Forbidden Music in World War II: Paul Hermann

For English translation scroll down

Hermann cd

De exacte datum en de plaats van zijn dood zullen voor altijd onbekend blijven. Het laatste wat we van Paul Hermann (1902 – 1944) hebben vernomen is dat hij opgepakt werd tijdens een grote straatrazzia in Toulouse in april 1944 en via het doorgangskamp Drancy overgebracht werd naar Auschwitz en verder naar Litouwen. Sindsdien werd er niets meer van hem vernomen.

Hermann en Székely

Paul Hermann en Zoltán Székely

De Joodse Hermann werd geboren in Boedapest, waar hij aan de Franz Liszt Academie studeerde bij o.a. Adolf Schiffer (cello), Zoltán Kodály (compositie) en Léo Weiner (kamermuziek). Sinds die tijd dateert ook zijn innige vriendschap met violist Zoltán Székely en pianist Géza Frid.

Hermann cello

Tijdens een optreden in Nederland maakte hij kennis met de Nederlandse Ada Weevers met wie hij trouwde en met wie hij tot 1933 in Berlijn woonde. Toen Hitler aan de macht kwam, vestigde het gezin zich in Oudorp in Nederland (leuk weetje: Hermann sprak en schreef voortreffelijk Nederlands). Na de tragische dood van zijn vrouw verhuisde Hermann eerst naar Brussel en later naar Parijs.

Hermann vrouw

Hermann met vrouw en dochter

Hermann was voornamelijk beroemd als cellist (hij werd de ‘Hongaarse Casals’ genoemd), zo speelde hij de wereldpremière van solocellosonate van Kodály en eind jaren dertig trad hij vaak op in het Concertgebouw in Amsterdam; maar hij was ook een begenadigd componist. Na de oorlog raakte hij – net als zovele van zijn lotgenoten – in de vergetelheid.

Portretten van componisten die vervolgd en verboden zijn in Nederland tijdens Wereldoorlog 2:

Het is dankzij de Leo Smit Stichting dat wij nu kennis kunnen maken met zijn muziek, waarvoor DANK! Zijn Grand Duo uit 1930, oorspronkelijk gecomponeerd voor en uitgevoerd met Zoltan Szekely, krijgt nu een uitstekende vertolking van Burkhard Maiss en Bogdan Jianu. Wat een ongekend prachtig werk is het toch!

De Strijktrio en de Pianotrio stammen uit het begin jaren twintig, toen Hermann nog aan het Liszt-Academie studeerde. Dat er in beide, zeer prettig in het oor klinkende werken een prominente rol aan de cello is toebedeeld is nogal wiedes.

De droevige liederen die Hermann in impressionistische stijl na de dood van zijn vrouw componeerde worden zeer ontroerend gezongen door Irene Maessen.

 

ENGLISH TRANSLATION

Hermann lowres.medium

The exact date and place of his death still remain unknown. The last that was heard of Paul (Pál) Hermann (1902-1944) was that he got arrested during a big street razzia in Toulouse in April 1944 and was deported from the Drancy transit camp to Auschwitz, and from there on to Lithuania.  After that, no trace of Hermann was ever found.

The Jewish Hermann was born in Budapest, where he studied at the Franz Liszt Academy with, amongst others, Adolf Schiffer (cello), Zoltán Kodály (composition) and Leó Weiner (chamber music). His close friendships with violinist Zoltán Székely and pianist Géza Frid originated during these years.

Hermann Szekely Trio

After a concert in the Netherlands Hermann met the Dutch Ada Weevers whom he married, and with whom he lived in Berlin until 1933. After Hitler’s rise to power, the family moved to Ouddorp in the Netherlands (interesting fact: Hermann spoke and wrote excellent Dutch). After the tragic death of Hermann’s wife he first moved to Brussels, then to Paris.

Hermann klein

Although Hermann was most widely known as a cellist he was a talented composer as well. He made his international breakthrough with Kodály’s Sonata for solo cello. Dutch newspapers would call him the “Hungarian Casals” when he regularly performed at the Concertgebouw in the late 1930’s.

After the war, as so many of his fellow victims,  he was forgotten.

Portraits of persecuted composers in Netherlands during World War II:

Thanks to the Leo Smit Foundation it is now possible to listen to his music again, for which I would like to say a big thank you!

His Grand Duo from 1930, originally composed for and performed by Zoltan Szekely, now gets an outstanding performance by Burkhard Maiss and Bogdan Jianu, What an unbelievably beautiful work this is!

Hermann Thibaud trio

Burkhard Maiß, Bogdan Jianu and Andrei Banciu © 2018 The Jacques Thibaud Trio

The String Trio and the Piano Trio date from the early 1920’s when Hermann still was a student at the Liszt-Academy. It comes as no surprise that both works, which fall easy on the ears, have a prominent role for the cello.

The sad songs Hermann composed in an impressionistic style after his wife’s death are sung very movingly by Irene Maessen.

English translation Remko Jas

All photos:  © courtesy Leo Smit Foundation

More about Hermann:
http://www.forbiddenmusicregained.org/search/composer/id/100027


FORBIDDEN MUSIC IN WORLD WAR II
PAUL HERMANN
Grand Duo for violin and Cello, String Trio, Piano Trio, Cello Concerto, Songs, Quatre Épigrammes, Allegro for Piano, Tocata for Piano, Suite for Piano
Burkhard Maiss (violin); Hannah Strijdbos viola), Bogdan Jianu, Clive Greensmith (cello); Andrei Banciu, Beth Nam (piano); Irene Maessen (soprano)
Et’cetera KTC 1590 (2 cd’s)

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodlot: De kinderen der Zee van Lodewijk Mortelmans

Mortelmans

Met de zee valt net zo min te spotten als met het noodlot. Beiden eisen hun tol ongeacht de omstandigheden, smeekbeden of omkooppogingen. Op de jonge Ivo rust een vloek: zodra zijn vrouw in verwachting raakt zal hij door de zee verslonden worden. Zo verging het zijn vader, zo is het ook zijn tweelingbroer vergaan.

Maar dat je niet aan je noodlot kunt ontkomen dat weet een ieder die ooit van Oedipus heeft gehoord en als het in de sterren staat dat je leven in de golven eindigt dan verdrink je, ook al is er geen zee in de buurt. Bij wijze van spreken dan want de zee, die is in de De Kinderen der Zee hoorbaar aanwezig.

