Fidelio

“Beethovens” Fidelio klinkt in Nationale Opera&Ballet

Tekst: Peter Franken

Als onderdeel van het Holland Festival brengt DNO deze maand een serie voorstellingen van Beethovens opera Fidelio, dat staat althans op het affiche. De première van de productie van Andriy Zholdak werkte bevreemdend.

Het verhaal van Fidelio stamt uit 1798 en is uitgesproken melodramatisch. In deze revolutionaire periode werd het gemakkelijk herkend als een strijd waarin een tirannieke heerser het onderspit moet delven door toedoen van een onversaagde tegenstrever. Voor de uit Oekraïne afkomstige regisseur Zholdak moet de verleiding groot zijn geweest om er een eigentijdse versie van te maken waarin Pizarro wordt voorgesteld door Putin met Florestan in de rol van Navalny.

Kennelijk heeft hij besloten dat dit te gemakkelijk was en is daarom een flinke stap verder gegaan. Putin is nog niet erg genoeg, zijn Pizarro is de incarnatie van de duivel zelf. Daarmee wordt het libretto grotendeels onbruikbaar maar daar kan een grote geest als Zholdak niet mee zitten.

Vermoedelijk staat in zijn contract dat Beethovens muziek onverkort moet worden gespeeld en dat alle zangnummers op de oorspronkelijke Duitse tekst ten gehore moeten worden gebracht. Voor het overige heeft Zholdak zich een vrij speelveld toegeëigend. Waar normaal gesproken in het programmaboek een synopsis van het libretto staat lezen we nu het volgende:

‘Beethoven is dood. De kwade genius, Pizarro, heeft de macht overgenomen. Hij zal de harmonie in de kosmos verstoren. Ook de liefde tussen Leonore en Florestan moet worden verbroken. Hij roept daarvoor de hulp in van Rocco, Marzelline en Jaquino. Pizarro ontvoert Florestan naar zijn wereld, achter de spiegel. Leonore gaat op zoek naar haar geliefde en belandt in een duistere droomwereld. Zij moet zichzelf en Florestan bevrijden van het Kwaad en de orde herstellen.’

Deze benadering biedt natuurlijk ongekende mogelijkheden voor het tonen van allerhande beelden die vagelijk in verband kunnen worden gebracht met de strijd tussen Goed en Kwaad, het wezen van de kosmos en de mogelijke impact van ‘dark energy’ waarvan we het fijne nog niet weten maar dat zo bedreigend is dat we een eindeloos voortbestaan van de kosmos wel uit het hoofd kunnen zetten.

Daarnaast is er de kleine wereld van Florestan en de uitverkoren Leonore die in hun kinderjaren de nodige trauma’s hebben opgelopen. Zholdak is tevens verantwoordelijk voor het decor, de kostuums en de filmbeelden en haalt alles uit de kast om er een fraai vormgegeven tafereel van te maken.

Uiteraard zijn er veel spiegels, draaideuren waardoor spelers op en  af gaan. Verder grote ringen waardoor iemand van de ene in de andere wereld zou kunnen treden (?), verwijzingen naar Roodkapje en de Boze Wolf, spelers die elkaar met messen bewerken, witte en zwarte opzetvleugels zoals bij engelen en ga zo maar door.

Op een gegeven moment wordt een filmbeeld vertoond van een voortrazende trein op een station in Shanghai, langdurig hetzelfde beeld. Later verandert dat in een station in New York, 40th Street. Verderop in de voorstelling weer Shanghai. Het deed me terugverlangen naar de tijd dat Herheim zijn producties volstopte met eenvoudig te doorgronden symboliek. Huiselijke taferelen, in slow motion bewegende figuranten die gestileerde bewegingen maken en poppen die spontaan in brand vliegen completeren het beeld, nou ja, zo’n beetje.

Pizarro is in deze bewerking de feitelijke hoofdfiguur. Hij wordt vertolk door de Amerikaanse bas-bariton Nicholas Brownlee die een grote spreekrol heeft gekregen. Met een zwaar Amerikaans accent probeert hij de gewenste duivelse dreiging te etaleren. Zholdak toont hem als een lookalike van Karl Lagerfeld en dat haalt de scherpste kantjes er direct weer af. Op het moment dat hij zijn aria ‘O Gott! Welch’ ein Augenblick!’ aanheft gaat hij van spreek- naar zangstem en dat klonk overdreven luid en schreeuwerig. Brownlee had het beter bij declameren kunnen laten.

