orkestraal/concerten

Let niet op de titel: Prayer door Sol Gabetta is alles behalve soft

https://exlibris.azureedge.net/covers/0888/7505/3142/1/0888750531421xxl.jpg

Ik ben allergisch voor alles wat een beetje ‘softie’ titel draagt zoals ‘Het gebed’. Of ‘Meditatie’. Of zoiets vergelijkbaars. Onmiddellijk moet ik dan denken aan gedimde lichten, penetrante wierookgeur en ‘gedeelde leed’. En toch kan ik niet anders dan heel erg blij zijn met de prachtige cd van Sol Gabetta, al geef ik toe dat ik liever een andere titel had gezien.

Nigun (melodie), bij voorbeeld. Het is, net als Prayer gecomponeerd door Ernest Bloch en maakt deel uit van een grotere cyclus. Wat de werken gemeen hebben is hun oorsprong, stevig geankerd in- en beïnvloed door de Joodse tradities.

Ook de vier liedjes uit Sjostakovitsj’ cyclus Uit de Joodse Volkspoëzie  – voor cello bewerkt door Mikhail Bronner – ademen dezelfde sfeer uit. Het is niet alleen melancholisch maar ook ruw en rauw en zeer aangrijpend.

Gabetta’s cello heeft een totaal andere klank dan ik gewend ben. Dieper, bronzer, met een schittering van goud en een glans van de volle zon. Haar spel is fel en gespeend van valse sentimenten. Ik kan niet anders dan het prachtig vinden. Maar het allermooist vind ik eigenlijk de begeleiding (of moet ik liever zeggen ‘partnerschap’?). Het Amsterdam Sinfonietta weet de kleur en klank van Gabetta’s cello zo dicht te benaderen, dat het klinkt alsof één man aan het spelen is. Wonderschoon.

Bij Schelomo, het celloconcert van Bloch wordt Gabetta bijgestaan door het National Orkest uit Lyon. Hier is de klank aanzienlijk zwaarder wat uiteraard door het grote symfonieorkest komt, maar ook Gabetta verliest hier veel van haar lichtvoetigheid. Maar filmisch is het wel: dikwijls bekruipt mij het gevoel naar een ouderwetse Hollywood-film te kijken.

El Cant dels Ocells van Casals, waarin Gabetta begeleid wordt door een Cello Ensemble, klinkt precies zoals het klinken moet, als een (zonnige) toegift. Het voelt als de eerste voorzichtige zonnestralen na een lange nacht. Tergend langzaam gespeeld, maar mij bevalt het wel.

ERNEST BLOCH, DMITRI SHOSTAKOVITCH, PABLO CASALS
Prayer
Sol Gabetta (cello), Amsterdam Sinfonietta olv Candida Thompson; Orchestre National de Lyon olv Leonard Slatkin; Cello Ensemble Amsterdam Sinfonietta
SONY 62172 • 60’

War – there is no word more cruel

Weinberg 18

Mieczysław Weinberg, of althans zijn muziek, is bezig aan een versnelde inhaal manoeuvre. Na jaren van het complete negeren worden zijn werken steeds vaker geprogrammeerd en de ene na de andere compositie van de grote meester (want dat was hij, zonder meer) wordt opgenomen en op cd uitgebracht.

Veel van zijn composities staan sterk onder invloed van zijn leraar en intieme vriend, Dmitri Sjostakovitsj, maar nooit eerder heb ik de invloed zo sterk waargenomen als in zijn in 1966 gecomponeerde trompetconcert. Het ligt uiteraard ook aan de keuze van het instrument. Als geen ander is de trompet zeer geschikt om ironie, de geliefde uitdrukkingsvorm van beide componisten te kunnen verwoorden.

Geen wonder ook dat ik aan het concert voor piano, trompet en strijkers van Sjostakovitsj moet denken. Ook de orkestratie is ‘des Sjostakovitjs’: denk aan zijn ‘Lady Macbeth of Mstsensk’. Het wezenlijke verschil ligt in de verfijning en de afwikkeling van het hoofdthema. Daar waar de leraar zijn eigen grens nog instelde, stapt de leerling er overheen, de wijde wereld in.

Deel twee, Episodes doet mij sterk aan Ives denken en in het derde deel, de Fanfares zoekt Weinberg de atonaliteit op. Daarbij bedient hij zich vrijelijk van improvisaties en free jazz.

