Ladies and Gentlemen, Miss Renée Fleming

Place des Libraires - réservation de livres papier et ...

Het leven van een operaster gaat niet over rozen. Je wordt geboren met een stem die je daarna probeert om te kneden tot een naar je luisterend instrument. Je leven lang werk je aan je techniek, je neemt taal- en acteerlessen en je houdt je lichaam in conditie want ook het uiterlijk is zeer belangrijk, zeker als je een vrouw bent. En mocht je niet alleen een carrière maar ook een familieleven willen, dan wordt het moeilijk. Geen wonder, dat je je op een bepaald moment gaat afvragen wat het belangrijkst is in je leven en waar je prioriteiten liggen.

In de prachtige documentaire van Tony Palmer (de maker van meer van die prachtige docu’s, denk alleen maar aan de film over Maria Callas) vertelt Renée Fleming, één van de grootste operazangeressen van onze tijd, uitgebreid over haar angsten en twijfels. Wij zien haar tijdens de repetities en optredens, wij bewonderen haar jurken, kijken naar de huisvideo’s met een ogenschijnlijk gelukkig familieleven en pinken een traantje weg luisterend naar haar vertolking van ‘Amazing Grace’ bij Ground Zero.

Bij de presentatie van een nieuwe creatie van de meesterbanketbakker: een chocoladetraktatie genoemd ‘La Diva Renée’ raken wij lichtelijk ontroerd.  Zij verdient het.

Renée Fleming
Film van Tony Palmer
Decca 0741539

André Previns ‘A Streetcar named desire’ twintig jaar na de première

CAPRICCIO van Richard Strauss in de regie van Robert Carsen

Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Het laatste woord over Turandot is nog niet gezegd

https://c8.alamy.com/comp/C5WMNB/turandot-poster-for-the-1926-production-of-puccinis-opera-at-la-scala-C5WMNB.jpg

WENEN 1983

Turandot Carreras

Harold Prince, met maar liefst 21 Tony Awards op zijn naam één van de grootste (zo niet de grootste) producers/regisseurs van musicals, nam in 1983 ‘Turandot’ (Arthaus Musik 107319) onder handen, met een zeer indrukwekkend resultaat. Hij creëerde een door angst geregeerde schijnwereld, waar de in spetterende kostuums gestoken bewoners zich (en hun ware gevoelens) achter de maskers verschuilen. Schitterend en angstaanjagend tegelijk.

Eva Marton zingt een fenomenale Turandot en Katia Ricciarelli is een broze, meelijwekkende Liù. haar met de mooiste pianissimi uitgesponnen “Signore ascolta” is hartbrekend.

En José Carreras… Ook om hem moet ik huilen, want toen, op zijn 37e, beschikte hij over één van de mooiste (lyrische) stemmen ter wereld. Maar Calaf was zijn rol niet. Hij zingt hem werkelijk prachtig, maar men hoort hem zijn eigen grenzen overschrijden. En toch …. Zijn hopeloze machogedrag, dat tegen elk beter weten ingaat, klopt niet alleen met het regieconcept, het illustreert ook het best Calafs karakter. Althans voor mij

Het orkest uit Wenen staat onder leiding van Lorin Maazel. Niet mijn geliefde dirigent, maar hier heb ik geen reden om te klagen

NEW YORK 1987

Turandot Domingo

Er was een periode dat ik dacht, dat ik het helemaal heb gehad met de larger than live producties van Franco Zefirelli. Dacht ik, want nu kan ik er alleen maar smachtend naar terugverlangen. Des te meer dat het niet alleen maar pracht en praal was: Zefirelli was ontegenzegelijk een zeer goede personenregisseur de interactie was bij hem ook altijd perfect getimed.

Plácido Domingo is een verhaal apart. Zoals velen van u weten (zo niet, dan weet u het nu) is hij mijn absolute hero en idool, maar hij is zo vriendelijk! En lief! Hij zingt de rol beter dan Carreras (overigens – geen van beide heren was een kampioen van de hoge noten). Zijn stem is groter en sterker, maar qua karaktertekening wint Carreras het van hem.

