cd/dvd recensies

Libertà! Een herontdekte opera van Mozart?

Liberta Mozart

Nee, nee, schrik niet, Mozart heeft nooit een opera gecomponeerd die Libertà! heet. Er zijn ook geen onbekende stukken van zijn hand in de kelders in Salzburg gevonden. Wat we hier krijgen is niet meer (maar ook niet minder) dan een medley van Mozarts onvoltooide werken, die allemaal gecomponeerd werden tussen 1782 tot 1786. In die tijd maakte Mozart zich los van de aartsbisschoppelijke censuur: hij ging naar Wenen! Je kunt zeggen dat die stukken een soort pentekeningen waren op zijn weg naar genialiteit.

Het is trouwens niet alleen Mozart wat we hier te horen krijgen, want het geheel is gelardeerd met stukken van Paisiello, Salieri en Soler. En het gekke is: zo bij elkaar gerangschikt maken ze een hecht geheel. Een geheel dat de titel volkomen dekt, want ja, de (artistieke) vrijheid, daar gaat het hier voornamelijk om. Best belangrijk nu we met de nieuwe preutsheid en verregaande beperkingen te maken krijgen.

De zangers zijn allemaal om door een ringetje te halen en wat de dirigent betreft: ooit een zanger, altijd een zanger. Raphaël Pichon, de oprichter van het ensemble Pygmalion ademt met zijn solisten mee waardoor ze niet alleen gesteund maar ook voortgestuwd worden. Schitterend.


Wolfgang Amadeus Mozart
Libertà!
Mozart et l’Opera
Drama gioccoso imaginaire en trois scènes
Sabine Devieilhe, Siobhan Stagg (sopraan); Serena Malfi (mezzosopraan), Linard Vrielink (tenor), John Chest (bariton), Nehuel di Pierro (bas)
Pygmalion olv Raphaël Pichon
Harmonia Mundi HMM 902638.39

Fritz Wunderlich zoals we hem nog niet kenden

Wunderlich 20 eeuw

Fritz Wunderlich, tenor. Geboren in september 1930. Gestorven in september 1966, zesendertig jaar oud. Wat is er gebeurd? Daar komen we nooit achter. Hij was, samen met zijn beste vriend, de bariton Hermann Prey aan het jagen. Ze hebben gedronken. Officieel struikelde hij over zijn veters en viel van de trap af. Kan, al zijn de geruchten en de roddels rond zijn dood niet mals. Maar: doet het er eigenlijk toe? Eén van de beste tenors ter wereld was, zo maar, op zijn zesendertigste dood.

Fritz Wunderlich en Hermann Prey zingen het duet uit de Parelvissers van Bizet. In het Duits:

Wij, de ‘nabestaanden’, wij mogen ons gelukkig prijzen, want hij heeft behoorlijk wat opnames voor ons nagelaten. Heel veel liederen (zijn Dichterliebe is om te huilen zo mooi!), maar ook opera’s. Veel opera’s. Meer dan je zou kunnen vermoeden.

Het eerste wat je opvalt als je naar Wunderlich luistert, is zijn grote natuurlijkheid en totale gebrek aan gekunsteldheid. Zijn dictie is helder maar nergens nadrukkelijk – een euvel waar de meeste liedzangers van zijn generatie zich schuldig aan maakten. Hij weet een perfecte balans tussen woord en muziek te vinden en iedere vorm van maniërisme is hem vreemd. In menig opzicht blijft hij de ideale vertolker van  ….van alles eigenlijk. Schubert, Schumann, Mahler …..Maar ook Rossini, Tsjaikovski en Puccini.

Fritz Wunderlich zingt de aria van Lensky uit  Evegeny Onegin. De opname is uit 1962

En dan opeens, zo maar out of the blue worden we verrast met een box met drie cd’s gevuld met de niet eerder uitgebrachte opnames. Althans niet officieel. Daar gaat een beetje verzamelaarshart sneller van kloppen. En alsof het niet genoeg is: op de cd’s hoor je fragmenten van zelden uitgevoerde muziekstukken, allemaal gecomponeerd in de twintigste eeuw. Ik zelf waande mij in een echte snoepwinkel want van veel van de componisten heb ik niet eens gehoord.

