cd/dvd recensies

De Holländers van Wagner en Dietsch

 HTP1_Thi_wagner_minkowski_fliegende_hollander_cover.jpg

Naïve heeft een zeer interessante combi op cd gezet: Richard Wagners Der fliegende Holländer en Pierre-Louis Dietsch’ Le Vaisseau Fantôme, een opera op hetzelfde verhaal. De uitvoering onder Marc Minkowski levert boeiend vergelijkingsmateriaal.

Wagner was de eerste. Het verhaal over de dolende ziel op zoek naar verlossing beviel de directeur van de Parijse Opéra zeer, maar met Wagner’s muziek had hij moeite. Hij kocht het verhaal en gaf het door aan Pierre-Louis Dietsch, een in die tijd bekende componist van voornamelijk kerkmuziek. Le Vaisseau Fantôme ou le maudit des Mers ging 1842 in Parijs in première, daarna werd de opera vergeten.

Het was een goede zet van de Deutsche Oper Berlin om beide opera’s (van Wagner werd de oerversie uit 1841 gebruikt) binnen een week uit te voeren om zo de nieuwsgierigheid van de liefhebbers te bevredigen. Latere opvoeringen in Frankrijk, wel met een andere cast, werden door Naïve vastgelegd, leuk vergelijkingsmateriaal.

Zelf vind ik Le Vaisseau Fantôme, hier opgevoerd met onder anderen Sally Matthews en Russell Braun, op zijn minst fascinerend. Dietsch bediende zich van het toen geldende idioom van de “Grand Opèra”, waardoor het geheel je bekend voorkomt. Neem alleen maar het door het gehele ensemble gezongen “Silence” – als je niet beter wist dan dacht je in Les Huguenots te zijn beland.

Ingela Brimbergs Senta kan mij helaas niet bekoren, in haar ballade klinkt zij ronduit schel. Eric Cutler is een lichtgewicht Georg (Erik) en Bernard Richter (Steuerman) klinkt te zoet in mijn oren. Als Magnus bij Dietsch doet hij het veel beter.

Evgeny Nikitin zingt Wagners Holländer zeer goed. Ik houd van zijn sonore geluid. Zeer macho.

Les Musiciens du Louvre Grenoble spelen onder leiding van Marc Minkowski lichtvoetig. Voor mij zelfs een beetje te, al snap ik het idee erachter wel: op deze manier sluit Wagner beter aan bij het werk van Dietsch..

Trailer van de opname:

RICHARD WAGNER
Der Fliegende Holländer

PIERRE-LOUIS DIETSCH
Le Vaisseau Fantôme ou le maudit des Mers

Evgeny Nikitin, Ingela Brimberg, Eric Cutler, Mika Kares, Russell Braun, Saly Matthews, Bernard Richter, Helene Schneiderman e.a.
Les Musiciens du Louvre Grenoble onder leiding van Marc Minkowski

L’heure espagnole en L’enfant et les sortilèges uit Glyndebourne: heerlijk!

ravel-double-bill

Eén van de opvallendste handelsmerken van Laurent Pelly is dat hij zo onbeschaamd leuk weet te overdrijven. Iets, wat doorgaans bijzonder goed uitpakt (zijn La Fille du Regiment!), maar soms een maar half geslaagde voorstelling achterlaat (L’Étoile in Amsterdam). Het is nu eenmaal zo dat veel grappen, als je ze uitvergroot, nogal gauw in een soort theater van de lach kunnen ontaarden.

De verder prachtig geënsceneerde L’heure espagnole heeft er ook een beetje last van. Ik geef grif toe: de meeste tijd zit ik mij kapot te lachen, maar af en toe werd het zo overtrokken dat het niet leuk meer was. Zo vind ik de als een hippe Jezus-figuur voorgestelde dichter Gonzalve behoorlijk over de top. Het scheelt wel dat hij prachtig gezongen wordt door Alek Shrader (krijgen we deze tenor ooit in Amsterdam te zien?).

Bijzonder te spreken ben ik over Paul Gay (de dikke bankier) en François Piolino (de suffe echtgenoot). Zeer onder de indruk ben ik ook van bariton Elliot Madore (Ramiro). Onder zijn vrolijke en vriendelijke voorkomen schuilt de ideale potente minnaar, waar de jonge Concepción zo naar verlangt. Dat hij sprekend op dirigent Pablo Heras-Casado lijkt, zal wel toeval zijn

Met Stéphanie d’Oustrac heb ik wel een beetje moeite. Haar Concepción is mooi en verleidelijk, maar voor mij niet sexy genoeg. Simplistisch gezegd: te veel vrijblijvende ‘olalalala’ en te weinig orgastisch.

