Auteur: basiaconfuoco

muziek journalist

De ontembare strijkstok van Mstislav Rostropovich

Rostropovich filmHet jaar 2000 (en de nieuwe eeuw) was net begonnen toen de Franse documentairemaker Bruno Monsaignon uitgenodigd werd door Mistislav Rostropovitsj om bij hem thuis te komen: de beroemde cellist wilde hem al het materiaal aan films en opnamen dat hij bezat, containers vol, overhandigen. En al ontbrak er veel aan data’s en informatie, het was Monsaignon onmiddellijk duidelijk wat een waardevolle schat hij in zijn handen kreeg. Na ettelijke wodka’s later durfde Monsaignon het aan om de grote maestro toestemming te vragen om een film over zijn leven te maken.

Het is een fascinerend document vol historische beelden en muziekfragmenten geworden: Rostropovitsj was niet alleen één van allergrootste cellisten van de zijn tijd die onnoembare aantal componisten inspireerde om werken voor hem te schrijven, hij was ook een uitstekende pianist en dirigent. Én politiek activist én voorvechter van mensenrechten. In 1972 werd hij verbannen en van zijn nationaliteit gestript omdat hij zijn vriend, de schrijver Aleksander Sozjenitsyn verdedigde. Na de val van het communisme werd hij gerehabiliteerd en als held welkom geheten in het ‘nieuwe’ Rusland.

De film begint met een feest in de Barbican Centre in Londen. Op de bühne verzamelen zich de grootsten van de grootsten en daar staan ze, allemaal op een rij: Kremer, Argerich, Vengerov, Jansons, Kissin, Penderecki, Ozawa.. Wie eigenlijk niet? Zelfs Margareth Thatcher ontbreekt niet! Het ‘feestvarken’ snijdt de taart (in de vorm van een cello) aan, waarna hij gebaart dat het nu tijd is om aan de drank te gaan. Kostelijk.

Er is ook een bonus. Of twee eigenlijk. Na de Rococo Variaties van Tsjaikovski uit 1986 krijgen we een unieke beeldopname van de in 1977 geregistreerde ‘Archduke – trio’ van Beethoven, met naast Rostropovitsj Wilhelm Kempff en Yehudi Menuhin; gevolgd door de in 1969 opgenomen ‘Sarabande’ uit Bachs tweede cellosolosuite. Wow.

Bonus twee trakteert ons op tafelgesprekken met de kinderen Rostropovitsj en Solzjenitsyn. Hoe waardevoller wilt u het nog hebben?

MSTISLAV ROSTROPOVICH: L’ARCHET INDOMPTABLE
A film by Bruno Monsaignon
Naxos 2.110583

VAImusic, oftewel Sesam open u!

VAImusic

VAI (Video Artist International) werd uit puur idealisme en liefhebberij in 1988 door Ernie Gilbert opgericht. Het was zijn bedoeling om interessante concerten als ook opera- en balletvoorstellingen op video uit te brengen.

VAI Promo Image bnd

Allereerst kwamen balletfilms van Rusland uit, met o.a. Maya Plisetskaya, één van de allergrootste ballerina’s aller tijden.

Hieronder Maya Plisetskaya in een fragment uit de tweede acte van ‘De Zwanenmeer’:

De catalogus werd al gauw verrijkt met voorstellingen met Roedolf Nureyev en Margot Fonteyn, voor een balletliefhebber namen om van te likkebaarden.

VAI Lucia

Als eerste opera’s werden Lucia di Lammermoor (met Anna Moffo en Lajos Kozma) en The Medium van Giancarlo Menotti uitgebracht, gevolgd door Tosca met Tebaldi en drie titels met Beverly Sills, de ongekroonde Amerikaanse koningin van de belcanto.

Hieronder Beverly Sills in de laatste scène uit Roberto Devereux van Donizetti:

Voor de vele fans van operasterren is VAI een echte sesam, vol onvolprezen schatten, want hoe kom je anders aan de complete opera’s met Corelli, Kraus, Caballé, Bergonzi of Tagliavini? Of recitals van Scotto, Eleanor Steber, John Vickers of Leontyne Price, om maar een paar te noemen?

VAI L. Price

Van die laatste is een jaar of tien geleden een zeer aantrekkelijke DVD verschenen met de complete derde acte uit Aida, in 1958 opgenomen door de Canadese televisie, plus een recital uit 1982 met aria’s uit o.a. Cosi fan tutte en Madama Butterfly. Met als bonus een drietal aria’s  uit Il Trovatore, Aida en La Forza del Destino, afkomstig uit haar optredens in de legendarische ‘Bell Telephone Hour’ uit de jaren 1963-67 (VAI 4268).

