Billy_Budd

Let Beauty Awake: SIR THOMAS ALLEN

Allen portret gubelkian

Voor mij is Thomas Allen één van de allergrootste zangers van de laatste vijftig jaar. Ik vind zijn stem gewoon ‘zalvend’: de warmte en de vele kleuren en nuancen die hij er in weet te leggen maken mij meer dan blij. Het voelt als een warm bad. Troostend zelfs, als het even niet gaat. De Engelsen kennen een juiste beschrijving voor: ‘meltingly beautiful singing’. Ja, ik ben een fan.

 

De allround bariton die thuis is in zowel de opera als liederen, oratoria, musicals en zelfs speelfilms wordt overal ter wereld op handen gedragen. Behalve in Nederland: hier kent men hem amper. Op zich geen wonder: op een enkel optreden in het Concertgebouw na kon je hem in ons land niet bewonderen. De reden? Simpel. Hij werd niet gevraagd.

 

DON PASQUALE

Allen don pasquale

Ik heb Thomas Allen voor het eerst ontmoet in december 1993, na zijn recital in het Londense St. James Church  waar hij ‘De Schöne Mülerin’ heeft gezongen. Echt praten deden we pas een paar weken later in de BMG-studio in München, waar Allen de rol van Malatesta in Donizetti’s Don Pasquale aan het opnemen was.

 

Ik mocht bij de opnames aanwezig zijn en gezeten in een klein hoekje keek en luisterde ik met de diepste verwondering naar de prachtige zanger. De moeilijkste coloraturen werden in één adem genomen en dan eindeloos herhaald. Zijn handen bewogen in gracieuze gebaren, eigenlijk alles aan hem acteerde. Wat een contrast met paar weken geleden in Londen toen hij – stilstaand, geconcentreerd, acterend slechts met zijn ogen  – mij tot de tranen toe heeft weten te ontroeren.

Hoe doet hij dat?

 

ACTEREN

“Hoe doe ik dat …  “

“Bij het maken van een plaatopname ontbreekt nu eenmaal het visuele element. Het enige wat kan helpen is verbeelding. Als ik denk aan Malatesta, denk ik dan aan een elegante man met een mooi pak aan. Mijn handen beginnen dan onmiddellijk te bewegen en dat helpt mij in het vinden van de juiste kleur die ik nodig heb om het hoorbaar aannemelijk te maken.”

 

 

“Iets anders is het met de liederen gesteld. Vind ik. Ik haat zangers die teveel bewegen op het podium. Het brengt mij in grote verlegenheid. Liederen horen gebracht te worden met een zekere discipline, met beperkingen. Meer dan uitdrukken met de ogen permitteer ik me niet. Maar je moet mij goed begrijpen: zo zie ik het, zo klopt het met mijn karakter, maar zo werkt het niet voor iedereen. Weet je wat mijn geheim is van het zingen van liederen? Het begint in je hart en dan gaat het omhoog…. het is een combinatie van je hart en je hoofd. En ergens er tussenin, in je keel, komt het er uit.. “

FISCHER-DIESKAU

“Het vak heb ik geleerd door naar mijn oudere collega’s te kijken. Ik ben net een papegaai,  alles heb ik nagedaan. Mijn grote voorbeeld, wat zeg ik, mijn idool, was Dietrich Fischer-Dieskau. Althans in liederen. Mijn God, wat heb ik die man bewonderd! “

“Inmiddels denk ik wat genuanceerder over hem. Mijn ervaring is ruimer, ook mijn manier van denken is daardoor beïnvloed. lk bewonder nog steeds zijn Wolf, zijn Pfitzner.. Veel meer dan zijn romantisch repertoire zoals Schubert en Schumann.“

“Een paar jaar geleden heb ik hem voor het eerst ontmoet. En geloof me: ik beefde als een beginneling! Die man was toch jarenlang een idool en een voorbeeld voor mij geweest. En dat niet alleen voor mij! Voor de hele generatie zangers van dertig, veertig en zelfs vijftig jaar geleden was hij het ideaalbeeld. Dus als de critici mij met hem vergeleken was het voor mij een groot compliment.”