Leona Mitchell (wat is er toch met haar gebeurd?) is een zeer ontroerende Liù. En haar huidskleur maakt dat je haar inderdaad als de slavin (dus niet goed genoeg voor Calaf) kan meebeleven.

VALENCIA 2008

Voor de liefhebbers van sprookjes, bedwelmend mooie en kleurrijke kostuums, overweldigende decors, en van opera ‘zoals opera hoort te zijn’: van de in mei 2008 opgenomen productie uit Valencia gaat je hart sneller kloppen en zelfs met je oren dicht ga je immens genieten.

De beroemde Chinese filmregisseur Chen Kaige (o.a. ‘Farewell to my Concubine’) trekt alle registers open en laat je, al vanaf het allereerste moment, naar adem happen. Aan visuele weldaad geen gebrek aldus, wat niet betekent dat het muzikaal niet goed is.

Maria Guleghina is niet de subtielste van de hedendaagse sopranen. Ze blijft altijd een beetje ongenaakbaar en onderkoeld, maar ze heeft een dijk van een stem en haar hoge noten staan als een huis: ziehier de perfecte vertolkster van de titelrol.

Marco Berti is het prototype van een ‘ouderwets Italiaanse tenor’: rechttoe rechtaan, weinig beweging. Zijn geluid is echter ook onmiskenbaar ‘ouderwets Italiaans’: groots, rinkelend, met een vleugje Bergonzi in zijn timbre en een prachtige hoogte.

Alexia Voulgaridou is een zeer ontroerende Liù en de drie ministers zijn buitengewoon overtuigend.

Het orkest (Orquestra de la Comunitat Valenciana) onder maestro Mehta doet zijn best om zo Chinees mogelijk te klinken, wat ze wonderwel lukt (C Major BD 700404/DVD 700308).

ARENA DI VERONA 2010

Turandot Licitra dvd

Hier heb ik het moeilijk mee. Ik kijk en luister naar Salvatore Licitra en kan mijn tranen niet bedwingen. Hij is nooit mijn geliefde tenor geweest, maar, met de wetenschap dat je kijkt en luistert naar wat waarschijnlijk zijn allerlaatste opname is geweest (in september 2011 kreeg hij een dodelijk ongeluk op zijn geboorte eiland, Sicilië), maakt het beoordelen, laat staan ‘genieten’ zeer lastig.

Turandot Licitra

Salvatore Licitra courtesy of San Diego Opera

En wat moet ik over de productie zelf vertellen? Het is een goede oude Zefirelli, met alles erop en eraan, al verandert hij her en der wat. Maar de sfeer in Verona is om jaloers op te zijn, zo mooi.

De maan is verlicht en je waant je midden in een sprookje. De beelden zijn ontegenzeggelijk prachtig en het blijft een fascinerend spektakel, zeker als je daar gevoelig voor bent.

En de uitvoering? Maria Guleghina was toen de allerheersende Turandot en zij doet het zonder meer goed, maar ook zij is een dagje ouder geworden en er is een soort routine in haar stem en voordracht geslopen. Ik hoor ook een rafelig randje in haar hoogte.

Luiz-Ottavio Faria is een zeer ontroerende Timur en Tamar Iveri een mooie, maar niet een echt memorabele Liu. Moeilijk (BelAir BAC066).

ROYAL OPERA HOUSE LONDON 2013

turandot Serban

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Eenmaal op drift kan hij door niets en niemand worden tegengehouden: noch door de smeekbeden van Liu en zijn vader, noch door de wijze woorden van Ping, Pang en Pong. De wereld waartoe hij wil behoren is er een van glitter en valse schijn, waar alleen maar de buitenkant telt.

Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De vijfendertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

EN OP CD

Turandot Cigna

Jarenlang was de opname met Birgit Nilsson, onder leiding van Francesco Molinari-Pradelli (ooit EMI 7693272) mijn absolute favoriet. Beter kon en kan niet, basta. Tot ik een poos geleden een heel erg lang niet meer beluisterde cd met Gina Cigna uit de kast trok (Naxos 8.110193-94) en nu weet ik het niet meer.


Zowel Nilsson als Cigna hebben een dijk van een stem waarmee ze makkelijk de rol aankunnen, maar Cigna beschikt over veel meer ‘italianitá’. Daartegenover staat de ijzige kilte in Nilssons timbre, waardoor ze een personificatie van de ijsprinses lijkt te zijn.

Franco Corelli en Francesco Merli zijn aan elkaar gewaagd: macho en krachtig. Maar Merli klinkt iets afstandelijker dan de warmere en zeer verleidelijke Corelli.

Turandot Scotto

Renata Scotto is een zeer broze en ontroerende Liu, maar dat is de jonge Magda Olivero ook. Moeilijk. Aan u de keuze. Hoewel: wie zegt dat u moet kiezen?


FRANCO ALFANO

Turandot Alfano en Puccini

Franco Alfano met Puccini

Tot slot nog een paar woorden over het ‘Alfano einde’. Een jaar of vijfentwintig geleden (gaat de tijd zo snel!?) werd het in de Vlaamse Opera in Antwerpen opgevoerd en sindsdien ben ik er een echte fan van geworden. Het is zo ontzettend jammer dat het nooit officieel is opgenomen!

Turandot Barstow

Ook de cd met Josephine Barstow, waarop zij met Lando Bartolini de originele Alfano-finale heeft opgenomen (Decca 4302032) is al jaren uit de handel. Het wordt tijd dat het hersteld gaat worden!

Turan Dokht toch, of toch Turandot?

Rosa Raisa: van het getto in Bialystok naar La Scala in Milaan

Muziek die als ketting in elkaar overgaat

Witold-Lutoslawski-Partita-Chain-2-Piano-Concerto-Mutter-Zimerman-cover

Witold Lutosławski kan ongetwijfeld gerekend worden tot één van de allergrootste componisten van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre is niet bijster groot maar des te indrukwekkender en het pianoconcerto neemt daarin een prominente plaats in. Lutosławski componeerde het in 1987 in opdracht van de Salzburger Festspiele en droeg het op aan Krystian Zimerman, die daar een jaar later daar inderdaad de première van heeft gegeven, onder leiding van de componist zelf.

Het is een zeer lyrische, maar ook een zeer expressieve compositie dat je werkelijk aan je stoel nagelt. De vier delen ervan lopen als een ketting in elkaar over, zonder onderbreking.  Buitengewoon indrukwekkend en ongekend spannend, maar ook, en dat vind ik zeer zeker belangrijk, het concerto is ook zeer toegankelijk voor de onervaren luisteraar.

Muziek die als ketting in elkaar overgaat… Nee het is niet echt iets nieuws, zeker niet voor Lutosławski. Al in 1986 componeerde hij drie werken onder de titel Chain.

Eén deel ervan, Chain 2 voor viool en orkest werd toen door Anne-Sophie Mutter dermate indrukwekkend uitgevoerd dat de componist besloot zijn Partita voor viool en piano (ooit gecomponeerd voor Pinchas Zuckerman) voor haar om te werken en aan haar op te dragen.

Het zijn geen nieuwe opnamen, maar wat maakt het uit? De muziek is schitterend en uitvoeringen niet minder dan fenomenaal.


Witold Lutoslawski
Partita; Chain 2; Piano Concerto
Anne-Sophie Mutter (viool), Krystian Zimerman (piano)
BBC Symphony Orchestra olv Witold Lutoslawski
DG 4715882

WITOLD LUTOSŁAWSKI: Concerto for Orchestra; KAROL SZYMANOWSKI: Three Fragments from Poems by Jan Kasprowicz

Tintinnabuli van Arvo Pärt

Part PassioOoit eens gehoord van een compositiestijl genaamd ‘tintinnabuli’? Nee? Ik ook niet. Het werd bedacht door Arvo Pärt en is gebaseerd (ik citeer) op een ‘relatie tussen harmonie en melodie’. Zoiets als in de polyfonie van de vroege renaissance zeg maar, maar dan vermengd met de oude gezangen van de Russisch orthodoxe kerk. En met de associaties van de klank van de kerkklokken (tintinnabuli = klokjes, belletjes).