Hieronder zingt Wunderlich de Palmström-Sonate van Günter Raphael:

Nee, het is niet zo dat het om de vergeten meesterwerken gaat. Denk ik, want hoe kun je beoordelen nadat je maar één aria hebt gehoord? De eerste cd, met Raphael, Neumayer, Bausznern en Helm is eigenlijk niet meer dan een rariteitenkabinet, maar de Pfitzner- (en Reutter) fragmenten op de tweede cd doen mij rechtop zitten en mijn oren spitzen. Geniaal

Hieronder zingt Wunderlich ‘Der Abend’ uit de Triptychon van Hermann Reutter:

Bij de derde cd aangekomen vraag ik mij af hoe het komt dat wij de opnamen niet eerder hebben mogen horen. Zou de levensloop van sommige componisten hier iets met de vergetelheid te maken kunnen hebben? Pfitzner was een nazi. En dat waren Egk en Orff, twee van vier componisten op de derde cd ook. Daar wil ik eigenlijk niet te lang over nadenken want de fragmenten uit Bergs Wozzeck, opgenomen in 1956 in Württenburg maken mij meer dan gelukkig. Zeker ook vanwege één van de grootste Wozzecks in de geschiedenis, de nu vrijwel geheel vergeten bariton Toni Blankenheim.

FRITZ WUNDERLICH
Musik des 20.Jahrhunderts
Werken van Günter Raphael, Fritz Neumeyer, Dietrich von Bausznern, Everett Helm, Heinrich Fleischner, Hans Pfitzner, Hermann Reutter, Igor Stravinsky, Carl Orff, Werner Egk, Alban Berg
SWR Classic SWR19075CD (3cd’s)

.

Igor Levit neemt alle pianosonates van Beethoven op: “ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook”

Levit

Op 17 december 2019 viert Ludwig van Beethoven zijn 250ste verjaardag. Als dat een groot feest niet waard is dan weet ik het niet. En feesten zullen we. Er staan ons heel wat concerten, recitals en opnamen te wachten. Tussen al die projecten waar wij onder bedolven gaan worden is er één die mij persoonlijk het meeste aanspreekt: de opname van al zijn pianosonates door Igor Levit.

Wat weten we van Igor Levit? Hij werd geboren in 1987 in Gorky (tegenwoordig Nizjni Novgorod) in Rusland. Hij is op zijn derde begonnen met de pianolessen en had als kind al enorme successen behaald. In 1995 vertrok de familie Levit naar Duitsland, waar hij in 2009 afstudeerde aan de Hochschule für Musik, Theater und Medien Hannover. Zelf hoorde ik hem voor het eerst in de opnamen van het Internationaal Arthur Rubinstein Concours in Tel Aviv in 2005. Hij was toen de jongste deelnemer ooit en hij won er de tweede prijs, de kamermuziekprijs, de publieksprijs én de prijs voor de beste uitvoering van een hedendaags werk. Hij oogde schuchter en verlegen maar als de toeschouwer werd je door hem niet alleen betoverd maar ook naar hem toe gezogen.

Levit speelt Beethoven in Tel Aviv

Ik besloot de jongeman te volgen, voor zo ver mogelijk dan, en toen Sony hem contracteerde en hem een album met de laatste pianosonates van Beethoven liet opnemen was ik er dan ook als de kippen bij. En reken maar dat ik niet werd teleurgesteld! Het was voor Sony een grote gok. Denk maar eens goed na: als twintiger voor je debuutalbum voor Beethovens vijf laatste pianosonates kiezen betekent dat je echt lef moet hebben. Maar het kan ook als chotspe beschouwd worden: hebben de meeste pianisten immers niet moeten wachten tot zij een fatsoenlijke leeftijd bereikten om zich aan de laatste sonates te wagen?

Het resultaat was overweldigend. Het album won in 2014 ettelijke prijzen, waaronder ook een ECHO Klassik, toen die prijs nog serieus werd genomen. En de prijzenregen ging maar door: in oktober 2015 werd zijn cd met werken van Bach, Beethoven en Rzewsky uitgekozen tot Recording of the Year tijdens de 2016 Gramophone Classical Music Awards. In 2018 ontving Levit de prestigieuze Gilmore Award en werd hij genoemd als Royal Philharmonic Society’s ‘Instrumentalist of the Year’.


