Nicolai Gedda, lyric poet of the tenor voice

Scandinavia is a cradle of good voices. They have a singing culture that we can only dream of. No wonder, then, that many world-famous singers come from there. Nicolai Gedda is one of them. The Swede born on July 11, 1925 spent the first nine years of his life in Leipzig, where his Russian father was appointed cantor of the Russian Orthodox Church. From childhood he was fluent in Swedish, Russian and German, to which he added a lot more languages later in life.

Gedda was an exceptionally musical and intelligent singer with a healthy technique, which allowed him to have a very long singing career. I myself heard him for the first time when he was well over seventy, but his voice was still young and fresh.

His repertoire included, apart from the heroic roles, basically everything: opera, operetta, oratorios, songs, old and modern. Bach, Mozart, Haydn, Schubert, but also Massenet and Puccini, Bernstein and Barber. The latter composed the role of Anatol (Vanessa) especially for him.

Below: Nicolai Gedda sings ‘Outside this house the world has changed’ from Barber’s Vanessa

In 2010, it was fifty years since Gedda made his first recording for EMI, and to celebrate this, 11 CDs were compiled with anything and everything from his rich repertoire. An absolute must for anyone who loves the art of singing.

Below: Nicolai Gedda and Maria Callas in ‘Vogliatemi Bene’ from Madama Butterfly

Bach, Gluck, Mozart, Adam, Puccini, Beethoven, Borodin, Berlioz, Bizet en nog veel meer
EMI 4560952

Here is a small selection of his many capabilities:

Barbers Vanessa from Glyndebourne: it doesn’t get any better than this

Vanessa dvd

We, European snobs, turn up our noses at American music. We find it all kitsch without really understanding it at all. What do we know about Samuel Barber and his partner Menotti, who also was a gifted composer, director and librettist? Little, I’m afraid. But how ‘American’ were they?  And what does that actually mean?

Vanessa, Samuel Barber’s first opera, hit like a bomb. The premiere at the Met on January 15, 1958 was a huge success. Newsweek reported that Barber’s performance was hailed with “an utter roar, usually reserved for prima donnas”. Dimitri Mitropoulos, who conducted the performance, remarked with great  enthusiasm, “At last, an American Grand Opera!”

But not so long after, the opera was labelled ‘un-American’. And that is a good point, for the libretto by Menotti, slightly based on the stories of Isak Denisen (Karen Blixen), is universal and of all times; and most reminiscent of  ‘Great Expectations’ by Charles Dickens.

After the premiere in 1958 (and the recording on RCA), Vanessa was locked up and almost forgotten. The reason? Ask the programmers, the managers, the musicologists, because I do not know. That the opera is still being staged, albeit sparsely, is thanks to Kiri te Kanawa who sang the role of Vanessa in Monte Carlo in 2001 and repeated it twice: in Washington and Los Angeles. That was a wake up call.

I cannot help but consider the production recorded for DVD at Glyndebourne in 2018 to be an absolute masterpiece. Keith Warner’s staging is very cinematic and it does the opera justice. You can really feel the cold and the frost and there are even a few snowflakes. Think of winter in Scandinavia. Of Strindberg. And of those emotions that remain hidden under a thick layer of ice…

Barber composed the role of Anatol for Nikolai Gedda. Edgaras Montvidas does not really come close to it. His beautiful, light tenor lacks sensuality, so it is not really plausible that he would break the hearts of no less than two women. Although… Vanessa has been waiting so long that she is ready for anything and Erika has never even met a man before. One thing is for sure: this Anatol is going to cause a lot of problems. Another thing is also for sure: this Anatol is going to make you hate him.

Erika is officially a cousin of Vanessa, but the good listener knows better and this production blatantly shows it. Erika is Vanessa’s daughter. That makes all relationships even more complicated – she is now also Anatol’s sister! – but at the same time also clearer. The French light mezzo Virginie Verrez is irresistible in the role. Her voice sounds youthful, curious and longing. Her ‘Must the winter come so soon’ already brings tears to my eyes. Towards the end, her voice becomes almost Vanessa-like in timbre. She closes the curtains, covers the mirrors and locks the doors. It is now her time to wait. Touching.