Bij de eerste noten van de ouverture ruist het en deint het en stormt het… Hoe visueel wil je je noten hebben? Beeldender kan het niet, het is expressionisme ten top.

Mortelmans partituur

Mortelmans man

Lodewijk Mortelmans

Mortelmans affiche

De Kinderen der Zee van de Belgische componist Lodewijk Mortelmans (1868-1952) beleefde zijn première – zonder succes – in 1920 en de ontgoochelde componist bewerkte het tot een 90 minuten durende suite, waarvan nu de helft door Phaedra is opgenomen. Het laatromantische idioom spreekt mij zeer aan, net als het verhaal in verzen van Raf Verhulst. Sterker: ik ben behoorlijk onder de indruk.

Mortelmans achterkant

De uitvoering is meer dan subliem. Dirk Vermeulen laat het Württembergische Philharmonie Reutlingen spelen alsof hun leven er van afhangt, adembenemend!

Liesbeth Devos (Stella) is voor mij een ware ontdekking. Haar kristalzuivere sopraan is buitengewoon aangenaam om naar te luisteren en haar stemacteren bewonderenswaardig.

Peter Gijsbertsen zingt een ontroerende Ivo, in die rol is hij voor mij werkelijk onnavolgbaar. Wat is zijn stem toch mooi en warm geworden! Werner van Mechelen (Petrus) completeert de cast uit duizenden.

‘Ellen’ op de tekst van Frederik van Eeden (Gijsbrecht) en ‘Als de ziele luistert’ (Devos) completeren de ‘Mortelmans-sectie’, maar er zijn nog liederen en aria’s van Peter Aerts en August de Boeck.

Hieronder zingt Liesbeth Devos de Cantilene van Francesca uit La Route d’Emeraude van August de Boeck:

Deze cd is een MUST!


Voor meer informatie over Lodewijk Mortelmans zie: http://www.lodewijkmortelmans.be

LODEWIJK MORTELMANS:
De Kinderen der Zee (fragmenten
Ellen, een Lied van de Smart
PETER AERTS:
In Flanders’ Field
AUGUST DE BOECK:
C’est en toi, bien aimé
Cantilene van Francesca
Recitatief & Aria van Prinses Zonnestraal
Liesbeth Devos (sopraan), Peter Gijsbertsen (tenor), Werner van Mechelen (basbariton)
Württembergische Philharmonie Reutlingen olv Dirk Vermeulen
Phaedra PH 92097 • 77’

AUBER: De Zwarte Domino verbleekt bij La Muette de Portici

Door Peter Franken

 

Auber©Philharmonie-de-Paris-JM-Angles-

Daniel-François-Esprit Auber par Auguste Lemoine © Philharmonie de Paris, J.-M. Anglès

 

Op 27 februari van dit jaar bezocht ik in Luik Le domino noir van Daniel Auber. Die man was een veelschrijver, in zijn meest productieve periode schreef hij 40 opera’s in evenzo vele jaren. Dat is bij Le domino noir wel een beetje te merken aan de kwaliteit, erg eenvoudig, muziek afgestemd op ‘grappige’ dialogen die eindeloos lijken. Veel spreekrollen, weinig zang voor de bijfiguren. Als het stuk in een Nederlandse vertaling zou gaan, moeten we denken aan iemand als Joop Doderer in de bijrol van lord Elfort.

1._le_domino_noir_officielles_logo_c_lorraine_wauters_-_opera_royal_de_wallonie-25 (2)

Anne-Catherine Gillet als Angèle © Lorraine Wauters

Eigenlijk krijgt alleen de hoofdrol Angèle (uitstekend vertolkt door Anne-Catherine Gillet) iets fraais toebedeeld. Haar grote aria ‘La belle Inès fait florès’ draagt bij wijze van spreken de hele avond.

Wie de voorstellingen in Luik heeft gemist, kan toch nog zijn hart ophalen aan de complete opname van de opera met Sumi Jo in de hoofdrol:


LA MUETTE DE PORTICI

 

2011-2012 Opera Comique"LA MUETTE DE PORTICI" de D-F-E Auber
dir mus: Patrick Davin mes: Emma Dante

Elena Borgogni als Fenella © Elisabeth Carecchio

Anders is het gesteld met La muette de Portici, ook wel bekend als Masaniello. Dit is de grand opéra waar Auber zijn vroege faam aan ontleende. Over de gehele linie vind ik dit werk beslist beter dan Le domino noir. Daar doen die meer dan duizend voorstellingen in de 19e eeuw niets aan af. Ik zag La muette op 9 april 2012 in de Opéra Comique in Parijs. Het betrof een coproductie met De Munt maar van een uitvoering in Brussel is het nooit gekomen.

Dat de Opéra Comique, gevestigd in de Salle Favart, met La Muette kwam, lijkt op het eerste gezicht wat vreemd. De Comique brengt tegenwoordig echter Franse opera’s van elk genre dus waarom niet eens een grand opéra?

Omdat zoiets niet kon met het kleine Orchestre de Pasdeloupe, het huisorkest, werd gebruik gemaakt van het feit dat in De Munt twee voorstellingen liepen met gastensembles, waardoor koor en orkest geleend konden worden. Het trok veel belangstelling, opera minnend Parijs liep er voor uit zodat ik slechts met moeite een kaartje kon bemachtigen.

 De opera

Het verhaal speelt zich af in het Koninkrijk Napels dat onder Spaans bestuur staat. Centraal staat een opstand van een groep vissers uit het dorpje Portici die onder aanvoering staan van Masaniello. Zijn ‘stomme’ zuster Fenella is eerder verleid door Alphonse, de zoon van de Spaanse onderkoning. Hij heeft haar in de steek gelaten maar zij duikt uitgerekend weer voor hem op als hij net in het huwelijk is getreden met de Spaanse prinses Elvira. Dat geeft genoeg materiaal voor een spannend verhaal.

De vissers komen in opstand en dreigen Alphonse en Elvira te doden. Deze vluchten in vermomming en willen zich verschuilen in een hut…. die toevallig net die van Masaniello is. Op aandringen van Fenella (‘love trumps hate’) helpt hij hen ontsnappen. Dat verraad aan de opstand kost hem het leven, hij wordt vergiftigd door zijn vriend en medestander Pietro. De opstand mislukt en Fenella pleegt uiteindelijk zelfmoord .