Gaat L’heure Espagnol een beetje gebukt aan te veel grappen die af en toe totaal uit balans raken, met L’Enfant et les sortilèges revancheert Pelly zich met de mooiste en de beste productie van de opera die ik ooit heb gezien. Alles is uitvergroot tot buitengewone proporties, waardoor het kind werkelijk piepklein is. Wat je ziet is een kleine kleuter die zich van zijn kattenkwaad (pun intended) niet bewust is. De grote wereld is voor hem nog te geheimzinnig en als hij in het donker achtergelaten wordt slaat zijn fantasie op hol.

Het is onmogelijk om alle zangers apart te noemen, maar Khatouna Gadelia is een fantastisch kind. En de coloraturen Kathleen Kim (vuur) zijn onaards mooi.

Het is verbazingwekkend hoe prachtig Kazushi Ono de in de muziek ingeweven grappen naar zijn orkest weet te vertalen. Daarbij valt het mij op hoe zacht zijn gebaren zijn.

Ono debuteerde in Glyndebourne in 2008 met Hänsel und Gretel van Humperdinck, ook in de regie van Pelly. Voor hun productie van de éénakters van Ravel kregen ze in 2014 Gramophone’s Opera Award. Ondanks mijn kleine opmerkingen wat de regie en Stéphanie d’Oustrac betreft volkomen terecht.

Een echte must, al was het alleen al vanwege de meest perfecte L’enfant et les sortilèges ooit!

Maurice Ravel
L’heure espagnole; L’Enfant et les sortilèges
Elliot Madore, Stéphanie d’Oustrac, Alek Shrader, François Piolino, Paul Gay, Khatouna Gadelia, Kathleen Kim e.a.
London Philharmonic Orchestra olv Kazushi Ono; regie Laurent Pelly
FRAMusica FRA 508

2 x RAVEL. OZAWA & SLATKIN

Interview met Kazushi Ono:
KAZUSHI ONO. Interview

2 x RAVEL. OZAWA & SLATKIN

L’ENFANT ET LES SORTILÈGES
SHÉHÉRAZADE

ravel-ozawa

Ik denk niet dat het fair is om de op zichzelf zeer fraaie uitvoering van Shéhérazade door Susan Graham met de legendarische Régine Crespin te vergelijken. Je hebt eenmaal van die monumenten waar je alleen bewonderend tegenop kan kijken.

Maar ook als je dat grote voorbeeld vergeet, blijft er iets te wensen over bij deze opname. Er knaagt iets. Grahams stem is goddelijk mooi en glanzend, en haar voordracht is subliem. Maar waarom word ik toch niet echt warm van en waarom blijf ik iets missen?

Het ligt niet aan Jacques Zoon, wiens fluitsolo in “La Flûte enchantée” werkelijk betoverend klinkt.

Het ligt ook niet aan Ozawa en zijn Saito Kinen Orkest, die de sprookjesachtige, met exotica geparfumeerde liedcyclus van Ravel perfect weet te benaderen. Ozawa, een leerling van zowel Charles Munch als Pierre Monteux is altijd één van de grootste interpreten van de Franse muziek geweest.

Dat hoor je in de heerlijk dansante Alborada del gracioso. En dat hoor je ook in zijn begeleiding van L’enfant et les sortileges. De tijdens het Matsumoto Festival in 2014 live opgenomen heerlijke mini-opera krijgt onder zijn handen één van de beste uitvoeringen die ik ken.

Hij heeft dan ook een onvoorstelbaar goede cast tot zijn beschikking, met Isabel Leonard als het verwende kind volop


L’enfant et les sortileges
Isabel Leonard, Paul Gay, Yvonne Nef e.a.;
Shéhérazade
Susan Graham (mezzosopraan)
Alborada del gracioso
Saito Kinen Orchestra olv Seiji Ozawa
Decca 4786760 • 66’

(meer…)

PARADIS SUR TERRE

Paradis sur terer

Al een tijd ben ik in de ban van Nicky Spence. Sinds ik hem als Števa (Jenůfa van Janáček) in Brussel heb gezien, staat hij op mijn “to watch” lijst.