Levits interpretaties van Beethoven zijn zeer eigenzinnig, dat wel, maar o zo spannend! Levit is dan ook zeer uitgesproken over wat de rol van de vertolker is. Uit het strijdlustige interview van de pianist met Neue Zürcher Zeitung:

“Dus u bent tegen het wijdverbreide ideaal dat de tolk in de eerste plaats de dienaar van de partituur is?

Ik voel me niet als een dienaar, maar ook niet als een meester van wie dan ook. Voor mij is de vraag niet: wat zouden wij zijn zonder de componisten, maar: wat zouden de componisten zonder ons zijn? De interpretatie is mijn persoonlijke reactie op de informatie die ik via de noten ontvang. Maar deze informatie zit soms zo vol onzekerheden dat ik er goed over moet nadenken. Een uitvoering werkt nooit een-op-een. Bij Beethoven komt er nog eens bij dat hij uit zijn tijd probeerde te ontsnappen om iets anders, iets nieuws te creëren.”

Igor Levit over ‘het project’:
“Voor mij is deze opname een afsluiting van mijn laatste vijftien jaar. Het begon met de ‘ontmoeting’ met de Diabelli-variaties toen ik zeventien jaar oud was, iets wat mijn leven in feite heeft veranderd. Iets, wat nog steeds aan de gang is, want hier ben ik dagelijks mee bezig. Met de sonates van Beethoven, met Beethoven zelf en met hoe dat allemaal de wereld waarin ik leef en mijzelf heeft beïnvloed. Dat alles heeft ook geleid tot deze opname. Wat ik in 2013 begon met het opnemen van Beethovens laatste vijf sonates, kan ik nu afsluiten. Het vervult me met groot geluk en voelt tegelijkertijd als een nieuw begin. “

Levit piano

© Sony

Zelf kan ik alleen maar toevoegen dat Igor Levits visie van Beethoven ook mijn wereld heeft veranderd. Grootgebracht met Gulda, Kempff, Schnabel en Barenboim – allemaal grootheden die nog steeds vooraan op mijn lijstje staan – heb ik opeens een totaal nieuwe visie ontdekt. Nee, in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden. Luister alleen maar even naar ‘Adagio sostenuto’ uit de Monscheinsonate. Zo lief, zo teder, maar ook tegelijk nergens ‘softy’ gespeeld hoor je het zelden. Voor mij voelde het alsof ik de sonate voor het eerst in mijn leven heb gehoord.


Op zondag 9 februari 2020 maakt Levit zijn langverwachte debuut in de serie Meesterpianisten. Het gaat een zeer bijzonder recital worden, want hij gaat er, uiteraard, niet alleen de twee laatste sonates van Beethoven spelen maar ook een pianobewerking van het Adagio uit Mahlers Tiende symfonie. Echt iets om naar uit te kijken!



Beethoven – Piano Sonatas (Complete)
Igor Levit – Piano
Sony Classical, CD 19075843182 (9cd’s)

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey

Channa.jpgMario Castelnuovo–Tedesco (Florence, 3 april 1895 – Beverly Hills, 16 maart 1968) werd geboren in de Joodse familie van Sefardische afkomst (Joden die in 1492 werden verdreven uit Spanje). Hij was buitengewoon creatief, op zijn naam staat van alles: pianowerken, concerten, opera’s…. Zijn composities werden gespeeld door de grootsten: Gieseking, Piatigorski, Heifetz, Casella. Tegenwoordig kennen we hem voornamelijk van zijn gitaarwerken, bijna honderd in totaal, veelal geschreven voor Andres Segovia.

Begin jaren dertig is de componist zijn ‘Joodse roots’ gaan ontdekken, iets wat versterkt werd door het opkomend fascisme en de rassenwetten. Zijn muziek werd niet meer uitgevoerd. Geholpen door Arturo Toscanini heeft Castelnuovo-Tedesco, samen met zijn gezin vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog Italië weten te verlaten

Zoals de meeste Joodse componisten die Europa ontvluchtten belandde ook Castelnuovo-Tedesco in Hollywood. Waar hij dankzij Jascha Heifetz door Metro-Goldwyn-Mayer werd aangesteld als componist van filmmuziek. In die tijd componeerde hij ook nieuwe opera’s en vocale werken geïnspireerd door Amerikaanse poëzie, Joodse liturgie en de Bijbel.

