opera/operette/liederenrecitals

Alle liederen van Alma Mahler

alma-mahler-lieder

 “Wat heb ik gedaan! Die liederen van jou zijn echt goed! Nu moet je meteen verder werken”!
Tien jaar nadat hij Alma had gedwongen om te stoppen met componeren, kwam Gustav Mahler op zijn woorden terug. Alma vond het toen te laat, want “tien jaar verloren ontwikkeling is niet meer in te halen”.

Toch, na de dood van Mahler, heeft ze de draad weer opgepakt. In 1915, een maand na haar huwelijk met Gropius, las ze ‘Der Erkennende’ van Franz Werfel. Totaal in de ban van het gedicht, heeft ze het op muziek gezet.

Op zestien liederen na, waarvan er  veertien nog tijdens haar leven zijn gepubliceerd, zijn al haar werken verloren gegaan. Alle zestien vinden we terug op de nieuwste uitgave van Ondine met complete liederen van Alma Mahler. Voor die gelegenheid werden ze door de Finse componist en dirigent Jorma Panula georkestreerd, en hemels mooi gezongen door de mezzo Lilli Paasikivi. Haar warme, donkere stem past de liederen als een handschoen.

Alma’s muzikale taal kan je met die van Zemlinsky of de vroege Schoenberg vergelijken, maar in de ‘Vier Lieder’ uit 1911 komt ze dichtbij Berg. Geniaal of niet, het zijn prachtige
liederen en ze zijn allemaal het aanhoren waard. Zeker als ze zo schitterend worden gezongen.

Alma Mahler
Complete Songs
Lili Paasikivi, Tampere Philharmonic Orchestra olv Jorma Panula
Ondine ODE 1024-2

Mare Nostrum: Plácido Domingo honours the Mediterranean Sea

placido_domingo_encanto_del_mar_mediterranean_songs-portada

Plácido Domingo recorded this CD in 2016. The ‘Mar’ in this case is the Mediterranean Sea. The singer who never takes a break, as Domingo is widely known, has collected songs from numerous Mediterranean countries. A surprising selection…



The Romans called the Mediterranean Sea ‘Mare Nostrum’, our sea. And that is true: the sea belongs to all of us. Domingo states on the album: “I bow before your grandeur. I am deeply grateful for the privilege of having been born in Spain, the land that is always caressed by your waters. I honour you in the only way I can: by singing your songs.”



The countries that surround the sea are all different and you can hear that in their songs. Domingo’s choice is surprising. Besides the not very exciting ‘Torna a Surriento’ and ‘Plaisir d’Amour’ (both in a new arrangement by Robert Sadin), he sings, among others, the Spanish classic ‘Del Cabello Más Sutil’ by Fernando Obradors, one of the most beautiful songs ever.

Very exciting and surprising are the Corsican polyphonic ‘Anghjulina’, sung with Barbara Fortuna and ‘Potho Reposare’, a beautiful love song from Sardinia.

I am less happy with ‘Aranjuez’, which in my opinion has already been completely milked dry, although the arrangement here is very refreshing. In its place I would have liked to hear something from Greece, because the traditional Cypriot song ‘To Yasemi’ certainly tastes like more.

There are more things of beauty on the CD. ‘Adio Kerida’ for example, sung in Ladino, one of the best known songs of the Spanish Jews.

Natan Alterman

Or the Israeli ‘Layla Layla’ by poet Natan Alterman, sung in perfect Ivrit. Or ‘Lamma Bada Yatathana’, a ‘muwashshah’ from Arab Andalusia, from the 12th century, with a typical North African rhythm (samai thaqil).

Trailer:

Sony 8875006852

Waarom wordt Maometto secondo niet vaker uitgevoerd?

Tekst Peter Franken

Deze opera had première in Napels in 1820 en markeert min of meer het einde van Rossini’s Napolitaanse periode. Voor Venetië presenteerde de componist in 1822 een omgewerkte versie die in 2005 in La Fenice te zien was. Een opname hiervan is uitgebracht op het label Dynamic. De regie, decors en kostuums zijn van Pier Luigi Pizzi.

