Geen categorie

Die Entführung aus dem Serail. Mini discografie

entfuaffiche

Affiche bij de eerste uitvoering van de opera 16 juli 1782 in Burgtheater

CD

entfuhrung-cd

Aan opnamen van Die Entführung aus dem Serail geen gebrek, maar écht goede kun je op de vingers van één hand tellen. Bovendien moet je daarvoor vaak behoorlijk ver terug in de tijd. Maar de allernieuwste opname – op 21 september 2015 live in het Théâtre des Champs-Élysées opgenomen en door Jérémie Rhorer zeer levendig gedirigeerd – behoort voor mij tot de allerbesten.

David Portillo is een buitengewoon fraaie Pedrillo. Licht en luchtig, vermakelijk en amusant; en ondertussen sterren naar beneden zingend…. Schitterend.

Rachelle Gilmore is een heerlijke Blonde. Luister maar naar ‘Welche Wonne, welche Lust’, die zij met een onberispelijke hoogte en kristalheldere coloraturen zingt! Adembenemend.

Mischa Schelomianski schittert als Osmin. Dat hij de rol met een dik Russisch accent zingt is hier alles behalve storend. Osmin kan het hebben.

Jane Archibald (Konstanze) klinkt af en toe een beetje schel, maar zo gauw zij ‘Ach ich liebte’ inzet geef ik mij helemaal over.

Alleen Belmonte (Norman Reinhardt) heb ik weleens beter gehoord. Zijn stem is smeuïg en zijn timbre aangenaam, maar het ontbeert hem een beetje aan souplesse, waardoor hij zijn ‘Wenn der Freude Tränen liessen’ niet tot een goed einde brengt. Gelukkig lukt het bij ‘Ich baue ganz auf deine Stärke’ veel beter, maar ik blijf moeite met zijn versieringen hebben.

Het is niet perfect, nee, maar dat zijn live-voorstellingen nooit. Eén van de redenen waarom ze juist zo leuk zijn; er gaat immers niets boven live theater! De tempi zijn aan de flinke kant maar nergens opgejaagd en het orkest sprankelt dat het een lieve lust is. En er is geen regisseur die het voor mij weet te verpesten. Zo wil ik mijn opera’s hebben (Alpha 242)

 

DVD

De wegen van de platenmaatschappijen zijn soms ondoorgrondelijk en zo kon het gebeuren dat er binnen een kort tijdbestek twee verschillende uitvoeringen van Entführung aus de Serail bij dezelfde firma, BelAir Classics uitkwamen. Het betreft respectievelijk een productie die Jonathan Miller voor de Zürcher Festspiele in 2003 vervaardigde (BAC007) en een voorstelling gefilmd in Aix-en-Provence in 2004, in de regie van Jérome Deschamps en Macha Makeïeff, en gedirigeerd door Marc Minkowski (BAC028).

Tussen beide producties zit een wereld van verschil, zo zie je maar wat een goede (of zo je wilt: een slechte) regie met een opera kan doen.

Zürcher Festspiele 2003

entfuhrung-zurich


Jonathan Miller, toch niet de eerste de beste, laat het gewoon afweten. Er gebeurt niets. In het midden staat een palmboom en de zangers komen op, leunen er tegenaan en zingen hun aria.

Ze zijn totaal aan hun lot overgelaten, wat bij de meesten resulteert in clichématige gebaren en gebaartjes. Bij Patricia Petibon (Blonde) gebeurt juist het tegenovergestelde: zij chargeert dat het een lieve lust is en doet aan overacting. In het kort: hier zijn zes personages op zoek naar een regisseur.

Patricia Petibon zingt ‚Durch Zartlichkeit und Schmeicheln‘:

Ook over het zingen ben ik niet enthousiast, want zelfs Piotr Beczala (Belmonte) en Malin Hartelius (Konstanze) presteren ver beneden hun niveau.

Er is wel één pluspuntje: Klaus Maria Brandauer in de spreekrol van Bassa Selim. Iedere scène met hem verandert in puur theater. Hij acteert niet, nee, hij geeft gewoon een masterclass in acteren.

