kamermuziek/solorecitals

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

Amati Ensemble zet strijkkwartetten van Paganini op de kaart

Paganini AmatiWat weet een gemiddelde muziekliefhebber van en over Nicoló Paganini?
Dat hij een duivelskunstenaar was en wellicht zelfs een ‘vioolspelende duivel’? De schepper van ‘Cappriccio’s’ die iedere violist hoofd- en vingerbrekens bezorgen alleen al als zij er aan denken? De componist van de hondsmoeilijke vioolconcerten en duetten voor viool en gitaar?

De maestro uit Genua had veel meer in zijn mars en op zijn notenbalken. Onder andere heerlijke, overromantische strijkkwartettten. Niet dat ze zo makkelijk zijn om te spelen maar bij de luisteraar komen ze meer dan gemoedelijk over. Niemendalletjes? Zonder twijfel, maar zo, zo ontzettend lekker! Zeker als het zo aanstekelijk uitgevoerd wordt.

Het Amati Ensemble dat in een steeds wisselende samenstelling, maar altijd onder de meer dan bezielde leiding van de sterviolist Gil Sharon (ooit de concertmeester van het Limburgs Symfonie Orkest) optreedt, doet de naam van de uitgever alle recht aan. Briljant!

Heeft u een winterdiep? Slecht geslapen? Is uw minnaar met de dochter van de buurman ervandoor? Ik weet een remedie! De strijkkwartetten van Paganini. Mensen: ren naar de winkel, koop de cd of bezoek Spotify. Ga lekker achterover zitten en schaamteloos genieten. Wedden, dat al uw problemen, net als de sneeuw, tegen die tijd zijn gesmolten?


Nicolò Paganini
Strijkkwartetten 1 t/m 3
Amati Ensemble String Quartet: Gil Sharon, Sonja van Beek, Ron Ephrat & Floris Mijnders
Brilliant Classics 94287

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

altviool voice of the viola

The viola sonata by Dick Kattenburg (1919-1944) consists of only one movement, allegro moderato. The reason is simple: before Kattenburg could complete the work, he was arrested during a raid in a cinema and sent to Westerbork on 5 May 1944. Two weeks later, on 19 May 1944, he was deported to Auschwitz, where he was murdered. Kattenburg was only 24 years old.

Max Vredenburg (1904 -1976) is now mainly known as co-founder of the National Youth Orchestra. In the 1920s he left for Paris where he studied with Paul Dukas and Albert Roussel, composers who influenced him greatly. In 1941 he fled to Batavia and in 1942 he ended up in a Japanese camp. He survived the war but a large part of his family was murdered in Sobibor and Auschwitz. He composed the Lamento in 1953 in memory of his sister Elsa.

altvioool VredenburgMax1

Max Vredenburg © Maria Austria MAI

The sonata by Mieczysław Weinberg, originally composed for clarinet and piano, is perhaps the most complex of all the other works on this CD. It is also the only composition that is not only sad: you can also recognize fragments of klezmer and Jewish folklore in it.

And if you think you recognize the opening measures of Beethoven’s Mondscheinsonate in ‘Adagio’, you are right. Those notes are indeed in it. Just as in the adagio, the final movement of Dmitri Shostakovich’s sonata. The work, dating from 1975, was his last composition, and shortly after the completion of the sonata he died of lung cancer.

I can only be brief about the performance: the absolute TOP! The sound that Ásdís Valdimarsdóttir elicits from her viola is of a rare beauty. It is so beautiful that it hurts. Listen to the Adagio of Weinberg’s sonata. Terrifying.

Marcel Worms, surely one of the greatest pianists/accompanists of our time, keeps himself a bit in the background, giving his Icelandic colleague all the honour of wearing glasses. But just listen carefully and experience how compassionate his contribution is. That’s what I think is called ‘partners in crime’. I can’t describe it any better.

Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (viola), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657

Translated with www.DeepL.com/Translator

Article in Dutch: The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

Forbidden Music in World WAR II: PAUL HERMANN

The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

altviool voice of the viola

De altvioolsonate van Dick Kattenburg (1919-1944) bestaat uit maar één deel, allegro moderato. De reden is simpel: vóór Kattenburg het werk kon voltooien werd hij tijdens een razzia in een bioscoop opgepakt en op 5 mei 1944 naar Westerbork gestuurd. Twee weken later, op 19 mei 1944, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij werd vermoord. Kattenburg is maar 24 jaar oud geworden.