Vanessa is portrayed phenomenally by Emma Bell. Overemotional on the one hand, and yet pretty cool and calculating on the other. Something is not right there, you feel it, no, you know it. Bell does an excellent job of expressing that borderline-like quality. Both in her singing and in her acting.

Rosalind Plowright is peerless as the old baroness. She too, as are her daughter and granddaughter, is emotionally conflicted. Compassionate but up to a point: her principles win out over her feelings.

Donnie Ray Albert is irresistible as the old doctor. His ‘Under the linden tree’ is a real showstopper.

The London Philharmonic Orchestra, conducted by Jakub Hrusa, plays the stars from the sky. My God, what a conductor!

Barber: “Art is international, and if an opera is inspired, it needs no boundaries.” And that is so true here.

Emma Bell, Virginie Verrez , Edgaras Montvidas, Rosalind Plowright, Donnie Ray Albert, William Thomas, Romanas Kudriasovas
The Glyndebourne Chorus;  London Philharmonic Orchestra olv Jakub Hrusa
Regie: Keith Warner
Opus Arte OABD725

Basia con fuoco’s Top tien 2020

Het blijft een hels karwei om de mooiste en de beste tien cd’s van het jaar te kiezen. Ten eerste: ook een recensent is maar een mens en gaat meestal subjectief te werk. Al doe ik werkelijk mijn best om objectief te blijven. Ook het aanbod is enorm, nog steeds, al moet je het nog maar zelden van ‘majors’, de grote labels hebben. En toch: dit jaar hebben ‘ze’ ook mij verrast met een paar gewaagde uitgaven.

Ik moet ook toegeven: niet alles heb ik beluisterd en dat speet mij zeer. Er liggen nog een heleboel cd’s die ik had moeten beluisteren en er niet aan toe kwam. Wie weet, waren ze ook op mijn lijst gekomen?Er zijn ook cd’s die ik al beluisterd had en ze schitterend bevonden maar door omstandigheden nog niet aan toe kwam om er over te schijven. Die titels hebben jullie nog te goed.

Het lijstje is opgesteld in alfabetische volgorde naar de componist, uitvoerende of de titel.

1. Thomas Àdes

Ades picos

De voorliggende opname werd in Boston in 2016 live gemaakt en ik kan mij niet voorstellen dat er een betere uitvoering mogelijk is.

In English:

2. Samuel Barber: Vanessa

Vanessa dvd

De productie die in Glyndebourne in 2018 voor dvd werd opgenomen kan ik niet anders dan als een absolute top beschouwen

3. Frederic Chopin: piano concerto’s

Chopin Grosvenor

Waar hij het vandaan haalt weet ik niet, maar zijn spel maakt dat het voelt alsof ik de concerten voor het eerst hoor, terwijl ik ze eigenlijk kan dromen.

4. Haydn: Scottish songs


Ik moet eerlijk bekennen: toen ik die cd in mijn speler duwde hoopte ik dat ik het zou overleven. De verrassing – en dat plezier – kon niet groter zijn geweest. Wat een cd!

5. Walter Kaufmann: Chamberworks

Nee, het is niet zo dat je meteen aan Ravi Shankar moet denken, maar de Indiase invloed is onmiskenbaar. En dat, terwijl je overduidelijk met de westerse muziek uit de jaren twintig/dertig te maken hebt.

In English:

6. Nikolai Medtner: Incantation

Medtner zingen is niet makkelijk! Dat komt door de complexiteit van de muziek. De pianopartij is nadrukkelijk aanwezig en dat terwijl zanglijnen voornamelijk lyrisch en ingetogen zijn en dat is wat de muziek van Medtner aantrekkelijk én uitdagend maakt.

In English:

7. Poulenc en Français: kamermuziek

Neem alleen de fluitsonate van Poulenc, als je daar niet blij van wordt dan weet ik het niet. […] Dat ze ontzettend veel plezier hebben in hun spel is nogal wiedes en dat plezier geven ze door aan de luisteraars. Heerlijke cd!