 

Aix-en-Provence 2004

61za-pfb2zl-_sl1024_


De productie uit Aix-en-Provence kan je in één woord beschrijven: kostelijk. Al bij de aanblik van het orkest (allemaal met tulbanden en andere exotische hoofddeksels op) en de opkomst van de breed glimlachende Minkowski weet je dat je je gaat amuseren.

Het toneel wordt bevolkt door een bonte verzameling van merkwaardige figuren in oriëntaalse kostuums, de ene grap volgt de andere grol op, waarbij geen enkel cliché wordt geschuwd. Het is geen komedie meer, het is een slapstick. En waarom niet? Mozart kan het goed hebben, zeker als het om een singspiel gaat.

De dansante opkomst van Bassa Selim (een fantastische Shahrokh Moshkin-Ghalam, een in Frankrijk zeer beroemde danser en acteur) is een verhaal apart. Zijn Duits is abominabel, maar het zij hem vergeven, want wat hij verder met die rol doet (inclusief spectaculaire verdwijntruc aan het eind) is adembenemend.

Malin Hartelius laat horen wat een fantastische Kostanze zij is. Magali Léger (Blonde), Matthias Klink (Belmonte), Loïc Félix (Pedrillo) en Wojtek Smilek (Osmin) zijn allemaal prima, het orkest fel en Minkowski op dreef. Maar wees gewaarschuwd: het zit barstensvol Mohammed grappen.

De complete opera is hier te zien:

https://www.operaonvideo.com/die-entfuhrung-aus-dem-serail-aix-2004-minkowski-hartelius-smilek/

 

 

Daniel Barenboim on his new piano

barenboim

‘On my new piano’ heet de nieuwste solo-recital van de meester pianist Daniel Barenboim. De coverfoto toont een superblije musicus en zo klinkt de cd ook. Zo trots als een pauw presenteert Barenboim zijn nieuw instrument, een soort “kruising” tussen een oude vleugel en een moderne Steinway.

Tijdens zijn tournee in Sienna maakte Barenboim voor het eerst kennis met een oude gerestaureerde vleugel van Franz Liszt. De transparante klank vond hij meer dan prachtig, dat wilde hij ook; maar wat hij nodig had was een instrument die ook in de grote zalen zijn klank zou behouden. In de Belgische pianobouwer Chris Maene vond hij iemand die niet alleen oren had naar zijn wensen, maar ze ook wist te realiseren.

Het resultaat is in alle opzichten verbluffend. Allereest is het dus de klank, die zelfs via mijn gewone speakers buitengewoon transparant en warm overkomt, zonder dat ik de volumeregelaar moet aanspreken.

Maar er is meer en dat is eigenlijk waar het – voor mij althans – om draait: de interpretatie.

Het eerste, wat al in de sonatas van Scarlatti (toch niet echt het repertoire waar je Barenboim mee vereenzelvigt) opvalt, is de warmte en een onbeschrijfelijk mooie lyriek. Luister maar even naar de Sonate in E major K 380 en als u dan niet verliefd wordt dan weet ik het niet.

Of neem de eerste Ballade van Chopin: het is lang geleden dat ik het werk met zo veel begripvolle nuancen uitgevoerd heb gehoord! Het parelt en het glinstert, zonder dat het – zoals bij veel pianisten tegenwoordig – in loze virtuositeit ontaardt.

Maar het mooist vind ik Barenboim (en zijn vleugel!) in de Solemn March to the Holy Grail van Wagner/Liszt. Waarachtig schitterende cd.


On my new piano
Scarlatti, Beethoven, Chopin, Wagner, Liszt
Daniel Barenboim
DG 4796724 • 67’

DANIEL BARENBOIM: The First Steps To Glory

Puccini door Jonas Kaufmann: top!

 puccini

Van zijn Verdi ben ik meestal niet zo gecharmeerd, maar zijn Puccini staat als een huis. Sterker: ik ken waarlijk geen één hedendaagse jonge tenor die zich met Jonas Kaufmann in dit repertoire kan meten. Zeker als het om de zwaardere rollen gaat.