Zeer bekend is het duet ‘Amour sacré de la patrie’ dat Masaniello en Pietro zingen in de tweede akte, waarin zij elkaar als het ware aanvuren om in opstand te komen tegen de Spaanse overheersers:

Mieux vaut mourir que rester misérable!
Pour un esclave est-il quelque danger?
Tombe le joug qui nous accable.
Et sous nos coups périsse l’étranger!
Amour sacré de la patrie,
Rends-nous l’audace et la fierté;
A mon pays je dois la vie;
Il me devra sa liberté.

Alfredo Kraus & Jean-Philippe Lafont in ‘Amour sacré de la patrie’:

Zoals bekend wordt dit duet in verband gebracht met het uitbreken van de opstand in Brussel die leidde tot de afscheiding van zuidelijk Nederland en de stichting van België. De huidige politieke verhoudingen in dat land, waarvan beide helften zich geknecht voelen door de ander, waren mede aanleiding voor De Munt om La Muette eerst in Parijs te spelen en pas een paar jaar later in Brussel. Zoals Peter de Caluwe het formuleerde: ‘Tegen die tijd zal België toch wel weer een regering hebben’. Dat is echter niet genoeg gebleken, het zal er nu wel niet meer van komen.

 

2011-2012 Opera Comique"LA MUETTE DE PORTICI" de D-F-E Auber
dir mus: Patrick Davin mes: Emma Dante

Église Gutiérrez (Elvira) en Maxim Mironov (Alphonse)  ©  Elisabeth Carecchio

De productie

Regisseur Emma Dante had ervoor gekozen om dansende acteurs in te zetten in plaats van balletdansers en dat met inbegrip van Fenella. Het effect was matig, rondhupsende soldaten en vissers en een niet zingende titelheldin die evenmin danstechnische hoogstandjes ten beste kon geven. Wat overbleef was een actrice die het publiek moest doen vergeten dat in haar plaats ook een sopraan had kunnen staan. Immers, een van de verhalen rond het ontstaan van dit werk luidt dat men geen geschikte zangeres voor de rol kon vinden, iemand die voldoende tegenwicht kon bieden tegen de beoogde Elvira, zodat maar besloten werd om La fille de Portici te veranderen in La muette de Portici.

Fenella heeft van Alphonse een rode sjaal gekregen die ze als attribuut gebruikt. Gaandeweg wordt die sjaal steeds groter tot het uiteindelijk een lap stof is waar ze min of meer in verstrikt raakt. Elena Borgogni speelde Fenella als een slangenmens, een furie met een overdaad aan ‘expressie’ en veel armgezwaai. Ze gooide zich geheel en al in haar rol maar het beperkte bewegingsrepertoire maakte dat haar ‘over the top act’ na verloop van tijd toch wat begon te vervelen.

De enscenering was eenvoudig: vrijstaande deuren die door figuranten heen en weer werden bewogen om de indeling van de ruimte te wijzigen, kroonluchters, vrouwen in hoepelrokken, poppen met opengewerkte hoepelrokken. De mannen (vissers, soldaten) speelden voortdurend met banieren (wit en rood), op een erg vrouwelijke wijze en qua uitvoering tamelijk basaal.

Al met al vond ik het werk tamelijk knullig gemoderniseerd en helaas geen bevestiging van de gedachte dat met dit genre iets moois verloren is gegaan. De befaamde revolutiearia viel me ook nog al tegen, weinig opzwepend. Als hierdoor een opstand is uitgebroken dan moet de tijd er wel heel erg rijp voor zijn geweest.

 

2011-2012 Opera Comique"LA MUETTE DE PORTICI" de D-F-E Auber
dir mus: Patrick Davin mes: Emma Dante

Mechanische poppen met hoepelrokken © Elisabeth Carecchio

De uitvoering

Église Gutiérrez (Elvira) was verkouden. Ze had weinig volume, zong heel zachtjes en voorzichtig maar haalde wel alle noten. Gelukkig heeft de Salle Favart een betrekkelijk klein auditorium waardoor haar rol toch redelijk uit de verf kwam.

De Amerikaanse tenor Michael Spyres overtuigde als Masaniello. Bijgaande link geeft hiervan een uitstekende indruk.

Michael Spyres zingt Massaniello’s ‘Spectacle affreux’ en ‘Ferme les yeux … Du pauvre seul ami fidèle’:

Laurent Alvaro (Pietro) heeft een krachtige bariton die bijna te groot is voor deze zaal. Gelukkig speelde hij de ‘slechterik’ in het stuk waardoor het gebulder eigenlijk wel goed uitkwam. De wat zachter zingende Maxim Mironov overtuigde als Alphonse.

Patrick Davin dirigeerde koor en orkest van De Munt op adequate wijze.

La Muette di Portici in Dessau:   LA MUETTE DE PORTICI

 

Bertrand de Billy dirigeert ‘EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE’

Zemlinsky de Billy

Zemlinsky was geen aantrekkelijke man. Daar leed hij zo onder dat de uiterlijke schoonheid voor hem een soort obsessie werd, die tot gespletenheid in zijn eigen karakter en die van zijn fictieve personages leidde.

Die gespletenheid ontwaar je ook in zijn Eine Florentinische Tragödie, een opera gebaseerd op een toneelstuk van Oscar Wilde.  De mooie vrouw van Simone, Bianca heeft een affaire met de aantrekkelijke en rijke prins Guido. Simone betrapt ze en – na een potje kat en muis spel– vermoordt hij de minnaar van zijn vrouw met zijn blote handen. Waardoor hij de bewondering van zijn vrouw terugwint, ze wist immers niet dat hij zo sterk (lees: aantrekkelijk) was.

 Eine Florentinische Tragödie wordt de laatste tijd steeds vaker op de programma’s van de operahuizen gezet, maar de opnamen ervan zijn nog steeds schaars. De nieuwe uitgave die nu op Capriccio is verschenen, is in mei 2010 in het Weense Konzerthaus opgenomen. Waarom nu pas is eigenlijk niet zo relevant aangezien het één van de allerbeste uitvoeringen van het werk betreft.