Castelnuovo-Tedesco: “Ik heb in mijn leven veel melodieën voor zangstem geschreven en er 150 van uitgegeven (in mijn la bleef veel liggen) op teksten in alle talen die ik ken: Italiaans, Frans, Engels, Duits, Spaans en Latijn. Mijn ambitie en sterker nog, mijn diepe drijfveer is altijd geweest om mijn muziek te verenigen met poëtische teksten die mijn belangstelling en gevoel prikkelden, om de lyriek ervan tot uitdrukking te brengen”.

In 1966 componeerde hij The Divan of Moses Ibn Ezra. Het is een setting van negentien gedichten van Rabbi Moses ben Jacob Jacob ibn Ezra, ook bekend als Ha-Sallaḥ (‘schrijver van boetvaardige gebeden’). Ibn Ezra werd geboren in Granada rond 1055 – 1060, en overleed na 1138 en hij wordt beschouwd als één van de grootste dichters van Spanje. Die ook nog eens een enorme invloed op de Arabische literatuur heeft gehad. Castelnuovo-Tedesco componeerde de ‘divans’ (gedichten) op de moderne Engelse vertaling.

Ik betreur het zeer dat het duo Channa Malkin (sopraan) en Izhar Elias maar zes liederen van de cyclus hebben opgenomen. Want niet alleen dat ze bijna geen concurrentie hebben (zelf ken ik maar twee complete opnamen van de liederen), maar ook omdat hun uitvoering werkelijk prachtig is. Malkins lyrische sopraan: meisjesachtig maar toch zeer kernachtig past de liederen als een handschoen. Zij is in Amsterdam geboren maar haar Joodse roots liggen in Moldavië, Rusland en Oekraïne.

Ook de gitarist Izhar Elias is in Nederland geboren maar zijn roots liggen in Irak en in India. En in Israël. Wat ze gemeen hebben is de rusteloosheid en de sterke drang om iets met hun eigen verleden te doen. En dat hoor je. Dat hoor je ook in de dertien Sefardische volksliedjes die hier gepresenteerd worden in bewerkingen van o.a. Joaquin Rodrigo en Daniel Akiva.

Wat de cd dat ene extra geeft is de werkelijk voortreffelijke booklet met veel informatie en alle liedteksten


https://www.channamalkin.com

Songs of Love & Exile – A Sephardic Journey
Channa Malkin (sopraan), Izhar Elias (gitaar)
Brilliant Classics 95652

Donizetti’s Enrico di Borgogna na 200 jaar herontdekt. En hoe!

Donizetti Enrico

In Bergamo, net als elders in Italië trouwens weten ze hun beroemde zonen te eren. Gaetano Donizetti werd er in 1797 geboren en daar overleed hij ook, op 8 april 1848. En nu wordt er jaarlijks een Donizetti Festival gehouden. Het leuke van zo’n evenement is dat je ook met minder of zelfs totaal onbekende werken van de componist kennis kunt nemen, want denk niet dan onze operahuizen (if ever – belcanto is niet echt in) ons op iets anders dan Lucia di Lammermoor, Don Pasquale of L’Elisir d’amore willen trakteren.

In november 2018 werd er zelfs een echte rariteit op de planken gezet: Enrico di Borgogna. Geen toeval, uiteraard: het was namelijk precies 200 jaar gelden dat het melodrama zijn première heeft gehad. Nee, niet in Bergamo, in Venetië, maar wat maakt het uit? Het was Donizetti’s tweede opera en het mag evident zijn dat hij zijn eigen muzikale taal nog moest uitvinden.

Wat de opname werkelijk onweerstaanbaar maakt is de enscenering. Die is werkelijk briljant. Nu is ‘theater in het theater’ niet echt iets nieuws, maar Silvia Paoli weet er een eigen draai aan te geven en het resultaat is niet alleen hilarisch maar ook echt goed. Tel de prachtige kostuums er bij…. Schitterend!

Waar gaat de opera over? Liefde, wraak en gerechtigheid, uiteraard. Enrico’s vader werd van de troon gestoten door zijn broer Ulrico wiens zoon Guido nu niet alleen de troon maar ook Elisa, de geliefde van Enrico voor zich wil houden. Bent u er nog? Mooi, want wees gerust: het komt allemaal goed.

