opera/operette/liederenrecitals

Renée Fleming zingt Berg, Wellesz en Zeisl

Fleming Berg Zeisl

Aan opnamen van de Lyrische Suite van Berg geen gebrek. Zowel in de versie voor strijkkwartet als bewerkt voor een (kamer)orkest: de keuze is groot. Of het Bergs bedoeling was dat het laatste deel, Largo Desolato ook gezongen zou worden is zeer twijfelachtig, maar logisch is het wel.

Theodor Adorno, Bergs leerling en vertrouweling beschouwde het werk als een latente opera en daar zit wat in. Adorno was, als één van de weinigen, op de hoogte van diens affaire met de getrouwde Hanna Fuchs, voor wie hij het werk componeerde. Voor Berg was Fuchs niet alleen zijn geliefde en zijn muze, maar ook zijn Isolde en zijn Lulu.

Hanna Fuchs

Het is pas de laatste jaren dat er openlijk over de affaire wordt gesproken en de wetenswaardigheid is zonder meer van invloed is geweest op de interpretatie van de “Emerson’s”. Wat ze ook ruimschoots toegeven.

Het is niet de eerste keer trouwens, dat het gedicht van Baudelauire, dé inspiratiebron voor het laatste deel van het kwartet, ook daadwerkelijk wordt gezongen. Kronos Quartet en Dawn Upshaw hebben de versie al in 2003 opgenomen, er bestaat ook een opname van Quator Diotima met Sandrine Piau. De “Emerson’s” echter bieden ons beide versies aan: met en zonder zang.

De beslissing om Berg’s Lyrische Suite aan de liederen van Egon Wellesz te koppelen is niet minder dan geniaal. Beide componisten hadden hun opleiding bij Schönberg genoten, die ze, behalve het twaalftoonstechniek ook een grote dosis expressionisme had bijgebracht. Iets, wat je zeer duidelijk hoort in de cyclus Sonette der Elisabeth Barrett Browning.

Fleming Wellesz door Kokoschka

Egon Wellesz door Oskar Kokoschka

Dat de liederen niet vaker worden opgevoerd is niet alleen vreemd maar ook een grote schande. Dat heeft  natuurlijk alles te maken met het “ooit verboden en daarna vergeten”, wat ook Eric Zeisl noodlottig is geweest. Zijn korte lied Komm Süsser Tod smaakt naar meer: kon er niet wat meer Zeisl aan de cd toegevoegd worden? Het ligt niet aan onvoldoende ruimte: met krap 56 minuten is de cd aan een zeer korte kant.

Fleming Zeisl

Eric Zeisl door Gertrud Zeisl ©Dr. Barbara Zeisl-Schoenberg

De romige, gecultiveerde sopraan van Renée Fleming, én haar maniërisme passen de liederen als een handschoen. Met als resultaat een prachtige kruising van Gustav Klimmt met Max Beckmann. De zeer beeldende en uitdrukkingsvolle uitvoering van het Emerson String Quartet draagt bij aan de totale belevenis. Een must.

Alban Berg, Egon Wellesz, Eric Zeisl
Lyric Suite; Sonette der Ellisabeth Barrett Browning; Komm Süsser Tod
Renée Fleming, sopraan; Emerson String Quartet
Decca 4788399

Das Lied von Terezín & Requiem Ebraico

Plácido Domingo bezingt de Middellandse Zee

placido_domingo_encanto_del_mar_mediterranean_songs-portada 

Encanto del mar (charme van de zee) heet de, inmiddels twee jaar oude solo-cd van Plácido Domingo. ‘Del Mar’ is in dit geval de Middellandse Zee. De zanger die nooit rust, zoals Domingo bekendstaat, heeft liedjes uit tal van Middellandse Zeelanden verzameld. Een verrassende selectie..

De Romeinen noemden de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’, onze zee. En dat klopt wel: de zee is van ons allemaal. Domingo stelt op het album: “Ik buig voor uw grandeur. Immens dankbaar ben ik voor het voorrecht geboren te zijn in Spanje, het land dat gestreeld wordt door uw wateren. Ik eer u op de enige manier die ik kan: door het zingen van uw liederen.”