Bertrand de Billy zweept het Weense ORF orkest tot ongekende hoogten en de spanning is om te snijden. Wolfgang Koch is fantastische Simone en Charles Reid een softe, verwijfde Guido. Heidi Brunner is een mooie, maar helaas weinig erotische Bianca.


 

ALEXANDER ZEMLINSKY
Eine Florentinische Tragödie
Wolfgang Koch (bariton), Heidi Brunner (sopraan), Charles Reid (tenor)
ORF Vienna Radio Syphony Orchestra olv Bertrand de Billy
Capriccio C5325

Zie ook: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Eine Florentinische Tragödie bij DNO: EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

 

 

 

Madrigalen van Bohuslav Martinů

Martinu Madrigals

In de jaren twintig van de vorige eeuw raakte Martinů in de ban van de Engelse madrigalen. Het gebeurde nadat hij een concert in Praag had bijgewoond van de English Singers, die de werken uitvoerden van o.a. Byrd, Gibbons en Thomas Morley. Voornamelijk de laatste is hem altijd bijgebleven.

Hieronder ‘Aprill is in my Mistris face’ van Thomas Morley, uitgevoerd door het Hilliard Ensemble:

In een interview dat de componist begin jaren veertig in USA had gegeven vertelde hij dat in zijn composities hij het meest werd beïnvloed door de Tsjecho-Slovaakse folklore, Debussy en … Morley:

Die folklore en die ‘Debussy’anisme’ zijn inderdaad in veel van zijn werken – meer of minder – voelbaar, maar dat van de Engelse renaissance viel mij niet eerder op.

Het is de eerste keer dat ik de Madrigalen hoor en hoe mooi (en sereen) ik ze ook vind, echt boeien doen ze niet. Ik heb de cd een paar keer gedraaid en keer op keer betrapte ik mij er op dat mijn gedachten ergens ver weg waren en de muziek verworden was tot een ordinaire muzak. Ligt het aan de muziek of de uitvoering?

Het ensemble Martinů Voices is nieuw voor mij, ik heb ze nooit eerder gehoord, vandaar dat ik mij afvraag hoe de wrken geklonken zouden hebben in de uitvoering door de Hilliards….. Of het Nederlands Kamerkoor..


Bohuslav Martinů
Madrigals
Martinů Voices olv Lukáš Vasilek
Jakub Fišer (viool), Karel Košárek (piano)
Supraphon SU 4237-2

Een paar woorden over Epic of Gilgamesh van Bohuslav Martinů

Gilgamesh


The Epic of Gilgamesh
behoort tot Martinů’s beste, maar ook de meest gecompliceerde werken. Hij componeerde het in 1955, kort na zijn absolute meesterwerk, de drie ‘Fresco’s of Piero della Francesca’.

Martinu Gilgamesh tablet

Tablet V of the Epic of Gilgamesh. The Sulaymaniyah Museum, Iraq.

Het oeroude epos, ontstaan circa 2100 v.Ch. behoort tot de oudste literaire werken en wordt door de kenners vaak vergeleken met de Bijbel en het scheppingsverhaal. Het verhaalt van koning van Uruk, Gilgamesh die – even kort door de bocht – op zoek is naar de onsterfelijkheid.

Martinu Gilgamesh

Gilgamesj in gevecht met de ‘hemelstier’; terracotta reliëf bewaard in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel

Martinů’s oratorium is een groots werk, dat vanwege de zeer tot de verbeelding sprekende sfeertekening en het gebruik van – behalve het koor en de solisten – gesproken tekst vergeleken kan worden met ‘Le Roi David’ van Honegger.

In het tekstboekje staat dat het werk nu voor het eerst opgenomen werd in de originele taal waarin het werd gecomponeerd, het Engels, maar dat is niet helemaal waar. In 1995 al heeft het BBC Symphony Orchestra olv Jiří Bělohlávek een schitterende opname van ‘Gilgamesh’ gemaakt waarin de zangers weliswaar in het Tsjechisch zongen, maar de gesproken tekst werd door Jack Shepherd in het Engels voorgedragen.

The Epic Of Gilgamesh | Discogs

De nieuwe opname haalt het orkestraal niveau van de BBC-opname niet helemaal, maar het verschil is eigenlijk minimaal. Alle vier de solisten zijn in ieder geval weergaloos en de voordracht van Simon Callow onweerstaanbaar.


BOHUSLAV MARTINŮ
The Epic of Gilgamesh
Lucy Crowe (sopraan), Andrew Staples (tenor), Derek Welton (bariton), Jan Martiník (bas), Simon Callow (spreker)
Prague Philharmonic Choir, Czech Philharmonic olv Manfred Honeck
Supraphon SU 4225-2 • 51‘

BOHUSLAV MARTINŮ: The Greek Passion

BOHUSLAV MARTINŮ: Madrigals

HANS HEILING als mijnbouwopera in Essen

Door Peter Franken

Hans Heiling

Scènefoto uit Hans Heiling © Thilo Beu.

Het sluiten van de laatste kolenmijn in het Ruhrgebied eind van dit jaar leidt aldaar tot ‘Bergwerk’ nostalgie. De Aalto Opera speelt hier op in met Hans Heiling, een zelden gespeeld werk van een bijna vergeten componist, Heinrich Marschner. De titelheld in Hans Heiling keert na een mislukt avontuur in de bovenwereld terug naar het ondergrondse rijk van de Aardgeesten, waardoor elk contact tussen beide werelden wordt verbroken. Evenzo wordt in het Ruhrgebied de enig nog resterende verbinding met een onderaardse wereld afgesneden.

Heiling Marschner

Marschner was een belangrijke Duitse componist ten tijde van de romantiek. Van de talrijke opera’s die hij schreef hadden er drie veel succes: Der Vampyr (1828), Der Templer und die Jüdin (1829) en Hans Heiling (1833). Zijn werk wordt – vooral bij gebrek aan andere voorbeelden – in brede kring gezien als schakel tussen de opera’s van Weber en Wagner.

