Opera_Rara
Maak kennis met Le Duc ‘Albe van Donizetti en denk vooruit naar Les vêpres siciliennes van Verdi
Le Duc D’Albe, een weinig bekende opera van Donizetti verhaalt van een wrede dictator, moord, doodslag en wraak. Van een onderdrukt volk en dappere opstandelingen. Maar het gaat ook over liefde. Tussen man en vrouw, maar ook – of misschien voornamelijk – over ouderliefde. Dé tiran die op zijn knieën voor de liefde van zijn zoon bidt.
Het verhaal in het kort: hertog Alva, de bloederige afgezant van koning Philips, bestiert het Vlaanderen met ijzeren hand. Hij heeft de graaf van Egmond laten onthoofden en Hélène, Egmond’s dochter, zweert wraak. Haar geliefde Henri de Bruges blijkt in werkelijkheid de zoon van Alva te zijn en als Hélène de tiran wil vermoorden, werpt hij zich tussenbeide. Henri dood, Hélène verbouwereerd en de naar Lissabon vertrekkende Alva wanhopig van verdriet. Einde opera. Als het libretto u enigszins bekend voorkomt dan heeft u gelijk. Verdi gebruikte het ook in zijn Les vêpres siciliennes.
Donizetti componeerde de opera in 1839 voor Parijs, maar het werk is onafgemaakt gebleven. De voornaamste reden, om het even simplistisch te stellen, was een strijd tussen de primadonna’s.
Al een paar jaar na de dood van de componist werden er pogingen gedaan om de opera te voltooien: men ging toen uit van de Italiaanse vertaling van het libretto. Her en der waren er opvoeringen, maar echt populair werd de opera nooit. Jammer eigenlijk, want hiermee is de weg naar Verdi en zijn Don Carlo geplaveid.
Sir Marc Elder over de opera:
Zoals gebruikelijk heeft de Opera Rara team de best mogelijke krachten verzameld en het resultaat liegt er niet om: wat een productie!
Met Laurent Naouri is de rol van Alva meer dan perfect bezet. Zijn bariton klinkt autoritair en bij vlagen angstaanjagend. Maar ook smekend. Je zou medelijden met hem hebben!
Angela Meade is een zeer ferme Hélène. Haar coloraturen zijn stevig en secuur maar verwacht geen flauwvallende heldin a’la Lucia of Elvira: deze dame heeft guts! Wat niet zegt dat zij ook niet fluisterend lief kan hebben, maar dat wraak haar prioriteit is, is nogal wiedes. Luister even naar het liefdesduet in de tweede akte: ‘Ah! Oui, longtemps en silence’ en de daaropvolgende heldhaftige ‘Noble martyr de la patrie’, waarin Hélène de boventoon voert.
Het is overduidelijk: Michael Spyres’ Henri is, ondanks zijn heroïsche timbre, het meest softe personage. Niet in zijn zangprestaties, o nee, want met zijn rol zet hij een nieuwe maatstaf voor belcanto in het Frans; maar als karakter. In confrontatie met zijn vader laat hij zich van zijn meest gevoelige kant zien. De scéne is trouwens één van de hoogtepunten van de opera. Donizetti op zijn best, hier had Verdi zich niet voor hoeven te schamen.
Opera Rara beperkt zich met deze opname tot het onaffe origineel, waardoor het verhaal eindigt met de arrestatie van Henri. De rest moeten wij er bij fantaseren. Of naar de opname luisteren die Dynamic live heeft gemaakt tijdens de voorstellingen in Antwerpen. Daar werd de Franse partituur in een door Giogio Battistelli ‘afgemaakte’ versie op de planken gebracht (Dynamic CDS 7665/1-2)
Gaetano Donizetti
Le Duc d’Albe
Angela Meade, Michael Spyres, Laurent Naouri, Gianlucca Buratto e.a.
Opera Rara Chorus (instudering: Stephen Harris); Hallé onder leiding van Sir Mark Edler
Opera Rara ORC54
De voorstelling van ‘Le Duc d’Albe’ door Opera Ballet Vlaanderen in 2012:
DONIZETTI: Le Duc d’Albe. Antwerpen 2012
Meer over Opera Rara:
Gefascineerd door onbekende opera’s: op bezoek bij OPERA RARA.
Opera Rara en vijf vergeten Donizetti’s
Les Martyrs