Rodolfo (La bohème) en zeker Rinuccio is is hij al lang ontgroeid. ‘Avete torto!’ (Gianni Schicchi) klinkt dan ook veel te volwassen, maar mooi is het zeker wel.

Des Grieux (Manon Lescaut) doet hij een beetje op de automatische piloot, de rol is hem dan ook zowat op de huid geschreven. Al kan ik niet ontkennen dat wat meer jeugdig elan, zeker in ‘Donna non vidi mai’ het nog extra zou kunnen oppeppen. Ik mis een beetje het fragiele, want laten we eerlijk zijn: des Grieux is in feite een “mietje”.

Kaufmanns Ramerrez/Johnson (La fanciulla del West) is van een zeldzame schoonheid. Mannelijk, heroïsch en desperaat. Je hoort het in zijn levensverhaal ‘Una parola sola’: het grijpt je naar de keel.

Nog meer tegenstrijdige emoties stopt de tenor in ‘Risparmiate lo scherno’. Hij zet zeer standvastig in, maar laat zijn zang vervolgens bijna smekend overgaan in de enige echte hit uit de opera: ‘Ch’ella mi creda’. Daarin doet hij me bijna mijn held Plácido Domingo vergeten. Op zich al een prestatie!

Het meest weet Kaufmann me te ontroeren in ‘Ei giunge! … Torna ai felici dì’ uit Le Villi. Het zou me niet verbazen als het de eerste keer is dat hij die aria zingt, zo fris en betoverend klinkt het. Zijn smachtende zang in “ed io non ho nel cor che tristezza e terror” lijkt rechtstreeks uit zijn ziel te komen. Net als in het hartroerend breekbaar gezongen ‘Orgia, chimera’ uit Edgar trouwens.

Hieronder de trailer van het album:

De Deluxe-uitgave van het album bevat een bonus-dvd met daarop ‘the making of’ en fragmenten uit volledige voorstellingen van Manon Lescaut (Londen) en La fanciulla del West (Wenen). Prachtig gezongen, dat wel, maar o zo lelijk om te zien! Je zou de regisseurs haast verdenken van antifeminisme, zo vreselijk zijn de beide heldinnen toegetakeld. Een vormloze tuinbroek en rode pruik doen Nina Stemme lijken op een overjarige hippie en de mooie Kristine Opolais ziet er in haar Manon-kostuum uit als een lelijke trol.

Naar aanleiding van deze cd hoop ik dat iemand Kaufmann overhaalt om de complete Edgar op te nemen. Maar dan graag wel op cd, voordat er weer een regisseur mee aan de haal gaat. En het liefste onder Antonio Pappano, want ook hij heeft Puccini ‘under his skin’…


Nessun dorma
The Puccini album
Jonas Kaufmann (tenor)
Orchestra e Coro del’Accademia Nazionale di Santa Cecilia olv Antonio Pappano
Sony 88875092482

Voor meer Kaufmann zie ook:

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal
JONAS KAUFMANN in Amsterdam
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann
JONAS KAUFMANN: verismo

Peter Sellars helpt Mozarts Zaide om zeep

zaide

Zaide is zonder twijfel problematisch. De opera werd pas tien jaar na Mozarts dood gevonden: onafgemaakt, zonder ouverture, zonder (happy?) eind en zelfs zonder titel. Het laat zich beluisteren als een voorstudie voor Die Entführung aus dem Serail en ook het verhaal is vrijwel identiek.

In de zomer van 2008 werd de opera in Aix-en-Provence door Peter Sellars verfilmd, met in de hoofdrollen vrijwel alleen gekleurde zangers. Je hebt geen idee waar de actie zich afspeelt. In een gevangenis? Of in een naaiatelier? Of is het een naaiatelier in een gevangenis?

Sellars heeft de rollen omgedraaid en dus zijn het de moslims die het nu zwaar te verduren hebben. Maar wie zijn dan de zwarte slavendrijvers? Ook moslims? Het koor van de getourmenteerde gevangenen (het Ibn Zaidoun Choir) is het in ieder geval wel, waarbij de improvisatie op de oud (voorloper van de luit) zeer authentiek aandoet.