Andrew Balio behoort, denk ik (ik ken hem verder niet) tot de grootste virtuozen onder de trompettisten. Zijn melancholieke geluid in de tweede deel contrasteert sterk met zijn fantastische improvisaties in deel drie.

De 18de symfonie is, zoals de titel al aangeeft, niets minder dan een grote aanklacht tegen de oorlog. Gecomponeerd in de voor de Sovjet Unie roerige jaren tachtig maakt indruk met de niet conventionele verdeling van de delen. Het begint met een adagio en het eindigt met een adagio, maar deze keer met het pianissimo door het koor gezongen gedicht van Aleksandr Tvardovsky:

“War – there is no word more cruel.
War – there is no word more sad.
War – there is no word more holy
In the sorrow and the glory of these years.
There is and there could not be
Any other word on our lips.”

Zeer indrukwekkend.

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony No.18 “War – there is no word more cruel”; Trumpet Concert
St Petersburg Chamber Choir; St Petersburg Symphony Orchestra onder leiding van Vladimir Land
Andrew Balio (trompet); Tatyana Perevyazkina (sopraan), Ekaterina Shikunova (alt), Vladimir Dobrovolsky (tenor), Zahar Shikunov (bariton)
Naxos 8573190

Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

MIECZYSŁAW WEINBERG: Complete Sonatas for Violin and Piano

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

Fenomenale vioolconcert van Weinberg meesterlijk gespeeld

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

Henryk Górecki en zijn vierde symfonie ‘Tansman Episodes’: 35 minuten gebakken lucht

Henryk Górecki behoort tot de cultcomponisten. Zijn derde symfonie uit 1977 belandde in 1991 op de eerste plaats van een hitparade en maakte de componist wereldberoemd. De vierde werd bij hem door o.a. het ZaterdagMatinee besteld, die zou uitgevoerd worden tijdens het Holland Festival in 2010.

Het mocht niet zo zijn: vanwege gezondheidsproblemen had de componist het werk niet op tijd af. Kort erna stierf hij en de symfonie werd door zijn zoon, Mikołaj, voltooid.

Alexandre-Tansman-La-partition-de-lexil Gorecki 4

Alexandre Tansman

Het werk draagt als bijnaam Tansman Episodes, als een soort huldebetoon aan de componist Alexandre Tansman, Górecki’s nog steeds een zeer ondergewaardeerde landgenoot. Het ligt ongetwijfeld aan mij, maar nergens kan ik een link tussen de twee ontdekken.

Alexandre Tansman: Quatre Mouvements pour orchestre (1967/1968):

 

Tansman was zeer down to earth en soms verbitterd nuchter; in zijn vierde symfonie dobbert Górecki op een minimalistische zee, met af en toe een uitbarsting van pauken en trombonnen. Opgebakken lucht die dankzij veel knip en plakwerk meer lijkt dan dat het is.

Als filmmuziek zou het nog kunnen: met ogen dicht zie je al een soort Ben Hur voor je voorbijflitsen. Ook Preisner, Rota en Bernstein komen voorbij galopperen. En Carmina Burana, altijd leuk voor een ‘aha” moment en de verkoopcijfers. Maar de zich steeds herhalende akkoordenreeksen en reeksen van losse klanken werken op mijn zenuwen. Ik vind het niets. Zonde van de werkelijk voortreffelijk spelende London Philharmonic Orchestra.

 

HENRYK GÓRECKI
Symphony No.4 (Tansman Episodes) op.85
London Philharmonic Orchestra olv Andrey Boreyko|
Nonesuch 7559-79503-4 • 35’

Nicolas Alstaedt en celloconcerten van Lutoslawski, Sjostakovitsj en Weinberg

alstaedt

Moeten we blij zijn met deze cd? Een beetje wel, vanwege Lutosławski. De opnamen van Mała Suita zijn dun gezaaid en vraag mij niet waarom. In tegenstelling tot wat in het tekstboekje staat vermeld werd het stuk níet gecomponeerd om het regime te ‘pleasen’. Anders dan het Sovjet Rusland was Polen, ook in tijden van het communisme behoorlijk vooruitstrevend  wat muziek betreft. Maar het op de Poolse volksmuziek gebaseerde heerlijke niemendalletje duurt maar 8 minuten en om daarvoor een dure cd te kopen?