“In de opera heb ik zo’n voorbeeld nooit gehad. Ik leerde het vak, zoals ik al zei als een papegaai. Eerst kopiëren, dan interpreteren. En de techniek kwam met de jaren. Er is een tijd geweest in mijn leven dal ik heilig verknocht raakte aan de opera. Ik zong amper liederen, gaf geen recitals. En ik moet eerlijk zeggen: dat was de droevigste periode in mijn leven. Het was niet gezond voor mij. Gelukkig kwam het uiteindelijk allemaal goed.”

“Zingen van liederen heeft mij uiteindelijk geholpen met het echte acteren. Om te beginnen ben ik er veel rustiger door geworden, ik heb geleerd te acteren in verstilling. Vroeger rende ik van de ene hoek naar de andere, was voortdurend in beweging. Aan het zingen van liederen dank ik mijn grote concentratie op het toneel.”

 

REGIE

“ Ja, de regisseur is belangrijk. Hoe ver kan ik gaan? Tot het belachelijk wordt. Tot het gaat vloeken met de tekst. Dan stop ik er mee. Ik ben geen moeilijk iemand, ben zelfs behoorlijk meegaand, maar ik háát mensen die het libretto gewoonweg ignoreren ter wille van hun eigen ideeën. Van dat, wat ze zelf wensen te zien.”

Alen Almaviva

Thomas Allen als Almaviva in Le Nozze di Figaro

“Ik zal je een voorbeeld geven. Een paar jaar geleden, in Le Nozze di Figaro, moest ik door een valluik verdwijnen op het moment dat ik ‘Son tutti contenti’ zong. Dat was belachelijk, dus ik vroeg de regisseur waarom. Almaviva is tenslotte geen Don Giovanni. Maar hij wist het zelf niet. „C’est une idée“, zei hij. Dus ik deed het niet. Als een regisseur geen goede reden heeft voor iets dan is dat een goede reden voor een artiest om nee te zeggen”

“Wat mij echt kwaad maakt is dat ze allemaal denken dat wij, de zangers zelf niets te vertellen hebben! En dat we zo vreselijk worden gemanipuleerd: is het niet door de regisseur, dan door de dirigent. Maar zangers zijn niet dom! Ze hebben heel erg veel geleerd in de loop der jaren. Ze hebben ervaring en zijn enorm bekwaam in hun vak. Ze kunnen heel erg veel bijdragen aan een productie. De regisseurs zouden vaker naar de zangers moeten luisteren. “

HET REPERTOIRE

Allen als mooie Giovanni

Thomas Allen als Don Giovanni

Thomas Allen heeft in de loop der jaren een enorm breed repertoire opgebouwd. Hij zingt Monteverdi, Purcell en Gluck, schuwt de nieuw gecomponeerde werken niet, heeft o.a. de premieres van stukken van Thea Musgrave en John Casken gezongen.

 

 

Hij zong alle grote rollen in opera’s van Mozart, Strauss, Wagner, Donizetti, Rossini, Verdi en Puccini. Zijn Billy Budd van Britten is inmiddels meer dan legendarisch.

Hij is nog steeds één van de mooiste Hamlets (Thomas):

en de Evgenij Onegins: zowel in het Engels als in het Russisch.

Thomas Allen speelde in mee in diverse films, o.a het  ‘Mrs Henderson Presents’

 

En in 1993 publiceerde hij zijn autobiografie ‘Foreign Parts – A Singer’s Journal’.

