Henri_Purcell

Dido and Aeneas kent duizenden uitvoeringen en opnamen. Ik kies er één

Dido and Aeneas

Er is geen barokopera die vaker werd vastgelegd dan Dido and Aeneas van Henri Purcell. Er is voor elk wat wils: met moderne instrumenten of met authentieke instrumenten, met meisjesachtige of met grote dramatische sopranen/mezzosopranen als Dido, met tenoren of baritons (en zelfs een enkele keer een countertenor) als Aeneas. Hoe moet je kiezen?

Dido Flagstadt

Zelf heb ik een enorme zwak voor de opname uit 1951 met Kirsten Flagstadt, Geraint Jones en Elisabeth Schwarzkopf, gedirigeerd door Wilhelm Fürtwangler (verkrijgbaar bij EMI, Naxos of Nimbus), maar dat was de eerste opname van het werk die ik hoorde.


Dido Norman

Zeer dierbaar is me ook de uitvoering met Jessye Norman en Thomas Allen (Philips 4162992) uit 1985.


Dido Connolly

In 2009 is er nog een opname van de opera op de markt verschenen en de eerste vraag die rees was: voegt deze nieuwe iets toe aan al die bestaande? Het antwoord is een volmondig ja.

Ik ga het hier niet over de verschillende versies van de opera zelf hebben, dat staat uitgebreid in het tekstboekje. De definitieve bestaat waarschijnlijk niet, daarvoor is er in de loop der jaren te veel verloren gegaan en te veel aan toegevoegd. Zelfs de juiste premièredatum staat niet echt vast.

Die opname is op speciaal verzoek van Sarah Connolly gemaakt, een begenadigde Engelse mezzo die zo met het karakter (zij zong ook de rol van Dido in Les Troyens van Berlioz) is vergroeid, dat ze zowat haar personificatie is geworden. Haar stem is groot, dramatisch, maar ook puur – een beetje in de lijn van Tatjana Troyanos. Zij zet een zeer getormenteerde Dido neer met wie men medelijden moet hebben.

Gerald Finley zingt Aeneas in de traditie van Thomas Allen: een in de war geraakte, vriendelijke, maar ook zeer verleidelijke macho. Ook de overige rollen (Connolly zelf heeft de cast samengesteld) zijn voortreffelijk. Maar het allermooiste is het orkest (Orchestra of the Age of Enlightenment): licht en transparant, daar kan je niet anders dan verliefd op worden (Chaconne CHAN 0757).


 

Hush van Nora Fischer & Marnix Dorrestein is niet aan mij besteed

Hush Nora Fischer

Nora Fischer is een klassiek geschoolde zangeres maar ze verdomt het om in een hokje gestopt te worden. Zodoende doet zij ook aan pop, folk en jazz en dat allemaal het liefst door elkaar. Moet kunnen. Toch? Nu, van mij mag het zeer zeker maar dan moet het uiteindelijke resultaat overtuigend zijn en dat is het nu niet.

In een interview met de NRC zei Fischer dat zij zo veel mogelijk mensen wil laten horen hoe “tijdloos mooi die liedjes van vier eeuwen oud zijn”. Vandaar dat zij met de gitarist Marnix Dorrestein samen is gaan kijken “wat er gebeurt als je die muziek omzet naar de taal van nu”.

Wellicht ben ik er te oud voor, maar als dit de taal van nu is dan versta ik hem niet.

The making of:

Er valt niet te ontkennen dat het geheel iets heeft, zeker de bijdrage van de gitarist vind ik bij vlagen spannend. Helaas: Nora Fischer zingt voor mij te eenkleurig, te emotieloos, waarmee zij het tegenovergestelde bereikt wat ze beoogde. Of het Purcell is of Monteverdi: alles klinkt eender. Het is te veel Emma Kirkby en te weinig Cathy Berberian, zeg maar.

Op den duur slaat de verveling toe en dan duurt de krappe veertig minuten (de spelduur van deze cd) best lang!


 

Dat het ook anders kan heeft Tania Kross al eerder met haar Krossover laten horen.

https://basiaconfuoco.com/2017/01/24/krossover-opera-revisited/

HUSH
Werken van Scarlatti, Monteverdi, Dowland, Caldara, Vivaldi, Purcell, Landi, Cesti en Vivaldi in arrangementen van Nora Fischer & Marnix Dorrestein
Nora Fischer (zang), Marnix Dorrestein (elektrische gitaar & zang)
DG 00289 4816920