Fleming, wat voornamelijk storend werkt in ‘Vilja-Lied’ (Die Lustige Witwe). Wat niet wil helpen, zijn de tergend langzame tempi, en van haar Duits ben ik ook niet gecharmeerd

Ze mist ook de nodige sensualiteit in de (alweer!) veel te langzaam uitgesponnen ‘Mariettas Lied’ (Die Tote Stadt). En – hoe prachtig ze ook de aria aan de maan uit Rusalka zingt – je kan moeilijk beweren dat het een twintigste-eeuwse opera is. Toegegeven, de première heeft in 1901 plaatsgevonden, maar dat is toch op het randje.

Daarvoor in de plaats had ze voor ‘I want Magic!’ uit Previn’s Streetcar named Desire kunnen kiezen. Of – nog beter – voor Roxana’s Aria uit Krol Roger van Szymanowski, daar leent haar stem zich bijzonder goed voor: hoog, etherisch en engelachtig mooi.

Maar dat mag de pret beslist niet drukken. Deze cd is er één om verliefd op te worden.


MIDSOMMER NIGHT
Kate Royal (sopraan),
Orchestra of English National Opera olv Edward Gardner
Warner Classics 5099926819228

“ZIJ HADDEN VOGELS KUNNEN ZIJN” *

Burkhardt Söll: KINDERDINGE. Een requiem voor een oude dokter en zijn weeskinderen

Korczak met de kinderen

Korczak en de kinderen

Zijn echte naam was Henryk Goldszmit. Het pseudoniem Janusz Korczak gebruikte hij voor het eerst in 1898 toen hij deelnam aan een literaire wedstrijd, georganiseerd door de beroemde pianist – en de eerste minister-president in het na de Eerste Wereldoorlog bevrijde Polen -Ignacy Paderewski.

Korczak

Janusz Korczak

Korczak werd geboren in Warschau in een geassimileerd Joods gezin. Na zijn studie medicijnen werkte hij een korte periode als kinderarts en in 1912 kreeg hij de leiding over Dom Sierot, een weeshuis voor Joodse kinderen. Hier bracht hij zijn utopische idealen over een Kinderrepubliek in praktijk: een kindergemeenschap met een eigen parlement, rechtbank en krant, dat alles geleid door kinderen. Na de Eerste Wereldoorlog stichtte hij een tweede weeshuis, Nasz Dom (Ons Huis)

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

Het weeshuis in de Krochmalnastraa

Behalve arts en leider van een weeshuis was Korczak ook pedagoog, leraar, schrijver en schriftgeleerde. Hij werkte bij de Poolse radio en gaf lezingen. Zijn roem was immens, ook buiten de Poolse grenzen werden zijn boeken en artikelen gepubliceerd en geroemd, en zijn pedagogische methoden nagevolgd.

Korczak en kinderen

In november 1940 werd het weeshuis gedwongen naar het ghetto van Warschau te verhuizen en begin augustus 1942 werden de kinderen, samen met Korczak en zijn helpster Stefania Wilczynska op transport gezet. Zelfs de nazi’s hadden ontzag voor de beroemde pedagoog – er werd hem een ontsnappingsmogelijkheid geboden. Trouw aan zijn idealen, weigerde hij echter en ging de kinderen voor in de dood. Allen werden vergast meteen na hun aankomst in Treblinka op 7 augustus 1942.

Korczak den de kindern Yad_Vashem_BW_2

Monument “Janusz Korczak en de kinderen” in Yad Vashem

Over Korczak:

In 1972 werd aan Korczak  postuum de prestigieuze Vredesprijs van de Duitse boekhandelaren toegekend. Er zijn boeken over hem geschreven en films over hem gemaakt en in de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de Duits-Nederlandse componist Burhardt Söll muziekstuk gecomponeerd ter nagedachtenis van Korczak en zijn kinderen, getiteld Kinderdinge. Voor de songteksten tekende sociologe en pedagoge Manuela du Bois-Reymond en in het dagelijks leven de echtgenote van de componist.

 

KOrczak KInderdinge

De wonderschone compositie bestaat uit korte stukjes (kinderscènes) die in elkaar vloeien. De eerste scène ‘Canto d’amore’ wordt opgevolgd door het geluid van kleppers (The only instruments). Er wordt rijkelijk geciteerd  uit de klezmer muziek en Jiddische lieder. Er zijn treingeluiden, grimmige ‘Mars van koffers, schoenen  en jassen’ en er zijn songs.