Volgens Pärt zijn eigen woorden: “de melodie en haar begeleiding zijn één. Eén plus één is één, en niet twee. En dit is het geheim achter deze techniek”…. Hmmm… het zal wel. Arvo Pärt is immers immens populair en zijn werken vliegen de concertzalen in en de winkels uit. Het verwondert mij niet want de moderne mens is moe en toe aan het onthaasten, en daar leent zich deze tonale en spirituele muziek bijzonder goed voor.

De Johannes Passie werd al eerder opgenomen door o.a het Hilliard Ensemble, een bijzonder fraaie opname die volkomen terecht in 1989 een Edison kreeg. Om je met de Hilliards te kunnen meten moet je heel wat in je mars hebben en daar komt Tonus Peregrinus dicht in de buurt. Onder de leiding van Antony Pitt toont het ensemble zich de Engelse tradities waard. En dan zeuren we niet over de (te?) snelle tempi.


Arvo Pärt
Passio
Robert Macdonald (tenor), Marc Anderson (bariton)
Tonus Peregrinus olv Antony Pitts
Naxos 8555860

David Oistrakh en de vioolconcerten van Sjostakovitsj

Afbeeldingsresultaat voor oistrakh shostakovich bbc

Er bestaan van die composities die in één adem worden genoemd met één bepaald vertolker: celloconcert van Elgar en Jacqueline du Pré bijvoorbeeld. Of de vioolconcerten van Dmitri Sjostakovitsj en David Oistrakh.

Zijn beide concerten heeft Sjostakovitsj aan de violist opgedragen (de tweede kreeg hij cadeau voor zijn zestigste verjaardag) en het was Oistrakh die hun wereldpremière verzorgde.

Het eerste concerto, geschreven in 1947 maar pas twee jaar na de dood van Stalin voor het eerst uitgevoerd, is een zeer persoonlijk werk en draagt het ‘stempel’ van de componist. In het eerste deel gebruikte hij zijn eigen initialen DSCH, iets wat hij overigens vaker deed, bijvoorbeeld in het zevende strijkkwartet of de tiende symfonie.

Sjostakovitsj Oistrach en meer

Rostropovich, Oistrakh, Britten en Shostakovitch

Zowel de violist als de componist, die innig bevriend was met Benjamin Britten, waren graag geziene gasten in Engeland, waar ook de muziek van Sjostakovitsj zeer geliefd was. Het is dus niet zo vreemd dat de live opnamen van beide concerten uit respectievelijk 1962 en 1968 en opgedragen aan Oistrakh op de label BBC Legends zijn verschenen.

 

 

Het publiek is duidelijk aanwezig, het kucht en het zucht, maar echt storend is het niet en hun enthousiasme werkt aanstekelijk. Wel waarschuw ik voor het geluidskwaliteit, die is namelijk niet zo best.

Als toegift krijgen we een schitterend, weinig bekend werk van Eugene Ysaÿe voor twee violen en orkest: Amitié. Hierin wordt David door zijn zoon Igor bijgestaan. Prachtig!