De zangers acteren beter dan ze zingen en hun Duits is abominabel, maar de Sri Lankaanse tenor Sean Panikkar (Gomatz) is een echte ontdekking. Hij beschikt over een mooie lyrische stem en zijn hele optreden is zeer overtuigend.

Elena Lekhina krijgt als Zaide één van de mooiste aria’s te zingen die Mozart ooit heeft gecomponeerd, ‘Ruhe Sanft’, en dat doet ze zeer adequaat. Maar niet voldoende. Wilt u weten hoe het moet? Luister dan naar Beverly Sills:

W.A. Mozart
Zaide
Ekaterina Lekhina, Sean Panikkar, Alfred Walker, Russell Thomas, Morris Robinson; Camerata Salzburg olv Louis Langrée
Regie: Peter Sellars;
Medici Arts 3078358

Kaleidoscope of love: mooie cd van een sympathieke zangers, maar…..

kaleidoscope

Soms bekruipt mij het gevoel dat de countertenor de meest populaire zangstem is geworden. De ene na de andere hooggestemde heer verlaat het conservatorium met weinig perspectief: het repertoire voor het stemtype is nu eenmaal beperkt. Vandaar ook dat de meeste countertenors hun horizon met romantiek en zelfs chansons verbreden.

Bijkomend ‘probleem’ is dat de zangtechniek vandaag de dag zo onvoorstelbaar ontwikkeld is, dat een stem die nog geen tien jaar geleden tot de absolute top zou behoren, nu niet meer is dan ‘gewoon goed’. Dat is ook het geval bij Kaspar Kröner. De sympathieke, in Nederland wonende jonge Duitser beschikt over een mooie stem met een aantrekkelijk timbre, maar een Philippe Jaroussky of een Lawrence Zazzo is hij niet.

Op zijn debuut-cd ‘Kaleidoscope of love’ heeft Kröner Engelse liederen uit de zestiende en de twintigste eeuw bij elkaar verzameld en zo zijn liefde aan het repertoire verklaard. Ik vind de cd mooi, maar niet meer dan dat en ik betwijfel of ik het nog een keer zal draaien.

Kröner is een voortreffelijke interpreet die heel erg goed weet wat hij zingt en dat is een enorm plus. Maar de verstilde, warme, toverachtige sfeer die bijvoorbeeld bij de liederen van Vaughan Williams hoort, die blijft achterwege. Daar is – het spijt mij om het te moeten zeggen – de weinig geïnspireerde pianist ook debet aan.


Een (gewetens)vraag voor conservatoria: misschien wordt het tijd om de focus te verleggen naar echte Verdi-baritons? Dáár hebben we nu gebrek aan.

Trailer van de cd:

Kaleidoscope of love
Dowland, Vaughan Williams, Gurney, Finzi, Britten e.a.
Kaspar Kröner (countertenor), Arjen Verhage (luit), Stewart Emerson (piano)
7 Mountain Records 7MNTN-004

TUTTO BUFFO

 bordogna

Klassieke cd’s verkopen niet.

Nee, ik ken de cijfers niet, maar de kranten, mochten ze überhaupt nog over klassieke muziek schrijven, zeggen dat het zo is. Dé reden dat de grote labels zich in principe alleen tot de grootste hits beperken en wie een solo album wil volspelen of -zingen moet zich goed kunnen presenteren op de cover.

Dat laatste is ook geval met de mij weinig bekende Paolo Bordogna. En toch schijnt de in 1972 geboren Italiaan één van de ’s werelds beste buffo – baritons te zijn. “Serieus grappig” kopte de Australische Limelight Magazine en noemde hem verder “the thinking man’s clown”.

Ik denk, nee, ik neem onmiddellijk aan dat het allemaal klopt, maar daarvoor moet je de zanger toch echt eerst in actie zien. Denk ik.

Naar de foto’s in het boekje te oordelen is de prettig ogende Bordogna ook een echte kameleon die zich volkomen aan zijn personages weet aan te passen. Maar, wat zonder het visuele overblijft is een zeer aangename, maar op den duur eentonige stem. Ondanks de verschillende stemmetjes die hij weet op te zetten.