Leontyne Price zingt ‘O patria mia’:

De catalogus van VAI beperkt zich echter niet tot opera en ballet alleen, maar vermeldt ook recitals en concerten van vele beroemde instrumentalisten en dirigenten, waaronder Oistrach, Menuhin, Barbirolli, Munch, Martha Argerich, Arturo Benedetti Michalengeli, William Kapell, Joseph Hoffman… Van Arthur Rubinstein werd een DVD uitgebracht met recitals uit 1950 en 1956, met een keur aan werken van Chopin, en de (verkorte) Rhapsody on a Theme of Paganini van Rachmaninoff (VAI 4275).

Vaimusic trailer:

 

ARAM KHACHATOURIAN

VAI Khachatourian

Buitengewoon fascinerend is de, op het Hollywood Film Festival als de beste documentaire bekroonde film van Peter Rosen over de Armeense componist Aram Khachatourian. Het begint met diens begrafenis, om daarna, in chronologische volgorde en in de eerste persoon, het leven te schetsen van een man, wiens geschiedenis parallel liep met die van de Sovjet Unie. Het bevat unieke archiefbeelden in zwart-wit, adembenemende filmbeelden van de Armeense landschappen, interessante interviews, fragmenten van zijn balletten, en als bonus de complete uitvoering van zijn celloconcert door Mstislav Rostropovitsj (VAI 4298)

Hieronder: Mstislav Rostropovitsj speelt het celloconcerto van Khachatourian

 

GIANCARLO MENOTTI: THE CONSUL

VAI Consul

Voor de meeste Nederlanders is hij niet meer dan een vaag bekende naam. Zijn opera’s zijn hier nooit populair geweest en de uitvoeringen ervan zijn op de vingers van één hand te tellen. Jammer eigenlijk, want niet alleen is zijn muziek buitengewoon mooi (men denke aan de combinatie van Mascagni met Britten), ook de onderwerpen die hij in zijn (zelfgeschreven) libretti aankaart zijn maatschappelijk betrokken en snijden actuele onderwerpen aan.

Een krantenartikel van 12 februari 1947 over de zelfmoord van een Poolse emigrante wier visum voor de VS was afgewezen werd door Menotti, die zich het lot van zijn Joodse vrienden in Oostenrijk en Duitsland nog goed herinnerde (ook zijn eigen partner, de componist Samuel Barber was Joods), gebruikt voor zijn eerste avondvullende opera. Het onderwerp heeft – helaas – niets aan zijn actualiteit verloren en The Consul is en blijft een aangrijpende opera die je door je ziel snijdt.

In 1960 werd het geproduceerd voor de televisie, en die registratie is door VAI (4266) op DVD uitgebracht. In zwart-wit, zonder ondertitels (niet schrikken, er wordt zeer duidelijk gezongen) en buitengewoon dramatisch in beeld gebracht door Jean Dalrymple.

Hieronder Patricia Neway zingt ‘To This We’ve Come’:

Met harp in de hoofdrol: Rachel Talitman speelt werken van Anna Segal

annasegalharp

De Israëlische, in Oekraïne geboren componiste Anna Segal is niet echt een naam die je vaak ergens tegenkomt. Best jammer want haar composities zijn het aanhoren meer dan waard.

annasegallenrachel

Anna Segal en Rachel Talitman

Speciaal voor haar landgenote Rachel Talitman componeerde ze werken voor harp en kamermuziekensemble, waarbij de harpiste samenwerking aangaat met verschillende instrumenten. Het resultaat is niet minder dan verbluffend, al realiseer ik mij dat het niet ieders cup of tea zal zijn.

Alle composities op deze cd doen zeer impressionistisch aan, maar dan met een stevigere body; aardser en toch dromerig. Waarbij ook de oude jazz niet ver weg is en de sfeer mij doet denken aan jamsessions van weleer, in de “wee small hours in de morning”. Zeer visueel en sfeervol. Ik vind het prachtig.

Van alle hier opgenomen werken vind ik het Concertino voor harp, klarinet en strijkkwintet het beste. De muziek, die de harp in een soort dialoog laat gaan met de klarinet en de strijkers klinkt zeer spannend. Niks geen softie ‘gepingel’, maar een zeer evenwichtige verdeling van de hoofdrollen, zoals het hoort. Dat het daarbij zeer aangenaam is om er naar te luisteren – Segalls muziek is zeer melodieus, met rijke harmonieën – is zeker meegenomen.