Nicky Spence at the Classical Brit Awards:

Dankzij Chandos kan ik nu van zijn recital met Franse liederen smullen. Voor de verandering geen Fauré of Duparc, waarvoor mijn dank!

Les prières  van André Caplet zijn nieuw voor mij. De zeer gelovige Caplet raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog gewond – hij werd blootgesteld aan een gifgasaanval bij Verdun. In die periode zijn ook de Les prières ontstaan. Het zijn op muziek gezette gebeden van het katholieke geloof, zeer ontroerend in hun eenvoud.

Slechte gezondheid heeft ongetwijfeld ook de composities van Lili Boulanger beïnvloed. De, op haar 24ste gestorven componiste, is voornamelijk bekend van haar pianowerken. En van ‘Pie Jesu’.

De Clairières dans le ciel  ademen voornamelijk serene rust en melancholie uit. Iets, waar Spence heel erg goed raad mee weet. De jonge Schotse tenor heeft een fijn timbre met misschien niet altijd de mooiste hoogte, maar hij weet de weemoedige sfeer goed met over te brengen.

Het mooist vind ik hem in de liederen van Cécile Chaminade, hier kan hij laten horen dat zijn stem ook de vrolijkheid goed aankan.


 

ANDRÉ CAPLET, LILI BOULANGER, CLAUDE DEBUSSY, CÉCILE CHAMINADE
Paradis sur terre
Nicky Spence (tenor), Malcolm Martineau (piano)
Chandos CHAN 10893 • 64‘

Nicky Spence herbeleeft Janáčeks Het dagboek van degene die verdween

JENŮFA. Alvis Hermanis, Brussel 2014

Bang! Flavours: cellosonates door Amber Docters van Leeuwen en Taisiya Pushkar

mi0003497421

Bang! Vanaf de eerste noot word je aan je stoel genageld. Hier spreekt iemand die het zeker weet en de taal is duidelijk: zitten en luisteren! Dat de noten niet altijd foutloos zijn kan mij niet schelen, want de dwingende manier van spelen van Amber Docters van Leeuwen bevalt mij zeer. Muziek is veel meer dan noten alleen!

Wat ik wel een beetje mis is wat meer lyriek, zeker bij Debussy. Met iets meer ingetogenheid zou de sonate beter uit de verf komen. Het is natuurlijk niet eerlijk om het jonge duo met, zeg maar, Maisky/Argerich te vergelijken, maar mocht u hun opname van Debussy kennen dan weet u wel wat ik bedoel.

De jonge dames houden van avontuurlijk, want naast Debussy hebben ze ook cellosonates van Beethoven en Schnittke op hun programma gezet. En een zeer jazzy werkje van de mij onbekende Eef van Breen (jaargang 1978), speciaal voor de celliste gecomponeerd voor haar Carnegie Hall debuut in 2011.

Jammer genoeg vind ik de pianiste iets minder. Ik vind haar pianospel te aanwezig en te ‘bonkig’, maar het kan ook aan de opname liggen. Die is zeer direct en hard. Maar houd Amber Docters van Leeuwen in de gaten!


FLAVOURS
DEBUSSY, SCHNITTKE, BEETHOVEN, VAN BREEN
Amber Docters van Leeuwen (cello), Taisiya Pushkar (piano)
Brilliant Classics 9416 • 64’

RACHMANINOFF. Krijgh & Amara

9200000050918211

Eerlijk is eerlijk. Cellosonate van Rachmaninoff behoort niet tot de wereldtop van de celloliteratuur. Niet erg. Ook een gewone boterham met kaas kan net zo goed smaken als de meest exquise kaviaar. Mits met liefde voorbereid en met nog meer liefde opgediend.

Rachmaninoff was een man van grote gebaren die het sentiment niet schuwde. Daar kan ik bij tijd en wijle bijzonder van genieten. Het is een kwestie van je er aan overgeven en niet te diep nadenken, want als je het sentiment uitvlakt dan ontneem je het stuk haar recht van bestaan. En dat diepe nadenken, dat doet de interpretatie van Harriet Krijgh de das om.

In het boekje wordt er over het vinden van de juiste balans tussen emotie en nuchterheid gesproken en dat is precies wat ik hier mis. De melancholie in Élegie is totaal afwijzig en van de hoge romantiek valt weinig te bespeuren.

Of het aan de opname ligt weet ik niet, maar de piano klinkt zeer dominant, waardoor ook de balans tussen de celliste en pianiste zeer verstoord is.