Het concerto van Sjostakovitsj valt mij behoorlijk tegen. De uitvoering mist schwung en gedrevenheid, er is iets krampachtigs aan de manier hoe Nicolas Alstaedt zijn instrument hanteert. Deutsches Symphonie-Orchester Berlin is ook weinig behulpzaam. Of het aan de dirigent ligt weet ik het niet, maar voornamelijk de blazers klinken nogal slordig. Er is ook iets vreemd met de tempo. Over deel twee, moderato (!) doet Anstaedt maar liefst twee minuten korter dan Capuçon of Gabetta; en toch klinkt hij slepend.

Wat het cello concerto van Mieczysław Weinberg betreft: Rostropovitsj heeft het een paar keer opgenomen en welke versie u ook kiest u bent veel beter af dan met Alstaedt. Een ding zou ik toch echt willen weten: waarom staat het concert nu opeens in C (en geen D) mineur?

SHOSTAKOVICH, LUTOSŁAWSKI, WEINBERG
Cello Concertos
Nicolas Alstaedt (cello), Deutsches Symphonie-Orchester Berlin olv Michał Nesterowicz
Channel Classics CCS 38116 • 72’

Benjamin Frankel: van horlogemakersleerling tot de klanktovenaar

Benjamin Frankel, by Lida Moser, 1953 - NPG x45316 - © National Portrait Gallery, London

In 1957 verhuisde Benjamin Frankel naar Zwitserland. In Engeland, zijn vaderland, was hij voornamelijk bekend als filmcomponist. Geen wonder, want op zijn naam staat muziek voor meer dan 100 films, waaronder klassiekers als  The Seventh Veil, The Night of the Iguana en Curse of the Werewolf.

The night of the Iguana:

In Zwitserland vond hij eindelijk de rust om zich met serieuze(re) muziek bezig te houden. In 15 jaar tijd (Frankel stierf in 1973) componeerde hij er o.a. acht symfonieën en een opera.

Benjamin Frankel werd geboren in Londen in 1906 in een Pools-Joods gezin. Op zijn veertiende ging hij in de leer bij een horlogemaker. Gelukkig voor hem werd zijn talent spoedig ontdekt.

Een tijdje speelde hij met het idee, om een Joodse componist alla Bloch te worden. Hij beschouwde zichzelf als een ‘Engelse Jood’ of een ‘Joodse Engelsman, wat hem er overigens niet van weerhield om met een niet Joodse vrouw te trouwen. Een daad, die een breuk met zijn familie veroorzaakte.

Zijn muzikale taal laat zich niet makkelijk omschrijven. In de jaren vijftig bestudeerde hij het serialisme en paste het geregeld toe in zijn eigen composities, toch klinken zijn werken nergens atonaal. Het mooiste voorbeeld hiervan is wellicht het altvioolconcert, zeer melodieus, romantisch en toch gebruikmakend van de twaalftoonstechniek.

Zijn vioolconcert componeerde Frankel – op diens verzoek – voor zijn vriend Max Rostal. De première vond plaats in 1951 op het  Festival of Britain. Het concert draagt de titel In Memory of Six Million en belichaamt Frankels persoonlijke betrokkenheid bij het lot van de Europese Joden.

Het begin doet mij denken aan het vioolconcert van Korngold en in het vierde deel kom ik Mahleriaanse “deuntjes” tegen: er zit ook een citaat in uit “Verlorne Müh” uit diens Wunderhorn liederen

live opname door Max Rostal:

Ulf Hoelscher, die het concerto met Max Rostal heeft ingestudeerd speelt het virtuoos en met een intense betrokkenheid.

frankel-front

Benjamin Frankel
Concerto for Violin and Orchestra op.24 (In memory of the six milion)
Viola concerto op.45
Serenata Concertante for Piano Trio and Orchestra op.37
Ulf Hoelscher (viool), Brett Dean (viola), David Lale (cello)
Queensland Symphony Orchestra olv Werner Andreas Albert
CPO 9994222

frankel-kw

Frankels eerste drie strijkkwartetten werden voor het eerst uitgevoerd door het Blech Quartet in resp. 1947 en 1949, de première van het vierde werd in 1949 verzorgd door het piepjonge Amadeus Quartett (waar waren toen de opnametechnici?).