Het is allemaal ontzettend knap wat hij doet, maar ik denk niet dat ik de cd vaak zal draaien: sommige aria’s horen gewoon in de complete opera thuis. Bovendien: hoeveel lol achter elkaar kan een mens verdragen?


Tutto buffo
Cimarosa, Mozart, Rossini, Donizetti, Verdi, Puccini, Mascagni, Rota
Paolo Bordogna (bariton); Filharmonica Arturo Toscanini olv Francesco Lanzillota
Decca 4811685 • 61’

Fosters opname van Der Zigeunerbaron zou wat meer schmalz kunnen gebruiken

zigeunerbaron

Het is oneerlijk om Nikolaï Schukoff met zijn illustere voorgangers te vergelijken. ‘Als Flotter Geist’, dé tenorale kraker uit de operette klinkt bij hem een beetje geknepen en de hoge c aan het eind had hij beter kunnen laten (Tauber zong hem ook niet!), ook al raakt hij hem wel.

Zijn Barinkay mist dan de luchtigheid van een Wunderlich, maar ik geef toe dat hij veel beter is dan ik aanhankelijk vreesde. Ook in de dialogen die hij opnieuw heeft ‘geadapteerd’ – wat het ook mag inhouden – weet hij mij goed te overtuigen.

Helaas blijkt mijn angst voor Claudia Barainsky (Saffi) bewaarheid, al is het voor even. ‘So elend und so treu’ helpt zij regelrecht om zeep. Hier klinkt zij zo ouwelijk en schril dat ik prompt naar Schwarzkopf verlang, om van Jurinac nog maar te zwijgen.

In de beide trio’s met Schukoff en Khatuna Mikaberidze (een prima Czipra) revancheert zij zich, en ook in het duet ‘Wer uns getraut?’ klinkt zij zonder meer goed, maar het kwaad is al geschied. Jammer, want ik bewonder de zangeres zeer.

Heinz Zednik is een heerlijke Conte Carnero. Alleen al voor hem – en voor de werkelijk fantastische Jochen Schmeckenbecher als Kálmán Zsupán (luister naar zijn ‘Da bin ich’, heerlijk!) is de nieuwe opname meer dan de moeite waard. Niet dat u veel keuze hebt, tenzij u voor de eigenzinnigheden van Harnoncourt gaat, maat dit terzijde.

Lawrence Foster dirigeert zonder meer goed. Toegegeven, von Karajan is hij niet, maar in vergelijking met bij voorbeeld Otto Ackerman of Franz Allers (beiden verschenen bij Warner met Nicolai Gedda in de hoofdrol) valt zijn lezing meer dan mee. Voor mij zou er wat meer ‘schmalz’ bij mogen, ook wat meer ‘driekwart’, maar ach! Operette (her)leeft en dat is meer dan heuglijk nieuws!


Johann Strauss jr.
Der Zigeunerbaron
Nikolaï Schukoff, Claudia Barainsky, Jochen Schmeckenbecher, Khatuna Mikaberidze, Heins Zednik, Markus Brück, Jasmina Sakr, Paul Kaufmann, Renate Pitscheider, Lawrence Foster
NDR Radiophilharmonie onder leiding van Lawrence Foster
Pentatone PTC 5186 482

Kent iemand Clari van Halévy?

clari_dvd

Wat je ook niet van diva’s en divo’s denkt: wij hebben ze nodig. Op de een of andere manier hebben wij allemaal een ‘iets’ in ons leven nodig. Een ‘afgod’ of een ‘idool’ die ons onze dagelijkse zorgen doen vergeten en ons verrijken met dat vleugje… glamour? Dromen die uitkomen? Dromen die kunnen uitkomen? Dromen?

Veel belangrijker nog dan dat is het, zeker voor de minder dromerigeren onder ons, dat wij dankzij de divo’s en de diva’s ook ontzettend veel nieuwe, onbekende en vergeten werken kunnen bewonderen. Dankzij hun status hebben ze het vaak voor het zeggen in de (in dit geval) opera-industrie. Dus speciaal op hun eigen verzoek worden er opera’s geprogrammeerd die je anders nooit van je leven live zou kunnen horen. Laat staan dat het ooit op dvd zou worden uitgebracht.