Zijn professioneel debuut heeft Allen in 1969 gemaakt bij de Welsh National Opera en in oktober dat jaar zong hij daar zijn eerste grote rol: Figaro in Il Barbiere di Siviglia . In 2009 vierde Thomas Allen dat hij veertig jaar op het operatoneel stond. Naar aanleiding daarvan werd door een fan een compilatie van zijn grootste rollen – tot dan toe – gemaakt

Advertenties

BILLY BUDD: geniale muziek bij een geniaal libretto

1700602

Volmaakte goedheid, heeft het recht van bestaan? In zijn roman Billy Budd plaatste  Herman Melville het absolute kwaad tegenover de volmaakte goedheid en liet beiden ten onder gaan.

billy-melville

Het verhaal over de bloedmooie, eerlijke maar o zo simpele en naïeve Billy, dat zich op een schip met alleen maar met – en tussen – mannen afspeelt, had natuurlijk altijd al een dubbele bodem. Sommige dingen konden alleen maar gesuggereerd worden. Misschien goed ook, want het leverde een paar werkelijke meesterwerken op.

Onder meer een film van Peter Ustinov met Tenerence Stamp in de hoofdrol.

Hieronder trailer van de film:

 

Én één van de beste, althans voor mij, opera’s van de twintigste eeuw.

 britten

Voor Benjamin Britten was het een dankbaar thema. Elementen als individu tegenover de  maatschappij, corruptie, sadisme, vertwijfeling, verantwoordelijkheidsbesef en natuurlijk homo-erotiek werden vaker door hem in zijn werken gebruikt. Ook zijn pacifistische ideeën kon hij er in kwijt.

Het verhaal is gauw verteld: Billy Budd wordt door de provoost Claggart beschuldigd van verraad, slaat de aanklager dood, en wordt door kapitein Vere ter dood veroordeeld.  Maar op de achtergrond spelen gevoelens van liefde, onmacht en wraak de werkelijke hoofdrol.

Voor Claggart, de verpersoonlijking van het kwaad, staat het vast dat hij de schoonheid moet vernietigen, anders wordt het zijn eigen ondergang. “Nu ik je heb gezien, wat voor keus rest mij? Met haat en nijd bereik ik meer dan met liefde” zingt hij in zijn grote, een bijna Iago-achtige aria ‘Oh beauty, oh handsomeness, goodness’.

Kapitein Vere, zich bewust van zijn ware gevoelens voor de jonge matroos, brengt de moed niet op om zijn leven te redden. Pas jaren later, terugkijkend op de gebeurtenissen van toen, komt hij tot het besef dat hij anders had moeten handelen.

Wereldpremière, 1951

billy-uppman

Billy Budd is een rol die traditioneel bezet wordt door een (zeer) aantrekkelijke zanger.
Het moet ook wel, hij wordt ook niet voor niets een “beauty” en een “baby”genoemd. Bijna altijd wordt hij gedeeltelijk of zelfs helemaal hemdloos ten tonele gevoerd – geen wonder dat bijna alle als de “hotst” bestempelde baritons die rol tegenwoordig op hun repertoire hebben staan.

Daar is Britten zelf niet geheel schuldloos aan. Zijn allereerste Billy, Theodor Uppman werd persoonlijk door hem uitgezocht op zijn buitengewoon aantrekkelijke verschijning. Niet dat hij niet kon zingen, integendeel! De Amerikaanse bariton beschikte over een zeer aangenaam, warm timbre, waarin naïviteit hand in hand ging met verscholen sex-appeal.

De wereldpremière vond plaats op 1 december 1951 in het ROH in Covent Garden en de opname ervan is gelukkig bewaard gebleven (VAIA 1034-3). Het is bijzonder fascinerend om stemmen van de zangers te horen voor wie de opera oorspronkelijk werd gemaakt.

De rol van Captain Vere werd geschreven voor Britten’s partner, Peter Pears. Niet de fraaiste tenorstem ter wereld, maar wel één met karakter, body en groot vermogen om dingen duidelijk te maken. De rol van Claggart werd gezongen door een prima (maar niet meer dan dat) Frederic Dalberg en in de kleinere rollen van Mr. Redburn en Mr. Flint horen we de grootheiden in spe: Geraint Evans en Michael Langdon. Geluidskwaliteit is verbazingwekkend goed.