 

Dmitri Shostakovich
Violinconcerto No.1
Philharmonia Orchestra olv Gennady Rozhdestvensky;
Violinconcerto No.2
USSR State Symphony Orchestra olv Egeny Svetlanov
David Oistrakh

Eugene Ysaÿe
Amitié op. 26 for 2 violins
London Philharmonia Orchestra olv Sir Malcolm Sargent
David & Igor Oistrakh
BBCL 4060-2

 

 

 

 

 

 

 

 

Michael Tilson Thomas: in interpretation there is no absolute truth

MTT_bykristenloken-1903-660
Michael Tilson Thomas © Kristen Loke

The Amstel Hotel is totally unsuitable for a good conversation, especially with a musician. The ‘Muzak’ in the background is annoyingly present and the search for a decent space takes up a lot of time. Michael Tilson Thomas – tall, slim, dressed in black jeans and a checkered jacket – doesn’t seem to be bothered by it.

Two days earlier he conducted an extremely exciting concert in the Amsterdam Concertgebouw with music by Berg, Mahler and Brahms. Looking back at the concert I ask him if he did not feel the Brahms started a little too fast?
“Well, no.”

And was the order of the composers: Berg, Mahler, Brahms not a bit strange?
“Sometimes I do it the other way around”

https://basiaconfuoco.com/wp-content/uploads/2019/07/mtt-nbessie.jpg
Bessie Thomashefsky

So there I am! Fortunately, Tilson Thomas is able to laugh at my stupid questions and I decide to start with his ‘roots.’

Boris Thomashefsky, Michael’s grandfather was THE man behind the Jewish theatre. He wrote the lyrics, composed the music and performed it together with his wife Bessie, one of the greatest tragediennes of her time: she was the first Salome in America, in Yiddish!

Der Yeshiva Bokher Kadisch ( Boris Thomashevsky – Louis Friedsell ):

 

Michael Tilson Thomas was born in Hollywood where his father found work in the film industry. Father Ted Thomashefsky worked a lot with Orson Welles and with Marc Blitzstein, Michael’s cousin. In order to avoid going through life as the ‘son of’ he changed his name to Thomas.

His theatrical background would have meant a certain predisposition for music theatre, but with the exception of a few concert performances he has not (yet) conducted an opera. And all this while he considers Puccini to be one of the greatest composers. Why?

Tilson Thomas explains this by the insufficient preparation time at most opera companies. To the six weeks of rehearsals in Amsterdam I mention, he has a rebuttal: they are rehearsals for the director who works with the ‘actors’, not for the conductor, singers and musicians.

It is really a pity, because he loves opera and he loves working with singers. This is how he works with musicians as well – looking for character, for expression, for colours. Breathing in music means nothing more than the music itself, and that is something you learn best from singers. Working with an orchestra is the same for a conductor as working with actors for a director.

MTT francisco-symphony-orchestra-michael-tilson-thomas-bill-swerbenski-1280-608
San Francisco Symphony Orchestra © Bill Swerbenski

For Tilson Thomas, communicating with the audience is the most important thing. In Davies Symphony Hall (THE house of the San Francisco Symphony Orchestra) he often rehearses from the hall. If the music is complicated, he calls in an assistant, but he himself, seated on a high chair, leads the orchestra from where the audience sits: only there can he hear what it will actually sound like.

He conducts a lot more than we can imagine, with the Russians, Mahler, modern Americans and the Impressionists as his guides. Is there something he doesn’t do?

“Bruckner. Of his symphonies only numbers 6, 8 and 9 are on my repertoire and for the time being I don’t feel like doing the other ones as well. Bach’s ‘Matthaeus Passion’? Why? It is music that I think should be performed like chamber music, in a small, intimate hall and I work with large orchestras.”

“What do I do if there is a difference of opinion between me and the soloist about tempi or interpretation? I listen to the other person. There are no absolute truths in interpretations. And (smiling): I can usually choose the soloist myself.”

Michael Tilson Thomas on music and emotions through the ages:

 

http://www.thomashefsky.org/


An excellent West Side Story by Michael Tilson Thomas







Requiem voor Krzysztof Kieśłowski

Preiner Requiem

Wat doet een componist bij het overlijden van een dierbare vriend? Juist, hij schrijft een Requiem. Zbigniew Preisner behoort tot de één van de beste filmcomponisten van onze tijd. Zijn muziek is, ook in Nederland, zeer geliefd. Voornamelijk zijn samenwerking met de regisseur Krzysztof Kieśłowski (La Double Vie de Veronique, Troi Couleurs, Decalogue) heeft tot grote successen geleid en het is soms moeilijk de filmbeelden van de muziek te scheiden.