Ik vind het echt jammer, want je kan niet ontkennen dat hier twee grote musici aan het werk zijn. Het is goed, maar het kan beter. Gevoeliger. Het spijt me.


SERGE RACHMANINOV
Sonata in cello and piano in Gminor Op.19; Élegie; Vocalise; Romance Op.4 No.3
Harriet Krijgh (cello), Magda Amara (piano)
Capriccio C5258

Cilea’s L’Arlesiana herontdekt. En hoe!

arlesiana

Er bestaan meer opera’s die hun bekendheid aan maar één aria ontlenen: denk alleen maar aan La Wally. Of zelfs Andrea Chenier of La Gioconda. Maar er kan maar één winnaar zijn en dat is ongetwijfeld L’Arlesiana van Cilea.

De aria “E’ la solita storia del pastore”, beter bekend als Lamento di Federico behoort tot de mooiste en de meest geliefde tenoraria’s uit de hele operageschiedenis. Zowat elke tenor zingt het, het ontbreekt ook niet op compilatie cd’s of operarecitals. Geen wonder: wie van ons kan het bij de smachtende tonen droog houden? En: wie van ons weet eigenlijk waar het over gaat? En wie heeft de opera ooit in zijn geheel gehoord?

L’Arlesiana wordt nog maar mondjesmaat uitgevoerd, ook de opnamen ervan zijn schaars. Wonderlijk eigenlijk, maar de intendanten van de meeste operahuizen houden niet van verisme. Is er te weinig eer aan te behalen voor regisseurs?

Niet dat L’Arlesiana een meesterwerk is. Dat de opera onevenwichtig is, dat wist Cilea zelf heel erg goed. Hij is er ook vanaf de première in 1897 tot aan zijn dood in 1950 aan blijven sleutelen. Van vier akten is hij naar drie gegaan en zijn mooiste en beste zet was ongetwijfeld het toevoegen van het beroemde intermezzo ”La notte di Sant’Egilio”, in 1937.

Het meest merkwaardige van deze de opera is dat de titelheldin, het meisje uit Arles dus, in de opera niet voorkomt, althans niet fysiek. Er wordt over haar gesproken en geroddeld, zij is ook de aanstichtster van het drama waar zij waarschijnlijk niets van weet, maar wie zij zelf is, dat komen wij nooit te weten.

Wel duidelijk aanwezig is Rosa Mamai, de moeder van Federico. Ergens las ik dat als Santuzza (Cavalleria rusticana) ooit Sicilië verlaten zou hebben en een eigen gezin had gesticht, dat zij dan zeker Rosa Mamai zou zijn geworden. Daar moest ik aan denken toen ik naar de fantastische, zeer dramatische Rosa Mamai van Iano Tamar luisterde.

arlesiana-tamar

Iano Tamar. Foto: Picus online

In haar eigen ‘lamento’ (‘Esser madre é un inferno’) tart zij de grenzen van het mooi zingen, maar overschrijdt ze nergens en maakt ons deelgenoot van haar verdriet.  Daarmee bewijst zij wat wij eigenlijk al wisten: de opera gaat niet over de onnozele herder Federico en zijn wanhopige liefde voor de overspelige Arlesienne. Nee, het gaat over de grenzeloze liefde van een moeder die haar zoon koste van koste voor een fataal lot wilt behoeden en daarin zelfs zo ver gaat dat zij de toestemming voor het huwelijk met “het loeder” geeft. Het mag niet baten: in een soort van waan stort Federico zich van de hooizolder.

arlesiana-filianotti

Foto: Arielle Doneson

Giuseppe Filianoti heeft het ideale timbre voor Federico: prachtig lyrisch, maar met genoeg kracht om aan de zware eisen van de complexe rol, met zijn vele gemoedsveranderingen te voldoen. Ik zou waarachtig niet weten wie anders, wellicht op Beczała of Fabiano na, die rol met net zo veel gevoel en smacht nog zou kunnen zingen. Het is een echte “Caruso rol”; met lyriek alleen red je het niet.

Mirella Buonoaica’s lichte en wendbare sopraan is soms net kwekzilver: springerig en fascinerend mooi. Maar haar Vivetta beschikt ook over voldoende power: mocht het nodig zijn is het meisje bereid tot vechten. Het is haar schuld niet dat haar geliefde gek is geworden, denk aan Micaela!