De landen die de zee omringen zijn allemaal verschillend en dat hoor je in hun liedjes. De keuze van Domingo is verrassend. Naast de weinig opwindende ‘Torna a Surriento’ en ‘Plaisir d’Amour’ (beide in een nieuwe arrangement van Robert Sadin) zingt hij onder meer de Spaanse klassieker ‘Del Cabello Más Sutil’ van Fernando Obradors, één van de mooiste liedjes ooit gemaakt.

Zeer spannend en verrassend zijn de Corsicaanse polyfonische “Anghjulina”, gezongen met Barbara Fortuna en ´Non Potho Reposare´, een prachtig liefdesliedje uit Sardinië.

Minder gelukkig ben ik met de, wat mij betreft totaal uitgemolken “Aranjuez”, al is het arrangement hier zeer verfrissend. Daarvoor in de plaats had ik graag iets uit Griekenland gehoord, want het traditionele Cypriotische liedje “To Yasemi” smaakt beslist naar meer.

Er staat meer moois op de cd. ‘Adio Kerida’ bijvoorbeeld, in het Ladino gezongen, één van de bekendste liederen van de Spaanse Joden. Of het Israëlische ‘Layla Layla’ van dichter Natan Aterman, in perfect gezongen Ivriet. Of ‘Lamma Bada Yatathana’, een ‘muwashshah’ uit Arabisch Andalusië, uit de twaalfde eeuw, met een typerend Noord-Afrikaans ritme (samai thaqil).

Trailer:




Encanto del Mar
Mediterranean Songs
Plácido Domingo en diverse musici
Sony 8875006852

Valentina Levko: Star of the Bolshoi

levko

Hoe is het mogelijk dat ik nooit eerder van Valentina Levko heb gehoord? Hoe kon een zangeres van haar kaliber zo onbekend blijven? Nu ik de bij Brilliant Classics uitgekomen cd-box van haar heb beluisterd, kan ik alleen maar met mijn hoofd schudden. Wat een pracht!

Wie ik het ook vroeg, niemand had ooit van Valentina Levko (1926) gehoord. Waren de opnamen, YouTube-filmpjes en recensies er niet geweest, dan zou je haast gaan twijfelen of ze überhaupt bestond. Gelukkig is er nu een cd-box; 11 cd’s, ingepakt in een eenvoudig doosje..

Als Russische werd Levko in het Bolshoi Theater voornamelijk in het Russische standaardrepertoire gecast. Ze had echter veel meer in haar mars! Op haar ‘eigen’ concertjes zong zij dan ook de hele ‘wereldliteratuur’ aan muziek: opera’s, maar ook liederen, oude muziek, volksmuziek en populaire liedjes. En dat alles meestal in de originele taal.

”Het liefst zing ik Bach”, scheen zij ooit gezegd te hebben. Bach ontbreekt er ook niet: haar “Erbarme dich” wordt ongekend mooi op de viool begeleid door Mark Lubotsky. Ouderwets? Ja. Dus?

 Zij was een operazangeres en dat hoor je, zeker in een zeer zwaar aangezette Schubert. Maar het heeft wat, want ook nostalgie is niet meer wat het geweest is.

 Op haar best is zij als Dalila en Carmen, maar ook het Spaanse lied ligt haar goed. Waar ik echter het meest door getroffen werd is “O Mensch, gib acht”, uit de derde symfonie van Mahler, in het Russisch. Het werd in 1961 opgenomen onder leiding van Kirill Kondrashin

Maar dat zij een Russische mezzo was en is staat buiten kijf. Zeven van de elf cd’s bevatten dan ook het Russisch repertoire: Russische opera aria’s, liederen van Tsjaikowski en twintigste-eeuwse Russische liederen. Nou moet u die laatste benaming niet al te letterlijk opvatten; op Prokofjev na klinken de liederen bijna allemaal als gewone Russische liedjes. Zeer melodieus, met een (voor wie de teksten verstaan) hoog “Sovjet – gehalte”. Zelf heb ik er niets op tegen, ik vind ze gewoon mooi.