8. Regards sur l’Infin

De Amerikaanse, in Nederland wonende Katharine Dain beschikt over een heldere sopraan en haar voordracht is niet alleen zeer expressief maar ook warm. In haar uitvoering zijn al de liederen niets minder dan kleine drama’s. Drama’s die passen in een afgesloten kamer die je voorlopig niet mag verlaten en waar geen buiten bestaat.

9. Vincerò!

Beczala Vincero

Beczala benadert zijn helden emotioneel en schuwt het sentiment niet, want niet inhoudt dat hij schmiert.

In English:

10. Marcel Worms: Pianoworks by Jewish composers

Worms pianowerkem

Waar ik wel kapot van ben is het onweerstaanbare spel van de pianist. Marcel Worms speelt alsof zijn leven er van afhangt. Vol overtuiging en een echt pianistiek elan.

In English:

Barbers Vanessa uit Glyndebourne: beter bestaat niet

Vanessa dvd

Wij, Europese snobs, we halen de neus op voor de Amerikaanse muziek. Wij vinden het allemaal kitsch zonder het echt te kennen. Wat weten wij van Samuel Barber en zijn partner, ook een begenadigde componist en regisseur- en librettist Menotti? Weinig, vrees ik. Maar hoe ‘Amerikaans’ waren ze?  En wat houdt dat eigenlijk in?

Vanessa, de eerste opera van Samuel Barber sloeg in als een bom. De première in de Met op 15 januari 1958 was een groot succes. Newsweek meldde dat Barbers optreden werd begroet met “het volslagen gebrul dat gewoonlijk is voorbehouden aan prima donna’s”. Dimitri Mitropoulos die de voorstelling dirigeerde liet zich enthousiast ontvallen: “Eindelijk, een Amerikaanse grootse opera!”

Maar niet zo lang erna werd de opera als ‘on-Amerikaans’ bestempeld. En daar zit wat in, want het libretto van de hand van Menotti, lichtelijk gebaseerd op de verhalen van Isak Denisen (Karen Blixen) is universeel en van alle tijden; en het meeste doet denken aan ‘The great expectations’ van Charles Dickens.

Na de première in 1958 (en de opname op RCA) werd Vanessa in de schuilkelders opgesloten. De reden? Vraag het aan de programmeurs, intendanten en musicologen want ik weet het niet. Dat de opera nu, al is het mondjesmaat nog ergens vertoond wordt hebben we aan te danken Kiri te Kanawa die de rol van Vanessa in 2001 in Monte Carlo heeft gezongen en het nog twee keer herhaalde: in Washington en Los Angeles. Men werd wakker.

De productie die in Glyndebourne in 2018 voor dvd werd opgenomen kan ik niet anders dan als een absolute top beschouwen. De enscenering van Keith Warner is zeer filmisch en doet de opera alle recht toe. Je voelt de kou en de vorst en er zijn zelfs sneeuwvlokjes. Denk aan winter in Scandinavië. Aan Strindberg. En aan die emoties die onder de ijslaag verborgen blijven…

Barber componeerde de rol van Anatol voor Nikolai Gedda. Daar komt Edgaras Montvidas niet echt in de buurt. Zijn mooie, lichte tenor mist eenmaal de sensualiteit waardoor het niet echt aannemelijk is dat hij de harten van maar liefst twee vrouwen zo maar kan breken. Alhoewel… Vanessa zit al zo lang te wachten dat zij alles voor waar kan aannemen en Erika heeft nog niet eerder een man ontmoet. Een ding is zeker: deze Anatol gaat voor nog veel meer brokken zorgen. En: deze Anatol gaat u haten.

Erika is officieel een nicht van Vanessa, maar de goede luisteraar weet beter en deze productie laat het onbeschaamd zien. Erika is Vanessa’s dochter, zij is dus ook Anatal’s zus. En nu ook minnares. Dat maakt alle verhoudingen nog ingewikkelder maar tegelijk ook helderder.

De Franse lichte mezzo Virginie Verrez is in die rol onweerstaanbaar. Haar stem klinkt jeugdig, nieuwsgierig en verlangend. Al bij haar ‘Must the winter come so soon’ zorgt zij voor tranen in mijn ogen. Aan het eind wordt haar stem zowat Vanessa-achtig van timbre. Zij sluit de gordijnen, laat de spiegels bedekken en de deuren op slot. Het is nu haar tijd om te wachten. Ontroerend.

