opera/operette/liederenrecitals
Piotr Beczala en zijn nieuwe helden
Luisterend naar deze cd moest ik ongewild denken aan de fabel van de La Fontaine, die over de mier en de krekel. De moraal: flierefluiten in de zomer is leuk maar als de winter komt heb je je spaarcenten nodig. Zo ongeveer.
Verander de ‘spaarcenten’ nu in stem en dan heb je het geheim van Piotr Beczala. Begonnen met de delicate Mozarts en de meest lyrische Verdi’s klom hij, via poëtische Rodolfo’s en Massenets des Grieux naar het repertoire wat zwaarder heet te zijn. Eerst een voorzichtige stap richting Lohengrin en Gustavo (Ballo in Maschera), maar toen ging het hek open en: et voilà! Hier staat een tenor aan een begin van de derde belangrijke fase in zijn professionele leven, die van het lyrico-spinto.
Na Mario (Tosca) en Maurizio (Adriana Lecouvreur) komen nu Radames en Calaf aan de beurt en dat is geen kattenpis. En weet u wat? Hij kan het! Hij benadert die rollen minder ‘heldisch’, iets wat eigenlijk helemaal niet hoeft. Luister naar zijn illustere voorgangers waar zijn stem – met de snik en de traan – het meeste op lijkt, Tauber en Kiepura. Hij benadert zijn helden emotioneel en schuwt het sentiment niet, want niet inhoudt dat hij schmiert.
Wat ik wel jammer vind is dat hij voor de bekendste aria’s uit het repertoire heeft gekozen. Maar van de andere kant: het gaf hem kans om te vergelijken en die vergelijking valt in zijn voordeel uit, zeker wat de hedendaagse tenoren betreft.
Radames staat er niet op, wel Calaf, wat de titel van de cd meteen verklaart. Zijn ‘Nessun dorma’ is voornamelijk teder en het Cor de la Generalitat Valenciana steunt hem er goed bij. Er is wel een minpuntje: ‘Aveto torto … Firenze è come un albero fiorito’ uit Puccini’s Gianni Schicchi. Die rol is Beczala al ontgroeid.
VINCERÒ
Puccini, Cilea, Mascagni, Giordano, Leoncavallo, Verdi
Piotr Beczala (tenor)
Evgenya Khomurtova (mezzosopraan)
Cor de la Generalitat Valenciana
Orquestra de la Comunitat Valenciana olv Marco Boemi
Pentatone PTC 5186 733
Waar is Eva Urbanová gebleven?
In het bijgeleverde tekstboekje las ik dat Eva Urbanová gecoacht werd door Renata Scotto en dat is duidelijk te horen. Haar tekstbehandeling en inlevingsvermogen zijn werkelijk fenomenaal en duiden op een zingende actrice van formaat. Ook de keuze van haar rollen kan daarop wijzen, al moest ik mijn wenkbrauwen fronsen toen ik las, dat zij in de Metropolitan Opera tegelijkertijd Ortrud (Lohengrin) en Tosca zong.
Dat het niet bepaald gezond is hoor je al in de openingsaria uit Libuše van Smetana, een echte tour de force alla Turandot, waarin haar stem een beetje schel klinkt. Echter, naarmate het recital vordert (alles is live opgenomen tijdens een concert in Praag) wordt haar stem rustiger en evenwichtiger, met als hoogtepunt de monoloog van Kostelnicka (Jenufa).
Dat zij ook over een andere, een meer lyrische kant beschikt, laat zij in een schitterend duet uit Dalibor van Smetana horen. Bovendien: wat is die muziek prachtig!
De keuze van de gezongen fragmenten is ijzersterk: de meeste opera’s waarvan ze afkomstig zijn, zijn buiten Urbanová’s vaderland vrijwel onbekend. Zij weet zich verzekerd door een keur van Tsjechische zangers die haar niveau helaas niet halen. Niet erg. Deze cd is beslist de moeite waard vanwege de schitterende muziek en een buitengewoon interessante zangeres.
Famous Czech Opera Duets
Smetana, Dvorak, Fibich, Janácek
Eva Urbanová and guests
Janáček Philharmonic Orchestra of Europe olv František Preisler jr.
SU 3555-2 631
Busoni en La Nuova Commedia dell’ Arte
Feruccio Dante Michelangelo Benvenuto Busoni is, denk ik, één van de grootste kosmopolitische componisten uit de muziekgeschiedenis. Zijn vader was een Italiaan en zijn moeder een Duitse. Busoni studeerde in Oostenrijk, trouwde met een Russisch-Zweedse en ging in Berlijn wonen. Voornamelijk dan, want hij woonde ook in Wenen, Zürich en Bologna. En, o ja, hij had ook nog eens Joodse wortels. En dan al die voornamen!
Het schijnt dat hij een boekencollectie had die had kunnen concurreren met de meeste bibliotheken: geen wonder dat hij zijn klassieken kende! Busoni was ook een groot kenner en bewonderaar van Carlo Gozzi en na het componeren van de incidentele muziek voor zijn toneelstuk Turandot besloot hij het gegeven tot een opera te verwerken. In dezelfde tijd (1916) componeerde hij ook Arlecchino, een opera gebaseerd op een figuur uit Commedia dell’Arte. De (Duitstalige) libretto’s met veel gesproken dialogen zijn van de hand van de componist zelf.

Beide opera’s, die Busoni ‘La Nuova Commedia dell’ Arte’ noemde beleefden hun wereldpremière op 11 mei 1917 in het Stadttheater van Zürich onder leiding van de componist zelf.
In 1992 werden de opera’s in Berlijn opgenomen en nu (voor het eerst?) op de markt gebracht. Joseph Protschka is een warm getimbreerde Kalaf en Linda Plech excelleert als Turandot. Gerd Albrecht dirigeert zeer betrokken, met veel aandacht voor de partituur.
Feruccio Busoni
Turandot; Arlecchino
Rene Pape, Linda Plech, Joseph Protschka, Celina Lindsley, Peter Matic, Robert Wörle, Siegfried Lorenz e.a.
Radio-Sinfonie-Orchester Berlin olv Gerd Albrecht
Capriccio C5398