Les Martyrs, een vrijwel vergeten Franse opera van Donizetti is zijn leven als Poliuto begonnen. Het libretto van Eugène Scribe was gebaseerd op het toneelstuk Polyeucte van Pierre Corneille uit 1642 en droeg sterk de levensvisie van de schrijver uit: de wil is een bepalende factor in het leven.
Het was vanwege de keuze van het onderwerp: het leven en de martelaarsdood van de heilige Polyeuctus dat de censor ingreep en de première werd afgelast. Het verbeelden van de Christenvervolging op toneel was toen in Napels verboden.
Eenmaal in Parijs heeft Donizetti bij Scribe een nieuw libretto besteld en componeerde er een nieuwe ouverture en een paar solo’s voor de hoofdrol bij.
Hij veranderde de finale van de eerste acte en voegde de, in Parijs onmiskenbare balletmuziek toe. Daarbij heeft hij de romantische verwikkelingen behoorlijk afgezwakt en legde nog meer nadruk op het religieuze aspect.
In zijn grote aria aan het eind van de tweede acte klaagt Poliuto over de vermeende ontrouw van zijn vrouw en de hem kwellende jaloezie. Zijn “Laat mij in rust sterven, ik wil niets meer met je hebben, je was mij ontrouw” is bij Polyeucte veranderd in het Credo (nu aan het einde van de derde acte): “Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde…”
Ondanks het aanvankelijk succes zijn De Martelaren van de affiche verdwenen. Daarvoor kwam weer, al is het mondjesmaat, Poliuto voor terug. Na de 1920 werd de opera nog maar sporadisch uitgevoerd (een curiosum: in 1942 werd de opera opgevoerd ter gelegenheid van het bezoek van Hitler aan Mussolini, de hoofdrol werdtoen gezongen door Benjamino Gigli)
Dankzij Callas, die de opera in 1960 heeft herontdekt kwam het tot een kortstondige revival. De opname die zij met Franco Corelli maakte deed mij niets, het waarom begreep ik pas toen ik de live opgenomen versie met Katia Ricciarelli en José Carreras hoorde. In een opera die als hoofdthema kwetsbaarheid heeft passen geen grote dramatische stemmen.

In oktober 2014 heeft Opera Rara Les Martyrs in de studio opgenomen, een concertante uitvoering in november volgde.
Joyce El-Khory, hier duidelijk de voetsporen van Leyla Gencer volgend, is een perfecte Pauline: dromerig, liefhebbend en als een leeuw (nomen omen) vechtend voor het leven van haar christen geworden echtgenoot. Een echtgenoot die zij niet eens liefheeft, want in de veronderstelling dat haar voormalige verloofde dood is, liet zij zich aan de protégé van haar vader uithuwelijken.
In “Qu’ici ta main glacée” klinkt zij zeer breekbaar en weet mij tot tranen toe te ontroeren (haar pianissimi!) en “Dieux immortels, témoins de mes justes alarmes”, de confrontatiescène met Sévère, haar doodgewaande geliefde (zeer indrukwekkende David Kempster) is gewoon hartverscheurend
Joyce El-Khoury: becoming Pauline:
Michael Spyres is een zeer heroïsche Polyeucte en in “Oui, j’irai dans leurs temples” laat hij een perfecte, voluit gezongen hoge “E” horen.
Het orkest onder leiding van Sir Mark Elder speelt de sterren van hemel. De drie balletsuites halverwege de tweede akte zorgen ervoor dat de stemming, al is het voor even, wat vreugdevoller wordt.
Alle lof ook voor de perfect zingende Opera Rara Chorus (instudering Stephen Harris).
GAETANO DONIZETTI
Les Martyrs
Joyce El-Khoury, Michael Spyres, David Kempster, Brindley Sherratt, Clive Bayley, Wynne Evans e.a.
Opera Rara Chorus; Orchestra of the Age of Enlightenment olv Sir Mark Elder
Opera Rara ORC52
Interview met Joyce El-Khoury:
JOYCE EL-KHOURY
Nelly Miricioiu – Keizerin van de ZaterdagMatinee

Nelly Miricioiu in Baia Mare (Roemenië) in 2015
Ik kan mij het operaleven zonder Nelly Miricioiu niet voorstellen. Met haar kruidige sopraan, haar zeer karakteristiek timbre en haar tot de perfectie beheerste vibrato behoort ze vanaf de jaren tachtig tot de uitstervende rasse van de echte diva’s, type Callas, Scotto of Olivero.
Mijn vroegste operaherinneringen brengen mij terug naar Thaïs van Massenet. Mét Nelly Miricioiu. Daarna heb ik haar 25 jaar in de Grote Zaal van het Concertgebouw mogen bewonderen, tijdens de onvergetelijke ZaterdagMatinees waar zij 17 verschillende rollen heeft gezongen. Van Rossini, Bellini, Donizetti en Verdi. Maar ook van Puccini, Zandonai en Mascagni.
Hieronder: Nelly Miricioiu en John Bröcheler in de laatste scène uit Thaïs (live opname uit het Concertgebouw 1985):
Ik bewonderde haar op de bühne in Brussel als Anna Bolena en in Antwerpen als Magda (La Rondine) en Anna (Le Villi). Tussen haar en het DNO wilde het echter niet echt lukken. Luisa Miller ging ten onder aan een stupide regie en bij Norma werd zij ziek en kreeg zij stemproblemen. Doodzonde, want Miricioiu is niet alleen een zeer begenadigde zangeres maar ook een fenomenale actrice.
Hieronder: Nelly Miricioiu als Anna Bolena in Amsterdam 1989
MASTERCLASS