Maar het is niet alleen de enscenering die de opname zo ontzettend de moeite waard maakt, want – en laten we wel zijn, daar komen we voor naar de opera – ook de zangers zijn zonder meer goed. Anna Bonitatibus zingt een voortreffelijke Enrico en zijn tegenstander Guido wordt uitstekend vertolkt door Levy Sekgapane. Sonia Ganassi zingt een zeer virtuoze Elisa: haar coloraturen zijn niet te versmaden.

Alessandro de Marchi laat de Academia Montis Regalis spetteren. Een echte aanrader.

GAETANO DONIZETTI
Enrico di Borgogna
Sonia Ganassi, Anna Bonitatibus, Levy Sekgapane, Luca Tittoto, Francesco Castore e.a.
Academia Montis Regalis olv Alessandro de Marchi
Regie: Silvia Paoli
Dynamic 37833

Castellucci’s Salome op dvd en Bluray uitgebracht

Tekst: Peter Franken

Salome Asmik cover

Romeo Castelluci’s productie van Salome was een opzienbarend succes tijdens de Salzburger Festspiele van 2018. Niet in de laatste plaats vanwege de fenomenale vertolking van de titelrol door Asmik Grigorian. De première werd live uitgezonden op tv en, aangevuld met materiaal dat werd opgenomen tijdens twee volgende voorstellingen, recent uitgebracht op dvd en Bluray. Afgelopen zomer werd de productie voor drie voorstellingen hernomen, wederom met groot succes, waarbij de bezoekers na afloop hun tevoren aangeschafte exemplaar door Frau Grigorian konden laten signeren.

Een productie van Romeo Castelluci is feitelijk een totaalkunstwerk. Hij voert de regie en ontwerpt de kostuums en het decor. Alleen voor de choreografie laat hij iemand anders toe in zijn wereld. Van Castellucci wordt wel gezegd dat hij niet zozeer personen regisseert als wel de totale ruimte ensceneert. Zijn Salome leent zich zodoende niet erg voor wijdlopige interpretaties, maar kan het beste gewoon ondergaan worden.

Het brede, ondiepe toneel van de Felsenreitschule wordt in zijn geheel benut. De bogen in de achterwand zijn dichtgemaakt, waardoor het publiek naar een gesloten, grijsgrauwe achterwand zit te kijken, wat bijdraagt aan een sfeer van beklemming. Het toneel is leeg, op een aantal goudkleurige objecten na, die soms wel, soms niet een rol in de handeling spelen.

De vloer is goud glimmend waardoor het licht zodanig reflecteert dat de spelers achter een doorzichtig gordijn lijken te staan. Dat is een klein nadeel van een opname in HD, het publiek in de zaal merkt daar niets van, zo weet ik uit eigen ervaring. Een grote opening in de vloer geeft toegang tot de cisterne waarin Jochanaan zich bevindt.

De kostuums zijn tamelijk eenvormig: mannen in donkere pakken met gedeeltelijk rood geschminkte gezichten. Het is moeilijk de verschillende personages te onderscheiden; allen zijn slechts bijfiguren in het drama dat zich voltrekt tussen de drie protagonisten. Ook Herodias, met groene schmink, wordt nadrukkelijk op de achtergrond gehouden.

Salome komt op in witte jurk met in haar hand een koninklijke witte mantel met een kroontje.  Een rode vlek suggereert dat ze menstrueert, waarmee wordt benadrukt dat ze weliswaar ongetrouwd is, maar de huwelijkse leeftijd ruimschoots heeft bereikt. Bovendien maakt dit haar extra onaanraakbaar voor de profeet; ze is in alle opzichten een onreine vrouw. Als Narroboth toegeeft en de profeet naar boven laat halen, blijft deze grotendeels in het duister gehuld. We zien slechts een zwarte schim. Salome spreekt hem toe, hij antwoordt en vervloekt haar.