Song één over het schrikken, song twee over kindermeubels die geen vertrouwen (meer) inboezemen en song drie over het opgesloten zitten in een donkere kast. Een kast die zo klein is dat er plaats is voor maar één been. Alle drie vervuld van immense angst en duisternis en dood (“bei den toten ist mein haus und in der finsternis ist mein bett gemacht”).

De vierde en laatste song (‘The End. What really happened’) is gebaseerd op het ooggetuigenverslag van Marek  Rudnicki, dat gepubliceerd werd in het Poolse Tygodnik Powszechny in 1988.

 Kinderdinge  is een concertversie van Söll’s eigen muziektheaterstuk getiteld Ach und Requiem uit 1994/1995. En dááraan is de in 1991 geschreven Little requiem vooraan gegaan.

Korczak Söll

Burkhardt Söll

De vraag waarom een muziektheaterstuk over Korczak, vanwaar de interesse in de lotgevallen van de oude dokter en zijn kinderen en of het überhaupt mogelijk is het in de muziek te vertellen vormde voor mij de aanleiding voor de ontmoeting met de componist die sinds in 1977 woont in Leiden.

Burkhardt Söll werd in 1944  in Marienberg geboren: zijn moeder was Joods. Bij de eerste vioollessen, die hij bij zijn tantes volgde moest hij bij de ene wel en mocht bij de ander niet klezmermuziek spelen.

Söll studeerde altviool bij de vermaarde Rudolf Kolisch. Al tijdens zijn schooltijd componeerde hij voor het schoolorkest. Zijn opleiding vervolgde hij aan de Hochschule der Künste in Berlijn. Hij studeerde er compositie bij Boris Blacher en Paul Dessau en schilderen bij Horst Antes. Daarna werkte hij geruime tijd als assistent van Bruno Maderna en Ottomar Suitner aan de Berlijnse Opera Unter den Linden.

Korczak Söll zelfportret

Burhardt Söll Zelfportet

In de jaren zeventig was Söll betrokken bij een onderzoek over de esthetische leermethodes voor kinderen en ontwikkelde een methode om kinderen te leren muziekcomposities met de schilderkunst te combineren. Sinds 1977 woont hij in Leiden  en  in 1985 werd hij benoemd als docent aan de Kunstacademie in Utrecht. Zijn schilderijen werden tentoongesteld in o.a. Berlijn, Frankfurt, Parijs en Den Haag.

Korczak koning matthijse

Janusz Korczak en zijn boeken kent hij vanaf zijn prille jeugd en Krol Macius I (Koning Matthijsje de eerste) is nog steeds zijn lievelingsboek. De levensgeschiedenis van de oude dokter heeft hem altijd gefascineerd: iemand die zijn leven in dienst van (wees)kinderen heeft gesteld en die zijn eigen idealen tot de dood trouw bleef.

Voor het schrijven van het muziektheaterstuk werd Söll geïnspireerd door het zien van de ontwerpen van Reinhart Büttner  van kindermeubels: zwart en vervormd. Ach und Requiem werd in 1995 maar één keer uitgevoerd, gelukkig bestaat er een opname van. Het is alleen jammer dat het fraai ogende tekstboekje met op de cover een vioolspelend Joods kind helaas absoluut onleesbaar is. De letters zijn veel te klein en de kleurencombinatie (donkerbruin en lichtblauw) maakt het allemaal nog minder duidelijk.

Fragmenten zijn hier te beluisteren:

https://www.muziekweb.nl/Link/AEX1367/Kinderdinge-music-for-Korczak-and-his-children

*Ontleend aan de novelle van Karlijn Stoffels We hadden vogels kunnen zijn

Burkhardt Söll
Kinderdinge
Music for Korczak and his children
Djoke Winkler Prins (sopraan),
Mary Oliver (altviool), Alison McRae (cello), Huub van de Velde(contrabas), Jörgen van Rijen (trombone),Wilbert Grootenboer (slagwerken), Dil Engelhard (fluit), Jan Jansen (klarinet), Henri Bok (saxofoon)
Directie: Peter Stamm
BVHAAST CD 9703

Weergaloze Schubert door het Storioni Trio

Schubert Storioni

Kent u dit verschijnsel ook? U bent zo stapelgek op een muziekstuk geworden dat u maandenlang niets anders draait. Uw LP’s moet u een paar keer vervangen want van dat alsmaar draaien komen er krassen op. Het komt gelukkig allemaal goed want het werk wordt ook op cd uitgebracht en ….. en opeens krijgt u er genoeg van.