De gave van Frankel om luchtig met het serialisme om te gaan klinkt door in zijn vijfde strijkkwartet. Het uit 1965 stammende werk is het voorbeeld van de unieke vermogen van de componist om het atonale in een melodie om te zetten.


De onvolprezen firma CPO die Frankel’s muziek aan de wereld openbaarde verdient alle lof; ook voor de schitterende toelichtingen met muziekvoorbeelden geschreven door Buxton Orr, Frankel’s leerling en vriend.

Benjamin Frankel
Complete String Quartets
Nomos-Quartett
CPO 999420

Rosanne Philippens en het Nederlands Jeugdorkest schitteren in Szymanowski

szymanowski-rosanne

Men neme een jeugdorkest, een weinig bekende Chinese dirigente en een jonge Nederlandse violiste; men sluit ze in een studio op en laat ze een goddelijk mooie maar een hondsmoeilijk vioolconcert van een Poolse componist opnemen: hoe hoog zijn dan uw verwachtingen? Afgezien van de globalisatie? Juist.

Bij de eerste tonen word ik al knock-out geslagen, want, geloof mij, zo mooi, zo goed, zo indrukwekkend, zo’n alle verwachtingen overtreffende uitvoering van het concerto heb ik niet eerder gehoord – en ik ken er een paar!

Xian Zhang, sinds 2011 chef dirigent van het Nederlands Jeugdorkest laat de haar toevertrouwde jonge musici tot een adembenemende hoogte klimmen om dan, gezamenlijk een vergezicht te toveren die met geen woord te beschrijven is. Ik ben dan ook sprakeloos.

Woorden schieten ook te kort voor de interpretatie van Rosanne Philippens. Haar strijkvoering is fluweelzacht, fluisterend maar ook buitengewoon sensueel. Philippens begrijpt precies wat Szymanowski met zijn tempo aanduidingen bedoelt en daar houdt zij zich ook aan.

Het lied van Roxane uit Szymanowski’s Król Roger, hier in de transcriptie voor viool en piano vind ik ook zo’n juweeltje…. Het is dat ik de sopraanstem hier een klein beetje mis, maar beide solisten weten de onwezenlijke gevoelens van de dolende koningin ook zonder zang treffend over de brengen.

Met Chanson Russe van Stravinsky ben ik minder gelukkig, maar dat ligt geheel aan mij: ik ben nu eenmaal niet zo’n liefhebber van de (voor mij) afgezaagde stuk.
De viool/piano transcriptie van L’oiseau de Feu bevalt mij daarentegen zeer.

De opnamekwaliteit is niet minder dan subliem. Heerlijke cd!

behind scenes of recording session:

 

KAROL SZYMANOWSKI
Violin Concerto no.1, op.35; Myths, op.30; Nocturne and Tarantella, Op.28
IGOR STRAVINSKY
Chanson Russe; L’oiseau de Feu (transcriptie voor viool en piano)
Rosanne Philippens (viool), Julien Quentin (piano);
Nederlands Jeugdorkest olv Xian Zhang
Channel Classics CCS SA 3617 • 71’

Meer Szymanowski:
SZYMANOWSKI: Stabat Mater
SZYMANOWSKI & GÓRECKI. Een ZaterdagMatinee om nooit te vergeten
KRÓL ROGER, Holten ROH

Fenomenale vioolconcert van Weinberg meesterlijk gespeeld

weinberg

En alweer vraag ik mij af waarom het zo ontzettend lang moest duren eer Mieczysław Weinberg eindelijk de erkenning kreeg die hij verdiende. In de voormalige USSR was hij buitengewoon populair en zijn werken werden gespeeld door de voornaamste musici.

Hij heeft een oeuvre opgebouwd waar je u tegen zegt, maar het is pas de laatste tijd dat het ook tot ons is doorgedrongen wat een geniale componist hij was. Wist u trouwens dat de score voor de De kraanvogels die voorbij vliegen, één van de beste en de mooiste films uit de cinematografie van zijn hand was?

Dat het in 1957 gecomponeerde vioolconcert van Weinberg geen repertoirestuk is geworden verbaast mij zeer. Het onvoorstelbaar spannende werk die in zijn complexiteit niet onder doet voor nummer 2 van Bartók verdient het om veel vaker uitgevoerd te worden.

