
opera/operette/liederenrecitals
Duparc en de ondraagelijke zwaarheid van het bestaan

Wie het onzalige idee heeft gekregen om de lichter-dan-lichte liederen van Henri Duparc te laten zingen door een bas, die verdient straf. Hiermee wordt geweld gedaan niet alleen aan de liederen, maar ook aan de, denk ik, voortreffelijke zanger.
Andrea Mastroni beschikt over een mooie, warme bas met een zeer aangenaam timbre en met mijn ogen dicht zie ik hem al op de operabühne staan!
Helaas: liedzanger is hij niet. Hij weet mijn aandacht geen seconde vast te houden en de prachtige liederen klinken bij hem saai en ongeïnspireerd. Ik durf het bijna niet zeggen, maar bij vlagen klinkt hij zelfs vals.
De zware uithalen waarop hij ons in Romance de Mignon trakteert vind ik hoogst irritant en L’invitation au voyage gaat zo verschrikkelijk ten onder aan de ‘ondraaglijke zwaarheid van het bestaan’ dat ik het kleinootje amper heb kunnen herkennen. Dat is geen interpreteren meer, dat is de leed van de hele wereld op je schouders te nemen en het iedereen te laten weten ook.
Zijn pianist, Mattia Ometto, is een grote afwezige. Zo te horen schikt hij zich naar wat de bas wil: zo goed mogelijk de hopeloze ellende naar de goede slechte einde te brengen. Jammer. De cd draagt de titel Lamento. Terecht. Het is één en al treurigheid.
HENRI DUPARC
Lamento
Complete songs
Andrea Mastroni (bas), Mattia Ometto (piano
Briljant Classics 95299 • 62’
Zo vader zo zoon: ontmoet de Prégardiens

Friedrich Silcher was behalve een in zijn tijd beroemd liedcomponist ook een verwoed verzamelaar van volksliedjes, die hij vervolgens arrangeerde voor zangstem en piano. Daar werd er in de (voornamelijk) negentiende eeuw dankbaar gebruik van gemaakt: zo wisten hele families, inclusief vrienden en buren zich er avondenlang mee met te vermaken.
Hier moest ik sterk aan denken toen ik de prachtige cd met Duitse liederen in handen kreeg die vader en zoon Pregardién voor ons (en zonder twijfel voor zichzelf) hadden opgenomen.
Prégardien junior heeft samen met pianist Michael Gees liederen van onder anderen Schubert en Brahms bewerkt voor twee tenoren en piano en het resultaat is behalve verrassend en fris ook adembenemend mooi. De ‘Erlkönig’ van Schubert, hier letterlijk als gesprek tussen vader en zoon gepresenteerd, krijgt zo een extra emotionele lading. Heftig.
Zeer verrassend klinkt ook ‘Die Nacht’, een van oorsprong voor mannenkoor a capella gecomponeerd lied van Schubert: twee stemmen en een piano maken er een nieuw lied van. De vijf duetten met mondharmonica begeleiding van de Duitse componist Hermann Zilcher zijn dan wel een curiosum, maar wat een verrukkelijk curiosum!
Maar we moeten Friedrich Silcher zelf ook niet vergeten. Zijn ‘Loreley’ behoort ongetwijfeld tot de bekendste Duitse liederen dat werkelijk door alles en iedereen werd gezongen, inclusief Mireille Matthieu en er bestaat zelfs een versie voor karaoke. Het mooist vind ik het lied in de uitvoeringen van Heinrich Schlusnuss en Richard Tauber, maar de heren Prégardien kunnen er ook wat van! Mede dankzij het baritonale timbre van vader Christoph en het licht zoetige van zijn zoon, lijkt het alsof Tauber en Schlusnuss speciaal bij elkaar kwamen om in het lied verenigd te worden.
Michael Gies heeft er blijkbaar net zo veel plezier in als de zangers. En de luisteraar, natuurlijk. Heerlijke cd!
een uitgebreide trailer van het album:
FATHER AND SON
Liederen van Silcher, Schubert, Zilcher, Brahms, Schumann
Christoph & Julian Prégardien (tenor)
Michael Gies (piano); Fabienne Waga & Patricia Messner (mondharmonica)
Challenge Classics CC72645
Le Rossignol et la Rose