Nelly Miricioiu en Jihae Shin © Jeanne Doomen
In maart 2016 was Miricioiu een paar dagen in Amsterdam voor de masterclasses aan jonge, veel belovende zangers.
Ik mocht één van haar “lesjes” bijwonen en keek ademloos toe hoe zij de jonge Zuid Koreaanse Jihae Shin klaar probeerde te stampen voor het belcanto-vak.

Nelly Miricioiu en Jihae Shin © Jeanne Doomen
Miricioiu is een zeer fysiek aanwezige lerares. Zij zingt het een en ander voor en laat haar leerlinge voelen hoe de spieren op bepaalde klanken reageren. Hoe zij ze beter, indrukwekkender of gewoon juister kan maken. Zij legt haar hand op Shin’s buik en schud met haar hoofd: nee, zo gaat het mis.
“Voel maar”, zegt ze en legt Shin’s hand op haar eigen buik. Ook het hele gezicht wordt bij de les betrokken: vanaf de slapen, ogen en jukbeenderen tot de kin. De lippen moeten verder uit elkaar getrokken worden, de mond moet breder, veel breder! Hoort ze nu wel wat voor een verschil het maakt?

Nelly Miricioiu en Jihae Shin © Jeanne Doomen
Jihae Shin is een goede en volgzame leerling, zij onthoudt alles goed en doet braaf na wat haar wordt opgedragen.
“Brava”, roept de lerares, maar die coloratuur (er wordt ‘Caro nome’ uit Rigoletto ingestudeerd), die moet toch echt anders! Die “haha haha haha” moet je niet accentueren, dat doet Reinild (de pianiste Reinild Mees, die alle lessen niet alleen begeleidt maar er ook fysiek aan meedoet) al. Dat moet van de piano komen, je moet er soepel eroverheen glijden, je moet je techniek niet laten horen. En vergeet je glimlach niet, je lippen, je lippen…”
Zij doet het even voor en alles valt weer op zijn plaats. Net als even later bij ‘Ah! non credea mirarti’ uit La Sonnambula. De leerlinge doet het fantastisch, maar pas bij de lerares slaat de ontroering toe.
Hoe vindt u het, lesgeven? En: is het niet verschrikkelijk vermoeiend?
“Ik houd er ontzettend van. Niet iedere goede zanger is ook een goede leraar, maar ik denk dat ik het goed doe. Het is een feit dat veel van mijn leerlingen het echt ver brengen en daar ben ik trots op.
“Een masterclass kan je natuurlijk niet met het echte lesgeven vergelijken, maar zelfs dan hoop je dat je wat wezenlijks over kan brengen. Iets wat blijft. En, voornamelijk, helpt. Ik kijk ook vaak bij masterclasses die mijn collega’s geven, zo leer ik zelf ook nog wat. Ik ben nog steeds leergierig.”
Kijk: het gaat niet alleen om de stem. Of het talent, hard werken en/of uitstraling. Het gaat om het hele plaatje. Dat je er goed uitziet is natuurlijk meegenomen, maar voor mij geldt dat je mij met je stem moet overtuigen en niet met je uiterlijk. Aan de andere kant… Gisteren heb Il Matrimonio Secreto van Cimarosa gezien, met werkelijk fantastische jonge zangers die ook nog eens “looked their roles“ . Een ideale situatie.
Er zijn weinig echt goede leraren en zangers zijn een wegwerpartikel geworden. De enige dat telt is de competitie, maar er is ook veel angst. Want doe iets niet of niet naar de wens dan zijn er tientallen zo niet honderden anderen die al in de rij staan om het van je over te nemen. Ik heb audities meegemaakt, waarbij tegen de zanger werd gezegd: je bent werkelijk geweldig, maar er zijn er veel meer die net zo geweldig zijn als jij, de volgende!”
Hoe denkt u over de vele concoursen die er zijn?
“Ik vind ze zeer belangrijk. Zonder meer. Je kan echt niet zonder. Als je je als jonge zanger wilt profileren, als je je wilt laten zien, dan moet je. En soms hop je van het ene naar het andere concours in de hoop te winnen en ontdekt te worden.
Wat niet helpt: veel van de concoursen kunnen niet kiezen voor wie ze eigenlijk bedoeld zijn. Willen ze een carrièreopstap zijn voor jonge en beginnende zangers of moet het winnen de al gearriveerde zangers wat meer bekendheid en betere rollen bezorgen.
Daarin onderscheidt de IVC zich in de zeer positieve zin. Je krijgt er alle aandacht en er wordt voor gezorgd dat je er “rijker” vandaan komt, ook al win je niets. Je krijgt er masterclasses en goede raden. En de sfeer is zeer vriendelijk, gemoedelijk.”
Wat vindt u van superrealistische scènes op het toneel, steeds gebruikelijker tegenwoordig? Scènes met geweld en expliciete seks?
“Er is niets tegen realistische beelden, maar moet het in alle details? Choqueren om het choqueren, alles laten zien, omdat het ook op de tv te zien is? Ik weet dat verkrachting bestaat, maar moet ik het op het toneel zien gebeuren?”