Zijn slachtoffer Florestan komt pas laat in het stuk voor maar loopt hier van meet af aan op het toneel rond. Als hij eindelijk mag zingen blijkt ook tenor Eric Cutler zoveel moeite met de partij te hebben dat hij enorm moet forceren om zijn aria tot een goed einde te brengen. Ook in het duet met Leonore viel Cutler me vooral op door zijn ‘hoekige’ zang.

De bas James Creswell als Rocco klonk passend vaderlijk en betrokken, vertolkte goed beschouwd als enige een rol die een beetje overeen kwam met het libretto. Tenor Lienard Vrielink kon mij wel overtuigen als de gefrustreerde Jaquino die voorbestemd was geweest om met Marzelline te trouwen tot zij verliefd werd op Leonore, hier gewoon een vrouw.

Sopraan Anna El-Khashem maakte iets moois van haar rol, goed gezongen. Opvallend was dat de regie haar neerzette als ‘mooie meid’ door haar in galajurken ten tonele te voeren. Verder viel me op dat ze voortdurend aan Florestan zat te klitten, vermoedelijk om te voorkomen dat de toeschouwers de indruk zouden krijgen dat ze naar Fidelio zaten te kijken.

Sopraan Jacquelyn Wagner gaf als Leonore een goede vertolking van de ‘titelrol’ en dwaalde tussen de zangnummers als een padvinder op het toneel rond, door de spiegel, weer terug, opnieuw door de spiegel.

Voor gevangenen is in deze productie geen plaats. Het koor zong dan ook vanuit de orkestbak, mocht natuurlijk niet worden gecoupeerd. Tegen het einde klonk nogmaals een complete ouverture (ben niet zeker van de versie) om Zholdak de gelegenheid te geven die als achtergrondmuziek te gebruiken voor zijn eigen stuk. Dat was immers nog lang niet afgelopen. Pas toen het complete koor (gevangenen en het volk) op het toneel verscheen, samen met alle andere medewerkenden, kon ik opgelucht ademhalen. Dit moest toch wel echt het einde zijn van deze ‘Fidelio’ met ruim 150 minuten zuivere speeltijd.

En het KCO? Ach, dat speelde gewoon Beethovens partituur, op een wijze die we van dit orkest gewoon zijn, en onder leiding van dirigent Andrés Orozco-Estrada.

Trailer van de productie:


Fotomateriaal: © Monika Rittershaus | De Nationale Opera

Discografie: Mijn haat-liefde verhouding met Fidelio van Beethoven

Reisopera brengt Fidelio als semi Singspiel

Tekst Peter Franken

De Reisopera toert momenteel door het land met een in meerdere opzichten nogal ‘kale’ versie van Fidelio. Het is een coproductie met ‘Warschau’ en ‘Kopenhagen’ waar het werk al eerder te zien was. Dat kwam in zoverre goed uit tijdens de vijfde voorstelling in Rotterdam dat voor de zieke Yorck Felix Speer die de rol van hoofdcipier Rocco vertolkt de bas Krystof Borysewicz kon worden ingevlogen die deze rol reeds in Warschau had gezongen. Het werd alles bijeen een redelijk geslaagde avond maar met de nodige kanttekeningen.

Making of in Warschau (Engels gesproken, Poolse ondertitels):

Beethoven (1770-1827) schreef slechts een enkele opera en het is duidelijk dat hij met dit genre minder affiniteit had dan met zijn symfonische werken en kamermuziek. Zijn Fidelio kende een moeilijke ontstaansgeschiedenis en moest ook nog eens opboksen tegen twee eerdere werken gebaseerd op hetzelfde libretto van Jean-Nicolas Bouilly, te weten Léonore van Pierre Gaveaux uit 1798 en Leonora van Ferdinando Paer uit 1804.

Durans, Francois: Bouilly, J. N. – Repro-Foto nach Gemälde von Durans

Het werk bestond als het ware al in een Franse en een Italiaanse versie voordat Beethoven er mee kwam. De Duitse bewerking kwam voor rekening van Joseph Sonnleithner en om verwarring met die twee voorgangers te voorkomen werden de titel en de naam van de hoofdpersoon veranderd in Fidelio. De eerste versie had première in 1805. De definitieve versie stamt uit 1814.