De Israëlische sopraan (haar naam spreek je op zijn Nederlands uit: Chen dus en niet Tsjen) Chen Reiss behoort tot ’s wereld mooiste en meest geliefde sopranen.
Haar discografie vermeldt vijf solo albums, waarvan La Rossignol et la Rose een voorbeeld is van een perfect samengesteld recital.
Inderdaad: zoals een nachtegaal en een roos, de match made in heaven.
Het motto van het recital: “De nachtegaal zong de hele nacht door en met zijn zoete geluid liet hij de rozen bloeien” leidt een verhaal in vijf delen in; een verhaal van liefde, verlangen, eenzaamheid en pijn. En humor, want ook in het leven van de mistige romantiek valt wel eens wat te lachen.
De titel van de cd is ontleend aan de vocalise van Saint Saëns, waarin Reiss ons al haar kunnen op een schotel presenteert en dat is niet niets.
Bijzonder geroerd werd ik door Die Nachtigall van Krenek, een lied dat ik niet kende en niet gauw met de componist zou associëren. De prachtige tekst is van Karl Kraus, een dichter die volgens de componist een grote invloed op hem heeft gehad. Reiss doet je naar adem happen van bewondering: haar hoge noten zijn loepzuiver en zoet.
Bellini’s Vanne o rosa fortunata is een heerlijk niemendalletje, maar La Rosa y el sauce van Guastavino kan je niet onberoerd laten. Het verhaalt over een roos die in de schaduw van een wilg opbloeide, maar geplukt werd door een jong meisje, de wilg treurend achterlatend. Samen met Reiss. En met ons.
In Shnei shoshanim van Mordechai Zeira laat Reiss ook de donkere kant van haar stem horen. Hierin doet zij mij een beetje aan Nethania Devrath denken, een van de beroemdste Israëlische sopranen uit de jaren zestig. Maar ook Victoria de los Angeles is niet ver weg.
Haar Mahler vind ik iets minder en in Heidenröslein van Schubert doet zij mij haar voorgangsters (Lucia Popp!) niet vergeten. Maar dan komt de “reddende engel” in de gedaante van de pianist. Charles Spencer is meer dan een begeleider alleen. Luister maar naar de intro tot Krenek of de parelende noten in Rosenblätter van Meyerbeer. BRAVI!
Le Rossignol et la Rose
Purcell, Hahn, Mahler, Meyerbeer, Strauss, Bellini, Guastavino, Berg e.a.
Chen Reiss (sopraan), Charles Spencer (piano)
Onyx 4104 • 72’
Nocturnes: imponerende eerste solo-recital van Rupert Charlesworth

Tot voor kort kende ik Rupert Charlesworth alleen maar van naam. Drie jaar geleden was hij van de partij bij de opvoering van Acis en Galathea van Händel in de Amsterdamse ZaterdagMatinee en in februari 2015 deed hij mee aan Katie Mitchell’s Trauernacht, maar geen van beide voorstellingen heb ik opgezocht.
Charlesworth is jong, nog maar 28, maar met zijn eerste solo-recital weet hij mij toch te bijzonder te imponeren. Zijn stem klinkt net als zijn naam: gedistingeerd en zeer Engels, iets waar ik een bijzonder zwak voor heb. Zijn timbre is buitengewoon aangenaam en zijn pianissimo onweerstaanbaar en zowat volmaakt. Hij toont ook ontzettend veel begrip voor wat hij zingt.
Dat hij nog veel heeft te leren is evident, zo is zijn voordracht soms een beetje te oudemuziek-achtig, waardoor zijn Jungling und der Tod mij meer aan Bach dan aan Schubert doet denken. Het is ook jammer dat hij in de 53 minuten dat de cd duurt (53 minuten? Hallo?) veel te veel er doorheen jast: Fauré, Schubert, Gourney, Bax…. noem maar op!
Het is te veel van het goede, zeker omdat hij soms nog te weinig verschillen tussen de componisten weet aan te brengen. Toch: voor zijn Eyes look into the well van Berkeley of Kling Leise, mein Lied II van Liszt kun je mij midden in de nacht wakker maken.
Edwige Herchenroder is een goede, maar niet een echt bevlogen begeleidster.
Der Mund van Schubert klinkt bijna schools en zij loopt niet echt in de maat met de zanger, maar in Night covers up the rigid land van Benjamin Britten kan zij mij zonder meer overtuigen
Nocturnes
Liederen van Fauré, Duparc, Schubert, Brahms, Liszt, Britten, Bax, Berkeley, Gurney e.a.
Rupert Charlesworth (tenor), Edwige Herchenroder (piano)
Zig-Zag Territories ZZT 335
Karine Deshayes zingt Rossini: leuke cd van sympathieke zangeres
Ik heb niet eerder van Karine Deshayes gehoord. Op de cover prijkt een foto van een leuke jonge vrouw met pretogen, en zo klinkt haar stem ook. Jeugdig, vol elan en met veel brille.
Haar timbre is zeer aangenaam en warm van klank. De vraag is alleen of het voldoende is om je aandacht niet alleen op te eisen maar ook 73 minuten vast te houden… Mij was zij in ieder geval ergens halverwege de cd al kwijt, nog vóór “Una voce poco fa”, een aria die ik niet meer kan hóren, maar daar kan zij niets aan doen.
In het tekstboekje staat dat zij bij de rollen wilde blijven die zij al op de bühne had gezongen, maar soms is een uitdaging een pré, al gebeurt het alleen in de studio.
Dat hoor je in de cantate “Giovanna d’Arco”, die dan meteen het hoogtepunt van de cd is, al is het alles behalve volmaakt.
Er staan ook liedjes op, gearrangeerd door de dirigent en die vind ik heel erg leuk. Ik denk dat het veel beter was geweest als zij meer van die ‘dingetjes’ had opgenomen en wat minder ‘bravoura’.
Het ensemble Les Forces Majeurs onder leiding van Raphael Merlin dirigeert licht en in hun ongekunsteldheid passen ze precies bij de stem van Deshayes. Het is een leuke cd van een sympathieke zangeres.
Gioachino Rossi
Aria’s en liederen
Karine Deshayes (mezzosopraan); Les Forces Majeures olv Raphael Merlin
Apartemusic AP121 • 73’
Une amoureuse flamme: Karine Deshayes betovert in Franse opera aria’s
Bridges: Laurent Naouri ‘verjazzt’ Eissler en Prokofjeff