Tot zover wordt het libretto vrij nauwkeurig gevolgd. Maar nadat Jochanaan zich weer in zijn kerker heeft teruggetrokken, neemt de handeling een opmerkelijke wending.Tijdens het overdonderende muzikaal tussenspel ligt Salome op haar rug en voert een complex, erotische getint ballet uit met haar benen. De choreografie van Cindy van Acker is subliem en de beheersing waarmee Grigorian dit ballet uitvoert is fenomenaal. De erotiek heeft uiteraard betrekking op de opwinding die de ontmoeting met de profeet heeft teweeggebracht. Hij heeft haar op grove wijze afgewezen en zelfs vervloekt, een geheel nieuwe ervaring voor dit luxe wezentje. Tegelijkertijd loopt er een paard rond in de cisterne, een verwijzing naar de fascinatie van jonge meisjes met grote dieren. Wel een beetje clichématig, maar heel effectief.

Sallome asmik-grigorian-r-castellucci-rezisuotoje-salomejoje-5b6078eedf35d

Salzburgerfestspiele © ruth waltz

Op het voordoek was bij aanvang te lezen: “Te Saxo Loquuator”, wat zoveel betekent als “wat de stenen je kunnen zeggen”. Castellucci gebruikt die verwijzing naar de veronderstelde kracht en macht van stenen om Salome’s dans een andere betekenis te geven. Ze wordt tijdens het begin hiervan aan het zicht onttrokken door een groep figuranten en blijkt dan plotseling vrijwel naakt in de foetushouding op een goudkleurig blok te liggen, waarop in grote letters SAXO staat.

Tijdens het muzikale intermezzo daalt langzaam een groot blok van boven neer en dreigt haar te verpletteren. In plaats daarvan wordt Salome echter door het neerkomende blok omhuld, aan het gezicht onttrokken. Ze is tot steen geworden, weliswaar een edelsteen, maar toch. De enormiteit van wat ze zich heeft voorgenomen, heeft haar op voorhand tot een ondode gemaakt.

Dramaturge Piesandra di Matteo geeft de volgende verklaring: „In ihrer Eigenschaft als Objekt verweigert sich die Figur“, so erlischt der Trieb, wodurch sich neues Potenzial erschließt.“ Hoe het ook zij, het boven genoemde ‘ballet’ eindigt duidelijk met de suggestie van een orgasme, dus ‘Trieb’ zal inmiddels minder een rol spelen. Van wraakseks met het hoofd is niet langer sprake, het gaat nu om de wraak van ‘a woman scorned’.

Opera singer Grigorian performs during a dress rehearsal of Richard Strauss' opera "Salome" in Salzburg

Salzburgergfestspiele © ruth waltz

Terwijl Herodes handenwringend probeert Salome op andere gedachten te brengen, baddert zij wat in een grote plas melk. Hij geeft toe, maar in plaats van het hoofd van Jochanaan ontvangt Salome niet geheel onverwacht eerst een paardenhoofd en pas later het lijf van de gedode profeet. Haar slotmonoloog richt Salome tot Jochanaans romp. Ze zet er ook nog even het paardenhoofd op. Ten slotte laat ze zich afzakken in een tweede cisterne en zien we nog slechts haar hoofd als Herodes het bevel geeft haar te doden.

Feitelijk is Salome een orgie van geluid en visuele ervaring, een overweldigend theaterstuk. En dat komt pas echt goed tot zijn recht als er een Salome op het toneel staat die alles en iedereen de baas is, ook het enorme orkest, hoe luid ze ook spelen. Dat maakt Asmik Grigorian tot de ideale Salome. Ze heeft een grote stem, waarmee ze op elk moment door het orkest heen weet te snijden, zonder dat het ook maar een moment geforceerd klinkt. Een Salome moet alles in huis hebben: een Isolde, maar ook een Chrysothemis en een Zdenka. Met haar heldere, wendbare stem kan Grigorian die verschillende types overtuigend ten gehore brengen. Wat haar echter tot een unieke vertolker van de beroemde titelfiguur maakt, is haar vermogen zingen en acteren tot een organisch geheel te maken.

John Daszak is vocaal een sterke Herodes, maar kan verder weinig indruk maken: alles draait hier om Salome. Zelfs Jochanaan blijft, ook letterlijk, in haar schaduw. Bas-bariton Gabor Bretz is vooral een sterk zingende schim. De enige keer dat hij goed in beeld komt, is als hij door een stel hulpkrachten met een tuinslang wordt schoongespoten.