Rossini nam de opera mee naar Parijs waar een Franse versie in 1826 werd gespeeld onder de titel Le siège de Corinthe. Anders dan de Italiaanse versies kon het werk hier wel op de goedkeuring van het publiek rekenen.

De titelheld Maometto secondo is de Turkse sultan die uiteindelijk er in slaagde Constantinopel in te nemen, nadat zijn voorgangers daar hun tanden op stuk hadden gebeten. Vervolgens gaat hij aan het veroveren in het Byzantijnse achterland en stuit daarbij op de Venetiaanse kolonie Negroponte, het eiland Euboea dat na het verdwijnen van het Latijnse rijk buiten de greep van het herrezen Byzantijnse rijk was gebleven.

De handeling draait om de val van de kolonie waarbij de gouverneur Erisso en zijn dochter Anna in handen van de Turken vallen. Toen Erisso enige tijd daarvoor een paar maanden op dienstreis naar Venetië was, had hij Anna in Corinthe achtergelaten waar ze de edelman Uberto had leren kennen. Als Erisso haar bij wijze van aanmoedigingspremie wil uithuwelijken aan zijn belangrijkste generaal Calbo, raakt ze geheel in de war en biecht op verliefd te zijn op deze Uberto. Maar Erisso meldt dat de goede man zich in zijn gevolg had bevonden, zodat de conclusie moet zijn dat Anna is bedrogen. Niet geheel onverwacht blijkt degene die zich voor Uberto uitgaf niemand minder te zijn dan Mahomet zelf. Hij was vermomd het terrein aan het verkennen en daarbij op Anna gestuit.

Ondanks dit bedrog houdt Anna nog steeds van hem en hij van haar, wil haar beslist niet opgeven, ook nu ze Erisso’s dochter blijkt te zijn. Dat leidt tot de nodige verwikkelingen, de ene nog onwaarschijnlijker dan de andere, waarbij uiteindelijk Maomettto wordt verslagen, de aftocht blaast en Anna met Calbo in de echt wordt verenigd. Het is een keuze natuurlijk, dat happy end. In de eerste versie was dat anders, Maometto wordt immers in werkelijkheid niet verslagen en binnen de kortste keren wordt heel Griekenland onder de voet gelopen.

Sobere decors en oriëntaalse kledij kenmerken het toneelbeeld. Pizzi heeft de regie beperkt opgevat, kan ook moeilijk anders in een opera waarin weinig meer gebeurt dan ‘praten’. Eindeloze monologen en dialogen, een enkel kwartet, daar vult Rossini de tijd mee. Muzikaal brengt hij niets nieuws, de componist herhaalt zichzelf tot in den treure. Het is echt een werk uit de Rossini productielijn, weer eentje af.

De titelrol wordt vertolkt door de bas Lorenzo Regazzo, zeer verdienstelijk. Zijn stemtype kondigt al aan dat hij geen kans maakt op het meisje. Zeker niet nu hij een contralto als tegenspeler heeft in de persoon van Calbo, vol overgave gezongen door Anna Rita Gemmabella. Calbo verdedigt Anna bij haar vader als ze gezwicht lijkt te zijn voor Maometto’s avances. Die geeft haar zelfs zijn zegelring om te voorkomen dat ze wordt lastig  gevallen in zijn afwezigheid. Anna maakt daar handig gebruik van om haar vader en Calbo te bevrijden. Calbo’s pleidooi is een moment waarop Gemmabella kan tonen wat ze waard is.

De sopraan Carmen Giannattasio neemt de rol van Anna op zich, die liever zichzelf doodsteekt dan toe te geven aan haar ongedoofde liefde voor ‘Uberto’. Uiteindelijk wordt er voor haar beslist en wordt ze door haar vader alsnog aan Calbo gekoppeld.

Giannattasio geeft een prachtige vertolking van deze belcanto partij, de zaak komt tot leven als zij mag zingen. Ze was in Amsterdam te beleven in een andere Rossini opera, als de galeriehoudster in Il viaggio a Reims.