Het verhaal is uitgesproken melodramatisch, past meer in de sfeer van revolutionaire willekeur die kenmerkend was voor de ontstaansperiode van Bouilly’s werk. Beethoven legt er nog eens een deken van loodzware pathos overheen. Goed beschouwd vormt alleen het schitterende kwartet in de eerste akte ‘Es ist mir wunderbar’ daarop een uitzondering. Tegen het einde worden muziek en tekst tenenkrommend zoals in ‘O namenlose Freude’ en ‘O Gott! Welch ein Augenblick’.

In een productie van Dietrich Hilsdorf die ik in 1998 in het Aalto Theater in Essen zag, werd de voorstelling na ‘Des besten Königs Wink und Wille’ onderbroken om het brandscherm naar omhoog te laten komen. Toen het weer naar omlaag ging, stonden de ongekostumeerde solisten en koorleden bij elkaar op het podium om het slot van de opera uit te voeren, concertant als het ware. Hilsdorf had zo zijn eigen grenzen.

Regisseur John Fulijames heeft ervoor gekozen alle gesproken teksten te laten vallen, die leiden maar af en houden de zaak op. Je moet dus als toeschouwer goed bekend zijn met de loop van het verhaal om de samenhang tussen de verschillende scènes te kunnen doorgronden. Die keuze is onnodig rigoureus: ook met een paar korte zinnen kan de spanning erin worden gehouden zonder de tenen van de luisteraar te doen krommen.

Op zich is het een goede vondst om de toenadering tussen Leonore en Florestan na de aftocht van Pizarro in slow motion uit te voeren met begeleiding door de strijkers. Hiervoor wordt het Strijkkwartet op. 132, molto adagio gebruikt Op het onvermijdelijke videoscherm is te zien hoe twee uitgestoken vingers zich naar elkaar toe bewegen en als die elkaar raken vallen de herenigde echtgenoten elkaar in de armen.

Het decor beperkt zich verder tot een paar rekwisieten: een karretje met rollen prikkeldraad en een paar kapstokken met werkkleding. Op zich niet ongewoon: zo komt het accent meer op toneel en zang te liggen. Echter een Singspiel wordt gedragen door dialogen en als die ontbreken moet alles van het spel van de zangers komen. De regie laat het helaas ook op dit punt afweten. De interactie tussen de protagonisten is minimaal en meestentijds staan ze gewoon op een rijtje naast elkaar naar het publiek te zingen.

Gespeeld werd de ouverture Leonore en op het videoscherm is te zien dat Kelly God als Leonore een schaar in het haar zet en transformeert tot Fidelio. Dan neemt de opera een aanvang.

Het duet tussen Marzelline en Jaquino werd leuk vertolkt door sopraan Julietta Aleksanyan en tenor Petter Moen. Aleksanyan kennen we nog van haar tijd bij de National Opera Studio en verschillende kleine rollen bij DNO. Ze kwam qua stemvolume wat ongelijkmatig op gang maar al gauw klonk ze zoals ik van haar verwacht had.

Mooie heldere stem met een flink volume in de hoogte. Ze is de ingénue in de handeling en met haar tengere gestalte en gekleed in een zwart ‘kostschooljurkje’ voldeed ze prima aan deze typecast. Moen hield zich aardig staande maar komt verder in het stuk nauwelijks nog voor. Ook tijdens het volgende kwartet vervult hij slechts een bijrol. Krystof Borysewicz was adequaat als Rocco en tenor Bryan Register kon redelijk overtuigen in zijn grote aria ‘Gott, welch Dunkel hier’.

Voor de rol van bad guy Don Pizarro kon men beschikken over Bastiaan Everink, een luxebezetting. Bij gebrek aan regie moest hij zijn kwaadaardigheid volledig over het voetlicht brengen met zijn zang en dat resulteerde in aanhoudend gebruik van een stentorstem. Iets meer variatie in dynamiek was welkom geweest. Everink heeft zijn gestalte mee en kan sowieso goed intimiderend overkomen, ook als hij zwijgt.

Frederik Bergman oogde als een joviale Don Fernando, mooi gezongen aardig geacteerd. Als deze minister verschijnt loopt het toneel vol en is er de nodige verwarring. Dan pas laat Filijames wat meer zien op het gebied van personenregie.