Haar manier van zingen is zeer ingetogen en het ontbreekt haar aan de lelijke borsttonen die menige Slavische mezzo’s ontsierde. Haar interpretaties zijn ingetogen en sierlijk, nergens brullerig en heel erg ontroerend. Af en toe doet zij mij zelfs aan Fiorenza Cossotto denken.

Zij is ook onweerstaanbaar in Russische volksliederen. Onvoorstelbaar hoe ze de jas van haar klassieke opleiding weet af te zetten en in alle eenvoud  – nou, ja, eenvoud – weet te ontroeren. Doe het haar na! De oude romance ‘The Old Lemon Tree” zingt zij, zoals de Russen zeggen “dusjostjipatjelno”, zielsknijpend – daar krijg je vanzelf tranen in je ogen.

Naast studio- zijn er ook live opnamen, afkomstig van o.a. van DRA (Deutsches Rundfunkarchiv). Daar staat een mij onbekende cyclus van Sviridov bij, naar de teksten van Avetik Isaakyan, fascinerend.

Ongekend prachtig vind ik ook hoe zij Marfa’s aria uit Khovavnshchina  van Moessorgski vertolkt. Zeer visionair en de dreiging is voelbaar. Het geluid is een beetje dof en pover, maar dat vergeet je gauw, mede ook door het fantastische spel van Radio-Sinfonie-Orchester Berlin onder leiding van Kurt Masur. ‘Marfa’s Prophecy’ werd, samen met Ratmir’s aria uit Roeslan en Ludmilla (Glinka) in 1976 opgenomen. Deze box ga ik koesteren als een allergrootste schat.

Valentina Levko: Star of the Bolshoi
Diverse componisten, orkesten en begeleiders
Briljant Classics 9406 (11 cd’s)

Karen Cargill en Simon Lepper: een must voor een ieder die van Alma en Gustav Mahler houdt

cargillmahlercd

De Schotse mezzosopraan Karen Cargill beschikt over een zeer expressieve stem die haar in staat stelt om alle wendingen in de muziek perfect uit te beelden. Je zou kunnen zeggen dat ze met alle winden meedraait, en dat bedoel ik als een groot compliment: weinig zangers hebben de souplesse en nog minder weten er zo natuurlijk mee omgaan.

Haar stem op zich is niet echt ‘romig’, maar het ontbreekt haar niet aan fluweel, bijzonder. Ik vind het zeer boeiend, want haar zingen is veel meer dan gewoon maar mooi. Soms, zeker in de forte passages, kan zij best scherp uithalen, maar dan zonder dat het onaangenaam wordt.

Cargills vertolking van liederen van Alma Mahler is dan ook zo helemaal anders dan die ik tot nu toe hoorde. Zó uitgevoerd komt Alma op gelijke voet te staan met haar beroemdere echtgenoot.

Maar: hoe geweldig ik Cargill ook niet vind, voor mij staat zij een beetje in de schaduw van haar begeleider, pianist Simon Lepper. Het hoort niet, weet ik, maar ik betrap mij er op dat ik voornamelijk naar zijn pianospel luister.

In de Rückert Lieder laten beide kunstenaars mij naar adem happen, zo geweldig vind ik hun uitvoering. Zo anders dan alle andere, zo volkomen eigen. Het pretentieloos uitgevoerde “Ich bin der Welt abhanden gekommen” is van een zeldzame schoonheid. Soms wil Cargill te veel uithalen, maar daar is Simon Lepper weer, die brengt je terug in de wereld vol betovering.

Ook met hun weergaloos uitgevoerde Lieder eines fahrenden Gesellen doen zij mij versteld staan: zo heb ik de cyclus nog nooit eerder gehoord. Zij maken je duidelijk waar het over gaat zonder dat de tekst nadrukkelijk ‘uitgesproken’ wordt. Adembenemend. En alweer betrap ik mij erop, dat ik mijn oren niet van de pianist kan afwenden. Bijzonder.