Ook de inbreng van de ervaren Rossini tenor Maxim Mironov is uitstekend verzorgd. Ik zag hem in Luik in La donna del Lago en in Gent in Otello, allebei zeer geslaagde optredens. In deze opera geeft hij gestalte aan gouverneur Erisso die de dood verkiest boven overgave en zijn dochter ‘troost’ met een dolk zodat ze zich kan neersteken voor haar eer wordt geschonden. De muzikale leiding is in handen van Claudio Scimone.

Prachtige nieuwe cd van Magdalena Kožená en Yefim Bronfman

Dit is een werkelijk schitterende cd en dat niet alleen vanwege de mooie stem van Magdalena Kožená. Ook niet vanwege het repertoire, want de liederen van Mussorgsky (laat staan Brahms) zijn al honderden keren opgenomen.

Het is ook niet de eerste keer dat Kožená samen met de meesterpianist Yefim Bronfman werkt: ze hebben al die liederen al eerder op verschillende recitals samen uitgevoerd en dat hoor je. Ze zijn goed op elkaar ingespeld en dat maakt dat de opname klinkt als een perfect huwelijk. Beide partners weten wat ze aan elkaar hebben, ze verrassen elkaar niet echt maar maken de luisteraar getuige van iets bijzonders.

Wat de cd echter zeer interessant maakt zijn de liederen van Béla Bartók, want die hoor je niet vaak.  Bartók was een verzamelaar en arrangeur van volksmuziek uit Midden- en Oost-Europa en de inspiratie voor zijn cyclus ‘Dedinské scény’ (Dorpstafeleren) deed hij rond 1915 in de tegenwoordig Slovaakse provincie Zólyom. De liederen zijn in het Slovaaks en dat kunnen we aan Kožená overlaten. Dat zij haar talen kent dat weten we van al haar eerdere opnamen, dus ik kijk er niet van op dat ook haar Russisch en Duits werkelijk perfect zijn.

Nostalgia
Liederen van Béla Bártok, Modest Mussorgsky en Johannes Brahms
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Yefim Bronfman (piano)
Pentatone PTC5186777

Nicolai Gedda, lyric poet of the tenor voice

Scandinavia is a cradle of good voices. They have a singing culture that we can only dream of. No wonder, then, that many world-famous singers come from there. Nicolai Gedda is one of them. The Swede born on July 11, 1925 spent the first nine years of his life in Leipzig, where his Russian father was appointed cantor of the Russian Orthodox Church. From childhood he was fluent in Swedish, Russian and German, to which he added a lot more languages later in life.

Gedda was an exceptionally musical and intelligent singer with a healthy technique, which allowed him to have a very long singing career. I myself heard him for the first time when he was well over seventy, but his voice was still young and fresh.

His repertoire included, apart from the heroic roles, basically everything: opera, operetta, oratorios, songs, old and modern. Bach, Mozart, Haydn, Schubert, but also Massenet and Puccini, Bernstein and Barber. The latter composed the role of Anatol (Vanessa) especially for him.

Below: Nicolai Gedda sings ‘Outside this house the world has changed’ from Barber’s Vanessa


In 2010, it was fifty years since Gedda made his first recording for EMI, and to celebrate this, 11 CDs were compiled with anything and everything from his rich repertoire. An absolute must for anyone who loves the art of singing.

Below: Nicolai Gedda and Maria Callas in ‘Vogliatemi Bene’ from Madama Butterfly

Gedda sings Rachmaninov in Salzburg 1974:

In 2010, it was fifty years since Gedda made his first recording for EMI, and to celebrate this, 11 CDs were compiled with anything and everything from his rich repertoire. An absolute must for anyone who loves the art of singing.




Here is a small selection of his many capabilities:

Over Eisler, Brecht, exil en Hollywood

Wij leven in een heel merkwaardig tijdperk. De ene componist na de andere duikt uit de vergetelheid op en begint aan een (her)nieuw(d)e zegetocht. Tenminste als hij (zij) geluk heeft, want niets is zo kort als menselijk geheugen en veel van de ‘uitgegraven’ componisten zitten, nadat ze een keer (of twee) uitgevoerd en/of opgenomen werden alweer onder een dikke laag stof. Want: “Geen dag zonder Bach” en de pianoconcerten van Beethoven moeten voor de honderd miljoenste keer opgenomen worden.

Hanns Eisler is eigenlijk nooit _echt_ vergeten geweest, wat hij mede te danken heeft aan zijn vriend en schrijver van de teksten voor zijn liederen en cantates, Bertolt Brecht. In de serie ‘Entartete Musik’ van Decca verscheen in 1998 tweede cd met de muziek van Eisler: liederen die hij componeerde tijdens zijn exil in Hollywood.

Eisler was de enige niet die zijn toevlucht in het Mekka van de filmindustrie heeft gezocht en daar zijn geluk beproefde, en ook hij heeft een paar films op zijn naam staan. Zijn voornaamste bezigheid was echter les geven, eerst in New York en Mexico en vanaf 1942 aan de University of Southern California.

Eisler en Brecht in Leipzig

In Hollywood werd Eisler verenigd met Brecht en in mei dat jaar begon hij te werken aan het  ‘Hollywood Songbook’. Voor de meeste van de liederen die hij componeerde tussen mei ’42 en december ’43 gebruikte hij gedichten die Brecht schreef tijdens zijn verblijf in Scandinavië in de jaren 1938 – 1940 (de zgn ‘Steffinsche Sammlung’),

Toen Brecht tijdelijk in New York verbleef, greep Eisler naar andere dichters: Hölderlin, Pascal, Eichendorff, Goethe. Er is een wezenlijk verschil tussen de zettingen: de ‘Brecht liederen” zijn vaak verbitterd, agressief, soms cabaretesk van aard; de andere zijn veelal melancholieker, melodieuzer, meer in de traditie van de liedkunst verankerd.

Matthias Goerne was toen, ondanks zijn jonge leeftijd (ten tijde van de opname was hij 31) geen onbekende meer en had al een paar recitals op zijn naam staan. Hij heeft een wonderschoon timbre en zingt met alle begrip voor de teksten. Jammer genoeg lijkt hij veel te veel op zijn illustere voorganger (ik noem geen namen) en dat is voor mij storend, al kan het voor iemand anders een aanbeveling zijn. Peanuts, eigenlijk, want voor zo ver ik weet is het de enige opname van de complete ‘Hollywood Songbook’, dus mocht u hem tegenkomen: meteen kopen!

Hij wordt buitengewoon kundig begeleid door Eric Schneider.

Hanns Eisler
The Hollywood Songbook
Matthias Goerne (bariton), Eric Schneider (piano)
Decca 460582-2

bridges

Mocht u willen weten hoe een verjazzde ‘Hollywood Songbook’ klinkt luister naar Laurent Naouri. Het is best leuk om te ontdekken hoe ontzettend Weill-achtig verjazzde Eisler klinkt. Luister naar de ‘Kalifornischer Herbst’, die zou zo uit één van diens “shows” kunnen komen.
Het is een cd die je het beste kunt beluisteren de nachtelijke uurtjes, met een glas whisky erbij.

Bridges
Hollywood Songbook (extracts) & Improvised Variations
Laurent Naouri (basbariton), Guillaume de Chassy (piano), Thomas Savy (klarinetten) Arnault Cuisinier (contrabas)
Alpha 210

Dmitri Hvorostovsky in two live recitals


Songs and Dances of Death (VAI 4330)

Hvorostovsky Dutoit


After Hvorostovsky won the Cardiff Competition in 1989, record companies were queuing up to sign a contract with him. Philips was chosen and promptly a small number of recitals and a few complete operas were recorded with him.

Hvorostovsky in Cardiff:



It was all too premature, Hvorostovsky was not ready: he did not speak any languages but his own, and his repertoire was much too limited. His contract was not renewed, and things went downhill for him.

But he redeemed himself in a big way! On 18 July 1998, he gave a recital for thousands of enthusiastic listeners at the Festival de Lanaudière. He sang the Songs and Dances of Death by Mussorgsky, followed by a number of arias.



