L’ARLESIANA

arlesiana

Er bestaan meer opera’s die hun bekendheid aan maar één aria ontlenen: denk alleen maar aan La Wally. Of zelfs Andrea Chenier of La Gioconda. Maar er kan maar één winnaar zijn en dat is ongetwijfeld L’Arlesiana van Cilea.

De aria “E’ la solita storia del pastore”, beter bekend als Lamento di Frederico behoort tot de mooiste en de meest geliefde tenoraria’s uit de hele operageschiedenis. Zowat elke tenor zingt het, het ontbreekt ook niet op compilatie cd’s of operarecitals. Geen wonder: wie van ons kan het bij de smachtende tonen droog houden? En: wie van ons weet eigenlijk waar het over gaat? En wie heeft de opera ooit in zijn geheel gehoord?

L’Arlesiana wordt nog maar mondjesmaat uitgevoerd, ook de opnamen ervan zijn schaars. Wonderlijk eigenlijk, maar de intendanten van de meeste operahuizen houden niet van verisme. Is er te weinig eer aan te behalen voor regisseurs?

Niet dat L’Arlesiana een meesterwerk is. Dat de opera onevenwichtig is, dat wist Cilea zelf heel erg goed. Hij is er ook vanaf de première in 1897 tot aan zijn dood in 1950 aan blijven sleutelen. Van vier akten is hij naar drie gegaan en zijn mooiste en beste zet was ongetwijfeld het toevoegen van het beroemde intermezzo ”La notte di Sant’Egilio”, in 1937.

Het meest merkwaardige van deze de opera is dat de titelheldin, het meisje uit Arles dus, in de opera niet voorkomt, althans niet fysiek. Er wordt over haar gesproken en geroddeld, zij is ook de aanstichtster van het drama waar zij waarschijnlijk niets van weet, maar wie zij zelf is, dat komen wij nooit te weten.

Wel duidelijk aanwezig is Rosa Mamai, de moeder van Federico. Ergens las ik dat als Santuzza (Cavalleria rusticana) ooit Sicilië verlaten zou hebben en een eigen gezin had gesticht, dat zij dan zeker Rosa Mamai zou zijn geworden. Daar moest ik aan denken toen ik naar de fantastische, zeer dramatische Rosa Mamai van Iano Tamar luisterde.

arlesiana-tamar

Iano Tamar. Foto: Picus online

In haar eigen “lamento” (‘Esser madre é un inferno’) tart zij de grenzen van het mooi zingen, maar overschrijdt ze nergens en maakt ons deelgenoot van haar verdriet.  Daarmee bewijst zij wat wij eigenlijk al wisten: de opera gaat niet over de onnozele herder Frederico en zijn wanhopige liefde voor de overspelige Arlesienne. Nee, het gaat over de grenzeloze liefde van een moeder die haar zoon koste van koste voor een fataal lot wilt behoeden en daarin zelfs zo ver gaat dat zij de toestemming voor het huwelijk met “het loeder” geeft. Het mag niet baten: in een soort van waan stoort Frederico zich van de hooizolder.

arlesiana-filianotti

Foto: Arielle Doneson

Giuseppe Filianoti heeft het ideale timbre voor Frederico: prachtig lyrisch, maar met genoeg kracht om aan de zware eisen van de complexe rol, met zijn vele gemoedsveranderingen te voldoen. Ik zou waarachtig niet weten wie anders, wellicht op Beczała of Fabiano na, die rol met net zo veel gevoel en smacht nog zou kunnen zingen. Het is een echte “Caruso rol”; met lyriek alleen red je het niet.

Mirella Buonoaica’s lichte en wendbare sopraan is soms net kwekzilver: springerig en fascinerend mooi. Maar haar Vivetta beschikt ook over voldoende power: mocht het nodig zijn is het meisje bereid tot vechten. Het is haar schuld niet dat haar geliefde gek is geworden, denk aan Micaela!

Francesco Landolfi is een mooie Baldassare, autoritair, maar ook zeer vaderlijk. Zijn ‘Come due tozzi accesi’ ontroert mij zeer. Hij fraseert met een perfectie die je niet vaak meer tegenkomt en verbluft met zijn messa di voce

Ook alle kleine rollen zijn meer dan adequaat bezet en het orkest onder Fabrice Bollon speelt zeer bezield.

Maar deze opname heeft nog meer te bieden. Het bevat een verloren gewaande aria van Frederico: “Una mattina m’apriron nella stanza”. De ontdekking hebben wij aan Giuseppe Filianoti te danken, die het stuk in het Museo Francesco Cilea heeft gevonden, in een manuscript van de componist. ‘Una Mattina’ was tijdens deze uitvoering in Freiburg voor het eerst te horen

De oorspronkelijke versie uit 1897 van Lamento di Federico (let op het einde):

De herontdekte aria van Frederico “Una mattina m’apriron nella stanza”:

Francesco Cilea
L’Arlesiana
Giuseppe Filianoti, Iano Tamar, Mirela Muonoaica, Francesco Landolfi e.a.

Opernchor und Kinderchor des Theater Freiburg; Camerata Vocale Freiburg; Philharmonisches Orchester Freiburg olv Fabrice Bollon
CPO 7778052

Live opgenomen in juli 2012 in Freiburg

 

 

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s