In 1952 werd Billy Budd met Upmann in de hoofdrolvoor de TV opgenomen. Er bestaat een video opname van:

 

In de jaren zestig heeft Britten zijn opera bewerkt en strakker gemaakt: van de vier akten maakte hij er twee. De nieuwe versie beleefde zijn première in 1964, onder Georg Solti.

 

BBC, 1966

billy-glossop

In 1966 heeft BBC het werk in haar studio’s voor TV opgenomen en een tijd geleden werd het op DVD uitgebracht (Decca 0743256). De rol van Captain Verre werd opnieuw gezongen door Peter Pears, nu hoorbaar ouder, maar ook doorleefder. En het beeld helpt hem een handje: zijn portrettering van de vertwijfelde en aan de schuldgevoelens zowaar ondergaande oude kapitein is van een ongekende intensiteit.

Voor de rol van Billy werd een jonge Engelse bariton, Peter Glossop gevraagd – men zegt dat Uppman inmiddels zichtbaar te oud voor de rol was geworden. Men zegt ook dat Britten overwoog om voor die rol Fischer-Dieskau te vragen. Ik weet niet of het waar is (aangezien Britten zelf een knappe, jonge man voor de rol wilde hebben, lijken mij de geruchten niet meer dan geruchten), maar stel je voor! Ik moet er niet aan denken!

Glossop is veel ruiger dan alle andere Billy’s die ik ken, hij is ook aan de stevige kant, maar het is nergens storend. Je kan hem moeilijk een “baby” noemen, maar aantrekkelijk is hij zeer zeker en hij bezit de kracht om met een uithaal van zijn arm iemand te doden.

Michael London is inmiddels van Mr. Flint naar Claggart bevorderd, een rol dat hem past als een handschoen. In de kleinere rollen treffen we alweer zangers van naam: John Shirley Quirk (Mr. Redburn), Benjamin Luxon (Novice’s Friend) en als Novice een werkelijk onnavolgbare jonge Robert Tear.

Het London Symphony Orchest staat onder leiding van de immer betrouwbare Charles Mackerras.

Het is gefilmd in zwart/wit en de zeer natuurgetrouwe, realistische, beelden maken dat je je midden in een oude klassieker waant, wat natuurlijk ook klopt. Het is een film. Zonder meer fascinerend en zonder meer een must, maar natuurlijk niet te vergelijken met een live opvoering in het theater.

 

English National Opera, 1988

billy-allen

Er zijn maar liefst bijna 20 jaar voorbij gegaan voordat de eerstvolgende Billy zich aandiende, althans op een officieel document: in 1988 ensceneerde Tim Albery de opera bij de ENO (Arthaus Musik 100 278)

De productie is zowel visueel als muzikaal bijzonder sterk. De regie is strak en to the point, de beelden zeer tot de verbeelding sprekend en het libretto wordt zeer getrouw gevolgd. Hier geen spectaculaire camera voeringen: het is ook gewoon gefilmd in het huis.

Wat de uitvoering betreft … Goed, het hoge woord moet eruit: het is de beste ooit en ik kan mij gewoon niet voorstellen dat het nog ooit wordt geëvenaard.

Thomas Allen is Billy. Hij heeft alles mee om de rol zich te kunnen toe-eigenen en hij zal er waarschijnlijk tot de eeuwigheid mee worden geassocieerd. Hij heeft de looks, hij kan acteren en hij heeft een stem, die doet dat je gaat smelten. Zijn ‘Look! Through the port comes the moonshine astray” (hij was de eerste die de aria ook “meenam” naar de liedrecitals – nu doet iedere bariton het) kan je niet onberoerd laten.

Philip Langridge (Vere) overtuigt mij nog meer dan Peter Pears en Richard Van Allan lijkt een duivel in persona. English National Opera Orchestra wordt voortreffelijk gedirigeerd door David Atherton.