Ik kan dan ook niet anders dan die cd aan een ieder aanbevelen die van liederen houdt en de pianist niet alleen de gelijke maar ook een onmisbare partner van de zanger vindt.


ALMA & GUSTAV MAHLER
Lieder
Karen Cargill (mezzosopraan), Simon Lepper (piano)
Linn Records CKD

Redstu Mamaloshen?

mamaloshen

‘Redstdu Mamaloshen’? Wordt aan u deze vraag gesteld, dan wil men weten of u Jiddisch spreekt. Jiddisch, de taal van Oosteuropese en Duitse Joden dreigde uit te sterven, samen met de ghetto’s en shtetls. De integratie, assimilatie, emigratie en (in)tolerantie zorgden voor het bouwen aan de toekomst zonder vooroordelen en zonder de ballast van het verleden.

Is het gelukt? Uiteraard niet. De tweede, derde en inmiddels ook al de vierde generatie van de Sjoah-overlevenden heeft op zoek naar roots ook het Jiddisch herontdekt. Die zoektocht is ook aan Mandy Patinkin niet voorbij gegaan

Patinkin, één van de grootste Broadway sterren van het moment, is niet over één nacht ijs gegaan. Met hulp en steun van de specialisten leerde hij de taal en zocht naar het repertoire. Wat hem het meest bezighield was de vraag waarom hebben de Amerikaans–Joodse componisten als Oscar Hammerstein, Stephen Sondheim en Irving Berlin geen Joodse muziek gemaakt. Zijn conclusie: de muziek was wel Joods, alleen de taal Engels. Zodoende werden de teksten van de bekende songs in het Jiddisch vertaald.

Het resultaat mag er zijn, al is het een beetje onwennig om Ikh khulem fun a vaysn Nitl  te horen in plaats van I’m  dreaming of a white Christmas.

Maria van Bernstein is veranderd in  Mayn Mirl en  Got bentsh Amerike betekent niets anders dan God bless America.

Uiteraard zingt Patinkin ook de bekende en minder bekende Jiddische liedjes en doet het op zijn ‘Patinkins’. Zijn stem en manier van zingen zijn direct herkenbaar. Van ieder liedje maakt hij een complete show met lach en traan en schuwt de overdrijving, Joodse eigenschap bij uitstek niet.

In het met een gezonde dosis schmalz gezongen Belz en de prachtige Song of the Titanic wordt hij bijgestaan door Judy Blazer en in Der Alter Tzigajner/White Christmas zorgt Nadja Salerno-Sonnenberg voor de viool solo.

Kleine waarschuwing: iedereen, die vindt dat klezmermuziek gespeeld moet worden op authentieke instrumenten en het Jiddisch gezongen door honderdjarigen die de taal nog voor de oorlog in een shtetl dagelijks spraken, moet van die cd afblijven. Voor de genieters onder ons: ‘hob fargenigen’ (veel plezier)


MAMALOSHEN
Mandy Patinkin
Nonesuch 7559-79459-2

Stunden, Tage, Ewigkeiten oftewel Heinrich Heine verklankt

Appl.jpg

Soms, heel erg soms kunnen de woorden van liederen belangrijker lijken dan de muziek. Zeker als je één van de grootste dichters als uitgangspunt van je recital neemt en je de repertoirekeuze daar volledig naar schikt. De luisteraar zal dan sneller dan gewoonlijk naar de liedteksten grijpen. Met veel meer aandacht dan anders het geval zou zijn. Als zanger heb je dan de plicht om mensen te laten weten – én ze het laten herbeleven – wat de muziek met woorden kán doen, hoe ze erdoor verrijkt kunnen worden.

De Dichterliebe van Schumann (en ook de liederen uit het Schwanengesang van Schubert) kunnen we allemaal dromen en al is de interpretatie door de jonge Benjamin Appl buitengewoon fraai, mijn hart zou er niet sneller door gaan kloppen. Maar wie zijn cd-recital Stunden, Tage, Ewigkeiten noemt, die neemt verplichtingen op zich op en die neemt Appl zeer serieus.