I have to confess that I had been planning to read a book to help me pass the time, but I never did. Instead I listened breathlessly to his velvety voice, his matchless legato and his flawless interpretation, which moved me to tears. As Hvorostovsky is such a very charismatic singer, it is a pure unadulterated pleasure to be watching him.

Hvorostovsky and Charles Dutoit in Rossini’s ‘Largo al Factotum’ (Barbiere di Seviglia by Rossini):



Russian Songs from the war years (VAI 4318)

Hvorostovsky War years


Patriotism has become an old-fashioned word. Everything has to be international, global, multicultural and cosmopolitan, and maybe that’s for the best. The Second World War ended seventy-five years ago, and it seems so long gone….

Yet there are still people alive who experienced ‘The Great Patriotic War’. There are still (personal) stories. And then there are the songs. I grew up with them; the Russian songs from that time. My mother, who had fought in the Red Army throughout the war, sang them instead of lullabies, and they made me dream about the lonely accordionist looking for his beloved.

None other than Dmitri Hvorostovsky brought them back to the concert hall, and on 8 April 2003 he performed them for no less than 6,500 spectators in the Kremlin Palace.

Below, Hvorostovsky sings  “Журавли” (Cranes) from the film “When the cranes fly over”, by Mikhail Kalatozov:



The arrangements have been slightly altered; they sound less over the top, they have been loosened up a little and they are foremost nostalgic. There is no ‘hurrah patriotism’.

Hvorostovsky sings in a clearly relaxed way, with a mild smile around his mouth, without any vocal exaggeration or obvious articulation. A bit like a crooner, a Sinatra or a Bing Crosby.

The audience sniffles softly and mouthes the words, soundlessly singing along. I too become fascinated and feel a tingling sensation in my eyes. Nostalgia? My Dutch friend, born on Curaçao, was just as moved. Very touching.

Mariusz Kwiecień and his Slavic heroes.

kwiecienheroescd

The young Polish baritone Mariusz Kwiecień (Difficult to pronounce? I am going to help you! It is, in Dutch: Marjush Kfjetsjenj) is hot, really hot. The ‘Barihunks’ site was created especially for him. Still ….. no matter how much I admired the young Pole’s acting skills and charisma – the voice usually left me cold. But little boys grow up and the truth must now be told: I was mistaken.

When I saw his Onjegin directed by Dmitri Tcherniakov (Bel Air BAC046), I was already won over, but now, with his first (sic!) solo CD, I can only deeply bow my head in admiration. First of all, it is the choice of repertoire. Along with his greatest starring roles: Yevgeny Onegin and Krol Roger by Szymanowski, he sings mainly unknown treasures from the Slavonic operas.

As an opera lover, you may know the baritone aria from Sadko by Rimsky-Korsakov and perhaps ‘Oh Mariya, Mariya’ from Tchaikovsky’s Mazeppa. But have you ever heard of Smetana’s Čertova stěna? Or Verbuum Nobile by Stanislaw Moniuszko? That is what I mean!

Apart from the choice of repertoire, we are dealing with a voice and – it must be said – his voice sounds like a bell! Beautiful, warm and very attractive. The Polish Radio Orchestra, conducted by Łukasz Borowicz, also sounds excellent.



Mariusz Kwiecień
Slavic Heroes
Arias by Tchaikovsky, Moniuszko, Szymanowski, Rachmaninov, Dvorak, Smetana and others.
Polish Radio Symphony Orchestra conducted by Łukasz Borowicz
Harmondia Mundi HMW906101

Een eeuw liedkunst als EU avant la lettre

In deel vier van een overzicht wat ‘Een eeuw Liedkunst 1810–1910’ verdeeld naar decades moet worden, komen liederen aan bod die gecomponeerd zijn tussen 1840 en 1850. Daar men er zowat de beste liedzangers voor heeft geëngageerd die we tegenwoordig rijk zijn maakt het project tot één van de beste uitgaven op dat gebied, zeker van de laatste jaren.