Op zijn vijftigste verjaardag besloot Kieśłowski te stoppen met filmen, een besluit dat de vele filmliefhebbers diep betreurden. Hij had echter nog heel erg veel plannen voor de toekomst, waaronder een creatie van een mysterie-spel/opera over ‘het leven’, uiteraard in samenwerking met Preisner en zijn vaste scenarist Krzysztof Piesiewicz. De première zou in de Acropolis plaats vinden. Helaas, in maart 1996 overleed Kieśłowski aan een hartinfarct, nog maar 55 jaar oud. Of de plannen al vergevorderd waren vermeldt het (overigens zeer summiere) tekstboekje niet.

Preisner Kieslowski

Krzysztof Kieśłowski 

 De muziek is zeer weemoedig en beeldend. Het ‘Ascende huc’ in Apocalypse zou een Theodorakis niet hebben misstaan (het bevat ook letterlijke citaten uit ‘Z’). De teksten zijn in het Latijn (in Life ook in het Grieks) en in het Pools.

Afbeeldingsresultaat voor Zbigniew Preisner

Zbigniew Preisner

Liefhebbers van de muziek van Preisner zullen beslist niet teleurgesteld worden. Het Sinfonia Varsovia onder leiding van Jacek Kaspszyk speelt heel erg goed en er wordt mooi gezongen. Het geheel heeft een hoge hit potentieel en dat bedoel ik niet neerbuigend. Zelf vind ik het prachtig. Wel waarschuw ik voor het hoge ‘Górecki 3’ gehalte.


Zbigniew Preisner
Requiem for my friend
Elzbieta Towarnicka (sopraan)
Varsov Chamber Choir/ Ryszard Zimak
Sinfonia Varsovia olv Jacek Kaspszyk
Erato 3984-24146-2

 

Michael Tilson Thomas: in de interpretaties bestaan er geen absolute waarheden

MTT_bykristenloken-1903-660

Michael Tilson Thomas © Kristen Loke

Het Amstel Hotel is totaal ongeschikt voor een goed gesprek, zeker niet met een musicus. De ‘muzak’ op de achtergrond is zeer irritant aanwezig en het zoeken naar een beetje fatsoenlijke ruimte neemt veel tijd in beslag. Michael Tilson Thomas – lang, slank, gekleed in een zwarte spijkerbroek en een geruit jasje – lijkt zich er niet aan te storen.

Twee dagen eerder dirigeerde hij in het Amsterdamse Concertgebouw een buitengewoon spannend concert met op de lessenaar muziek van Berg, Mahler en Brahms. Terugblikkend op het concert vraag ik hem of hij niet bang was dat Brahms iets te snel begon?

“Nou, nee.”

En was de volgorde van de componisten: Berg, Mahler, Brahms niet een beetje vreemd?

“Soms doe ik het andersom”

MTT NBessie

Bessie Thomashefsky

Daar zit ik dan. Gelukkig kan Tilson Thomas om mijn stomme vragen lachen en ik besluit om dan met zijn ‘roots’ te beginnen. Boris Thomashefsky, Michaels grootvader was dé man achter het Joodse theater. Hij schreef de teksten, componeerde de muziek en acteerde er samen met zijn vrouw Bessie, één van de grootste tragédiennes van haar tijd: zij was de eerste Salomé in Amerika, in het Jiddisch!

Der Yeshiva Bokher Kadisch ( Boris Thomashevsky – Louis Friedsell )

Michael Tilson Thomas werd geboren in Hollywood waar zijn vader werk vond in de filmindustrie. Vader Ted Thomashefsky werkte veel met Orson Welles en met Marc Blitzstein, Michaels neef. Om niet als de ‘zoon van’ door het leven te gaan veranderde hij zijn naam in Thomas.