De Wiener Philharmoniker, het huisorkest van de Salzburger Festspiele, zorgt onder leiding van Franz Welser-Möst voor een zeer geslaagde muzikale ondersteuning, hier en daar de hoofdrol opeisend tijdens de tussenspelen.

Deze opname door (C-major 801704) is een absolute aanrader voor liefhebbers van dit topwerk van Richard Strauss.

Trailer van de productie:

Asmik Grigorian, John Daszak, Anna Maria Chiuri, Gábor Bretz, Julian Prégardien
Wiener Philharmoniker olv Franz Welser-Möst
Regie: Romeo Castelluci

Der Protagonist van Kurt Weill: je moet er even voor gaan zitten

protagonist

Een kunstenaar is een egoïst par excellence: hij leeft voornamelijk voor zijn kunst en daar moet alles en iedereen voor wijken. Soms gaat hij er zo intensief op in dat hij het (wel of niet verzonnen) verhaal met het echte leven verwart. Zo verre zelf dat je je als acteur in je rol van de bedrogen echtgenoot daadwerkelijk de overspelige vrouw vermoordt.

Het gegeven kennen wij al uit o.a. de Pagliacci van Leoncavallo, en het is ook het hoofdthema van Der Protagonist van Kurt Weill. Niet dat je die twee opera’s met elkaar kunt vergelijken (en dat bedoel ik niet alleen muzikaal) want ging het in de Leoncavallo’s hit om het drama pur sang, het libretto van Der Protagonist zit vol met dubbele bodems en morele vraagstukken.

Georg Kaiser, een in die tijd vermaard schrijver, cabaretier en satiricus bewerkte hiervoor zijn eigen toneelstuk en voor de muziek tekende de toen nog totaal onbekende Kurt Weill. De première in 1926 was een groot succes en maakte van de componist een beroemde man.

Er zijn van die opera’s die je eigenlijk zou moeten zien, en daar is Der Protagonist er één van: het is namelijk bijzonder moeilijk het theater in het theater in de muziek zelf te ontwarren. Toch, degene die de moeite neemt zich erin te verdiepen wordt dubbel en dwars beloond want zelden vormen muziek en tekst zo’n hechte eenheid. De zangers en de dirigent zijn voortreffelijk.


Kurt Weill
Der Protagonist
Robert Wörle, Amanda Halgrimson, Alexander Marco-Burmester, Corby Welch e.a.
Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. John Mauceri.
Capriccio 60086

Nicky Spence herbeleeft Janáčeks Het dagboek van degene die verdween

Janacek diary

Al een tijd ben ik in de ban van de Engelse tenor Nicky Spence. Sinds ik hem als Števa (Jenůfa van Janáček) in Brussel heb gezien, staat hij op mijn ‘to watch’ lijst. Zijn affiniteit met de Tsjechische taal en, nog meer met de muzikale taal van Janáček was toen al meer dan evident. Ik heb mij niet vergist. Nu ik naar zijn interpretatie van Zápisnik zmizelého (Het dagboek van degene die verdween) luister, wellicht de meest persoonlijke compositie van Janáček kan ik niet anders dan zeggen: zie je wel?

Spence’s stem is eigenlijk niet te beschrijven. Lyrisch, zeker, maar ook zeer krachtig. Fluweelzacht, zeker, maar ook zo vurig als een uitbarstende vulkaan. Ik kan mij waarlijk geen betere uitvoering bedenken, en ik ken er een paar. Het is alsof hij het persoonlijke verhaal van de componist herbeleeft.

Waar gaat de liedcyclus over? Liefde, uiteraard! Een boerenzoon wordt verliefd op een zigeunermeisje en samen met haar gaat hij er vandoor, alles achter zich latend. De gedichten van Josef Kalda inspireerden de toen 65-jarige Janáček om de cyclus op muziek te zetten en zo zijn hopeloze liefde voor de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová in het notenschrift te verklaren.

Dat het zo was weten we van Janáček zelf.  In de brieven die hij aan Stösslová verstuurde schreef hij: “En het zwarte zigeunermeisje in mijn ‘Dagboek van degene die verdween’ – dat was jij. Daarom heb ik er zoveel emoties en vuur in het werk verstopt. […] Aldoor heb ik aan je gedacht! Jij was mijn Žofka”.