Francesco Landolfi is een mooie Baldassare, autoritair, maar ook zeer vaderlijk. Zijn ‘Come due tozzi accesi’ ontroert mij zeer. Hij fraseert met een perfectie die je niet vaak meer tegenkomt en verbluft met zijn messa di voce

Ook alle kleine rollen zijn meer dan adequaat bezet en het orkest onder Fabrice Bollon speelt zeer bezield.

Maar deze opname heeft nog meer te bieden. Het bevat een verloren gewaande aria van Frederico: ‘Una mattina m’apriron nella stanza’. De ontdekking hebben wij aan Giuseppe Filianoti te danken, die het stuk in het Museo Francesco Cilea heeft gevonden, in een manuscript van de componist. ‘Una Mattina’ was tijdens deze uitvoering in Freiburg voor het eerst te horen

De oorspronkelijke versie uit 1897 van Lamento di Federico (let op het einde):

De herontdekte aria van Frederico “Una mattina m’apriron nella stanza”:

Francesco Cilea
L’Arlesiana
Giuseppe Filianoti, Iano Tamar, Mirela Muonoaica, Francesco Landolfi e.a.
Opernchor und Kinderchor des Theater Freiburg; Camerata Vocale Freiburg;
Philharmonisches Orchester Freiburg olv Fabrice Bollon
CPO 7778052

Live opgenomen in juli 2012 in Freiburg

 

PARIS, MON AMOUR

yonchevapariscd

Sonya Yoncheva behoort tot de nieuwste aanwinsten van Sony, een label dat het duidelijk voorzien heeft op de (ook letterlijk) mooiste sopranen ter wereld. Op haar debuut-cd, Paris, mon amour, maakt de Bulgaarse sopraan grote indruk.

Sonya Yoncheva was al een tijd ‘talk of the town’, maar echt wereldberoemd werd ze  toen ze in november 2014 bij de Metropolitan Opera in New York inviel voor Kristine Opolais als Mimì in La bohème. Nog maar vijf weken eerder was ze bevallen van haar kind, de reden waarom ze, naar eigen zeggen haar Amsterdams debuut als Marguerite in Faust had afgezegd

Yoncheva’s eerste solo-cd is zonder meer spectaculair, niet in de laatste plaats vanwege de keuze van het door haar gezongen aria’s. Allemaal hebben ze betrekking op Parijs van de “belle epoque”, waardoor er zoiets als een rode draad ontstaat.

 trailer van de cd:


Het is wel een beetje jammer dat de overbekende aria’s uit La traviata en La bohème zijn opgenomen. Niet dat Yoncheva er niet overtuigend genoeg voor is, maar het doet enigszins afbreuk aan het originele geheel.

Daartegenover ben ik wel heel erg blij met haar versie van ‘Se como voi piccina io fossi’ uit Le Villi en met werken als Le cent vierges van Charles Lecocq en Madame Chrysanthème van André Messager. Ooit van gehoord?

Yoncheva is meer dan de zoveelste “kanarie”. Haar hoge noten en coloraturen zijn uiteraard perfect, maar wat ik voornamelijk zo mooi aan haar stem vind is haar middenregister, die mij een beetje aan Mirella Freni doet denken. En aan Leontina Vaduva: met haar heeft zij de melancholieke ondertoon gemeen.

Op haar mooist vind ik haar in  “Celui dont la parole…”  uit de Hérodiade van Massenet. Hierin laat zij haar stem, gelijk een ontluikende roos opbloeien tot zij een soort extase bereikt bij haar overgave aan de profeet.

In “Où suis-je”? uit Sapho van Gounod weet zij mij tot tranen toe te ontroeren. Ik weet waarachtig niet wanneer ik de aria voor het laatst met zo veel tekstbegrip gezongen heb gehoord. Droevig, ja, maar ook zo berustend. Maar ook dwingend, want de (zelfverkozen) dood is hier onoverkomelijk. Denk aan Dido.

Yoncheva wordt congeniaal begeleid door het onder Frédéric Chaslin zeer sprankelend spelende Orquestra de la Comunítat Valencíana.



Paris, mon amour
Aria’s van Massenet, Verdi, Puccini, Gounod, Offenbach, Messager en Lecocq
Sonya Yoncheva
Orquestra de la Comunítat Valencíana onder leiding van Frédéric Chaslin
Sony 88875017202

‘Mooie wereld’ van Anne Schwanewilms

schwanewilms

Anne Schwanewilms heeft een warme, romige sopraan waarmee zij moeiteloos hoge regionen beklimt zonder de lange lijnen kwijt te raken. Een stem die buitengewoon geschikt is niet alleen voor Richard Strauss, maar ook voor Korngold en Schreker.