Clari, een totaal vergeten opera van Jacques Fromental Halévy, hebben wij dan aan Cecilia Bartoli te danken. Zij heeft de opera herontdekt en dankzij haar kwam het tot de productie.

Heel erg verwonderlijk is het niet. De opera was gecomponeerd voor Maria Malibran en aangezien La Bartoli de laatste tijd helemaal “in Malibran” is geweest, was het te verwachten dat ze nog een “Malibran krent” voor ons in petto had.

Jacques Fromental Halévy, nog maar een paar jaar geleden niet meer dan een naam, is inmiddels geen rariteit meer. Zijn La Juive gaat tegenwoordig alle grote operahuizen rond en heeft zelfs, in een schitterende productie van Pierre Audi, ook Amsterdam aangedaan (het komt niet terug. Waarom?! Waarom zo veel afschuwelijkste producties wel en dit niet? Wie neemt zulke idiote beslissingen?).

Maar goed: Clari? Heeft iemand ooit van Clari gehoord? Vergeet de ‘grand-opéra’, want die is mijlenver hiervan verwijderd. Clari beleefde haar première in het Théâtre-Italien in Parijs in 1828 en verdween daarna van het toneel. Het is een niemendalletje. Maar wat een heerlijk niemendalletje!

Clari is een echte opera ‘semi-seria’, dus (een beetje) dramatisch en (een boel) komisch tegelijk. De keuze voor die verhouding is aan de voortreffelijke regisseurs te danken (Moshe Leiser en Patrice Caurier). En we krijgen een happy end.

Als iemand mij vertelde dat het een pas herontdekte onbekende Rossini was, had ik het zo geloofd. Maar ook Cherubini is nergens ver weg.

De enscenering doet mij het meeste aan pop-art denken. En aan de schilderijen van Tom Wesselmann: roze koelkast, blauwe muren, pasteltinten overal … De regisseurs hebben het over “Foto-novella”, daar zit natuurlijk ook wat in, maar het is natuurlijk ook sterk met beide benen in het internet-tijdperk verankerd.

Waar gaat het over? Een arm maar o zo mooi plattelandsmeisje wordt geschaakt door een prins. Hij belooft met haar te trouwen, maar eenmaal aan zijn hof introduceert hij haar als zijn nicht. Ter ere van haar naamdag wordt er een toneelstuk opgevoerd dat haar met haar verleden confronteert. Zij valt flauw en besluit terug te keren naar haar ouderlijk huis. Haar vader wijst haar de deur, maar de prins reist haar achterna met een huwelijkscontract. Eind goed, al goed.

John Osborn is een werkelijk heerlijke Duca. Zijn stem is soepel en wendbaar. Zijn topnoten doet niemand hem na. En hij acteert voortreffelijk.

Bartoli oogt (het close-up  tijdperk!) een beetje oud voor de naïeve teenager. Haar uitstraling doet ook eerder een vrouw van de wereld dan een plattelandsmeisje vermoeden, maar ach … Zij zingt de bijna drie octaven omvattende rol voortreffelijk, acteert aanstekelijk en is leuk om te zien. Wat willen we dan meer?

Is de opera oorspronkelijk? Nee. Innoverend? Nee. Meesterwerk? Nee. Maar hoe ontzettend LEUK! Zeker in de productie uit Zürich

 

Jacques Fromental Halévy
Clari
Cecilia Bartoli, John Osborn, Eva Liebau, Oliver Wittmer, Giuseppe Scorsin, Carlos Chausson, Stefania Kaluza
Orchestra La Scintilla en het koor van van de Opernhaus Zürich olv Adam Fischer
Regie: Moshe Leiser en Patrice Caurier
Decca 0743382

Meer Halévy:

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

Anathema over en weer in grootse La Juive

LA REINE DE CHYPRE

Valentina Levko: Star of the Bolshoi

levko

Hoe is het mogelijk dat ik nooit eerder van Valentina Levko heb gehoord? Hoe kon een zangeres van haar kaliber zo onbekend blijven? Nu ik de bij Brilliant Classics uitgekomen cd-box van haar heb beluisterd, kan ik alleen maar met mijn hoofd schudden. Wat een pracht!