Václava Housková’s mezzo is zonder meer mooi, al had ik zelf wat meer erotiek, meer verleiding in willen horen. Maar in Řikadla (slaapliedjes) en zeker in de Moravische volksliederen laat zij van zich horen. Tel de schitterende begeleiding van Julius Drake op de piano en de klarinettiste Victoria Samek er bij op: ik ben er heel erg blij mee.

Leoš Janáček
The diary of one who disappeared; Řikadla; Moravian folk poetry in songs
Nicky Spence (tenor), Václava Housková (mezzo), VOICE,
Victoria Samek (clarinet), Julius Drake (piano
Hyperion CDA 68282

La Divina in Amsterdam

Callas in Amsterdam

1959 was een goed Callas jaar. In januari dat jaar gaf ze haar eerste concert in Carnegie Hall, waar ze in concertante gezongen Il Pirata triomfeerde. Er volgden een paar ‘Medea’s’ (Cherubini) in Londen en een kort tournee door Spanje en Duitsland.

En toen was het zover: haar lang verwacht optreden in Amsterdam. Duizenden mensen verzamelden zich op Schiphol om haar te begroeten.

Callas ariveert

Maria Callas arriveert in Nederland in 1959. Rechts: Peter Diamand, voorzitter van het Holland Festival.

Callas Amsterdam

De lichten in de zaal waren gedoofd en alle schijnwerpers waren op haar gericht toen ze het Concertgebouwtrap afdaalde. Alleen de musici van het Concertgebouworkest hadden lichtjes op hun lessenaars aan, wat volgens de getuigen, het podium in een romantische sfeer had gehuld.

Callas was toen zang technisch op het hoogtepunt van haar kunnen. Ze begon met voorzichtig gezongen ‘Tu che vedi il mio tormento’ uit La vestale van Spontini, maar al bij ‘Surta è la notte’ uit Ernani van Verdi liet ze alle remmen los.

Het publiek werd uitzinnig van enthousiasme, wat Callas stimuleerde om nog intenser, en nog dramatischer te worden in haar perfect geïntoneerde lezing van ‘Tu che le vanità’ (Don Carlo). Ze besloot met de waanzinscène uit La Pirata, een waarlijk tour-de-force.

Een iedere noot voorzag ze van een andere kleur, haar pianissimo was adembenemend en de coloraturen optimaal. Een echte La Divina. Was ik maar toen erbij!


Spontini, Verdi, Bellini
Live in Amsterdam 1959
Maria Callas, Concertgebouworkest olv Nicola Rescigno
EMI 5626832

 

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s tribute to their grandparents

Jiddish CabaretThe Jerusalem String Quartet never disappoints. Never. Whatever they play. It’s not just about perfection, but also, or perhaps mainly, about their attention to the story behind the notes. For their involvement in the pieces they play. And their search for the truth that may not even exist. But with this album they have gone far above themselves and their own standards. Something that might have to do with the fact that they were allowed to choose the works themselves, none of which are commonplace?

With their choice they have also made a statement. Something we all know but still don’t want to admit out loud because we feel uncomfortable about it? About the influence of Jews and their contribution to our Western culture?

These days, Schulhoff and certainly Korngold are no longer curiosities, although of the latter mostly his operas are performed these days. Yet his chamber music compositions are not to be sneezed at. Listen his second string quartet, for example! At the first notes you get the nostalgic feeling of an unattainable lover and an intense desire. Beautiful and painful at the same time. Not only are the notes divinely beautiful, it is also the performance. Yearning and full of desire.

The five pieces for Erwin Schulhoff’s string quartet are a  link to the title of the album: the Jewish Cabaret. Leonid Desyatnikov composed his ‘Yiddish’ in 2018. These five songs are based on the Yiddish songs from the Polish interbellum, the period between the two world wars, which were sung in the cabarets in Warsaw and Lódz. The soprano Hila Baggio manages to strike the right tone in the songs. Light-footed. Think of the very young Lotte Lenya.

The album is dedicated to the grandparents of the members of the quartet. I allow myself to include my own grandparents that I have never known.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: String quartet no. 2 on. 26
Erwin Schulhoff: 5 Pieces for string quartet
Leonid Desyatnikov: Yiddish – 5 Lieder for Stem and Stem Quarter (2018)
Hila Baggio (soprano), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Translated with http://www.DeepL.com/Translator