In de Suite heeft de klarinet plaats gemaakt voor de hobo. Zelf vind ik de compositie zwakker en onevenwichtiger. Het klinkt mij iets te luchtig, waarbij Segal zich helaas te veel herhaalt. Best jammer want de warmte en de sensualiteit van de hobo vormt een  geweldige match met de zoete klanken van de harp. Wat ik wel mooi vind is het dansante karakter van het stuk, iets wat eigenlijk alle Segals werken domineert. Het beste hoor je het in de met zijn overheersend donkere tonen zeer melancholisch andoende Sonate voor harp en cello.

Rachel Talitman (harp) en haar partners: Jean-Marc Fessard (klarinet), Adrien Able (hobo) en het Ensemble Mendelssohn spelen op een allerhoogst niveau. Een waarlijk prachtige cd.


website van Anna Segal:
http://www.anna-segal.com/

Anna Segal
Chamber music for harp
Rachel Talitman (harp), Jean-Marc Fessard (klarinet), Adrien Able (hobo); Ensemble Mendelssohn
Harp&Company CD5050-41

Kim en Blechacz mengen Poolse melancholie met Franse elegantie

blechacz kim

Sinds kort vormen de Poolse meesterpianist Rafał Blechacz en de Koreaanse stervioliste Bomsori Kim een duo, althans op de bühne. Hun samenwerking bracht ze naar de studio van de Deutsche Grammophon, waar ze cd opnamen met Poolse en Franse werken voor viool en piano.

Blechacz en Kim over hun samenwerking:

De keuze voor juist die twee landen wordt verklaard middels muziek van Frédëric Chopin, van wie ze de door Nathan Milstein bewerkte Nocturne nr.20 in c mineur spelen. Chopin, die de helft van zijn korte leven in Frankrijk woonde staat namelijk symbool – volgens de samenstellers althans – voor de perfecte symbiose van de Poolse melancholie en de Franse elegantie. Maar of het ook voor de andere componisten op de cd opgaat?

Ach, onbelangrijk eigenlijk als er zo prachtig wordt gemusiceerd. Niet dat ik geen kanttekeningen heb. Zo vind ik de piano te dominant en veel te hard klinken, althans in Fauré. Nu is Blechacz een meer dan voortreffelijke pianist die bekend staat om zijn poëtische aanslag en laat dat nou precies zijn wat ik daar mis!

Maar het kan ook aan de opname liggen want in Debussy wordt de balans hersteld waardoor je eindelijk hoort hoe prachtig het spel van Kim is. Haar strijkvoering is delicaat en haar voordracht mysterieus mystiek, zo klinkt ook de pianist. Precies zoals het hoort.


FAURÉ, DEBUSSY, SZYMANOWSKI, CHOPIN
Rafał Blechacz (piano), Bomsori Kim (viool)
DG 48364671

 

 

Visser brengt Juditha Triumphans als propagandafilm

Door Peter Franken

juditha caravaggio

Caravaggio’s Judith onthoofdt Holofernes


In het gelijknamige hypocriefe bijbelboek onthoofdt Judith de Assyrische veldheer Holofernes. Een vreselijke daad maar zij is slechts de hand van God die zijn volk tegen de indringers beschermt. En dan is het goed

Een moord die op de goedkeuring van de lezer of kijker kan rekenen moet goed aansluiten bij reeds aanwezige gevoelens. Gaat het om een politiek conflict dan krijgt zo’n verhaal direct propagandistische waarde. Een van de fraaiste voorbeelden vind ik de scène aan het einde van Casablanca, waarin Rick onder de neus van politiecommissaris Louis Renault de gehate Gestapo officier Strasser doodschiet. Renault pakt de telefoon en belt het politiebureau met de opdracht: ‘major Strasser has been shot, round up the ususal suspects’. Er is een moord gepleegd maar dat is goed, het slachtoffer was een nazi.

Vivaldi heeft met zijn oratorium Juditha Triumphans een werk geschreven dat het moreel van de Venetiaanse bevolking een duwtje in de rug moest geven. De republiek was in oorlog met de Ottomanen en het waren moeilijke tijden. Voor wie het niet zelf had kunnen uitvogelen werd de link met Juditha aan het einde nog even uitgelegd. Juditha staat voor de stad Venetië en Holofernes voor de Ottomaanse Sultan. Het is een vroeg voorbeeld van propaganda in de vorm van een schouwspel, een theaterstuk.

