Karl_Weigl

Mahleriaanse Weigl meesterlijk uitgevoerd

Weigl

Karl Ignaz Weigl werd in 1881in Wenen geboren in een geassimileerd Joods gezin. In 1938 vluchtte hij naar New York waar hij tien jaar later overleed. Zijn composities die nog maar zelden worden uitgevoerd zijn zeer traditioneel, verankerd in een ‘Weens geluid’.

Dat zijn symfonieën af en toe aan Mahler doen denken is zo verwonderlijk niet: Weigl heeft nauw met Mahler gewerkt als zijn persoonlijke assistent aan de Weense Hofopera. Maar ook Brahms is nergens ver weg.

Weigl studeerde bij Zemlinsky die de composities van zijn leerling heel hoog schatte. Zijn werken werden uitgevoerd door de meest vooraanstaande musici zoals Furtwängler of Georg Szell. Het is werkelijk onvoorstelbaar dat hij zo gruwelijk werd vergeten: het was pas na 2000 dat de platenmaatschappijen een beetje belangstelling kregen voor zijn muziek. Een enorme pluim dus voor Capriccio die, zo te zien, bezig is met de echte Weigl (en meer vergeten componisten) -revival.

Zijn vierde symfonie componeerde Weigl in 1936. Toen ik de cd opzette dacht ik eerst met een onbekende versie van Mahler 1 te hebben, de gelijkenis is meer dan frappant. Maar ook de zesde symfonie kent zijn ‘Mahler-momenten’: denk aan de zevende!  De uitvoering door de Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz onder leiding van Jürgen Bruns is voortreffelijk.


KARL WEIGL
Symfonie nr. 4 en nr. 6
Deutsche Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz o.l.v. Jürgen Bruns
Capriccio C5385

Karl Weigl: de glinsterende Weense traditie

Weigl

Karl Ignaz Weigl werd in 1881in Wenen geboren in een geassimileerd Joods gezin. In 1938 vluchtte hij naar New York waar hij tien jaar later overleed. De componist én zijn muziek werden ‘even vergeten’, iets wat we echt niet alleen aan de nazi’s te danken hebben. In 1938 schreef Arnold Schönberg; ‘Ik heb Dr. Weigl altijd als één van de beste componisten van de oude school beschouwd; één van degenen die de glinsterende Weense traditie hebben voortgezet ‘. Beter zou niemand het kunnen formuleren.

De ‘glinsterende Weense tradities’ zijn Weigls voornaamste handelsmerk. Oneerbiedig gezegd kun je zijn muziek als een soort doorgeefluik beschouwen. Een soort corridor, die van een klassieke Beethoven via een zielknijpende Schubert en onderaards erotische Zemlinsky loopt om uiteindelijk in een rustig vaarwater van Weigl te belanden, en vandaar uit zijn weg naar onze harten te vinden.

Weigl foto

Karl Weigl © Wikipedia

Weigl is niet een componist van wie ik veel heb gehoord (nee, het ligt niet aan mij) en behalve zijn, overigens prachtige liederen en een paar van zijn kamermuziekcomposities kende ik hem niet zo goed. Deze cd is dus meer dan welkom, zeker ook omdat er zo waanzinnig goed wordt gemusiceerd.

Het meest ben ik gecharmeerd van de violist David Frühwirth. Zijn toon is zeer zoet, net zo zoet als de Weense Sachertarte. Het best hoor je het in het zeer Schubertiaans pianotrio, maar vergis je niet! Luister even naar het allegro molto, het derde deel van de tweede vioolsonate uit1937 en ontdek het complexe van het ‘Weens-geluid’.

En ik voel mij vrij om nog een citaat te gebruiken, nu van Pablo Casals: “Zijn muziek zal niet verloren gaan, na de storm komen we er weer op terug. Ooit komen we terug naar degenen die echte muziek hebben geschreven.” Het heeft even geduurd en we zijn er nog lang niet, maar het begin is al gemaakt.


KARL WEIGL
Violin Sonata No.2, Two pieces for violin, Two pieces for cello, Piano Trio
David Frühwirth (viool), Benedict Kloeckner (cello), Florian Krumpöck (piano)
Capriccio C5318