Mahler

Maris Jansons dirigeert Mahler 4

mahler-4-jansons

Laat ik het voorzichtig formuleren: hoe hoog ik Maris Jansons ook niet acht, zijn Mahlers hebben mij nooit echt kunnen bekoren. Het voelde vaak alsof zijn nuchterheid hem in de weg stond om zich ongegeneerd aan emoties over te geven.

Ook de vierde symfonie, vorig jaar op het  eigen label van het KCO uitgebracht, ontstapt er niet aan. Wat ik hoor is een zeer transparant en doorzichtig – maar ook een zeer afstandelijk -gespeelde symfonie. Nergens broeit het, wat mij doet denken aan een zonnige zomerdag zonder dat de zich al op de verre achtergrond naderende onweer voelbaar is.

Je hoort wel alle afzonderlijke instrumenten één voor één voorbij komen, allemaal zo adembenemend mooi gespeeld dat je naar adem moet snakken. Perfectie ten top.
Er is maar één ‘máár’: het is Mahler niet. Althans: niet mijn Mahler.

Ook Dorothea Röschmann, één van mijn geliefde (Mozart-) sopranen voldoet hier niet. Haar stem is groot geworden, volwassen. Niet licht meer en al helemaal niet ‘himmlisch’. Zij is een volwassen vrouw, geen meisje. Haar niet altijd zuivere intonatie kan ik haar vergeven – live is immers live – maar haar interpretatie vind ik gewoon irritant. Nee, geef mij maar Helen Donath. Of Lucia Popp.

GUSTAV MAHLER
Symphony no.4
Royal Concertgebouw Orchestra olv Mariss Jansons
Dorothea Röschmann, sopraan
RCO 15004

Mahler 3 door Jaap van Zweden: wat overblijft is een kater

mahler-3

Op het voorkantje staat, vermeld als eerst: Jaap van Zweden. Daaronder (met grotere letters, dat dan weer wel): Mahler 3. Alsof het Jaap van Zweden was, die een werk getiteld ‘Mahler 3’ heeft gecomponeerd. En zo klinkt de opname ook.

Daar is in principe niet zo veel op tegen. Een compositie leeft immers bij de gratie van zijn interpreet, ongeacht of je er wel of niet mee eens bent. Welnu: mijn Mahler 3 is het niet. Wat niet betekent dat u het met mij eens hoeft zijn!

Deel één hoort ‘kraftig’ en ‘entschieden’ te zijn, maar wat ik hoor is een brij van dikke klanken. Het kan ook de schuld van de (live) opname te zijn, maar ‘krachtig’ valt toch niet te camoufleren? Het orkest gromt als een naderend onweer in de zomer: loom en traag. En zwaar, heel erg zwaar. Daarbij zijn de trompetten alles behalve zuiver.

Het tweede deel klinkt al beter, al vind ik bepaalde accenten in 1, en zeker in 2, een beetje vreemd. Maar echt mis gaat het in 4, bij het ‘Zarathustra lied’. Kelley O’Connor’s mezzo kan mij niet echt bekoren en haar brede tremolo vind ik behoorlijk irritant. Wat overblijft is een kater. Jammer.


GUSTAV MAHLER
Symphonie No.3 in D minor
Woman of the Dallas Symphony Chorus (Joshua Haberman); Dallas Symphony Orchestra olv Jaap van Zweden
Kelley O’Connor (mezzosopraan)
DSOlive 007