Regisseur Floris Visser heeft deze lijn doorgetrokken naar een tijd waarin nieuwe beeldende vormen beschikbaar waren: hij heeft er een propagandafilm van gemaakt. Dat wringt hier en daar met het libretto maar zeker niet in ernstiger mate dan dat het libretto eerder al uit de pas liep met het bijbelboek. Er is sprake van een nieuw verhaal gebaseerd op dezelfde oorsprong: Judith en Holofernes.

Het toneelbeeld wordt bepaald door de ruïne van een kapotgeschoten kapel in een omgeving die bezaaid ligt met puin. Vluchtelingen onder begeleiding van gewapende partizanen banen zich voetje voor voetje een weg tussen de brokstukken en over de puinhopen. We bevinden ons in een dorp in Italië tijdens WOII, de perfect uitgevoerde kledingontwerpen van Dieuweke van Reij suggereren dat heel duidelijk.

Dan arriveert een kolonne Wehrmachtsoldaten en krijgen we de gebruikelijke taferelen te zien: de partizanen worden ontwapend en ter plekke geëxecuteerd, een vrouw wordt verkracht. Dan verschijnt een hoge officier te tonele, Holofernes, hier een Duitse generaal. Hij schiet zonder te aarzelen de verkrachter dood en helpt het slachtoffer overeind.

Dan laat hij zich fotograferen met een paar kinderen en met de rest van de bevolking. Een cameraman is ter plekke om het vast te leggen. Wat we zien is propaganda binnen een propagandafilm. Kennelijk vindt een en ander plaats in 1944 ergens in de Republiek van Salo, Mussolini’s vazalstaat waarin de Duitsers vochten tegen de partizanen maar tegelijkertijd de bevolking nog de indruk wilden geven dat men aan dezelfde kant stond. Mooie vondst, goed uitgewerkt

Een zelfbewuste mooie vrouw, type contessa, presenteert zich aan Holofernes als bemiddelaar, Judith in Italië.

Het verhaal ontrolt zich en Holofernes wordt onthoofd met zijn eigen zwaard.

Het probleem hoe dat te rijmen met de Italiaanse oorlogssetting heeft Visser briljant opgelost. Hij voegt het fenomeen roofkunst aan zijn propagandafilm toe en laat kisten met schilderijen ten tonele voeren. Een ervan is Caravaggio’s Judith en Holofernes. Verder kleedt hij zich voor zijn gezellige avond met die mooie dame in het galauniform van een generaal van de Waffen SS, compleet met ceremonieel zwaard. Zo komen de idee van een onthoofding en het benodigde zwaard als vanzelf samen, op het toneel en in het hoofd van de ‘contessa’.

Als de daad eenmaal is verricht en haar achterban de dappere vrouw bij wijze van spreken op de schouders wil nemen, schrikt ze terug. Ze beseft iets gruwelijks te hebben gedaan, onthoofden is veel confronterender dan simpelweg neerschieten, daar is geen direct contact en inspanning voor nodig. Visser laat hier Judith zien als het personage dat figureert in het 19e eeuwse toneelstuk van Friedrich Hebbel. Met haar komt het niet meer goed. Anders dan haar bijbelse voorbeeld kan zij zich niet troosten met het waanidee dat ze slechts de wil van een hogere macht ten uitvoer bracht.

Dankzij de vreemde ontstaansgeschiedenis van Vivaldi’s oratorium Juditha Triumphans bestaat de cast louter uit vrouwen. Het werk werd geschreven voor een meisjesschool en daar waren geen mannen stemmen voorradig. Het verklaart ook de opzet als oratorium, geen stuk voor een toneel, zeker niet met al die meiden. Doordat de tekst in het Latijn is gesteld zal deze aan veel toehoorders voorbij zijn gegaan. De propagandistische waarde zit hem louter in de titel, de bekendheid van de bijbelse Judith en de verklarende tekst aan het einde.

Voor deze nieuwe productie van DNO werd een beroep gedaan op het La Cetra Barockorchester Basel onder leiding van Andrea Marcon. Spelend op periode instrumenten leverde dit orkest een verbluffend goede begeleiding van het tot theaterstuk omgevormde oratorium. Speciale vermelding voor concertmeester Eva Saladin en voor Francesco Spendolini voor zijn uitgebreide solo op chalumeau.