“Vulgariteit op de bühne, dat heb ik nooit begrepen. Is ook nergens voor nodig. Ik herinner mij de productie van La Fiamma van Respighi met de fantastische Roemeense tenor en mijn zeer dierbare collega Gabriel Sadé. De regisseur wilde de liefdesnacht zo realistisch mogelijk in beeld brengen: naakt dus. Dat voelde niet lekker, op die manier zou ik mij nooit op de rol en al zeker niet op het zingen kunnen concentreren. Dat wilde ik niet. Er werd toen besloten om ons een soort “tweede huid” te geven. Het zag er heel realistisch uit, maar voor mijn gevoel had ik iets aan, ik was niet naakt.”
Hieronder de derde akte uit La Fiamma, het begint met het liefdesduet:
Laten we het over verismo hebben. Een stroming die tegenwoordig zo verschrikkelijk veronachtzaamd wordt. Er zijn ook weinig zangers die in de veristische stijl kunnen zingen. Waar zou het aan liggen? Wordt het weinig gespeeld omdat er geen zangers voor zijn? Of zijn er geen veristische zangers omdat het niet gespeeld wordt?
“Beide natuurlijk. Verismo wordt als niet ‘intellectueel’ genoeg beschouwd, daar wordt tegenwoordig op neergekeken. We leven in een tijd die arm is aan echte emoties, aan echte gevoelens: liefde, empathie, geloof. Emoties tonen geldt als ouderwets, daar kan je niets mee als je conceptueel te werk gaat. Er zijn ook geen nuancen meer, die hebben we afgedankt.
Maar er zijn ook weinig zangers die het kunnen zingen, dat is waar. Tijdens de opleiding wordt er te veel nadruk op de technische perfectie gelegd en te weinig op individualiteit.
Mode en hype spelen ook een niet te verwaarlozen rol. Vroeger kon je geen Rossini opera behoorlijk bezetten, tegenwoordig wemelt het van de Rossini en belcanto specialisten.
Soms lijkt het alsof er maar twee mogelijkheden zijn: oude muziek en vroege belcanto én Wagner. Ergens onderweg zijn we niet alleen verismo maar ook Verdi kwijtgeraakt. Je kan makkelijker Tristan bezetten dan Macbeth. Dat geeft te denken. Maar – en dat mag je niet onderschatten – de keuze ligt ook aan dirigenten en hún prioriteiten. De orkesten zijn groot en met een Wagner kan de dirigent kan makkelijker ‘scoren’. “

Nelly Miricioiu met Magda Olivero na de uitvoering van ‘Iris’ van Mascagni. Concertgebouw Amsterdam 2003 ©FB
Zelf heb ik een veristische natuur, het zit in me, mijn lichaam schreeuwt om emoties. Van al mijn rollen het meest houd ik van Iris. Denk ik. Zij is, samen met Silvana in La Fiamma en Francesca da Rimini, een van mijn lievelingsrollen”
Over emoties gesproken: hieronder zingt Miricioiu ‘Io son l’umile ancella’ uit Adriana Lecouvreur van Cilea:
Alles wat ik heb bereikt heb ik aan Jan Zekveld, Mauricio Fernandez (de voormalige baas en castingdirector van Zaterdag/Matinee) en Patrick Schmid (medeoprichter en directeur van Opera Rara) te danken. Ze begrepen mijn karakter en ontdekten mijn mogelijkheden. Beiden zagen ze mijn potenties en hebben mij gemaakt zoals ik ben. Ze waren mijn peetvaders.”

met Patric Schmid © Opera Lounge
Hieronder Miricioiu in één van haar zeer vele belcanto rollen: Antonina uit Belisario van Donizetti. Ze zingt ‘Egli è spento, e del perdono’:
Bent u een fan? Of wilt u er één worden? Op Facebook bestaat een Nelly Miricioiu-fanclub:
https://www.facebook.com/groups/NellyMiricioiuFanclub/
German translation of the interview: Nelly Miricioiu Königin des Belcanto
|
|