De theatrale achtergrond zou een zekere predispositie voor het muziektheater betekenen, maar op een paar concertuitvoeringen na dirigeerde hij (nog) geen opera. En dat, terwijl hij Puccini tot één van de grootste componisten rekent. Waarom?

Tilson Thomas verklaart het door onvoldoende voorbereidingstijd bij de meeste operagezelschappen en op de door mij genoemde zes weken repetities in Amsterdam heeft hij een weerwoord: het zijn repetities voor de regisseur die met de ‘acteurs’ werkt, niet voor de dirigent, zangers en musici.

En het is echt jammer, want hij houdt van de opera en hij is dol op het werken met de zangers. Zo werkt hij ook met de musici – op zoek naar het karakter, naar de uitdrukking, naar de kleuren. Het ademen in de muziek betekent niets anders, dan de muziek zelf en dat leer je het beste van de zangers. Werken met een orkest is voor een dirigent hetzelfde als het werken met de acteurs voor de regisseur.

MTT francisco-symphony-orchestra-michael-tilson-thomas-bill-swerbenski-1280-608

San Francisco Symphony Orchestra © Bill Swerbenski

Voor Tilson Thomas is de communicatie met het publiek het belangrijkste. In Davies Symphony Hall (dé plek van het San Francisco Symphony Orchestra) repeteert hij vaak vanuit de zaal. Mocht de muziek ingewikkeld zijn, dan schakelt hij een assistent in, maar zelf, gezeten op een hoge stoel, leidt hij het orkest vanaf de plaats van het publiek: alleen daar kan hij horen hoe het in werkelijkheid zal klinken.

Hij dirigeert veel, meer dan wij ons kunnen voorstellen, met als leidraad de Russen, Mahler, moderne Amerikanen, de impressionisten. Is er iets, wat hij niet doet?

“Bruckner. Van zijn symfonieën heb ik alleen nummers 6, 8 en 9 op het repertoire en voorlopig voel ik er niets voor om ook de andere te doen. Bachs ‘Matthaeus Passion’? Waarom? Het is muziek, die volgens mij kameraal uitgevoerd moet worden, in een kleine, intieme zaal en ik werk met grote orkesten.”

“Wat doe ik als er een meningsverschil is tussen mij en de solist over de tempi of de interpretatie? Ik luister naar de ander. Er bestaan geen absolute waarheden in de interpretaties. En (glimlachend): ik kan meestal zelf de solist bepalen.”

Michael Tilson Thomas over muziek en emoties door de eeuwen heen:

http://www.thomashefsky.org/

Een voortreffelijke West Side Story door Michael Tilson Thomas

Soile Isokoski, een ster voor de fijnproevers

Isokoski

Beroemd is zij wel, maar het is niet de beroemdheid van een Pavarotti of een Bartoli. Nog steeds kan ze makkelijk incognito de straat op, maar de echte stemliefhebber weet wel beter, en haar fans volgen haar optredens overal ter wereld.

Haar carrière begon in 1987 toen ze de tweede prijs won in Cardiff, maar het was pas begin 2000 dat haar naam werd bevestigd. Genegeerd door de grote platenmaatschappijen moest ze het hebben van haar optredens en van mond op mondreclame.

Voor het eerst hoorde ik haar als donna Elvira in Parijs, met Bo Skovhus als don Giovanni. Het was Skovhus voor wie ik de reis ondernomen had, en het was Soile Isokoski die mijn hart sneller deed kloppen. Haar Elvira was hartverscheurend en meelijwekkend, ja, bij haar kon ik me al die tranen om de verleider voorstellen.

Het is ook uitgerekend Bo Skovhus, met wie Isokoski het Italienisches Liederbuch van Hugo Wolf heeft opgenomen, met aan de piano Marita Viitasalo, haar vaste begeleidster. De miniatuurtjes van Wolf hebben nooit betere protagonisten gehad, want de beide stemmen hebben heel veel gemeen: perfecte dictie, muzikaliteit, het grote kunst om met je stem alleen te kunnen ‘acteren’, en een ietwat zoetig timbre.