U stopt het in de kast en vergeet het. Tot u er onverwachts weer mee geconfronteerd wordt en denkt iets nieuws ontdekt te hebben. De muziek blijft weliswaar hetzelfde maar de uitvoering is dat niet, het kan dus ook aan de plotselinge ‘twist’ liggen dat je zo blij verrast wordt. En dan komt het gevoel van weleer terug. Het gevoel van gelukzaligheid, van hopeloze eenzaamheid, van tomeloze vreugde en hemelse schoonheid.

Dit overkwam mij toen ik de cd van het Storioni Trio, met pianotrio’s van Schubert, ging beluisteren. “We doen als trio een poging om één lichaam te vormen, met één hartslag en één ademritme”, zei Wouter Vossen ooit, naar wiens viool het ensemble is vernoemd.

Dat het ze gelukt is, daar is die prachtige cd uit 2007 het klinkende bewijs van. Het energieke begin van op.99 verandert in hun handen in een opgewekte wandeling door het bos, die in het tweede deel in een dromerig zeelandschap eindigt. De cello speelt er de rol van een ruisende zee, waarop een bootje (piano) dobbert, aangedreven door een briesje (viool).

Als één man lopen ze in de Allegro van op.100 hun onheil tegemoet in de Andante, om in het laatste deel een glaasje prosecco te heffen op het geslaagde avontuur. Daar doe ik aan mee, proost jongens en: bedankt!


Franz Schubert
Piano Trio No.1 in B flat, op. 99, D.898
Piano Trio No.2 in E flat, op. 100, D.929
Storioni Trio:
Bart van de Roer – piano
Wouter Vossen – viool (Laurentius Storioni, Cremona 1794)
Marc Vossen – cello (Giovanni Grancino, Milaan 1700)
PentaTone classics PTC 5186 050

 

Daniel Barenboim en zijn first steps to glory

Barenboim first steps

Toen ik in 1968 het communistische paradijs achter mij liet kwam ik in een walhalla terecht waarvan ik de verleidingen amper kon weerstaan. Zo heb ik mijn studiebeurs de eerste dag al in een muziekwinkel aan LP’s uitgegeven. Daartussen zaten ook de complete pianosonates van Beethoven, gespeeld door Daniel Barenboim.

De platen heb ik niet meer, ik weet dus niet of het om dezelfde opnamen uit 1959 gaat als die ik nu aan het beluisteren ben, maar dat denk ik niet. In 1959 was Barenboim slechts 17 jaar oud en ik betwijfel of hij toen al in het bezit was van een platencontract.

Wat het meeste opvalt in zijn spel is het jeugdige elan en een soort vanzelfsprekendheid die alleen maar zeer jonge genieën bij zich dragen. In zijn interpretaties valt nergens een twijfel te bespeuren en zijn aanslag is groots.

Ongewild moet ik aan de eerste opnamen van Pogorelic denken, ook Barenboim zoekt de grenzen op, alleen overschrijdt hij ze nergens. Al zijn zijn tempi soms duizelingwekkend zoals in het Rondo Allegro in ‘Patetique’. Over pathetisch gesproken! Maar ook de ‘Apassionata’ doet bij Barenboim zijn naam eer aan. Zelden hoor je de sonate zo meeslepend gespeeld, roekeloos bijna.

 

Nog interessanter is de vierde cd met van alles en nog wat, beginnend met J.Ch.Bach en eindigend met Sjostakovitsj, waarbij de pianosonatine van Dmitri Kabalevsky een nog grotere rariteit is dan de twee kleine niemendalletjes van Pergolesi. Het mijmerende tweede deel, Andantino had zo uit de pen van Satie kunnen komen maar vergis je niet: met het presto belanden we in een (een beetje dan) ‘Prokofjeff-land’.

Deze cd is in 1955 opgenomen wat betekent dat het kind Barenboim toen nog geen dertien jaar oud was. Waanzinnig. Het is echt jammer dat het tekstboekje amper tekst bevat, er staat niet eens bij waar de opnamen plaatsvonden en of waar ze al eerder werden uitgebracht.