De zangers leverden elk een bijzonder goede prestatie. De Franse mezzo Gaëlle Arquez was op en top het eerder genoemde type ‘contessa’ en wist vocaal haar rol uitstekend in te vullen. Haar directe tegenspeler was de Italiaanse mezzo Teresa Iervolino, prima optreden.

Vuurwerk kwam er vooral van Holofernes’ adjudant Vagaus, gezongen door de wel zeer wendbare Russische mezzo Vasilisa Berzhanskaya. Vagaus heeft in mijn beleving de meest onsympathieke rol maar de spectaculairste muziek. Vasilisa wist met beide aspecten goed raad.

De Britse mezzo Polly Leech vertolkte heel overtuigende de rol van Juditha’s bediende Abra. Verdere rollen waren er voor Gloria Giurgola (Puella Judaica) en Francesca Asciotti (Ozias). Verder zong het koor de stem van het volk, niet ongebruikelijk natuurlijk.

Muzikaal een zeer goede voorstelling van een stuk in een genre waar ik persoonlijk niet veel mee op heb. Des te groter het compliment voor de uitvoerenden dat ik er tot het laatste moment door werd geboeid. Deze Juditha Triumphans is een opmerkelijke productie die de aandacht verdient van een breed operapubliek.

Hieronder trailer van de productie:

Bezocht op 26 januari 2019

 

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

entartAt the end of the 1980s the music-loving world (and here I mean not only listeners, but also publicists, reviewers and music experts) found out that there was more between heaven and earth, or, since we are talking about music: between Strauss and Stockhausen. People began to realise that an entire generation of composers had been deleted from the history books and concert halls. Just like that. And it was not _only_ the fault of the Nazis.

entart-du

In 1988, the exhibition ‘Entartete Musik’ was put on in Düsseldorf, exactly 50 years after the original event held by the Nazis. The exhibition also traveled to other cities, including Amsterdam, and became the occasion of much discussion.

entartete affiche

 

The term ‘entartet’ (degenerate) was not invented by the Nazis. Already in the nineteenth century it was used in criminology, meaning something like ‘biologically degenerated’. The term was eagerly borrowed by the rulers of the Third Reich to prohibit the expressions of art that they considered ‘non-Aryan’. Modernism, expressionism, jazz … And everything that had to do with Jews, because they were already seen as a degenerate race.

entertet zwe vielschreiber

 

What had begun as a ban soon developed into exclusion and resulted in murder. Those who had managed to flee to America or England have survived the war. Those who stayed in Europe were doomed.

Many, mainly Czech composers were deported via Terezín to the extermination camps, many ended up there directly. After the war they were totally forgotten, and thus murdered for the second time. Those who survived were found hopelessly old-fashioned and no longer played.

It was only at the end of the 1980s that it became clear that Korngold was more than a composer of Hollywod scores; that without Schreker and Zemlinski there would probably have been no Strauss either and that Boulez and Stockhausen were not the first to experiment with serialism. The turnaround came too late for most of the survivors …

 In Germany the foundation Musica Reanimata was established, but the Netherlands did not stay behind either. Under the name Musica Ritrovata a few enthusiasts have tried to bring the music back to the concert halls.

That this succeeded was partly thanks to Channel Classics. The Dutch CD label, founded by Jared Sachs was the very first to record the music of forgotten composers.

Already in 1991 and 1992 they released four CD’s with music of the ‘Theresienstadt – Composer’ of whom one had almost never heard before: Gideon Klein, Hans Krása, Pavel Haas, Viktor Ullman… Even though the last three were really household names before the war. Gideon Klein had not had the chance – he was murdered in the gas chambers at the age of 24.

HANS KRÁSA

entartete brundibar

The first four Channel Classics CDs were truly pioneering. Hans Krása’s child opera Brundibar was recorded in Prague. Brundibar was actually composed before the war, but its premiere took place in Terezín, in 1943.

The CD (CCS 5198) was combined with songs by Domažlicky. Not a high-flyer, but certainly interesting.

 

krasa

On the other hand, the recording of Krása’s chamber music by the La Roche Quartet (CCS 3792) is great, probably the best performance of it.

PAVEL HAAS

haas

Of all Janácek’s students, Pavel Haas succeeded best in combining the influences of his teacher with his own musical language. At the request of the bass Karel Berman, he wrote Four Songs on Chinese Poetry in 1944. Berman, who survived the war, recorded them together with his own songs (CCS 3191).