Kelly God gaf een goede vertolking van de titelrol maar maakte zo nu en dan een over geëmotioneerde indruk, vooral in haar zang. Bij het ‘abscheuliger, wo eilst du hin’ ging ze bijna door het lint wat op zich de dramatiek ten goede kwam. Jammer dat ze een toontje te laag eindigde, ongebruikelijk voor een Isolde. Alles bijeen een goede vertolking van deze lastige rol. Opvallend dat ze aan het einde Marzelline even in haar armen nam om haar te troosten.

Het koor Consensus Vocalis klonk mooi en verzorgd tijdens het luchten van de gevangenen, met vrouwen deze keer, met korte soli van Bram van Uum en Remmert Velthuis. Ook in het slot liet waarin gevangenen werden herenigd met hun geliefden liet het koor zich niet onbetuigd.

De begeleiding door het orkest Phion was van een hoog niveau. Ook de zo belangrijke inbreng van de hoorns kwam goed uit de verf. Compliment voor dirigent Otto Tausk.

Mini Docu Fidelio deel 1

en deel 2

Fotomateriaal: © Marco Borggreve

De Nationale Opera presenteert seizoen 2023/24




Het nieuwe seizoen is bekend gemaakt. Ik heb er een paar dagen over gedaan om er iets van te vinden, want eigenlijk vond ik er niets van. Een oneliner? Ja, zeker, vandaar dat ik ga toelichten. Want: moeten we juichen? Nee. Mogen we teleurgesteld zijn? Ja. Zijn er veel herhalingen en te veel van hetzelfde? Ja. Zijn er dan helemaal geen verrassingen en leuke dingen? Ja, die zijn er, maar heus?

Om met de ‘verrassingen’ te beginnen: we krijgen voor het eerst sinds… dertig ? Veertig jaar ? Il Trittico van Puccini.  Ik heb het in ieder geval hier nog nooit gezien, althans niet op de planken, want Riccardo Chailly bracht Puccini’s juweeltjes mee naar de Kerst Matinees (waar is die tijd gebleven?)

Wel hebben wel Gianni Schicchi gehad, als onderdeel van een “Florentijns tweeluik”. Het was een mooie productie, dat wel, maar zo hoort het niet. Althans zo denk ik… Puccini heeft het niet voor niets aan elkaar geknoopt en daar had hij zijn bedoelingen mee. Maar wie heeft er nog een oog (en oor) voor de bedoelingen van de schrijver, componist, schilder? Juist.

Hoe de productie gaat worden, dat moeten we maar afwachten, maar met de wetenschap  wat Barrie Kosky met Tosca en Turandot heeft geflikt hou ik mijn hart vast. Maar wie weet? Weet hij ons te verrassen? Een ding is zeker: de cast is om te zoenen!

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

Waar ik persoonlijk echt naar uit kijk, is de Innocnce van Kaija Saariaho. Ik hou immens veel van deze Finse componiste en wat ik over haar nieuwste opera heb gehoord (en gelezen, het ging in Aix en Provence in première) belooft veel spanning, goed libretto en fantastische muziek. Goede bezetting ook.



We krijgen ook Oedipus Rex van Stravinsky, die hebben wij, bij mijn weten hier ook nooit gehad. De cast ziet veelbelovend uit  en het wordt gekoppeld aan Antigone, een nieuwe opera van de mij onbekende Samy Moussa, in ieder geval iets om in de gaten te houden

Ook Agrippina van Händel is hier nooit eerder geweest. Regie is in handen van Barrie Kosky, afwachten dan maar. Maar gezien de foto.. Ik zwijg

En dan komt deel drie van de ‘Tudor-trilogie’, Roberto Devereux. Op Ismael Jordi na ken ik de andere zangers niet. Of niet goed en de foto doet mij denken aan mierikswortel.

Verder?  
Die meer dan afschuwelijke  La Traviata  van Tatjana Gürbaca mag weer lekker terug.
Peter Franken had het al gezien:

Gürbaca’s Traviata is spijkerhard

Die Zauberflöte in de regie Simon McBurney komt nu voor de vierde (vijfde? keer terug  . Ik heb er nooit iets aan gevonden, maar mensen hebben gelachen.



Ook Beethovens Fidelio komt weer eens langs. Weliswaar een nieuwe productie, maar die opera hebben we hier al zo vaak gehad!
De regisseur ken ik niet. En Eric Cutler als de heldentenor?