 

Leonid Kagan:

 

 

Zijn vioolconcert componeerde Weinberg voor de legendarische Leonid Kagan, het is dan ook geen stuk die je zomaar even kan instuderen. Neem alleen al de tweede deel, het Allegretto. Het begint met een Joods deuntje, maar op de achtergrond hoor je duidelijk het derde deel van het vioolconcert van Beethoven, samen tot één geheel geweven. En als je denkt dat je alles al hebt gehad krijg je het in je ziel krassende Adagio. Schrijnend. Daar weet Ilya Gringolts fantastisch mee om te gaan: hij zingt en schuurt tegelijk.

Ook de vierde symfonie is een werk dat je niet gauw loslaat. Onoplettend zou je aan Sjostakovitsj kunnen denken, maar schijn bedriegt! Bovendien, als je goed luistert dan hoor je in Vivace reminiscenties aan de Sabeldans van Katsjatoerian. Dat maakt Weinbergs muziek niet minder bitter, maar zeker optimistischer.

Het onder leiding van Jacek Kaspszyk voortreffelijk spelende Warsaw Philharmonic laat alle nuancen duidelijk uitkomen en zet de juiste puntjes op de juiste ‘i’s’.

 

MIECZYSŁAW WEINBERG
Violin concerto in G minor op.67, Symphony No.4 A minor op.61
Ilya Gringolts (viool), Warsaw Philharmonic olv Jacek Kaspszyk
Warner Classics 0825646224838 • 62’

Mahler 3 door Jaap van Zweden: wat overblijft is een kater

mahler-3

Op het voorkantje staat, vermeld als eerst: Jaap van Zweden. Daaronder (met grotere letters, dat dan weer wel): Mahler 3. Alsof het Jaap van Zweden was, die een werk getiteld ‘Mahler 3’ heeft gecomponeerd. En zo klinkt de opname ook.

Daar is in principe niet zo veel op tegen. Een compositie leeft immers bij de gratie van zijn interpreet, ongeacht of je er wel of niet mee eens bent. Welnu: mijn Mahler 3 is het niet. Wat niet betekent dat u het met mij eens hoeft zijn!

Deel één hoort ‘kraftig’ en ‘entschieden’ te zijn, maar wat ik hoor is een brij van dikke klanken. Het kan ook de schuld van de (live) opname te zijn, maar ‘krachtig’ valt toch niet te camoufleren? Het orkest gromt als een naderend onweer in de zomer: loom en traag. En zwaar, heel erg zwaar. Daarbij zijn de trompetten alles behalve zuiver.

Het tweede deel klinkt al beter, al vind ik bepaalde accenten in 1, en zeker in 2, een beetje vreemd. Maar echt mis gaat het in 4, bij het ‘Zarathustra lied’. Kelley O’Connor’s mezzo kan mij niet echt bekoren en haar brede tremolo vind ik behoorlijk irritant. Wat overblijft is een kater. Jammer.


GUSTAV MAHLER
Symphonie No.3 in D minor
Woman of the Dallas Symphony Chorus (Joshua Haberman); Dallas Symphony Orchestra olv Jaap van Zweden
Kelley O’Connor (mezzosopraan)
DSOlive 007

Daniel Hope – Tribute to Menuhin

hope

Het grootste probleem met dat soort compilaties is dat je ze niet fatsoenlijk kan ordenen. Niet in je cd-kast, maar ook niet in je hoofd. 

Heb je net van een heerlijk vrolijke, zo fris als de ontluikende lente Mendelssohn genoten, kom je in de zwoele, naar nacht, zware parfum en myrthe ruikende klanken van El-Khoury (naast de 44 Duos voor twee violen van Bartók voor mij een absolute favoriet op deze cd!) terecht. 

Bechara El-Khoury over zijn vioolconcert:

De daarop volgende Duet van Steve Reich maakt korte metten met je dromen, zeker als je geen minimal music liefhebber bent. 

Je vlucht de kast op, tracht Vivaldi te overleven en pas bij Henze durf je – voorzichtig – naar beneden te komen. Om dan te realiseren dat je net de daadwerkelijk engelachtige stem van Chen Reiss in The Song of the Angel van Tavener hebt gemist.