Karel Berman sings  ‘Far Away Is The Moon Of Home’:

GIDEON KLEIN

entartete klein

But the best thing, in my opinion, is the recording with four works by 24-year-old Gideon Klein and Victor Ulmann’s third string quartet,. Listen to Klein’s Trio and shiver (CCS 1691)

SCHULHOFF, WOLPE AND KOFFLER. AND MORE

entartete griebel schulhoff

Channel Classics continues, now in collaboration with the acclaimed Werner Herbers and his Ebony Band. Thanks to Herbers many composers have become more than just a Wikipedia entry. Think of Schulhoff: you do know his CD with Dada-inspired works, with Otto Griebel’s drawings, don’t you?

The Ebony Band plays H.M.S.Royal Oak, Schulhoff’s jazz oratorio:

 

 

 

entartet dancing

Think of Stefan Wolpe, of whom Herbers performed the opera Zeus und Elida during the Holland Festival in 1997 and whose music he still records: the latest CD is called Dancing.

Ebony Band plays ‘Tanz (Charleston)’ by Wolpe:

Besides compositions by Wolpe, Milhaud and Martinů it inlcudes works by Emil František Burian and Mátyás Seiber.

entartkof

And think of the Polish composer Józef Koffler, the first Polish composer who used the dodecaphony. Koffler, together with his family, was murdered by the Nazis, probably in the city of Krosno. His String Trio and the beautiful cantata Die Liebe (sung by Barbara Hannigan) are combined with the Quintet of the other unknown Pole, Konstanty Regamey (CCS 31010).

Koeffler’s ‘Die Liebe’ (Miłość):

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Auf Deutsch:
Entartete Musik, Theresienstadt und Channel Classics. Deutsche Übersetzung

For more ‘Theresienstadt-composers’
“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

DROMEN ZIJN BEDROG

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

 

Voice in the Wilderness: music as salvation

Wallfisch BBC

Anita Lasker-Wallfisch ©BBC

Music can save your life. Literally. Anita Lasker-Wallfisch has survived Auschwitz. And also Bergen Belsen. She knows for sure that music was the cause of this. She was 16 when she was arrested. Her parents were already dead, but she didn’t know that yet.

wallfisch100_v-panorama

Young Anita played the cello and once in Auschwitz she was deployed in the Women’s Orchestra, which was conducted by Alma Rosé, Gustav Mahler’s niece. After the war she came to London, married pianist Peter Wallfisch and was a co-founder of the English Chamber Orchestra.

Her son, Raphael, is also a cellist. A famous one too, with many recordings to his name. And his son, Benjamin, is a conductor. Father and son Wallfisch made a recording together, which they dedicated to their relatives who were killed in the camps. The CD was released just before Holocaust Memorial Day on 27 January 2014.

wallfisch nimbus

It has become a surprising CD, because besides Bloch’s almost inevitable Schelomo also his rarely played Voice in the Wilderness is included and Ravel’s Kaddish follows André Caplet’s Epiphanie (d’après une légende éthiopienne). The latter escapes me a bit, it feels like the odd one out. I have to admit that I have no affinity with the work whatsoever. It just ripples on.

Instead I would have preferred to hear Baal-Shem by Bloch. Or something from Joseph Achron. Or Alexander Krein. Or the other two Mélodies hébraiques by Ravel. And even if I prefer the sung version of ‘Kaddish’ (can I make a recommendation? Gerard Souzay!) I have to admit that Raphael Wallfisch with his cello stole my heart. But the most beautiful thing is the orchestra. Soft. Dear. Loving.

Raphael Wallfisch discusses his Jewish music release:

ERNEST BLOCH

I am often asked if there is such a thing as Jewish music ….. Well, there certainly is! Just take Ernest Bloch. He was born in 1880 in Geneva in an assimilated family. Around the age of twentyfive he became interested in everything to do with Judaism and translated it into his language – music. “I’m interested in the Jewish soul” he wrote to Edmund Fleg, cantor and librettist of his opera Macbeth. “I want to translate all this into music.”

He developed a very personal style: his compositions reflect the atmosphere of Hebrew chant, without actually being a literal imitation of it. His intention was not to reconstruct old Hebrew music, but to write his own, good music, because, as he said, he was not an archaeologist. He succeeded.


Ernest Bloch – Voice in the Wilderness; Schelomo. Rhapsody hébraïque
André Caplet – Epiphany (d’après une légende éthiopienne)
Maurice Ravel – Mélodie hébraïque, Kaddish
Raphael Wallfisch, cello
BBC National Orchestra of Wales conducted by Benjamin Wallfisch
Nimbus NI 5913

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
Muziek als redding. Voice in the Wilderness