En dan Lohengrin, toch een van mijn geliefde Wagners komt voor de zoveelste keer terug. Weliswaar in een nieuwe productie van Loy die ik zeer waardeer  maar ik had hem graag tegen Andrea Chenier gewisseld. Of Fedora. De cast is, althans op papier, ook niet om over naar huis te schrijven


Terug naar het begin. De allereerste productie is Kurt Weill’s  Mahagony, geregisseerd  door Ivo van Hove, geleend uit Antwerpen. Daar was Peter van Franken niet echt blij mee

Redelijk geslaagde Mahagonny bij Opera Vlaanderen

Maar er is ook goed nieuws: voor het eerst sinds 40 jaar krijgen we Der Rosekavalier niet!



Voor meer info, details en speeldata kijk op de site van DNO

https://www.operaballet.nl/nieuws/nationale-opera-ballet-presenteert-seizoen-20232024


My love-hate relationship with Fidelio by Beethoven

https://basiaconfuoco.com/wp-content/uploads/2020/07/fidelio18140523.jpg

I have a love-hate relationship with ‘Fidelio’. On the one hand, I think it is a whole lot of rubbish, but on the other hand, I love the overture. And the quartet in the first act – a heavenly piece of music, if performed well.

Harnoncourt (Teldec 4509-94560-2)

Fidelio Harnoncourt cd



I particularly like the recording Nikolaus Harnoncourt made in 1995 with the Chamber Orchestra of Europe. Charlotte Margiono is a fantastic Leonore and Peter Seiffert (Florestan) sounds like a young god. Also the young (yes, make no mistake! Don Ferrando is young!) Bo Skovhus sings the noble minister in a very natural way. Sergei Leiferkus (Don Pizarro) is also much more at home here than in Verdi’s operas.

I become a little sad when I see the names of László Polgár (Rocco) and Deon van der Walt (Jaquino) again: Polgár, a much beloved singer (not only in Amsterdam), died suddenly in September 2010. And Deon van der Walt was shot dead by his own father in November 2005 (who says life is not like opera?). The orchestra is very transparent and wonderfully light-hearted, something I enjoy very much.


Barenboim (Teldec 3984-25249-2)

fidelio barenboim


Now you may say: Fidelio light-hearted? I want thunder and lightning! In that case, your choice should be Daniel Barenboim. Here, not only is the orchestra (Staatskapelle Berlin) of almost Wagnerian proportions, so are the singers: Waltraud Meier (Leonore), Plácido Domingo (Florestan), Falk Struckman (Don Pizarrro), René Pape (Rocco), Kwangchul Youn (Don Fernando).
On the other hand the roles of Jaquino (Werner Güra) and Marzelline (Soile Isokoski) are wonderfully lyrical (although more heavily cast than usual). The tempi are solid but never punishing, and Barenboim conducts with verve.

Elder (GFOCD 004-06)

Fidelio Eldet

There is absolutely nothing wrong with the 2006 performance, recorded live in Glyndebourne for the Festival’s own label. Anja Kampe made her enthusiastically received debut there as Leonore. And rightly so. Rarely, if ever, has this role been sung with such beautiful lyricism and such fragility, making Leonore even more deserving of our respect for her heroic actions. In the spoken dialogues, moreover, Kampe shows herself to be an outstanding actress.

I am not a big fan of Torsten Kerl (Florestan), but the way he sings his great aria is outstanding. Lisa Milne (Marzelline) has stolen my heart with her lovely soprano and the rest of the cast is also fantastic. Mark Elder conducts the beautifully playing London Philharmonic Orchestra with great intensity.
It is a great pity that the production has not appeared on DVD, because all the reviews praised Deborah Warner’s direction. But even without seeing it, there is still a lot to enjoy.

The packaging is also very attractive: the two CDs are enclosed in a kind of booklet with a hard cover, with, besides the libretto, many rehearsal and performance photographs.

Harnoncourt (Arthouse 107111)

Fidelio kaufmann

On DVD the choice is also quite large and out of necessity I will limit myself to two recordings.

Already in 2004 (!) Jonas Kaufmann sang Florestan, in Zurich, conducted by Nicolaus Harnoncourt. The conductor has changed his vision audibly and the orchestra sounds heavier than on Teldec. He conducts with a firm hand and starts very quickly, only to calm down afterwards. I find it all too measured, too tight … At least it is for me.

Jürgen Flimm directed the film and he gives us, for him, rather realistic images, sometimes maybe even ‘too’ realistic. A fun fact: Flimm also directed and supervised the dialogues for the 1994 Teldec recording.