 

Heiling kin Rotterdam

Hans Heiling is de zoon van de koningin van de Aardgeesten, te vergelijken met Wagners Nibelungen, en een aardse man. Hij is dus half mens, zijn verlangen naar de ‘bovenwereld’ is genetisch bepaald. Een affaire met het eenvoudige dorpsmeisje Anna loopt echter slecht af. Hoewel zij heeft beloofd met hem te zullen trouwen, vlucht ze in de armen van dorpsjongen Konrad wanneer ze door krijgt wie en wat Heiling eigenlijk is: geen geleerde rijke man, maar iemand uit de ondergrondse wereld, een Aardgeest. Die informatie heeft Anna overigens van Heilings moeder die haar voor de ernstige gevolgen waarschuwt als ze Hans niet los laat – ‘Hör auf mein Wort’. Moeder wil haar zoon gewoon weer terug waar hij hoort, zonder daarbij acht te slaan op diens wensen. Hoewel Heiling bij zijn vertrek al zijn schepen achter zich heeft verbrand wordt hij toch weer in genade aangenomen door zijn onderdanen. Hij wil wraak nemen op de mensen die hem bedrogen hebben, maar zijn dominante moeder weet hem hiervan te weerhouden – ‘Der Liebe Lust und Leid’. Daarmee is de orde hersteld: mensen en Aardgeesten leiden weer een geheel gescheiden bestaan.

Regisseur Andreas Baesler heeft het rijk van de Aardgeesten getekend naar het imperium van de familie Krupp. Alfred neemt de plaats in van Hans, zijn overheersende moeder Bertha speelt de rol van de koningin. Mijnwerkers in originele werkpakken vertegenwoordigen de Aardgeesten die hun heersers (werkgevers) rijkdommen moeten bezorgen. Tijdens de proloog zien we Alfred in een eikenhouten decor dat zo lijkt weggehaald uit Villa Hügel, het paleisachtige onderkomen van de familie Krupp. Zijn moeder is gekleed als Bertha zoals afgebeeld op het reusachtige familieportret dat in Villa Hügel hangt.

Marschner heeft de ouverture tot dit werk geplaatst na de prelude. Dit acht minuten durende orkestrale intermezzo werd verlevendigd door de vertoning van een film met originele beelden van de regionale ‘kolengeschiedenis’. Voor het Essener publiek pure nostalgie, voor buitenlui een fascinerend schouwspel. In de eerste akte treffen we Hans in een moderne jaren zestig bungalow, voorzien van open haard en een uitgebreide platenverzameling. Hier ontvangt Hans zijn verloofde Anna en haar moeder. Ook nu weer een parallel met Alfred die tegen de zin van zijn ouders een kantoormeisje trouwde en uiteindelijk Villa Hügel ontvluchtte door in een apart huis op het landgoed te gaan wonen. En net als de Koningin bij Hans wist ook Alfreds moeder het huwelijk van haar zoon te ruïneren.

Het over Hans Heiling heen gelegde Krupp familiedrama is nogal dwingend vorm gegeven maar toch ook weer niet zo dat het stoort. Voor het publiek is het een kwestie van hoe meer details men herkent, des te boeiender het wordt. Wat natuurlijk helpt is dat de gemeenschap als geheel in de kolenmetafoor wordt betrokken, inclusief werkkleding die aan haken omhoog wordt gehesen, een kantoortje waar men zijn loon afhaalt en een Bergwerkorkest dat tijdens de bruiloft van Anna en Konrad op de bühne speelt.

Hans Heiling

© Thilo Beu.

Muzikaal viel er veel te genieten tijdens de première op 24 februari. De Essener Philharmoniker onder leiding van Frank Beermann speelde als eigenlijk altijd, onberispelijk en vol overgave. Wat een geweldig orkest is dit toch, het beste van de gehele regio. Ook het koor wist te overtuigen, prima ingestudeerd door Jens Bingert.

Bij de zangers viel oudgediende Jeffrey Dowd weer eens te beleven, dit keer als Konrad. Verdienstelijk al merk je dat de jaren gaan tellen, zeker in de hogere passages. Maar wat heeft die man de afgelopen 20 jaar wel allemaal niet moeten zingen daar.

Rebecca Teem als Bertha Krupp ofwel de Koningin van de Aardgeesten vertolkte haar rol adequaat maar niet erg meeslepend. Een kouwe kikker en misschien was dat ook wel de bedoeling. Bettina Ranch nam de rol van Anna’s moeder Gertrude voor haar rekening, daar viel niet veel eer aan te behalen.

 

Hans Heiling

© Thilo Beu.

Heel anders was dit met de twee hoofdrollen. Jessica Muirhead is de nieuwe stersopraan van het gezelschap en die reputatie deed ze in haar vertolking van Anna alle eer aan. Wat een schitterende zangeres, puntgaaf optreden. Overigens had haar kleding iets minder lomp gemogen. Standsverschil hoeft nu ook weer niet overdreven te worden.

 

Hans Heiling

© Thilo Beu.

De titelrol was in handen van bariton Heiko Trinsinger. Ook over hem niets dan goeds, hij wist zijn personage volledig tot leven te wekken, van eenzame directeur via verliefde buitenstaander – ‘An jenem Tag’ – tot gedesillusioneerde op wraak beluste man. Aardig om te vermelden dat hij kort geleden ook de titelrol in Der Vampyr speelde voor de Komische Oper Berlin.

Hans Heiling is geen bekend werk. Muzikaal sluit het goed aan bij Weber en de jonge Wagner. Diens eerste opera Die Feen stamt zelf uit hetzelfde jaar als Heiling. Het werk geeft een goede indruk van wat er zoal nog meer werd gecomponeerd eerste helft 19e eeuw in Duitsland, behalve Der Freischütz en Euryante. Het verdient beslist aanbeveling om er voor naar Essen af te reizen. Er volgens nog voorstellingen tot eind juni.

Om een indruk te krijgen een paar muzikale voorbeelden uit de opera. Het betreft een productie van Theater an der Wien uit 2015.