Het is niet de eerste keer dat de vermaarde basbariton Laurent Naouri een uitstapje maakt buiten het geijkte klassieke repertoire. Net als zijn vrouw, de sopraan Natalie Dessay zingt ook hij het ‘lichtere genre’, veelal samen met jazzmusici. Iets, wat vaak uitmondt in jamsessions en improvisaties.
Ik ken maar één uitvoering van de (complete, dat wel) Hollywood Songbook van Hanns Eisler: met Matthias Görne en Eric Schneider in Decca’s onvolprezen Entartete Musik serie, helaas is de cd inmiddels vervallen. Bovendien: er valt niets te vergelijken. Beide cd’s zijn grandioos in hun eigen soort.
Görne is eigenlijk een must, dus mocht u hem tegenkomen: meteen kopen. ‘Naouri and friends’ kunt u bewaren voor de nachtelijke uurtjes, met een glas whisky erbij.
Grappig eigenlijk hoe ontzettend Weill-achtig verjazzde Eisler klinkt, voornamelijk de ‘Kalifornischer Herbst’. Die zou zo uit één van Weill’s Amerikaanse shows kunnen komen.
Behalve Eisler hebben de musici ook Prokofjeff verjazzd. Pianist Guillaume De Chassy arrangeerde delen van diens piano- en vioolconcerten voor stem. Daarvoor gebruikte hij teksten van vier Russsiche dichters: Tsvetajeva, Poesjkin, Lermontov en Jesenin. Naouri zingt ze in een perfect Russisch, ieder woord is makkelijk te verstaan.
Maar het is niet alleen Naouri’s stem die de stemming bepaalt, de eigenlijke hoofdrollen zijn weggelegd voor het trio Guillaume de Chassy (piano), Thomas Savy (klarinetten) en Arnault Cuisinier (contrabas). Denk alleen niet dat je Prokofjeff nog ergens in herkent, mij is het in ieder geval niet gelukt.
Onbelangrijk, eigenlijk. Het draait tenslotte om de improvisaties en daar zijn de heren werkelijke meesters in.
Minpunt: het tekstboekje is helaas nogal slordig en een cd met tijdsduur van 45 minuten is gewoon een gotspe
En mocht u de smaak te pakken hebben, hieronder hoort u Laurent Naouri en de Chassy in ‘My Romance’:
Bridges
Hanns Eisler:
Hollywood Songbook (extracts) & Improvised Variations
Sergej Prokofjev:
Transcriptions
Laurent Naouri (basbariton), Guillaume de Chassy (piano), Thomas Savy (klarinetten) Arnault Cuisinier (contrabas)
Alpha 210
György Kurtág en zijn tachtigste verjaardag