Lászlo Pólgár is a wonderful Rocco. I doubt if he is a perfect match for the role (physically then), especially with a (very weak) Elisabeth Magnus as his daughter, but just to be able to see that man again!

Camilla Nylund is a rather unemotional Leonore, but Kaufmann is an irresistible Florestan.

Haitink (Opus Arte BD OA7040)

Fidelio Haitink


Again in Zurich, but four years later in 2008, a new production of ‘Fidelio’ (they apparently love it there) was presented. The orchestra of the Opernhaus Zürich is conducted very affectionately by Bernard Haitink, but then again – he has pretty much identified himself with Beethoven’s works.

He has also really thought about it: he finds the ideas behind the music much stronger than any political labels. He doesn’t care about updating, because the music itself is translucent, transparent and warm.

Harking back to the Mahlerian tradition, he puts “Leonore III” in the second act. However, he is a bit on the slow side.

Katharina Thalbach’s direction and Ezzio Tofolutti’s furnishings are very realistic, which is in line with Haitink’s ideas, but the costumes are a bit of everything. The dialogues are somewhat abbreviated, which I do not really consider a lack.

Lucio Gallo is a misfit for me. He portrays Don Pizzaro as an Italian mafia boss, but as the sort you’ll only see in the cinema. It is  all very exaggerated and his voice does not have the right timbre for the role.

Alfred Muff is better suited as Rocco than as Pizzaro four years earlier, but he too has had his day. Melanie Diener (Leonore) sings very adequately, and I have little to say about her acting, but she is not at all convincing as a man!

Robberto Saccà  is a great Florestan. More lyrical than we are used to, but I do not mind that at all. And although he does not look gaunt, his fantastic acting skills are enough to suggest his great suffering. I have also come to appreciate this singer more and more.

Mijn haat-liefde verhouding met Fidelio van Beethoven

Fidelio18140523

Ik heb een haat-liefde verhouding met ‘Fidelio’. Enerzijds vind ik het een opera van niets, anderzijds kan ik immens genieten van de ouverture. Of van het kwartet in de eerste acte – mits goed uitgevoerd een hemels stukje muziek.

Harnoncourt (Teldec 4509-94560-2)

Fidelio Harnoncourt cd

Bijzonder fraai vind ik de opname die Nikolaus Harnoncourt in 1995 heeft gemaakt met het Chamber Orchestra of Europe. Charlotte Margione is een fantastische Leonore en Peter Seiffert (Florestan) klinkt als een jonge god. Ook de jonge (ja, vergist u niet! Don Ferrando is jong!) Bo Skovhus zingt op een zeer natuurlijke manier de edelmoedige Minister. Ook Sergei Leiferkus (Don Pizarro) is hier veel beter op zijn plaats dan in de opera’s van Verdi.

Een beetje triest word ik als ik de namen van László Polgár (Rocco) en Deon van der Walt (Jaquino) terug zie: Polgár, een niet alleen in Amsterdam zeer beminde zanger, is in september 2010 plotseling overleden. En Deon van der Walt werd in november 2005 (wie zegt dat het leven geen opera is?) door zijn eigen vader doodgeschoten. Het orkest is zeer transparant en heerlijk luchtig, iets dat ik als zeer prettig ervaar.


Barenboim (Teldec 3984-25249-2)

fidelio barenboim

Nou kunt u zeggen: Fidelio luchtig? Ik wil juist donder en hemelslag! Dat kan. In dit geval kunt u het beste naar Daniel Barenboim grijpen. Hier is niet alleen het orkest (Staatskapelle Berlin) van bijna Wagneriaanse afmetingen, de zangers: Waltraud Meier (Leonore), Plácido Domingo (Florestan), Falk Struckman (Don Pizarrro), René Pape (Rocco), Kwangchul Youn (Don Fernando) zijn het ook.

Heerlijk lyrisch (maar toch zwaarder bezet dan gebruikelijk) daarentegen zijn de rollen van Jaquino (Werner Güra) en Marzelline (Soile Isokoski). De tempo’s zijn gedegen maar nergens slopend en Barenboim dirigeert met verve.