Buiten Schumann, Schubert en de Mendelssohns buigt Appl zich ook over de zelden uitgevoerde Heine liederen van Anton Rubinstein. “Der Asra” kende ik van de pianobewerking van Liszt, maar het is mijn eerste kennismaking met de gezongen versie. Het lied over de rijke sultansdochter en de op haar verliefde jonge slaaf is schrijnend in zijn eenvoud. Ik moet eerlijk bekennen dat mijn ogen licht vochtig werden en dat is natuurlijk het beste teken dat het goed zit.

De jonge Duitser beschikt over een onwaarschijnlijk mooi timbre waar je meteen verliefd op wordt. Zijn tekstbeheersing is voorbeeldig, ieder woord is duidelijk verstaanbaar, maar dan zonder te overheersen.

James Baillieu toont zich zijn gelijkwaardige partner: hoe mooi zijn touché is hoor je in “Du bist wie eine Blume” van Rubinstein. Chapeau!

 


SCHUMANN, FELIX & FANNY MENDELSSOHN, SCHUBERT, GRIEG, RUBINSTEIN
Stunden, Tage, Ewigkeiten
Heinrich Heine – Lieder
Benjamin Appl (bariton), James Baillieu (piano)
Champs Hill Records CHRCD112 • 70’

Entre elle et lui: Michel Legrand en Natalie Dessay

LegrandDessayCD

Natalie Dessay is niet zomaar een zangeres. Het beste zou je haar nog kunnen omschrijven als een zingende actrice, maar eigenlijk doe je haar zangkwaliteiten dan tekort. Haar stem is hoog, hoger en hoogst en haar coloraturen zijn duizelingwekkend.

Heeft u haar ooit ‘Ombre légère’ (Dinora van Meyerbeer) horen zingen? Zelfs Mado Robin kon het niet beter! Of neem haar Ophelie uit Hamlet van Thomas! Nee, beter kan ik het mij niet voorstellen.

Inmiddels heeft Dessay een sabbatical van de operabühne genomen om zich wat meer op haar acteerwerk te kunnen concentreren. Tussendoor heeft ze een cd opgenomen met liedjes van – en met – Michel Legrand, simpel getiteld Entre elle et lui (tussen haar en hem).

De samenwerking tussen de twee heeft een onwaarschijnlijk prachtig resultaat opgeleverd. In ‘Pappa do you hear me’ uit Yentl doet Dessay niet onder voor Barbra Streisand, zonder haar een seconde te kopiëren. Haar versie is meer jazzy, maar het onderbuikgevoel blijft behouden.

Hieronder trailer van de opname:

‘Les Moulins de Mon Coer’ uit The Tomas Crown Affaire zingt ze samen met de componist zelf, die, gezeten aan de piano, haar met zijn onnavolgbare toetsentechniek en zijn rokerige stem bijstaat.

Samen met Patricia Petibon jazzt zij dat het een lieve lust is in ‘Chanson des jumelles’ uit Les Demoiselles de Rochefort. Daar gaan je beentjes vanzelf van de grond!

Of neem de meer dan zeer ingetogen gezongen ‘Valse des lilas’, waarbij je je terug waant in de tijd dat Montmartre nog Montmartre was en de goedkope rode wijn niet alleen in de nachtelijke uurtjes rijkelijk vloeide.

Het duet uit Les parapluies de Cherbourg – gezongen met haar man, de bariton Laurent Naouri – is van een onwerkelijke schoonheid. Voor het eerst in mijn lange leven hoorde ik een versie die mij het origineel bijna liet vergeten.

Entre elle et lui
Natalie Dessay sings Michel Legrand
Warner Classics 0825646219179

Vocale werken van Alberto Ginastera: prachtige muziek, schitterend uitgevoerd.

 1456137367_2564686830

De muziek van Alberto Ginastera, wellicht de belangrijkste Argentijnse componist, is voor ons nog steeds terra incognita. Warner Classics heeft verschillende vocale werken van hem verzameld op een nieuwe cd, met glanzende bijdragen van Plácido Domingo en Virginia Tola.