 

Max Vredenburg (1904 -1976) is tegenwoordig voornamelijk bekend als medeoprichter van het Nationale Jeugd Orkest. In de jaren twintig vertrok hij naar Parijs waar hij met o.a. Paul Dukas en Albert Roussel studeerde, componisten die hem zeer hebben beïnvloed. In 1941 vluchtte hij naar Batavia en in 1942 belandde hij in de Jappenkamp. Hij heeft de oorlog overleefd maar een groot deel van zijn familie werd vermoord in Sobibor en Auschwitz. Het Lamento componeerde hij in 1953 ter nagedachtenis van zijn zus Elsa.

altvioool VredenburgMax1

Max Vredenburg © Maria Austria MAI

De sonate van Mieczysław Weinberg, oorspronkelijk gecomponeerd voor klarinet en piano is misschien de meest complexe van alle andere werken op deze cd, het is ook de enige compositie die niet alleen maar treurig is: je kunt er ook flarden klezmer en Joodse folklore in herkennen.

En als u denkt in ‘Adagio’ de beginmatten van de Mondscheinsonate van Beethoven te herkennen dan heeft u gelijk. Die noten staan er wel degelijk in. Net zo trouwens als in het adagio, het slotdeel van de sonate van Dmitri Sjostakovitsj. Het uit 1975 stammende werk was zijn laatste compositie, vlak na de voltooiing van de sonate overleed hij aan longkanker.

Over de uitvoering kan ik maar kort zijn: een absolute TOP! De klank die Ásdís Valdimarsdóttir haar altviool ontlokt is van een zeldzame schoonheid. Het is zo mooi dat het pijn doet. Luister even naar het Adagio van de sonate van Weinberg. Huiveringwekkend.

Marcel Worms, toch wel een van de grootste pianisten/begeleiders van onze tijd houdt zich een beetje schuil, zijn IJslandse collega alle eer gunnend om te brilleren. Maar ga maar goed luisteren en ervaar hoe ontzettend meevoelend zijn bijdrage is. Zoiets heet ‘partners in crime’, denk ik. Beter kan ik het niet omschrijven.


Mieczysław Weinberg, Dick Kattenburg, Max Vredenburg, Dmitri Shostakovich
The voice of the Viola in Times of Opression
Ásdís Valdimarsdóttir (altviool), Marcel Worms (piano)
Zefir Records ZEF 9657

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

Discovering Jerzy Fitelberg

Fitelberg-Arc-Esnsemble1

Is the music world finally waking up?

Not if it’s up to the big record companies. With them we are still condemned to Bachs, Beethovens and Wagners. Fortunately, smaller labels like Chandos still exist. A while ago they surprised us with a CD with chamber works by Paul Ben-Haim, now they know how to make me overjoyed with Jerzy Fitelberg.

While Ben-Haim’s name was still a little known here and there, Fitelberg’s name was not. At least not Jerzy’s,  because there are still enough old recordings of his father Grzegorz, who was a famous conductor.

FitelbergJerzy1expanded

Jerzy Fitelberg (1903 – 1951) was born in Warsaw and first studied with his father who had him play as a percussionist in the orchestra of the National Theatre in order to gain experience. From 1922 he studied composition with Franz Schreker in Berlin, among others. In 1927 he made a name for himself by re-orchestrating Sullivan’s Mikado for Erik Charell’s operetta-revue in the Grosses Schauspielhaus in Berlin. In 1933 he fled first to Paris and from there to New York.

Fitelberg was one of the favourite composers of Copland and Artur Rubinstein, among others. He himself described his compositional style as “full of the energy and high tension of Stravinski combined with the harmonic complexity of Hindemith and the colours of Milhaud’s French music. Plus the much-needed satire”.

Below an arrangement, made by Stefan Frenkel, of a Tango from Fitelberg’s opera ‘Der schlechgefesselte Prometheus’,played by Marleen Asberg (violophone) and Gerard Bouwhuis (piano) at a concert given by the Ebony Band, April 25, 2013 in Amsterdam,

 

His works were often performed until his death, after which they disappeared from the stage. Until more than sixty years later the ARC Ensemble (yes, the same ensemble that recorded the Ben-Haim CD) picked up the thread.

The first string quartet from 1926 starts with a resolute Presto, which reminds me a lot of Mendelssohn, but not for long. Soon Slavic themes pass by to make way for the melancholic Meno mosso. Beautiful.

The second string quartet , overloaded with prizes in 1928, sounds a bit like Janaček, but with Polish instead of Moravian dances in the background. The sonatine for two violins mixes all the contradictions of the late 1930s: entertainment, jazz and a (cautious) atonality.