Het programma is zeer gevarieerd en kent grenzen noch genres, en de emoties wisselen elkaar in rap tempo af. Zweden, Rusland, Frankrijk, Duitsland en Italië staan broederlijk naast elkaar, een soort EU avant la lettre waarin elk land zijn individuele karaktereigenschappen behoudt.

De zeer spannende en verrassende ‘reis’ begint in 1840 en dat betekent dat we met Liederkreis op. 24 van Schumann beginnen. De bitterzoete cyclus naar de gedichten van Heine behoort nog steeds tot de mooiste en de beste wat op het gebied van liedkunst is gecomponeerd.

De uitvoering door Florian Boesch is precies wat ik er van verwachtte. Minder lyrisch misschien dan van veel van zijn collega zangers maar zo ontzettend ingeleefd dat het zeer doet. In zijn interpretatie hoor je dat bitterzoete: het doet pijn maar het is ook dichterlijk en daardoor zeer indrukwekkend.

Anush Hovhannisyan en Alexey Gusev betoveren in de liederen die Dargomyzsky voor zijn studenten heeft geschreven en Ida Eveline Ränzlöv overtuigt in de niemendalletjes van Lindblad.

Malcolm Martineau aan wie we het project te danken hebben behoort al jaren tot de beste zangers- pianisten ter wereld. Moeiteloos weet hij de verschillende emoties over te brengen en het is ook zonder twijfel zijn verdienste dat de uitgave van de eerste tot de laatste noot extreem boeit.

Alle teksten zijn in de oorspronkelijke taal en in de Engelse vertaling afgedrukt en de introductie door professor Susan Youens is zeer interessant om te lezen. Koop de cd en laat je verrassen!

Decades. A Century of Song volume 4
Liederen van Schumann, Dargomyzsky, Donizetti, Franck, Geijer, Josephson, Lindblad, Mendelssohn
Anush Hovhannisyan (soprano), Ida Eveline Ränzlöv (mezzo-soprano), Nick Pritchard (tenor); Oliver Johnston (tenor), Florian Boesch (baritone), Alexey Gusev (baritone), Samuel Hasselhorn (baritone); Malcolm Martineau (piano); Vivat 119

 

 

 

I wonder as I wander: onbeschrijfelijk mooi maar …

De Britse bariton James Newby won de Kathleen Ferrier Award in 2016. Hij was toen maar 25, best jong voor een bariton. Maar er kwam nog meer. Hij ontving de Wigmore Hall/Independent Opera Voice Fellowship, kreeg de Richard Tauber Prize en… en… en… Het houdt niet op en dat maakt een mens natuurlijk nieuwsgierig.

Onlangs heeft BIS een cd opgenomen waarop Newby liederen van Beethoven, Britten, Schubert en Mahler zingt. Alles met een zeer aansprekelijke titel ‘I wonder as I wander’, iets wat eigenlijk niet goed in het Nederlands vertaald kan worden. Wat ook niet erg is want de titel dekt de lading niet en is duidelijk door een PR-bureau bedacht.

Ik las dat de leidraad van het recital het verlangen naar het elders willen zijn is, in de buurt van de verre geliefde. Het zal wel. En eerlijk gezegd maakt het mij niets uit, want de liederen die hij zingt zijn, allemaal, onbeschrijfelijk mooi. Allemaal. Waarbij ik mijn voorkeur voor Brittens bewerkingen van volksliedjes moet bekennen.

Britten ligt de jonge bariton ook het beste. Newby beschikt over een onwaarschijnlijk mooie stem waar je waarachtig verliefd op kunt worden en zijn voordracht is onberispelijk. Het is alleen zo jammer dat het allemaal zowat hetzelfde klinkt. Om te huilen zo mooi maar op den duur gewoon saai.

Joseph Middleton blijft een beetje op de achtergrond. Jammer, want hij is een meer dan voortreffelijke begeleider.


Liederen van Beethoven, Schubert, Mahler en Britten
James Newby (bariton), Joseph Middleton (piano)
BIS 2475