Als mensen muziek van Alberto Ginastera kennen, zal het hoogstwaarschijnlijk om zijn Cinco canciones populares argentinas gaan. Veel Zuid Amerikaanse (en niet alleen Zuid Amerikanse!) zangers hebben ze op hun repertoire staan en brengen ze op hun recitals ten gehore. Geen wonder eigenlijk, de liederen zijn gewoon wonderschoon.

De uitvoering door Ana-María Martínez voor Warner valt mij een beetje tegen. Zij beschikt over een prachtige, warme sopraanstem met her en der scherpe randjes, maar dat vind ik juist fijn. Het probleem: de liederen zijn eigenlijk niets meer dan verkapte volksliedjes en Martínez benadert ze als een operazangeres: te mooi, te gecultiveerd.

Ook het arrangement voor orkest van Shimon Cohen kan mij niet echt bekoren. Met het orkestgeweld wordt het allemaal gewoon té. Met een simpele pianobegeleiding bereik je meer. Leg de prachtige uitvoering door Raoul Giménéz met Nina Walker (Nimbus) ernaast en hoor het verschil!

 

De scènes uit Don Rodrigo zijn niet minder dan een cadeautje, maar: waarom alleen de twee scènes? Van de opera, die je – qua muzikale structuur  – het beste kan omschrijven als de Argentijnse Wozzeck, bestaat nog steeds geen officiële opname.

Plácido Domingo zong de hoofdrol al tijdens de Amerikaanse première van de opera in 1966 (!), in de New York City Opera. Je kan zijn stem van toen en nu moeilijk vergelijken, maar zijn grote aria ‘Señor del Perdó’ klinkt nog steeds als een klok.

Domingo zingt ‘Señor del Perdón’, opname van 22 februari 1966:

In 1966 werd de rol van Rodrigo’s geliefde Florinda gezongen door Jeannine Crader, een Amerikaanse sopraan die ook als eerste Ginestera’s cantate Milena heeft opgenomen. In de nieuwe opname wordt Domingo bijgestaan door de schitterende Argentijnse sopraan Virginia Tola. Haar stem is kinderlijk naïef en dramatisch tegelijk. Haar laatste woorden na de dood van Rodrigo blijven door je hoofd spoken.

Net als Jeannine Crader toen, ontfermt Tola zich ook over Milena, iets wat ik alleen maar kan toejuichen. Milena, een cantate gecomponeerd op brieven die Kafka schreef aan Milena Jesenská is niet minder dan een meesterwerk. Het verbaast mij zeer dat het niet algemeen bekend en overal uitgevoerd wordt: het werk laat je niet koud. De dramatische benadering van Virginia Tola is tegelijk ontzagwekkend en ijzingwekkend. Wat een artieste!


 

Beste programmeurs, intendanten en dramaturgen van de meeste Europese (en zeker Nederlandse!) operahuizen: er is nog zo veel meer buiten Mozart, Strauss, Wagner en een incidentele Verdi!

Alberto Ginastera
The Vocal Album
Placido Domingo, Ana Maria Martinez, Virginia Tola e.a.;
Santa Barbara Orchestra olv Gisèle Ben-Dor
Warner Classics 0825646868308

Wanneer je de wereld even wilt vergeten

bruckner
Wil je de wereld even vergeten, dan moet je bij Christian Thielemann en Renée Fleming zijn. Op een  dvd van Opus Arte haalt de maestro het beste uit Bruckners zevende en geeft de sopraan onweerstaanbare interpretaties van liederen van Wolf en Strauss.

De zevende was samen met de vierde Bruckners meest succesvolle symfonie – al tijdens zijn leven. Dat dat nog steeds zo is, ligt volgens mij (beslist geen ‘Bruckneriaan’) aan het aangrijpende Adagio, waarin Bruckner vier tuba’s introduceert die rechtstreeks uit Wagners Ring lijken te zijn gewandeld. Hiermee wilde Bruckner een soort statement maken en zijn idool eren, wiens naderende dood hij voorvoelde.