Fisches Nachtgesang, a night music for clarinet, cello and celesta is so beautiful that it hurts. It reminds me of a night candle, which goes out carefully. Covered with the soothing words “go to sleep, but don’t worry about it”, but you’re not really reassured.

The members of the Canadian ARC Ensemble, who play contagiously well, all work at the Glenn Gould School at the Royal Conservatory of Music. What a CD! Ten out of ten!

Jerzy Fitelberg
Chamber Works
String Quartets Nos 1 and 2
Serenade; Sonatine; Night musik “Fisches Nachtgesang”.
ARC Ensemble
Chandos CHAN 10877

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

Gruppo Montebello speelt Mahler

Mahler Gruppo MOntebello

Nog niet zo lang geleden heeft het RCO-kamerata de kamermuziekversie van de vierde symfonie van Mahler in de bewerking van Erwin Stein uit 1921 op cd uitgebracht. Daar was ik oprecht blij mee, voornamelijk vanwege de meer dan een uitstekende uitvoering.

Die bewerkingen, ooit door Schönberg via zijn Verein für Privataufführungen geïnitieerd om ook het grote publiek met de symfonische werken bekend te maken waren ooit buitengewoon belangrijk maar of het nu nog zo is? Ik weet het niet maar ik juich de uitvoeringen zeker toe. Alleen: moet het alleemaal ook opgenomen worden?

De uitvoering door het Gruppo Montebello, live opgenomen tijdens het Orlando Festival in Maastricht is zonder meer prachtig maar de uitvoering door RCO-kamerata vind ik beter. Mooier. Homogener. Het valt echter niet te ontkennen dat Gruppo Montebello’s lezing ontegenzeggelijk spannend is en dat ik uiteindelijk toch echt voor RCO-kamerata kies heeft o.a. met de sopraan te maken: Lies Vandewege is geen match voor Judith van Wanroij. Ik vind de stem van Vandewege prachtig en haar voordracht zonder meer goed maar voor mijn gevoel zingt zij te ‘ernstig’, te weinig onbekommerd.

Wat deze cd tot een ‘must have’ maakt zijn de door Reinbert de Leeuw in 1991 bewerkte Kindertotenlieder. Niet vanwege het arrangement, die is gewoon flauw, maar vanwege de zeer aangrijpende uitvoering door Henk Neven.

GUSTAV MAHLER
Symphony No.4 (bewerking Edwin Stein)
Kindertotenlieder (bewerking Reinbert de Leeuw)
Lies Vandewege (sopraan), Henk Neven (bariton)
Gruppo Montebello olv Henk Guittart
Et’cetera KTV 1620

José Vianna da Motta

Jose Vianna da Motta

Een Portugese Schumann wordt hij wel eens genoemd. Hoe onterecht en hoe verkeerd! De in 1868 op het eiland São Tomé e Principe in de Golf van Guinee geboren José Vianna da Motta is anders. Minder zwaar op de hand, vrolijker, onbekommerder. Zeg maar: zuidelijker.

Schumann was een geniale borderliner met een soort ‘knop in zijn hoofd’ die hem deed balanceren tussen genialiteit en banaliteit en die hem uiteindelijk in de Rhijn deed belanden. Dat hoor je in zijn muziek en dat gegeven is bij Vianna da Motta totaal afwezig.

Jose Vianna

© José Eduardo Martins

José Vianna da Motta studeerde eerst in Berlijn bij de broers Xaver en Philipp Scharwenka en in 1885 kwam hij bij Franz Liszt in Weimar terecht. In 1927 speelde hij al Beethovens 32 pianosonaten in een reeks concerten, iets waar hij zijn naamsbekendheid voornamelijk aan heeft te danken.

Zijn werken zijn alles behalve vooruitstrevend. Ze zijn zonder meer heel erg leuk maar beklijven doen ze niet. Na twee keer luisteren weet je het allemaal wel en dan wordt het … hoe zal ik het zeggen: een beetje saai? Want op den duur hoor je alleen maar een ‘klanktapijt’.

Luís Pipa is een pianist van het grote gebaar en overweldigende klanken. Wellicht ligt het daar ook aan?


JOSÉ VIANNA DA MOTTA
Portugese Rhapsody No.4; Barcarolla no.2, op 17; Barcarolla no.1, op 1; Fantasiestück op.2; Sonata in D Major; Ballada, op.16; Serenata, op.8; Méditation
Luís Pipa (piano)
Toccata Classics TOCC 0481