Een ratjetoe, aldus. Een leuke, dat wel, maar niet meer dan dat. Jammer, want de uitvoeringen zijn – allemaal – meer dan voortreffelijk. Daar kan ik, van een ieder afzonderlijk en van allemaal samen bijzonder van smullen. Het meest van de prachtige vioolklank van Daniel Hope zelf, die met deze cd een eerbetoon wilde brengen aan Yehudi Menuhin: zijn leraar, ontdekker en warme vriend van de familie.


MY TRIBUTE TO YEHUDI MENUHIN
Mendelssohn, Vivaldi, Elgar, Henze, Ravel e.a.
Daniel Hope (viool), mmv Daniel Lozakovitsj (viool), Christiane Starke (cello), Jacques Ammon (piano), Avi Avital (mandoline), Chen Reiss (sopraan); Kammerorchester Basel olv Daniel Hope
DG 4795305 

Muziek als redding. Voice in the Wilderness

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Muziek kan je leven redden. Letterlijk. Anita Lasker-Wallfisch heeft Auschwitz overleefd. En ook Bergen Belsen. Dat het door de muziek komt, dat weet zij zeker. Zij was 16 toen zij opgepakt werd. Haar ouders waren toen al dood, maar dat wist zij nog niet.

wallfisch100_v-panorama

Jonge Anita speelde cello en eenmaal in Auschwitz werd zij ingezet in het Vrouwenorkest, dat geleid werd door Alma Mahler, het nichtje van Gustav. Na de oorlog kwam ze naar Londen, trouwde met de pianist Peter Wallfisch en was een medeoprichtster van het English Chamber Orchestra.

Haar zoon, Raphael is ook een cellist. Een beroemde ook nog, met veel opnamen op zijn naam. En zijn zoon, Benjamin, is een dirigent. Vader en zoon Wallfisch hebben samen een opname gemaakt, die zij aan hun in de kampen gedode familieleden hebben opgedragen. De cd is vlak voor de Holocaust Memorial Day op 27 januari 2014 uitgebracht.

Walfisc

Het is een verrassende cd geworden, want naast – bijna vanzelfsprekende – Bloch’s Schlemo staat er ook diens  zelden gespeelde Voice in the Wilderness bij en Ravel’s  Kaddish  volgt op André Caplet’s Epiphanie (d’apre une légende éthiopienne).

Dat laatste ontgaat mij een beetje, het voelt als een vreemde eend in de bijt. Ik moet ook eerlijk bekennen dat ik geen affiniteit met het werk heb. Het kabbelt maar voort. Daarvoor in de plaats had ik liever Baal-Shem van Bloch gehoord.
Of iets van Joseph Achron. Of van Alexander Krein.

Of de andere twee van Ravel’s Mélodies hébraique. En al prefereer ik de gezongen versie van ‘Kaddish’ (mag ik een aanbeveling doen? Gerard Souzay!) dan moet ik bekennen dat Raphael Wallfisch met zijn cello mijn hart heeft gestolen. Maar het allermooiste vind ik het orkest. Zacht. Lief. Liefdevol.

 

ERNEST BLOCH

Wallfisch Bloch

Ernest Bloch

Vaak wordt mij gevraagd of er zoiets bestaat als Joodse muziek …. Nou en of!
Neem alleen maar Ernest Bloch. Hij werd geboren in 1880 in Genève in een geassimileerd gezin. Rond zijn vijfentwintigste raakte hij geïnteresseerd in alles wat met het Jodendom te maken had en vertaalde het in zijn taal – muziek.

“Ik ben geïnteresseerd in de Joodse ziel” schreef hij aan Edmund Fleg, voorzanger en librettist van zijn opera Macbeth. “Dat alles wil ik in muziek vertalen”.

Hij ontwikkelde een zeer eigen stijl: zijn composities geven de sfeer weer van Hebreeuwse gezangen, zonder het in feite te zijn. Het was namelijk zijn bedoeling niet om oude Hebreeuwse muziek te reconstrueren, maar om zijn eigen, goede muziek te schrijven, want, zoals hij zei, hij was geen archeoloog. Het is hem gelukt.

Hieronder vertelt Raphael Wallfish over zijn opname:

Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rapsodie hébraïque
André Caplet – Epiphanie (dápres une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales olv Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

 

ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *

JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden

JASCHA NEMTSOV en de Joodse muziek

SZYMON LAKS. Muziek uit een andere wereld

Hans Gál en Mario Castelnuovo-Tedesco: hoe konden we ze vergeten?