Voor haar uitvoering van de Vier letzte Lieder van Strauss heeft zij, volkomen terecht, een Grammy Award gekregen

en haar opname van Finse liedjes (alles op Ondine) hoort bij iedere liedliefhebber thuis.


Hugo Wolf
Italienisches Liederbuch
Soile Isokoski (sopraan), Bo Skovhus (bariton), Marita Viitasalo (piano)
Ondine ODE 998-2 (2cd’s)

In conversation with Marilyn Horne

Horne

It’s so simple: you dial a phone number. A dark, warm, sweet voice answers the call with: “Hello, with Marilyn”. And gone are the nerves. We talk much longer than the half hour time limit I’ve got. And there is plenty of laughter.

On 16 January 2003 she turned seventy and at the same time she celebrated her official debut fifty years ago. To mark the occasion, she released a CD, which she compiled herself. ” Have you heard it yet?” she asks. ” I’ m quite proud of it. It contains both studio and live recordings. All chosen by myself”.

Horne cd 70

“Seventy, my God, where did the time go? I made my debut in opera when I was twenty years old, but I sang my entire life. I actually made my debut when I was two years old, so I’ve been singing for almost 50 years. My father was a semi-professional singer, a tenor with a beautiful voice. He was my first teacher, my mentor. I started singing lessons when I was 5 years old, something I won’t recommend to anyone. Too early.”

When she was twenty her father died. And she left for Europe. Was there any connection?
“Pure coincidence. My European plans were already fixed for some time. He developed an acute form of leukaemia, and at that time you died of it quickly. He was diagnosed on Sunday and was already dead on Wednesday. But I was on my way to Europe. With a Dutch ship by the way, which was called ‘Maasdam’.”

HorneNorma

Marylin Horne started out as a soprano and then became one of the greatest mezzo’s in history.
“Young girls don’t have low notes, and I was a young girl. As I got older, I was asked more and more if I was sure that I was a soprano, well, I was sure of that. In the Gelsenkirchen opera I sang heavy soprano roles, like Minnie in La Fanciulla del West. And Marie in Wozzeck, a role that brought me fame and happiness. I sang it in Covent Garden, and later in Los Angeles. Luckily there are pirate recordings so I can listen to them now. I am very grateful to the ‘pirates’ because I never recorded my own performances. And it’s live. When you’ re an opera singer, you sing opera live, on stage.”

Marilyn Horne sings Marie in Wozzeck in a pirate recording from 1966:

Her repertoire is huge: from Gesualdo to contemporary music, opera, songs and musicals.

“And film” she adds. “In fact, I sang everything that was possible. I was a kind of chameleon, able to change the necessary colours. Looking back at my career, I wonder: why was I in such a hurry? I strongly advise my students against that.”

More good advice?
“Work on your technique, that’s the most important thing”.

Did she have an example? An idol?
“In my childhood Lily Pons. Especially in her aria from Lakmé. And in my puberty, Renata Tebaldi. Still, by the way.”

Does she have an explanation for the immense popularity of opera in recent years?
“Yes, I do! The subtitles!”

The subtitles?
“Absolutely! Listen, a few days ago I was in the MET, for La Bohème. I myself once sang both Mimi and Musetta and now for the first time I could follow what the others had to say”.

Marilyn Horne sings Musetta in 1962:

She laughs and starts coughing. She didn’t catch a cold, did she?
“A little bit. But I do take care of myself. And in a moment I get in a cab and drive to the pool, because I’m addicted to aquarobics”.

Will she ever come to the Netherlands again?
“I’d love to, because it’s been so long! I don’t even remember when it was last! But you have to be asked for that first, don’t you?”

Marilyn Horne sings ‘Somewhere’ from Bernstein’s West Side Story:

Translated with http://www.DeepL.com/Translator