Vanessa wordt fenomenaal vertolkt door Emma Bell. Van de ene kant overemotioneel en toch behoorlijk koel en berekenend. Daar klopt iets niet, dat voel je, nee, dat weet je. Dat borderline-achtige, dat weet Bell voortreffelijk te verwoorden. Zowel in haar zingen als in het acteren.

Rosalind Plowright is weergaloos als de oude barones. Ook zij, net als haar dochter en kleindochter zit emotioneel in de knoop. Meevoelend maar tot op bepaalde hoogte: haar principes winnen het van het gevoel.

Donnie Ray Albert is onweerstaanbaar als de oude dokter. Zijn ‘Under the linden tree’ is een echte showstopper.

Het London Philharmonic Orchestra speelt onder leiding van Jakub Hrusa sterren van de hemelMijn God, wat een dirigent!

Barber: “Art is international, and if an opera is inspired, it needs no boundaries.” En zo is dat.

Emma Bell, Virginie Verrez , Edgaras Montvidas, Rosalind Plowright, Donnie Ray Albert, William Thomas, Romanas Kudriasovas
The Glyndebourne Chorus;  London Philharmonic Orchestra olv Jakub Hrusa
Regie: Keith Warner
Opus Arte OABD725

Midsummer Night met Kate Royal

Kate Royal

Als een nachtegaal in de zwoele zomernacht, zo klinkt Kate Royal op haar tweede recital-cd voor EMI (tegenwoordig Warner) uit 2009. Al bij de eerste maten van de openingsaria (‘Midsummer Night’ uit Miss Julie van William Alwyn, tevens de titel van dit album) veer ik op en krijg tranen in mijn ogen, want wat we hier te horen krijgen, is niet alleen onalledaags, maar ook bloedmooi.

Royal heeft voor een repertoire gekozen dat, op een paar uitzonderingen na, zelden of nooit gespeeld wordt. Alles gecomponeerd in de twintigste eeuw, en voor het merendeel afkomstig uit Engeland (behalve Alwin veel Britten en Walton) en Amerika (Barber, Floyd en Herrmann).

De aria’s zijn verhalen op zich, vol liefde, verwachtingen en verlangens. Hun heldinnen zijn onschuldig naïef, zich niet bewust van hun aantrekkingskracht (Susannah). Maar ze zijn niet gespeend van ontluikende seksuele gevoelens (Miss Julie) of het van alles verterende vuur na het lange wachten (Vanessa). Ze lijken te berusten, maar ze blijven dromen (Wuthering Heights). En soms zijn ze wanhopig en teleurgesteld (Peter Grimes). Maar, zoals het ook in de zomerse nachten gaat – er zingen ook nachtegalen, en aan de hemel schitteren maan en sterren.

Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Af en toe zingt Royal met vreemde maniertjes, een beetje à la Renée Fleming, wat voornamelijk storend werkt in ‘Vilja-Lied’ (Die Lustige Witwe). Wat niet wil helpen, zijn de tergend langzame tempi, en van haar Duits ben ik ook niet gecharmeerd

Ze mist ook de nodige sensualiteit in de (alweer!) veel te langzaam uitgesponnen ‘Mariettas Lied’ (Die Tote Stadt). En – hoe prachtig ze ook de aria aan de maan uit Rusalka zingt – je kan moeilijk beweren dat het een twintigste-eeuwse opera is. Toegegeven, de première heeft in 1901 plaatsgevonden, maar dat is toch op het randje.

Daarvoor in de plaats had ze voor ‘I want Magic!’ uit Previn’s Streetcar named Desire kunnen kiezen. Of – nog beter – voor Roxana’s Aria uit Krol Roger van Szymanowski, daar leent haar stem zich bijzonder goed voor: hoog, etherisch en engelachtig mooi.

Maar dat mag de pret beslist niet drukken. Deze cd is er één om verliefd op te worden.

Kate Royal (sopraan),
Orchestra of English National Opera olv Edward Gardner
Warner Classics 5099926819228