György Kurtág, de zonder twijfel grootste nog levende componist, werd in februari 2006 tachtig jaar oud, wat overal ter wereld feestelijk werd gevierd. In Boedapest werd er zelfs een Kurtág 80 Festival in het leven geroepen, waar enkele van zijn werken hun première hebben beleefd.
…Concertante… voor viool, altviool en orkest ontstond al in 2003, maar in 2006 heeft Kurtág het volledig gereviseerd. De compositie, opgedragen aan Hiromi Kikuchi en Ken Hakii en gerealiseerd in samenwerking met de artiesten, werd beloond met de prestigieuze Grawemeyer Award.
Het is een wonderschoon werk, met veel fluistertonen en droombeelden, dat in een verstilde epiloog zachtjes, gelijk een nachtkaars, uitgaat. Zonder twijfel is het een echt meesterwerk, en de uitvoering op deze cd is zo perfect en prachtig, dat het gewoon niet nog mooier kan. Daar krijg je tranen van in je ogen.
In Zwiegespräch, met zijn sterke Hongaarse accenten en waarneembare invloed van Mahler en Webern, is de lyrische klank van het Keller Quartet letterlijk versterkt door een synthesizer, bespeeld door György Kurtág junior.
De tweede cd eindigt met enkele Játékok (Spelletjes), gespeeld door Kurtág zelf met zijn vrouw Márta. Maar voor het zover is kunt u nog wegdromen bij Hipartita voor vioolsolo.
György Kurtág
diverse werken
György en Márta Kurtág, Hiromi Kikuchi, Ken Hakii, Keller Quartet, Hungarian National Philharmonic Orchestra/Zoltán Kocsis
BMC CD 129 (2cd’s)
KAFKA-FRAGMENTE

Ook de Duitse firma ECM is de tachtigste verjaardag van Kurtág niet vergeten. In februari 2006 brachten ze een nieuwe registratie uit van Kafka-Fragmente, wellicht zijn belangrijkste werk.
De compositie is ontstaan in de jaren 1985 – 1986, in nauwe samenwerking met de violist András Keller, een Kurtág promotor pur sang, die hem in de technisch instrumentele kwesties adviseerde. In 1987 verzorgde Keller, samen met Adrienne Csengery, de première tijdens het Festival van de Moderne Muziek in Witten.
Kurtág baseerde zijn stuk op flarden uit Kafka’s dagboeken en brieven, die hij aaneen smeed tot een uur durend geheel. Die fragmenten, veertig in totaal, werden willekeurig over vier delen verspreid. Hun volgorde werd uitsluitend muzikaal bepaald, de teksten werden ondergeschikt gemaakt aan de muziek.
Kurtág voelde zich altijd al sterk tot Kafka aangetrokken. Al vanaf zijn jeugd verzamelde hij alle teksten, waarvan hij dacht dat het “componeerbaar” zou kunnen zijn. Er is ook een zekere overeenkomst tussen beiden: hun Centraal Europees Joodse wortels, hun hoge mate van zelfkritiek en hun lange periodes van inactiviteit.
De kleine fragmentjes zijn zeer verschillend van sfeer, tekst en muziek zijn symbiotisch met elkaar verbonden. De uitvoering kan niet beter – een monumentaal verjaardagscadeau.
György Kurtág
Kafka-Fragmente op.24
Juliane Banse (sopraaan), András Keller (viool)
ECM New Series 4763099
Kan een cd te liefelijk zijn?

Waarom gebeurt het niet vaker? Waarom solitair de wereld veroveren als je het ook
samen kan doen? Met zijn tweeën de bühne op of de studio in en dan lekker duetten? Twee stemmen die elkaar opzoeken, elkaar ondersteunen en in elkaar overgaan. Af en toe een eigen weg inslaan om dan terug te keren naar het volmaakte unisono… Noem het een ouderwets huwelijk. Of gewoon een vriendschap. En het gekke is: ook de luisteraar kan er dubbel plezier aan ontlenen.
Zo ook aan deze heerlijke cd met duetten van Schumann, Mendelssohn en Cornelius. Het recital begint met een zeer fraai door de bariton gezongen Dein Angesicht van Schumann, een mooie en warme binnenkomer. Daarna komt de sopraan er bij en het feest kan beginnen.
De zes duetten op.16 van Cornelius zijn misschien niet het hoogste wat een liedkunst heeft voortgebracht, aangenaam is het wel. Denk aan de bloemenvelden in ‘wunderschönen monat mai’. Denk ook aan een schilderij met alleen maar pasteltinten: zacht en lief. Dat is ook meteen mijn (enige!) bezwaar: deze cd is gewoon té liefelijk. Wat meer afwisseling in het gezongen repertoire was niet overbodig geweest, want zo duurt een uur een beetje lang.
Over de uitvoerders niets dan lof: Lucy Crowe, William Berger en Iain Burnside vormen een echte poëtische eenheid.
ROBERT SCHUMANN, FELIX MENDELSSOHN, PETER CORNELIUS
Duet
Lucy Crowe (sopraan), William Berger (bariton), Iain Burnside (piano)
Delphian CD34167 • 60’
SHOSTAKOVICH: SUITE ON POEMS BY MICHELANGELO. Gerald Finley