Hieronder Thomas Allen als Billy:

 

Chandos, 2000

billy-keenlyside

12 jaar later, in 2000, werd de opera “semi-live” opgenomen voor Chandos (CHAN 9826(3)). Dat wil zeggen: het werd weliswaar in de studio opgenomen, maar dan wel na een serie concertante uitvoeringen in het Barbican Hall.

Richard Hickox is een voortreffelijk dirigent, maar geen partij voor Atherton of Mackerras. Maar de cast is alweer subliem en als ik één cd-opera naar een onbewoond eiland mocht nemen dan is de kans heel groot dat het deze Billy gaat worden.

John Tomlinson is wellicht de sterkste van alle Claggart’s ooit, zeker vocaal. Wat een dominantie en wat een autoriteit!  Philip Langridge herhaalt zijn geniale lezing van de rol van Vere en Simon Keenlyside is, althans voor mij, één van de beste Billy’s na Thomas Allen.

Hij is minder naïef dan Allen, ruiger dan Uppman maar veel zachter dan Glossop. Hij is de goedheid … Zo mooi! Een speciale vermelding verdient Mark Padmore als Novice.

Hieronder Simon Keenlyside als Billy:

 

Virgin Classics, 2008

billy-gunn

In 2008 werd de opera opgenomen door VirginClassics (50999 5190393). London Symphony Orchestra werd gedirigeerd door Daniel Harding. Zeker goed, maar mooier dan de opnames hierboven? Nou nee.

Hier wordt de rol van Billy gezongen door één van de grootste Amerikaanse “barihunks” van het moment, Nathan Gunn. Ik heb de zanger een paar keer live gehoord en weet hoe charismatisch hij is, kies ik toch liever voor één van zijn collega’s. Zijn Billy is voor mij te zelfverzekerd, te aanwezig ook.

Gidon Saks heeft een dijk van een stem, maar het is niet genoeg voor Claggart. Bovendien klinkt hij te jong. En over Ian Bostridge (Vere) kan ik kort zijn: gemaniëreerd. Zoals alles wat hij aanraakt is ook zijn Vere zijn narcistische alter ego en geen personage uit het verhaal.

Was de opname niet op cd maar op DVD uitgekomen dat had ik het wellicht hoger aangeslagen, zeker vanwege het aandeel van Nathan Gunn, want optisch is hij echt meer dan bewonderenswaardig.

Hieronder Nathan Gunn als Billy:

 

Glyndebourne 2010

dvd_bri_billybudd

In de in juni 2010 in Glyndebourne opgenomen productie van  Michael Grandage (Opus Arte OA 1051 D), bevinden we ons daadwerkelijk op het krijgsschip, midden op de zee. Ook de tijd van handeling is duidelijk: de achtiende eeuw.

De kostuums zijn zeer natuurgetrouw en alles, wat er op de bühne gebeurt, staat ook in het libretto. Het decor is schitterend mooi en laat een verpletterende indruk achter. Hier kan men alleen maar “ach” en och” roepen.

Maar het is niet alleen de entourage dat imponeert. Michael Grandage, die hiermee zijn operadebuut maakt, creëert een sfeer die psychologisch behoorlijk geladen is. De spanning is om te snijden. Ook over zijn personenregie kan ik niet uitgepraat raken. Zo’n intelligente productie maak je tegenwoordig nog zelden mee.

Jacques Imbrailo’s fenomenale Billy hebben we in maart 2011 in Amsterdam meegemaakt, maar hier, mede dankzij de close-ups, maakt hij nog meer indruk.

John Mark Ainsley is onnavolgbaar goed als Vere en Philip Ens overtuigt als de kwade geest Claggart. Ben Johnson is een zeer ontroerende Novice en Jeremy White een meer dan voortreffelijke Dansker.

Hieronder Jacques Imbrailo als Billy: