Julius_Drake

Schubert en Brahms door Gerald Finley: daar red je het niet met een zakje Kleenex mee

Schubert Finley

Deze cd zou een grote kans maken om op de top van Hart & Ziel-lijst van Radio vier te eindigen. Zoveel treurigheid, zoveel leed … Daar red je het niet met een simpel zakje Kleenex mee. Ben ik cynisch? Ja.

Ik ben een enorme bewonderaar van Gerald Finley. Sterker: hij behoort tot mijn absolute ‘to die for’ zangers. En, eerlijk is eerlijk, deze cd is zonder meer prachtig. Alleen: wie zat er echt op te wachten? Al een paar jaar geleden schreef ik dat er een, al was het maar tijdelijk, verbod zou moeten komen op het opnemen van bepaalde muziekstukken. Om te beginnen met de drie liedcycli van Schubert. Wij verzuipen in de hoeveelheid uitvoeringen en het einde is nog steeds niet in zicht.

Nu is Finley niet zomaar een zanger, hij is een van de meest charismatische baritons van onze tijd en zijn stem is gewoon goddelijk. Wat is er dan misgegaan? Niets eigenlijk, behalve dat het zo overbodig is. Mooi? Ja. Ontroerend? Voor wie daar gevoelig voor is, ja. Iets aan toevoegend? Nee. Gekunsteld? Ja.

In Brahms kan hij mij iets meer overtuigen. Daar is hij meer een zanger die niets wil verduidelijken maar gewoon zingt. Daarin wordt hij uitstekend geholpen door Julius Drake.

Hieronder een promo:

FRANZ SCHUBERT: SCHWANENGESANG
JOHANNES BRAHMS: VIER ERNSTE GESENGE
Gerald Finley (bariton), Julius Drake (piano)
Hyperion CDA 68288

Advertenties

Nicky Spence herbeleeft Janáčeks Het dagboek van degene die verdween

Janacek diaryAl een tijd ben ik in de ban van de Engelse tenor Nicky Spence. Sinds ik hem als Števa (Jenůfa van Janáček) in Brussel heb gezien, staat hij op mijn ‘to watch’ lijst. Zijn affiniteit met de Tsjechische taal en, nog meer met de muzikale taal van Janáček was toen al meer dan evident. Ik heb mij niet vergist. Nu ik naar zijn interpretatie van Zápisnik zmizelého (Het dagboek van degene die verdween) luister, wellicht de meest persoonlijke compositie van Janáček kan ik niet anders dan zeggen: zie je wel?

Spence’s stem is eigenlijk niet te beschrijven. Lyrisch, zeker, maar ook zeer krachtig. Fluweelzacht, zeker, maar ook zo vurig als een uitbarstende vulkaan. Ik kan mij waarlijk geen betere uitvoering bedenken, en ik ken er een paar. Het is alsof hij het persoonlijke verhaal van de componist herbeleeft.

Waar gaat de liedcyclus over? Liefde, uiteraard! Een boerenzoon wordt verliefd op een zigeunermeisje en samen met haar gaat hij er vandoor, alles achter zich latend. De gedichten van Josef Kalda inspireerden de toen 65-jarige Janáček om de cyclus op muziek te zetten en zo zijn hopeloze liefde voor de achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová in het notenschrift te verklaren.

Dat het zo was weten we van Janáček zelf.  In de brieven die hij aan Stösslová verstuurde schreef hij: “En het zwarte zigeunermeisje in mijn ‘Dagboek van degene die verdween’ – dat was jij. Daarom heb ik er zoveel emoties en vuur in het werk verstopt. […] Aldoor heb ik aan je gedacht! Jij was mijn Žofka”.

Václava Housková’s mezzo is zonder meer mooi, al had ik zelf wat meer erotiek, meer verleiding in willen horen. Maar in Řikadla (slaapliedjes) en zeker in de Moravische volksliederen laat zij van zich horen. Tel de schitterende begeleiding van Julius Drake op de piano en de klarinettiste Victoria Samek er bij op: ik ben er heel erg blij mee.

Leoš Janáček
The diary of one who disappeared; Řikadla; Moravian folk poetry in songs
Nicky Spence (tenor), Václava Housková (mezzo), VOICE,
Victoria Samek (clarinet), Julius Drake (piano
Hyperion CDA 68282