Barenboim speelt de sonate van J.Ch.Bach:

 

 

Beethoven: Piano Sonatas Nos. 8, 14, 21, 23, 29, 32
JC Bach: Piano Sonata in B flat major op. 17 No. 6
Pergolesi: Piano Sonatas in B flat major & in G major
Mozart: Variations KV 265
Mendelssohn: Capriccio in F sharp minor op. 5
Brahms: Intermezzo in C major op. 119 No. 3
Kabalevsky: Sonatine for Piano op. 13 No. 1
Shostakovich: Preludes Op. 34 No. 2
Profil PH18038

ON MY NEW PIANO

Ljubka Biagioni zu Guttenberg helpt La Traviata vakkundig om zeep

La Traviata Ljubka Biagioni.jpg

Oempa..pa…paa…. paa…. Pfff…. De prachtige ouverture wordt bij de eerste maat al om zeep geholpen en dat is pas het begin! Kan het nog langzamer? Nog valser? Nog minder in de maat? Kan het nog erger??? Blijkbaar wel, want: daar komen de zangers!

Marta Torbidoni (Violetta) is de scherpste en de meest onaangename soubrette-stem die ik ooit in mijn leven heb gehoord. Wie is zij? In het tekstboekje kan ik alleen een korte info – in drie talen, dat weer wel – over de tenor en de bariton vinden, over de sopraan geen woord. Ook geen foto. Als dat geen teken aan de wand is!

Anton Keremidtchev (vader Germont) schreeuwt de boel bij elkaar en vals dat hij zingt! Maar eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de tenor Michail Michailov (Alfredo) best oké klinkt. Zijn stem beschikt over een ‘typisch’ timbre die zo karakteristiek is voor Bulgaarse tenoren: behoorlijk Italiaans maar met een ‘accentje’. Deze Michailov is het enige lichtpuntje in deze – ook nog eens slecht klinkende – opname.

Het koor klinkt als een samengeraapt zooitje ongeregeld, maar allemaal verbleken ze bij de totaal onbekwame dirigente Ljubka Biagioni zu Guttenberg, want ik kan mij waarachtig niet voorstellen dat het filharmonisch orkest uit Sofia zo ontzettend slecht speelt.

Waardeloos.


GIUSEPPE VERDI
La Traviata
Marta Torbidoni, Michail Michailov, Anton Keremidtchev e.a.
National Philharmonic Choir, Sophia Philharmonic Orchestra olv Ljubka Biagioni zu Guttenberg
Profil PH16050

Boris Giltburg speelt Rachmaninoff

Rach 3 Giltburg.jpg

Natuurlijk is het derde pianoconcerto van Rachmaninoff één van de grootste ‘krachtpatsers’ in de pianoliteratuur en zonder goed ontwikkelde spierballen red je het niet. Maar toch… Het concerto is meer dan dat, althans voor mij. Het is de romantiek pur sang en als ik mijn ogen dichtdoe dan doemen de zwartwit beelden van ‘Brief Encounter’ weer voor mijn ogen.

Doorgans dan, want onder handen van Boris Giltburg lijkt het concert meer op een boksbal of een karate-kid dan op een ruwe bolster blanke pit, als u begrijpt wat ik bedoel. Het is voornamelijk het derde deel, ‘Alla breve’ die het moet ontgelden. Giltburg speelt het niet alleen keihard maar ook razend snel. Té snel. Beste pianist: het is heus niet erg om de trein te missen en op een verlaten station over de verloren liefde te mijmeren!

Giltburg over het concert:

Het is trouwens niet alleen Giltburg die hier ‘schuldig’ aan is want het Schotse orkest onder leiding van  Carlos Miguel Prieto doet voor de solist niet onder. Toch denk ik dat het meer aan de pianist ligt want ook de ‘Variations  on a theme of Corelli’ klinken voornamelijk (kei)hard en zwaar op de hand.

Het is zonder meer zeer virtuoos en bewonderenswaardig wat Giltburg doet, maar mooi? Ik ben er in ieder geval niet blij mee.