Het is dan ook geen wonder dat er zo veel, echt goede, opnamen van het werk bestaan. Noem maar op: Haitink, Klemperer, Horenstein…

Zelf heb ik altijd een enorme zwak voor Giulini met het Suttgart Radio Symphony (Hänssler) gehad; en ook Barenboim kon mij meer dan bekoren. Maar geen van deze opnamen heeft mij zo de wereld laten vergeten als deze nieuwe, gedirigeerd door Christian Thielemann.

Is dit dan de beste uitvoering van zevende van Bruckner die er is? Dat weet ik niet. Maar het doet iets met mij. Het voelt alsof de muziek rechtstreeks mijn hart in wandelt en daar beslag van al mijn emoties neemt.

Dat Renée Fleming even daarvoor zowat de allermooiste versie van ‘Kennst du das land’, één van de Mignon – liederen van Hugo Wolf zingt is wellicht ook niet zonder invloed. Haar interpretatie ontroert mij zeer diep, meer nog dan de tot dan toe mijn favorieten: Evelyn Lear en Edda Moser. Zo veel waanhoop en verdriet, zo veel verlangen en dan ook nog eens zo mooi gezongen. Zo hoort dat, denk ik dan. Zo en niet anders.

Ook het Befreit van Strauss behoort tot de beste interpretaties van het lied. Prachtig.

Fleming zing ‘Befreit’ (zonder beeld)

Een DVD om te hebben

Trailer:

BRUCKNER, WOLF, RICHARD STRAUSS
Symphony Nr.7 (Robert Haas Edition)
Staatskapelle Dresden olv Christiaan Thielemann
Renée Fleming sopraan
Opus Arte OA 1115 • 106’

Florian Boesch en Schwanengesang: een match made in heaven

Boesch.jpg

De Oostenrijkse bariton Florian Boesch behoort tot de jonge generatie zangers die het lied een nieuw leven hebben ingeblazen. Of, beter gezegd: ander leven.

Boesch’ stem is minder smeuïg dan die van Hermann Prey en zijn dictie minder nadrukkelijk dan die van Fischer-Dieskau. Hij wekt ook niet de indruk dat het bij hem een kwestie van leven en dood is, net als bij Gerhaher. Zijn timbre is zo individueel dat je, als je hem al één keer gehoord had je hem nooit meer vergeet en uit duizenden kan herkennen. Hoeveel zangers hebben dat nog?

Ook zijn lyriek kan niet genoeg geprezen worden, soms voelt het als wiegen, zo geruststellend. Het mooist vind ik zijn stem in het lage register, daar klinkt zijn warme en donkere bariton nog kruidiger.

Hij is – en blijft – een echte story teller, die mij keer op keer weet te verrassen met een andere kijk op dingen die vaststonden of ingeburgerd waren. Niet, dat hij meteen ware revoluties ontketent, maar soms brengt hij je wereldbeeld aan het wankelen.

Op zijn nieuwste recital-cd met het Schwanengesang van Schubert heeft hij de gebruikelijke volgorde veranderd. Zo begint hij met de lyrische en liefdevolle ‘Rellstab-Lieder’ om via Goethe en zijn ‘Gesänge des Harfners’ bij Heine te belanden. Niet gebruikelijk, maar wel zo logisch, althans voor mij.

Boesch vertelt zijn verhaal op een rustige en ingetogen toon. Je hoort als het ware het “er was eens…” . Nergens dwingend, maar zo boeiend dat je je oren ongewild moet spitsen om er maar niets van te kunnen missen. Naarmate hij in zijn vertelling vordert begint zijn ‘sprookje’ steeds grimmiger te worden en bij ‘Atlas’ aangekomen laat hij al zijn opgekropen emoties los. Indrukwekkend.

In de onvolprezen Malcolm Martineau heeft Boesch zijn maatje, zijn tweede ‘ik’ gevonden. De zanger en de pianist samen zijn niet minder dan een voorbeeld voor hoe een volkomen eenheid moet klinken.


FRANZ SCHUBERT
Schwanengesang
Florian Boesch (bariton) en Malcolm Martineau (piano)
ONYX 4131 • 67’

Zie ook:

WOZZECK ZaterdagMatinee

JEPHTA in Amsterdam