‚An jenem Tag‘: Michael Nagy (Hans Heiling), Katerina Tretyakova (Anna), Stephanie Houtzeel (Gertrude):

‚Hör auf mein Wort‘: Angela Denoke (Die Königin), Katerina Tretyakova (Anna):

Slotscène ‚Der Liebe Lust und Leid‘:  Michael Nagy (Hans Heiling), Angela Denoke (Die Königin), Katerina Tretyakova (Anna), Peter Sonn (Konrad):

Heinrich Marschner
Hans Heiling
Heiko Trinsinger, Rebecca Teem, Jessica Muirhead, Jeffrey Dowd e.a.
Essener Philharmoniker en koor van het Aalto-Musiktheater olv Frank Beermann.
Regie: Andreas Baesler

Bezocht op 24 februari 2018

Het begon met Paganini… Dynamic viert zijn veertigste verjaardag

DER TEMPLER UND DIE JÜDIN

Sonya Yoncheva zingt Verdi en faalt

Verdi Yoncheva

Hoe schitterend ik Sonya Yontcheva doorgaans ook vind: deze cd had niet uitgebracht mogen worden. De wonderlijk mooie sopraan uit Bulgarije heeft veel meer in haar mars dan een in elkaar geflanste verzameling Verdi-hits.

In ’Tacea la notte’ (Il Trovatore) gaat zij meteen de mist in: haar coloraturen zijn niet helemaal zuiver en doen zeer plichtmatig aan. ‘Liberamente or piangi’ (Attila) klinkt voornamelijk onbeholpen, maar lang niet zo erg als ‘Pace! Pace, mio Dio’ (La Forza del Destino). Haar vertolking van die aria ontbeert aan alles wat het zo schrijnend maakt en de furieuze wanhoopskreet klinkt nu meer als een avondgebed.

Hoe verkeerd! Leonora is immers Desdemona niet. Het verwondert mij dan ook niet dat  de ‘Ave Maria’ uit Otello zowat het mooiste en best gelukte nummer op deze cd is. Ook ‘Come in quest’ora bruna’(Simon Bocanegra) klinkt best aardig en je hoort wat een waanzinnig mooie stem die Yoncheva toch heeft.

Over de aria’s uit Don Carlo en Nabucco zwijg ik liever. Dat het haar repertoire (nog) niet is, is het ergste niet, het betreft tenslotte een studio-opname, maar af en toe klinkt zij gewoon vals. En vlak. Daar komt nog bij dat zij door de dirigent totaal aan haar lot wordt overgelaten en het orkest haar niet goed weet te ondersteunen. Jammer.


GIUSEPPE VERDI
Aria’s uit Il Trovatore, Luisa Miller, Attila, Stiffelio, La Forza del Destino, Otello, Simon Boccanegra, Don Carlo en Nabucco
Sonya Yoncheva (sopraan)
Münchner Rundfunkorchester olv Massimo Zanetti
Sony 8898541798

Meer Yoncheva:
PARIS, MON AMOUR

 

Seizoen 2018/19 van de Nederlandse Reisopera

 

Nederlandse-Reisopera

N.B. for English translation  scroll down

Het seizoen van de Nederlandse Reisopera is dan wel klein maar zeer fijn. Met Puccini, Korngold en Sondheim zijn ze niet alleen publiekvriendelijk maar ook zeer verrassend. Twee eigenschappen die een nieuw operaseizoen – bij voorbaat, al is het op papier – tot een succes maken. Zeker voor mij, met twee titels die tot mijn absolute top drie allertijden horen.

Het seizoen wordt op 13 oktober 2018 geopend met Tosca van Puccini. De hoofdrol wordt gezongen door de Noorse sopraan Kari Postma; Noah Stewart zingt Cavaradossi en de baron Scarpia wordt vertolkt door Philip Rhodes. Harry Fehr regisseert en het Orkest van het Oosten staat onder leiding van de Engelse belcanto-specialist David Perry.

Hieronder Kari Postma als Kat’a Kabanova van Janáček in Oslo. Het is de – ons ook bekende – productie van Willy Decker:

 

Op 8 december gaat Die Tote Stadt van Erich Wolfgang Korngold in première in Enschede. Het is een coproductie met Theater Magdeburg in Duitsland, geregisseerd door Jakob Peters-Messer, dezelfde die ook Siroe, re di Persia bij de gezelschap heeft geënsceneerd.
Die Deutsche Bühne schreef over deze productie: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus dirigeert het Noord Nederlands Orkest en de hoofdrollen worden gezongen door Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) en Marian Pop (Frank).

Trailer van de productie in Maagdenburg:

 

Het seizoen wordt afgesloten met de musical A Little Night Music van Stephen Sondheim. De regie is in handen van Zack Winokur en het Gelders Orkest komt onder de leiding van Ryan Bancroft.

 

Reisopera Zack Winokur

Zack Winokur

De rol van Frederik Egerman wordt gezongen door Paul Groot en Susan Rigvava-Dumas zingt Desiree Armfeldt. In de cast verder een keur aan Nederlandse zangers, met (o.a.) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet en Esther Kuiper

Hieronder een opwarmertje: dame Judi Dench zingt ‘Send in the Clowns’ uit de musical

 

In december 2018 organiseert het gezelschap wederom een MeezingMessiah in Carré.

Ook in de zomer van 2018 blijft de Reisopera actief. Op 1 juli maakt het gezelschap deel uit van de Robeco Summer Night ‘A Night at the Opera’ en op 11 en 12 augustus verzorgen ze een aantal concerten tijdens het Grachtenfestival Amsterdam.

Meer plannen:

Voor april 2018 staat een operaconferentie gepland met alle operagezelschappen in Nederland. De bedoeling is om plannen te maken voor de onderlinge coöperatie.

Op 1 september 2018 gaat de startsein voor de Nationale Opera Studio: een samenwerking met De Nationale Opera en Opera Zuid.

Beide initiatieven zijn zeer toe te juichen. Er is ook iets om naar uit te kijken: in 2020 herneemt de Nederlandse Reisopera hun zeer bejubelde productie van Tristan und Isolde.

Teaser (uit 2013) van de productie:

Het wordt gedirigeerd door Antony Hermus en de rol van Isolde gaat gezongen worden door de Nederlandse sopraan Kelly God.

Reiopera Kelly God

Kelly God

Zie voor meer informatie de website van de Nederlandse Reisopera.

 

The Dutch National Touring Opera’s 2018-2019 season

The Dutch National Touring Opera’s season might be small but it is of exceptionally high quality. With Puccini, Korngold and Sondheim the season manages to be  both audience-friendly and original. Two qualities to make it a success in advance – at least on paper. To me, personally, it is even more successful, as it includes two operas that firmly belong in my top three of greatest operas of all time.