SERGEY RACHMANINOFF
Pianoconcert No.3, Variations  on a theme of Corelli
Boris Giltburg (piano)
Royal Scottish National Orchestra olv Carlos Miguel Prieto
Naxos  8573630

Weergaloze Liszt-recital door Boris Giltburg

International Arthur Rubinstein Piano Master Competition: wedstrijd met een menselijk gezicht

Hush van Nora Fischer & Marnix Dorrestein is niet aan mij besteed

Hush Nora Fischer

Nora Fischer is een klassiek geschoolde zangeres maar ze verdomt het om in een hokje gestopt te worden. Zodoende doet zij ook aan pop, folk en jazz en dat allemaal het liefst door elkaar. Moet kunnen. Toch? Nu, van mij mag het zeer zeker maar dan moet het uiteindelijke resultaat overtuigend zijn en dat is het nu niet.

In een interview met de NRC zei Fischer dat zij zo veel mogelijk mensen wil laten horen hoe “tijdloos mooi die liedjes van vier eeuwen oud zijn”. Vandaar dat zij met de gitarist Marnix Dorrestein samen is gaan kijken “wat er gebeurt als je die muziek omzet naar de taal van nu”.

Wellicht ben ik er te oud voor, maar als dit de taal van nu is dan versta ik hem niet.

The making of:

Er valt niet te ontkennen dat het geheel iets heeft, zeker de bijdrage van de gitarist vind ik bij vlagen spannend. Helaas: Nora Fischer zingt voor mij te eenkleurig, te emotieloos, waarmee zij het tegenovergestelde bereikt wat ze beoogde. Of het Purcell is of Monteverdi: alles klinkt eender. Het is te veel Emma Kirkby en te weinig Cathy Berberian, zeg maar.

Op den duur slaat de verveling toe en dan duurt de krappe veertig minuten (de spelduur van deze cd) best lang!


 

Dat het ook anders kan heeft Tania Kross al eerder met haar Krossover laten horen.

https://basiaconfuoco.com/2017/01/24/krossover-opera-revisited/

HUSH
Werken van Scarlatti, Monteverdi, Dowland, Caldara, Vivaldi, Purcell, Landi, Cesti en Vivaldi in arrangementen van Nora Fischer & Marnix Dorrestein
Nora Fischer (zang), Marnix Dorrestein (elektrische gitaar & zang)
DG 00289 4816920

Opera Rara: varia

GIOVANNI PACINI: CARLO DI BORGOGNA

Opera Rara Pacini Carlo

Vierenzeventig opera’s heeft hij geschreven, maar voor een doorsnee operaliefhebber is hij niet meer dan een naam. Een enkele verzamelaar van Leyla Gencer kende zijn Sappho, een doorgewinterde belcanto bewonderaar heeft Maria, Regina d’Inghilterra op zijn plank staan. Maar van Carlo di Borgogna heeft bijna niemand gehoord.

Geen wonder. De première in 1835 was een fiasco en de opera werd nooit meer uitgevoerd. Sterker: ook de partituur werd niet eerder uitgegeven. Is het terecht? Laat ik maar eerlijk zijn: een hoogvlieger is het niet.

De opbouw is heel traditioneel: cavattina, cabaletta, stretta en van enige psychologische ontwikkeling van de personages is absoluut geen sprake. Wat dat betreft blijft Paccini ver achter bij zijn tijdgenoten Donizetti en – voornamelijk – Bellini.

Maar de muziek  is machtig mooi en er valt wanzinnig veel te genieten. Het is tenslotte niet voor niets dat Pacini ‘Il maestro di cabaletta’ werd genoemd!

De uitvoering is van een onvoorstelbaar hoog niveau. Alle zangers, met Bruce Ford, Jennifer Larmore en Elizabeth Futral voorop beschikken over een formidabele techniek en een ongekende souplesse en David Parry dirigeert met verve en overgave.

Toen de opname op de markt werd gebracht werd er in de connaisseurkringen gesproken over een ‘belcanto opname van het millennium’. Niet onterecht! (ORC21)

Jennifer Larmore en Elizabeth Futral zingen het duet ‘Qual d’un angelo nel core, espulsa schernita’:

GIOVANNI SIMONE MAYR: GINEVRA DI SCOZIA

Opera Rara Mayr Ginevra

Wij kunnen het ons niet meer voorstellen maar Giovanni Mayr behoorde ooit tot de meest succesvolle opera componisten. Zijn Ginevra di Scozia ging in 1801 in Teatro Nuovo in Triest in première waar ze dertig jaar repertoire heeft gehouden, zelfs nadat Mayrs’ roem door de ‘nieuwkomers’ Rossini en Donizetti werd overschaduwd. Exact tweehonderd jaar later keerde Ginevra met veel succes terug naar Triest, alwaar zij live werd opgenomen.