Anne Schwanewilms in een kort fragment van Schrekers Die Gezeichneten uit Salzburg 2005:

Al  jaren zit ik al op haar opname met liederen van Schreker te wachten en nu het zo ver is kan ik alleen betreuren dat het er maar vijf zijn. Die prachtige liederen, die de sfeer van sehnsucht en verlangen ademen, passen haar als een handschoen. Daar had ik graag meer van willen horen. Met het aangrijpend gezongen ‘Umsonst’  weet zij bij mij een gevoelige snaar te raken.

Maar ook in Korngold weet Schwanewilms mij te overtuigen. Luisterend naar ‘Was du mir bist’ moet ik ongewild aan de Marschallin (Der Rosenkavalier) denken, wat ongetwijfeld aan de in het lied besloten weemoed ligt.

Voor meer Korngold en Schreker had ik graag de hele Schubert-sectie willen omruilen. Niet alleen kennen we de liederen inmiddels wel; ze lijken haar ook iets minder goed te liggen. Al moet ik toegeven dat ik de met teruggehouden stem en kinderlijk-naïef gezongen ‘Ave Maria’ (Ellens Gesang III) zeer ontroerend vind.

Charles Spencer behoort tot die ‘vanzelfsprekende’ begeleiders wiens aanwezigheid je niet merkt tot je ze opeens mist. Waarbij ik maar wil zeggen dat ik hem voor geen goud had willen missen.


SCHUBERT, SCHREKER, KORNGOLD
Schöne Welt
Anne Schwanewilms (sopraan), Charles Spencer (piano)
Capriccio C5233 • 66’

Italiaanse liedjes door Juan Diego Flórez zijn een beetje te gecultiveerd

florez-italia-new-a-500x500

Met het vóór- en achterkantje zit het snor. Een dorpsweg in een zonnig land. Met achter de geparkeerde rode Ferrari een lekkere ‘hunk’ met een Ray Bay zonnebril op. Onmiskenbaar Italië! Met het heerlijke vooruitzicht op ‘Volare’s’ en ‘Marechiare’s’ haal ik alvast olijven en de fles Prosecco uit de koelkast en het feest kan beginnen.

Dat het mij allemaal een beetje tegenvalt ligt niet aan de liedjes, maar aan de interpretatie: ik vrees dat de prachtige stem van Florez hier te gecultiveerd voor is. Er ontbreekt hem eenmaal aan de – o zo heerlijke – boerse smacht van een di Stefano of de erotische slis van een Corelli.

Zijn licht nasaal timbre, zo typisch voor veel Zuid Amerikaanse tenoren is hier ook een beetje debet aan. Ik hoor de liedjes graag gezongen met lang aangehouden open klinkers. Dat alles laat onverlet dat het een cd is waar je enorm veel plezier aan kunt beleven.

Dat Florez een echte Rossini-expert is hoor je zo: de zeer sprankelend gezongen ‘La Danza’ spettert je boxen uit en behoort, samen met diens ‘Bolero’ tot de absolute hoogtepunten van het album.

In ‘Vaghissima Sembianze’ van Donoudy weet Florez even mijn gevoelige snaar te raken, iets wat hem in ‘Musica Proibita’ van Gastaldon niet meer lukt, althans niet op dit niveau. En, laten we eerlijk zijn: van ‘Volare’ van Domenico Modugno had hij echt moeten afblijven.

De mandoline begeleiding van Avi Avital in o.a. ‘La canzone dell’amore’ is niet minder dan goddelijk. Iets, wat ook voor de werkelijk fantastische accordeoniste Ksenija Sidirova geldt.

“Behind the scenes”:

 


ITALIA
Donizetti, Rossini, Tosti, de Curtis, Leoncavallo, Modugno, Bixio e.a.
Juan Diego Flórez (tenor), Avi Avital (mandoline), Ksenija Sidirova (accordeon), Craig Ogden (gitaar); Filharmonica Gioachino Rossini olv Carlo Tenan
Decca 4788408

L’Amour. Als het maar met Floréz is

Juan Diego Flórez: The Mozart Album

Een onweerstaanbare La Fille du Régiment van Laurent Pelly