Wie ik het ook vroeg, niemand had ooit van Valentina Levko (1926) gehoord. Waren de opnamen, YouTube-filmpjes en recensies er niet geweest, dan zou je haast gaan twijfelen of ze überhaupt bestond. Gelukkig is er nu een cd-box; 11 cd’s, ingepakt in een eenvoudig doosje..

Als Russische werd Levko in het Bolshoi Theater voornamelijk in het Russische standaardrepertoire gecast. Ze had echter veel meer in haar mars! Op haar ‘eigen’ concertjes zong zij dan ook de hele ‘wereldliteratuur’ aan muziek: opera’s, maar ook liederen, oude muziek, volksmuziek en populaire liedjes. En dat alles meestal in de originele taal.

”Het liefst zing ik Bach”, scheen zij ooit gezegd te hebben. Bach ontbreekt er ook niet: haar “Erbarme dich” wordt ongekend mooi op de viool begeleid door Mark Lubotsky. Ouderwets? Ja. Dus?

 Zij was een operazangeres en dat hoor je, zeker in een zeer zwaar aangezette Schubert. Maar het heeft wat, want ook nostalgie is niet meer wat het geweest is.

 Op haar best is zij als Dalila en Carmen, maar ook het Spaanse lied ligt haar goed. Waar ik echter het meest door getroffen werd is “O Mensch, gib acht”, uit de derde symfonie van Mahler, in het Russisch. Het werd in 1961 opgenomen onder leiding van Kirill Kondrashin

Maar dat zij een Russische mezzo was en is staat buiten kijf. Zeven van de elf cd’s bevatten dan ook het Russisch repertoire: Russische opera aria’s, liederen van Tsjaikowski en twintigste-eeuwse Russische liederen. Nou moet u die laatste benaming niet al te letterlijk opvatten; op Prokofjev na klinken de liederen bijna allemaal als gewone Russische liedjes. Zeer melodieus, met een (voor wie de teksten verstaan) hoog “Sovjet – gehalte”. Zelf heb ik er niets op tegen, ik vind ze gewoon mooi.

Haar manier van zingen is zeer ingetogen en het ontbreekt haar aan de lelijke borsttonen die menige Slavische mezzo’s ontsierde. Haar interpretaties zijn ingetogen en sierlijk, nergens brullerig en heel erg ontroerend. Af en toe doet zij mij zelfs aan Fiorenza Cossotto denken.

Zij is ook onweerstaanbaar in Russische volksliederen. Onvoorstelbaar hoe ze de jas van haar klassieke opleiding weet af te zetten en in alle eenvoud  – nou, ja, eenvoud – weet te ontroeren. Doe het haar na! De oude romance ‘The Old Lemon Tree” zingt zij, zoals de Russen zeggen “dusjostjipatjelno”, zielsknijpend – daar krijg je vanzelf tranen in je ogen.

Naast studio- zijn er ook live opnamen, afkomstig van o.a. van DRA (Deutsches Rundfunkarchiv). Daar staat een mij onbekende cyclus van Sviridov bij, naar de teksten van Avetik Isaakyan, fascinerend.

Ongekend prachtig vind ik ook hoe zij Marfa’s aria uit Khovavnshchina  van Moessorgski vertolkt. Zeer visionair en de dreiging is voelbaar. Het geluid is een beetje dof en pover, maar dat vergeet je gauw, mede ook door het fantastische spel van Radio-Sinfonie-Orchester Berlin onder leiding van Kurt Masur. ‘Marfa’s Prophecy’ werd, samen met Ratmir’s aria uit Roeslan en Ludmilla (Glinka) in 1976 opgenomen. Deze box ga ik koesteren als een allergrootste schat.

Valentina Levko: Star of the Bolshoi
Diverse componisten, orkesten en begeleiders
Briljant Classics 9406 (11 cd’s)