Als basis voor het libretto diende een episode uit Orlando Furioso van Ariosto: Ariodante en Ginevra houden van elkaar en de jaloerse gemenerik Polinesso doet alles om ze uit elkaar te drijven. Drie cd’s lang zijn wij getuige van alle verwikkelingen, gelukkig loopt het allemaal goed af.

De bezetting is bijzonder sterk. Allereerst is er de titelrol van Elizabeth Vidal: een schitterende coloratuursopraan die met gemak en soepelheid al haar vereiste hoge E’s (en dat zijn er wat!) haalt en daarbij nog tot tranen toe weet te ontroeren. luister maar naar ‘Di mia morte’ ( een driedelige aria begeleid door cello obligato) aan het eind van de eerste acte.

Met haar warme en beweeglijke alt zet Daniela Barcellona een ontroerende Ariodante neer en Antonino Siragusa trekt alle registers open in zijn rol van de schurk Polinesso. (ORC23)

AMBROISE THOMAS: LA COUR DE CÉLIMÈNE

Opera Rara Thomas Celimene

Ooit van gehoord? Nee? Ik ook niet. Zo jammer want La Cour de Célimène van Thomas is werkelijk niet te versmaden! Het is een verrukkelijke, erotisch getinte komedie waarin een jonge, rijke weduwe maar liefst veertien (!) van haar bewonderaars tegen elkaar uitspeelt om uiteindelijk in een verstandshuwelijk met een oude commandeur te stappen.

Tussendoor krijgen we ook nog een duel, want Célimènes laatste aanwinst, de Chevallier (schitterende Sébastien Droy) is heetgebakerd, maar het komt allemaal goed en in ruil voor een comfortabel leven in haar landhuis is de commandeur maar al te bereid alle minnaars van zijn vrouw te accepteren.

La Comtesse (een rol geschreven voor de legendarische coloratuursopraan, Marie Miolan-Carvalho) wordt prachtig gezongen door een zeer virtuoze Laura Claycomb. Joan Rodgers geeft haar tegengas als haar meer serieuze zus en Alastair Miles is werkelijk kostelijk als de Commandeur.

Het is een amusement van het hoogste niveau en de sprankelende muziek is wonderschoon. Wat een feest!  (ORC 37)

 

IL PRIMO DOLCE AFFANNO

Opera Rara Il primo

De titel van deze cd, Il primo dolce Affanno (Mijn eerste zoete verdriet) is ontleend aan Benedetto sia ’l giorno, één van de sonnetten van Francesco Petrarca. In dit inmiddels al de zevende deel van de serie Il Salotto (Het Salon) presenteert Opera Rara een heerlijke selectie  van liederen, liedjes en duetten uit het midden- tot het einde van de negentiende-eeuwse repertoire. (ORR230)

De drie Petrarca-sonnetten in de onweerstaanbaar mooie zetting van Franz Liszt fungeren als de leidraad, voor de rest biedt de cd voornamelijk onbekende composities van Giacomo Meyerbeer, Camille Saint-Säens, Prins Józef Poniatowski, Federico Ricci, Antonio Carlos Gomes, Antonio Buzzolla en Giuseppe Verdi. Iets om even bij stil te staan, want: waarom worden die pareltjes bijna nooit uitgevoerd?

Alleen de ‘Barcarola’  voor drie stemmen van Buzzolla valt een beetje tegen, wat wellicht de schuld kan zijn door de onzeker intonerende William Matteuzzi.

Voor de rest zijn de zangers (Elizabeth Vidal, Laura Claycomb, Manuela Custer, Bruce Ford, Roberto Servile en Alastair Miles) zonder meer voortreffelijk. Ze worden dan ook uitstekend begeleid door David Harper op de piano

Elizabeth Vidal zingt ‘Theme varie for soprano’ van Camille Saint-Saens :

Meer Opera Rara opnamen:
LA COLOMBE
Les Martyrs
FANTASIO
Bruisende ‘Semiramide’ van Opera Rara