The season opens on 13 October 2018 with Puccini’s Tosca. The title role is sung by Norwegian soprano Kari Postma. Noah Stewart sings Cavaradossi and Baron Scarpia is played by Philip Rhodes. Harry Fehr directs and the Orchestra of the East is led by British belcanto specialist David Perry.

On 8 December Die Tote Stadt by Erich Wolfgang Korngold opens in Enschede. It is a co-production with the Theater Magdeburg in Germany, directed by Jakob Peters-Messer who also directed Siroe, re di Persia for the company.

Die Deutsche Bühne wrote about this production: “Die Melange aus Psychologie und Atmosphäre, die Peters-Messer und sein Team (Bühne: Guido Petzold, Kostüme: Sven Bindseil) finden, passt alles in allem maßgeschneidert zu dieser Musik.”

Antony Hermus conducts the North Netherlands Symphony Orchestra. The main roles will be sung by Daniel Frank (Paul), Iordanka Derilova (Marie/Marietta) and Marian Pop (Frank).

The 2018-19 season closer is Stephen Sondheims musical A Little Night Music. Zack Winokur directs and the Arnhem Philharmonic Orchestra will be led by Ryan Bancroft.

Frederik Egerman is sung by Paul Groot and Susan Rigvava-Dumas sings Desiree Armfeldt. A prime selection of Dutch singers completes the ensemble, with (amongst others) Laetitia Gerards, Alexander de Jong, Nikki Treurniet and Esther Kuiper.

In December 2018 the company will organise another Sing-Along Messiah in the Carré Theater in Amsterdam.

The Touring Opera remains active during the summer of 2018 as well. On 1 July the company participates in the Robeco Summer Night concert ‘A Night at the Opera’ and on 11 and 12 August several productions can be seen during  the Canal Festival in Amsterdam.

More plans:

In April 2018 an opera meeting is planned with all Dutch opera companies. The aim of the meeting is to make plans for further collaboration.

On 1 September 2018 the National Opera Studio will be launched: a collaboration between the  Dutch National Touring Opera, the Dutch National Opera and Opera South.

Both initiatives are much to be applauded. Something else to look forward to: in 2020 the Dutch National Touring Opera will reprise their much praised production of Tristan und Isolde.

Anthony Hermus will conduct and Dutch soprano Kelly God will sing Isolde.

English translation: Remko Jas

For more information see the website of the Dutch National Touring Company.

Seizoen 2018/19 van DE NATIONALE OPERA in Amsterdam

DNO seizoen 1819

NB: scroll down for the English translation

Maandag 19 februari werd het nieuwe, 2018/19 seizoen van de Nationale Opera gepresenteerd. Het is het voorlaatste seizoen dat door Pierre Audi geprogrammeerd is. Het programma is weinig verrassend en de liefhebber van belcanto, verismo of überhaupt de Italiaanse opera heeft het nakijken.

Geen Verdi, Donizetti, Bellini, Mascagni, Leoncavallo of Giordano en Puccini moet het van de reprise van wat – in mijn ogen – één van slechtste producties van zijn Madama Butterfly ever was: Robert Wilsons afschuwelijk emotieloze en minimalistische ‘zen” Butterfly van Wilson komt na 16 (!) jaar terug. Niemand kon mij het ‘waarom’ uitleggen, behalve dat je ook naar oude producties terug moet grijpen. Ook van de cast, althans op papier, ben ik niet onder de indruk.

Ooo…. Er is wel een Rossini, dat wel. Met – hoe verrassend! – voor de tweehonderdste keer zijn Il Barbiere di Seviglia… De opera wordt geregisseerd door Lotte de Beer en Rosina wordt gezongen door Nino Machaidze.

De andere jonge Nederlandse regisseur, Floris Visser maakt zijn DNO-debuut met Juditha Triumphans van Vivaldi.

Mozart en Wagner ontbreken uiteraard niet en het seizoen wordt geopend met de zes jaar oude productie van Die Zauberflöte in de regie van Simon McBurney. Het is al de derde keer dat de productie terugkomt en dat maakt mij niet echt blij. Maar het is fijn om te lezen dat twee van de belangrijkste rollen vertolkt gaan worden door Nederlandse zangers: Thomas Oliemans herhaalt zijn koddige Papageno en als Papagena mogen we Lilian Farahani verwelkomen.

Trailer van de eerste reeks:

Er zijn maar liefst zeven nieuwe producties, altijd goed nieuws. Maar of ik er zo blij moet zijn? Jenůfa van Janáček behoort tot mijn lievelingsopera’s, maar ik denk niet dat Annet Dasch de juiste zangeres is om die rol te vertolken. Had men Asmik Gregorian niet kunnen vragen? Om maar één zangeres te noemen die we (alweer) bij DNO niet gaan horen. De regie ligt in handen van Katie Mitchell, tja, dan weet je bij voorbaat al hoe de productie uit gaat zien.

Heel erg blij ben ik met de Oedipe van Enescu. De productie van Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco is  niet nieuw, is al eerder in Brussel en daarna in Londen te zien geweest. De recensies waren verdeeld, maar de muziek is zo goddelijk!

Trailer uit Londen:

Porgy and Bess van Gershwin is een andere titel die mij doet watertanden. Het word een coproductie met de ENO en de Metropolitan Opera in New York, dus ik denk niet dat we er bang voor hoeven zijn. De rol van Porgy wordt gezongen door Eric Owens en als Serena (ook iets om naar uit te kijken) verwelkomen we Latonia Moore

Eric Owens vertelt over Porgy, een rol die hij al eerder heeft vertolkt at the San Francisco Opera:

Ik ben geen grote Wagner-fan, maar voor zijn Tannhaüser kun je mij midden in de nacht wakker maken. De productie wordt geregisseerd door Christoph Loy en voor de rol van Elisabeth keert Svetlana Aksenova naar Amsterdam terug. De hoofdrol wordt gezongen door Daniel Kirch

DNO seizoen Aksenova

Svetlana Aksenova als Fevronja ©Monika Rittershaus

In het kader van het Opera Forward Festival kunnen we, onder anderen twee wereldpremières verwachten.

DNO_kurtag_gyorgy_90_160220_01

György Kurtág © István Huszti

Van Fin de partie, de eerste opera van de inmiddels 91-jarige György Kurtág (regie Pierre Audi) en van Micha Hamels Caruso a Cuba.