Elder (GFOCD 004-06)

Fidelio Eldet

Er is ook helemaal niets mis met de uitvoering uit 2006, in Glyndebourne live opgenomen voor de eigen label van het Festival. Anja Kampe maakte er haar enthousiast ontvangen debuut als Leonore. Terecht. Zelden of nooit hoor je die rol zo mooi lyrisch, zo breekbaar gezongen, waardoor Leonore nog meer ons respect voor haar heldhaftige handelingen verdient. In de gesproken dialogen toont Kampe zich bovendien een actrice van formaat.

Ik ben geen grote fan van Torsten Kerl (Florestan), maar hij zingt zijn grote aria echt fantastisch. Lisa Milne (Marzelline) heeft mijn hart gestolen met haar heerlijke sopraan en ook de rest van de bezetting is fantastisch. Mark Elder dirigeert het prachtig spelende London Philharmonic Orchestra met een grote intensiteit.

Het is bijzonder jammer dat de productie niet op DVD is verschenen, want in alle recensies werd de regie van Deborah Warner lovend besproken. Maar ook zonder visie valt er waanzinnig veel te genieten.

Ook de verpakking oogt zeer fraai: de twee cd’s zitten ingeklemd in een soort boekwerk met een harde kaft, met, behalve het libretto, veel repetitie- en voorstellingfoto’s

Harnoncourt (Arthaus 107111)

Fidelio kaufmann

Ook op dvd is de keuze best groot. In 2004 al (!) heeft Jonas Kaufmann Florestan gezongen, in Zürich onder leiding van Nicolaus Harnoncourt. De dirigent heeft zijn visie hoorbaar veranderd en het orkest klinkt zwaarder dan op Teldec. Hij geeft ferm aan en begint heel erg snel, om daarna toch tot bedaren te komen. Ik vind het allemaal te afgemeten, te strak … Althans voor mij.

De regie is in handen van Jürgen Flimm en voor zijn doen laat hij tamelijk realistische beelden zien, soms misschien zelfs ‘te’. Een leuk weetje: Flimm heeft ook de regie en supervisie van de dialogen voor de Teldec-opname uit 1994 gevoerd.

Lászlo Pólgár is een prachtige Rocco. Ik betwijfel of hij in de rol (fysiek dan) helemaal idiomatisch is, zeker met een (zeer zwakke) Elisabeth Magnus als zijn dochter, maar ach, die man terug te kunnen zien!

Camilla Nylund is een beetje een onderkoelde Leonore, maar Kaufmann is onweerstaanbare Florestan.

Haitink (Opus Arte BD OA7040)

Fidelio Haitink

Alweer in Zürich, maar dan vier jaar later werd er alweer een nieuwe productie van ‘Fidelio’ (ze zijn er blijkbaar gek op) gepresenteerd. Het Zürcher Orkest wordt zeer liefdevol gedirigeerd door Bernard Haitink, maar ja – hij is ook met zijn Beethoven’s zowat vergroeid.

Hij heeft er ook over nagedacht: hij vindt de ideeën achter de muziek veel sterker dan welke politieke labels dan ook. Actualisering zou hem de worst wezen, want de muziek zelf is doorschijnend, transparant en warm.

Teruggrijpend naar de Mahleriaanse traditie zet hij ‘Leonore III’ in de tweede acte. Wel is hij een beetje aan de trage kant.

De regie van Katharina Thalbach en de aankleding van Ezzio Tofolutti zijn zeer realistisch, wat naadloos sluit bij de ideeën van Haitink, maar de kostuums zijn van alles wat. De dialogen zijn ietwat ingekort, wat ik niet echt als een gemis beschouw.

Lucio Gallo is voor mij een misbezetting. Hij zet Don Pizzaro neer als een Italiaanse maffiabaas, maar dan een zoals je ze alleen maar in de bioscoopfilms tegenkomt. Hij chargeert dat het een lieve lust is en zijn stem heeft niet het juiste timbre voor die rol.

Alfred Muff is als Rocco beter op zijn plaats dan als Pizzaro vier jaar eerder, maar ook hij heeft zijn beste tijd gehad. Melanie Diener (Leonore) zingt zeer adequaat, op haar acteren kan ik ook weinig aanmerken, maar zij kan mij geen seconde als man overtuigen.

Robberto Saccà vind ik een geweldige Florestan. Lyrischer dan we doorgaans gewend zijn, maar dat vind ik geen probleem. En al ziet hij er niet uitgemergeld uit, met zijn fantastische acteervermogen kan hij veel suggereren. Ik ben de zanger ook steeds meer gaan waarderen.