DNO seizoen Hamel

Micha Hamel in gesprek met Klaus Bertisch © DNO

Girls of the Golden West  van John Adams krijgt bij ons zijn Europese première.

Trailer van Girls of the Golden West uit San Francisco:

Over de “prestige-project”, aus LICHT van Stockhausen zwijg ik het liefst in alle talen. Maar mocht u 315 euro te veel in uw portemonnee hebben …..

De complete overzicht:

Die Zauberflöte (W.A. Mozart)
Stanislas de Barbeyrac, Mari Eriksmoen, Thomas Oliemans, Dmitry Ivashchenko, Kathryn Lewek, Judith van Wanroij, Rosanne van Sandwijk, Helena Rasker e.a.
Dirigent: Antonello Manacorda, regie: Simon McBurney

Jenůfa (L. Janáček)
Annette Dasch, Evelyn Herlitzius, Hanna Schwarz, Norman Reinhardt, Francis van Broekhuizen, Karin Strobos e.a.
Dirigent: Tomáš Netopil, regie: Katie Mitchell

Il barbiere di Siviglia (G. Rossini)
René Barbera, Nino Machaidze, Davide Luciano, Ambrogio Maestri e.a.
Dirigent: Maurizio Benini, regie: Lotte de Beer

Oedipe (G. Enescu)
Johan Reuter, Eric Halfvarson, Christopher Purves, James Creswell, Ante Jerkunica, André Morsch, Mark Omvlee, Sophie Koch e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco

Porgy and Bess (G. Gershwin)
Eric Owens, Adina Aaron, Frederick Ballentine, Mark S. Doss, Latonia Moore e.a.
Dirigent: James Gaffigan, regie: James Robinson

Juditha Triumphans (A. Vivaldi)
Gaëlle Arquez, Teresa Iervolino, Vasilisa Berzhanskaya, Francesca Ascioti e.a.
Dirigent: Andrea Marcon, regie:Floris Visser

Girls of the Golden West (J. Adams)
Julia Bullock, Davóne Tines, Paul Appleby, Ryan McKinny e.a.
Dirigent: Grant Gershon, regie: Peter Sellars

Caruso a Cuba (M. Hamel)
Dirigent: Otto Tausk, regie: Johannes Erath

Fin de partie (G. Kurtág)
Frode Olsen, Leigh Melrose, Hilary Summers en Leonardo Cortellazzi.
Dirigent: Markus Stenz, regie: Pierre Audi

The Second Violinist (D. Dennehy)
Dirigent: Ryan McAdams. Regie: Enda Walsh

Tannhäuser (R. Wagner)
Daniel Kirch, Svetlana Aksenova, Ekaterina Gubanova, Stephen Milling, Björn Bürger, Attilio Glaser e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Christof Loy

Madama Butterfly (G. Puccini)
Elena Stikhina, Enkelejda Shkosa, Gianluca Terranova, Brian Mulligan, Tim Kuypers e.a.
Dirigent: Jader Begnamini, regie: Robert Wilson

aus LICHT (K. Stockhausen)
Studenten van de master ‘aus LICHT’ aan het Koninklijk Conservatorium.
Dirigent: Kathinka Pasveer, regie: Pierre Audi

Pelléas et Mélisande (C. Debussy)
Solisten: n.n.b.
Dirigent: Daniele Gatti, regie: Olivier Py

Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

 

The Dutch National Opera’s 2018-2019 season (Amsterdam)

Earlier this week the Dutch National Opera unveiled its 2018-19 season, Pierre Audi’s penultimate one. Not a very surprising season. Lovers of belcanto, verismo or Italian opera in general will be disappointed. No Verdi, Donizetti, Bellini, Mascagni, Leoncavallo or Giordano.

Puccini is represented by a reprise of what I believe to be one of the worst productions of Madama Butterfly ever: Robert Wilson’s ghastly, emotionless and minimalistic “Zen”  Butterfly, returning after sixteen (!) years. No one could exactly explain why, except that sometimes it is worth looking back at old productions. The cast, at least on paper, does not impress me much either.

Oooh… We also do get a Rossini!  Il barbiere di Siviglia…  how original, for the hundredth time. Lotte de Beer will direct, and Nino Machaidze sings Rosina.

Another young Dutch director, Floris Visser, makes his DNO debut with Vivaldi’s Juditha Triumphans.

Of course, Mozart and Wagner are present. The season will be opened by Simon McBurney’s six-year old Zauberflöte. This will be the third time it returns, which does not exactly thrill me. It is nice to read though that two important roles will be sung by Dutch singers: Thomas Oliemans repeats his dotty Papageno, and we welcome Lilian Farahani as Papagena.

We get seven new productions no less, which is always good news. But I am nut sure they all make me very happy? Janáček’s Jenůfa is one of my favourite operas, but I doubt Annette Dasch will be he right singer for the role. Was it not possible to ask Asmik Grigorian? To mention just one singer we (again) will never hear at the DNO? Katie Mitchell directs, so we all know in advance how this will look like.

I am very excited about Enescu’s Oedipe. The production by Àlex Ollé (La Fura dels Baus) and Valentina Carrasco is not new. It has been done in Brussels and London before, to mixed reviews, but the music is just divine!

Gershwin’s Porgy and Bess is another opera that makes my mouth water. It is a co-production with the ENO and the Metropolitan Opera in New York, so we probably will not have to worry too much how it will look. Porgy will be sung by Eric Owens and Serena by Latonia Moore (something to look forward to).

I am not really a huge Wagner fan, but for Tannhaüser you can wake me up in the middle of the night. Christoph Loy directs and Svetlana Aksenova will return to Amsterdam to sing Elisabeth. The title role will be sung by Daniel Kirch

During the Opera Forward Festival DNO presents two world premieres.
Fin de partie, the first opera by 91-year-old György Kurtág (direction Pierre Audi) and Micha Hamel’s Caruso a Cuba. Girls of the Golden West  by John Adams gets its European premiere in Amsterdam.

On the prestige project “aus LICHT” by Stockhausen I prefer to remain silent. But in case you want to get rid of 315 euros ….

For more information see website van De Nationale Opera.

English translation: Femko Jas